Bedrijfsbeheer in het secundair onderwijs

  • referentie
    SO/2008/01
  • publicatiedatum
    25/01/2008
  • datum laatste wijziging
    14/11/2013
  • wettelijke basis
    Koninklijk besluit van 21 oktober 1998 tot uitvoering van hoofdstuk I van titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
  • contactpersoon
    Paul Schram , 02/553.88.96
  • contactpersoon

1. VOORBESCHOUWINGEN.

1.1. Overeenkomstig de federale programmawet van 10 februari 1998 “tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap”, vereist zelfstandig ondernemen het beschikken over de basiskennis van het bedrijfsbeheer. De basiskennis van het bedrijfsbeheer wordt beschouwd als een ondernemersvaardigheid. Een tweede ondernemersvaardigheid is de beroepsbekwaamheid die wordt vastgesteld voor de uitoefening van gereglementeerde beroepen (zie lijst in bijlage 1).

De uitvoeringsreglementering van bedoelde wet is opgenomen in het koninklijk besluit van 21 oktober 1998, zoals gewijzigd, “tot uitvoering van hoofdstuk I van titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap”.

De bewijsvoering inzake de ondernemersvaardigheden dient te geschieden ten aanzien van een erkend ondernemingsloket, vooraleer dit loket de betrokkene als handelsonderneming inschrijft in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Deze inschrijving komt in de plaats van het vroegere handelsregister. De keuze van ondernemingsloket is totaal vrij. Ondernemingsloketten zijn v.z.w. die worden erkend door de federale minister van middenstand. Voor alle informatie over de ondernemingsloketten kan volgende website worden bezocht : http://www.mineco.fgov.be/

In sommige gevallen legt het loket het dossier eerst voor advies voor aan de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie. Tegen de beslissingen van de ondernemingsloketten kan de kandidaat beroep aantekenen bij de Vestigingsraad in Brussel.

1.2. Zowel het bewijs van de basiskennis van het bedrijfsbeheer als het bewijs van de beroepsbekwaamheid kan worden geleverd door hetzij het bezit van één van de akten die door de Koning zijn aangeduid, hetzij door praktijkervaring. In aansluiting hierop wordt de mogelijkheid (niet : de verplichting !) voorzien om in de derde en vierde graad van het voltijds secundair onderwijs en in het deeltijds beroepssecundair onderwijs een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer als één der bedoelde akten uit te reiken.

1.3. Jongeren die tijdens hun secundair onderwijs niet in de gelegenheid zijn geweest een studiebewijs te verwerven waaruit de beheerskennis moet blijken, rest de mogelijkheid een akte over de basiskennis van het bedrijfsbeheer te behalen voor de centrale examencommissie van de federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie, in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen of in centra voor volwassenenonderwijs. Tenslotte wordt ook elk diploma van hoger onderwijs geacht het bewijs te leveren van de basiskennis bedrijfsbeheer.

1.4. De getuigschriften bedrijfsbeheer die in het secundair onderwijs zijn uitgereikt sedert het schooljaar 1991-1992 worden door de erkende ondernemingsloketten aanvaard.

De aanvaarding door de loketten van de getuigschriften bedrijfsbeheer die daarentegen dateren van vóór het schooljaar 1991-1992, zeker indien uitgereikt op het niveau van een vierde leerjaar (vijfde leerjaar voor het B.S.O.) of lager, is problematischer. Bij weigering blijkt het instellen van een beroep bij de vestigingsraad vrijwel zinloos, rekening houdend met het toenmalige programma bedrijfsbeheer en met het leerjaarniveau van uitreiking die intussen achterhaald zijn.

1.5. Ter afronding het volgende :

* als voldoende bewijs van de basiskennis bedrijfsbeheer worden eveneens de diploma's van secundair onderwijs (voorheen : getuigschriften van hoger secundair onderwijs) in aanmerking genomen voor zover bekomen vóór 30 september 2000; het betreft hier, bij wijze van overgangsmaatregel, enerzijds alle A.S.O.-, T.S.O.- en K.S.O.-diploma's en anderzijds de B.S.O.-diploma's uitgereikt in een economisch of handelsgeoriënteerde studierichting ;

* hoewel de beslissingsbevoegdheid finaal bij de erkende ondernemingsloketten berust, kunnen voorts alle mogelijke akten (studiebewijzen) die niet expliciet zijn vermeld toch als voldoende bewijs van de basiskennis bedrijfsbeheer worden aanvaard indien het leerplan door de federale minister van middenstand overeenstemmend wordt geacht met het actueel programma bedrijfsbeheer.

2. PROGRAMMA.

In aansluiting op het programma van de basiskennis van het bedrijfsbeheer zoals vastgelegd in het bovenvermeld koninklijk besluit, is voor het secundair onderwijs een nieuw, rond competenties uitgewerkt, programma van toepassing dat minimaal dient aangeboden door alle secundaire scholen die hun leerlingen de beheerskennis willen bijbrengen. Dit programma is van toepassing op alle leerlingen die vanaf 1 september 2008 starten met bedrijfsbeheer.

Zonder het belang van de cursus te willen minimaliseren, moet bedrijfsbeheer in elk geval worden benaderd als een “elementaire kennis in de materie”, wat trouwens het uitgangspunt is van de federale regelgeving.

Verder moet er voor een goed begrip de aandacht op worden gevestigd dat de programmaonderdelen betreffende de specifieke wetgevingen en vergunningen dienen aangepast aan de voor het beroep in kwestie noodzakelijke kennis. Wat specifiek in de wetgeving opgenomen is voor het zelfstandig uitoefenen van bijvoorbeeld het beroep van bakker, dient enkel bij een opleiding bakker aangeleerd te worden; wat specifiek is voor het zelfstandig uitbaten van een kapsalon, dient enkel binnen de opleiding haartooi aan bod te komen.

 

Competentie 1: Als ondern emer een ondernemingsplan opstellen 

 

 

1. de keuze maken om zich al dan niet als zelfstandig ondernemer te vestigen 

Facetten van de vaardigheden en attitudes bij het ondernemerschap 

Risico's, opportuniteiten, voor- en nadelen bij het ondernemerschap 

Informatie en ondersteuning voor startende ondernemers  

Faillissement : begrip en gevolgen 

  

2. juridische vormen en startersvoorwaarden nagaan 

Wettelijke verplichtingen bij het starten van een eigen zaak 

Het sociaal statuut van de ondernemer 

Verschillende rechtsvormen van een onderneming : kenmerken  

Huwelijksstelsels : soorten en kenmerken 

Handelshuurcontract : toelichting inhoud 

10 

Verplichte verzekeringen : soorten en risicodekking 

11 

Aanvullende verzekeringen : soorten en risicodekking 

12 

Wettelijke verplichtingen inzake milieu 

13 

Seveso-inrichtingen : begrip 

14 

HACCP : begrip 

15 

Vergunning voor een handelsvestiging 

16 

De wet op handelspraktijken en op de voorlichting en de bescherming van de consument 

17 

Steunmaatregelen bij opstarten zaak en aanwerving personeel 

18 

Kredietverlening door handelaars : verkoop op afbetaling en verkoop op termijn 

19 

Kredietverlening door financiële instellingen : kaskrediet 

  

3. Een marktonderzoek opzetten 

20 

Assortimentsstudie met inbegrip van voorraad 

21 

Concurrentiestudie 

22 

Leveranciersstudie 

23 

Verkoopplaats 

24 

Distributiekanalen 

25 

Publiciteit en promotie : enkele aspecten 

  

4. Een financieel plan opzetten 

26 

Kosten : begrippen 

27 

Kostprijsberekening 

28 

Verkoopprijs : elementen + berekening 

29 

Omzetberekening 

30 

Break-even punt : begrip 

31 

Cashflow : begrip 

32 

Vaste activa : begrip en financieringsvorm bij aankoop 

 

Competentie 2: Als ondernemer het administratief luik van een onderneming behartigen 

 

 

1. Boekhoudkundige en fiscale aspecten van een onderneming leren kennen 

33 

Boekhouding als beleidsinstrument : nut 

34 

Rubrieken van de eenvoudige balans en resultatenrekening 

35 

Wettelijke bepalingen van de boekhoudreglementering voor zeer kleine - en kleine ondernemingen 

36 

Factuur en creditnota : opstellen en berekenen 

37 

Betalingsdocumenten : gebruik 

38 

BTW-mechanisme  

39 

Fiscaal statuut van de zelfstandige 

40 

Vennootschapsbelasting & voorafbetaling : principes 

41 

Fiscaal statuut van de werknemer : soorten inkomsten 

42 

Bedrijfsvoorheffing : principe 

43 

Aftrekbaarheid van kosten : principe voor zelfstandige en werknemer 

 

Competentie 3: als ondernemer het commerciële luik van de onderneming behartigen 

 

 

1. Aan- en verkopen  

44 

Een verkoopgesprek 

45 

Verkoopovereenkomst : kenmerken en voorwaarden 

46 

Klanten- en leveranciersbeheer : opvolgen betalingen en inningen 

3. LESVOLUME.

Als het programma bedrijfsbeheer in één schooljaar wordt aangeboden, dan bedraagt het minimum aantal lestijden 4 per week. Als het programma over meerdere schooljaren wordt gespreid, dan bedraagt het minimum aantal lestijden over de verschillende schooljaren samen 4 per week.

4. CHECKLIST.

Vermits in de regelgeving op de geijkte vakbenamingen in het secundair onderwijs het vak “bedrijfsbeheer" niet voorkomt, moet het programma bedrijfsbeheer in één of meer algemene of technische vakken worden ondergebracht. Om controle door de overheid dat het programma effectief is gezien en afgewerkt mogelijk te maken, moet de school een checklist opstellen. Deze checklist, waarvan de vorm vrij wordt gelaten, moet aantonen enerzijds waar de diverse programmaonderdelen worden gegeven en anderzijds dat de spreiding daarvan evenwichtig gebeurt.

De checklist vervult ook nog een bijkomende functie. Indien namelijk een leerling van school verandert, dan vraagt de nieuwe school de eventuele checklist op aan de vorige school indien de leerling opgenomen wordt in een leerlingengroep die reeds eerder met bedrijfsbeheer is gestart. Op deze wijze kan nagegaan worden welke programmaonderdelen bedrijfsbeheer de leerling al vooraf heeft doorlopen.

5. EVALUATIE.

De beoordeling rond het al dan niet geslaagd zijn voor het programma bedrijfsbeheer is totaal los gekoppeld van de beoordeling over het al dan niet geslaagd zijn voor de studierichting in zijn totaliteit. Ontkoppeling betekent dat aan de regelmatige leerling een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer kan worden verleend zonder dat hij het leerjaar met vrucht moet hebben beëindigd, en omgekeerd. Het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer staat m.a.w. los van diploma of studiegetuigschrift. Ontkoppeling betekent ook dat het mogelijk is dat de beslissing over de toekenning van een getuigschrift bedrijfsbeheer en de beslissing over de toekenning van een diploma of studiegetuigschrift elk op een ander tijdstip (30 juni dan wel na uitstel) worden genomen; in dergelijke situatie en omwille van administratieve eenvoud komen beide beslissingen nochtans enkel voor op het proces-verbaal “addendum”.

Belangrijk bij de beoordeling is ook dat indien het programma bedrijfsbeheer effectief over meer dan één schooljaar wordt gespreid, de delibererende klassenraad van het schooljaar waarin uiteindelijk over de toekenning van het getuigschrift wordt beslist, zich dient te steunen op de schriftelijke bevindingen die zijn aangebracht door de delibererende klassenraad van het voorafgaande schooljaar (of schooljaren). Deze regel geldt ook over de scholen heen indien de leerling van school is veranderd gedurende de periode dat hij bedrijfsbeheer volgde.

6. STUDIEBEKRACHTIGING.

Onder de volgende voorwaarden wordt aan de regelmatige leerling een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer toegekend (zie model in bijlage 2) :

* in het voltijds secundair onderwijs : in elke studierichting van het tweede en derde leerjaar van de derde graad en in elk leerjaar van de vierde graad waar de delibererende klassenraad beslist dat de betrokken leerling voldaan heeft voor het programma bedrijfsbeheer ;

* in het deeltijds beroepssecundair onderwijs : in elke opleiding waar de delibererende klassenraad beslist dat de betrokken leerling voldaan heeft voor het programma bedrijfsbeheer, mits hij, met uitzondering van de eerste graad, ten minste 4 schooljaren in het secundair onderwijs (of in de leertijd) heeft doorgebracht.

7. VRIJSTELLING.

In het voltijds secundair onderwijs kunnen de leerlingen vrijgesteld worden van het programma bedrijfsbeheer, indien ze reeds in het bezit zijn van een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer of gelijkwaardig. De bepalingen van de omzendbrief SO/2005/04 dd. 08/07/2005 betreffende afwezigheden zijn in dat geval van toepassing, met name de rubrieken 2.2.3. en 2.2.5. (met inbegrip van alle bijhorende modaliteiten).

8. BIJLAGEN.