Decreet betreffende de Hogere Zeevaartschool

  • goedkeuringsdatum
    20 FEBRUARI 2009
  • publicatiedatum
    B.S.29/04/2009
  • datum laatste wijziging
    04/01/2016

COORDINATIE

Decr. 18-12-2009 - B.S. 30-12-2009

Decr. 9-7-2010 - B.S. 28-7-2010

Decr. 1-6-2012 - B.S. 22-6-2012

Decr. 13-7-2012 - B.S. 8-11-2012

Decr. 21-12-2012 - B.S. 31-12-2012

Decr. 5-7-2013 - B.S. 30-7-2013

Decr. 19-12-2014 - B.S. 30-12-2014

Decr. 19-6-2015 - B.S. 21-8-2015

Decr. 18-12-2015 - B.S. 29-12-2015

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet betreffende de Hogere Zeevaartschool.

HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

HOOFDSTUK II. - Financiering

Art. 2.

§ 1. De Vlaamse Gemeenschap draagt jaarlijks bij in de financiering van de werking van de Vlaamse autonome hogeschool Hogere Zeevaartschool.

De werkingsuitkering draagt bij in de dekking van de gewone uitgaven voor onderwijs, onderzoek, maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening, de financiering van investeringen, de afbetaling van leningen en voor de administratie van de instelling, met inbegrip van de roerende uitrustingen.

§ 2. [Het bedrag van de werkingsuitkering bestemd voor de Hogere Zeevaartschool wordt vastgesteld op 4.279.000,00 euro (prijsniveau 2010). Dit bedrag is samengesteld uit :

1° een onderwijssokkel van 200.000,00 euro;

2° een variabel onderwijsdeel van 4.079.000,00 euro.

Het bedrag, bestemd voor de uitbetaling van de verhoging van het vakantiegeld ter uitvoering van CAO II hoger onderwijs, wordt toegevoegd aan het bedrag van de werkingsuitkering.]

Decr. 9-7-2010

§ 3. De bedragen vermeld in § 2 van dit artikel worden binnen de perken van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de indexeringsformule [vermeld in artikel III.5, § 9, van de Codex Hoger Onderwijs]³.

[De indexering vermeld in het eerste lid wordt in het begrotingsjaar 2010 niet toegepast.]¹

[Voor [[de begrotingsjaren [[[2012,2013 en 2015]]] ]]¹ worden de bedragen vermeld in paragraaf 2 van dit artikel binnen de perken van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap geïndexeerd aan de hand van de indexeringsformule [[vermeld in artikel III.5, § 9, tweede lid, van de Codex Hoger Onderwijs]]².]²

[ ]¹ Decr. 18-12-2009; [ ]² Decr. 1-6-2012; [ ]³ Decr. 19-6-2015; [[ ]]¹ Decr. 21-12-2012; [[ ]]² Decr. 19-6-2015; [[[ ]]] Decr. 19-12-2014

[§ 4. Aan het bedrag, vermeld in § 2, 2°, wordt vanaf het begrotingsjaar 2017 een bedrag van 33.480 euro toegevoegd.]

Decr. 13-7-2012

Art. 3.

§ 1. Vanaf het begrotingsjaar 2011 evolueert het bedrag van het variabel onderwijsdeel, vermeld in artikel 2, § 2, als volgt :

1° als het aantal opgenomen studiepunten berekend voor het begrotingsjaar t toeneemt met ten minste 2 % ten opzichte van de referentiepunten, vermeld in het derde lid, dan stijgt het bedrag van het variabel onderwijsdeel in dat begrotingsjaar met 2 %;

2° als het aantal opgenomen studiepunten berekend voor het begrotingsjaar t afneemt met ten minste 2 % ten opzichte van de referentiepunten, vermeld in het derde lid, dan daalt het bedrag van de werkingsuitkering in dat begrotingsjaar met 2 %.

Voor de vaststelling van het aantal opgenomen studiepunten voor het begrotingsjaar t wordt het gemiddeld aantal studiepunten over de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2 in aanmerking genomen waarvoor studenten onder diplomacontract zich ingeschreven hebben voor een initiële bachelor of masteropleiding of voor een basisopleiding in afbouw. Enkel die opgenomen studiepunten komen in aanmerking waarvoor de student een toereikend leerkrediet heeft op het moment van de inschrijving. Voor de overgangsjaren 2001-2002 tot en met 2004-2005 wordt het aantal opgenomen studiepunten vervangen door het aantal hoofdinschrijvingen voor de basisopleidingen in het desbetreffende academiejaar, vermenigvuldigd met een factor 57.

De eerste referentiepunten zijn gelijk aan het gemiddeld aantal opgenomen studiepunten in de academiejaren 2001-2002 tot en met 2005-2006, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen in het voorgaande lid. Bij elke daling of stijging van het aantal opgenomen studiepunten worden er nieuwe referentiepunten vastgelegd. De nieuwe referentiepunten zijn gelijk aan de vorige referentiepunten plus of min 2 %.

§ 2. Na elke stijging of daling van het bedrag van het variabel onderwijsdeel wordt dit nieuwe bedrag vastgelegd en geldt het als vertrekbasis voor de toekomstige berekeningen.

[§ 3.Vanaf het begrotingsjaar 2011 wordt de werkingsuitkering bestemd voor de Hogere Zeevaartschool, berekend overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van dit decreet met 1,27 % verminderd.

Afhankelijk van de budgettaire ruimte kan de Vlaamse Regering dit percentage vanaf het begrotingsjaar 2012 wijzigen.

De som van het bedrag van de vermindering op grond van het eerste of het tweede lid en het totale bedrag van de verminderingen op grond van [[artikel III.24, § 4, eerste en tweede lid, van de Codex Hoger Onderwijs]] bedraagt per jaar ten hoogste 16.179.000 euro, berekend op het prijsniveau van het jaar 2010. Indien dit bedrag overschreden wordt, worden de in het eerste lid en in [[artikel III.24, § 4, eerste lid, van de Codex Hoger Onderwijs]] vermelde percentages verminderd.]

Decr. 18-12-2009; [[ ]] Decr. 19-6-2015

[§ 4. Voor het begrotingsjaar 2013 wordt de totale werkingsuitkering van de Hogere Zeevaartschool, berekend overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van dit decreet, verminderd met 33.000,00 euro.]

Decr. 5-7-2013

[§ 5. [[In afwijking van paragraaf 1 van dit artikel evolueren in de begrotingsjaren 2015 en 2016 de bedragen van het variabel onderwijsdeel niet als het aantal opgenomen studiepunten berekend voor de begrotingsjaren 2015 en 2016 toeneemt met ten minste 2% ten opzichte van de referentiepunten. Er worden ook geen nieuwe referentiepunten vastgelegd bij een eventuele stijging van 2% of meer van het aantal opgenomen studiepunten.]]

§ 6. Bovenop paragraaf 3 wordt vanaf het begrotingsjaar 2015 de werkingsuitkering bestemd voor de Hogere Zeevaartschool berekend overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van dit decreet, met 90.798,50 euro verminderd.]

Decr. 19-12-2014; [[ ]] Decr. 18-12-2015

Art. 4.

§ 1. Naast de werkingsuitkering ontvangt de Hogere Zeevaartschool vanaf het begrotingsjaar 2009 een bedrag van 169.183 euro voor investeringsmiddelen en een bedrag van 18.839 euro voor eigenaarsonderhoud.

§ 2. Vanaf het begrotingsjaar [2011] wordt het bedrag van de investeringsmiddelen geïndexeerd volgens de evolutie van de gezondheidsindex.

§ 3. De investeringsmiddelen dragen uitsluitend bij tot de dekking van de uitgaven voor de aankoop van gebouwen, voor gehele of gedeeltelijke nieuwbouw of verbouwing, voor de voorafgaande afbraakwerken, voor de omgevingswerken, voor de eerste uitrusting, voor de aankoop van gronden, voor de aankoop van didactische en wetenschappelijke apparatuur die bestemd is voor het onderwijs, en voor de onroerende investeringen voor de sociale voorzieningen, en tot dekking van de kapitaal- en intrestlasten die voortvloeien uit leningen voor de investeringsuitgaven.

Decr. 18-12-2009

HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen voor het personeel

Art. 5.

§ 1. Het ambt van directeur van de Hogere Zeevaartschool wordt geconcordeerd naar het ambt van hoogleraar binnen de personeelsformatie van het onderwijzend personeel. Hiervoor wordt in een betrekking bij de betreffende formatie voorzien.

Deze bepaling geldt voor de directeur van de Hogere Zeevaartschool die in dienst is op 31 december 2008.

§ 2. Het hogeschoolbestuur van de Hogere Zeevaartschool wijst voor de tijdelijke en benoemde personeelsleden van het onderwijzend personeel die op 31 december 2008 in dienst zijn een overeenstemmend ambt toe bij de betreffende formatie.

§ 3. Het hogeschoolbestuur van de Hogere Zeevaartschool wijst voor de tijdelijke en benoemde personeelsleden van het administratief en technisch personeel die op 31 december 2008 in dienst zijn een overeenstemmende graad toe bij de betreffende formatie.

Art. 6.

§ 1. Het benoemde lid van het administratief en technisch personeel dat in dienst is in de graad van kokonderrichter en het benoemde lid van het opvoedend hulppersoneel behouden hun ambt op persoonlijke titel.

§ 2. De personeelsleden, vermeld in § l, behouden de salarisschaal en de schaalanciënniteit die zij sinds 1 januari 1996 hebben opgebouwd.

HOOFDSTUK IV. - Wijzigingsbepalingen

Art. 7.

Artikel 14 van de wet op het zeevaartonderwijs, gecoördineerd op 20 september 1960, wordt opgeheven.

Art. 8.

Artikelen 128 en 129 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II worden opgeheven.

Art. 9.

Aan artikel 2, 2°, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap worden de volgende woorden toegevoegd : « of als vermeld in het bijzonder decreet van 20 februari 2009 tot inrichting van de Vlaamse autonome hogeschool Hogere Zeevaartschool en tot overdracht van de inrichtende macht van het hoger zeevaartonderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. »

Art. 10.

Aan artikel 137 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 4 april 2003 en 19 maart 2004, wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : «§ 4. De dienstjaren, gepresteerd in het ambt van directeur van de Hogere Zeevaartschool, worden in aanmerking genomen om de mandaatsperiode van tien jaar te bepalen, vermeld in § 3. »

Art. 11.

In hetzelfde decreet wordt een artikel 346ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 346ter De volgende artikelen en titels en/of hoofdstukken van dit decreet zijn niet van toepassing op de Vlaamse autonome hogeschool "Hogere Zeevaartschool" : artikel 109, artikel 179, 12°, titel V, hoofdstuk I met uitzondering van artikelen 257, § 2, 265 en 266 en afdeling 3 van dit hoofdstuk. »

Art. 12.

Aan artikel 91 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2004, wordt een § 7 toegevoegd, die luidt als volgt : «§ 7. In afwijking van artikel 91, § 1, eerste lid, wordt het onderwijs in de professioneel gerichte bacheloropleiding in de scheepswerktuigkunde en de academisch gerichte bachelor- en masteropleiding in de nautische wetenschappen in het Nederlands en in het Frans gegeven. »

Art. 13.

Artikel II.61, § 2, 6°, van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen wordt vervangen als volgt : « 6° artikel 13, § 1, van het bijzonder decreet van 20 februari 2009 tot inrichting van de Vlaamse autonome hogeschool Hogere Zeevaartschool en tot overdracht van de inrichtende macht van het hoger zeevaartonderwijs van de Vlaamse Gemeenschap; ».

HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 14.

De volgende regelingen worden opgeheven :

1° het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 30 juni 2000, 20 april 2001, 6 juli 2001, 14 februari 2003, 4 april 2003, 16 juni 2006, 21 december 2007 en 4 juli 2008;

2° het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1994 betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer Hogere Zeevaartschool Antwerpen/Oostende;

3° het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999 betreffende het kiesreglement voor de verkiezing van de leden van de raad van bestuur van de Hogere Zeevaartschool en hun opvolgers en tot bepaling van de inwerkingtreding van artikel 60, § 1, van het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool;

4° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2003 houdende vaststelling van de salarisschalen en de concordantie van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en houdende de vaststelling van de loopbaanstructuur, de salarisschalen en de concordantie van de ambten van de leden van het administratief en technisch personeel van de Hogere Zeevaartschool, gewijzigd op 20 april 2007.

HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding

Art. 15.

Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2009.