Het ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs. Maatregelen betreffende concordantie van het opvoedend hulppersoneel en administratief personeel en toekennen van overgangsmaatregelen op 1 september 2006

  • referentie
    PERS/2006/03
  • publicatiedatum
    28/06/2006
  • datum laatste wijziging
    28/06/2006
  • wettelijke basis
    Decreet van 7 juli 2006 betreffende het onderwijs XVI
  • contact
  • Het decreet van 7 juli 2006 betreffende het onderwijs XVI bevat een aantal maatregelen m.b.t. het buitengewoon secundair onderwijs
  • Deze maatregelen worden toegelicht in deze omzendbrief
  • Met ingang van 1 september 2006 wordt in de scholen voor buitengewoon secundair onderwijs de personeelscategorie van het ondersteunend personeel ingevoerd
  • Deze personeelscategorie komt in de plaats van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel
  • Een belangrijk kenmerk van het ondersteunend personeel is het principe van de puntenenveloppe
  • Betrekkingen worden opgericht op basis van punten en niet langer op basis van uren of voltijdse eenheden
  • Om met punten te kunnen werken, moeten de betrekkingen van het bestaande personeelbestand elk een puntenwaarde krijgen. M.a.w. de bestaande betrekkingen van het opvoedend hulppersoneel en administratief personeel moeten via een concordantie worden omgevormd naar betrekkingen van het ondersteunend personeel
  • Deze omzendbrief geeft toelichting bij deze concordantie en de daarmee gepaard gaande maatregelen
  • Daarnaast besteedt deze omzendbrief ook aandacht aan de overgangsmaatregelen waar bepaalde personeelsleden bij een aanstelling in een ambt van het ondersteunend personeel kunnen van genieten

1. Inleiding

Op 1 september 2006 wordt in de scholen voor buitengewoon secundair onderwijs een nieuwe personeelscategorie ingevoerd: het ondersteunend personeel.

Deze categorie vervangt de bestaande personeelscategorieën van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel.

Het systeem om betrekkingen in ambten van het ondersteunend personeel op te richten berust niet meer op uren die worden omgezet in voltijdse betrekkingen, maar voorziet voor elke school in functie van het aantal leerlingen een omkadering die wordt uitgedrukt in punten.

Elke school krijgt een aantal punten, afhankelijk van het aantal leerlingen.

Behoort de school tot een scholengemeenschap dan krijgt ze deze punten via de scholengemeenschap.

Elke betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel “kost” een specifiek aantal punten. De puntenwaarde van een betrekking is afhankelijk van het bekwaamheidsbewijs of de weddenschaal van het personeelslid dat wordt aangesteld in de betrekking.

De wijze van berekening en aanwending van de puntenenveloppe wordt uiteengezet in een aparte omzendbrief.

Bij de omvorming van het opvoedend hulppersoneel en administratief personeel naar het ondersteunend personeel is het van belang dat de betrekkingen in ambten van het huidig opvoedend hulp- en administratief personeel een correcte puntenwaarde krijgen.

Om te kunnen bepalen hoeveel punten u voor uw huidig personeelsbestand moet aanrekenen, moet u de betrekkingen in ambten van het opvoedend hulp- en administratief personeel concorderen naar betrekkingen in ambten van het ondersteunend personeel.

Deze omzendbrief bevat de maatregelen die u moet treffen m.b.t. deze concordantie.

Daarnaast bevat de omzendbrief ook bepalingen betreffende de overgangsmaatregelen die aan bepaalde personeelsleden worden toegekend met het oog op een aanstelling in een ambt van het ondersteunend personeel.

2. Het ondersteunend personeel

De personeelscategorie van het ondersteunend personeel bestaat uit twee wervingsambten, de opvoeder en de administratief medewerker.

De opvoeder werkt hoofdzakelijk rond leerlingenbegeleiding en leerlingenopvang.

De administratief medewerker neemt administratieve taken op zich.

Aan het ambt van opvoeder en administratief medewerker worden drie puntenwaarden toegekend, afhankelijk van het bekwaamheidsbewijs en/of de weddenschaal (63 - 82 - 120). Deze drie puntenwaarden gelden zowel voor het ondersteunend personeel dat vanaf 1 september 2006 voor het eerst in dienst komt als voor personeelsleden die via de concordantie in dienst worden gehouden of die genieten van overgangsmaatregelen.

Een inrichtende macht beslist autonoom binnen haar pakket punten hoeveel opvoeders en hoeveel administratief medewerkers zij wil inzetten. De enige verplichting die zij heeft, is dat steeds minimum 50 % van het ondersteunend personeel in een school moet bestaan uit opvoeders.

De ambten van het ondersteunend personeel kunnen worden opgericht per voltijdse of per halftijdse betrekking.

In de hiernavolgende punten wordt elk van deze principes verder uitgediept.

2.1. De ambten en hun puntenwaarde

Het ondersteunend personeel bestaat uit twee wervingsambten: de opvoeder en de administratief medewerker.

Elk ambt in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel kost een aantal punten in functie van het niveau van het basisdiploma van de titularis of in functie van de weddenschaal van de titularis.

Voor personeelsleden die vanaf 1 september 2006 voor het eerst in dienst komen en aangesteld worden in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel, wordt de puntenwaarde bepaald door het niveau van het basisdiploma.

 

AMBT / DIPLOMA / WEDDENSCHAAL 

 

 

PUNTEN 

 

administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs secundair onderwijs (wsc 122) 

 

63 

 

administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type (wsc 158) 

 

82 

 

administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het lange type of universitair onderwijs (wsc 542) 

 

120 

 

opvoeder met bekwaamheidsbewijs secundair onderwijs (wsc 122) 

 

63 

 

opvoeder met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het korte type (wsc 158) 

 

82 

 

opvoeder met bekwaamheidsbewijs hoger onderwijs van het lange type of universitair onderwijs (wsc 542) 

 

120 

Voor personeelsleden die op 1 september 2006 worden geconcordeerd of die genieten van overgangsmaatregelen en aangesteld worden in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel, wordt de puntenwaarde bepaald door het niveau van hun weddenschaal.

 

AMBT / DIPLOMA / WEDDENSCHAAL 

 

 

PUNTEN 

 

administratief medewerker met weddenschaal 200, 201, 202 of 203 

 

63 

 

administratief medewerker met weddenschaal 122 

 

63 

 

administratief medewerker met weddenschaal 125 

 

82 

 

administratief medewerker met weddenschaal 158 

 

82 

 

administratief medewerker met weddenschaal 106 

 

82 

 

administratief medewerker met weddenschaal 100 

 

82 

 

administratief medewerker met weddenschaal 208 

 

82 

 

opvoeder met weddenschaal 200, 201, 202 of 203 

 

63 

 

opvoeder met weddenschaal 122 

 

63 

 

opvoeder met weddenschaal 125 

 

82 

 

opvoeder met weddenschaal 158 

 

82 

 

opvoeder met weddenschaal 106 

 

82 

 

opvoeder met weddenschaal 100 

 

82 

 

opvoeder met weddenschaal 208 

 

82 

De ambten van het ondersteunend personeel kunnen worden opgericht per voltijdse of per halftijdse betrekking.

2.2. In dienst houden van het huidige opvoedend hulp- en administratief personeel op 1 september 2006

2.2.1. Concordantie

De betrekkingen van de personeelsleden die op 30 juni 2006 aangesteld zijn in het opvoedend hulp- en administratief personeel, worden op 1 september 2006 via punten opgericht in ambten van het ondersteunend personeel.

Om de puntenwaarde van elke betrekking te kennen, moet u de betrekkingen die u op 30 juni 2006 inricht concorderen naar betrekkingen van het ondersteunend personeel.

U houdt bij deze concordantie rekening met de personeelsleden die aangesteld zijn in de betrekkingen op 30 juni 2006.

U gaat daarbij als volgt te werk.

Op 1 september 2006 worden de personeelsleden die aan volgende voorwaarden beantwoorden, ambtshalve geconcordeerd naar een ambt van het ondersteunend personeel.

Het gaat om personeelsleden die op 30 juni 2006 in een ambt van het opvoedend hulppersoneel en/of administratief personeel:

- vast benoemd zijn en titularis zijn van een betrekking;

- ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking;

- tijdelijk aangesteld zijn in een vacante betrekking;

- ter beschikking gesteld zijn wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen.

In het kader van de concordantie wordt aan de ambten van het opvoedend hulppersoneel en administratief personeel volgende puntenwaarde gehecht.

 

Ambt 

 

 

w sc 

 

puntenwaarde 

 

Opvoeder-huismeester 

 

106 

 

82 

 

Opvoeder-huismeester 

 

125 

 

82 

 

Directiesecretaris 

 

106 

 

82 

 

Directiesecretaris 

 

125 

 

82 

 

Secretaris-bibliothecaris 

 

163 

 

82 

 

Studiemeester-opvoeder 

 

100 

 

82 

 

Studiemeester-opvoeder 

 

158 

 

82 

 

Studiemeester-opvoeder 

 

208 

 

82 

 

Studiemeester-opvoeder 

 

122 

 

63 

 

Klerk 

 

200 

 

63 

 

Klerk-typist 

 

200 

 

63 

 

Eerste klerk-typist 

 

201 

 

63 

 

Eerste klerk 

 

201 

 

63 

 

Opsteller 

 

202 

 

63 

 

Eerste opsteller 

 

203 

 

63 

2.2.1.1. Concordantie van het opvoedend hulppersoneel

De personeelsleden die aan de voorwaarden voldoen vermeld in punt 2.2.1. en die op 30 juni 2006 aangesteld zijn in een ambt van het opvoedend hulppersoneel worden ambtshalve geconcordeerd naar het ambt van opvoeder.

 

Opvoeder-huismeester (wsc 106, 125) 

 

 

 

 

 

 

 

Opvoeder 

 

Directie-secretaris (wsc 106, 125) 

 

 

Studiemeester-opvoeder (wsc 122, 100, 158, 208) 

 

 

Secretaris-bibliothecaris (wsc 163) 

 

De puntenwaarde van de betrekking in het ambt van opvoeder waarin zij vanaf 1 september 2006 worden aangesteld, wordt steeds aangepast op basis van de puntenwaarden vermeld in de tabel in punt 2.2.1.

De personeelsleden behouden bij de concordantie van het oude naar het nieuwe ambt alle overgangsmaatregelen en rechten die ze reeds genoten in het oude ambt.

Het personeelslid behoudt ook de weddenschaal die hij genoot in het oude ambt in het opvoedend hulppersoneel.

De concordantie is persoonsgebonden. Het personeelslid behoudt deze concordantie dus bij elke aanstelling in een ambt van het ondersteunend personeel, ook bij een andere inrichtende macht!

Voorbeelden

Een personeelslid is op 30 juni 2006 vast benoemd in het ambt van opvoeder-huismeester met wsc 106.

De betrekking van dit personeelslid wordt op 1 september 2006 geconcordeerd naar een betrekking van opvoeder met wsc 106. Deze betrekking zal 82 punten kosten.

Een tijdelijk personeelslid is op 30 juni 2006 aangesteld in een vacante betrekking van studiemeester-opvoeder met wsc 122.

De betrekking van dit personeelslid wordt op 1 september 2006 geconcordeerd naar een betrekking van opvoeder met wsc 122. Deze betrekking zal 63 punten kosten.

Een personeelslid is op 30 juni 2006 vast benoemd in het ambt van studiemeester-opvoeder met wsc 158.

De betrekking van dit personeelslid wordt op 1 september 2006 geconcordeerd naar een betrekking van opvoeder met wsc 158. Deze betrekking zal 82 punten kosten.

Mits wederzijds akkoord van zowel inrichtende macht als personeelslid kan op 1 september 2006 eenmalig worden afgeweken van de ambtshalve concordantie. Dit houdt in dat het personeelslid op dat ogenblik kan worden geconcordeerd naar het ambt van administratief medewerker.

Deze afwijking mag evenwel niet tot gevolg hebben dat de weddenschaal van het betrokken personeelslid wijzigt. Het personeelslid behoudt bij toepassing van deze afwijking dus steeds de weddenschaal die hij geniet op 30 juni 2006.

De afwijking mag niet tot gevolg hebben dat de school minder dan 50 % opvoeders in dienst heeft.

Opgelet : Deze afwijking heeft tot gevolg dat het betrokken personeelslid onder een andere regelgeving zal vallen.

2.2.1.2. Concordantie van het administratief personeel

De personeelsleden die aan de voorwaarden voldoen vermeld in punt 2.2.1. en die op 30 juni 2006 aangesteld zijn in een ambt van het administratief personeel worden ambtshalve geconcordeerd naar het ambt van administratief medewerker.

 

Klerk (wsc 200) 

 

 

 

 

 

 

 

 

Administratief medewerker 

 

Klerk-typist (wsc 200) 

 

 

Eerste klerk, Eerste klerk-typist (wsc 201) 

 

 

Opsteller (wsc 202) 

 

 

Eerste opsteller (wsc 203) 

 

De puntenwaarde van de betrekking in het ambt van administratief medewerker waarin zij vanaf 1 september 2006 worden aangesteld, wordt steeds aangepast op basis van de puntenwaarden vermeld in de tabel in punt 2.2.1.

De personeelsleden behouden bij de concordantie van het oude naar het nieuwe ambt alle overgangsmaatregelen en rechten die ze reeds genoten in het oude ambt.

Het personeelslid behoudt ook de weddenschaal die hij genoot in het oude ambt in het administratief personeel.

De concordantie is persoonsgebonden. Het personeelslid behoudt deze concordantie dus bij elke aanstelling in een ambt van het ondersteunend personeel, ook bij een andere inrichtende macht!

Voorbeelden

Een personeelslid is op 30 juni 2006 vast benoemd in het ambt van eerste klerk-typist met wsc 201.

De betrekking van dit personeelslid wordt op 1 september 2006 geconcordeerd naar een betrekking van administratief medewerker met wsc 201. Deze betrekking zal 63 punten kosten.

Een tijdelijk personeelslid is op 30 juni 2006 aangesteld in een vacante betrekking van klerk met wsc 200.

De betrekking van dit personeelslid wordt op 1 september 2006 geconcordeerd naar een betrekking van administratief medewerker met wsc 200. Deze betrekking zal 63 punten kosten.

Mits wederzijds akkoord van zowel inrichtende macht als personeelslid kan op 1 september 2006 eenmalig worden afgeweken van de ambtshalve concordantie. Dit houdt in dat het personeelslid op dat ogenblik kan worden geconcordeerd naar het ambt van opvoeder.

Deze afwijking mag echter niet tot gevolg hebben dat de weddenschaal van het betrokken personeelslid wijzigt. Het personeelslid behoudt bij toepassing van deze afwijking dus steeds de weddenschaal die hij geniet op 30 juni 2006.

Opgelet : Deze afwijking heeft tot gevolg dat het betrokken personeelslid onder een andere regelgeving zal vallen.

2.2.1.3. Beëindiging van concordantie

Het personeelslid dat op 30 juni 2006 aangesteld is in een betrekking van het opvoedend hulppersoneel of het administratief personeel en voldoet aan de voorwaarden vermeld in punt 2.2.1., wordt op 1 september 2006 geconcordeerd naar een ambt van het ondersteunend personeel.

Het personeelslid behoudt daarbij de weddenschaal die hij genoot op 30 juni 2006 en dit ongeacht zijn bekwaamheidsbewijs.

De concordantie is persoonsgebonden. Het personeelslid behoudt deze concordantie dus bij elke aanstelling in een ambt van het ondersteunend personeel, ook bij een andere inrichtende macht!

De concordantie kan echter worden beëindigd op volgende wijze:

- ambtshalve

- vrijwillig door afstand te doen van de concordantie.

2.2.1.3.1. Ambtshalve beëindiging van concordantie

2.2.1.3.1.1. Een vastbenoemd personeelslid

De concordantie van een vastbenoemd personeelslid kan op 2 manieren ambtshalve worden beëindigd:

- via ontslag uit het onderwijs;

- via bevordering tot een hogere weddenschaal in een ambt van het ondersteunend personeel.

1) Het vastbenoemd personeelslid neemt ontslag uit het onderwijs of wordt ontslagen

Het personeelslid verliest op het ogenblik van zijn ontslag zijn concordantie.

Als het personeelslid later opnieuw in dienst treedt in het onderwijs en een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel wil opnemen, zal de puntenwaarde van de betrekking en zijn weddenschaal bepaald worden op basis van het niveau van zijn bekwaamheidsbewijs (zie ook punt 2.1.)

2) Het vastbenoemd personeelslid bekomt een bevordering tot een hogere weddenschaal in een ambt van het ondersteunend personeel

Als het personeelslid op basis van zijn bekwaamheidsbewijs recht heeft op een hogere weddenschaal in een ambt van het ondersteunend personeel, kan de inrichtende macht dit personeelslid bevorderen tot een hogere weddenschaal op voorwaarde dat zij hiervoor voldoende punten heeft.

Deze bevordering maakt een einde aan de concordantie van het personeelslid.

Meer informatie over de bevordering tot een hogere weddenschaal vindt u in de omzendbrief PERS/2002/16 "Het ondersteunend personeel in scholen die behoren tot een scholengemeenschap" van 11-07-2002 of in de omzendbrief PERS/2002/15 “Het ondersteunend personeel in scholen die niet behoren tot een scholengemeenschap” van 12-07-2002.

2.2.1.3.1.2. Een tijdelijk personeelslid

De concordantie van een tijdelijk personeelslid vervalt ambtshalve als het personeelslid gedurende een ononderbroken periode van twee kalenderjaren niet tewerkgesteld is in het onderwijs.

Voor de toepassing van dit principe worden volgende afwezigheden niet als onderbreking beschouwd:

- de vakantieperioden;

- de militaire dienst of perioden van wederoproeping;

- de ziekte- en bevallingsverloven;

- de borstvoedingsverloven;

- de verloven van korte duur met behoud van wedde(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;

- de loopbaanonderbreking;

- de verloven zonder behoud van wedde(toelage)voor een maximumduur van 6 werkdagen per jaar.

Als het personeelslid na het verstrijken van een ononderbroken periode van twee kalenderjaren terug in dienst treedt in het onderwijs, wordt hij aangeworven op basis van zijn bekwaamheidsbewijs (zie ook punt 2.1.).

2.2.1.3.2. Vrijwillige beëindiging door afstand van concordantie

Een tijdelijk personeelslid kan zijn concordantie beëindigen door vrijwillig afstand te doen van zijn concordantie.

Bij een nieuwe aanstelling of indiensttreding in een ambt van het ondersteunend personeel zal dan rekening gehouden worden met het bekwaamheidsbewijs van het personeelslid (zie punt 2.1.).

De vrijwillige afstand van concordantie is definitief en onomkeerbaar. Het personeelslid kan hier niet op terugkomen en kan dus in de toekomst geen gebruik meer maken van deze concordantie.

Het tijdelijk personeelslid dat vrijwillig afstand wenst te doen van zijn concordantie deelt dit via een aangetekende brief mee aan de inrichtende macht van de school waar hij is aangesteld.

De school stuurt vervolgens een formulier “Afstand concordantie ondersteunend personeel buitengewoon secundair onderwijs (Tijdelijke personeelsleden)” (bijlage 1) naar het bevoegde werkstation 32.

AANDACHT

De afstand van de concordantie is onomkeerbaar en gaat in op de eerste kalenderdag van de maand.

Afstand van concordantie kan een invloed hebben op de puntenwaarde van het betrokken personeelslid.

3. Praktische schikkingen

3.1. Inleiding

Op 1 september 2006 worden alle personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel van het buitengewoon secundair onderwijs geconcordeerd naar een ambt van het ondersteunend personeel. De school moet aan het bevoegde werkstation 32 een aantal documenten bezorgen.

3.2. Afstand door beëindiging concordantie ondersteunend personeel

3.2.1. Formulier “Afstand concordantie ondersteunend personeel buitengewoon secundair onderwijs (Tijdelijke personeelsleden” (bijlage 1)

TIJDELIJKE PERSONEELSLEDEN OP 30 JUNI 2006 AANGESTELD IN EEN VACANTE BETREKKING

Het tijdelijk personeelslid dat op 30 juni 2006 aangesteld is in een vacante betrekking van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel wordt in eerste instantie geconcordeerd naar een betrekking van het ondersteunend personeel met behoud van de weddenschaal die hij geniet op 30 juni 2006 en dit ongeacht zijnbekwaamheidsbewijs.

Deze concordantie kan echter vrijwillig beëindigd worden door afstand te doen van concordantie. Het personeelslid deelt de afstand van concordantie mee via een aangetekende brief aan de inrichtende macht waar hij is aangesteld. De afstand van concordantie is onomkeerbaar en gaat in op de eerste kalenderdag van de maand.

De school stuurt een formulier “Afstand van concordantie buitengewoon secundair onderwijs (Tijdelijke personeelsleden)” (bijlage 1), uiterlijk 1 maand na de ingangsdatum, naar werkstation 32.

Voorbeeld

Een studiemeester-opvoeder met een diploma HOLT is op 30 juni 2006 aangesteld in een vacante betrekking met weddenschaal 158. Volgens de concordantie dient hij op 1 september 2006 deze weddenschaal te behouden en wordt zijn betrekking geconcordeerd naar opvoeder met weddenschaal 158 en 82 punten. Hij doet op 1 september 2006 afstand van zijn concordantie op de wijze zoals hierboven uiteengezet. Op basis van zijn bekwaamheidsbewijs bekomt hij de weddenschaal 542.

Opmerking: zijn betrekking kost dan 120 punten i.p.v. 82 punten.

In te sturen document:

- formulier : “Afstand concordantie ondersteunend personeel buitengewoon secundair onderwijs” (bijlage 1)

Aandacht

Het formulier “Afstand concordantie ondersteunend personeel buitengewoon secundair onderwijs (Tijdelijke personeelsleden)” dient ondertekend te worden én door de afgevaardigde van de inrichtende macht of de algemeen directeur én door het betrokken personeelslid.

U vindt het formulier “Afstand concordantie ondersteunend personeel buitengewoon secundair onderwijs (Tijdelijke personeelsleden)” in bijlage bij deze omzendbrief (bijlage 1).

Aandacht:

De concordantie van een vast benoemd personeelslid kan worden gewijzigd door een herbenoeming in hetzelfde ambt met een hogere weddenschaal (mee te delen met een PERS 13/ PERS 14).

3.2.2. Bevordering van vastbenoemde personeelsleden

3.2.2.1. Formulieren PERS 13/PERS 14

Voor elk vastbenoemd personeelslid dat bevorderd wordt tot een hogereweddenschaal moet een Pers 13/Pers 14 worden ingestuurd.

Dit document vult u als volgt in:

U kruist aan: vaste benoeming

Ingangsdatum: de 1ste kalenderdag van de maand

Ambt: opvoeder of administratief medewerker met weddenschaal xxx (= de nieuwe weddenschaal)

Opdracht: 18/36 of 36/36

Totale opdracht waarvoor vast benoemd: 18/36 of 36/36

Aangezien het hier personeelsleden betreft die al vastbenoemd zijn, is een overzicht van vorige diensten niet noodzakelijk.

De uiterste indieningdatum is 1 jaar na de ingangsdatum.

Aangetekend te versturen

Aandacht

Een bevordering tot een hogere weddenschaal mag er niet toe leiden dat het volume van de vaste benoeming wordt uitgebreid.

4. Personeelsleden die overgaan van de categorieën van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel naar de categorie van het ondersteunend personeel: overgangsmaatregelen voor het bekwaamheidsbewijs en de weddenschaal

De voorwaarden inzake bekwaamheidsbewijs en de toegekende weddenschalen zijn verschillend voor de personeelsleden van het opvoedend hulp- en administratief personeel en voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel. Sommige personeelsleden komen in een ongunstigere situatie terecht wanneer ze overgaan van de oude naar de nieuwe categorie: ofwel geeft hun bekwaamheidsbewijs geen toegang tot het ambt van het ondersteunend personeel ofwel is hun weddenschaal lager dan voorheen.

Onder bepaalde voorwaarden kunnen personeelsleden hun vroegere rechten inzake weddenschaal en bekwaamheidsbewijs behouden via overgangsmaatregelen.

4.1. Wie heeft recht op overgangsmaatregelen?

Personeelsleden die in het bezit zijn van een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, organiek of bij overgangsmaatregel, in de categorie van het opvoedend hulppersoneel of van het administratief personeel, kunnen zich beroepen op overgangsmaatregelen als ze:

- ofwel uiterlijk op 31 augustus 2006 vast benoemd zijn in een ambt van het opvoedend hulppersoneel of van het administratief personeel in het buitengewoon secundair onderwijs;

- ofwel tijdelijk aangesteld waren of tijdelijk belast waren (via verlof TAO) met een opdracht in een wervingsambt van het opvoedend hulppersoneel of in een ambt van het administratief personeel in het buitengewoon secundair onderwijs in de loop van de schooljaren 2003-2004, 2004-2005 of 2005-2006.

4.2. Welke overgangsmaatregelen worden er toegekend?

Er worden overgangsmaatregelen toegekend voor het bekwaamheidsbewijs en/of voor de weddenschaal.

4.2.1. Overgangsmaatregel voor het bekwaamheidsbewijs

Personeelsleden die aangesteld of vast benoemd zijn in de ambten van het opvoedend hulppersoneel in het buitengewoon secundair onderwijs hebben geen overgangsmaatregelen nodig voor hun bekwaamheidsbewijs als zij op basis van het organieke stelsel werden bezoldigd, want de minimumvereiste in de categorie van het ondersteunend personeel is een diploma van het niveau secundair onderwijs.

Personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel die niet in het bezit zijn van een diploma van het niveau secundair onderwijs maar die reeds overgangsmaatregelen bezitten voor hun bekwaamheidsbewijs (volgens het BVR van 31 juli 1990), worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs bij overgangsmaatregel (OM/VO)in de categorie van het ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs.

Personeelsleden uit de categorie van het administratief personeel die niet in het bezit zijn van een diploma van het niveau secundair onderwijs, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs bij overgangsmaatregel (OM/VE)in de categorie van het ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs.

4.2.2. Overgangsmaatregel voor de weddenschaal

De personeelsleden die recht hebben op overgangsmaatregelen behouden hun oude weddenschaal als deze hoger is dan de organieke weddenschaal of als er organiek geen weddenschaal voorzien is voor hun bekwaamheidsbewijs.

4.3. Wanneer worden de overgangsmaatregelen toegekend?

De overgangsmaatregelen worden toegekend op 1 september 2006.

Ze gaan in:

a) Voor het bekwaamheidsbewijs

Op het ogenblik dat het personeelslid wordt aangesteld of vast benoemd in de categorie van het ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs.

b) Voor de weddenschaal

Op het ogenblik dat het personeelslid wordt aangesteld of vast benoemd in de categorie van het ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs of op het ogenblik dat de weddenschaal in het organieke stelsel ongunstiger wordt dan de weddenschaal die het zou gehad hebben in het vorige stelsel.

Voorbeeld

Een klerk is aangeworven met een diploma LSO. Hij krijgt weddenschaal 200.

In het nieuwe stelsel voldoet hij niet aan de voorwaarden inzake bekwaamheidsbewijs om te worden aangesteld in een ambt van het ondersteunend personeel en er is geen weddenschaal voorzien. Vermits hij recht heeft op overgangsmaatregelen, kan hij overgaan naar het ambt van ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs met behoud van de weddenschaal 200 en een OM/VE als bekwaamheidsbewijs.

4.4. Puntenwaarde bij overgangsmaatregelen

4.4.1. Het personeelslid wordt aangesteld in een vacante betrekking

Bij personeelsleden die overgangsmaatregelen voor het bekwaamheidsbewijs en/of de weddenschaal hebben, wordt bij het bepalen van hun puntenwaarde steeds rekening gehouden met de puntenwaarde die verbonden is aan de weddenschaal.

Voorbeeld

Een klerk is vast benoemd en heeft een diploma LSO. Om aangesteld te kunnen worden in het ambt van administratief medewerker in het buitengewoon secundair onderwijs heeft hij overgangsmaatregelen nodig voor zijn bekwaamheidsbewijs en weddenschaal.

Hoeveel kost hij in dit ambt?

Bij overgang naar het nieuwe ambt van administratief medewerker kost hij 63 punten. Dit personeelslid heeft een OM/VE en behoudt de weddenschaal die hij als klerk genoot.

4.4.2. Het personeelslid wordt aangesteld in een niet-vacante betrekking

De puntenwaarde wordt steeds bepaald door de titularis van de betrekking.

Voorbeeld

Een personeelslid is in het bezit van een diploma niveau HOLT.

Dit personeelslid wordt als vervanger aangesteld in een niet-vacante betrekking van opvoeder met diplomaniveau SO (63 punten).

Het personeelslid geniet tijdens de tijdelijke aanstelling de weddenschaal 542, maar de betrekking blijft 63 punten kosten.

4.5. Geldigheid van de overgangsmaatregelen

De overgangsmaatregelen zijn persoonsgebonden. Zij vervallen niet als het personeelslid van school verandert of bij een ambtswijziging.

Voor een vastbenoemd personeelslid vervallen de overgangsmaatregelen bij ontslag uit het onderwijs.

Voor een tijdelijk personeelslid vervallen de overgangsmaatregelen als het personeelslid gedurende een ononderbroken periode van twee kalenderjaren niet tewerkgesteld is in het onderwijs.

Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als een onderbreking beschouwd:

- de vakantieperioden;

- de militaire dienst en de perioden van wederoproeping;

- de ziekte- en bevallingsverloven;

- de borstvoedingsverloven;

- de verloven van korte duur met behoud van wedde(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;

- de loopbaanonderbreking;

- de verloven zonder behoud van wedde(toelage) voor een maximumduur van 6 werkdagen per schooljaar.

Voor verdere inlichtingen over het ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs kan u terecht op volgende telefoonnummers:

02/553 91 15

02/553 90 16

02/553 91 82

02/553 92 50

faxnummers:

02/553 90 75

02/553 92 65

Email-adres:

personeel.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be

5. Bijlagen