Maatregelen ter stimulering van de participatie van kleuters aan het onderwijs

  • Deelname aan het kleuteronderwijs is voor àlle kinderen van groot belang, zeker voor kinderen die omwille van hun thuissituatie minder kansen hebben
  • Om de deelname aan het kleuteronderwijs te verhogen is in 2007 een impulsplan met diverse assen uitgewerkt, waarvan de maatregelen ook verder lopen nà het schooljaar 2007-2008. Deze omzendbrief geeft het algemene kader van dit plan, alsook een beknopte toelichting bij elk van deze assen
  • Vanaf 1 september 2012 treedt het nieuwe omkaderingssysteem in het gewoon basisonderwijs en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten in voege (omkaderingssysteem deels op socio-economische leerlingenkenmerken gebaseerd, waarbij het kleuteronderwijs gelijkwaardig omkaderd wordt als het lager onderwijs).
  • Om deze doelstellingen te realiseren is het bestaande omkaderingsmechanisme hervormd. Deze hervorming heeft tot gevolg dat een aantal van de huidige omkaderingsparameters gewijzigd, afgeschaft of geobjectiveerd zijn.
  • Om dit nieuwe omkaderingssysteem te realiseren wordt er 52,7 miljoen euro extra in het basisonderwijs geïnvesteerd.

1. Waarom zijn maatregelen ter stimulering van de participatie aan het kleuteronderwijs nodig?

Het Vlaams kleuteronderwijs is van een zeer goede kwaliteit. Dit wordt bevestigd door internationale instanties, zoals de OESO. De deelname van kleuters aan het onderwijs is in Vlaanderen, in vergelijking met andere landen, ook zeer hoog.

Toch blijft er een groep kinderen die niet aan het kleuteronderwijs participeert: sommige kinderen zijn niet in een kleuterschool ingeschreven, anderen zijn dat wel maar lopen niet regelmatig school. Vaak gaat het om kansarme kinderen en/of allochtone kinderen die ook niet bereikt werden door voorschoolse opvangvoorzieningen. Juist deze kinderen hebben vaak extra nood aan de pedagogische stimulansen die het onderwijs biedt.

Heel wat leerplichtigen lopen van bij het begin van het lager onderwijs achterstand op. Onderzoek toont aan dat zo vroeg mogelijk intensieve begeleiding in een georganiseerde structuur vooral voor de sociaal zwakkeren belangrijke positieve effecten heeft, en het risico op achterstand en de achterstand zelf verkleinen.

Om deze reden is een verhoging van de kleuterparticipatie zeer belangrijk en een prioriteit in het kader van gelijke kansen.

2. Een impulsplan met verschillende assen

In het huidig reglementair kader waarbij de leerplicht op 6 jaar start, sturen ouders hun kind tussen 2,5 en 6 jaar op volledig vrijwillige basis naar school. Om ouders hiertoe te stimuleren is een impulsplan uitgewerkt, dat incentives naar ouders én naar scholen bevat.

In combinatie met elkaar en met de medewerking vanuit verschillende sectoren kunnen deze diverse assen het gewenste effect - de feitelijke participatie van kleuters aan het onderwijs - bewerkstellingen.

2.1. Een efficiënte gegevensverzameling

Om doelgericht actie te kunnen ondernemen, moet gekend zijn welke kleuters niet in het onderwijs ingeschreven zijn. Aan de hand van een vergelijking tussen de inschrijvingen die scholen doorgeven enerzijds en het rijksregister anderzijds, kan een nominatieve lijst van niet-ingeschreven kleuters bekomen worden. Het departement Onderwijs heeft van de Commissie ter Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer toestemming gekregen om deze lijst aan Kind en Gezin door te geven. Op die manier kan Kind en Gezinmeewerken aan acties naar de ouders van deze niet-ingeschreven kleuters.Kind en Gezin kan bij deze ouders peilen naar de reden van niet-inschrijving. Deze informatie wordt teruggekoppeld naar de Lokale Overlegplatforms, of - in gemeenten waar er geen LOP is - naar de gemeenten, waar er met respect voor de privacy van de betrokken ouders verdere stappen kunnen ondernomen worden.

2.2. Een betere ondersteuning van de kleuterschool

Heel wat scholen doen inspanningen om kleuters naar de school te krijgen, d.m.v. informatie die ze verstrekken via kranten, de huisbezoeken die afgelegd worden, ...

Toch ontsnappen bepaalde groepen kinderen aan deze acties. Dit komt enerzijds doordat scholen de niet-ingeschreven kinderen niet altijd kennen.

Anderzijds merken we dat nog niet alle scholen inspanningen doen om de ingeschreven kleuters dagelijks naar school te laten komen.

Om hieraan verder te verhelpen, zijn er sinds het schooljaar 2007-2008 vier concrete maatregelen:

2.2.1. Instaplestijden.

  • Vanaf 1 september 2012 treedt, met het oog op de invoering van een deels op socio-economische leerlingenkenmerken gebaseerd omkaderingssysteem, waarbij het kleuteronderwijs evenwaardig omkaderd wordt als het lager onderwijs, het nieuwe omkaderingssysteem in het gewoon basisonderwijs in voege.
  • De instaplestijden tot en met de eerste schooldag van februari worden vanaf 1 september 2012 voor het gewoon basisonderwijs geïntegreerd in het nieuwe omkaderingssysteem. Vanaf de eerste schooldag na de krokusvakantie kunnen nog steeds instaplestijden toegekend worden.
  • Meer informatie over het nieuwe omkaderingssysteem in het gewoon basisonderwijs en de instaplestijden is terug te vinden in punt 3.1.6 van de omzendbrief “personeelsformatie scholen in het gewoon basisonderwijs”.

2.2.2. Zorg voor kleuterparticipatie

In het schooljaar 2007-2008 werd aan alle scholengemeenschappen een extra puntenenveloppe zorg toegekend (zorg+). Vanaf het schooljaar 2008-2009 worden deze zorg+-uren een onderdeel van de geïntegreerde zorgenveloppe.

Het blijft evenwel de bedoeling dat de scholengemeenschappen een actief en geïntegreerd beleid uitwerken in het kader van kleuterparticipatie en dat er binnen de scholengemeenschap één aanspreekpunt is rond dit thema. Deze persoon is tevens contactpersoon voor externe organisties zoals Kind en Gezin, het CLB, het LOP, het lokale bestuur, ... enz.

Een geïntegreerd beleid in het kader van kleuterparticipatie omvat meerdere aspecten zoals:

- alert zijn voor (veelvuldige) afwezigheid van kleuters;

- acties plannen om kleuters die onregelmatig schoollopen beter te kunnen opvolgen en begeleiden;

- contacten leggen met ouders van (veelvuldig) afwezige kleuters;

- creatieve initiatieven ontwikkelen om de kleuterparticipatie te verhogen en de ouderbetrokkenheid te versterken;

- informatie verzamelen over de doelgroep;

- expertise uitwisselen binnen de scholengemeenschap en de leerkrachtenteams;

- contacten leggen met de ouders, het CLB, en eventueel met het LOP en externe organisaties zoals het lokaal bestuur of Kind en Gezin met het oog op een lokale samenwerking gericht op niet-ingeschreven kleuters;

enz.

De wettelijke basis en de berekeningswijze van de geïntegreerde zorgenveloppe is terug te vinden in de omzendbrief Scholengemeenschappen.

2.2.3. GOK+ lestijden

  • Vanaf 1 september 2012 treedt het nieuwe omkaderingssysteem in het gewoon basisonderwijs in voege.
  • De GOK+ lestijden worden vanaf 1 september 2012 voor het gewoon basisonderwijs geïntegreerd in het nieuwe omkaderingssysteem. Deze bestaan vanaf 1 september 2012 voor het gewoon basisonderwijs dus niet meer en zijn niet meer terug te vinden in deze omzendbrief.
  • Meer informatie over het nieuwe omkaderingssysteem in het gewoon basisonderwijs is terug te vinden in de omzendbrief “personeelsformatie scholen in het gewoon basisonderwijs”.

2.3. Wegwerken van financiële drempels

Hoewel het Vlaams kleuteronderwijs voor ouders zeker niet duur is, kunnen de beperkte kosten die betaald moeten worden voor kansarmen al een drempel zijn (het kind naar school sturen kost immers meer dan het thuis houden).

In het kader van het dossier kostenbeheersing basisonderwijs is er sinds 1 september 2007 een kordaat beleid van kostenbeheersing voor alles wat strikt samenhangt met de ontwikkelingsdoelen.

Daarnaast worden vanaf 1 september 2008 maximumfactureningevoerd voor kosten van verlevendiging en meerdaagse uitstappen. Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief Kostenbeheersing in het basisonderwijs.

Vanaf 1 september 2008 komt er ook een schooltoelage voor kleuters van minderbegoede ouders, ten bedrage van 80 euro. Deze schooltoelage wordt gekoppeld aan een engagement dat de kleuters voldoende aanwezig moeten zijn in de kleuterschool, waarbij deze afwezigheid varieert naargelang de leeftijd van de kleuters.

2.4. Een opdracht voor de Centra voor Leerlingenbegeleiding

Een goede opvolging van en reactie op afwezigheden van kleuters blijft in eerste instantie een opdracht voor de school zelf, die hiervoor echter moet kunnen rekenen op steun van de Centra voor Leerlingenbegeleiding.

De CLB's hebben een belangrijke opdracht naar het kleuteronderwijs toe: werken aan leer- en ontwikkelingsmoeilijkheden, organiseren van preventieve medische consulten, ...

Het CLB werkt niet enkel mee aan de sensibilisatie van ouders, maar neemt ook de opvolging en begeleiding op van kleuters die onregelmatig naar school komen. Het CLB kan samen met de school zoeken naar een goede manier van afwezigheidsregistratie, signaaldetectie en opvolging. Op basis hiervan kan men komen tot goede afspraken over de opvolging en begeleiding van kinderen van wie het onregelmatig schoolbezoek een verdere succesvolle schoolloopbaan bedreigt. Door, nog voor de kleuters leerplichtig worden, voor deze doelgroep aanklampend en motiverend te werken, zeer kort op de bal te spelen en ouders indien nodig door te verwijzen naar de gepaste schoolexterne begeleiding, kan ook op vrijwillige basis met ouders heel wat bereikt worden.

Bovendien hebben de CLB's, als één van de partners in de Integrale Jeugdhulp, een belangrijke draaischijffunctie tussen onderwijs en het bredere welzijns- en gezondheidsveld. Deze opdracht gaat verder dan het gericht doorverwijzen in individuele dossiers, maar houdt ook een belangrijke taak in naar netwerkvorming en het opzetten van structurele vormen van samenwerking.

2.5. Een opdracht voor de Lokale Overlegplatforms

De Lokale Overlegplatforms zijn het platform bij uitstek om alle betrokkenen rond de tafel te brengen rond gelijke kansen in het onderwijs, dus ook rond kleuterparticipatie. Ook kansarmen, allochtonenorganisaties, ... zijn bij de LOP's betrokken.

Een aantal LOP's hebben al spontaan acties rond kleuterparticipatie opgezet. Deze zijn vaak zeer vergaand. Het gaat daarbij om:

· sensibilisering van scholen en ouders,

· gegevensverzameling over inschrijvingen en aanwezigheden,

· ontwikkeling van materiaal waarmee in de school aan de slag gegaan kan worden,

· afspraken met Kind en Gezin,

· afspraken met schoolopbouwwerk, ...

Deze initiatieven tonen aan dat men met lokale samenwerking veel kan bereiken.

Sinds het schooljaar 2007-2008 hebben alle LOP's deze opdracht op zich genomen. Zij hebben een centrale rol gekregen in de informatiedoorstroming rond kleuterparticipatie.

2.6. Sensibilisering

Binnen het huidig juridisch kader van vrijwillige deelname aan het kleuteronderwijs is sensibilisering zeer belangrijk. Ouders hebben het in het algemeen goed voor met hun kinderen. Eenmaal overtuigd van de positieve effecten van het kleuteronderwijs zullen ze allicht (nog) meer geneigd zijn hun kind effectief in de kleuterschool in te schrijven én het effectief regelmatig aanwezig te laten zijn.

Om het belang van het kleuteronderwijs in de verf te zetten, stond het schooljaar 2007-2008 in het teken van het kleuteronderwijs en werd het tot 'Jaar van de Kleuter' uitgeroepen. Er werd rond dit thema op diverse manieren gecommuniceerd in het algemeen en naar doelgroepen (kansarmen, allochtonen,...) in het bijzonder. Uiteraard blijft sensibilisering ook nà het Jaar van de Kleuter belangrijk.