Decreet betreffende de intergemeentelijke onderwijsvereniging (IGOV)

  • goedkeuringsdatum
    28 NOVEMBER 2008
  • publicatiedatum
    B.S.16/01/2009
  • datum laatste wijziging
    16/01/2009

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet betreffende de intergemeentelijke onderwijsvereniging (IGOV).

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.

De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 3.

Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :

1° beheersoverdracht : het binnen de perken van de statuten toevertrouwen door de deelnemers van de uitvoering van de beslissingen van de onderwijsvereniging, in die zin dat de deelnemers zich het recht ontzeggen zelf nog dergelijke beslissingen te nemen. In het kader van hun eindverantwoordelijkheid behouden de deelnemers hun inspraak in het beheer van en de controle op de onderwijsvereniging overeenkomstig dit decreet;

2° directeur : een directeur van een basisschool of van een secundaire school, van een instelling voor deeltijds kunstonderwijs of volwassenenonderwijs, of van een centrum voor leerlingenbegeleiding;

3° gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;

4° gesubsidieerd officieel onderwijs : het onderwijs, ingericht door de provincie, de gemeente of door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs, dat in aanmerking komt voor subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap;

5° gesubsidieerd vrij onderwijs : het onderwijs, ingericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen, dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap;

6° inrichtende macht : de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor een of meer scholen, instellingen of centra; in het basisonderwijs wordt hiermee het schoolbestuur bedoeld.

Art. 4.

§ 1. Indien twee of meer gemeenten een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid tot stand willen brengen om doelstellingen te verwezenlijken die behoren tot het beleidsdomein onderwijs en die verder worden omschreven in artikel 6 van dit decreet, dan richten zij hiervoor een onderwijsvereniging op.

De term onderwijsvereniging wordt steeds toegevoegd aan de naam.

Onverminderd andersluidende decretale bepalingen kunnen hieraan, naast gemeenten, uitsluitend deelnemen :

- de onderwijsverenigingen, opgericht volgens dit decreet;

- de inrichtende machten van het gesubsidieerd officieel onderwijs; en/of

- de inrichtende machten van het gesubsidieerd vrij onderwijs; en/of

- de inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs.

§ 2. De zetel van de onderwijsvereniging is steeds gevestigd op het grondgebied van een deelnemende gemeente in een gebouw waarover de onderwijsvereniging of de gemeente beschikt.

Art. 5.

De onderwijsvereniging is een publiekrechtelijke rechtspersoon met een rechtsvorm waarvan de kenmerken vastgesteld zijn krachtens de bepalingen van dit decreet.

Ongeacht haar doelstellingen hebben haar verbintenissen geen handelskarakter.

Voor al wat niet uitdrukkelijk geregeld is door dit decreet, zijn op de onderwijsvereniging de bepalingen van toepassing van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.

Art. 6.

§ 1. De onderwijsvereniging heeft als opdracht :

- duidelijk omschreven onderwijsdoelstellingen te plannen, uit te voeren en te controleren; of

- duidelijk omschreven ondersteunende diensten inzake onderwijs te verlenen aan de deelnemers.

§ 2. De deelnemers kunnen binnen de doelstellingen van de onderwijsvereniging voorzien in een beheersoverdracht die wordt geregeld in een beheersovereenkomst tussen de deelnemers en de onderwijsvereniging. De beheersovereenkomst en de uitvoering ervan worden jaarlijks geëvalueerd door de deelnemers.

§ 3. De bedoelde onderwijsdoelstellingen en ondersteunende diensten kunnen niet vallen onder flankerend onderwijsbeleid in de zin van het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau.

Art. 7.

§ 1. De toetreding tot, de duur van, de uittreding uit, de verlenging van en de ontbinding van de onderwijsvereniging worden bepaald overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de onderwijsreglementering, of bij gebrek daaraan, door de statuten.

§ 2. Alle deelnemers beslissen elk afzonderlijk tot toetreding binnen een tijdsbestek van twee maanden na het principiële akkoord van oprichting.

§ 3. De onderwijsvereniging kan vrijwillig worden ontbonden. Als een uittreding tot gevolg heeft dat er slechts één gemeente meer betrokken is in de onderwijsvereniging, wordt ze ambtshalve ontbonden. In geval van ontbinding bepalen de statuten de wijze van vereffening.

§ 4. Onderwijsverenigingen kunnen niet worden opgericht in de loop van het jaar waarin verkiezingen voor een algehele vernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd.

Art. 8.

De onderwijsvereniging wordt opgericht bij akte, verleden voor de burgemeester van de gemeente waar de zetel gevestigd wordt. Onverminderd de wettelijke bepalingen met betrekking tot de inbreng van onroerende goederen verkrijgt de oprichtingsakte geldigheid op de datum van haar dagtekening door de ondertekening van alle deelnemers.

De oprichtingsakte omvat de statuten. De oprichtingsakte wordt ter inzage van eenieder gedeponeerd bij de zetel van de onderwijsvereniging.

Art. 9.

De wijzigingen in de statuten en de aanvaarding van toetreding behoeven de instemming van alle deelnemers, overeenkomstig de procedure die in de statuten is bepaald.

Art. 10.

§ 1. De onderwijsvereniging beschikt over een raad van bestuur.

De deelnemers benoemen rechtstreeks de leden van de raad van bestuur. Voor de gemeenten kunnen uitsluitend gemeenteraadsleden, burgemeesters of schepenen dat mandaat vervullen.

§ 2. Het aantal leden per deelnemer wordt vastgelegd in de statuten waarbij elke deelnemer recht heeft op minstens een bestuurder en hoogstens drie bestuurders.

§ 3. Het voorzitterschap wordt steeds toevertrouwd aan een door een gemeente aangestelde bestuurder.

§ 4. De stemrechten per bestuurder worden vastgelegd in de statuten, waarbij de bestuurders van de gemeenten steeds over de meerderheid van de stemrechten beschikken. Indien het aangelegenheden betreft die uitsluitend kenmerkend zijn voor ofwel het gesubsidieerd officieel onderwijs, ofwel het gesubsidieerd vrij onderwijs ofwel het gemeenschapsonderwijs, zijn enkel de bestuurders van deze onderscheiden inrichters stemgerechtigd.

§ 5. Aan de vergaderingen van de raad van bestuur wordt tevens deelgenomen door een door iedere aangesloten gemeente aangewezen afgevaardigde, als lid met raadgevende stem. Die afgevaardigden zijn steeds raadsleden in de betrokken gemeenten, verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen of aangesteld is als voorzitter van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. De raad van bestuur kan daarnaast ook andere afgevaardigden met raadgevende stem uitnodigen. De afgevaardigden met raadgevende stem tellen niet mee voor de berekening van een eventueel aanwezigheidsquorum en de bepaling van het aantal leden per deelnemer zoals vastgelegd in § 2. De onverenigbaarheden uit artikel 12 van dit decreet zijn op hen niet van toepassing.

§ 6. De werkingsmodaliteiten van de raad van bestuur worden vastgesteld in een bij de statuten gevoegd huishoudelijk reglement dat gewijzigd kan worden bij gewone meerderheid van de raad van bestuur.

§ 7. De raad van bestuur is bevoegd voor alle aangelegenheden, behalve in de gevallen bepaald in de statuten en in artikel 11 waarvoor steeds de goedkeuring van de deelnemende gemeenten vereist is.

§ 8. Het financiële beheer wordt toevertrouwd aan een personeelslid, benoemd door de raad van bestuur.

De raad van bestuur stelt het budget op, stelt de jaarrekeningen vast en legt ze, samen met een activiteitenverslag, ter goedkeuring voor aan de deelnemers.

Het budget van het volgende boekjaar wordt jaarlijks en uiterlijk op 30 november ter goedkeuring voorgelegd aan de deelnemers.

De jaarrekening van het voorbije boekjaar wordt jaarlijks uiterlijk op 31 mei ter goedkeuring voorgelegd aan de deelnemers.

§ 9. De bestuurders zijn niet persoonlijk gebonden door de verbintenissen van de onderwijsvereniging. Zij zijn overeenkomstig het gemeen recht verantwoordelijk voor de vervulling van de hun opgedragen taak en aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen in de normale uitoefening van het bestuur.

Art. 11.

Volgende punten worden door alle deelnemers goedgekeurd :

- de statutenwijzigingen;

- de afspraken met betrekking tot het personeelsbeleid ten aanzien van de personeelsleden die worden ingezet op het niveau van de onderwijsvereniging;

- de dotaties aan de onderwijsvereniging;

- de toetreding van nieuwe leden;

- het budget, de jaarrekening en het activiteitenverslag.

Art. 12.

§ 1. Onverminderd andere wettelijke of decretale bepalingen die van toepassing zijn op de mandaten in een onderwijsvereniging, bestaat er een onverenigbaarheid tussen het mandaat van bestuurder en de volgende ambten, functies of mandaten :

- lid van een regering, zowel op federaal niveau als op niveau van de gewesten en gemeenschappen;

- provinciegouverneur of adjunct van de gouverneur van Vlaams-Brabant;

- arrondissementscommissaris of adjunct-arrondissementscommissaris;

- provinciegriffier;

- werknemer van een deelnemer of een onderwijsvereniging.

§ 2. De statuten kunnen extra onverenigbaarheden opleggen.

Art. 13.

Ten aanzien van de bestuurders gelden de volgende verbodsbepalingen.

Een bestuurder mag niet :

1° aanwezig zijn bij een beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij een rechtstreeks belang heeft, of waarbij zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Het verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, afzettingen en schorsingen;

2° rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemen aan overeenkomsten die met de onderwijsvereniging zijn gesloten;

3° als advocaat, notaris of zaakwaarnemer optreden in rechtsgedingen tegen de onderwijsvereniging. Het is hem verboden, in dezelfde hoedanigheid ten behoeve van de onderwijsvereniging te pleiten, raad te geven of op te treden in enige betwisting, tenzij dat kosteloos gebeurt. Dat verbod geldt ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder of afgevaardigde werken;

4° optreden als raadsman van een personeelslid in tuchtzaken.

Art. 14.

De vergaderingen van de raad van bestuur zijn niet openbaar. De notulen met bijgevoegd het stemgedrag van de individuele leden en alle documenten waar in de notulen naar verwezen wordt, kunnen, onverminderd de decretale bepalingen inzake de openbaarheid van bestuur, op eenvoudig verzoek ter beschikking worden gesteld aan de leden van de inrichtende machten van de deelnemers.

Art. 15.

De duur en de wijze van beëindiging van het mandaat van bestuurder worden statutair bepaald. Alle bestuurders zijn van rechtswege ontslagnemend bij verlies van hun politiek mandaat.

De bestuurders van gemeenten en provincies zijn echter niet van rechtswege ontslagnemend ingeval van algehele vernieuwing van de gemeenteraden en provincieraden. In een dergelijk geval stellen de deelnemende gemeenten en provincies uiterlijk op het einde van de maand februari, volgend op het jaar van de verkiezingen tot algehele vernieuwing van de gemeenteraden, de nieuwe bestuurders aan. Zij treden aan op 1 maart daaropvolgend.

Art. 16.

Om geldig te beraadslagen en te beslissen, is een aanwezigheidsquorum vastgesteld op de gewone meerderheid van het aantal bestuurders, zowel voor het geheel als voor de groep van de door de gemeenten benoemde bestuurders. Van dat aanwezigheidsquorum kan statutair worden afgeweken voor een tweede vergadering die volgt op een onvoldoende samengestelde eerdere vergadering, en voor zover het gaat om punten die voor de tweede maal op de agenda voorkomen.

Deze bepaling geldt niet voor de voorstellen tot statutenwijziging en aanvaarding van toetredingen.

De voor de beslissingen vereiste meerderheid van de stemmen is steeds de gewone meerderheid die bereikt moet worden zowel voor het geheel als voor de groep van de door de gemeenten benoemde bestuurders.

Art. 17.

De boekhouding wordt gevoerd overeenkomstig de regels die gelden voor de boekhouding van de gemeenten.

Art. 18.

Dit decreet treedt in werking tien dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

De samenwerkingsverbanden in onderwijs bestaande uit twee of meer gemeenten die over rechtspersoonlijkheid beschikken, of die samenwerkingsverbanden die nog niet over rechtspersoonlijkheid beschikken en deze rechtspersoonlijkheid willen verwerven, schikken zich naar de bepalingen van dit decreet uiterlijk voor 31 augustus 2009. Op 1 september 2009 treedt dit decreet ten opzichte van hen in werking.