OPGEHEVEN : Ministerieel besluit houdende toekenning van een subsidie voorbehouden voor trajectbegeleiding in de deeltijdse vormingen die voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komen.

  • goedkeuringsdatum
    19 JULI 2007
  • publicatiedatum
    B.S.07/08/2007
  • datum laatste wijziging
    01/09/2008

COORDINATIE

impliciet opgeheven door Art. 2 van ditzelfde besluit

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij het decreet van 31 juli 1990;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 houdende de organisatie, de normering en de financiering van deeltijdse vormingen die voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komen, inzonderheid op artikel 23;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006 en 15 juni 2007,

Besluit :

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op de deeltijdse vormingen, bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 houdende de organisatie, de normering en de financiering van deeltijdse vormingen die voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komen.

Art. 2.

Er wordt een bijzondere subsidie ten belope van 195.000 euro toegekend voorbehouden voor de bevordering van de trajectbegeleiding van jongeren in de deeltijdse vormingen gedurende het schooljaar 2007-2008. Onder trajectbegeleiding wordt verstaan : de opname, en continue begeleiding doorheen het proces van het bijbrengen en ontwikkelen van arbeidsmotivvatie en arbeidsattitudes tot de inschakeling en opvolging in een reguliere vorm van werkplekleren, rekening houdend met het individuele profiel van de jongere.

De subsidie dient te worden aangewend alleszins onder vorm van kwaliteitsinhoudelijk verdiepende initiatieven in hoofde van het beschikbaar leertrajectbegeleidend kader en, eventueel, onder vorm van bijkomende personele middelen tot uitbreiding van dit kader.

Art. 3.

De verdeling van de subsidie onder de vormingsorganisatoren gebeurt overeenkomstig de bepalingen van artikel 23 van hetzelfde besluit van 8 juli 2005.

Art. 4.

De subsidie wordt aangerekend ten laste van het krediet ingeschreven onder de basisallocatie 33.09, programma 32.10, van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2007.

Art. 5.

De gemachtigde ambtenaren van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming kunnen ter plaatse de aanwending van de subsidie controleren.