Het ondersteuningsaanbod voor gelijke onderwijskansen in het buitengewoon secundair onderwijs

  • referentie
    SO/2009/05(BuSO)
  • publicatiedatum
    07/07/2009
  • datum laatste wijziging
    29/06/2018
  • wettelijke basis
    Codex secundair onderwijs Artikel 316 t.e.m. 322
  • opheffing
    SO/2005/03 van 30-06-2005: Buitengewoon secundair onderwijs - Onderwijsbeleid voor migranten - Maatregelen vanaf het schooljaar 2005-2006
  • contactpersoon
    Tine Debruyne, 02/553.87.18
  • contactpersoon
    Lise Van Proeyen, 02/553.88.70

Deze wijzigingen zijn onder voorbehoud van definitieve goedkeuring.

Op 1 september 2018 wordt opnieuw een driejarige GOK-cyclus opgestart.

1. Inleiding

De Vlaamse overheid voert sinds de jaren '90 een doelgroepengericht onderwijsbeleid. Er werd o.m. een "onderwijsvoorrangsbeleid" gevoerd om de onderwijsachterstand van kansarme migrantenkinderen weg te werken en hun integratie te bevorderen.

Via het gelijke onderwijskansenbeleid is er werk gemaakt van het bundelen van de inspanningen, een éénduidige visie en een samenbrengen van de huidige versnipperde projecten en middelen.

Vanaf 1 september 2002 is dit al gebeurd in het gewoon secundair onderwijs, door middel van het geïntegreerd ondersteuningsaanbod.

Vanaf 1 september 2009 wordt het vroegere onderwijsvoorrangsbeleid in het buitengewoon secundair onderwijs vervangen door een ondersteuningsaanbod voor gelijke onderwijskansen.

Deze omzendbrief behandelt enkel het luik ondersteuningsaanbod voor gelijke onderwijskansen in het buitengewoon secundair onderwijs.

Naast dit ondersteuningaanbod voor het buitengewoon secundair onderwijs bestaat het gelijke onderwijskansenbeleid ook uit het recht op inschrijving, de rechtsbescherming van de leerling, het geïntegreerd ondersteuningaanbod voor het gewoon secundair onderwijs en de tijdelijke projecten kunstinitiatie, daarover leest u meer in de omzendbrieven SO/2012/01 en SO/2005/07.

2. Doelstelling

Het gelijke onderwijskansendecreet-I levert blijvende inspanningen om de onderwijsachterstand van kansarme autochtone en allochtone leerlingen weg te werken en de integratie te bevorderen. Deze leerlingen hebben immers de minste ontwikkelingskansen en de meeste nood aan ondersteuning.

Scholen met deze doelgroep kunnen beroep doen op extra lesuren, begeleiding en ondersteuning. Het is de bedoeling een onderwijspraktijk uit te bouwen die rekening houdt met de taalachtergrond en de diversiteit van iedere leerling. Door een meer efficiënte aanpak kunnen de leerlingen beter worden ondersteund in hun ontwikkeling.

3. Doelgroep

Het gelijke onderwijskansenbeleid richt zich naar autochtone en allochtone kansarme jongeren die omwille van hun sociale, culturele en economische omstandigheden leer- en ontwikkelingsmoeilijkheden ervaren of risico lopen in een achterstandspositie te raken. Daarenboven moeten ze voldoen aan de eerste gelijke kansenindicator. (Zie verder onder punt 5.1.)

Deze indicatoren zijn dezelfde als voor het buitengewoon basisonderwijs. Hierdoor sluit het gelijke onderwijskansenbeleid van het secundair onderwijs aan op het gelijke onderwijskansenbeleid in het basisonderwijs.

4. Looptijd: twee schooljaren eerste cyclus/ nadien drie schooljaren en uitzonderlijk 4 schooljaren

Deze extra lesuren in het kader van het gelijke onderwijskansenbeleid worden toegekend voor drie opeenvolgende schooljaren. Eerste uitzondering hierop is de eerste periode die slechts voor twee opeenvolgende schooljaren liep, nl. de schooljaren 2009-2010 en 2010-2011.

Er werd toen gekozen voor twee schooljaren als eerste looptijd omdat we dan simultaan lopen met het GOK-ondersteuningsaanbod in het gewoon onderwijs. Nadien is de looptijd net zoals in het gewoon onderwijs drie schooljaren.

Tweede uitzondering hierop is de cyclus van 2014-2015 tot en met 2016-2017, die verlengd wordt met 1 schooljaar tot en met het schooljaar 2017-2018, met behoud voor elke school van het aantal extra lesuren.

In het schooljaar 2018-2019 start opnieuw een driejarige GOK-cyclus.

5. Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor extra lesuren in het kader van het gelijke onderwijskansenbeleid moet een school

- minstens 40% externe en semi-interne regelmatige leerlingen tellen in type basisaanbod (type 1) en 3 die voldoen aan de gelijke kansenindicatoren;

- een schooleigen visie uitschrijven rond gelijke onderwijskansen;

- een positief inspectieverslag hebben van de werking van de voorbije twee/drie schooljaren.

5.1. De school telt het vereiste aantal leerlingen dat voldoet aan de gelijke kansenindicatoren

Instapdrempel

Om in aanmerking te komen voor extra lesuren telt de school op 1 februari van het schooljaar voorafgaand aan de driejaarlijkse periode minstens 40% externe en semi-interne regelmatige leerlingen tellen in type basisaanbod(type 1) en/of 3 die voldoen aan de eerste gelijke kansenindicator.

De teldag

De teldag is voor ALLE scholen de eerste schooldag van februari voorafgaand aan de tweejaarlijkse/driejaarlijkse periode, ook voor scholen in programmatie die voor hun lesurenpakket tellen op 1 oktober.

De gelijke kansenindicatoren

Binnen het ondersteuningsaanbod wordt uitgegaan van socio-economische en culturele indicatoren om de scholen met de meeste risicoleerlingen te detecteren. Bij de keuze van de gelijke kansenindicatoren voor het buitengewoon onderwijs werd rekening gehouden met het onderzoek dat werd uitgevoerd onder leiding van professor P. Ghesquire van de KULeuven (https://onderwijs.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/eindrapport.pdf). De indicatoren thuistaal en opleidingsniveau moeder werden hier als het meest relevant bestempeld. Om de scholen toe te laten deze vaststellingen omtrent het behoren tot de doelgroep van het gelijke onderwijskansenbeleid te doen, vragen zij bepaalde gegevens op bij de leerlingen die naar type basisaanbod (type 1) of type 3 georiënteerd werden. (Zie bijlage 8 van de omzendbrief BUSO 04.)

De gelijke kansenindicatoren zijn de volgende:

- de moeder is niet in het bezit van een diploma secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs;

- de taal die de leerling in het gezin spreekt is niet het Nederlands: d.w.z. indien de leerling slechts één gezinslid heeft en noch met moeder, vader, broers of zussen Nederlands spreekt. Of indien de leerling meer dan één gezinslid heeft en met geen of met maximum één van de volgende gezinsleden Nederlands spreekt: moeder, vader, broers of zussen. Verschillende broers en zussen worden steeds als één gezinslid beschouwd.

Opmerking: een leerling die enkel en alleen voldoet aan de indicator "thuistaal", komt niet in aanmerking voor het bereiken van de 40% grens noch voor aanvullende ondersteuning; enkel een leerling die aan deze indicator voldoet in combinatie met de andere indicator, komt daarvoor wel in aanmerking en krijgt hierdoor een extra gewicht!

Bewijs

De vaststellingen omtrent het beantwoorden aan de indicatoren "opleidingsgraad moeder" en "thuistaal" gebeuren op grond van een schriftelijke verklaring op eer, gedateerd en ondertekend door een persoon die het ouderlijk gezag uitoefent of die de minderjarige leerplichtige leerling in rechte of in feite onder zijn bewaring heeft. Daartoe gebruikt de school het vragenformulier over de achtergrondkenmerken van de leerling. Dit is bijlage 8 bij omzendbrief BUSO 04.

Wanneer de school voor één of meerdere leerlingen niet beschikt over dit ingevuld formulier kunnen deze leerlingen niet worden meegeteld voor de berekening van de extra lesuren.

5.2. De school werkt een schooleigen visie uit rond gelijke onderwijskansen

De school schrijft een schoolspecifieke visie met een aantal concreet geformuleerde en realiseerbare doelstellingen uit.

Een school die extra lesuren krijgt, werkt in het eerste trimester van het eerste schooljaar een gelijke kansenbeleid uit op maat van de school.

Het decreet bepaalt dat de uitbouw van een gelijk onderwijskansenbeleid betrekking heeft op drie thema's:

1° een gericht aanbod rond taalvaardigheidsonderwijs uitwerken, waarbij de taalvaardigheid, zoals luisteren, spreken, schrijven en begrijpend lezen in functionele contexten, bij leerlingen wordt bevorderd;

2° onderwijsgerichte opvoedingsondersteuning aanbieden aan ouders;

3° de (laagdrempelige) sociale functies opnemen in een netwerk met partners uit andere sectoren.

De school kiest op basis van een analyse van haar beginsituatie haar doelstellingen

Van scholen wordt verwacht dat zij een gelijk onderwijskansenbeleid uitwerken op basis van een kwaliteitsvolle beginanalyse van de eigen situatie voor de drie hoger genoemde thema's.

Elke school legt op basis van deze beginanalyse voor zichzelf vast:

1° welke concrete doelstellingen zij op het vlak van leerlingen, van personeelsleden en van de school wil bereiken;

2° op welke manier zij deze doelstellingen wil bereiken en

3° op welke manier zij zich in de loop van het tweede trimester van het tweede schooljaar evalueert.

De school formuleert en werkt zelf concrete en samenhangende doelstellingen uit voor één van de bovenstaande thema's.

De extra lesuren kunnen enkel worden aangewend om de gekozen doelstellingen te realiseren.

De school betrekt in het ontwikkelen en realiseren van haar doelstellingen het centrum voor leerlingenbegeleiding waardoor zij wordt begeleid en de voorziene pedagogische begeleiding.

In de loop van het tweede trimester van het tweede schooljaar gaat de school zichzelf evalueren

5.3. De school heeft een positief inspectieverslag voor de werking van de voorbije periode van twee/drie schooljaren

De onderwijsinspectie gaat bij de controle op de aanwending van extra lesuren in de loop van het laatste schooljaar na of, en in welke mate de gelijkekanseninstrumenten werden uitgebouwd, rekening houdend met de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie. Daarnaast controleert de inspectie de uitvoering van de gekozen doelstellingen en de zelfevaluatie.

Deze controle impliceert tegelijk dat wordt nagegaan of en in welke mate

1° de analyse van de beginsituatie voldoende kwaliteitsvol en volledig werd uitgevoerd;

2° de keuze van de doelstellingen voldoende werd verantwoord in het licht van deze analyse;

3° de doelstellingen werden uitgebouwd.

Bij positieve evaluatie kan de school voor een nieuwe periode extra lesuren krijgen indien aan alle voorwaarden inzake de toekenning van de middelen voldaan is.

Een school die een negatieve beoordeling krijgt van de onderwijsinspectie verliest haar recht op extra lesuren in het kader van het gelijke onderwijskansenbeleid voor de volgende periode van drie schooljaren tenzij de school zich verplicht laat begeleiden door de pedagogische begeleidingsdienst en een begeleidingstraject opstelt.

Een begeleidingstraject moet aan volgende voorwaarden voldoen:

1° de scholen verbinden er zich toe een stappenplan op te stellen dat voldoet aan de volgende criteria:

a) Het uitgangspunt van het stappenplan zijn de geformuleerde knelpunten in het evaluatieverslag van de onderwijsinspectie van de betrokken school.

b) De geformuleerde doelstellingen tot remediëring in het stappenplan passen binnen de gekozen GOK-doelstellingen.

c) De doelstellingen zijn outputgericht, concreet en operationeel geformuleerd. Ze moeten voldoende controleerbaar zijn.

d) Het stappenplan wordt vóór 1 mei van het schooljaar volgend op de negatieve evaluatie aan de onderwijsinspectie bezorgd.

e) De doelstellingen dienen gerealiseerd te zijn vóór 1 juni van het schooljaar volgend op de negatieve evaluatie

2° de scholen verbinden er zich toe om een beroep te doen op externe begeleiding en ondersteuning bij het opstellen en de uitvoering van het stappenplan.

De onderwijsinspectie gaat in de maand juni van het schooljaar volgend op de negatieve evaluatie opnieuw na of, en in welke mate, de doelstellingen werden bereikt. Het bereiken van de doelstellingen wordt afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie.

Scholen die een negatieve evaluatie krijgen, kunnen in het eerste schooljaar van de volgende cyclus slechts beroep doen op de helft van de GOK-lesuren waarop ze in geval van positieve evaluatie recht zouden hebben. Na het eerste jaar krijgen ze opnieuw controle van de inspectie. Is dat positief dan krijgen ze de volgende twee schooljaren opnieuw 100% van hun GOK-lesuren. Is dat negatief dan verliezen ze hun GOK-lesuren voor de twee komende schooljaren.

Daarenboven kan een negatieve evaluatie aanleiding geven tot terugvorderingen en sancties. (zie verder onder punt 9.)

Beroepsprocedure

Het schoolbestuur kan beroep aantekenen bij de Vlaamse Regering. Het beroep wordt behandeld door een college van inspecteurs, bijeengeroepen door de minister. Het college is paritair samengesteld voor de helft uit inspectieleden afkomstig uit het vrij onderwijs, voor de helft uit inspectieleden afkomstig uit het officieel onderwijs. Deze leden mogen geen deel hebben uitgemaakt van het team dat de negatieve beoordeling heeft uitgebracht. De voorziene beroepsprocedure wordt volledig beschreven in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van6 september 2002betreffende hetgeïntegreerdondersteuningsaanbod in hetgewoonsecundair onderwijs.

5.4. Samenvattend

De school ontvangt extra lesuren voor een periode van twee/drie schooljaren. Hierdoor krijgt de school de kans om continuïteit in te bouwen in haar werking. Tijdens het eerste trimester van het eerste jaar tekent de school haar beleid uit voor de volgende jaren: wat willen we bereiken en welke acties zullen we daarvoor ondernemen? Tussentijds, dit wil zeggen in het midden van het tweede schooljaar gaat de school zichzelf evalueren. In de loop van het laatste jaar legt de school ook verantwoording af over haar werking naar aanleiding van de controle door de inspectie.

6. Berekening en toekenning van de extra lesuren

6.1. Gewichten

Aan iedere indicator wordt een bepaald gewicht toegekend.

De gelijke kansenindicatoren krijgen de volgende weging:

- De indicator scholingsgraad van de moeder krijgt een weging van 0,8.

- De indicator taal krijgt een weging van 0,4. (enkel in combinatie met de andere indicator)

Bij leerlingen die aan twee indicatoren voldoen, worden de gewichten gecumuleerd.

6.2. Berekening van het aantal extra lesuren per individuele school

Voor het gelijke onderwijskansenbeleid wordt er met een open budget gewerkt en gebeurt de verdeling op basis van enkele formules.

Deze formules zeggen het volgende:

- Het aantal lesuren per punt, voor de recuperatie van de scholen die minder dan 6 lesuren genereren, is gelijk aan 0,2189.

- Elke school moet minimaal 6 lesuren genereren om recht te hebben op GOK-lesuren. De lesuren die door die operatie gerecupereerd worden, worden herverdeeld over de in aanmerking komende scholen waarbij de nieuwe coëfficiënt (= lesuren per punt) momenteel gelijk is aan 0,227197.

De berekening stap voor stap

- Bereken het gewicht van elke doelgroepleerling door de gewichten van de indicatoren waaraan de doelgroepleerling voldoet op te tellen.

- Tel vervolgens de gewichten van alle doelgroepleerlingen samen.

- Het resultaat van bovenstaande bewerking(en) is het aantal punten dat de betrokken school behaalt.

- Tot slot wordt voor elke school het aantal gescoorde punten vermenigvuldigd met het aantal lesuren per punt. Het afgeronde resultaat (naar de hogere eenheid als het eerste cijfer na de komma hoger is dan 4, in het andere geval naar de lagere eenheid) hiervan is het aantal lesuren waar de school recht op heeft, op voorwaarde dat dit minstens 6 lesuren zijn. Indien het er minder dan 6 zijn dan krijgt de school geen extra lesuren.

De extra lesuren die iedere school bekomt op basis van bovenstaande berekening blijven voor een periode van twee/drie opeenvolgende schooljaren gelijk. Stijging of daling van leerlingen worden niet in rekening gebracht.

Herstructureringen en programmaties hebben geen effect op het aantal toegekende extra lesuren.

Voorbeeld

Een school heeft 150 externe en semi-interne regelmatige leerlingen type basisaanbod en 3, waarvan er 80 aan de gelijke kansenindicatoren voldoen.

Deze school heeft een concentratiegraad van 53% (80 leerlingen van de 150 voldoen aan de indicatoren).

Deze 80 leerlingen leveren samen een gewicht van 68,4 punten op, als al de gewichten van de indicatoren, waaraan ze voldoen, worden opgeteld. 69 leerlingen scoren op de indicator opleidingsniveau moeder (69 x 0,8 = 55,2) en 11 leerlingen scoren op beide indicatoren (11 x 1,2 = 13,2).

Om dit puntenaantal om te zetten in extra lesuren, moet dit vermenigvuldigd worden met de coëfficiënt 0,227197.

De school krijgt dus 1 6 lesuren.

7. Aanwending van de extra lesuren - personeelsconsequenties

7.1. Ambten

De toegekende extra lesuren kunnen enkel aangewend worden in het ambt van:

(voor opleidingsvorm 1, 2 en 3)

leraar algemene en sociale vorming,

leraar algemene en sociale vorming, specialiteit: lichamelijke opvoeding,

leraar beroepsgerichte vorming,

godsdienstleraar,

leraar niet-confessionele zedenleer,

(voor opleidingsvorm 4)

leraar,

godsdienstleraar.

De extra lesuren kunnen ook worden toegekend aan de directeur met lesopdracht.

Uiteraard moeten deze lesuren aangewend worden voor het voeren van een gelijke onderwijskansenbeleid en moet de aanwending in de schooleigen visie duidelijk gemotiveerd worden.

De extra lesuren in het buitengewoon secundair onderwijs kunnen overgedragen worden naar een andere school van het buitengewoon secundair onderwijs, rekening houdend met de voorwaarden vermeld in de codex secundair onderwijs Artikel 305,§2. Uiteraard kunnen deze lesuren in de begunstigde school slechts worden aangewend voor de uitvoering van een gelijk onderwijskansenbeleid in deze school.

7.2. Administratieve toestand van het personeelslid

De betrekkingen die worden ingericht op basis van de "organieke" lesuren voor gelijke kansen, komen in aanmerking voor vacantverklaring en vaste benoeming, affectatie of mutatie.

De decreten rechtspositie van 27 maart 1991 zijn integraal van toepassing. Dit houdt in dat deze betrekkingen in aanmerking komen voor de opbouw van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Ze kunnen tevens worden vacant verklaard met het oog op vaste benoeming. Vastbenoemde personeelsleden kunnen, weliswaar rekening houdend met de verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling, dadelijk als titularis aangesteld worden in de 'organieke' lesuren voor gelijke kansen.

Deze betrekkingen zijn ook onderworpen aan de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking. Dit betekent dat ze moeten worden gebruikt in het kader van de voorafgaande maatregelen en eveneens in aanmerking komen voor reaffectatie en wedertewerkstelling.

De gewone regels worden toegepast volgens de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van wachtgeld of wachtgeldtoelage.

7.3. Mededelen van de lesuren aan het werkstation

Bij het meedelen van de lesuren GOK aan uw werkstation, gebruikt u vakcode 770.

Voor het personeelslid dat u aanstelt in een betrekking in één of meerdere van onderstaande ambten stuurt u een RL-1 met lesuren GOK en een gelijkstelling met een vak/specialiteit in functie van het bekwaamheidsbewijs van het personeelslid.

- leraar ASV (OV 1,2 en 3);

- leraar ASV, specialiteit lichamelijke opvoeding (OV 1,2 en 3);

- leraar BGV (OV 1,2 en 3);

- godsdienstleraar (OV 1,2 en 3);

- leraar niet-confessionele godsdienst (OV 1,2 en 3);

- leraar of godsdienstleraar (OV 4);

- directeur met lesopdracht.

Indien de lesuren GOK worden uitgeoefend in een gedeelte van de opdracht, wordt de opdracht opgesplitst.

Voor de directeur met lesopdracht wordt de lesopdracht nooit meegedeeld. Dit moet wel gebeuren bij lesuren GOK. Hiervoor wordt hetzelfde principe toegepast: een aantal uren directeur en een aantal uren directeur met lesuren GOK:

Voorbeeld:

Een vastbenoemd directeur met 8 lesuren lesopdracht vult 6 lesuren in via lesuren GOK:

RL-1 - 10u directeur ato 4

RL-1 - 6u directeur ato 2 met vakcode 770 (GOK) - aanduiding TAO (geen DO 019 opsturen)

Beide RL's worden in één bericht doorgestuurd.

8. Stopzetting, terugvordering en sancties

De financiering of subsidiëring van de extra lesuren wordt onmiddellijk stopgezet wanneer de doorgestuurde gegevens onjuistheden bevatten. Hetzelfde gebeurt wanneer vastgesteld wordt dat het plan, gebaseerd op de analyse van de beginsituatie, niet nageleefd wordt en/of de zelfevaluatie niet uitgevoerd wordt. Naast de stopzetting van de extra lesuren kan het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) de kostprijs van de extra lesuren terugvorderen. De minister kan bovendien nog een sanctie opleggen aan de school. Die sanctie kan bestaan uit het terugvorderen van een gedeelte van het werkingsbudget.