Politiek verlof

  • referentie
    PERS/2006/10
  • publicatiedatum
    20/12/2006
  • datum laatste wijziging
    20/12/2006
  • wettelijke basis
    Decreet van 28 april 1993 betreffende het onderwijs IV
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2007 betreffende de toekenning van een politiek verlof op verzoek van het personeelslid
  • opheffing
    Omzendbrief van 6 oktober 1994
  • contact
  • Politiek verlof wordt uitgebreid tot tijdelijke personeelsleden
  • Politiek verlof op verzoek kan nu ook voor sommige andere mandaten
  • De modaliteiten voor het politiek verlof op verzoek van het personeelslid zijn vastgelegd
  • Ingangsdatum: 1 september 2006
  • Deze mededeling moet aan alle personeelsleden worden voorgelegd

1. Inleiding

Vóór 1 september 2006

Bij de artikelen 29 tot en met 36 van het decreet van 28 april 1993 betreffende het onderwijs IV werd het politiek verlof ingevoerd voor de personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding. Het decreet voorzag al naargelang de aard van de politieke mandaten twee vormen van politiek verlof:

- het politiek verlof van ambtswege waaraan het personeelslid zich niet kan onttrekken;

- het politiek verlof op verzoek van het personeelslid, dat zowel voltijds als deeltijds kan worden genomen.

Vanaf 1 september 2006

- het politiek verlof van ambtswege en het politiek verlof op verzoek kan ook voor tijdelijke personeelsleden;

- het politiek verlof op verzoek wordt uitgebreid tot een aantal politieke mandaten: gemeenteraadslid, provincieraadslid, lid van het bureau van de raad voor maatschappelijk welzijn, lid van de raad voor maatschappelijk welzijn en lid van de districtsraad;

- deze nieuwe bepalingen gaan in op 1 september 2006.

In het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2007 worden de modaliteiten voor het politiek verlof op verzoek vastgelegd.

Deze omzendbrief vervangt, met ingang van 1 september 2006, de omzendbrief van 6 oktober 1994 m.b.t. politiek verlof.

Sommige bepalingen waren al eerder van toepassing maar omwille van de leesbaarheid worden alle bepalingen geïntegreerd in een nieuwe omzendbrief.

...

2. Voor wie geldt het politiek verlof?

Een politiek verlof wordt toegekend aan:

1° de leden van de inspectiedienst bedoeld in artikel 1, eerste lid, 3°, van de wet van 22 juni 1964 betreffende het statuut der personeelsleden van het Rijksonderwijs;

2° de personeelsleden bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

3° de personeelsleden bedoeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

4° de leden van de Onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap bedoeld in artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten;

5° de personeelsleden van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling bedoeld in artikel 9 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten;

6° de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten bedoeld in artikel 88 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten.

Opmerking

De bepalingen van deze omzendbrief zijn niet van toepassing op de personeelsleden van:

- het universitair onderwijs

- de instellingen voor hoger onderwijs

- de Hogere Zeevaartschool

Verdere informatie hierover vindt u op de website van het hoger onderwijs:

http://www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs/

3. Voor welke politieke mandaten kan een politiek verlof toegekend worden?

Een politiek verlof wordt toegekend voor de volgende politieke mandaten:

1° burgemeester, schepen of gemeenteraadslid;

2° voorzitter, lid van het bureau of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn;

3° lid van de bestendige deputatie of lid van de provincieraad;

4° voorzitter van een agglomeratie of van een federatie van gemeenten;

5° voorzitter, lid van het vast bureau van de districtsraad of lid van de districtsraad;

6° lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of van de Senaat;

7° lid van het Vlaams Parlement;

8° lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad;

9° lid van het Europees parlement;

10° lid van de federale Regering;

11° lid van de Vlaamse Regering of van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;

12° staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

13° lid van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

4. Politiek verlof van ambtswege

De politieke mandaten die hierna in punt 4.1 worden opgesomd, zijn niet cumuleerbaar met een opdracht in het onderwijs. Door het uitoefenen van deze politieke mandaten wordt het personeelslid, zonder dat het zich eraan kan onttrekken, met politiek verlof gezonden.

5. Voor welke politieke mandaten moet een politiek verlof van ambtswege worden toegekend?

Het personeelslid moet een politiek verlof van ambtswege opnemen voor de volgende mandaten:

1° burgemeester van een gemeente met meer dan 50000 inwoners;

2° schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente met meer dan 80000 inwoners;

3° lid van de bestendige deputatie van een provincieraad;

4° voorzitter van een agglomeratie of van een federatie van gemeenten;

5° lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of van de Senaat;

6° lid van het Vlaams Parlement;

7° lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad;

8° lid van het Europees parlement;

9° lid van de federale regering;

10° lid van de Vlaamse Regering of van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;

11° staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

12° lid van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

5.1. Bepaling van het aantal inwoners

Voor de toepassing van punt 4.1, 1° en 2°, wordt het aantal inwoners bepaald overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005.

5.2. Voorwaarden

De voornoemde personeelsleden worden met politiek verlof gezonden indien zij:

- ofwel vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten zijn;

- ofwel als tijdelijk personeelslid aangesteld zijn. Voor tijdelijke aangestelde personeelsleden geldt dit recht enkel voor zover het verlof binnen hun aanstellingsperiode valt.

- een politiek mandaat uitoefenen, zoals vermeld in punt 4.1.

5.3. Verplichting

Voor de uitoefening van één van de hiervoor vermelde mandaten is er geen toestemming vereist van de inrichtende macht of het schoolbestuur.

5.4. Aanvang

Het politiek verlof van ambtswege vangt aan op de datum van de eedaflegging.

5.5. Volume

Het politiek verlof van ambtswege geldt voor elke opdracht in elke instelling, centrum of dienst.

5.6. Duur

Het politiek verlof is onbeperkt in duur maar is uiteraard gekoppeld aan de uitoefening van het politiek mandaat.

5.7. Einde

Het politiek verlof eindigtuiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op die waarin het mandaat een einde neemt.

5.8. Administratieve en geldelijke toestand tijdens het politiek verlof van ambtswege

Gedurende de perioden van politiek verlof van ambtswege bevindt het personeelslid zich in de stand non-activiteit.

Het personeelslid heeft tijdens deze perioden geen recht op wedde of weddentoelage. Het behoudt echter zijn rechten op bevordering tot een hogere wedde of weddentoelage.

Tijdens de perioden van politiek verlof blijft het personeelslid titularis van de betrekking(en) waarin het vast benoemd is of tot de proeftijd toegelaten. Met dit personeelslid dient dus rekening te worden gehouden bij het toepassen van de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.

Tijdens de periode van politiek verlof blijft het personeelslid aangesteld.

De perioden van politiek verlof komen niet in aanmerking voor de ambts- en dienstanciënniteit.

5.9. Toestand na het beëindigen van het politiek verlof van ambtswege

Het personeelslid van wie het politiek verlof een einde neemt, komt opnieuw als vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten personeelslid in dienst. Indien deze betrekking tijdens zijn politiek verlof niet meer bestaat, wordt toepassing gemaakt van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992.

Het personeelslid mag na zijn wederindiensttreding in het onderwijs of in centrum voor leerlingenbegeleiding zijn wedde/weddentoelage of zijn wachtgeld/wachtgeldtoelage niet cumuleren met voordelen die verbonden zijn aan de uitoefening van een politiek mandaat en die een wederaanpassingsvergoeding uitmaken.

Onder wederaanpassingsvergoeding dient ook te worden verstaan de uittredingsvergoeding die aan een uittredend parlementslid kan worden toegekend. Deze vergoeding kan niet gecumuleerd worden met de wedde/weddentoelage of wachtgeld/wachtgeldtoelage van het personeelslid van het onderwijs of van de centra voor leerlingenbegeleiding.

Tijdelijke personeelsleden van wie het mandaat een einde neemt, komen opnieuw als tijdelijk personeelslid in dienst en nemen de betrekking in waarvoor zij verlof hadden genomen, voor zover de betrekking nog wordt ingericht.

Op verzoek van het betrokken personeelslid kan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs toestaan de hervatting van de opdracht gedurende een periode van maximum één jaar uit te stellen.

Tijdens deze periode bevindt het personeelslid zich in de stand non-activiteit. Het personeelslid heeft tijdens deze periode geen recht op wedde of weddentoelage. Het behoudt echter zijn rechten op bevordering tot een hogere wedde of weddentoelage.

5.10. Te vervullen formaliteiten

5.10.1. Aanvang van het politiek verlof van ambtswege

De aanvangsdatum van het politiek verlof dient zo spoedig mogelijk aan het bevoegde werkstation meegedeeld te worden door middel van een RL-2 voor elektronisch werkende scholen of het document PERS 3 voor niet-elektronisch werkende onderwijsinstellingen.

Begindatum : = datum van de eedaflegging.

Verantwoordingsstuk : de ingangsdatum van het politiek verlof moet door het betrokken personeelslid schriftelijk aan zijn inrichtende macht worden meegedeeld.

5.10.2. Einde van het politiek verlof van ambtswege

Wanneer het politiek verlof een einde neemt, dient de exacte einddatum van de dienstonderbreking voor elektronisch werkende scholen met een RL-2 aan het bevoegde werkstation te worden meegedeeld.

Voor niet-elektronisch werkende scholen moet de einddatum van het politiek verlof met een document PERS 3 aan het bevoegde werkstation te worden meegedeeld.

5.10.3. Uitstel van de hervatting van de opdracht na het politiek verlof van ambtswege

Op verzoek van het betrokken personeelslid kan de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs, toestaan om de hervatting van de opdracht gedurende de periode van maximaal één jaar uit te stellen. Wanneer het uitstel van hervatting toegestaan wordt, dienen volgende formaliteiten vervuld te worden :

Einde van het politiek verlof

De exacte einddatum van het politiek verlof dient aan het bevoegde werkstation gemeld te worden met een RL-2 voor elektronische scholen en d.m.v. een document PERS 3 voor niet-elektronisch werkende scholen.

Begin van de periode van uitstel van de hervatting

De exacte begindatum van de periode van uitstel dient aan het bevoegde werkstation gemeld te worden met een een RL-2 voor elektronische scholen en d.m.v. een document PERS 3 voor niet-elektronisch werkende scholen.

Deze begindatum is de eerste dag volgend op de einddatum van het politiek verlof; de periode van uitstel sluit dus ononderbroken aan bij het politiek verlof.

Einde van de periode van uitstel van hervatting

De exacte einddatum van deze periode dient ook aan het bevoegde werkstation gemeld te worden met een RL-2 voor elektronische scholen en d.m.v. een document PERS 3 voor niet-elektronisch werkende scholen.

5.10.4. Voorbeelden bij elektronische communicatie

Voltijds politiek verlof

Een voltijds politiek verlof is een persoonsgebonden dienstonderbreking die wordt opgezonden via een RL-2 met stuurcode 23136.

Voorbeeld :

Een personeelslid neemt een voltijds politiek verlof van 1-9-2006 tot 31-8-2007.

Dit wordt opgezonden als volgt :

RL-2 voltijds politiek verlof met stuurcode 23136 (melding voltijds politiek verlof persoonsgebonden) met begindatum 1-9-2006 en einddatum 31-8-2007.

De dienstonderbreking 136 wordt dus via RL-2 onafhankelijk van de opdracht opgezonden.

Uitstel van hervatting van de opdracht na een voltijds politiek verlof

Een uitstel van hervatting van de opdracht na een voltijds politiek verlof is een persoonsgebonden dienstonderbreking die wordt opgezonden via een RL-2 met stuurcode 23137.

Voorbeeld

Een personeelslid heeft een voltijds politiek verlof van 1-9-2006 tot 31-8-2007 genomen. Nadien heeft het personeelslid van de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs een toelating verkregen om de hervatting van de opdracht met één jaar uit te stellen.

Dit wordt opgezonden als volgt:

Rl-2 voltijds politiek verlof met stuurcode 23136 (melding voltijds politiek verlof persoonsgebonden) met begindatum 1-9-2006 en einddatum 31-8-2007.

RL-2 uitstel hervatting na voltijds politiek verlof met stuurcode 23137 (melding uitstel hervatting na voltijds politiek verlof) met begindatum 1-9-2007 en einddatum 31-8-2008.

De dienstonderbreking 137 wordt dus via RL-2 onafhankelijk van de opdracht opgezonden.

6. Politiek verlof op verzoek van het personeelslid

6.1. Welke politieke mandaten geven recht op een politiek verlof op verzoek?

Het personeelslid heeft recht op een politiek verlof op verzoek indien het één van de hierna vermelde politieke mandaten uitoefent:

1° burgemeester van een gemeente tot en met 50000 inwoners;

2° schepen van een gemeente tot en met 80000 inwoners;

3° gemeenteraadslid;

4° voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente tot en met 80000 inwoners;

5° lid van het bureau of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn;

6° provincieraadslid;

7° voorzitter, lid van het vast bureau van de districtsraad of lid van de districtsraad.

6.2. Bepaling van het aantal inwoners

Voor de toepassing van punt 5., 1° en 2°, wordt het aantal inwoners bepaald overeenkomstig de bepalingen van de artikel 5 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005.

6.3. Recht

Het personeelslid heeft recht op een voltijds of deeltijds politiek verlof. Het heeft eveneens het recht om het volume ervan te bepalen. Er is geen toestemming vereist van de inrichtende macht of het schoolbestuur.

6.4. Voorwaarden

Zowel voor voltijds als voor deeltijds politiek verlof

De voornoemde personeelsleden hebben recht op een voltijds of deeltijds politiek verlof indien zij :

- ofwel vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten zijn;

- ofwel als tijdelijk personeelslid aangesteld zijn. Voor tijdelijk aangestelde personeelsleden geldt dit recht enkel voor zover het verlof binnen hun aanstellingsperiode valt;

- een politiek mandaat uitoefenen zoals bedoeld in punt 5.1.;

- tijdens het politiek verlof geen vervangende winstgevende activiteit uitoefenen:

- in een onderwijsinstelling, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;

- in een centrum voor leerlingenbegeleiding, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;

- als personeelslid van: de onderwijsinspectie, de pedagogische begeleidingsdiensten, de dienst voor onderwijsontwikkeling, de pedagogische begeleidingsdiensten of een hogeschool.

Bijkomende voorwaarde voor personeelsleden die een deeltijds politiek verlof uitoefenen

- wekelijkseprestaties blijven verrichtendieten minsteeen volledige prestatie-eenheid bedragen of wat de centra voor leerlingenbegeleiding betreft wekelijkse prestaties blijven verrichten die ten minste 10 % van een volledige opdracht bedragen; de nog te verrichten prestaties moeten steeds afgerond worden, naargelang van het geval, tot een volledig lesuur of tot een volledig uur.

LET OPEen personeelslid dat aangesteld is in een selectie- of bevorderingsambt en dat deeltijds politiek verlof neemt, moet wekelijks prestaties blijven verrichten voor minimaal de helft van het volume van een voltijdse opdracht, tenzij met de inrichtende macht of het schoolbestuur anders wordt overeengekomen.

Voor het bepalen van de wekelijkse prestaties die moeten verricht blijven worden eveneens in aanmerking genomen :

1° de prestaties verstrekt door personeelsleden met verlof wegens bijzondere opdracht of verlof wegens opdracht, zoals bedoeld in artikel 51 quater, §2 en §3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 77 quater, §2 en §3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;

2° de prestaties verstrekt door de personeelsleden met verlof wegens vakbondsopdracht, zoals bedoeld in artikel 17 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en artikel 77 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;

3° de prestaties verstrekt in het kader van de begeleiding en ondersteuning van de scholen en de centra voor leerlingenbegeleiding bij de implementatie van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I, zoals bedoeld in artikel VI.21 van dit decreet;

4° de prestaties verstrekt ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen, zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;

5° de prestaties verstrekt door de personeelsleden met verlof, zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 november 1980 betreffende het verlof toegekend aan bepaalde, ter beschikking van de Koning gestelde personeelsleden van de Rijksdiensten;

6° de prestaties verstrekt door personeelsleden in een ministerieel kabinet van een lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering, zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;

7° de prestaties verstrekt door personeelsleden als adviseur en/of uitvoerend personeelslid door een regeringslid ter beschikking gesteld van zijn voorganger, zoals bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken;

8° de prestaties verstrekt door een personeelslid ter ondersteuning van het college van commissarissen van de Vlaamse Regering bij de hogescholen, zoals bedoeld in artikel 245, §2 van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap.”.

9° de prestaties verstrekt door de personeelsleden met verlof zoals bedoeld in artikel 166, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;

10° de prestaties verstrekt door de personeelsleden met verlof zoals bedoeld in artikel 53 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van de onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

11° de prestaties verstrekt door de personeelsleden met verlof zoals bedoeld in artikel 156 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs;

12° de prestaties verstrekt door personeelsleden belast met een opdracht aan een hogeschool, zoals bedoeld in artikel 2, 39° van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap.

Let op

Indien een personeelslid gelijktijdig aangesteld is in het hoger onderwijs en in één of meerdere andere onderwijsniveaus, worden de prestaties in een hogeschool eveneens als wekelijkse prestaties beschouwd.

6.5. Aanvang

Het politiek verlof op verzoek van het personeelslid vangt aan op welbepaalde data of op een datum overeengekomen met de inrichtende macht of het schoolbestuur.

Het kan uiteraard nooit ingaan vóór de eedaflegging.

6.5.1. Vastgelegde data

Het personeelslid heeft het recht om zijn politiek verlof aan te vangen op de datum van de eedaflegging, 1 september, 1 oktober, 1 januari of 1 april.

Het personeelslid dat gebruik maakt van het recht op politiek verlof, stelt uiterlijk 15 dagen vóór de aanvang ervan, de inrichtende macht of het schoolbestuur in kennis van deze beslissing en van het volume wekelijkse prestaties waarvoor het politiek verlof wordt gevraagd. Dit geldt voor de politieke verloven die ingaan na 1 februari 2007.

6.5.2. Andere datum

Het personeelslid kan het politiek verlof ook op een andere datum aanvatten. Deze datum wordt overeengekomen met de inrichtende macht of het schoolbestuur.

6.6. Volume van het politiek verlof op verzoek

6.6.1. Bij aanvang van het politiek verlof op verzoek

Het personeelslid heeft de keuze tussen een voltijds politiek verlof of een deeltijds politiek verlof.

Voltijds politiek verlof op verzoek

Het personeelslid neemt een politiek verlof voor elke opdracht in elke instelling, centrum of dienst.

Voorbeeld

Een personeelslid is aangesteld als vastbenoemd onderwijzer voor 20/24. Het wenst geen onderwijsopdracht meer uit te oefenen voor de periode vanaf 1 januari 2007.

Het personeelslid neemt een voltijds politiek verlof op ten bedrage van 20/24.

Deeltijds politiek verlof op verzoek

Het personeelslid legt het volume van zijn politiek verlof vast. Naast het politiek verlof heeft het personeelslid nog een gedeeltelijke onderwijsopdracht die niet lager mag zijn dan één prestatie-eenheid of 10% van een volledige opdracht in een centrum voor leerlingenbegeleiding.

Voorbeeld

Een, personeelslid oefent een volledige onderwijsopdracht uit van 20 uur. Het personeelslid kan een politiek verlof nemen van 1 tot 19 uur.

Voorbeeld

Een personeelslid fungeert 12/20 in het secundair onderwijs en 40 % in het hoger onderwijs.

Het personeelslid wil een politiek verlof opnemen en wenst hierbij geen prestaties meer te leveren in het secundair onderwijs.

Het personeelslid heeft het recht om een politiek verlof op te nemen voor 12/20 in het secundair onderwijs.

6.6.2. Wijziging van het volume van het politiek verlof op verzoek

Een personeelslid heeft enkel het recht om het volume van het politiek verlof te wijzigen op 1 september.

Het personeelslid deelt deze wijziging uiterlijk op 30 juni mee aan de inrichtende macht of het schoolbestuur.

6.7. Duur

Het politiek verlof is niet beperkt in de tijd maar is uiteraard gekoppeld aan de uitoefening van een politiek mandaat.

6.8. Einde van het politiek verlof op verzoek

6.8.1. Einde van het mandaat

Het politiek verlof eindigt uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op die waarin het mandaat een einde neemt.

6.8.2. Voortijdige beëindiging van het politiek verlof op verzoek

Het personeelslid kan het politiek verlof ook beëindigen op 31 augustus. Daartoe stelt het uiterlijk op 30 juni, voorafgaand aan de datum van beëindiging, het schoolbestuur of de inrichtende macht hiervan in kennis.

6.8.3. Einde van de tijdelijke aanstelling

Voor een tijdelijk personeelslid eindigt het politiek verlof als de tijdelijke aanstelling eindigt.

6.9. Administratieve en geldelijke toestand tijdens het politiek verlof op verzoek

Gedurende de perioden van politiek verlof op verzoek van het personeelslid bevindt het personeelslid zich in de stand non-activiteit voor het volume van het politiek verlof.

Het personeelslid heeft voor deze perioden en voor het volume van het politiek verlof geen recht op wedde of weddentoelage. Het behoudt echter zijn rechten op bevordering tot een hogere wedde of weddentoelage.

Het personeelslid dat zijn onderwijsopdracht gedeeltelijk onderbreekt, heeft uiteraard recht op een salaris of salaristoelage voor de nog uitgeoefende onderwijsopdracht.

Tijdens de perioden van politiek verlof blijft het personeelslid titularis van de betrekking(en) waarin het vast benoemd is of tot de proeftijd toegelaten. Met dit personeelslid dient dus rekening te worden gehouden bij het toepassen van de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.

Tijdens de periode van politiek verlof blijft het personeelslid aangesteld.

Bij een voltijds politiek verlof komen deze perioden niet in aanmerking voor de opbouw van de ambts- en dienstanciënniteit.

Bij een gedeeltelijk politiek verlof komt de nog uitgeoefende onderwijsopdracht uiteraard in aanmerking voor de opbouw van de ambts- en dienstanciënniteit.

Opgelet

Het verlof wegens ziekte of gebrekkigheid met inbegrip van arbeidsongevallen, van ongevallen op weg naar het werk en naar huis, van beroepsziekten, de terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid, het verlof wegens een bedreiging door een beroepsziekte en het verlof wegens moederschapsbescherming maken geen einde aan het politiek verlof.

Het wachtgeld of de wachtgeldtoelage bij terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid wordt vastgesteld op basis van de laatste activiteitswedde of activiteitsweddetoelage.

6.10. Uitzonderingsmaatregel: opschorting van het politiek verlof op verzoek van het personeelslid

Het politiek verlof is een recht. Sommige andere dienstonderbrekingen zijn eveneens een recht en kunnen door het schoolbestuur of de inrichtende macht niet worden geweigerd. Enkele voorbeelden: ouderschapsverlof, palliatief verlof in het kader van de loopbaanonderbreking, bevallingsverlof... Enkel indien het personeelslid het recht wil opeisen op een dergelijke dienstonderbreking, wordt het politiek verlof op verzoek opgeschort. Na de beëindiging van deze dienstonderbreking loopt het politiek verlof verder.

Voorbeeld

Een personeelslid is aangesteld als leraar voor 20 uren. Vanaf 1 januari 2007 neemt het een politiek verlof op van 12/20 voor de uitoefening van het mandaat van schepen.

Vanaf 15 september 2007 tot 14 oktober 2007 wil het personeelslid een voltijds palliatief verlof in het kader van de loopbaanonderbreking opnemen.

Het politiek verlof wordt geschorst van 15 september 2007 tot en met 14 oktober 2007.

6.11. Toestand na het beëindigen van het politiek verlof op verzoek

Het personeelslid van wie het politiek verlof een einde neemt, komt opnieuw als vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten personeelslid in dienst. Indien deze betrekking tijdens zijn politiek verlof niet meer bestaat, wordt toepassing gemaakt van het voormeld besluit van 29 april 1992.

Het personeelslid mag na zijn wederindiensttreding in het onderwijs of in het centrum voor leerlingenbegeleiding zijn wedde/weddentoelage, zijn wachtgeld/wachtgeldtoelage niet cumuleren met voordelen die verbonden zijn aan de uitoefening van een politiek mandaat en die een wederaanpassingsvergoeding uitmaken.

Onder wederaanpassingsvergoeding dient ook te worden verstaan de uittredingsvergoeding die aan een uittredend parlementslid kan worden toegekend. Deze vergoeding kan niet gecumuleerd worden met de wedde/weddentoelage of wachtgeld/wachtgeldtoelage van een personeelslid van het onderwijs of van de centra voor leerlingenbegeleiding.

Tijdelijke personeelsleden van wie het mandaat een einde neemt, komen opnieuw als tijdelijk personeelslid in dienst en nemen de betrekking in waarvoor zij verlof hadden genomen, voor zover de betrekking nog wordt ingericht.

Op verzoek van het betrokken personeelslid kan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs toestaan de hervatting van de opdracht gedurende een periode van maximum één jaar uit te stellen.

Tijdens deze periode bevindt het personeelslid zich in de stand non-activiteit. Het personeelslid heeft tijdens deze periode geen recht op wedde of weddentoelage of wachtgeld/wachtgeldtoelage. Het behoudt echter zijn rechten op bevordering tot een hogere wedde of weddentoelage.

6.12. Regularisatie

Personeelsleden die een ander verlofstelsel hebben doorgestuurd naar het werkstation om hun dienstonderbreking te melden, doch op 1 september 2006 onder de voorwaarden zouden verkeren om deze dienstonderbreking om te zetten in een politiek verlof op verzoek, krijgen de mogelijkheid om deze toestand met terugwerkende kracht te regulariseren. Zij kunnen vanaf 1 september 2006 het recht op een politiek verlof opeisen conform de modaliteiten van deze omzendbrief. Er moet een aangepaste zending naar het werkstation worden doorgestuurd.

6.13. Te vervullen formaliteiten

6.13.1. Aanvang van het politiek verlof op verzoek

De aanvangsdatum van het politiek verlof dient zo spoedig mogelijk aan het bevoegde werkstation meegedeeld te worden door middel van een RL-1 (deeltijds politiek verlof) of RL-2 (voltijds politiek verlof) voor elektronisch werkende scholen en d.m.v. een document PERS 2 (deeltijds politiek verlof) of een document PERS 3 (voltijds politiek verlof) voor niet-elektronisch werkende onderwijsinstellingen.

Verantwoordingsstuk : het personeelslid dat politiek verlof op verzoek wenst te nemen, dient dit schriftelijk aan zijn inrichtende macht of schoolbestuur te vragen.

6.13.2. Einde van het politiek verlof op verzoek

Wanneer het politiek verlof een einde neemt, dient de exacte einddatum van de dienstonderbreking voor elektronisch werkende scholen met een RL-1 (deeltijds politiek verlof) of een RL-2 (voltijds politiek verlof) aan het bevoegde werkstation te worden meegedeeld.

Voor niet-elektronisch werkende scholen moet de einddatum van het politiek verlof met een document PERS 2 (deeltijds politiek verlof) of een document PERS 3 (voltijds politiek verlof) aan het bevoegde werkstation worden meegedeeld.

6.13.3. Uitstel van de hervatting van de opdracht na het politiek verlof op verzoek

Op verzoek van het betrokken personeelslid kan de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs, toestaan om de hervatting van de opdracht gedurende de periode van maximaal één jaar uit te stellen. Wanneer het uitstel van hervatting toegestaan wordt dienen volgende formaliteiten te worden vervuld:

Einde van het politiek verlof

De exacte einddatum van het politiek verlof dient aan het bevoegde werkstation gemeld te worden met een RL-1 (deeltijds politiek verlof) of een RL-2 (voltijds politiek verlof) voor elektronische scholen en d.m.v. een document PERS 2 (deeltijds politiek verlof) of een document PERS 3 (voltijds politiek verlof) voor niet-elektronisch werkende scholen.

Begin van de periode van uitstel van de hervatting

De exacte begindatum van de periode van uitstel dient aan het bevoegde werkstation gemeld te worden met een RL-1 (uitstel hervatting na deeltijds politiek verlof) of met een RL-2 (uitstel hervatting na voltijds politiek verlof) voor elektronische scholen en d.m.v. een document PERS 2 (deeltijds politiek verlof) of een document PERS 3 (voltijds politiek verlof) voor niet-elektronisch werkende scholen.

Deze begindatum is de eerste dag volgend op de einddatum van het politiek verlof; de periode van uitstel sluit dus ononderbroken aan bij het politiek verlof. Het volume stemt overeen met het volume politiek verlof op het einde van het mandaat.

Einde van de periode van uitstel van hervatting

De exacte einddatum van deze periode dient ook aan het bevoegde werkstation gemeld te worden met een RL-1 (uitstel hervatting na deeltijds politiek verlof) of met een RL-2 (uitstel hervatting na voltijds politiek verlof) voor elektronische scholen en door middel van een document PERS 2 (deeltijds politiek verlof) of een document PERS 3 (voltijds politiek verlof) voor niet-elektronisch werkende scholen.

6.13.4. Voorbeelden bij elektronische communicatie

Voor een voltijds politiek verlof op verzoek

Een voltijds politiek verlof is een persoonsgebonden dienstonderbreking die wordt opgezonden via een RL-2 met stuurcode 23136.

Voorbeeld :

Een personeelslid neemt een voltijds politiek verlof van 1-9-2006 tot 31-8-2007.

Dit wordt opgezonden als volgt :

RL-2 voltijds politiek verlof met stuurcode 23136 (melding voltijds politiek verlof persoonsgebonden) met begindatum 1-9-2006 en einddatum 31-8-2007.

De dienstonderbreking 136 wordt dus via RL-2 onafhankelijk van de opdracht opgezonden.

Voor een deeltijds politiek verlof op verzoek :

Een deeltijds politiek verlof is een opdrachtgebonden dienstonderbreking die samen met de opdracht wordt opgezonden via een RL-1 met als code van de dienstonderbreking 049.

Voorbeeld :

Een voltijds vastbenoemd onderwijzer neemt een deeltijds politiek verlof van 1-9-2006 tot 31-8-2007.

Dit wordt opgezonden als volgt :

RL-1 met als geldigheidsdatum 1-9-2006 en als einddatum van de opdracht 31-12-4444 (oneindig) ambt onderwijzer ato 4 voor 24 u waarvan 12 u dienstonderbreking 049 met als einddatum van de dienstonderbreking 31-8-2007.

De dienstonderbreking 049 wordt dus steeds samen met de opdracht opgezonden.

Het aantal uren en de einddatum van het deeltijds politiek verlof zijn verplicht in te vullen velden van de RL-1. Het deeltijds politiek verlof eindigt op de opgegeven einddatum (31-8-2007). De opdracht loopt gewoon door.

Voor een uitstel van hervatting van de opdracht na een voltijds politiek verlof

Een uitstel van hervatting van de opdracht na een voltijds politiek verlof is een persoonsgebonden dienstonderbreking die wordt opgezonden via een RL-2 met stuurcode 23137.

Voorbeeld:

Een personeelslid heeft een voltijds politiek verlof van 1-9-2006 tot 31-8-2007 genomen.

Nadien heeft het personeelslid van de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs een toelating verkregen om de hervatting van de opdracht met één jaar uit te stellen.

Dit wordt opgezonden als volgt:

RL-2 voltijds politiek verlof met stuurcode 23136 (melding voltijds politiek verlof persoonsgebonden) met begindatum 1-9-2006 en einddatum 31-8-2007.

RL-2 uitstel hervatting na politiek verlof met stuurcode 23137 (melding uitstel hervatting na voltijds politiek verlof) met begindatum 1-9-2007 en einddatum 31-8-2008.

De dienstonderbreking 137 wordt dus via RL-2 onafhankelijk van de opdracht opgezonden.

Voor een uitstel van hervatting van de opdracht na een deeltijds politiek verlof

Een uitstel van hervatting van de opdracht na een deeltijds politiek verlof is een opdrachtgebonden dienstonderbreking die wordt opgezonden via een RL-1 met de opdrachtgebonden dienstonderbrekingscode 138.

Voorbeeld:

Een personeelslid heeft een deeltijds politiek verlof van 1-9-2006 tot 31-8-2007 genomen.

Nadien heeft het personeelslid van de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs een toelating verkregen om de hervatting van de opdracht met één jaar uit te stellen.

Dit wordt opgezonden als volgt:

Op geldigheidsdatum 1-9-2006:

RL-1 met als geldigheidsdatum 1-9-2006 en als einddatum van de opdracht 31-12-4444 (oneindig) ambt onderwijzer ato 4 voor 24 u waarvan 12 u dienstonderbreking 049 met als einddatum van de dienstonderbreking 31-8-2007.

Op geldigheidsdatum 1-9-2007:

RL-1 met als geldigheidsdatum 1-9-2007 en als einddatum van de opdracht 31-12-4444 (oneindig) ambt onderwijzer ato 4 voor 24 u waarvan 12 u dienstonderbreking 138 met als einddatum van de dienstonderbreking 31-8-2008.

De dienstonderbreking 138 wordt dus steeds samen met de opdracht opgezonden.

Het aantal uren en de einddatum van het uitstel hervatting na een deeltijds politiek verlof zijn verplicht in te vullen velden van de RL-1. Het uitstel hervatting na een deeltijds politiek verlof eindigt op de opgegeven einddatum (31-8-2008). De opdracht loopt gewoon door.