Aanwending van de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs

  • referentie
    PERS/2009/06
  • publicatiedatum
    17/08/2009
  • datum laatste wijziging
    02/07/2015
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs (artikel 29 tot en met 31)
  • contact
  • contact
  • contactpersoon
    Werkstation 32,
  • Elke scholengemeenschap en elke school die niet behoort tot een scholengemeenschap heeft jaarlijks recht op een globale puntenenveloppe.
  • Deze globale puntenenveloppe moet worden aangewend voor de instandhouding en oprichting van betrekkingen in ambten van het bestuurspersoneel, het ondersteunend personeel en voor taak- en functiedifferentiatie in wervingsambten van het onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en paramedische disciplines in het buitengewoon secundair onderwijs. De scholengemeenschap kan via een voorafname een deel van de punten aanwenden om haar beleid betreffende taak- en functiedifferentiatie uit te werken.
  • Deze omzendbrief bevat de bepalingen met betrekking tot de aanwending van deze punten door de scholengemeenschap en de school.
  • Met ingang van 1 september 2015 wijzigen de bekwaamheidsbewijzen voor een aanstelling in een ambt van het ondersteunend personeel en gelden nieuwe principes betreffende de vervanging van een personeelslid.
  • Deze wijzigingen worden meegedeeld onder voorbehoud van de goedkeuring van de regelgeving door de Vlaamse Regering.

1. Inleiding

Elke scholengemeenschap en elke school die niet tot een scholengemeenschap behoort, ontvangt jaarlijks een puntenenveloppe voor de instandhouding en/of oprichting van betrekkingen in ambten van:

  • het bestuurspersoneel;
  • het ondersteunend personeel;
  • het onderwijzend personeel, het ondersteunend, het paramedisch, het medisch, het orthopedagogisch, het psychologisch en het sociaal personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie.

Daarnaast kan de scholengemeenschap via een voorafname van de globale puntenenveloppe een aantal punten aanwenden om een beleid op het gebied van taak- en functiedifferentiatie uit werken op het niveau van de scholengemeenschap.

Elke betrekking in een van voormelde ambten die wordt in stand gehouden of wordt opgericht, “kost” een aantal punten dat uit de globale puntenenveloppe moet worden geput.

Dit aantal punten wordt bepaald op basis van de salarisschaal die aan de titularis van de betrekking wordt toegekend op basis van zijn bekwaamheidsbewijs.

In deze omzendbrief vindt u:

  • hoe de puntenenveloppe door de scholengemeenschap moet worden verdeeld (punt 3.1.2);
  • hoeveel punten de scholengemeenschap via een voorafname kan aanwenden om haar beleid op het gebied van taak- en functiedifferentiatie uit te werken(punt 3.1.1);
  • hoeveel punten u aan de diverse ingerichte betrekkingen moet toekennen (punt 4)
  • de aanwending van de punten van de voorafname door de scholengemeenschap (punt 4.2.1);
  • de aanwending van de punten door de school (punt 4.2.2);
  • hoeveel punten u aan de diverse ingerichte betrekkingen moet toekennen (punt 4.1);
  • hoe u te werk gaat bij het aanstellen van een personeelslid (punt 4.4);
  • wat u moet doen als u onvoldoende punten hebt (punt 4.7).

Een scholengemeenschap wordt steeds gevormd voor de duur van zes schooljaren.
Op 1 september 2014 is een nieuwe samenwerkingsperiode van zes schooljaren van start gegaan voor de scholengemeenschappen in het secundair onderwijs.

2. Omkadering op basis van een globale puntenenveloppe

De globale puntenenveloppe bevat een personeelsomkadering uitgedrukt in punten.

Elke scholengemeenschap en elke school die niet tot een scholengemeenschap behoort, heeft jaarlijks recht op een globale puntenenveloppe.

Deze globale puntenenveloppe is bedoeld voor de instandhouding en/of oprichting van betrekkingen in ambten van:

  • het bestuurspersoneel (uitgezonderd de betrekking van directeur);
  • het ondersteunend personeel;
  • het onderwijzend personeel, het ondersteunend, het paramedisch, het medisch, het orthopedagogisch, het psychologisch en het sociaal personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie.

De globale puntenenveloppe is samengesteld uit een aantal deelcomponenten.

Hoe deze deelcomponenten worden berekend en hoe de globale puntenenveloppe wordt samengesteld, vindt u in de omzendbrief SO/2009/03 van 02-07-2009 - Berekening van de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs.

Met ingang van 1 september 2015 wordt op het resultaat van de berekening van de globale puntenenveloppe een aanwendingspercentage toegepast.
Dit aanwendingspercentage doet geen afbreuk aan de aanwending van de globale puntenenveloppe zoals verder in deze omzendbrief wordt toegelicht.

3. Aanwending van de globale puntenenveloppe

De school die tot een scholengemeenschap behoort, ontvangt haar (deel van de) globale puntenenveloppe van de scholengemeenschap.

Wat de school met deze punten kan doen, vindt u in punt 4.2.2.

De school die niet tot een scholengemeenschap behoort, ontvangt haar globale puntenenveloppe rechtstreeks van de overheid.

Wat de school met deze punten kan doen, vindt u in punt 4.3.

3.1. De school behoort tot een scholengemeenschap

De scholengemeenschap ontvangt van de overheid jaarlijks een globale puntenenveloppe en staat in voor de verdeling van deze middelen over haar scholen.

Deze globale puntenenveloppe is bedoeld voor de instandhouding en/of oprichting van betrekkingen in de scholen van de scholengemeenschap in ambten van:

  • het bestuurspersoneel (uitgezonderd de betrekking van directeur);
  • het ondersteunend personeel;
  • het onderwijzend personeel, het ondersteunend, het paramedisch, het medisch, het orthopedagogisch, het psychologisch en het sociaal personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie in de school;

Daarnaast kan de scholengemeenschap ook een deel van deze middelen aanwenden om een beleid op het gebied van taak- en functiedifferentiatie uit te bouwen op het niveau van de scholengemeenschap.

De scholengemeenschap verdeelt deze globale puntenenveloppe over haar scholen op basis van criteria die zij zelf vastlegt.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokale onderhandelingscomité.

Voorafgaand aan de verdeling van haar puntenenveloppe kan de scholengemeenschap echter een aantal punten vooraf nemen en gebruiken om een eigen beleid op het gebied van taak- en functiedifferentiatie uit te werken (punt 3.1.1).

3.1.1. Voorafname door de scholengemeenschap

Voordat de scholengemeenschap overgaat tot de verdeling van de globale puntenenveloppe over haar scholen, kan ze - en dit ongeacht of er al dan niet een akkoord is over de verdelingscriteria - een voorafname van maximum 10% van de globale puntenenveloppe doen.

Met deze voorafname kan de scholengemeenschap haar beleid op het gebied van taak- en functiedifferentiatie vorm geven (punt 4.2.1).

Deze voorafname kan meer dan 10 % bedragen in de volgende situaties:

1° als het aantal punten van de 10% voorafname minder bedraagt dan het aantal punten volgens het hierna volgend aantal regelmatige leerlingen dat de scholengemeenschap telt op 1 februari van het voorgaande schooljaar, mag de 10% voorafname worden overschreden tot het hierna volgend aantal punten:

  • van 900 tot en met 3999 leerlingen: 120 punten;
  • van 4000 tot en met 6499 leerlingen: 180 punten;
  • van 6500 tot en met 7999 leerlingen: 240 punten;
  • van 8000 tot en met 9499 leerlingen: 300 punten;
  • van 9500 tot en met 10999 leerlingen: 360 punten;
  • 11000 leerlingen of meer: 420 punten.

2° als in het bevoegde onderhandelingscomité van de scholengemeenschap een akkoord wordt bereikt over een overschrijding van de 10 % voorafname. Dit akkoord omhelst zowel de aanwending van deze punten als de gevolgen van de overschrijding van de 10% voor de personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap.

Een gevolg van de overschrijding van de 10% voorafname kan bv. zijn dat een of meerdere scholen van de scholengemeenschap minder punten krijgen t.o.v. het voorgaande schooljaar en aldus een of meerdere tijdelijke personeelsleden moeten ontslaan of moeten overgaan tot terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking.

De scholengemeenschap moet het onderhandelingscomité van de scholengemeenschap ook jaarlijks op de hoogte houden van de aanwending van punten van de voorafname en daarbij aantonen dat de betrekkingen die ze via de punten van de voorafname creëert haar beleid op het gebied van taak- en functiedifferentiatie op het niveau van de scholengemeenschap daadwerkelijk gestalte geeft.

3.1.2. Verdeling van de globale enveloppe door de scholengemeenschap

De scholengemeenschap verdeelt de punten van de globale puntenenveloppe, die overblijven na de voorafname (punt 3.1), over haar scholen op basis van criteria die ze zelf vastlegt en die worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokale onderhandelingscomité.

Als er in het lokale onderhandelingscomité geen akkoord wordt bereikt over de voorgestelde criteria, moet de scholengemeenschap de punten verdelen over haar scholen op basis van de parameters die gebruikt worden voor de berekening van de globale puntenenveloppe.

Bij de verdeling van de globale puntenenveloppe mag de verdeling niet leiden tot bijkomende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een of meerdere scholen van de scholengemeenschap, tenzij het terbeschikkinggestelde personeelslid in een of meer van de scholen van de scholengemeenschap onmiddellijk kan worden gereaffecteerd of weder te werk gesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking en dit voor de duur van een volledig schooljaar.

3.2. De school behoort niet tot een scholengemeenschap

De school die niet tot een scholengemeenschap behoort, ontvangt jaarlijks een globale puntenenveloppe van de overheid.

Deze globale puntenenveloppe is bedoeld voor de instandhouding en/of oprichting van betrekkingen in ambten van:

  • het bestuurspersoneel (uitgezonderd de betrekking van directeur;
  • het ondersteunend personeel;
  • het onderwijzend personeel, het ondersteunend, het paramedisch, het medisch, het orthopedagogisch, het psychologisch en het sociaal personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie in de school.

4. Aanwending van de punten

U kunt de globale puntenenveloppe aanwenden om in een school:

1° betrekkingen in stand te houden of op te richten in ambten van:

  • het bestuurspersoneel;
  • het ondersteunend personeel;
  • het onderwijzend personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie;
  • het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel in het buitengewoon secundair onderwijs in het kader van taak- en functiedifferentiatie;

2° personeelsleden te bevorderen tot een hogere salarisschaal in een ambt van het ondersteunend personeel;

3° personeelsleden klasvrij te maken.

De scholengemeenschap kan met de punten van de 10% voorafname eveneens betrekkingen oprichten in ambten van voormelde personeelscategorieën of personeelsleden school- of klasvrij maken om een beleid inzake taak- en functiedifferentiatie uit te bouwen op het niveau van de scholengemeenschap.

Ze kent daartoe de nodige punten toe aan een of meer van de scholen van de scholengemeenschap (punt 4.2.1).

4.1. De puntenwaarden van de ambten

Elke betrekking in een ambt van een van de personeelscategorieën vermeld in punt 4 “kost” een aantal punten dat u uit de puntenenveloppe moet putten.

De puntenwaarde van de betrekking wordt bepaald op basis van de salarisschaal die aan de titularis van de betrekking wordt toegekend.

4.1.1. Het bestuurspersoneel

Met de punten van de globale puntenenveloppe kunt u betrekkingen in stand houden of oprichten in de volgende ambten van het bestuurspersoneel:

  • directeur;
  • technisch adviseur-coördinator;
  • adjunct-directeur;
  • technisch adviseur;
  • coördinator in een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs.

Voor een voltijdse betrekking in een van de voormelde ambten van het bestuurspersoneel moet u 120 punten aanwenden en voor een halftijdse betrekking 60 punten.

Opgelet
Het ambt van directeur kan alleen worden opgericht via punten van de voorafname van de puntenenveloppe door de scholengemeenschap.
Een school kan met haar eigen 'organieke' punten nooit een betrekking in het ambt van directeur in stand houden of oprichten.

In punt 4.2.2.2.2.1 vindt u meer informatie over het oprichten van een betrekking in een ambt van het bestuurspersoneel.

4.1.2. Het ondersteunend personeel

Met de punten van de globale puntenenveloppe kunt u betrekkingen in stand houden of oprichten in de volgende ambten van het ondersteunend personeel:

  • opvoeder;
  • administratief medewerker.

De school bepaalt de puntenwaarde van de betrekking. Een betrekking in een van voormelde ambten van het ondersteunend personeel kost een aantal punten in functie van de salarisschaal die wordt toegekend aan de titularis van de betrekking.

Met ingang van 1 september 2015 wijzigen de bekwaamheidsbewijzen voor een aanstelling in een ambt van het ondersteunend personeel. Door deze wijziging kan een personeelslid, als hij daar mee instemt, onder zijn hoogste diplomaniveau worden aangesteld. Dit betekent wel dat het personeelslid dan ook zal worden bezoldigd op basis van een lagere salarisschaal.

U vindt hier meer informatie over in de omzendbrief PERS/2009/07van 17-08-2009 - Het ondersteunend personeel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs.

Meer informatie over de bekwaamheidsbewijzen en de bijhorende salarisschalen voor het ondersteunend personeel vindt u ook terug op volgende website: http://data-onderwijs.vlaanderen.be/bekwaamheidsbewijzen.

De puntenwaarde van een voltijdse betrekking vindt u in de hiernavolgende tabel.

Als u een halftijdse betrekking in stand houdt of opricht, moet u de desbetreffende puntenwaarde halveren.

 

AMBT 

 

 

SALARISSCHAAL 

 

PUNTENWAARDE 

 

 

 

 

administratief medewerker 

 

 

122, 200, 201, 202 of 203 

 

 

63 

 

100, 104, 106, 123, 125, 126, 158, 163, 164 of 208 

 

 

82 

 

542 

 

120 

 

 

 

 

 

 

 

 

opvoeder 

 

122, 200, 201, 202 of 203 

 

 

63 

 

100, 104, 106, 123, 125, 126, 158, 163, 164 of 208 

 

 

82 

 

542 

 

 

120 

4.1.3. Taak- en functiedifferentiatie

U kunt de punten van de globale puntenenveloppe ook aanwenden voor taak- en functiedifferentiatie door betrekkingen op te richten in de wervingsambten van volgende personeelscategorieën:

1. Bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon secundair onderwijs:

  • leraar;
  • godsdienstleraar;
  • begeleider;

2. Bestuurs- en onderwijzend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs:

  • leraar algemene en sociale vorming;
  • leraar algemene en sociale vorming specialiteit lichamelijke opvoeding;
  • leraar algemene en sociale vorming compensatietechniek-braille;
  • leraar niet-confessionele zedenleer;
  • godsdienstleraar;
  • leraar beroepsgerichte vorming.

3. Het ondersteunend personeel:

  • opvoeder;
  • administratief medewerker.

4. Het paramedisch personeel:

  • kinesitherapeut;
  • logopedist;
  • ergotherapeut;
  • verpleger;
  • kinderverzorger.

5. Het medisch personeel:

  • arts.

6. Het orthopedagogisch personeel:

  • orthopedagoog.

7. Het psychologisch personeel:

  • psycholoog.

8. Het sociaal personeel:

  • maatschappelijk werker.

Als u een betrekking opricht in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch of sociaal personeel, zet u uw punten om in uren-leraar, lesuren of uren.

Als u een betrekking opricht in een ambt van het ondersteunend personeel, kunt u de punten rechtstreeks aanwenden.

De puntenwaarde van een betrekking, en het overeenstemmend aantal uren-leraar, lesuren of uren, is afhankelijk van de salarisschaal waar het personeelslid dat in de betrekking wordt aangesteld recht op heeft.

4.1.3.1. Het onderwijzend personeel

Bij het bepalen van de puntenwaarde van een betrekking in een wervingsambt van het onderwijzend personeel moet u een onderscheid maken tussen de betrekking waarvoor de titularis recht heeft op salarisschaal 501 (punt 4.1.3.1.1) en een betrekking waarvoor de titularis recht heeft op een andere salarisschaal (punt 4.1.3.1.2).

4.1.3.1.1. Een betrekking met salarisschaal 501

Als u een betrekking opricht in een wervingsambt van het onderwijzend personeel en het personeelslid dat u als titularis aanstelt of met de opdracht belast, heeft recht op salarisschaal 501, dan moet u, afhankelijk van het aantal uren dat deze opdracht telt, volgend puntenaantal aanwenden:

Uren opdracht 

Ssc 501 in 20sten 

Ssc 501 in 21sten 

Ssc 501 in 22sten 

Ssc 501 in 24sten 

Ssc 501 in 29sten 

 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

13 

12 

11 

11 

19 

18 

17 

16 

13 

25 

24 

23 

21 

17 

32 

30 

29 

26 

22 

38 

36 

34 

32 

26 

44 

42 

40 

37 

30 

50 

48 

46 

42 

35 

57 

54 

52 

47 

39 

10 

63 

60 

57 

53 

43 

11 

69 

66 

63 

58 

48 

12 

76 

72 

69 

63 

52 

13 

82 

78 

74 

68 

56 

14 

88 

84 

80 

74 

61 

15 

95 

90 

86 

79 

65 

16 

101 

96 

92 

84 

70 

17 

107 

102 

97 

89 

74 

18 

113 

108 

103 

95 

78 

19 

120 

114 

109 

100 

83 

20 

126 

120 

115 

105 

87 

21 

126 

120 

110 

91 

22 

126 

116 

96 

23 

121 

100 

24 

126 

104 

25 

109 

26 

113 

27 

117 

28 

122 

29 

126 

4.1.3.1.2. Een betrekking met een andere salarisschaal dan de salarisschaal 501

Als u een betrekking opricht in een wervingsambt van het onderwijzend personeel en het personeelslid dat u als titularis aanstelt of met de opdracht belast, heeft recht op een andere salarisschaal dan de salarisschaal 501, dan moet u, afhankelijk van het aantal uren dat deze opdracht telt, volgend puntenaantal aanwenden:

Uren opdracht 

Ssc andere dan 501 in 20sten 

Ssc andere dan 501 in 21sten 

Ssc andere dan 501 in 22sten 

Ssc andere dan 501 in 24sten 

Ssc andere dan 501 in 29sten 

 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

13 

12 

12 

11 

17 

16 

15 

14 

12 

21 

20 

19 

18 

15 

26 

24 

23 

21 

18 

30 

28 

27 

25 

21 

34 

32 

31 

28 

23 

38 

36 

35 

32 

26 

10 

42 

40 

39 

35 

29 

11 

47 

45 

42 

39 

32 

12 

51 

49 

46 

42 

35 

13 

55 

53 

50 

46 

38 

14 

60 

57 

54 

50 

41 

15 

64 

61 

58 

53 

44 

16 

68 

65 

62 

57 

47 

17 

72 

69 

66 

60 

50 

18 

77 

73 

70 

64 

53 

19 

81 

77 

73 

67 

56 

20 

85 

81 

77 

71 

59 

21 

85 

81 

74 

62 

22 

85 

78 

64 

23 

81 

67 

24 

85 

70 

25 

73 

26 

76 

27 

79 

28 

82 

29 

85 

4.1.3.2. Het ondersteunend personeel

Als u een betrekking opricht in een ambt van het ondersteunend personeel, gebruikt u de puntenwaarden die van toepassing zijn voor deze ambten.

Deze puntenwaarden vindt u terug in punt 4.1.2.

4.1.3.3. Het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch of sociaal personeel

Bij het bepalen van de puntenwaarde van een betrekking in een wervingsambt van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch of sociaal personeel moet u een onderscheid maken tussen de betrekking waarvoor de titularis recht heeft op salarisschaal 542 of 501 (punt 4.1.3.3.1), een betrekking waarvoor de titularis recht heeft op salarisschaal 143 (punt 4.1.3.3.2) en een betrekking waarvoor de titularis recht heeft op een andere salarisschaal (punt 4.1.3.3.3).

4.1.3.3.1. Een betrekking met salarisschaal 542 of 501

Als u een betrekking opricht in een wervingsambt van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch of sociaal personeel en het personeelslid dat u als titularis aanstelt of met de opdracht belast, heeft recht op salarisschaal 542 of 501, dan moet u, afhankelijk van het aantal uren dat u voor deze opdracht uit uw urenpakket moet halen, volgend puntenaantal aanwenden:

Uren opdracht 

Ssc 542 in 32sten 

Ssc 501 in 32sten 

 

Aantal punten 

Aantal punten 

11 

12 

15 

16 

19 

20 

23 

24 

26 

28 

30 

32 

34 

35 

10 

38 

39 

11 

41 

43 

12 

45 

47 

13 

49 

51 

14 

53 

55 

15 

56 

59 

16 

60 

63 

17 

64 

67 

18 

68 

71 

19 

71 

75 

20 

75 

79 

21 

79 

83 

22 

83 

87 

23 

86 

91 

24 

90 

95 

25 

94 

98 

26 

98 

102 

27 

101 

106 

28 

105 

110 

29 

109 

114 

30 

113 

118 

31 

113 

118 

32 

120 

126 

4.1.3.3.2. Een betrekking met salarisschaal 143

Als u een betrekking opricht in een wervingsambt van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch of sociaal personeel en het personeelslid dat u als titularis aanstelt of met de opdracht belast, heeft recht op de salarisschaal 143, dan moet u afhankelijk van het aantal uren dat u voor deze opdracht uit uw urenpakket moet halen, volgend puntenaantal aanwenden:

Uren opdracht 

Ssc 143 in 32sten 

 

Aantal punten 

10 

12 

14 

16 

18 

10 

20 

11 

22 

12 

24 

13 

26 

14 

28 

15 

30 

16 

32 

17 

33 

18 

35 

19 

37 

20 

39 

21 

41 

22 

43 

23 

45 

24 

47 

25 

49 

26 

51 

27 

53 

28 

55 

29 

57 

30 

59 

31 

61 

32 

63 

4.1.3.3.3. Een betrekking met een andere salarisschaal dan de salarisschaal 143, 542 of 501

Als u een betrekking opricht in een wervingsambt van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch of sociaal personeel en het personeelslid dat u als titularis aanstelt of met de opdracht belast, heeft recht op een andere salarisschaal dan de salarisschaal 143, 542 of 501, dan moet u afhankelijk van het aantal uren dat u voor deze opdracht uit uw urenpakket moet halen, volgend puntenaantal aanwenden:

Uren opdracht 

Ssc andere dan 143, 542 of 501 in 30sten 

Ssc andere dan 143, 542 of 501 in 32sten 

 

Aantal punten 

Aantal punten 

11 

11 

14 

13 

17 

16 

20 

19 

23 

21 

26 

24 

10 

28 

27 

11 

31 

29 

12 

34 

32 

13 

37 

35 

14 

40 

37 

15 

43 

40 

16 

45 

43 

17 

48 

45 

18 

51 

48 

19 

54 

50 

20 

57 

53 

21 

60 

56 

22 

62 

58 

23 

65 

61 

24 

68 

64 

25 

71 

66 

26 

74 

69 

27 

77 

72 

28 

79 

74 

29 

82 

77 

30 

85 

80 

31 

80 

32 

85 

4.2. Aanwenden van de punten in een scholengemeenschap

De scholengemeenschap verdeelt haar puntenenveloppe over haar scholen volgens de afgesproken criteria (zie ook punt 3.1.2).

Voorafgaand aan deze verdeling kan de scholengemeenschap tot 10% van haar globale puntenenveloppe vooraf nemen om een eigen beleid betreffende taak- en functiedifferentiatie uit te werken. (punt 3.1.1).

4.2.1. Gebruik van de punten van de 10% voorafname door de scholengemeenschap

De scholengemeenschap kan de punten van de voorafname van de globale puntenenveloppe (punt 3.1.1) naar keuze aanwenden:

  • voor de oprichting van betrekkingen in ambten van het bestuurspersoneel, het ondersteunend, het onderwijzend, het paramedisch, het medisch, het orthopedagogisch, het psychologisch en het sociaal personeel;
  • voor het school- of klasvrij maken van een personeelslid.

In het gemeenschapsonderwijs kan de scholengemeenschap verplicht zijn om met de punten van de voorafname bij te dragen aan het school- of klasvrij maken van het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur (zie punt 4.2.1.2.1.1).

4.2.1.1. Oprichten van een betrekking

De scholengemeenschap kan met de punten van de voorafname van de globale puntenenveloppe betrekkingen oprichten in ambten van het bestuurspersoneel, het ondersteunend, het onderwijzend, het paramedisch, het medisch, het orthopedagogisch, het psychologisch en het sociaal personeel.

Voor de puntenwaarde van deze betrekkingen gelden de principes van punt 4.1.

De administratieve en geldelijke toestand van deze personeelsleden vindt u in punt 4.2.1.3.

4.2.1.2. School- of klasvrij maken van een personeelslid

De scholengemeenschap kan met de punten van de voorafname van de globale puntenenveloppe een of meer personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap school- of klasvrij maken.

Zij kan naar keuze punten aanwenden voor één of meerdere van volgende opties:

1° voor het school- of klasvrij maken van het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur;

Opgelet!
In het gemeenschapsonderwijs is de scholengroep verplicht om het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur school- of klasvrij te maken. De scholengroep kan de punten die nodig zijn voor deze vrijstelling naar keuze halen uit de puntenenveloppe van een of meer van haar scholengemeenschappen in het basis- en/of secundair onderwijs. Voor het secundair onderwijs gaat het dan om de punten van de voorafname van de globale puntenenveloppe.

2° voor het school- of klasvrij maken van het personeelslid dat belast is met het mandaat van coördinerend directeur;

3° voor het school- of klasvrij maken van een ander personeelslid.

4.2.1.2.1. Het school- of klasvrij maken van het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur

4.2.1.2.1.1. Hoeveel punten moet u aanwenden?

Als u het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur voor zijn voltijdse opdracht vrijstelt van zijn klas- of schoolopdracht, moet u 120 punten aanwenden.

Als u het personeelslid slechts voor een halftijdse opdracht vrijstelt, moet u 60 punten aanwenden.

In het gemeenschapsonderwijs moet de scholengroep steeds het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur voor een voltijdse opdracht vrijstellen van de school- of klasopdracht. Dit betekent dat de scholengroep steeds 120 punten moet aanwenden.

Deze 120 punten kan de scholengroep naar keuze halen bij een of meer van haar scholengemeenschappen in het basis- en of secundair onderwijs. Voor het secundair onderwijs gaat het hier om de punten van de voorafname van de globale puntenenveloppe.

Als u voor het secundair onderwijs gebruik maakt van deze punten, moet u vóór 15 oktober van het betrokken schooljaar het formulier 'Melding van de aanwending van de puntenenveloppe bij het vrijmaken van de algemeen directeur' indienen bij werkstation 32. Op dit formulier duidt u aan vanuit welke scholengemeenschap(pen) er punten worden aangewend voor de vrijstelling van de algemeen directeur en hoeveel. U vindt dit formulier als bijlage 1 bij deze omzendbrief.

Als de scholengroep een netoverschrijdende scholengemeenschap omvat, moet in de overeenkomst van deze scholengemeenschap worden vastgelegd of de scholengroep al of niet punten van die scholengemeenschap zal gebruiken voor de verplichte vrijstelling.

Voorbeeld

Een scholengroep telt 3 scholengemeenschappen van het basisonderwijs en 1 scholengemeenschap van het secundair onderwijs.

Zij kiest ervoor om de puntenlast voor de verplichte vrijstelling van het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur evenredig te verdelen over al haar scholengemeenschappen.

Dit betekent dat de 3 scholengemeenschappen van het basisonderwijs en de scholengemeenschap van het secundair onderwijs ieder 30 punten bijdragen.

In het gesubsidieerd onderwijs kan het schoolbestuur het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur vrijstellen van zijn school- of klasopdracht. Zij moet hiervoor 120 punten aanwenden wanneer zij dit personeelslid vrijstelt voor zijn voltijdse opdracht en 60 punten wanneer ze dit personeelslid voor een halftijdse opdracht vrijstelt.

Het schoolbestuur kan deze punten (120 of 60) uitsluitend halen bij een of meer van haar scholengemeenschappen in het secundair onderwijs, via punten van de voorafname van de globale puntenenveloppe.

Als het schoolbestuur gebruik maakt van deze mogelijkheid, moet u vóór 15 oktober van het betrokken schooljaar het formulier 'Melding van de aanwending van de puntenenveloppe bij het vrijmaken van de algemeen directeur' indienen bij werkstation 32. Op dit formulier duidt u aan vanuit welke scholengemeenschap(pen) er punten worden aangewend voor de vrijstelling van de algemeen directeur en hoeveel. U vindt dit formulier als bijlage 1 bij deze omzendbrief.

4.2.1.2.1.2. Administratieve toestand van het personeelslid dat wordt vrijgesteld

Het vastbenoemd, tot de proeftijd toegelaten of tijdelijke personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur wordt vrijgesteld van zijn werkelijke opdracht als directeur via een verlof voor het uitoefenen van het mandaat van algemeen directeur (verlof VUM).

Ook het vastbenoemd personeelslid dat via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen (verlof TAO) tijdelijk het ambt van directeur uitoefent en belast is met het mandaat van algemeen directeur, kan het verlof VUM genieten. Het verlof TAO blijft verder lopen tijdens de duur van het verlof VUM.

Het verlof VUM kan worden toegekend voor:

  • de volledige opdracht, als de scholengemeenschap beslist om het personeelslid voor een voltijdse opdracht vrij te stellen van zijn school- of klasopdracht;
  • een halftijdse opdracht, als de scholengemeenschap in het gesubsidieerd onderwijs beslist om het personeelslid voor een halftijdse opdracht vrij te stellen van zijn school- of klasopdracht.

Het personeelslid dat het verlof bekomt, bevindt zich in de stand dienstactiviteit.

Het verlof wordt in principe toegekend voor de duur van het mandaat. In de praktijk betekent dit voor maximum de zesjarige periode waarvoor de scholengemeenschap is opgericht. De scholengemeenschap in het gesubsidieerd onderwijs kan binnen deze zesjarige periode echter toch nog haar keuze herzien.

Dit betekent dat het verlof telkens voor een periode van ten hoogste zes opeenvolgende schooljaren kan worden toegekend, tenzij de scholengemeenschap in het gesubsidieerd onderwijs haar keuze binnen deze periode herziet.

Als de scholengemeenschap na het verstrijken van deze termijn kiest om het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur voor een nieuwe termijn vrij te stellen van zijn klas- of schoolopdracht, wordt het verlof dus opnieuw toegekend voor een periode van ten hoogste zes opeenvolgende schooljaren.

Het verlof eindigt alleszins van rechtswege vanaf het ogenblik dat het personeelslid niet meer belast is met het mandaat van algemeen directeur of wanneer in het gesubsidieerd onderwijs de puntenenveloppe ontoereikend is om de vrijstelling van het personeelslid in kwestie mogelijk te maken.

Het personeelslid dat via het verlof VUM wordt vrijgesteld van zijn opdracht als directeur, kan in die opdracht worden vervangen volgens de geldende reglementering.

U meldt dit verlof aan het werkstation dat het dossier beheert van het personeelslid dat via het verlof VUM wordt vrijgesteld van zijn opdracht als directeur via een RL-1. De code voor de dienstonderbreking is DO110 (verlof VUM).

4.2.1.2.1.3. Geldelijke toestand van het personeelslid

Het personeelslid behoudt tijdens de duur van het verlof het brutojaarsalaris of de brutojaarsalaristoelage, evenals de eventuele toelage(n)waar hij als titularis van de betrekking van directeur recht op heeft.

Als het personeelslid recht heeft op de niet-verworven salarisschaal voor het uitoefenen van het mandaat van algemeen directeur, behoudt hij eveneens deze niet-verworven salarisschaal.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

In scholengemeenschap A van het vrij gesubsidieerd onderwijs is een vastbenoemd directeur secundair onderwijs van school B belast met het mandaat van algemeen directeur.

Dit personeelslid wordt bezoldigd aan ssc 525 en heeft daarnaast recht op de niet-verworven salarisschaal voor het uitoefenen van het mandaat van algemeen directeur.

De scholengemeenschap beslist om 120 punten van haar forfaitaire puntenenveloppe aan te wenden om dit personeelslid schoolvrij te maken.

Dit personeelslid wordt in school B, waar hij titularis is van de opdracht van directeur secundair onderwijs, vrijgesteld van deze opdracht via het verlof VUM.

Het personeelslid behoudt zijn salaris (ssc 525) en zijn niet-verworven salarisschaal tijdens de duur van het verlof.

In zijn betrekking van directeur secundair onderwijs in school B wordt tijdelijk een ander personeelslid aangesteld.

Voorbeeld 2

In scholengroep B van het gemeenschapsonderwijs is een vastbenoemd directeur basisonderwijs belast met het mandaat van algemeen directeur.

Dit personeelslid wordt bezoldigd aan ssc 879 en heeft daarnaast recht op de niet-verworven salarisschaal voor het uitoefenen van het mandaat van algemeen directeur.

De scholengroep moet 120 punten aanwenden om dit personeelslid schoolvrij te maken. Zij bepaalt van welke scholengemeenschap(pen) deze punten komen.

Dit personeelslid wordt in de basisschool, waar hij titularis is van de opdracht van directeur basisonderwijs, vrijgesteld van deze opdracht via het verlof VUM.

Het personeelslid behoudt zijn salaris (ssc 879) en zijn niet-verworven salarisschaal tijdens de duur van het verlof.

In zijn betrekking van directeur basisonderwijs wordt tijdelijk een ander personeelslid aangesteld.

4.2.1.2.1.4. Vervanging bij afwezigheid van de algemeen directeur

4.2.1.2.1.4.1. Administratieve toestand

Het personeelslid dat initieel belast is met het mandaat van algemeen directeur en dat reglementair afwezig is, kan voor de duur van deze afwezigheid worden vervangen. Dit is echter geen verplichting.

De overheid laat het aan de raad van bestuur of het schoolbestuur over om zelf te beslissen wanneer de afwezige mandaathouder moet worden vervangen.

In het gemeenschapsonderwijs kan de raad van bestuur van de scholengroep een ander personeelslid voor de duur van die afwezigheid belasten met het mandaat. De raad van bestuur kan daartoe een lid van het college van directeurs voor een periode van maximaal 60 dagen aanduiden om het mandaat van algemeen directeur waar te nemen. Deze aanstelling eindigt dus uiterlijk na het verstrijken van de voormelde termijn van maximaal 60 dagen.

Voor een afwezigheid die langer duurt dan een periode van maximaal 60 dagen, moet de raad van bestuur de gebruikelijke procedure volgen om een personeelslid te belasten met het mandaat van algemeen directeur (zie artikel 55quinquiesdecies van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs).

In het gesubsidieerd onderwijs duidt het schoolbestuur het personeelslid aan dat voor de duur van de afwezigheid wordt belast met het mandaat van algemeen directeur.

Het personeelslid dat als vervanger wordt aangeduid, oefent de volle bevoegdheid van algemeen directeur uit.

Deze bevoegdheid eindigt op de vooravond van de dag waarop het afwezige personeelslid opnieuw effectief zijn mandaat opneemt.

Het personeelslid dat aldus als vervanger wordt aangesteld, wordt op zijn beurt vrijgesteld via het verlof VUM, zoals beschreven in punt 4.2.1.2.1.4.3.

Opgelet
De 120 punten die werden gebruikt om het personeelslid dat initieel belast was met het mandaat vrij te stellen, gelden ook voor de vrijstelling van de vervanger. Er moeten dus niet opnieuw punten worden aangewend.

4.2.1.2.1.4.2. Geldelijke toestand

Het personeelslid dat afwezig is en recht heeft op de niet-verworven salarisschaal, zoals bedoeld in punt 4.2.1.2.1.3, behoudt tijdens de afwezigheid deze niet-verworven salarisschaal.

Het personeelslid dat tijdelijk als vervanger wordt belast met het mandaat van algemeen directeur, heeft eveneens recht op de niet-verworven salarisschaal.

4.2.1.2.1.4.3. Praktische schikkingen

U meldt het verlof aan het werkstation dat het dossier beheert van het personeelslid dat tijdelijk als vervanger via het verlof VUM wordt vrijgesteld van zijn opdracht als directeur.

U doet dit via een RL-1 en gebruikt als code voor de dienstonderbreking DO 110 (verlof VUM).

U vraagt voor het personeelslid dat tijdelijk als vervanger wordt aangeduid, de niet-verworven salarisschaal aan. U doet dit volgens de bepalingen van de omzendbrief PERS/2000/GDH van 12-09-2000 - Mandaten algemeen directeur en coördinerend directeur - toekenning van een financiële vergoeding.

4.2.1.2.2. Het school- of klasvrij maken van het personeelslid dat belast is met het mandaat van coördinerend directeur

4.2.1.2.2.1. Hoeveel punten moet u aanwenden?

Als u het personeelslid dat belast is met het mandaat van coördinerend directeur voor zijn voltijdse opdracht vrijstelt van zijn klas- of schoolopdracht, moet u 120 punten aanwenden.

Als u het personeelslid slechts voor een halftijdse opdracht vrijstelt, moet u 60 punten aanwenden.

4.2.1.2.2.2. Administratieve toestand van het personeelslid dat wordt vrijgesteld

Het vastbenoemd, tot de proeftijd toegelaten of tijdelijke personeelslid dat belast is met het mandaat van coördinerend directeur wordt vrijgesteld van zijn werkelijke opdracht als directeur via een verlof voor het uitoefenen van het mandaat van coördinerend directeur (verlof VUM).

Ook het vastbenoemd personeelslid dat via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen (verlof TAO) tijdelijk het ambt van directeur uitoefent en belast is met het mandaat van coördinerend directeur, kan het verlof VUM genieten. Het verlof TAO blijft verder lopen tijdens de duur van het verlof VUM.

Het verlof VUM kan worden toegekend voor:

  • de volledige opdracht, als de scholengemeenschap beslist om het personeelslid voor een voltijdse opdracht vrij te stellen van zijn school- of klasopdracht;
  • een halftijdse opdracht, als de scholengemeenschap beslist om het personeelslid voor een halftijdse opdracht vrij te stellen van zijn school- of klasopdracht.

Het personeelslid dat het verlof bekomt, bevindt zich in de stand dienstactiviteit.

Het verlof wordt in principe toegekend voor de duur van het mandaat. In de praktijk betekent dit voor maximum de zesjarige periode waarvoor de scholengemeenschap is opgericht. De scholengemeenschap kan binnen deze zesjarige periode evenwel toch nog haar keuze herzien. Dit betekent dat het verlof telkens voor een periode van ten hoogste zes opeenvolgende schooljaren kan worden toegekend, tenzij de scholengemeenschap haar keuze binnen deze periode herziet.

Als de scholengemeenschap na het verstrijken van deze termijn kiest om het personeelslid dat belast is met het mandaat van coördinerend directeur voor een nieuwe termijn vrij te stellen van zijn klas- of schoolopdracht, wordt het verlof dus opnieuw toegekend voor een periode van ten hoogste zes opeenvolgende schooljaren.

Het verlof eindigt alleszins van rechtswege vanaf het ogenblik dat het personeelslid niet meer belast is met het mandaat van coördinerend directeur of wanneer de puntenenveloppe van de scholengemeenschap ontoereikend is om de vrijstelling van het personeelslid in kwestie mogelijk te maken.

Het personeelslid dat via het verlof VUM wordt vrijgesteld van zijn opdracht als directeur, kan in die opdracht worden vervangen volgens de geldende reglementering.

U meldt dit verlof aan uw werkstation via een RL-1. De code voor de dienstonderbreking is DO 111(verlof VUM).

4.2.1.2.2.3. Geldelijke toestand van het personeelslid

Het personeelslid behoudt tijdens de duur van het verlof het brutojaarsalaris of de brutojaarsalaristoelage, evenals de eventuele toelage(n)waar hij als titularis van de betrekking van directeur recht op heeft.

Als het personeelslid recht heeft op de niet-verworven salarisschaal voor het uitoefenen van het mandaat van algemeen directeur, behoudt hij eveneens deze niet-verworven salarisschaal.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

In scholengemeenschap A wordt een vastbenoemd directeur secundair onderwijs van school C belast met het mandaat van coördinerend directeur.

De scholengemeenschap beslist om 120 punten van haar forfaitaire puntenenveloppe aan te wenden om dit personeelslid schoolvrij te maken.

Dit personeelslid wordt in school C, waar hij titularis is van de opdracht van directeur secundair onderwijs, vrijgesteld van deze opdracht via het verlof VUM.

Dit personeelslid wordt bezoldigd aan ssc 525 en heeft daarnaast recht op de niet-verworven salarisschaal voor het uitoefenen van het ambt van coördinerend directeur.

Het personeelslid behoudt zijn salaris (ssc 525) en zijn niet-verworven salarisschaal tijdens de duur van het verlof.

In zijn betrekking van directeur secundair onderwijs in school C wordt tijdelijk een ander personeelslid aangesteld.

Voorbeeld 2

In scholengemeenschap A van het gesubsidieerd onderwijs is een vastbenoemd adjunct- directeur (ssc 540) van school A via een verlof TAO tijdelijk aangesteld in het ambt van directeur secundair onderwijs in school D. Dit personeelslid is eveneens belast met het mandaat van coördinerend directeur.

De scholengemeenschap beslist om 120 punten van haar forfaitaire puntenenveloppe aan te wenden om dit personeelslid schoolvrij te maken.

Dit personeelslid wordt in school D, waar hij titularis is van de opdracht van directeur secundair onderwijs, vrijgesteld van deze opdracht via het verlof VUM.

Het personeelslid wordt als volgt bezoldigd:

- salaristoelage vastbenoemd adjunct-directeur (ssc 540);

- toelage TAO voor het tijdelijk uitoefenen van het beter bezoldigd ambt van directeur;

- niet-verworven salarisschaal voor het uitoefenen van het mandaat van coördinerend directeur.

Het personeelslid behoudt zijn salaristoelage van vastbenoemd adjunct-directeur, de toelage TAO en zijn niet-verworven salarisschaal tijdens de duur van het verlof.

In de betrekking van directeur secundair onderwijs in school D wordt tijdelijk een ander personeelslid aangesteld.

4.2.1.2.2.4. Vervanging bij afwezigheid van de coördinerend directeur

4.2.1.2.2.4.1. Administratieve toestand

Het personeelslid dat in het gemeenschapsonderwijs of in het gesubsidieerd onderwijs initieel belast is met het mandaat van coördinerend directeur en dat reglementair afwezig is, kan worden vervangen voor de duur van deze afwezigheid. Dit is echter geen verplichting. De overheid laat het aan de scholengroep of aan het schoolbestuur over om zelf te beslissen wanneer de afwezige mandaathouder moet worden vervangen.

Een ander personeelslid kan dus voor de duur van die afwezigheid met het mandaat worden belasten.

In het gemeenschapsonderwijs beslist de scholengroep, op voordracht van de scholengemeenschap, of er inderdaad een ander personeelslid wordt aangeduid.

In het gesubsidieerd onderwijs beslist het schoolbestuur hierover.

Het personeelslid dat als vervanger wordt aangeduid, oefent de volle bevoegdheid van coördinerend directeur uit.

Deze bevoegdheid eindigt op de vooravond van de dag waarop het afwezige personeelslid opnieuw effectief zijn mandaat opneemt.

Het personeelslid dat als vervanger wordt aangesteld, wordt op zijn beurt vrijgesteld via het verlof VUM, zoals beschreven in punt 4.2.1.2.2.4.3.

Opgelet
De 60 of 120 punten die eventueel werden gebruikt om het personeelslid dat initieel belast was met het mandaat vrij te stellen, gelden ook voor de vrijstelling van de vervanger. Er moeten dus niet opnieuw punten worden aangewend.

4.2.1.2.2.4.2. Geldelijke toestand

Het personeelslid dat afwezig is en recht heeft op de niet-verworven salarisschaal, zoals bedoeld in punt 4.2.1.2.2.3, behoudt tijdens de afwezigheid deze niet-verworven salarisschaal.

Het personeelslid dat tijdelijk als vervanger wordt belast met het mandaat van coördinerend directeur, heeft eveneens recht op de niet-verworven salarisschaal.

4.2.1.2.2.4.3. Praktische schikkingen

U meldt het verlof aan het werkstation dat het dossier beheert van het personeelslid dat tijdelijk als vervanger via het verlof VUM wordt vrijgesteld van zijn opdracht als directeur.

U doet dit via een RL-1 en gebruikt als code voor de dienstonderbreking DO 111 (verlof VUM).

U vraagt voor het personeelslid dat tijdelijk als vervanger wordt aangeduid, de niet-verworven salarisschaal aan. U doet dit volgens de bepalingen van de omzendbrief PERS/2000/GDH - van 12-09-2000 - Mandaten algemeen directeur en coördinerend directeur - toekenning van een financiële vergoeding.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

In scholengemeenschap A wordt een vastbenoemd directeur secundair onderwijs van school C belast met het mandaat van coördinerend directeur. De scholengemeenschap beslist om 120 punten van haar forfaitaire puntenenveloppe aan te wenden om dit personeelslid schoolvrij te maken. Dit personeelslid wordt in school C, waar hij titularis is van de opdracht van directeur secundair onderwijs, vrijgesteld van deze opdracht via het verlof VUM. Dit personeelslid heeft recht op de niet-verworven salarisschaal voor het uitoefenen van het mandaat van coördinerend directeur.

Vanaf 8 oktober is dit personeelslid afwezig wegens een arbeidsongeval. Dit personeelslid kan als coördinerend directeur worden vervangen door een andere directeur van de scholengemeenschap secundair onderwijs. De vervanger wordt eveneens vrijgesteld via het verlof VUM en heeft eveneens recht op de niet-verworven salarisschaal.

Voorbeeld 2

In scholengemeenschap B wordt een vastbenoemd directeur secundair onderwijs van school A belast met het mandaat van coördinerend directeur. De scholengemeenschap beslist om 60 punten van haar forfaitaire puntenenveloppe aan te wenden om dit personeelslid voor een halftijdse opdracht schoolvrij te maken. Dit personeelslid wordt in school A, waar hij titularis is van de opdracht van directeur secundair onderwijs, vrijgesteld van deze halftijdse opdracht via het verlof VUM. Dit personeelslid heeft recht op de niet-verworven salarisschaal voor het uitoefenen van het mandaat van coördinerend directeur.

Vanaf 12 november is dit personeelslid met bevallingsverlof.

Dit personeelslid kan als coördinerend directeur worden vervangen door een andere directeur van de scholengemeenschap. De vervanger wordt eveneens voor een halftijdse opdracht vrijgesteld via het verlof VUM en heeft recht op de niet-verworven salarisschaal.

4.2.1.2.3. Het school- of klasvrij maken van een ander personeelslid

De scholengemeenschap kan voor haar ondersteuning ook kiezen voor een ander personeelslid dan diegene die belast is met het mandaat van algemeen directeur of coördinerend directeur.

Dit betekent dat zij een personeelslid uit de personeelscategorie van het bestuurspersoneel, het onderwijzend personeel, het ondersteunend, het paramedisch, het medisch, het orthopedagogisch, het psychologisch of het sociaal personeel geheel of gedeeltelijk kan vrijstellen van zijn school- of klasopdracht.

Als de scholengemeenschap voor deze optie kiest, gaat u als volgt te werk.

4.2.1.2.3.1. Hoeveel punten moet u aanwenden?

Als de scholengemeenschap punten aanwendt voor het school- of klasvrij maken van een ander personeelslid, kan zij één of meerdere betrekkingen oprichten in een ambt van het bestuurspersoneel, het onderwijzend personeel, het ondersteunend, het paramedisch, het medisch, het orthopedagogisch, het psychologisch of het sociaal personeel

Deze punten worden steeds toegekend aan één of meerdere scholen van de scholengemeenschap, die er dan vervolgens betrekkingen mee oprichten.

Voor de puntenwaarde van deze betrekkingen gelden de principes van punt 4.1.

4.2.1.3. Administratieve en geldelijke toestand van het personeelslid

4.2.1.3.1. Administratieve toestand van het personeelslid

Het personeelslid dat ter ondersteuning van de scholengemeenschap wordt aangesteld in een betrekking zoals bedoeld in punt 4.2.1.2.3, wordt steeds als tijdelijk personeelslid geaffecteerd in een betrekking van dat ambt. Deze betrekking wordt steeds opgericht in een school die behoort tot de scholengemeenschap.

De betrekkingen die u opricht in een ambt kunt u op 2 manieren invullen:

  • u kunt een tijdelijk personeelslid aanwerven en aanstellen in de betrekking;

  • u kunt een vastbenoemd personeelslid aanstellen in de betrekking via het principe van een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen (verlof TAO).

De decreten rechtspositie blijven integraal van toepassing op deze personeelsleden, met uitzondering van volgende bepalingen:

  • de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling is niet van toepassing op deze extra betrekkingen. Het schoolbestuur kan een terbeschikkinggesteld personeelslid aanstellen in deze betrekking, maar is daartoe niet verplicht. Voor de aanstelling van het terbeschikkinggesteld personeelslid is de instemming van betrokkene vereist;
  • het schoolbestuur is niet verplicht om in deze betrekking een personeelslid aan te stellen met recht op een aanstelling van doorlopende duur;
  • deze betrekking kan niet worden vacant verklaard en kan geen aanleiding geven tot vaste benoeming. Vastbenoemde personeelsleden kunnen evenmin worden geaffecteerd of gemuteerd in deze betrekkingen.

Bij de aanstelling in de betrekking van het ambt in kwestie past u steeds de bestaande reglementering betreffende de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen toe.

De school waar het personeelslid tijdelijk wordt geaffecteerd, deelt deze opdracht aan haar werkstation mee met de vakcode 699“voorafname puntenenveloppe” en met als administratieve toestand ATO 2 (tijdelijk vacant). Als het gaat om een betrekking van leraar moet u de opdracht steeds gelijkstellen met een vak in functie van het bekwaamheidsbewijs van het betrokken personeelslid.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een scholengemeenschap beslist om 93 punten van haar voorafname van de puntenenveloppe te gebruiken voor het school- of klasvrij maken van onderwijzend personeel.

Zij kent deze punten toe aan school A van de scholengemeenschap die er drie betrekkingen van leraar mee opricht.

In deze betrekkingen worden volgende personeelsleden aangesteld:

- personeelslid 1 heeft als bekwaamheidsbewijs GVSO groep1- OE Aardrijkskunde en krijgt een opdracht van leraar 7/21 (ssc 301) = 28 punten;

- personeelslid 2 heeft als bekwaamheidsbewijs licentiaat Germaanse Filologie + BPB en krijgt een opdracht van leraar 6/20 (ssc 501) = 38 punten;

- personeelslid 3 heeft als bekwaamheidsbewijs HOKT maatschappelijk werk + BPB en krijgt een opdracht van leraar 7/22 (ssc 301) = 27 punten.

De opdrachten worden als volgt doorgestuurd:

- personeelslid 1: 7/21 code 699 (AV Aardrijkskunde) ATO 2

- personeelslid 2: 6/20 code 699 (AV Nederlands) ATO 2

- personeelslid 3: 7/22 code 699 (AV Maatschappelijke Vorming) ATO 2

Voorbeeld 2

Een scholengemeenschap beslist om 120 punten van haar voorafname van de puntenenveloppe aan te wenden voor het school- of klasvrij maken van bestuurspersoneel. Zij kiest voor een halftijdse betrekking van technisch adviseur en een halftijdse betrekking van adjunct-directeur.

Zij kent 60 punten toe aan school A die een halftijdse betrekking van technisch adviseur ( = 60 punten) opricht en 60 punten aan school C die een halftijdse betrekking van adjunct-directeur (= 60 punten) opricht.

In de betrekking van technisch adviseur wordt een vastbenoemd leraar uit school A via een verlof TAO aangesteld.

In de betrekking van adjunct-directeur wordt een vastbenoemd leraar uit school C via een verlof TAO aangesteld.

Voorbeeld 3

Een scholengemeenschap beslist om de punten van haar voorafname van de puntenenveloppe aan te wenden om het personeelslid dat belast is met het mandaat van coördinerend directeur schoolvrij te maken en om een betrekking in het ambt van administratief medewerker van het ondersteunend personeel op te richten.

Ze wendt hiervoor 202 punten aan:

- het personeelslid dat belast is met het mandaat van coördinerend directeur wordt schoolvrij gemaakt via een verlof VUM. Dit vergt 120 punten;

- de scholengemeenschap kent 82 punten toe aan school A die een voltijdse betrekking in het ambt van administratief medewerker met ssc 158 (= 82 punten) opricht. In deze betrekking wordt een tijdelijk personeelslid aangeworven.

4.2.1.3.2. Geldelijke toestand van het personeelslid

Als u in de betrekking een tijdelijk personeelslid aanwerft, zal dit personeelslid worden bezoldigd volgens de geldende reglementering die van toepassing is op het ambt waarin betrokkene wordt aangesteld (met inbegrip van eventuele uitgestelde bezoldiging tijdens de zomermaanden).

Als u een vastbenoemd personeelslid via een verlof TAO in de betrekking aanstelt, gelden de bezoldigingsprincipes van de reglementering betreffende het verlof TAO.

Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief 13AC/GDH/SH/js van 19-06-1998 - Regeling van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde vastbenoemde personeelsleden van het onderwijs, de psycho-medisch-sociale centra, de pedagogische begeleidingsdiensten, de inspectie en de dienst voor onderwijsontwikkeling, tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast met een opdracht waarvoor ze niet vast benoemd zijn.

4.2.1.4. Inzetbaarheid van het personeelslid aangesteld ter ondersteuning van de scholengemeenschap

Het personeelslid dat ter ondersteuning van de scholengemeenschap wordt aangeworven in een functie of betrekking die wordt ingericht met punten van de voorafname van de globale puntenenveloppe (punt 3.1.1),wordt steeds aangesteld bij of geaffecteerd aan de school in de scholengemeenschap waar de betrekking effectief wordt ingericht.

Het personeelslid kan worden ingezet voor het vervullen van opdrachten voor de scholengemeenschap zelf of voor opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap.

Als het personeelslid wordt ingezet om opdrachten te vervullen in andere scholen dan de school van aanstelling of affectatie, moet u met volgende principes rekening houden:

  • de afstand tussen de school van aanstelling of affectatie en de school waar het personeelslid die opdracht gaat vervullen, mag niet meer dan 25 km bedragen. Deze afstand mag groter zijn, maar dan moet het personeelslid daarmee uitdrukkelijk akkoord gaan;
  • de inzetbaarheid van het personeelslid moet schriftelijk worden vastgelegd. U neemt dit op in de functiebeschrijving van het personeelslid en in de documenten die vereist zijn bij de aanstelling van het personeelslid (al naargelang het net is dit het geschrift of besluit van aanstelling of de arbeidsovereenkomst). Als de inzetbaarheid niet uitdrukkelijk schriftelijk is vastgelegd, betekent dit dat het personeelslid alleen kan worden ingezet in de school van aanstelling of affectatie.

4.2.2. Gebruik van de punten in de school

Na de voorafname van de globale puntenenveloppe(punt 3.1.1) verdeelt de scholengemeenschap de resterende punten van de enveloppe over haar scholen volgens de afgesproken criteria (punt 3.1.2).

Met de punten die de school van de scholengemeenschap ontvangt, moet ze in eerste instantie op 1 september maximaal de betrekkingen in stand houden van de vastbenoemde personeelsleden in betrekkingen in ambten van:

  • het bestuurspersoneel;
  • het ondersteunend personeel;
  • het onderwijzend personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie;
  • het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie.

Als er u daarna nog punten resten, kan u deze punten naar keuze aanwenden:

  • om een of meer betrekkingen op te richten in een of meer ambten van de voormelde personeelscategorieën;
  • om een of meer personeelsleden klasvrij te maken;
  • om een personeelslid te bevorderen tot een hogere salarisschaal in een ambt van het ondersteunend personeel.

Als er onvoldoende punten voorhanden zijn om alle betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden op 1 september in stand te houden, moet u maatregelen nemen in het kader van de regelgeving betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.

4.2.2.1. De school heeft onvoldoende punten voor de instandhouding van alle betrekkingen op 1 september

Als u onvoldoende punten heeft ontvangen om op 1 september de betrekkingen van alle vastbenoemde personeelsleden in stand te houden, moet u de maatregelen nemen in het kader van de regelgeving betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.

U vindt deze maatregelen terug in punt 4.7.

4.2.2.2. De school heeft voldoende punten voor de instandhouding van alle betrekkingen op 1 september

Als u voldoende punten heeft ontvangen om alle betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden in stand te houden op 1 september, nemen deze personeelsleden hun betrekking opnieuw op.

Als u daarna nog punten over heeft, mag u die vrij aanwenden om een of meer betrekkingen op te richten in voormelde ambten. In punt 4.2.2.2.2 vindt u terug hoe u dan te werk kan gaan.

U kunt de resterende punten ook aanwenden om een personeelslid van het ondersteunend personeel te bevorderen tot een hogere salarisschaal. In punt 4.6 vindt u terug hoe u dan te werk kan gaan.

4.2.2.2.1. In stand houden van de betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden op 1 september

Met de puntenenveloppe die de school ontvangt van de scholengemeenschap, moet u op 1 september in eerste instantie verplicht de betrekkingen in stand houden van de personeelsleden die op het einde van het voorgaande schooljaar als vastbenoemd titularis een opdracht uitoefenen in een betrekking in:

1° een van de volgende ambten van het bestuurspersoneel:

  • adjunct-directeur;
  • technisch adviseur-coördinator;
  • technisch adviseur;
  • coördinator (in een centrum DBSO);

2° een van de volgende ambten van het ondersteunend personeel:

  • administratief medewerker;
  • opvoeder;

3° een van de volgende wervingsambten onder de vorm van een opdracht in het kader van taak- en functiedifferentiatie (op het einde van het schooljaar zijn dit de opdrachten met vakcode 898):

  • in het onderwijzend personeel en het ondersteunend personeel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs;
  • in het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel in het buitengewoon secundair onderwijs.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Op het einde van het schooljaar heeft een school voor gewoon secundair onderwijs volgende personeelsleden in dienst:

- 1 vastbenoemde adjunct-directeur (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemde opvoeder met ssc 158 (ondersteunend personeel) met als opdracht 36/36 = 82 punten;

- 1 vastbenoemde administratief medewerker met ssc 202 (ondersteunend personeel) met als opdracht 18/36 = 31,5 punten;

- 1 tijdelijke administratief medewerker met ssc 158 (ondersteunend personeel) met als opdracht 18/36 = 41 punten;

- in het kader van taak- en functiedifferentiatie:

5/22 vastbenoemd leraar met ssc 301 = 19 punten

2/21 vastbenoemd leraar met ssc 301 = 8 punten

1/22 vastbenoemd leraar met ssc 301 = 4 punten

Deze personeelsleden vertegenwoordigen in totaal 305,5 punten, waarvan 264,5 punten ingenomen worden door vastbenoemde personeelsleden.

De school ontvangt van de scholengemeenschap 310 punten en heeft dus voldoende punten om de betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden in stand te houden.

De punten de ze hierna overhoudt (310-264,5 = 45,5 punten) kan de school vrij aanwenden.

Voorbeeld 2

Op het einde van het schooljaar heeft een school voor gewoon secundair onderwijs volgende personeelsleden in dienst:

- 1 vastbenoemde adjunct-directeur (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemd technisch adviseur-coördinator (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 tijdelijke technisch adviseur (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemde opvoeder met ssc 158 (ondersteunend personeel) met als opdracht 36/36 = 82 punten;

- 1 vastbenoemde administratief medewerker met ssc 202 (ondersteunend personeel) met als opdracht 36/36 = 63 punten;

- 1 tijdelijke opvoeder met ssc 158 (ondersteunend personeel) met als opdracht 18/36 = 41 punten;

- in het kader van taak- en functiedifferentiatie:

5/22 vastbenoemd leraar met ssc 301 = 19 punten

2/21 vastbenoemd leraar met ssc 501 = 12 punten

1/20 vastbenoemd leraar met ssc 501 = 6 punten

Deze personeelsleden vertegenwoordigen in totaal 583 punten, waarvan 422 punten ingenomen worden door vastbenoemde personeelsleden.

De school ontvangt van de scholengemeenschap 520 punten en heeft dus voldoende punten om de betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden in stand te houden.

Voorbeeld 3

Op het einde van het schooljaar heeft een school voor gewoon secundair onderwijs volgende personeelsleden in dienst:

- 1 vastbenoemde adjunct-directeur (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemd technisch adviseur-coördinator (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemde technisch adviseur (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemde opvoeder met ssc 158 (ondersteunend personeel) met als opdracht 36/36 = 82 punten;

- 1 vastbenoemde opvoeder met ssc 202 (ondersteunend personeel) met als opdracht 36/36 = 63 punten;

- 1 vastbenoemde administratief medewerker met ssc 158 (ondersteunend personeel) met als opdracht 18/36 = 41 punten;

- 1 tijdelijke administratief medewerker met ssc 202 (ondersteunend personeel) met als opdracht 18/36 = 31,5 punten;

- in het kader van taak- en functiedifferentiatie:

5/22 vastbenoemd leraar met ssc 301 = 19 punten

2/21 vastbenoemd leraar met ssc 501 = 12 punten

1/20 vastbenoemd leraar met ssc 501 = 6 punten

Deze personeelsleden vertegenwoordigen in totaal 614,5 punten, waarvan 583 punten ingenomen worden door vastbenoemde personeelsleden.

De school ontvangt van de scholengemeenschap 579 punten en heeft dus onvoldoende punten om de betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden in stand te houden. De school moet maatregelen nemen in het kader van de regelgeving inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.

4.2.2.2.2. Oprichten van een betrekking

Als u na het in stand houden van de betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden nog punten over heeft, mag u die vrij en naar keuze aanwenden om een of meer betrekkingen op te richten in:

  • ambten van het bestuurspersoneel;
  • ambten van het ondersteunend personeel;
  • wervingsambten van het onderwijzend personeel en het ondersteunend personeel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs in het kader van taak- en functiedifferentiatie;
  • wervingsambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel in het buitengewoon secundair onderwijs in het kader van taak- en functiedifferentiatie.

De school of inrichtende macht beslist vrij welke ambten worden opgericht en in welke personeelscategorieën dit gebeurt.
Bij de oprichting van een betrekking moet u wel steeds rekening houden met de volgende principes:
- als u punten aanwendt voor ambten van het ondersteunend personeel, moeten steeds minstens 50% van de personeelsleden in deze personeelscategorie aangesteld zijn in het ambt van opvoeder;
- een betrekking van technisch adviseur-coördinator kan slechts worden opgericht in een school met een eerste graad, een school met technisch en/of beroepsonderwijs, een autonoom centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en een school van het buitengewoon secundair onderwijs. In deze scholen kan ook slechts maximum 1 voltijdse betrekking in het ambt van technisch adviseur-coördinator worden opgericht.
- een betrekking in een ambt van het bestuurspersoneel kan per halftijdse of per voltijdse betrekking worden opgericht.

4.2.2.2.2.1. Oprichten van een betrekking in een ambt van het bestuurspersoneel

Als u voldoende punten heeft, kunt u een of meerdere betrekkingen oprichten in een ambt van het bestuurspersoneel.

Er moet steeds een halftijdse of een voltijdse betrekking in een ambt van het bestuurspersoneel worden opgericht.

De halftijdse betrekking wordt steeds ingevuld door één personeelslid.

Een voltijdse betrekking kan worden ingevuld door één personeelslid of door twee personeelsleden die elk met een halftijdse betrekking worden belast.

Voor het ambt van technisch adviseur-coördinator gelden volgende beperkingen:
1° een betrekking van technisch adviseur-coördinator kan slechts worden opgericht in een school met een eerste graad, een school met technisch en/of beroepsonderwijs, in een autonoom centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en in een school van het buitengewoon secundair onderwijs.
2° in deze scholen kan slechts maximum 1 voltijdse betrekking in het ambt van technisch adviseur-coördinator worden opgericht.

De puntenwaarde van elk ambt vindt u in punt 4.1.1.

4.2.2.2.2.2. Oprichten van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel

Als u voldoende punten heeft, kunt u een of meerdere betrekkingen oprichten in een ambt van het ondersteunend personeel.

Er moet steeds een halftijdse of een voltijdse betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel worden opgericht.

De halftijdse betrekking wordt steeds ingevuld door één personeelslid.

Een voltijdse betrekking kan worden ingevuld door één personeelslid of door twee personeelsleden die elk met een halftijdse betrekking worden belast.

Het staat de school vrij een betrekking van opvoeder of een betrekking van administratief medewerker op te richten, evenals de puntenwaarde ervan te bepalen.

Dit houdt ook in dat in een voltijdse betrekking twee personeelsleden met een verschillende puntenwaarde kunnen worden aangesteld.

M.i.v. 1 september 2015 wijzigen de bekwaamheidsbewijzen voor een aanstelling in een ambt van het ondersteunend personeel. Dit betekent o.m. dat een personeelslid ook onder zijn hoogste diplomaniveau kan worden aangesteld, voor zover dat het personeelslid daarmee instemt.

De puntenwaarde van elk ambt vindt u in punt 4.1.2.

Voorbeeld

De school richt een voltijdse betrekking op van opvoeder van 82 punten (tenminste bachelor – ssc 158) .

In deze betrekking stelt zij een personeelslid aan met een diploma van profession e el gerichte bachelor . Op basis van dat diploma heeft het personeelslid recht op ssc 158.

De school richt een voltijdse betrekking op van opvoeder. Ze verdeelt de betrekking over twee puntenwaarden en richt zo een betrekking op van 72,5 punten: een halftijdse betrekking van 31,5 punten (ten minste HSO – ssc 202) en een halftijdse betrekking van 41 punten (ten minste bachelor – ssc 158).

In deze betrekking stelt zij twee personeelsleden aan. Eén personeelslid is in het bezit van een diploma HSO en heeft recht op ssc 202, het andere personeelslid is in het bezit van een diploma PBA en heeft recht op ssc 158.

I n deze betrekking kan de school ook één personeelslid aanstellen dat in het bezit is van een bachelordiploma . Dit personeelslid voldoet aan de bekwaamheidsvereisten voor beide deeltijdse betrekkingen (respectievelijk ten minste HSO en ten minste bachelor) , maar het personeelslid zal dan voor een halftijdse betrekking worden bezoldigd op basis van ssc 202 en voor een halftijdse betrekking op basis van ssc 158.

Er is slechts één beperking: de school moet er steeds rekening mee houden dat binnen de school ten minste 50 % van het ondersteunend personeel moet bestaan uit opvoeders.
Het gaat hier om 50 % van het personeelsbestand en niet om 50 % van de puntenenveloppe.

4.2.2.2.2.3. Oprichten van betrekkingen in het kader van taak- en functiedifferentiatie

Als u voldoende punten heeft, kunt u deze punten ook aanwenden in het kader van taak- en functiedifferentiatie.

Hiertoe kunt u een of meerdere betrekkingen oprichten in een wervingsambt van het onderwijzend of het ondersteunend personeel in een school voor gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en in een wervingsambt van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel.

Als u een betrekking opricht in een wervingsambt van het onderwijzend personeel, het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch of sociaal personeel, zet u de punten om in uren-leraar, lesuren of uren. De puntenwaarde van de betrekking, en het overeenstemmend aantal uren-leraar, lesuren of uren, is afhankelijk van de salarisschaal waar het personeelslid dat in de betrekking wordt aangesteld recht op heeft (punt 4.1.3.1 en 4.1.3.3). U deelt in dit geval de opdracht van het personeelslid in het kader van taak- en functiedifferentiatie mee aan uw werkstation met de vakcode 898“Taak- en functiedifferentiatie”. Als u beslist om een betrekking van leraar op te richten, mag u niet vergeten om de opdracht steeds gelijk te stellen met een vak of een specialiteit in functie van het bekwaamheidsbewijs van het betrokken personeelslid.

Als u een betrekking opricht in een ambt van het ondersteunend personeel in het voltijds gewoon secundair onderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, kunt u de punten rechtstreeks aanwenden (punt 4.1.2) en hoeft u geen vakcode mee te delen. Als u een betrekking opricht in een ambt van het ondersteunend personeel in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, moet u de vakcode 898 “Taak- en functiedifferentiatie” daarentegen wel gebruiken.

4.3. Aanwenden van de punten in een school die niet tot een scholengemeenschap behoort

De school die niet tot een scholengemeenschap behoort, moet de punten van haar globale puntenenveloppe in eerste instantie aanwenden om op 1 september maximaal de betrekkingen in stand houden van de vastbenoemde personeelsleden in betrekkingen in ambten van:

  • het bestuurspersoneel;
  • het ondersteunend personeel;
  • het onderwijzend personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie;
  • het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie (punt 4.3.1).

Als er u daarna nog punten resten, kan u deze punten naar keuze aanwenden:

  • om een of meer betrekkingen op te richten in een of meer ambten van de voormelde personeelscategorieën;
  • om een of meer personeelsleden klasvrij te maken;
  • om een personeelslid te bevorderen tot een hogere salarisschaal in een ambt van het ondersteunend personeel (punt 4.3.2).

Als er onvoldoende punten voorhanden zijn om alle betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden op 1 september in stand te houden, moet u maatregelen nemen in het kader van de regelgeving inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.

4.3.1. De school heeft onvoldoende punten voor de instandhouding van alle betrekkingen op 1 september

Als u onvoldoende punten heeft ontvangen om op 1 september de betrekkingen van alle vastbenoemde personeelsleden in stand te houden, moet u de maatregelen nemen in het kader van de regelgeving inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.

U vindt deze maatregelen terug in punt 4.7.

4.3.2. De school heeft voldoende punten voor de instandhouding van alle betrekkingen op 1 september

Als u voldoende punten heeft ontvangen om alle betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden in stand te houden op 1 september, nemen deze personeelsleden hun betrekking opnieuw op (zie punt 4.2.2.2.1).

Als u daarna nog punten over heeft, mag u die vrij aanwenden om een of meer betrekkingen op te richten in voormelde ambten. In punt 4.2.2.2.2 vindt u terug hoe u dan te werk kan gaan.

U kunt de resterende punten ook aanwenden om een personeelslid van het ondersteunend personeel te bevorderen tot een hogere salarisschaal. In punt 4.6 vindt u terug hoe u dan te werk kan gaan.

4.4. Aanstellen van een personeelslid in een betrekking

4.4.1. Invullen van een vacante betrekking

Voordat een tijdelijk personeelslid kan worden aangeworven in een vacante betrekking die met de punten van de puntenenveloppe is opgericht, moet de school haar verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling naleven.

4.4.2. Reaffectatie en wedertewerkstelling

Het schoolbestuur moet in eerste instantie haar verplichtingen naleven betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling.

Deze verplichtingen vindt u terug in punt 4.7.

4.4.3. Affectatie of mutatie

Nadat het schoolbestuur in haar scholen al haar verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling heeft nageleefd, krijgt zij een aantal vrijheden.

Binnen deze vrijheden kan zij een vacante betrekking toewijzen aan een vastbenoemd personeelslid bij wijze van affectatie of mutatie.

4.4.4. Aanstellen van een tijdelijk personeelslid

Als een inrichtende macht een vacante betrekking niet heeft moeten invullen binnen haar verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling, kan zij een personeelslid tijdelijk aanstellen in het desbetreffende ambt.

Het schoolbestuur stelt het tijdelijk personeelslid aan volgens de bepalingen van de decreten rechtspositie van 27 maart 1991 betreffende tijdelijke aanstelling. Dit houdt o.m. in dat zij in een wervingsambt verplicht is om eerst personeelsleden te werven die het recht hebben verworven op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in dat ambt.

4.4.5. Invullen van een niet-vacante betrekking

De personeelsleden die tijdelijk afwezig zijn (door bijvoorbeeld afwezigheid wegens ziekte, bevallingsverlof, verlof wegens verminderde prestaties, loopbaanonderbreking, TBSPA, enz.) kunnen uiteraard worden vervangen.

Ook hier moet de vervanging in eerste instantie gebeuren binnen de verplichtingen betreffende reaffectatie of wedertewerkstelling.

Pas nadat deze verplichtingen werden nageleefd, kan een tijdelijk personeelslid worden aangeworven in de niet-vacante betrekking.

V oor een vervanging in een ambt van het ondersteunend personeel gelden vanaf 1 september 2015 volgende specifieke principes:

- de salarisschaal van de vervanger mag niet hoger zijn dan de salarisschaal van de titularis;

- als de school over niet-aangewende punten beschikt, kan ze de puntenwaarde van de betrekking tijdelijk verhogen t.o.v. de puntenwaarde die initieel aan de betrekking is toegekend om zo een hogere salarisschaal toe te kennen aan de vervanger als die beschikt over een bekwaamheidsbewijs dat van een hoger niveau is.

Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief PERS/2009/07van 17-08-2009 - Het ondersteunend personeel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs.

4.4.5.1. Reaffectatie en wedertewerkstelling

Het schoolbestuur moet in eerste instantie in niet-vacante betrekkingen steeds de verplichtingen betreffende reaffectatie of wedertewerkstelling naleven voordat nieuwe wervingen in een ambt van de desbetreffende personeelscategorie kunnen plaatsvinden.

Deze verplichtingen vindt u in punt 4.7.

4.4.5.2. Na de verplichtingen inzake reaffectatie en wedertewerkstelling

Als een inrichtende macht een niet-vacante betrekking niet heeft moeten invullen binnen haar verplichtingen inzake reaffectatie en wedertewerkstelling, kan zij een personeelslid tijdelijk aanstellen in deze betrekking.

De gebruikelijke regels voor tijdelijke aanstelling zijn hier van kracht.

4.5. Vaste benoeming

De betrekkingen die worden opgericht met punten van de globale puntenenveloppe komen in aanmerking voor vacantverklaring en vaste benoeming, met uitzondering van de betrekkingen die worden opgericht via de punten van de 10 % voorafname van de scholengemeenschap (zie punt 4.2.1).

De vacantverklaring en vaste benoeming gebeuren volgens de bestaande benoemingsprocedure.

Deze procedure en de voorwaarden waaraan zowel de betrekkingen als de personeelseden moeten voldoen, vindt u terug in de omzendbrief 13CC/VB/ml van 29-11-1999 - Vaste benoeming - Procedure, voorwaarden en mededeling aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming.

4.6. Bevordering tot een hogere salarisschaal in een ambt van het ondersteunend personeel

De categorie van het ondersteunend personeel bestaat enkel uit wervingsambten.

Personeelsleden die aangesteld zijn in de wervingsambten van het ondersteunend personeel zijn in principe dus gebonden aan een vlakke loopbaan en hebben binnen hun personeelscategorie geen uitzicht op een mogelijke vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt.

Om deze vlakke loopbaan toch enigszins te doorbreken, werd voor deze personeelscategorie het principe van bevordering in hetzelfde ambt ingevoerd.

Het personeelslid blijft vast benoemd in zijn wervingsambt maar kan, als het aan bepaalde voorwaarden voldoet, via een herbenoeming een hogere salarisschaal verkrijgen.

Meer informatie over deze bevordering vindt u terug in de omzendbrief PERS/2009/07van 17-08-2009 - Hetondersteunendpersoneel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs.

4.7. Terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling

De algemene bepalingen betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling vindt u terug in de omzendbrief PERS/2003/08 (28/07/2003) - De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteldin het niet-tertiair onderwijs.

Met ingang van 1 september 2015 wordt voor de scholen die behoren tot een scholengemeenschap de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengroep (gemeenschapsonderwijs) en de Vlaamse reaffectatiecommissie opgeschort. Dit betekent dat vanaf deze datum scholen en schoolbesturen geen verplichtingen meer hebben t.a.v. deze reaffectatiecommissies.

Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief – PERS/2003/08 (28/07/2003) - De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs .

Hierna volgen de specifieke bepalingen die daarnaast van toepassing zijn m.b.t. de globale puntenenveloppe.

4.7.1. Criteria bij vermindering van het aantal punten

Het schoolbestuur stelt m.b.t. de globale puntenenveloppe voorafgaand een aantal criteria op die zij wenst te hanteren bij een eventuele vermindering van het aantal punten van de globale puntenenveloppe.

Deze criteria omvatten alleszins de personeelscategorie of personeelscategorieën waarop het schoolbestuur de vermindering van de punten wil toepassen, evenals het ambt of de ambten binnen de gekozen personeelscategorie(ën) waarop ze die vermindering dan zal toepassen.

Deze criteria moeten voor onderhandeling voorgelegd worden in het bevoegde lokaal onderhandelingscomité.

Bij het opstellen van deze criteria moet het schoolbestuur alleszins rekening houden met het feit dat in het ondersteunend personeel steeds minstens 50% opvoeders moeten aangesteld zijn (zie ook punt 4.2.2.2.2.2).

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Het schoolbestuur van drie scholen voor gewoon secundair onderwijs legt aan haar lokaal onderhandelingscomité het voorstel voor dat bij vermindering van punten de vermindering proportioneel wordt verdeeld over alle ambten van het bestuurspersoneel, het ondersteunend personeel en de wervingsambten van het onderwijzend personeel die zijn ingericht in het kader van taak- en functiedifferentiatie.

Voorbeeld 2

Het schoolbestuur van een school voor buitengewoon secundair onderwijs legt aan haar lokaal onderhandelingscomité het voorstel voor dat bij vermindering van punten de vermindering ten laste zal vallen van de ambten van het ondersteunend personeel en de wervingsambten van het onderwijzend personeel die zijn ingericht in het kader van taak- en functiedifferentiatie.

Voorbeeld 3

Het schoolbestuur van drie scholen voor gewoon secundair onderwijs legt aan haar lokaal onderhandelingscomité het voorstel voor dat bij vermindering van punten de vermindering ten laste zal vallen van de ambten van administratief medewerker in het ondersteunend personeel.

4.7.2. Verdeling van de betrekkingen onder de vastbenoemde personeelsleden

Bij het begin van het schooljaar wendt de school haar punten in eerste instantie aan om de betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden in stand te houden (zie ook punt 4.2.2.2).

Ook voor vastbenoemde personeelsleden met een verlofstelsel op het einde van het schooljaar, voorziet het schoolbestuur op de daaropvolgende 1 september een opdracht. Dit is zelfs zo als het verlof op 1 september verder doorloopt of verlengd wordt.

Deze verdeling gebeurt:

  • per instelling of, voor het gewoon secundair onderwijs, per pedagogische entiteit;
  • per ambt, dus in hetzelfde ambt als dit waarin het personeelslid vast benoemd is;
  • voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht waarvoor de personeelsleden op het einde van het voorafgaand schooljaar vastbenoemd personeelslid waren en/of ter beschikking waren gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

De mogelijkheid bestaat dat het schoolbestuur niet genoeg punten heeft om al haar vastbenoemde personeelsleden een opdracht te garanderen. In dit geval moet zij eventueel een of meerdere vastbenoemde personeelslid ter beschikking stellen wegens ontstentenis van betrekking. Hierbij houdt het schoolbestuur rekening met de beslissing die ze genomen heeft m.b.t. een vermindering van de puntenenveloppe (punt 4.7.1).

Voordat het schoolbestuur een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking kan uitspreken, moet zij echter de voorafgaande maatregelen toepassen (punt 4.7.3).

4.7.3. Maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling

Als een school onvoldoende punten heeft ontvangen om op 1 september de betrekkingen van alle vastbenoemde personeelsleden in stand te houden, moet zij in eerste instantie de maatregelen voorafgaand aan terbeschikkingstelling toepassen.

Bij de toepassing van deze voorafgaande maatregelen moet het schoolbestuur rekening houden met de beslissing die ze heeft genomen m.b.t. een vermindering van de puntenenveloppe (punt 4.7.1).

Opgelet:
Deze beslissing kan er in uitzonderlijke gevallen toe leiden dat een tijdelijk personeelslid in dienst blijft en dat een vastbenoemd personeelslid ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

Als door de beslissing van het schoolbestuur in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel het aantal opvoeders echter onder 50% van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de school zou dalen, moet de vermindering van het aantal punten bij de administratief medewerkers worden gelegd of in een of meer andere ambten van de personeelscategorieën die in stand worden gehouden met punten van de globale puntenenveloppe.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Op het einde van het schooljaar heeft school A volgende personeelsleden in dienst:

- 1 vastbenoemde adjunct-directeur (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemde opvoeder met ssc 158 (ondersteunend personeel) met als opdracht 36/36 = 82 punten;

- 1 vastbenoemde administratief medewerker met ssc 202 (ondersteunend personeel) met als opdracht 18/36 = 31,5 punten;

- 1 tijdelijke administratief medewerker met ssc 202 (ondersteunend personeel) met als opdracht 18/36 = 31,5 punten;

- in het kader van taak- en functiedifferentiatie:

5/22 vastbenoemd leraar met ssc 301 = 19 punten

2/21 vastbenoemd leraar met ssc 301 = 8 punten

1/22 vastbenoemd leraar met ssc 301 = 4 punten

Deze personeelsleden vertegenwoordigen in totaal 296 punten, waarvan 264,5 punten ingenomen worden door vastbenoemde personeelsleden.

De school ontvangt van de scholengemeenschap 260 punten en heeft dus onvoldoende punten om alle betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden in stand te houden.

Het schoolbestuur van deze school heeft beslist dat bij vermindering van punten de vermindering ten laste zal vallen van de ambten van administratief medewerker in het ondersteunend personeel. Dit betekent dat de vastbenoemde administratief medewerker mogelijk ter beschikking moet worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

In het kader van de maatregelen voorafgaand aan terbeschikkingstelling moet eerst een einde worden gesteld aan de aanstelling van een tijdelijk personeelslid. In toepassing van deze maatregel wordt in eerste instantie de tijdelijke administratief medewerker (ssc 202 - 31,5 punten) ontslagen.

De resterende vastbenoemde personeelsleden vertegenwoordigen dan nog 264,5 punten, wat betekent dat de school nog steeds onvoldoende punten heeft om alle personeelsleden in dienst te houden.

In het kader van de beslissing van het schoolbestuur wordt vervolgens de vastbenoemde administratief medewerker (ssc 202 - 31,5 punten) ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

De resterende vastbenoemde personeelsleden vertegenwoordigen dan nog 233 punten

Hierdoor heeft de school nog 27 punten ter beschikking die ze kan aanwenden voor de oprichting van andere betrekkingen binnen de globale puntenenveloppe (bv. taak- en functiedifferentiatie).

Voorbeeld 2

Op het einde van het schooljaar heeft een school voor gewoon secundair onderwijs volgende personeelsleden in dienst:

- 1 vastbenoemde adjunct-directeur (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemd technisch adviseur-coördinator (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemde technisch adviseur (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemde opvoeder met ssc 158 (ondersteunend personeel) met als opdracht 36/36 = 82 punten;

- 1 vastbenoemde opvoeder met ssc 202 (ondersteunend personeel) met als opdracht 36/36 = 63 punten;

- 1 vastbenoemde administratief medewerker met ssc 158 (ondersteunend personeel) met als opdracht 18/36 = 41 punten;

- 1 tijdelijke administratief medewerker met ssc 202 (ondersteunend personeel) met als opdracht 18/36 = 31,5 punten;

- in het kader van taak- en functiedifferentiatie:

5/22 vastbenoemd leraar met ssc 301 = 19 punten

2/21 vastbenoemd leraar met ssc 501 = 12 punten

1/20 tijdelijk leraar met ssc 501 = 6 punten

Deze personeelsleden vertegenwoordigen in totaal 614,5 punten, waarvan 577 punten ingenomen worden door vastbenoemde personeelsleden.

De school ontvangt van de scholengemeenschap 540 punten en heeft dus onvoldoende punten om alle betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden in stand te houden. De school moet maatregelen nemen in het kader van de regelgeving inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.

Het schoolbestuur van deze school heeft beslist dat bij vermindering van punten de vermindering wordt verdeeld over de ambten van het ondersteunend personeel.

In het kader van de maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling moet eerst een einde worden gesteld aan de aanstelling van een tijdelijk personeelslid behorend tot de categorie van het ondersteunend personeel. In toepassing van deze maatregelen wordt de tijdelijke administratief medewerker ontslagen. De resterende vastbenoemde personeelsleden vertegenwoordigen dan nog 577 punten. De school heeft nog steeds niet genoeg punten om alle betrekkingen in stand te houden en moet dus een vastbenoemd personeelslid ter beschikking stellen. Deze terbeschikkingstelling moet alleszins ten laste vallen van de vastbenoemde administratief medewerker of van een van beide vastbenoemde opvoeders, omdat het schoolbestuur beslist heeft dat een terbeschikkingstelling ten laste valt van het ondersteunend personeel. De school moet daarbij ook rekening houden met het feit dat in het ondersteunend personeel steeds minstens 50 % van de personeelsleden als opvoeder moeten aangesteld zijn.

De school beslist om de vastbenoemde opvoeder met ssc 202 (63 punten) ter beschikking te stellen wegens ontstentenis van betrekking.

De resterende personeelsleden vertegenwoordigen dan nog 520 punten. Hierdoor heeft de school nog 20 punten ter beschikking die ze kan aanwenden voor de oprichting van andere betrekkingen binnen de globale puntenenveloppe (bv. taak- en functiedifferentiatie).

4.7.4. Wie wordt ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking?

Als de school t.o.v. het einde van het voorafgaande schooljaar minder punten heeft, kan dit tot gevolg hebben dat de school één of meer betrekkingen minder kan inrichten.

Bij een vermindering van het aantal punten kiest het schoolbestuur, op basis van de beslissing die ze heeft gemaakt m.b.t. een vermindering van de globale puntenenveloppe, welke betrekking of betrekkingen door deze vermindering niet meer kan of kunnen in stand worden gehouden.

Het schoolbestuur bepaalt dus in welke personeelscategorie(en) en in welk ambt of welke ambten de terbeschikkingstelling wordt uitgesproken. Binnen het ambt wordt dan het personeelslid met de kleinste dienstanciënniteit ter beschikking gesteld.

Dit houdt in dat eventueel een tijdelijk personeelslid aan het werk blijft, terwijl een vastbenoemd personeelslid wordt ter beschikking gesteld.

Voorbeeld

Op het einde van het schooljaar heeft een school voor gewoon secundair onderwijs volgende personeelsleden in dienst:

- 1 vastbenoemde adjunct-directeur (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemd technisch adviseur-coördinator (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemde technisch adviseur (bestuurspersoneel) = 120 punten;

- 1 vastbenoemde opvoeder met ssc 158 (ondersteunend personeel) met als opdracht 36/36 = 82 punten;

- 1 vastbenoemde opvoeder met ssc 202 (ondersteunend personeel) met als opdracht 36/36 = 63 punten;

- 1 vastbenoemde administratief medewerker met ssc 158 (ondersteunend personeel) met als opdracht 18/36 = 41 punten;

- 1 tijdelijke administratief medewerker met ssc 202 (ondersteunend personeel) met als opdracht 18/36 = 31,5 punten;

- in het kader van taak- en functiedifferentiatie:

5/22 vastbenoemd leraar met ssc 301 = 19 punten

2/21 vastbenoemd leraar met ssc 501 = 12 punten

1/20 tijdelijk leraar met ssc 501 = 6 punten

Deze personeelsleden vertegenwoordigen in totaal 614,5 punten, waarvan 577 punten ingenomen worden door vastbenoemde personeelsleden.

De school ontvangt van de scholengemeenschap 540 punten en heeft dus onvoldoende punten om de betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden in stand te houden. De school moet maatregelen nemen in het kader van de regelgeving betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.

Het schoolbestuur van deze school heeft beslist dat bij vermindering van punten de vermindering ten laste valt van de ambten van opvoeder van het ondersteunend personeel.

Dit betekent dat de tijdelijke personeelsleden (de administratief medewerker en de tijdelijke leraar) in dienst blijven en dat de vastbenoemde opvoeder met de kleinste dienstanciënniteit TBS/OB wordt.

4.7.5. Reaffectatie en wedertewerkstelling

Bij reaffectatie en wedertewerkstelling heeft het schoolbestuur een aantal verplichtingen en vrijheden die in een bepaalde volgorde moeten worden opgevolgd.

De school kan zich in één van de volgende situaties bevinden:

  • de school behoort tot een scholengemeenschap;

  • de school behoort tot een netoverschrijdende scholengemeenschap;

  • de school behoort niet tot een scholengemeenschap.

Met ingang van 1 september 2015 wordt voor de scholen die behoren tot een scholengemeenschap de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengroep (gemeenschapsonderwijs) en de Vlaamse reaffectatiecommissie opgeschort. Dit betekent dat vanaf deze datum scholen en schoolbesturen geen verplichtingen meer hebben t.a.v. deze reaffectatiecommissies.

Meer informatie hierover vindt u in punt 9.3 van de omzendbrief PERS/2003/08 van 28-07-2003 - De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs.

4.7.6. Gebruik van punten in het kader van een beslissing van Medex of van een re-integratie van een arbeidsongeschikt personeelslid

De punten van de puntenenveloppe kunnen ook aangewend worden om een betrekking op te richten of in te vullen in het kader van volgende wedertewerkstellingen:

1. Een personeelslid dat als gevolg van een beslissing van Medex ongeschikt wordt verklaard voor zijn gewone werkzaamheden maar wel geschikt geacht wordt voor administratieve taken, kon voor 1 september 2014 ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking. Als dat uiterlijk met ingang van 1 augustus 2012 gebeurd is, kan het personeelslid op vrijwillige basis door het schoolbestuur worden wedertewerkgesteld. Het schoolbestuur kan het personeelslid als administratief medewerker of als opvoeder weder te werkstellen. Als de terbeschikkingstelling tussen 1 augustus 2012 en 1 september 2014 ingegaan is, is het schoolbestuur verplicht het personeelslid in een betrekking van het ondersteunend personeel weder te werk te stellen.

Als het personeelslid in een vacante betrekking wordt wedertewerkgesteld, bedraagt de puntenwaarde in dat geval 63 punten voor een voltijdse betrekking of 31,5 voor een halftijdse betrekking.

Meer informatie over deze mogelijkheid vindt u in de omzendbrief PERS/2007/02 van 04-06-2007 - Personeelslid voor 1 september 2014 ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking na een beslissing van MEDEX. - Personeelslid definitief ongeschikt verklaard om zijn ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden voor een specifieke functie.

2. Een personeelslid dat in het kader van de procedure tot re-integratie arbeidsongeschikt is verklaard maar nog wel geschikt is bevonden voor een tewerkstelling in een administratieve functie, kon voor 1 september 2014 ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking. Als dat uiterlijk met ingang van 1 augustus 2012 gebeurd is, kan het personeelslid op vrijwillige basis door het schoolbestuur worden wedertewerkgesteld. Het schoolbestuur kan het personeelslid als administratief medewerker of als opvoeder weder te werkstellen. Als de terbeschikkingstelling tussen 1 augustus 2012 en 1 september 2014 ingegaan is, is het schoolbestuur verplicht het personeelslid in een betrekking van het ondersteunend personeel weder te werk te stellen.

Als het personeelslid in een vacante betrekking wordt wedertewerkgesteld, bedraagt de puntenwaarde in dat geval 63 punten voor een voltijdse betrekking of 31,5 voor een halftijdse betrekking.

Meer informatie over de procedure tot re-integratie vindt u in de omzendbrief PERS/2009/09 van 18-08-2009 - Personeelslid voor 1 september 2014 ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking na een advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in het kader van een procedure tot re-integratie ingeroepen door het personeelslid.

5. Praktische schikkingen

De dossiers van het ondersteunend personeel worden binnen de administratie behandeld in een afzonderlijk werkstation, het werkstation 32.

Alle formulieren, documenten en elektronische zendingen voor het ondersteunend personeel die in deze mededeling worden vermeld, moeten dan ook aan dit werkstation worden bezorgd.

Als u vragen hebt met betrekking tot het ondersteunend personeel, kunt u zich steeds tot dit werkstation wenden.

Als u vragen hebt met betrekking tot de aanwending van de globale puntenenveloppe, kunt u zich eveneens wenden tot werkstation 32.

U kunt uw vragen stellen op volgend adres:

Agentschap voor Onderwijsdiensten

Afdeling Personeel Secundair Onderwijs en

Deeltijds Kunstonderwijs

Werkstation 32

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel

Voor verdere inlichtingen kan u terecht op volgende telefoonnummers:

02/553 9290

02/553 92 50


emailadres:

personeel.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be

6. Bijlagen