Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorwaarden om de waarborg te verkrijgen van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    26 OKTOBER 2007
  • publicatiedatum
    B.S.03/12/2007
  • datum laatste wijziging
    03/12/2007

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs, inzonderheid de artikelen 10 en 16;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 tot operationalisering van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 24 januari 2007;

Gelet op het advies met nummer 43.595/1 van de Raad van State gegeven op 4 oktober 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° het decreet : het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;

2° AGIOn : het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs.

Art. 2.

AGIOn verleent waarborg voor de terugbetaling van kapitaal, intresten en bijbehorende onkosten van leningen die aangegaan zijn met het oog op de financiering van het niet door toelage gedekte deel van het totale bedrag van de investering onder de voorwaarden vermeld in artikel 8 van het decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest.

Art. 3.

De leningen moeten door de inrichtende macht of het schoolbestuur bij een daartoe door de Vlaamse Regering erkende financiële instelling worden aangegaan. De looptijd van de lening mag de duur van vijfentwintig jaar niet overschrijden.

Art. 4.

De aanvraag voor het verkrijgen van een waarborg van het agentschap, bevat minstens de volgende elementen :

1° de ondertekende notulen van de vergadering van de inrichtende macht of het schoolbestuur met de beslissing om de waarborg van het agentschap aan te vragen;

2° drie exemplaren van het ontwerp van financieringsovereenkomst voor het niet door toelage gedekte deel van het totale bedrag van de investering waarbij een afbetalingskalender wordt gevoegd die een onderscheid maakt tussen kapitaal en leningen;

3° een overzicht van alle financieringsovereenkomsten met waarborgverlening die reeds door de inrichtende macht of het schoolbestuur werden aangegaan.

De drie exemplaren van het ontwerp van financieringsovereenkomst die worden toegestuurd naar het agentschap, dienen reeds ondertekend te zijn door enerzijds de inrichtende macht of het schoolbestuur en anderzijds de financiële instelling.

Na medeondertekening door van het agentschap, blijft 1 exemplaar bij AGIOn.

Art. 5.

Indien leningen met waarborg van het agentschap vervroegd terugbetaald worden en geherfinancierd worden, mag, voor het behoud van de waarborg, de initiële looptijd en het uitstaande bedrag van de gewaarborgde lening niet overschreden worden.

Art. 6.

De waarborgbijdrage wordt gestort op een daarvoor bestemde rekening binnen het centrale financieringsorgaan. Het op deze wijze gevormde fonds wordt aangesproken als de verleende waarborgstelling effectief uitgewonnen moet worden.

Art. 7.

AGIOn heeft het recht om op elk moment alle nuttige of noodzakelijke informatie te verkrijgen. Het agentschap kan ondermeer bijkomende documenten en gegevens opvragen, de inrichtende macht of het schoolbestuur horen en een bezoek ter plaatse brengen.

Art. 8.

Overeenkomstig artikel 19 van het decreet neemt AGIOn alle rechten en plichten over aangaande de waarborgen die verleend zijn door de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs in het kader van de bepalingen van artikel 17 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.

Art. 9.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2006.

Art. 10.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.