Decreet houdende de organisatie van schoolsport

  • goedkeuringsdatum
    13 FEBRUARI 2009
  • publicatiedatum
    B.S.26/03/2009
  • datum laatste wijziging
    04/01/2016

COORDINATIE

Decr. 18-12-2009 - B.S. 29-1-2010

Decr. 9-7-2010 - B.S. 31-8-2010

Decr. 1-7-2011 - B.S. 30-8-2011

Decr. 4-12-2015 - B.S. 21-12-2015

Het Vlaams parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Decreet houdende de organisatie van schoolsport

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.

In dit decreet wordt verstaan onder de organisatie van schoolsport :

1° de innovatie, de planning en de ontwikkeling van de schoolsport;

2° het stimuleren van de wisselwerking tussen het vak- of leergebied lichamelijke opvoeding en de schoolsport enerzijds, en de schoolsport en de lokale sportactiviteiten anderzijds;

3° de organisatie van extracurriculaire sport- en bewegingsactiviteiten in schools en naschools verband voor de leerlingen uit het basis- en secundair onderwijs.

De organisatie van schoolsport heeft als doelstelling leerlingen uit het basis- en secundair onderwijs te stimuleren om levenslang deel te nemen aan sport- en bewegingsactiviteiten, zowel in georganiseerd verband binnen een sportvereniging, als in los georganiseerd of ongeorganiseerd verband.

Art. 3.

§ 1. De Vlaamse Regering kan een vereniging zonder winstoogmerk of stichting voor de organisatie van schoolsport, verder vereniging te noemen, subsidiëren als aan de volgende voorwaarden voldaan wordt :

1° de vereniging dient een vereniging te zijn, als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, zoals gewijzigd;

2° uit de statuten van de vereniging blijkt dat de vereniging een draagvlak vindt bij of in de bestuursorganen vertegenwoordigd is door :

a) het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten;

b) bij voorkeur alle, maar ten minste één van de volgende sportorganisaties : Vlaamse Sportfederatie, de Bond voor Lichamelijke Opvoeding of het Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid;

3° een subsidieovereenkomst wordt gesloten met de Vlaamse Regering;

4° vierjaarlijks legt de vereniging een werkingsverslag voor, waaruit blijkt dat de bepalingen uit de subsidieovereenkomst werden gerealiseerd;

5° de vereniging legt jaarlijks een jaarplan, een begroting, een jaarverslag en een jaarrekening voor.

§ 2. Het is de Vlaamse Regering niet toegestaan om mee te werken aan de oprichting van de vereniging, de vereniging op te richten of toe te treden tot de vereniging.

Art. 4.

De vereniging, die in aanmerking wil komen voor subsidies, moet een aanvraagdossier indienen bij de Vlaamse overheid. Dit dossier omvat de statuten van de vereniging, een subsidieaanvraag, een eerste budgettaire raming, een concretisering van de doelstellingen en de realisering van de regionale werking.

Om de vier jaar zal de aanvraag vernieuwd worden. Uiterlijk op 1 november voorafgaand aan de vierjaarlijkse periode waarvoor de subsidieovereenkomst wordt afgesloten, moet het dossier ingediend worden.

De selectie van de vereniging zal gebeuren op basis van de subsidievoorwaarden zoals vermeld in artikel 3, § 1, 1° en 2°, en op basis van de volgende inhoudelijke criteria :

a) het dossier beantwoordt aan een duidelijke behoefte in het onderwijsveld;

b) opname van welomschreven educatieve doelstellingen;

c) een duidelijke omschrijving van de doelgroep en hoe deze doelgroep bereikt zal worden.

Art. 5.

De subsidieovereenkomst, vermeld in artikel 3, § 1, 3°, wordt gesloten voor vier jaar na goedkeuring van het aanvraagdossier. In de subsidieovereenkomst worden ten minste de volgende aangelegenheden vastgelegd :

1° de concretisering van de doelstellingen en de opdracht van de vereniging;

2° de wijze waarop de vereniging rapporteert aan de Vlaamse Regering over de eigen werking en de resultaten hiervan;

3° de wijze waarop de vereniging een regionale werking uitbouwt;

4° de wijze waarop de vereniging de kwaliteit van haar werking opvolgt;

5° de subsidiebedragen en de uitbetalingsmodaliteiten;

6° de wijze waarop de subsidieovereenkomst tussentijds kan worden bijgestuurd, hetzij op vraag van de Vlaamse Regering, hetzij op vraag van de vereniging.

Het jaarlijks in te dienen jaarplan is gebaseerd op de afspraken in de subsidieovereenkomst.

Ingeval de Vlaamse Gemeenschap de subsidiëring in het kader van de schoolsport stopzet, zal het sociaal passief dat hierdoor ontstaat door de Vlaamse Gemeenschap worden gedragen.

Art. 6.

De voortgangscontrole van de inhoudelijke werking van de vereniging wordt toevertrouwd aan een opvolgingsgroep die opgericht is door de Vlaamse Regering.

De voortgangscontrole bestaat uit een nauwe opvolging en eventuele bijsturing van de bepalingen zoals opgenomen in de subsidieovereenkomst, de jaarplannen en de jaarverslagen.

De opvolgingsgroep brengt advies uit aan de Vlaamse Regering over de ingediende jaarplannen en de jaarverslagen.

[De opvolgingsgroep is als volgt samengesteld :

1° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs;

2° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse minister bevoegd voor Sport;

3° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse minister bevoegd voor Begroting;

4° een vertegenwoordiger voor het Departement Onderwijs en Vorming;

[[een afgevaardigde voor de Vlaamse minister bevoegd voor Mobiliteit;]]

6° een vertegenwoordiger voor het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming;

7° een vertegenwoordiger voor het [[agentschap Sport Vlaanderen]];

8° een vertegenwoordiger voor de sectorraad Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media;

9° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse Onderwijsraad;

10° twee vertegenwoordigers voor de vereniging die overeenkomstig dit decreet gesubsidieerd wordt;

11° een expert op vlak van schoolsport die wordt voorgedragen door het Departement Onderwijs en Vorming;

12° een expert op vlak van schoolsport die wordt voorgedragen door het [[agentschap Sport Vlaanderen]];]¹

[13° een afgevaardigde voor de Vlaamse minister bevoegd voor Volksgezondheid.]²

De opvolgingsgroep kan verder aangevuld worden met experten inzake schoolsport.

[ ]¹ Decr. 1-7-2011; [ ]² Decr. 4-12-2016; [[ ]] Decr. 4-12-2015

Art. 7.

Overeenkomstig artikelen 57 en 58 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit van 17 juli 1991, zal de niet-naleving van de subsidieovereenkomst, vermeld in artikel 3, na aanmaning leiden tot tijdelijke of permanente, volledige of gedeeltelijke inhouding van de betaling van de schijven of het saldo van de subsidie. De modaliteiten worden bepaald in de subsidieovereenkomst.

Art. 8.

In artikel 51quater, § 2, eerste lid, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt punt 11° opgeheven.

Art. 9.

In artikel 77quater, § 2, eerste lid, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt punt 11 ° opgeheven.

Art. 10.

De volgende regelingen worden opgeheven :

1° het decreet van 1 december 1993 houdende de erkenning en de subsidiëring van de Stichting voor de Vlaamse Schoolsport;

2° het decreet van 7 mei 2004 betreffende de onderwijsgebonden sport, gewijzigd bij het decreet van 24 december 2004;

3° het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 tot uitvoering van het decreet van 1 december 1993 houdende de erkenning en de subsidiëring van de Stichting voor de Vlaamse Schoolsport.

Art. 11.

In afwijking van artikel 4 moeten de verenigingen die in aanmerking willen komen voor subsidies voor de eerste vierjarige periode, die ingaat in het jaar [2010]¹, hun aanvraag uiterlijk 31 december 2008 indienen. [De duur van de eerste subsidieovereenkomst die na de inwerkingtreding van dit decreet gesloten wordt, loopt niet verder dan 31 december 2013.]²

[ ]¹ Decr. 18-12-2009; [ ]² Decr. 9-7-2010

Art. 12.

Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2009.