Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van het opleidingsaanbod in het volwassenenonderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    19 JULI 2007
  • publicatiedatum
    B.S.24/08/2007
  • datum laatste wijziging
    10/04/2017

COORDINATIE

B.Vl.R. 23-5-2008 - B.S. 26-6-2008

B.Vl.R. 4-9-2009 - B.S. 14-10-2009

B.Vl.R. 11-6-2010 - B.S. 5-8-2010

B.Vl.R. 23-7-2010 - B.S. 20-8-2010

B.Vl.R. 2-3-2012 - B.S. 5-4-2012

B.Vl.R. 5-9-2014 - B.S. 5-12-2014

B.Vl.R. 24-4-2015 - B.S. 4-6-2015

B.Vl.R. 3-7-2015 - B.S. 4-8-2015

B.Vl.R. 25-9-2015 - B.S. 5-11-2015

B.Vl.R. 30-8-2016 - B.S. 23-9-2016

B.Vl.R. 10-3-2017 - B.S. 10-4-2017

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, inzonderheid op artikel 21, § 1, artikel 24, § 3, artikel 28 en op artikel 30, § 1;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 25 mei 2007;

Gelet op advies 43.255/1 van de Raad van State, gegeven op 8 juni 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° decreet : het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;

2° maatwerk : het onderwijs dat Centra voor Basiseducatie kunnen organiseren conform artikel 30 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;

3° referentiekader : een [erkende beroepskwalificatie], het Europese referentiekader voor vreemde talen, een studieprofiel of andere;

[...]

B.Vl.R. 10-3-2017

Art. 2.

[Dit besluit is van toepassing op de Centra voor Volwassenenonderwijs en de Centra voor Basiseducatie, met uitzondering van hoofdstuk II, Vbis en Vter, die alleen van toepassing zijn op de Centra voor Volwassenenonderwijs, en hoofdstuk IVbis en V, die alleen van toepassing zijn op de Centra voor Basiseducatie.]

B.Vl.R. 4-9-2009

HOOFDSTUK II. - De specifieke lerarenopleiding in het volwassenenonderwijs

Art. 3.

Ter uitvoering van artikel 21, § 1, van het decreet bedraagt de omvang van de specifieke lerarenopleiding [...] 60 studiepunten. 1 studiepunt stemt overeen met 12 lestijden.

B.Vl.R. 11-6-2010

HOOFDSTUK III. - De procedure en de criteria voor de ontwikkeling van opleidingsprofielen voor het volwassenenonderwijs

Art. 4.

[Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten kunnen minstens tweemaal per jaar gezamenlijk voorstellen van opleidingsprofielen indienen bij de bevoegde administratie.]

B.Vl.R. 10-3-2017

Art. 5.

Over elk voorstel van opleidingsprofiel formuleert de bevoegde administratie een advies op basis van de volgende criteria :

1° de mate waarin het voorstel voldoet aan de wettelijke bepalingen van het decreet of andere relevante regelgeving;

2° de mate waarin het voorstel gebaseerd is op een specifiek referentiekader;

3° de mate waarin het voorstel rekening houdt met maatschappelijke tendensen;

4° de mate waarin het voorstel, in het geval het instapvereisten voorziet, rekening houdt met de noodzakelijke voorkennis van de cursist;

5° de mate waarin het voorstel wordt gedragen door de centra en, als dat wenselijk is, door andere publieke aanbodsverstrekkers;

6° de mate waarin het voorstel rekening houdt met de mogelijke gevolgen voor andere opleidingen of andere onderwijsniveaus.

Art. 6.

[De ingediende voorstellen van opleidingsprofielen worden uiterlijk twee weken na de indiening voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgd.]

De Vlaamse Onderwijsraad formuleert een advies binnen de termijn, vermeld in artikel 72, § 1, van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad.

B.Vl.R. 10-3-2017

HOOFDSTUK IV. - [De procedures voor de organisatie van gecombineerd onderwijs

Art. 7.

Elk centrum dat gecombineerd onderwijs organiseert dat voldoet aan de bepalingen van artikel 28 van het decreet, moet dit jaarlijks melden aan de bevoegde administratie.

Art. 8.

Een centrum dat ter uitvoering van artikel 85, § 4, of artikel 98, § 5, van het decreet, in aanmerking wil komen voor een vermenigvuldiging van het volume lesurencursist gegenereerd in gecombineerd onderwijs met factor 1,2 dient uiterlijk twee maanden voor de aanvang van het gecombineerd onderwijs een aanvraag in bij de bevoegde administratie.

In afwijking van het eerste lid dient een centrum dat gecombineerd onderwijs wil organiseren vanaf 1 september, hiertoe uiterlijk op 30 juni van het voorafgaande schooljaar een aanvraag in.

De aanvraag is alleen ontvankelijk als het protocol van de onderhandelingen over het gecombineerd onderwijs, dat gevat wordt door de aanvraag, in het lokaal comité is toegevoegd.

[Het bevoegde orgaan] gaat [...] na in welke mate het centrum met het gecombineerd onderwijs, dat gevat wordt door de aanvraag, de vooropgestelde doelstellingen bereikt en formuleert hierover een gemotiveerd advies. Mits [het bevoegde orgaan] een gunstig advies verleent, wordt de vermenigvuldiging van het volume lesurencursist voor het gecombineerd onderwijs, dat gevat wordt door de aanvraag, van het centrum gedurende vijf opeenvolgende schooljaren toegepast zonder een hernieuwing van de aanvraag. Indien er uiterlijk 15 juni geen gemotiveerd advies is verstrekt, dan wordt het advies geacht gunstig te zijn.

B.Vl.R. 5-9-2014

Art. 9.

Een centrum dat, ter uitvoering van artikel 72ter van het decreet, in aanmerking wil komen voor een aanvullende financiering of subsidiëring voor het gecombineerd onderwijs via de middelen, vermeld in artikel 72bis van het decreet, dient hiertoe uiterlijk op 30 april van het voorafgaande schooljaar een aanvraag in bij de bevoegde administratie.

De aanvraag is alleen ontvankelijk als ze voldoet aan de criteria vermeld in artikel 72ter, § 1, tweede lid, van het decreet.

De bevoegde administratie beoordeelt de ontvankelijkheid van elke aanvraag en betrekt de representatieve vakorganisaties bij de beoordeling van het criterium, vermeld in artikel 72ter, § 1, tweede lid, 4°, van het decreet.]

B.Vl.R. 4-9-2009

[HOOFDSTUK IVbis - Modaliteiten inzake de organisatie van open modules [[...]]²

Art. 9bis.

Indien een [[centrum]]² opleidingsaanbod wil organiseren in de vorm van een open module, zoals vermeld in artikel 25bis van het decreet, dan meldt het centrum dat aan de bevoegde administratie en stelt het centrum een document op, waarin ten minste wordt opgenomen :

1° het aantal cursisten dat gevat wordt door de open module;

2° een omschrijving van de leervragen van de betrokken cursist of cursisten;

3° een oplijsting van de geselecteerde eindtermen of basiscompetenties uit een van de leergebieden van de basiseducatie;

4° de duur van de open module;

5° een omschrijving van de wijze van evalueren.

Het document, vermeld in het eerste lid, wordt ondertekend door het bestuur van het [[centrum]]² en de betrokken cursist(en) en wordt in het centrum ter beschikking gesteld van de bevoegde administratie en de inspectie.

Art. 9ter.

[[...]]¹ ]

B.Vl.R. 4-9-2009; [[ ]]¹ B.Vl.R. 23-7-2010; [[ ]]² B.Vl.R. 24-4-2015

HOOFDSTUK V. - De aanvraagprocedure voor de organisatie van maatwerk

Art. 10.

Een Centrum voor Basiseducatie dat, ter uitvoering van artikel 30 van het decreet, maatwerk wil organiseren, dient hiertoe uiterlijk één maand voor de aanvang van het maatwerk een aanvraag in bij de bevoegde administratie.

In afwijking van het eerste lid, dient een Centrum voor Basiseducatie dat maatwerk wil organiseren vanaf 1 september, hiertoe uiterlijk op 15 mei van het voorafgaande schooljaar een aanvraag in.

De aanvraag is alleen ontvankelijk als de samenwerkingsovereenkomst, die de basis vormt voor de aanvraag, is bijgevoegd.

Art. 11.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, keurt het maatwerk uiterlijk tien werkdagen na de ontvangst van de aanvraag, op advies van de onderwijsinspectie, goed of af.

[HOOFDSTUK Vbis. - Aanvraagprocedure voor het toekennen van onderwijsbevoegdheid aan de besturen van de Centra voor Volwassenenonderwijs

Art. 11bis.

Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat, conform artikel 64 van het decreet, onderwijsbevoegdheid wil verkrijgen voor een [[studiegebied van het secundair volwassenenonderwijs in een bepaalde vestigingsplaats]]4 kan daarvoor telkens uiterlijk op [[15 februari]]¹ of 30 september een gemotiveerde aanvraag indienen bij de bevoegde administratie.

[[...]]¹

[[...]]4

Art. 11ter.

De ingediende aanvragen worden [[voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgd en]]4 beoordeeld door een adviescommissie die bestaat uit vertegenwoordigers van het Departement Onderwijs en Vorming en [[het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen]]².

[[Bij de beoordeling van de aanvragen van de centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor minstens één opleiding van het studiegebied Nederlands Tweede Taal, wordt de adviescommissie, zoals bedoeld in het eerste lid uitgebreid met een vertegenwoordiger van het Agentschap Integratie en Inburgering.]]³

[[De ingediende aanvragen worden door de adviescommissie onontvankelijk verklaard als bij de aanvraag geen ondertekend protocol van het lokaal comité van het aanvragende centrumbestuur is gevoegd.]]4

[[Bij de beoordeling van de aanvragen houdt de adviescommissie rekening met de volgende criteria :

1° of de nieuw aangevraagde onderwijsbevoegdheid past in een langetermijnvisie van het centrumbestuur;

2° de mate waarin een regionale maatschappelijke behoefte bestaat aan de nieuw aangevraagde onderwijsbevoegdheid in die vestigingsplaats;

3° de mate waarin er een potentieel aan cursisten bestaat voor de nieuw aangevraagde onderwijsbevoegdheid in het rekruteringsgebied van die vestigingsplaats van het centrum;

4° of er wordt samengewerkt met derden voor de organisatie van de nieuw aangevraagde onderwijsbevoegdheid in die vestigingsplaats;

5° of het centrum beschikt over de nodige leraarsuren, expertise en infrastructuur voor de organisatie van de nieuw aangevraagde onderwijsbevoegdheid;

6° de inspectie heeft in het kader van de laatste doorlichting in het centrum geen voorbehoud gemaakt voor een opleiding die tot het studiegebied behoort waarvoor de onderwijsbevoegdheid wordt aangevraagd;

7° of de kwaliteit van de andere opleidingen van het centrum voor volwassenenonderwijs niet in het gedrang komt;

8° de principes van vrije keuze.]]4

Art. 11quater.

Als de Vlaamse Regering de aangevraagde onderwijsbevoegdheid weigert, dan kan het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs opnieuw een gemotiveerde aanvraag indienen conform de bepalingen van artikelen 11bis en 11ter.

Als de Vlaamse Regering de aangevraagde onderwijsbevoegdheid verleent, dan verkrijgt het bestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid, afhankelijk van de datum waarop de aanvraag werd ingediend, respectievelijk vanaf 1 februari van het lopende schooljaar of vanaf 1 september van het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin de beslissing is genomen.

HOOFDSTUK Vter. - [[Aanvraagprocedure voor overhevelingen van structuuronderdelen]]4

Artikel 11quinquies.

[[Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs dat, conform artikel 65, § 1, van het decreet, een structuuronderdeel van een bepaalde vestigingsplaats wil overhevelen naar een bepaalde vestigingsplaats van een ander centrum, kan daarvoor samen met het ontvangende centrumbestuur uiterlijk op 15 februari een gemotiveerde aanvraag indienen bij de bevoegde administratie.]]4

Art. 11sexies.

De ingediende aanvragen worden [[voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgd en]]4 beoordeeld door de adviescommissie, vermeld in artikel 11ter, eerste [[en tweede]]³ lid.

[[De ingediende aanvragen worden door de adviescommissie onontvankelijk verklaard als bij de aanvraag geen ondertekend protocol van het lokaal comité van zowel het aanvragende als het ontvangende centrumbestuur is gevoegd.]]4

[[Bij de beoordeling van de aanvragen houdt de adviescommissie rekening met de volgende criteria :

1° of de overheveling past in een langetermijnvisie van zowel het overhevelende als het ontvangende centrumbestuur;

2° de mate waarin vanuit een macrodoelmatigheidsperspectief het aanbod in de regio van de ontvangende vestigingsplaats niet verzadigd wordt;

3° de principes van vrije keuze.]]4

Art. 11septies.

Als de Vlaamse Regering de aanvraag afkeurt, dan kan het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs opnieuw een gemotiveerde aanvraag indienen conform artikelen 11quinquies en 11sexies.

[[Als de Vlaamse Regering de aanvraag goedkeurt, verkrijgt het bestuur van het centrum voor volwassenenonderwijs vanaf 1 september van het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin de beslissing is genomen, de onderwijsbevoegdheid voor het overgehevelde structuuronderdeel in die bepaalde vestigingsplaats en kan het de eventueel overgehevelde leraarsuren aanwenden.]]4 ]

B.Vl.R. 2-3-2012; [[ ]]¹ B.Vl.R. 24-4-2015; [[ ]]² B.Vl.R. 3-7-2015; [[ ]]³ B.Vl.R. 30-8-2016; [[ ]]4 B.Vl.R. 10-3-2017

[HOOFDSTUK Vquater. - Aanvraagprocedure voor het aanwenden van leraarsuren in een vestigingsplaats buiten het werkingsgebied van de hoofdvestigingsplaats

[[...]] ]

B.Vl.R. 25-9-2015; [[ ]] B.Vl.R. 10-3-2017

HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 12.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2007, met uitzondering van artikel 4 tot en met 6, die in werking treden op 1 januari 2008.

Art. 13.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.