Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau

  • goedkeuringsdatum
    30 NOVEMBER 2007
  • publicatiedatum
    B.S.11/02/2008
  • datum laatste wijziging
    01/01/2017

COORDINATIE

Decr. 4-7-2008 - B.S. 1-9-2008

Decr. 21-11-2008 - B.S. 27-1-2009

Decr. 8-5-2009 - B.S. 28-8-2009

Decr. 18-12-2009 - B.S. 30-12-2009

Decr. 23-12-2010 - B.S. 31-12-2010

B.Vl.R. 17-12-2010 - B.S. 24-6-2011

Decr. 23-12-2011 - B.S. 30-12-2011

Decr. 29-6-2012 - B.S. 19-7-2012

Decr. 21-12-2012 - B.S. 19-2-2013

Decr. 3-7-2015 - B.S. 24-7-2015

Decr. 17-6-2016 - B.S. 10-8-2016

B.Vl.R. 28-10-2016 - B.S. 29-12-2016

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau.

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen en definities

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.

In dit decreet wordt verstaan onder :

1° basisonderwijs : het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;

2° centrumstad : Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas, Turnhout;

3° deeltijds kunstonderwijs : [het deeltijds kunstonderwijs]³;

4°[...]²

5° hoger onderwijs : het onderwijs, georganiseerd door hogescholen en universiteiten;

6° lokaal overlegplatform : het lokaal overlegplatform vermeld in [artikel VIII.2 en volgende van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs]³;

7° lokale actoren : de onderwijsinstellingen en alle andere rechtspersonen, instellingen, diensten, organisaties en/of groeperingen die op lokaal vlak bijdragen tot de doelstellingen van het flankerend onderwijsbeleid;

8° [lokale besturen : de gemeenten, de provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, tenzij anders bepaald;]¹

9° schoolbestuur : de inrichtende macht zoals vermeld in artikel 24, § 4, van de Grondwet. Dit is een rechtspersoon of natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen;

10° secundair onderwijs : het voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;

11° volwassenenonderwijs : het onderwijs vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.

[ ]¹ Decr. 8-5-2009; [ ]² Decr. 29-6-2012; [ ]³ B.Vl.R. 28-10-2016

[Art. 2bis.

De bepalingen van het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd, zijn van toepassing op hoofdstuk IV.]

Decr. 29-6-2012

Art. 3.

Dit decreet regelt de rol van het lokaal bestuur betreffende het flankerend onderwijsbeleid. Onder flankerend onderwijsbeleid wordt verstaan, het geheel van acties van een lokale overheid om, vertrekkende vanuit de lokale situatie en aanvullend bij het Vlaamse onderwijsbeleid, een onderwijsbeleid te ontwikkelen in samenwerking met de lokale actoren.

HOOFDSTUK II. - Voordelen

Afdeling I. - Sociale voordelen

Art. 4.

De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op het gefinancierd en gesubsidieerd basis- en secundair onderwijs.

Art. 5.

De gemeenten die sociale voordelen verlenen aan scholen van het eigen schoolbestuur, zijn verplicht dezelfde voordelen toe te kennen aan de scholen van de andere schoolbesturen, gelegen op hun grondgebied als die erom verzoeken. Zij mogen geen enkel onderscheid maken tussen de leerlingen, welke scholen die ook bezoeken.

Art. 6.

Met sociale voordelen wordt bedoeld :

1° het ochtend- en avondtoezicht buiten de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen;

2° het middagtoezicht voor de tijdsduur van maximaal één uur;

3° het ter beschikking stellen van de voor het publiek toegankelijke gemeentelijke infrastructuur, met uitzondering van de roerende en onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor de organisatie van het gemeentelijk onderwijs;

4° de kosten van de toegang tot het zwembad voor de leerlingen lager onderwijs, indien het zwembad niet behoort tot de gemeentelijke sportinfrastructuur vermeld in punt 3°. De kosten verbonden aan het verstrekken van één schooljaar gratis zwemmen, waar elke leerling lager onderwijs recht op heeft, worden niet als sociaal voordeel beschouwd;

5° het leerlingenvervoer in het basisonderwijs.

Art. 7.

Gemeenten die geen onderwijs inrichten, kunnen sociale voordelen toekennen aan alle scholen op hun grondgebied. In dat geval mogen zij geen onderscheid maken tussen de leerlingen, welke scholen die ook bezoeken.

Art. 8.

De Vlaamse Regering legt de modaliteiten en de procedure die moet gevolgd worden om sociale voordelen te ontvangen vast, rekening houdend met volgende principes :

1° sociale voordelen mogen geen van de betrokken scholen een concurrentievoordeel of -nadeel opleveren;

2° indien een ouderbijdrage gevraagd wordt, moet deze in verhouding staan tot de geleverde prestaties.

Afdeling II. - Andere voordelen

[Art. 8bis.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt de Vlaamse Gemeenschapscommissie niet als een lokaal bestuur beschouwd.]

Decr. 4-7-2008

Art. 9.

De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op het basis- en secundair onderwijs, op het hoger onderwijs, op het deeltijds kunstonderwijs en op het volwassenenonderwijs dat door de Vlaamse Gemeenschap wordt gefinancierd of gesubsidieerd, op de Syntra, en op de Centra Deeltijdse Vorming die door de Vlaamse Gemeenschap worden gefinancierd of gesubsidieerd.

Art. 10.

De lokale besturen die aan de scholen van het eigen schoolbestuur andere voordelen toekennen dan de sociale voordelen, vermeld in artikel 6 van dit decreet, kunnen die voordelen, in de context van het lokaal flankerend onderwijsbeleid ook toekennen aan de scholen van de andere schoolbesturen op hun grondgebied die erom verzoeken. De lokale besturen kunnen criteria vastleggen waaraan de scholen moeten voldoen om recht te hebben op die voordelen. Zij mogen geen enkel onderscheid maken tussen de scholen die aan de criteria voldoen.

Art. 11.

De lokale besturen die geen onderwijs inrichten van het niveau, vermeld in artikel 9, kunnen in de context van het lokaal flankerend onderwijsbeleid andere voordelen toekennen aan de scholen op hun grondgebied. De lokale besturen kunnen criteria vastleggen waaraan de scholen moeten voldoen om recht te hebben op die voordelen. Zij mogen geen enkel onderscheid maken tussen de scholen die aan de criteria voldoen.

Afdeling III. - Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 12.

Het lokaal bestuur deelt elke beslissing over een sociaal voordeel of over een ander voordeel ten bate van een school van een ander schoolbestuur onmiddellijk mee aan de schoolbesturen die op hun grondgebied onderwijs organiseren.

Art. 13.

De lokale besturen bezorgen aan de Vlaamse Regering jaarlijks een overzicht van de beslissingen over de sociale en andere voordelen, evenals de staat van gedane uitgaven.

HOOFDSTUK III. - Leerplicht en verhoging van de deelname aan het onderwijs van alle kleuters

Art. 14.

Dit hoofdstuk is van toepassing op het basis- en secundair onderwijs.

Art. 15.

De lokale besturen verlenen medewerking aan de controle op de leerplicht. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure.

De lokale besturen verlenen hun medewerking aan het bevorderen van het regelmatig schoolbezoek en het aanpakken van spijbelgedrag van leerplichtige leerlingen in de scholen, gelegen op hun grondgebied. Zij kunnen hiertoe zelf acties ondernemen of de acties van de lokale actoren coördineren of ondersteunen. In voorkomend geval werkt het lokaal bestuur hiervoor samen met het lokaal overlegplatform. Als er geen LOP is, overlegt het lokaal bestuur hierover met de lokale onderwijsactoren, met name ten minste de scholen en de CLB's.

Art. 16.

De lokale besturen werken mee aan maatregelen die moeten leiden tot een veralgemeende deelname van kleuters aan het onderwijs. Zij kunnen hiertoe zelf acties ondernemen of de acties van de lokale actoren coördineren of ondersteunen. In voorkomend geval werkt het lokaal bestuur hiervoor samen met het lokaal overlegplatform. Als er geen LOP is, overlegt het lokaal bestuur hierover met de lokale onderwijsactoren, met name tenminste de scholen en de CLB's.

HOOFDSTUK IV. - [Subsidies ter stimulering van het flankerend onderwijsbeleid]

Decr. 29-6-2012

Art. 17.

[Dit hoofdstuk is alleen van toepassing op de randgemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.]

Decr. 3-7-2015

Art. 18.

[Binnen de beschikbare begrotingskredieten wordt in subsidies voorzien voor projecten in de gemeenten die het Vlaamse onderwijsbeleid versterken. Het bedrag dat hiervoor wordt ingeschreven in de begroting 2012 in uitvoering van het decreet flankerend onderwijsbeleid wordt vanaf het begrotingsjaar 2012 aangepast aan de evolutie van de gezondheidindex.]

Decr. 23-12-2011

Art. 19.

[Om voor de subsidies, vermeld in artikel 18, in aanmerking te komen, moeten gemeenten een neutraal school- en netoverschrijdend flankerend onderwijsbeleid voeren dat is opgenomen in de strategische meerjarenplanning van de gemeente, zoals vermeld in titel 2, hoofdstuk 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

De strategische meerjarenplanning bevat :

1° een beschrijving van de gewenste effecten en indicatoren van het flankerend onderwijsbeleid;

2° de actieplannen die de gemeente in samenwerking met lokale actoren opzet om vorm te geven aan het flankerend onderwijsbeleid. De actieplannen zijn gericht op één of meerdere doelstellingen met betrekking tot gelijke onderwijskansen, kleuterparticipatie, spijbelen, probleemgedrag op school, ongekwalificeerde uitstroom, taalstimulering Standaardnederlands, betrokkenheid van ouders en de buurt, samenwerking tussen onderwijs, welzijn, cultuur, jeugd en sport, overgang van onderwijs naar arbeidsmarkt, doorstroming en oriëntering, geletterdheid of levenslang leren. De Vlaamse Regering kan andere beleidsprioriteiten formuleren;

3° de manier waarop de gemeente voor de lokale actoren de samenwerking en het overleg faciliteert.

De strategische meerjarenplanning en de actieplannen die betrekking hebben op basis- of secundair onderwijs, worden geadviseerd door het lokaal overlegplatform, voor zover er een lokaal overlegplatform binnen de gemeente actief is. In voorkomend geval moet de gemeente de betrokkenheid van het lokaal overlegplatform bij de opmaak van de strategische meerjarenplanning aantonen.]

Decr. 29-6-2012

[Art. 19bis.

[[...]] ]

Decr. 29-6-2012; [[ ]] Decr. 29-6-2012

[Art. 19ter.

§ 1. Om voor subsidies ter stimulering van het flankerend onderwijsbeleid in aanmerking te komen, moet de gemeente de actieplannen, vermeld in artikel 19, 2°, gedeeltelijk mee financieel ondersteunen.

De Vlaamse Regering is ermee belast het aandeel van de verplichte financiële inbreng te bepalen. De verplichte cofinanciering moet beperkt blijven tot een bedrag dat niet groter is dan het bedrag van de subsidie.

§ 2. De subsidies worden telkens voor maximaal zes jaar toegekend. De Vlaamse Regering kan na drie jaar een evaluatie maken.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure van beoordeling en goedkeuring van de subsidieaanvragen en de rapportering over de uitvoering van de beleidsprioriteiten.]

Decr. 29-6-2012

Art. 20.

[...]

Decr. 17-6-2016

HOOFDSTUK V. - Flankerend onderwijsbeleid : projecten in andere gemeenten

Art. 21.

[...]

Decr. 29-6-2012

[Art. 21bis.

[[...]] ]

Decr. 29-6-2012; [[ ]] Decr. 29-6-2012

HOOFDSTUK VI. - Flankerend onderwijsbeleid in Brussel

Afdeling I. - Voorrangsbeleid en bicultureel onderwijs

Art. 22 en 23.

[...]

Decr. 21-12-2012

Afdeling II. - Algemene bepalingen met betrekking tot de ondersteuning van het Brussels onderwijs

Art. 24.

Vanaf 1 september 2008 kan de Vlaamse Regering een subsidie toekennen aan projecten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad op voorwaarde dat :

1° de Vlaamse Regering een protocol afsluit met de Vlaamse Gemeenschapscommissie;

2° de projecten gericht zijn op doelstellingen met betrekking tot gelijke onderwijskansen, kleuterparticipatie, spijbelen, probleemgedrag op school, ongekwalificeerde uitstroom, taalstimulering, betrokkenheid van ouders en de buurt, samenwerking tussen onderwijs, welzijn, cultuur, jeugd en sport, overgang onderwijs-arbeidsmarkt, doorstroming en oriëntering, geletterdheid, of levenslang leren;

3° de Vlaamse Gemeenschapscommissie gedeeltelijk mee belast is met de financiële ondersteuning van de projecten;

4° het advies van het lokaal overlegplatform dat bevoegd is voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad voor het basis- of het secundair onderwijs wordt gevraagd, voor zover de projecten betrekking hebben op het basisonderwijs of het secundair onderwijs;

5° het school- en of netoverschrijdende projecten betreft;

6° de projecten beantwoorden aan een duidelijke behoefte in het onderwijsveld, met welomschreven educatieve doelstellingen en resultaten;

7° de projecten een aantal kwaliteitscriteria voorschrijven in verband met de methode, het tijdspad en de evaluatie;

8° de projectaanvragen een heldere weergave geven van de totale kostprijs en de financieringsbronnen;

9° de projecten ingebed zijn in het lokale beleid dat verband houdt met onderwijs.

De projectsubsidies worden telkens voor maximaal drie schooljaren toegekend. Na een positieve evaluatie kan een project opnieuw voor subsidie in aanmerking komen.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure van indiening en goedkeuring van projecten.

HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen

Afdeling I. - Wijzigings- en ophefbepalingen

Art. 25.

Artikel 33 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, gewijzigd bij de wet van 11 juli 1973 en bij de decreten van 5 juli 1989 en 28 april 1993, wordt opgeheven.

Art. 26.

[...]

Decr. 4-7-2008

Art. 27.

§ 1. In artikel 22 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998, wordt § 3 opgeheven.

§ 2. In hetzelfde decreet worden de volgende artikelen opgeheven :

1° artikel 92, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001;

2° artikel 92bis, ingevoegd bij het decreet van 20 oktober 2000;

3° artikelen 93 tot en met 95.

Art. 28.

Het decreet van 7 mei 2004 houdende het Nederlandstalig onderwijs in Brussel-Hoofdstad wordt opgeheven.

Afdeling II. - Overgangsbepaling

Art. 29.

In afwachting van het in werking treden van het besluit ter uitvoering van dit decreet, blijft het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 houdende bepaling van de begrippen gezondheidstoezicht en sociale voordelen [...] van toepassing.

B.Vl.R. 17-12-2010

Afdeling III. - Inwerkingtredingsbepaling

Art. 30.

Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2008, met uitzondering van artikelen 18, 19 en 21, die in werking treden op 1 september 2008.