Vacant laten worden van een betrekking van een vastbenoemd directeur die langdurig afwezig is

  • M.i.v. 1 september 2009 kan een raad van bestuur in het gemeenschapsonderwijs de volledige betrekking van een directeur in aanmerking nemen voor vacantverklaring en kan een inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs de volledige betrekking van een directeur als een vacante betrekking beschouwen als de titularis van deze betrekking minstens drie opeenvolgende volledige schooljaren afwezig is omwille van een of meerdere specifieke verlofstelsels. Hierdoor wordt de mogelijkheid gecreëerd om deze betrekking in aanmerking te nemen voor vaste benoeming en wat het gemeenschapsonderwijs betreft voor toelating tot de proeftijd.
  • Deze omzendbrief geldt vanaf het schooljaar 2013-2014. Er zijn geen wijzigingen aan de regelgeving ten opzichte van september 2010. De omzendbrief werd enkel aangepast in functie van de duidelijkheid, met name de afwijkende regelgeving voor de periode 2009-2012 werd verwijderd uit de omzendbrief.
  • Wijziging vanaf het schooljaar 2017-2018: Vanaf 1 september 2017 is de afwezigheid voor verminderde prestaties opgenomen in de lijst van de verloven die in aanmerking komen voor de berekening van de duur van de afwezigheid. Dit verlofstelsel komt in de plaats van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden die vanaf 1 september 2017 niet langer bestaat .

1. Inleiding

Een raad van bestuur in het gemeenschapsonderwijs kan de betrekking van een vastbenoemd directeur die titularis is van een volledige betrekking in aanmerking nemen voor vacantverklaring en een inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs kan de betrekking van een vastbenoemd directeur die titularis is van een volledige betrekking als een vacante betrekking beschouwen, als de titularis van deze betrekking minstens drie opeenvolgende volledige schooljaren voltijds afwezig is omwille van een of meerdere specifieke verlofstelsels. Hierdoor wordt de mogelijkheid gecreëerd om deze betrekking in aanmerking te nemen voor vaste benoeming. Op deze manier kan een ander personeelslid titularis worden van de betrekking en kan de stabiliteit van de schoolorganisatie worden verhoogd.

De omzendbrief is niet van toepassing op directeurs die vastbenoemd titularis zijn van een deeltijdse betrekking, noch op directeurs met een volledige betrekking die slechts deeltijds afwezig zijn.

Deze maatregel is een uitvoering van punt 3.1.5. van cao VIII.

In deze omzendbrief vindt u:

- welke betrekking van directeur de raad van bestuur in aanmerking kan nemen voor vacantverklaring of een inrichtende macht als vacant kan beschouwen;

- welke voorwaarden en formaliteiten de raad van bestuur of inrichtende macht moet naleven om de betrekking vacant te laten worden;

- wat de administratieve en geldelijke toestand is van de titularis na het vacant worden van zijn betrekking.

2. Vacantverklaring van de betrekking van een vastbenoemd directeur die langdurig afwezig is in het gemeenschapsonderwijs

De raad van bestuur kan beslissen om de volledige betrekking van een vastbenoemde directeur vacant te verklaren als de titularis van deze betrekking gedurende een bepaalde periode voltijds afwezig is omwille van een of meerdere aaneensluitende verlofstelsels.

De voorwaarden die de raad van bestuur daarbij moet naleven voor de vastbenoemde directeur die een verlofstelsel aanvraagt, vindt u in punt 2.1. Met aanvraag wordt zowel een eerste aanvraag als een verlengingsaanvraag bedoeld.

De administratieve en geldelijke toestand van de titularis na het vacant worden van de betrekking, vindt u in punt 2.2.

2.1. Voorwaarden voor de vacantverklaring van de betrekking van een directeur die een verlofstelsel neemt

De raad van bestuur kan de volledige betrekking van directeur vacant verklaren, als de vastbenoemde directeur die titularis is van een volledige betrekking gedurende minstens drie opeenvolgende volledige schooljaren voltijds afwezig is omwille van één of meer aaneensluitende verlofstelsels.

De verlofstelsels die in aanmerking komen, zijn de volgende:

- verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen;

- verlof voor het uitoefenen van een mandaat (directeur CLB, coördinerend directeur en algemeen directeur);

- verlof wegens bijzondere opdracht;

- verlof wegens opdracht;

- verlof voor vakbondsopdracht;

- verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet;

- verlof om prestaties te verrichten bij een erkende politieke groep;

- politiek verlof;

- verlof toegekend aan een personeelslid dat ter beschikking wordt gesteld van de Koning;

- terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden tot en met 31 augustus 2017;

- afwezigheid voor verminderde prestaties vanaf 1 september 201 7 .

Vanaf 1 september 2017 is de afwezigheid voor verminderde prestaties opgenomen in de lijst van de verloven die in aanmerking komen voor de berekening van de duur van de afwezigheid. Dit verlofstelsel komt in de plaats van de terbeschikkingstelling wegen s persoonlijke aangelegenheden. Dit wil dus zeggen dat elke opgenomen periode van terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden tot en met 31 augustus 2017 effectief in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de duur van de afwezigheid.

Deze regel geldt vanaf 1 september 2010 voor alle nieuwe aanvragen voor de verloven die opgenomen zijn in de bovenstaande lijst ongeacht of er al of niet jaarlijks een hernieuwing van de aanvraag moet gebeuren. Deze regel geldt ook voor alle verlengingsaanvragen.

Vóór de aanvang van het verlofstelsel moet de raad van bestuur aan het betrokken personeelslid schriftelijk meedelen wat zijn intenties inzake vacantverklaring zijn t.a.v. diens betrekking tijdens diens afwezigheid. Met ‘aanvang’ van het verlofstelsel wordt zowel de eerste aanvraag van een verlofstelsel als de aanvang van een verlenging bedoeld.

Voorbeeld
Dit betekent concreet dat de raad van bestuur voor de verloven waarvoor een aanvraag wordt ingediend met als ingangsdatum 1 september 2014, vóór 1 september 2014 een beslissing moet nemen m.b.t. zijn intentie betreffende het al of niet vacant verklaren van de desbetreffende betrekking van directeur. De vacantverklaring kan ten vroegste ingaan op 1 september 2017 (na drie opeenvolgende volledige schooljaren voltijdse afwezigheid).

Als de raad van bestuur beslist om de betrekking tijdens de afwezigheid van de directeur vacant te verklaren, moet zij dit in de schriftelijke mededeling opnemen, evenals de periode van afwezigheid die zij ter zake in acht zal nemen. De raad van bestuur moet deze schriftelijke mededeling voor kennisneming laten ondertekenen door het personeelslid. Als het personeelslid deze schriftelijke mededeling voor kennisneming weigert te ondertekenen, stuurt de raad van bestuur zijn beslissing bij aangetekende brief. De beslissing is dan van kracht vanaf de dag van verzending van de aangetekende brief.

Deze schriftelijke mededeling kan in de loop van de afwezigheid van de titularis niet worden aangepast, tenzij de titularis hiermee uitdrukkelijk akkoord gaat en dit akkoord ook schriftelijk bevestigt.

Als er geen schriftelijke mededeling is opgesteld vóór de aanvang van het verlof, kan de raad van bestuur de betrekking niet in aanmerking nemen voor vacantverklaring ongeacht of het verlof jaarlijks aangevraagd moet worden of niet. Hiervan kan enkel afgeweken worden indien de betrokken titularis uitdrukkelijk akkoord gaat met de vacantverklaring en dit akkoord ook schriftelijk bevestigt.

2.2. Administratieve en geldelijke toestand van de titularis na de vacantverklaring

Als de betrekking van de vastbenoemde directeur na de schriftelijk vastgelegde periode vacant wordt verklaard, blijft de titularis van de betrekking tijdens zijn verdere afwezigheid de administratieve en geldelijke toestand behouden die aan zijn verlofstelsel is verbonden.

Als het verlofstelsel eindigt en de vastbenoemde directeur terugkeert naar de instelling waar hij voorheen vastbenoemd directeur was, kunnen zich twee situaties voordoen:

1° de betrekking is op het ogenblik van de terugkomst nog vacant. De directeur wordt dan nog steeds beschouwd als titularis en neemt dan zijn betrekking terug in als vastbenoemd personeelslid;

2° de betrekking is op het ogenblik van de terugkomst door toelating tot de proeftijd of door vaste benoeming aan een ander personeelslid toegewezen. De directeur die voorheen titularis was, wordt dan bij zijn terugkomst ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt van directeur. De verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling die de raad van bestuur moet naleven, zijn dan van toepassing op dit personeelslid.

3. Vacant laten worden van de betrekking van een vastbenoemd directeur die langdurig afwezig is in het gesubsidieerd onderwijs

De inrichtende macht kan beslissen om de volledige betrekking van een vastbenoemde directeur vacant te laten worden als de titularis van deze betrekking gedurende een bepaalde periode voltijds afwezig is omwille van een of meerdere aaneensluitende verlofstelsels.

De voorwaarden die de inrichtende macht daarbij moet naleven, voor de vastbenoemde directeur die een verlofstelsel aanvraagt, vindt u in punt 3.1. Met aanvraag wordt zowel een eerste aanvraag als een verlengingsaanvraag bedoeld.

De administratieve en geldelijke toestand van de titularis na het vacant worden van de betrekking, vindt u in punt 3.2.

3.1. Voorwaarden voor de vacantverklaring van de betrekking van een directeur die een verlofstelsel neemt.

De inrichtende macht kan de volledige betrekking van directeur vacant laten worden, als de vastbenoemde directeur die titularis is van een volledige betrekking gedurende minstens drie opeenvolgende volledige schooljaren voltijds afwezig is omwille van één of meer aaneensluitende verlofstelsels.

De verlofstelsels die in aanmerking komen, zijn de volgende:

- verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen;

- verlof voor het uitoefenen van een mandaat (directeur CLB, coördinerend directeur en algemeen directeur);

- verlof wegens bijzondere opdracht;

- verlof wegens opdracht;

- verlof voor vakbondsopdracht;

- verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet;

- verlof om prestaties te verrichten bij een erkende politieke groep;

- politiek verlof;

- terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden tot en met 31 augustus 2017;

- afwezigheid voor verminderde prestaties vanaf 1 september 201 7 .

Vanaf 1 september 2017 is de afwezigheid voor verminderde prestaties opgenomen in de lijst van de verloven die in aanmerking komen voor de berekening van de duur van de afwezigheid. Dit verlofstelsel komt in de plaats van de terbeschikkingstelling wegen s persoonlijke aangelegenheden. Dit wil dus zeggen dat elke opgenomen periode van terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden tot en met 31 augustus 2017 effectief in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de duur van de afwezigheid.

Deze regel geldt vanaf 1 september 2010 voor alle nieuwe aanvragen voor de verloven die opgenomen zijn in de bovenstaande lijst, ongeacht of er al dan niet jaarlijks een hernieuwing van de aanvraag moet gebeuren.

Deze regel geldt ook voor alle verlengingsaanvragen.

Vóór de aanvang van het verlofstelsel moet de inrichtende macht aan het betrokken personeelslid schriftelijk meedelen wat haar intenties zijn inzake het vacant laten worden t.a.v. diens betrekking tijdens diens afwezigheid. Met ‘aanvang’ van het verlofstelsel wordt zowel de eerste aanvraag van een verlofstelsel als de aanvang van een verlenging bedoeld.

Voorbeeld
Dit betekent concreet dat de inrichtende macht voor de verloven waarvoor een aanvraag wordt ingediend met ingangsdatum 1 september 2014, vóór 1 september 2014 een beslissing moet nemen m.b.t. haar intentie betreffende het al of niet vacant laten worden van de desbetreffende betrekking van directeur. Het vacant worden kan ten vroegste ingaan op 1 september 2017 (na drie opeenvolgende volledige schooljaren voltijdse afwezigheid).

Als de inrichtende macht beslist om de betrekking tijdens de afwezigheid van de directeur vacant te laten worden, moet zij dit in de schriftelijke mededeling opnemen, evenals de periode van afwezigheid die zij in acht zal nemen. De inrichtende macht moet deze schriftelijke mededeling voor kennisneming laten ondertekenen door het personeelslid. Als het personeelslid deze schriftelijke mededeling voor kennisneming weigert te ondertekenen, stuurt de inrichtende macht haar beslissing bij aangetekende brief. De beslissing is dan van kracht vanaf de dag van verzending van de aangetekende brief.

Deze schriftelijke mededeling kan in de loop van de afwezigheid van de titularis niet worden aangepast, tenzij de titularis hiermee uitdrukkelijk akkoord gaat en dit akkoord ook schriftelijk bevestigt.

Als er geen schriftelijke mededeling is opgesteld vóór de aanvang van het verlof, kan de inrichtende macht de betrekking niet vacant laten worden ongeacht of het verlof jaarlijks aangevraagd moet worden of niet. Hiervan kan enkel afgeweken worden indien de betrokken titularis uitdrukkelijk akkoord gaat met het vacant worden en dit akkoord ook schriftelijk bevestigt.

3.2. Administratieve en geldelijke toestand van de titularis na de vacantverklaring

Als de betrekking van de vastbenoemde directeur na de schriftelijk vastgelegde periode vacant wordt, blijft de titularis van de betrekking tijdens zijn verdere afwezigheid de administratieve en geldelijke toestand behouden die aan zijn verlofstelsel is verbonden.

Als het verlofstelsel eindigt en de vastbenoemde directeur terugkeert naar de instelling waar hij voorheen vastbenoemd directeur was, kunnen zich twee situaties voordoen:

1° de betrekking is op het ogenblik van de terugkomst nog vacant. De directeur wordt dan nog steeds beschouwd als titularis en neemt dan zijn betrekking terug in als vastbenoemd personeelslid;

2° de betrekking is op het ogenblik van de terugkomst door vaste benoeming aan een ander personeelslid toegewezen. De directeur die voorheen titularis was, wordt dan bij zijn terugkomst ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt van directeur. De verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling die de inrichtende macht moet naleven, zijn dan van toepassing op dit personeelslid.

4. Mededeling aan het ministerie van Onderwijs en Vorming

Zowel de aanstelling in de betrekking die de raad van bestuur of de inrichtende macht vacant heeft laten worden als de vaste benoeming hierin, deelt de raad van bestuur of de inrichtende macht op de hierna vermelde wijze mee aan het ministerie van Onderwijs en Vorming.

· Vacant laten worden van betrekking 

RL-1 met ato 2 voor vervangend directeur 

RL-3 met volgende tekst: 'vacante betrekking langdurig afwezige directeur' 

 

· Toelating tot de proeftijd (enkel gemeenschapsonderwijs): 

RL-1 met ato 3 voor vervangend directeur 

RL-3 met volgende tekst: 'proeftijd in betrekking langdurig afwezige directeur' 

 

· Vaste benoeming : 

RL-1 met ato 4 voor vervangend directeur 

RL-3 met volgende tekst: 'VB vervanger langdurig afwezige directeur' 

De geldigheidsdatum van de RL-1 is de ingangsdatum van de gewijzigde administratieve toestand.