Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de bestaanszekerheidsvergoeding voor busbegeleiders

  • goedkeuringsdatum
    04 JULI 2008
  • publicatiedatum
    B.S.16/10/2008
  • datum laatste wijziging
    29/10/2014

COORDINATIE

B.Vl.R. 12-9-2014 - B.S. 29-10-2014

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de regionale technologische centra en houdende noodzakelijke en dringende onderwijsbepalingen, inzonderheid op artikel 55bis, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 11 april 2008;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomsten van 11 oktober 2007 en 23 april 2008 betreffende de bestaanszekerheidsvergoeding voor busbegeleiders, gesloten binnen het Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het Vrij Onderwijs;

Gelet op het protocol TCCN-2007/8 van 26 oktober 2007 en het protocol TCCN-2008/07 van 28 mei 2008 van het tussencomité van het centrale niveau voor het personeel van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap;

Gelet op het protocol nr. 2008/4 van 22 mei 2008 van de onderafdeling "Vlaams Gewest en Vlaamse Gemeenschap" van de eerste afdeling van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op advies 44.421/1 van de Raad van State, gegeven op 21 mei 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° ministerie : het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming;

2° busbegeleider : de persoon die door de school belast is met de begeleiding op de bus van leerlingen tijdens het leerlingenvervoer;

3° leerlingenvervoer : het collectief vervoer van leerlingen van thuis naar school en omgekeerd, met een voertuig van meer dan zeven zitplaatsen, de chauffeur inbegrepen;

4° school : gefinancierde of gesubsidieerde school voor basisonderwijs of secundair onderwijs;

5° schoolbestuur : het schoolbestuur of de inrichtende macht.

Art. 2.

Dit besluit is van toepassing op scholen die busbegeleiders tewerkstellen, en op deze busbegeleiders.

Art. 3.

Aan de busbegeleider die tijdens de maanden juli en augustus volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is of tijdens die periode van werkloosheid een ziekte-uitkering ontvangt, wordt door de school een bestaanszekerheidsvergoeding toegekend van 5 euro voor elke dag waarvoor de betrokkene in de maanden juli en augustus recht heeft op een werkloosheidsvergoeding of op een ziekte-uitkering, op voorwaarde dat de betrokkene op 1 juni voorafgaand aan de periode waarvoor de bestaanszekerheidsvergoeding kan worden toegekend, tewerkgesteld is via een geschreven arbeidsovereenkomst als busbegeleider. [Vanaf 1 juli 2014 wordt de bestaanszekerheidsvergoeding voor de eerste twintig dagen waarop de busbegeleider recht heeft, verhoogd met een bedrag van 5 euro.]

B.Vl.R. 12-9-2014

Art. 4.

Om deze bestaanszekerheidsvergoeding te verkrijgen, dient de busbegeleider een schriftelijke aanvraag in bij het schoolbestuur en verklaart op eer dat de vergoeding voor éénzelfde periode slechts één keer wordt aangevraagd.

Het schoolbestuur onderzoekt of de busbegeleider aan de voorwaarden voldoet en berekent het bedrag van de bestaanszekerheidsvergoeding.

Het schoolbestuur betaalt de bestaanszekerheidsvergoeding uit aan de busbegeleider vóór 31 december van het jaar waarop deze bestaanszekerheidsvergoeding betrekking heeft.

Art. 5.

§ 1. De scholen die met toepassing van de artikelen 3 en 4 een bestaanszekerheidsvergoeding betalen aan de door hun tewerkgestelde busbegeleiders, ontvangen hiervoor een toelage van de Vlaamse Gemeenschap, op voorwaarde dat :

- voor het gesubsidieerd vrij onderwijs in het Paritair Comité 152 hierover een akkoord werd bereikt;

- voor het gesubsidieerd officieel onderwijs hierover een akkoord werd bereikt dat voor het geheel van het gesubsidieerd officieel onderwijs dezelfde inhoud heeft;

- voor het gemeenschapsonderwijs hierover een akkoord werd bereikt dat voor alle scholengroepen dezelfde inhoud heeft.

Deze toelage kan niet meer bedragen dan de bestaanszekerheidsvergoedingen die de school verschuldigd is.

§ 2. Om aanspraak te kunnen maken op deze toelage dient de school vóór 15 oktober een schuldvordering in bij het ministerie door middel van het door dit ministerie voorgeschreven formulier. De poststempel is bewijskrachtig.

§ 3. Het ministerie betaalt de toelagen aan de scholen na controle en goedkeuring van de ingediende schuldvordering.

[§ 4. Het budget wordt in het kader van de begrotingscyclus jaarlijks aan monitoring onderworpen.]

B.Vl.R. 12-9-2014

Art. 6.

Het schoolbestuur bewaart gedurende vijf jaar de volgende bewijsstukken :

1° geschreven arbeidsovereenkomst voor busbegeleider;

2° aanvraag tot betaling van de bestaanszekerheidsvergoeding voor busbegeleiders;

3° attest van de uitbetalingsinstelling waarbij het bewijs wordt geleverd van het aantal dagen dat het personeelslid volledig werkloos is geweest tijdens de betreffende maanden juli en augustus;

4° attest van de instelling die tijdens de werkloosheid in de maanden juli en augustus de ziekte-uitkeringen heeft uitbetaald;

5° verklaring op eer : de busbegeleider moet verklaren dat de vergoeding voor éénzelfde periode slechts één keer wordt aangevraagd.

Het ministerie kan een verificateur belasten met de controle van deze bewijsstukken.

Art. 7.

Als wordt vastgesteld dat een school of een busbegeleider valse verklaringen heeft afgelegd, worden de uitbetaalde bedragen teruggevorderd.

Art. 8.

In afwijking van artikel 4, derde lid en van artikel 5, § 2, gelden voor de bestaanszekerheidsvergoedingen die betrekking hebben op de maanden juli en augustus 2007 de volgende termijnen :

1° voor het uitbetalen van de bestaanszekerheidsvergoeding door de school : 30 september 2008;

2° voor het indienen van de schuldvordering : 30 september 2008.

Art. 9.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2007.

Art. 10.

De Vlaamse minister, bevoegd voor Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.