Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de inrichting en de uitrusting van de infrastructuur voor de uitvoering van medische consulten door de centra voor leerlingenbegeleiding

  • goedkeuringsdatum
    14 NOVEMBER 2008
  • publicatiedatum
    B.S.23/01/2009
  • datum laatste wijziging
    23/01/2009

De Vlaamse Regering,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 20;

Gelet op het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding;

Gelet op het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juli 1985 betreffende de verplichtingen en de opdrachten inzake medisch schooltoezicht, en houdende de erkenningsvoorwaarden en subsidiëring van equipes en centra voor medisch schooltoezicht;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 tot bepaling van sommige opdrachten van de centra voor leerlingenbegeleiding, inzonderheid op artikel 9;

Gelet op het ministerieel besluit van 2 september 1963 houdende de vaststelling van de minimumuitrusting der psycho-medisch-sociale rijkscentra en diensten voor studie- en beroepsoriëntering;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 augustus 2008;

Gelet op advies 45.230/1 van de Raad van State, gegeven op 9 oktober 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° centrum : een centrum voor leerlingenbegeleiding;

2° lokaal : een lokaal dat gebruikt wordt voor de medische consulten in het centrum voor leerlingenbegeleiding;

3° medisch materiaal : het geneeskundig materiaal in functie van leeftijdsspecifieke consulten dat beantwoordt aan de standaarden, ontwikkeld door de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg vzw en online raadpleegbaar op http : //www.vwvj.be, of het geneeskundig materiaal dat geschikt is voor een kwaliteitsvolle uitvoering van het onderzoek in kwestie en vergelijkbare en objectieve resultaten oplevert.

HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor algemene hygiëne, comfort en veiligheid

Art. 2.

§ 1. Elk gebouw van een centrum waarin een lokaal is ondergebracht, moet over een voldoende en ononderbroken drinkwatervoorziening en over een lozingsstelsel voor het afvalwater beschikken.

§ 2. De lokalen, de uitrusting ervan en het medisch materiaal van het centrum moeten beantwoorden aan de vereisten van de algemene hygiëne, van het comfort en de veiligheid van de personen inzonderheid op het vlak van :

1° de natuurlijke en kunstmatige verlichting;

2° de vloeren en wanden;

3° het meubilair;

4° de beveiliging tegen het brandrisico.

Alle lokalen, vermeld in het eerste lid, moeten voorzien zijn van een regelbaar verwarmingsstelsel dat, bij alle weergesteldheden, kan voorzien in binnentemperaturen van +22 graden Celsius in de lokalen waartoe ontklede consulanten toegang hebben, en van +18 graden Celsius in de andere lokalen.

HOOFDSTUK III. - Bouwkundige bepalingen en vereisten van uitrusting

Art. 3.

De door een centrum voor medische consulten gebruikte lokalen in een centrum voor leerlingenbegeleiding moeten in hetzelfde gebouw gegroepeerd en zodanig ingericht zijn dat er een of meer onderzoekingskringlopen kunnen bestaan. Elke onderzoekingskringloop wordt gevormd door een complex van onderling verbonden lokalen, die zo geschikt zijn dat de consultanten ze kunnen doorlopen in de volgorde waarin de verschillende onderdelen van het medisch consult worden uitgevoerd en die toelaat het geheim van het onderzoek en de privacy van elke consultant te garanderen.

De lokalen moeten een vlotte samenwerking van de technische personeelsleden van de verschillende disciplines mogelijk maken.

De lokalen moeten de discretie en privacy van de consulten waarborgen door inkijk of meeluisteren door derden uit te sluiten.

Art. 4.

Als het centrum verscheidene onderzoekingskringlopen omvat, moeten deze georganiseerd worden zodat inkijk of meeluisteren door derden niet mogelijk is.

Art. 5.

Elke onderzoekingskringloop bestaat ten minste uit :

1° een voor de consultanten bestemde wachtkamer met voldoende zitplaatsen, tafels en een uitrusting die toelaat zinvolle activiteiten te organiseren die aangepast zijn aan de leeftijd van de leerlingen;

2° minimaal twee kleedhokjes, waarbij het aantal kleedhokjes aangepast is aan het aantal te onderzoeken leerlingen en aan de doorloop door de onderzoekskringlopen, en elk kleedhokje een nuttige oppervlakte van ten minste 1,30 m² beslaat;

3° een lokaal voor de biometrie, met de nodige uitrusting en medisch materiaal. Dit lokaal volstaat ook om gerichte consulten uit te voeren;

4° een kabinet voor geneeskundig onderzoek, voorzien van de nodige uitrusting en het nodige medisch materiaal voor :

a) het algemene klinische onderzoek;

b) het onderzoek van de visus, het gehoor, en de neus- en mondholten;

5° de nodige verbindingsgangen die een functioneel verloop waarborgen;

6° een aparte ruimte, met de nodige uitrusting, bestemd voor consultanten die tijdens het onderzoek onwel worden en die de consultanten de nodige discretie biedt. Deze ruimte mag gemeenschappelijk ter beschikking gesteld worden van verschillende onderzoekingskringlopen;

7° sanitaire lokalen, waarvan sommige voor de consultanten en andere voor het personeel bestemd zijn. Ze mogen gemeenschappelijk ter beschikking gesteld worden van verschillende onderzoekingskringlopen. Ze moeten gemakkelijk toegankelijk zijn en uitgerust worden met een voldoende aantal toiletten.

HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepalingen

Art. 6.

In artikel 3 van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra wordt paragraaf 6, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 houdende de wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra, opgeheven.

Art. 7.

Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1981 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra en van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering, en bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende vaststelling van de voorwaarden en de modaliteiten onder dewelke de leerlingen van het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de voor de vervulling van de leerplicht erkende vorming worden begeleid door de psycho-medisch-sociale centra, wordt opgeheven.

Art. 8.

In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de paragrafen 1, 2, 3, 4, 5 en 7, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1981 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra en van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering, en bij het koninklijk besluit van 2 september 1985 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 augustus 1981 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra en van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering, opgeheven.

Art. 9.

In hetzelfde besluit worden opgeheven :

1° artikel 12, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1981 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra en van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering, en bij het koninklijk besluit van 2 september 1985 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 augustus 1981 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra en van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering;

2° artikel 15, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1981 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra en van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering, en bij het koninklijk besluit van 2 september 1985 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 augustus 1981 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra en van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering;

3° artikel 16, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 houdende de wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra;

4° artikel 17, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1981 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra en van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering;

5° artikel 18, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1981 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra en van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering;

6° artikel 20, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1981 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra en van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering;

7° artikel 44, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1981 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra en van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering.

Art. 10.

De volgende regelingen worden opgeheven :

1° het ministerieel besluit van 2 september 1963 houdende de vaststelling van de minimumuitrusting der psycho-medisch-sociale rijkscentra en diensten voor studie- en beroepsoriëntering;

2° het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juli 1985 betreffende de verplichtingen en de opdrachten inzake medisch schooltoezicht, en houdende de erkenningsvoorwaarden en subsidiëring van equipes en centra voor medisch schooltoezicht, gewijzigd bij het besluit van 19 maart 1986, het besluit van 29 juli 1987, het besluit van 13 juni 1990, het besluit van 19 december 1990, het besluit van 19 december 1991, het besluit van 18 november 1992, het besluit van 20 juli 1994, het besluit van 19 december 1996, het besluit van 10 november 1998 en het besluit van 7 september 2001.

Art. 11.

Artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 tot bepaling van sommige opdrachten van de centra voor leerlingenbegeleiding wordt opgeheven.

HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 12.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.