Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de functies, de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen in de Centra voor Basiseducatie

  • goedkeuringsdatum
    29 MEI 2009
  • publicatiedatum
    B.S.17/08/2009
  • datum laatste wijziging
    27/11/2013

COORDINATIE

B.Vl.R. 6-9-2013 - B.S. 27-11-2013

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, artikel X.39, 8° ingevoegd bij het decreet van 15 juni 2007, artikel X.40 en artikel X.58;

Gelet op het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 127, artikel 128, § 2, en artikel 128bis, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 14 februari 2008;

Gelet op Protocol nr. 3 van 8 augustus 2008 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het Vlaams Onderhandelingscomité voor de Basiseducatie, vermeld in het decreet van 23 januari 2009 tot oprichting van onderhandelingscomités voor de basiseducatie en voor het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs;

Gelet op advies 45.105/1, gegeven op 25 september 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 127, § 1, 1° en 2° van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.

HOOFDSTUK II. - De functies

Art. 2.

In de centra voor basiseducatie kunnen de personeelsleden worden aangesteld in de volgende functies :

1° directeur;

2° stafmedewerker;

3° leraar basiseducatie;

4° beleidsondersteunend administratief medewerker;

5° uitvoerend administratief medewerker;

6° ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting.

HOOFDSTUK III. - De bekwaamheidsbewijzen

Art. 3.

§ 1. De personeelsleden, vermeld in artikel 2, moeten houder zijn van de volgende bekwaamheidsbewijzen :

1° de directeur : een bekwaamheidsbewijs van [ten minste bachelor] + bewijs van pedagogische bekwaamheid (BPB);

2° de stafmedewerker : een bekwaamheidsbewijs van ten minste [bachelor];

3° de leraar basiseducatie : een bekwaamheidsbewijs van ten minste [bachelor] + BPB of een bekwaamheidsbewijs van ten minste [bachelor];

4° de beleidsondersteunend administratief medewerker : een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (HSO);

5° de ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting : het certificaat of het getuigschrift van de opleiding van ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting.

§ 2. Voor de personeelsleden, aangesteld in de functie van uitvoerend administratief medewerker, is geen studiebewijs vereist.

B.Vl.R. 6-9-2013

Art. 4.

Voor de bepalingen van dit hoofdstuk zijn artikel 3, § 1 en § 2, artikel 4, § 1 en § 2, en [artikel 6, 7, 8 en 16vicies] van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs van toepassing.

B.Vl.R. 6-9-2013

Art. 5.

Naast de studiebewijzen, vermeld in artikel 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, worden de studiebewijzen die behaald werden vóór 1 september 2008 in het kader van de verplichte bijscholing, vermeld in artikel 15 van het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen, in de Centra voor Basiseducatie eveneens beschouwd als een bewijs van pedagogische bekwaamheid.

Art. 6.

De personeelsleden vermeld in artikel 2, kunnen enkel een salaris verkrijgen als ze in het bezit zijn van een van de vereiste bekwaamheidsbewijzen, vermeld in dit hoofdstuk.

HOOFDSTUK IV. - De salarisschalen

Art. 7.

§ 1. De personeelsleden die beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6, worden betaald overeenkomstig de volgende salarisschalen :

1° de directeur : salarisschaal 511;

2° de stafmedewerker : salarisschaal 501;

3° de leraar basiseducatie :

a) salarisschaal 346 : de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste [bachelor] + BPB;

b) salarisschaal 301 : de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste [bachelor];

4° de beleidsondersteunend administratief medewerker : salarisschaal 106;

5° de uitvoerend administratief medewerker : salarisschaal 122;

6° de ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting : salarisschaal 122.

§ 2. De salarisschalen vermeld in § 1, zijn vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs.

B.Vl.R. 6-9-2013

HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 8.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2008.

Art. 9.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.