Omstandigheidsverlof en het verlof wegens overmacht

  • referentie
    PERS/2009/02
  • publicatiedatum
    05/05/2009
  • datum laatste wijziging
    20/09/2010
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009betreffende het omstandigheidsverlof, het verlof wegens overmacht, het onbezoldigd ouderschapsverlof en het vaderschapsverlof voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
  • opheffing
    Omzendbrief PERS/2005/20 van 20/10/2005
  • opheffing
    Omzendbrief NO/205/CR/SH/AS van 20/11/1979
  • opheffing
    Omzendbrief NO/201/CR/SH/AS van 13/07/1979
  • opheffing
    Omzendbrief NO/205/SH/AS/RL van 08/06/1978
  • opheffing
    Omzendbrief NO/201/SH/AS/RL van 12/05/1977
  • opheffing
    Omzendbrief NO/205/SH/AS van 02/05/1979
  • opheffing
    Omzendbrief NO/201/SH/AS van 06/04/1979
  • contact
  • Omstandigheidsverlof nu ook voor huwelijk van bloed- of aanverwant in de eerste graad, die geen kind is, of in de tweede graad, van het personeelslid, van de echtgenoot of van de samenwonende partner: de dag van het huwelijk
  • Omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner te nemen binnen een periode van vier maanden vanaf de bevalling voor de bevallingen vanaf 1 april 2009
  • Omstandigheidsverlof en verlof wegens overmacht zijn nu twee afzonderlijke vormen van verlof
  • Verlof wegens overmacht niet enkel voor de aanwezigheid thuis

De inrichtende machten, de schoolbesturen en de directies zijn ertoe gehouden deze mededeling toe te passen vanaf 1 april 2009.

1. Op wie is deze omzendbrief van toepassing?

Deze omzendbrief geldt voor de vastbenoemde en tijdelijke:

1° personeelsleden, vermeld in artikel 2, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs

2° personeelsleden, vermeld in artikel 4, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding

3° leden van de Onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten

4° personeelsleden van de dienst voor onderwijsontwikkeling, vermeld in artikel 9 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten

5° personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten, vermeld in artikel 88 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten

6° personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken

Voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden gelden de bepalingen van deze omzendbrief enkel voor de afwezigheid die ligt binnen de periode van hun aanstelling.

Opmerking

De bepalingen van deze omzendbrief zijn niet van toepassing op de personeelsleden van:

- het universitair onderwijs

- de instellingen voor hoger onderwijs

- de Hogere Zeevaartschool

Verdere informatie hierover vindt u op de website van het hoger onderwijs:

http://www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs/

De bepalingen van deze omzendbrief gelden ook niet voor de personeelsleden van de Basiseducatie. De arbeidsovereenkomsten van de werknemers binnen de sector Basiseducatie vallen onder het toepassingsgebied van de wet op de arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978. Voor deze personeelsleden is deze vorm van afwezigheid(het zgn. “klein verlet”)geregeld in het koninklijk besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van de werklieden,de dienstboden,de bedienden en de werknemers aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten.

2. Twee soorten verloven - het omstandigheidsverlof en het verlof wegens overmacht

De richtlijnen die gemeenschappelijk zijn voor de beide verloven worden verder in punt 3 behandeld.

2.1. Omstandigheidsverlof

Het omstandigheidsverlof wordt ingedeeld in twee “soorten”:

· naar aanleiding van een gebeurtenis

· voor het vervullen van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten

2.1.1. Omstandigheidsverlof naar aanleiding van een gebeurtenis

2.1.1.1. Aantal dagen omstandigheidsverlof

Het personeelslid krijgt voor welbepaalde gebeurtenissen - overlijden, huwelijk of bevalling - het hierna vermelde aantal (werk)dagen omstandigheidsverlof:

Overlijden

Aantal werkdagen voor het overlijden van:

· de echtgenoot of samenwonende partner, van een bloed- of aanverwant in de eerste graad van het personeelslid of van de samenwonende partner: vier werkdagen

· een bloed- of aanverwant in om het even welke graad van het personeelslid of van de samenwonende partner, die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid: twee werkdagen

· een bloed- of aanverwant in de tweede graad van het personeelslid of van de samenwonende partner, die niet onder hetzelfde dak woont als het personeelslid: één werkdag:

Voor de graden van verwantschap: zie hierna

Huwel ijk

Aantal dagen voor het huwelijk van:

· het personeelslid en het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning door het personeelslid: één werkdag

Uitzondering - vier werkdagen

De leden van het administratief personeel, de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, de administratief medewerker van het ondersteunend personeel en de vastbenoemde leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel krijgen voor hun huwelijk of voor het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning vier werkdagen

· een kind van het personeelslid, van de echtgenoot of van de samenwonende partner: twee werkdagen

· een bloed- of aanverwant in de eerste graad, die geen kind is, of in de tweede graad, van het personeelslid, van de echtgenoot of van de samenwonende partner: de dag van het huwelijk

Voor de graden van verwantschap: zie hierna

Bevalling

Aantal werkdagen voor de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner: tien werkdagen. Voor deze vorm van omstandigheidsverlof gelden een aantal specifieke bepalingen die hierna worden toegelicht.

Aantal aaneensluitende dagen

NIEUW

Bevallingen vanaf 1 april 2009

Het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner is niet meer verplicht te nemen binnen een periode van dertig kalenderdagen vanaf de bevalling maar wel te nemen binnen een periode van vier maanden vanaf de bevalling voor de bevallingen vanaf 1 april 2009. Van deze tien werkdagen moeten er minimaal vijf dagen aaneen sluiten. Mits de inrichtende macht/het schoolbestuur akkoord gaat, mogen de voornoemde vijf dagen ook niet aaneensluitend genomen worden.

Personeelsleden die zowel in de privé-sector als in het onderwijs werken, hebben slechts één maal recht op een periode van tien werkdagen omstandigheidsverlof.

Meerling

Bij de geboorte van een meerling heeft het personeelslid slechts één maal recht op tien werkdagen omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling.

Let op: deze vorm van verlof is niet gelijk aan vaderschapsverlof

Het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de geboorte van een kind is geen vaderschapsverlof. Vaderschapsverlof is de omzetting van het postnataal bevallingsverlof van de moeder naar een verlof voor de partner bij hospitalisatie of overlijden van de moeder na de geboorte van het kind. PERS/2005/02 (13AC) en PERS/2005/03 (13AC)

2.1.1.2. Graden van verwantschap

Met een bloed- of aanverwant in een zekere “graad” wordt steeds de verwant van zowel het personeelslid als van de echtgenoot of van de samenwonende partner bedoeld.

1e graad

De ouders, schoonouders, kinderen, schoonkinderen

2e graad

De grootouders, schoongrootouders, kleinkinderen en hun echtgenoten, broers, zusters, schoonbroers, schoonzusters.

Opmerking:

Wanneer de partner van een familielid in om het even welke graadwettelijk samenwoont met dat familielid, wordt hij of zij eveneens beschouwd als een aanverwant in eerste of tweede graad. Bij feitelijk samenleven geldt dit niet.

Voorbeeld: Een personeelslid heeft recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van het overlijden van de vriendin van zijn schoonvader op voorwaarde dat de vriendin en de schoonvader wettelijk samenwonen. Als de schoonvader en de vriendin slechts een samenlevingscontract hebben afgesloten of gewoon onder hetzelfde dak samenwonen, dan geldt er geen recht op omstandigheidsverlof.

2.1.1.3. Samenwonende partner

In deze omzendbrief wordt aan de personeelsleden omstandigheidsverlof toegekend voor sommige gebeurtenissen die betrekking hebben op de echtgenoot/echtgenote of op de samenwonende partner. De omzendbrief kent bijgevolg dit verlof toe aan gehuwden en samenwonenden van wie de partner - bijvoorbeeld - bevallen is.

Vormen van samenwonen

Het huwelijk is een wettelijk geregelde vorm van samenwonen en samenleven. Daarnaast bestaan nog twee vormen van “samenwonen”: het wettelijk samenwonen en het feitelijk samenwonen. Het omstandigheidsverlof dat wordt toegekend n.a.v. gebeurtenissen die betrekking hebben op de echtgenoot of samenwonende partner geldt ook voor deze beide vormen van samenwonen.

Bewijs

Als de inrichtende macht, schoolbestuur of de directie het opportuun vindt, kan het bewijs van samenwonen bij het gemeentebestuur worden opgevraagd.

2.1.2. Omstandigheidsverlof voor het vervullen van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten

In de volgende tabel worden de gebeurtenissen opgesomd waarvoor het personeelslid een welbepaald aantal dagen omstandigheidsverlof krijgt.

Verplichting of opdracht 

Aan tal  

werkdagen of duur 

bijwonen van een bijeenkomst van een familieraad, bijeengeroepen door de vrederechter 

één werkdag 

oproeping als getuige voor een rechtscollege of persoonlijke verschijning op aanmaning van een rechtscollege 

de nodige duur 

de uitoefening van het ambt van voorzitter, van bijzitter of van secretaris van een stembureau of een stemopnemingsbureau 

de nodige tijd 

om deel uit te maken van de jury van het hof van assisen 

de duur van de zitting 

Het uitoefenen van:

· het ambt van voorzitter of bijzitter in een hoofdstembureau of enig stembureau bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen

· het ambt van voorzitter of bijzitter in een hoofdbureau voor stemopneming bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen

worden als staatsburgerlijke verplichtingen of burgerlijke opdrachten beschouwd.

2.2. Verlof wegens overmacht

Nieuwe naam

Dit verlof vervangt de vroegere vorm van dienstonderbreking die “uitzonderlijk verlof wegens overmacht” werd genoemd.

Bij ziekte of ongeval van welbepaalde personen

De personeelsleden, vermeld in punt 1 - zie echter uitzonderingen hierna - van deze omzendbrief krijgen deze vorm van verlof omdat ze, wegens overmacht aanwezig moeten zijn bij welbepaalde andere personen. Die overmacht is een gevolg van een ziekte of van een ongeval van één van de volgende personen, die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid:

· de echtgenoot

· de samenwonende partner

· een bloed- of aanverwant van het personeelslid of van de samenwonende partner

· een persoon, opgenomen met het oog op zijn adoptie of de uitoefening van een pleegvoogdij

Voor de graden van verwantschap en het aspect samenwonende partner: zie hiervoor

Overmacht als gevolg van ziekte of ongeval

Deze vorm van verlof is bedoeld om een oplossing te bieden aan situaties die eerder uitzonderlijk van aard zijn. Het komt namelijk voor dat, door een ziekte of een ongeval van één van de voormelde personen, het personeelslid buiten zijn/haar goede wil, in de onmogelijkheid is de normale onderwijsopdrachten tijdens zijn/haar normaal werkschema uit te oefenen.

Het oordeel of de aanwezigheid van het personeelslid bij één of meer van de voornoemde personen absoluut vereist is, is de bevoegdheid van de arts. Of deze noodzakelijke aanwezigheid een vorm van overmacht is waardoor het verlof enkel op de aangevraagde werkdagen moet worden genomen, is een kwestie van feiten die enkel door het personeelslid en de inrichtende macht, het schoolbestuur of de directie onderling kunnen worden beoordeeld.

Voorbeeld: bij sommige routinebehandelingen moet uit de reële omstandigheden blijken of het verlof al dan niet verantwoord is.

Niet enkel meer voor de vereiste aanwezigheid thuis

In tegenstelling tot de huidige regeling impliceert de omschrijving “ aanwezig moet zijn bij” niet enkel dat de aanwezigheid van het personeelslid thuis vereist is. Het is ook mogelijk dat het personeelslid absoluut aanwezig moet zijn bij - bijvoorbeeld - ziekenvervoer, in een ziekenhuis,.... .

Dit moet uiteraard blijken uit het medisch attest(zie hierna).

Twee categorieën met een eigen regeling

· het vastbenoemd meester-, vak- en dienstpersoneel

Deze personeelsleden hebben een eigen verlofregeling - zie het besluit van de Vlaamse Regering van 12 september 2003 betreffende sommige bepalingen met betrekking tot het meesters-, vak- en dienstpersoneel in het Gemeenschapsonderwijs

· de vastbenoemde personeelsleden van de kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige hoofdstedelijke gebied Brussel, vermeld in artikel X.22 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV.

Ook deze personeelsleden hebben een eigen verlofregeling - zie het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2007 betreffende het jaarlijkse vakantieverlof van de personeelsleden, tewerkgesteld in de kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het Tweetalige Hoofdstedelijke Gebied Brussel.

Duur

De duur van het verlof mag per burgerlijk jaar niet meer dan vier werkdagen bedragen.

Medisch attest

Uit een medisch attest moet blijken dat de aanwezigheid van het personeelslid bij één of meer van de voornoemde personen absoluut vereist is.

3. Gemeenschappelijke richtlijnen voor de onder punt 2 vermelde verloven

3.1. Voorwaarden

Volledige dagen

Het verlof moet steeds met volledige dagen genomen worden. Dit betekent dat de woensdag telt voor een volledige dag. Ook als het personeelslid deeltijds werkt wordt elke dag aangerekend.

Niet aaneensluitend

De dagen moeten niet aaneensluiten(zie echter de 5 dagen voor de bevalling vermeld in punt 2.1.1.)

Meerdere instellingen

Wanneer een personeelslid in meerdere instellingen werkt gedurende de dagen waarop hij omstandigheidsverlof of verlof wegens overmacht neemt, dan geldt dit verlof voor alle instellingen, uiteraard is het totale aantal dagen beperkt tot het in de punten 2.1.1. en 2.2. vermelde aantal werkdagen.

Bewijsstukken

Indien de inrichtende macht, het schoolbestuur of de directie erom verzoekt, moet het personeelslid de nodige bewijsstukken voorleggen.

3.2. Melding

Het personeelslid meldt aan zijn inrichtende macht of schoolbestuur de omstandigheden die aanleiding geven tot het omstandigheidsverlof.

Voor het verlof wegens overmacht wordt het medisch attest aan de inrichtende macht of schoolbestuur voorgelegd(zie punt 2.2. hiervoor)

3.3. Aanvang, duur en einde

Bij het bepalen van de dagen omstandigheidverlof mag men het doel van deze vorm van verlof niet uit het oog verliezen. Het is namelijk gecreëerd om, wegens specifieke omstandigheden op specifieke dagen, afwezig te kunnen/moeten zijn. Het gaat hier om dagen waarop het personeelslid verondersteld wordt arbeidsprestaties te verrichten.

Bijvoorbeeld: voor het huwelijk van het personeelslid(leraar, onderwijzer..) op een dag in juli of augustus waarop het normalerwijze geen onderwijsopdrachten moet uitoefenen, kan later geen dag omstandigheidsverlof meer worden toegestaan.

Het omstandigheidsverlof of het verlof wegens overmacht heeft geen vaste begin- of einddatum. Het personeelslid neemt het verlof op het ogenblik van de gebeurtenis of naar aanleiding van omstandigheden die uit de gebeurtenis voortvloeien. De inrichtende macht, schoolbestuur of de directie oordeelt over het verband met de gebeurtenis. Als verschillende gebeurtenissen zich toevallig op dezelfde dag voordoen, kan het personeelslid voor elk geval afzonderlijk het aantal rechthebbende dagen opnemen.

Voorbeeld

De ouders van een personeelslid overlijden op dezelfde dag. Het personeelslid heeft dan recht op 8 dagen omstandigheidsverlof.

Cumuleerbaar

De dagen omstandigheidsverlof of verlof wegens overmacht zijn cumuleerbaar. Er is dus geen beperking op het aantal dagen per jaar.

Voorbeeld

Een personeelslid dat in 2009 vader wordt en in 2009 een bijeenkomst van een familieraad moet bijwonen kan hiervoor elf dagen (tien + één) omstandigheidsverlof krijgen. Indien hij wegens ziekte van een inwonende aanverwant aanwezig dient te zijn, kan hij ook nog eens maximaal vier dagen verlof wegens overmacht vragen.

3.4. Administratieve stand

Tijdens het omstandigheidsverlof of het verlof wegens overmacht staat het personeelslid in de stand dienstactiviteit.

3.5. Bezoldiging

Gedurende het omstandigheidsverlof of het verlof wegens overmacht hebben de personeelsleden, zowel tijdelijken als vastbenoemden, recht op bezoldiging.

3.6. Anciënniteit

Het omstandigheidsverlof of het verlof wegens overmacht telt mee voor de geldelijke, de sociale en de dienstanciënniteit.

3.7. Kan het personeelslid vervangen worden?

Afwezigheid door omstandigheidsverlof van ten minste tien aaneensluitende werkdagen

Een personeelslid dat afwezig is wegens omstandigheidsverlof of verlof wegens overmacht kan vervangen worden indien de afwezigheid - uitzonderlijk - ten minste 10 aaneensluitende werkdagen bedraagt. Dit kan bv. het geval zijn indien het personeelslid als jurylid zetelt in een assisenzaak.

Afwezigheid door omstandigheidsverlof van minder dan tien werkdagen

De reglementaire vervanging is steeds mogelijk voor personeelsleden die omstandigheidsverlof genieten wegens de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner.  Ook indien de afwezigheid geen aaneensluitende periode van 10 werkdagen vormt, kan het personeelslid vervangen worden zonder gebruik te moeten maken van vervangingseenheden.

Bij een afwezigheid van minder dan 10 werkdagen is daarnaast vervanging o.a. mogelijk

- in een school of in een vestigingsplaats van een school:

  • in het gewoon basisonderwijs: indien u in een vestigingsplaats per onderwijsniveau minder dan 72 lestijden inricht in het ambt van onderwijzer of kleuteronderwijzer;
  • in het buit engewoon basisonderwijs: indien u in een vestigingsplaats per onderwijsniveau minder dan 66 lestijden inricht in het ambt van onderwijzer ASV of kleuteronderwijzer ASV.

- in alle onderwijsniveaus voor het bevorderingsambt van directeur;

- in het basis- en secundair onderwijs op grond van de vervangingseenheden voor korte afwezigheden (omzendbrief PERS/2005/23).

4. Mededeling aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) en het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (AHOVOS)

Bewijsstukken die het personeelslid eventueel heeft voorgelegd om zijn omstandigheidsverlof of verlof wegens overmacht te staven, blijven in de instelling of het centrum en moeten niet opgestuurd worden naar AgODi en/of AHOVOS.

Het omstandigheidsverlof en het verlof wegens overmacht worden enkel gemeld indien er een vervanger wordt aangesteld. Indien de school of het centrum geen vervanger wenst aan te stellen of geen vervanger vindt, moet ze het omstandigheidsverlof en het verlof wegens overmacht dus niet meedelen aan AgODi en/of AHOVOS. De agentschappen hebben die informatie niet nodig voor een correct beheer van het administratief en geldelijk dossier van de titularis.

Wanneer de school of het centrum een vervanger aanstelt, communiceert ze dit als volgt.

4.1. Instellingen die elektronisch communiceren

Voor de verschillende soorten van omstandigheidsverlof en verlof wegens overmacht zijn de volgende dienstonderbrekingscodes (DO-codes) voorzien:

Code 90 Omstandigheidsverlof

Code 51 Afwezigheid staatsburgerlijke verplichtingen of burgerlijke opdrachten

Code 119 Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind

Code 144 Verlof wegens overmacht

Indien de vervanger wordt aangesteld op basis van een reglementaire vervanging (dus niet op basis van vervangingseenheden voor korte afwezigheden), moet de dienstonderbreking gemeld worden zowel bij de titularis als bij de vervanger. Bij de titularis gebeurt dit via een RL-2 met aanduiding van de toepasselijke DO-code. Bij de vervanger wordt de toepasselijke DO-code aangegeven in het veld "dienstonderbreking te vervangen persoon".

Voorbeeld

Een leraar neemt van 20/04 tot en met 24/04 vijf dagen omstandigheidsverlof wegens de bevalling van zijn echtgenote. De instelling stelt een vervanger aan van 21/04 tot en met 24/04.

- Voor de titularis: een RL-2 met aanduiding omstandigheidverlof n.a.v. geboorte van een kind (code 119) van 21/04 tot en met 24/04

- Voor de vervanger: een RL-1 opdrachtenpakket van 21/04 tot en met 24/04 in ATO 1 ter vervanging van de titularis, afwezig wegens omstandigheidsverlof n.a.v. geboorte van een kind (code 119)

Voorbeeld

In een vestigingsplaats van een kleuterschool waar minder dan 72 lestijden ingericht worden in het ambt van kleuteronderwijzer geniet een kleuteronderwijzeres van 05/05 tot en met 08/05 vier dagen omstandigheidsverlof wegens het overlijden van haar vader.  De school stelt een vervanger aan gedurende deze vier dagen. 

- Voor de titularis: een RL-2 met aanduiding omstandigheidsverlof (code 90) van 05/05 tot en met 08/05 - Voor de vervanger: een RL-1 opdrachtenpakket van 05/05 tot en met 08/05 in ATO 1 ter vervanging van de titularis, afwezig wegens omstandigheidsverlof (code 90) 

 

Indien de vervanger wordt aangesteld op basis van vervangingseenheden voor korte afwezigheden, wordt de dienstonderbreking enkel gemeld bij de vervanger, niet bij de titularis. Bij de vervanger wordt de toepasselijke DO-code aangegeven in het veld "dienstonderbreking te vervangen persoon".  Voor meer informatie over de correcte melding, zie de omzendbrief Vervanging van korte afwezigheden (omzendbrief PERS/2005/23).

Voorbeeld

Een leraar krijgt van 16/10 tot en met 17/10 twee dagen verlof wegens overmacht om te waken bij het ziekbed van zijn kind. Via vervangingseenheden stelt de school een vervanger aan gedurende deze twee dagen.

- Voor de titularis: geen melding

- Voor de vervanger: een RL-1 opdrachtenpakket van 16/10 tot en met 17/10 in ATO 1 ter vervanging van de titularis, afwezig wegens verlof wegens overmacht (code 144) en met OOM = 08 VKA.

4.2. Instellingen die niet elektronisch communiceren

De dienstonderbreking wordt gemeld zowel bij de titularis als bij de vervanger.

- Voor de titularis wordt een formulier PERS 3 ingestuurd met aanduiding van het toepasselijke verlof.

- Bij de vervanger wordt op de PERS 5 in de rubriek "Vervanging van" het toepasselijke verlof genoteerd.