Tijdelijk lesgeven op andere locaties dan de bestaande vestigingsplaatsen

  • referentie
    DKO/2008/04
  • publicatiedatum
    15/09/2008
  • datum laatste wijziging
    16/09/2008
  • wettelijke basis
    Decreet van 8 juli 2008 betreffende enkele dringende maatregelen voor het deeltijds kunstonderwijs
  • contactpersoon
    Johan Krygelmans , 02/553.89.74
  • Deze omzendbrief is van toepassing op alle academies voor deeltijds kunstonderwijs
  • Het Vlaams Parlement geeft de Vlaamse Regering de mogelijkheid om aan DKO-academies toe te staan dat zij de leerlingen in bepaalde gevallen tijdelijk lesgeven op andere locaties dan de bestaande vestigingsplaatsen

1. Inleiding

Op 8 juli 2008 keurde het Vlaams Parlement een Decreet betreffende enkele dringende maatregelen voor het deeltijds kunstonderwijs goed. Dit decreet bevat onder meer een regeling die academies mits goedkeuring van de Vlaamse Regering toelaat leerlingen tijdelijk les te geven op andere locaties dan de bestaande vestigingsplaatsen.

2. Regeling tijdelijk andere vestigingsplaatsen

2.1. Inhoud en doel van de regeling

In een aantal gevallen kan het gerechtvaardigd zijn om de leerlingen tijdelijk les te geven op andere locaties dan de bestaande vestigingsplaatsen of filialen. Deze noodzaak kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer de infrastructuur niet (meer) toelaat om de leerlingen veilig en kwaliteitsvol deeltijds kunstonderwijs te verschaffen (bijvoorbeeld na het aantreffen van asbest in de gebouwen of in geval van noodzakelijke verbouwingswerken). Binnen de gemeente waar de hoofdinstelling zelf of een filiaal van de hoofdinstelling gelegen is, kan de academie zonder vooraf toestemming te vragen een nieuwe vestigingsplaats openen. Er bestond tot vóór het Decreet van 8 juli 2008 geen regeling om leerlingen tijdelijk onder te brengen in een vestigingsplaats buiten de gemeente(n) waar de academie vestigingsplaatsen of filialen heeft.

Artikel 9 van het Decreet van 8 juli 2008 maakt dit mogelijk mits toestemming van de Vlaamse Regering. De programmatie- en rationalisatienormen zijn in de tijdelijke vestigingsplaats niet van toepassing voor de duur van de tijdelijke onderbrenging.

2.2. Aanvraagprocedure

Het is de bedoeling dat academies enkel een beroep op deze regeling doen wanneer een specifieke situatie dit rechtvaardigt. Het indienen van een aanvraag betekent dus niet per definitie dat de academie de regeling kan toepassen; de Vlaamse Regering is bevoegd voor het al dan niet toestaan van deze afwijking. Bovendien bezorgt de inspectie over elke aanvraag een advies aan de afdeling Scholen Secundair Onderwijs en DKO.

De inrichtende macht van een DKO-academie kan schriftelijk toestemming vragen om van deze regeling gebruik te maken door een aanvraag te sturen naar het bevoegde Schoolbeheerteam. De aanvraag moet geen lijvig dossier zijn, maar een beknopt document dat minstens de volgende elementen bevat:

- een duidelijke motivering: waarom moet de academie gebruik kunnen maken van deze regeling en welke stappen worden ondernomen om de noodzaak weg te nemen?

- een beschrijving van de beoogde tijdelijke locatie: adres, infrastructuur, wie is eigenaar of beheerder van de locatie, ...

- duur van de afwijking: hoe lang verwacht de academie gebruik te moeten maken van de tijdelijke vestigingsplaats?

Indien de academie bij het verstrijken van de toegestane periode nog steeds of opnieuw de noodzaak ervaart om tijdelijk de leerlingen onder te brengen op een locatie buiten de gemeente(n) waar de academie vestigingsplaatsen of filialen heeft, kan dit enkel mits een nieuwe aanvraag volgens de hierboven beschreven procedure. Indien de aanvraag een overdreven lange duur voorstelt, kan de Regering toestemming verlenen voor een kortere duur dan de voorgestelde. De afwijking is uiteraard beperkt tot de locaties waarvoor de toestemming is verleend; voor andere locaties is eveneens een nieuwe aanvraag vereist.