Het ondersteunend personeel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs

  • referentie
    PERS/2009/07
  • publicatiedatum
    17/08/2009
  • datum laatste wijziging
    27/08/2015
  • wettelijke basis
    Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs
  • wettelijke basis
    Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs (artikel 29 tot en met 31)
  • wettelijke basis
  • contact
    Uw werkstation : werkstation 32
  • De omkadering voor het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs maakt deel uit van de globale puntenenveloppe.
  • Meer informatie over deze globale puntenenveloppe vindt u in de omzendbrieven over dit onderwerp.
  • In deze omzendbrief vindt u een aantal specifieke bepalingen terug m.b.t. de administratieve en geldelijke toestand van de personeelsleden van het ondersteunend personeel.
  • Met ingang van 1 september 2015 wijzigen de bekwaamheidsbewijzen voor een aanstelling in een ambt van het ondersteunend personeel en gelden nieuwe principes betreffende de vervanging van een personeelslid.

1. Inleiding

Deze omzendbrief behandelt een aantal specifieke aspecten m.b.t. de personeelsleden die worden aangesteld in een ambt van het ondersteunend personeel:

  • de puntenwaarde van een betrekking (punt 3);
  • de aanstelling van een personeelslid (punt 4);
  • enkele specifieke bepalingen betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling (punt 5);
  • de administratieve en geldelijke toestand van een personeelslid (punt 6);
  • de inzetbaarheid van een personeelslid dat aangesteld is in een school die behoort tot een scholengemeenschap (punt 7).

2. Omkadering voor het ondersteunend personeel

Elke scholengemeenschap en elke school die niet tot een scholengemeenschap behoort, ontvangt jaarlijks een puntenenveloppe voor de instandhouding en/of oprichting van betrekkingen in ambten van:

  • het bestuurspersoneel;
  • het ondersteunend personeel;
  • het onderwijzend personeel, het ondersteunend, het paramedisch, het medisch, het orthopedagogisch, het psychologisch en het sociaal personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie.

Meer informatie over de aanwending van deze globale puntenenveloppe vindt u in de omzendbrief PERS/2009/06van 17-08-2009 - Aanwending van de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs.

Meer informatie over de samenstelling van de globale puntenenveloppe vindt u terug in de omzendbrief SO/2009/03 van 02-07-2009 - Berekening van de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs.

3. Hoeveel punten kosten de ambten van het ondersteunend personeel?

Elk ambt in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel (de opvoeder en de administratieve medewerker), kost een aantal punten in functie van het niveau van het diploma van de titularis of in functie van de salarisschaal van de titularis.

Met ingang van 1 september 2015 gelden nieuwe principes met betrekking tot het niveau van bekwaamheidsbewijs en de corresponderende puntenwaarde van de betrekking. Meer informatie hierover vindt u in punt 6.1 .

Opgelet
Zowel in het gewoon secundair onderwijs als in het buitengewoon secundair onderwijs vormt de categorie van het ondersteunend personeel een aparte personeelscategorie.
Dit betekent dat het niet om dezelfde ambten gaat en er dus geen affectatie of mutatie mogelijk is van het gewoon secundair onderwijs naar het buitengewoon secundair onderwijs of omgekeerd. Ook de dienstanciënniteit die vereist is in het kader van TADD of vaste benoeming moet apart worden bekeken. Dit betekent dat de gepresteerde diensten in het gewoon secundair onderwijs niet 'overdraagbaar' zijn naar het buitengewoon secundair onderwijs en omgekeerd.
Een uitzondering hierop geldt voor de verplichtingen betreffende reaffectatie of wedertewerkstelling (zie punt5).

 

AMBT / DIPLOMA / SALARISSCHAAL 

 

 

PUNTEN 

 

administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ssc 202, ssc 122) 

 

63 

 

administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor (ssc 158) 

 

82 

 

administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs van ten minste master (ssc 542) 

 

120 

 

administratief medewerker met salarisschaal 200, 201, 202 of 203 

 

63 

 

administratief medewerker met salarisschaal 122 

 

63 

 

administratief medewerker met salarisschaal 158 

 

82 

 

administratief medewerker met salarisschaal 106 

 

82 

 

administratief medewerker met salarisschaal 163 

 

82 

 

administratief medewerker met salarisschaal 164 

 

82 

 

administratief medewerker met salarisschaal 100 

 

82 

 

administratief medewerker met salarisschaal 208 

 

82 

 

administratief medewerker met salarisschaal 104 

 

82 

 

administratief medewerker met salarisschaal 123 

 

82 

 

administratief medewerker met salarisschaal 125 

 

82 

 

administratief medewerker met salarisschaal 126 

 

82 

 

administratief medewerker met salarisschaal 542 

 

120 

 

opvoeder met bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ssc 202, ssc 122) 

 

63 

 

opvoeder met bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor (ssc 158) 

 

82 

 

opvoeder met bekwaamheidsbewijs van ten minste master (ssc 542) 

 

120 

 

opvoeder met salarisschaal 200, 201, 202 of 203 

 

63 

 

opvoeder met salarisschaal 122 

 

63 

 

opvoeder met salarisschaal 158 

 

82 

 

opvoeder met salarisschaal 106 

 

82 

 

opvoeder met salarisschaal 163 

 

82 

 

opvoeder met salarisschaal 164 

 

82 

 

opvoeder met salarisschaal 100 

 

82 

 

opvoeder met salarisschaal 208 

 

82 

 

opvoeder met salarisschaal 104 

 

82 

 

opvoeder met salarisschaal 123 

 

82 

 

opvoeder met salarisschaal 125 

 

82 

 

opvoeder met salarisschaal 126 

 

82 

 

opvoeder met salarisschaal 542 

 

120 

4. Aanstelling van een personeelslid in een ambt van het ondersteunend personeel

De aanstelling van een personeelslid in een vacante of niet-vacante betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel kan al dan niet invloed hebben op de puntenwaarde van de betrekking.

Hierna volgen enkele specifieke situaties waarbij telkens aandacht wordt besteed aan het effect van de aanstelling op de puntenwaarde van de betrekking.

Door een aanpassing aan de bekwaamheidsbewijzen kan met ingang van 1 september 2015 een personeelslid aangesteld worden onder het niveau van zijn hoogste diploma (zie ook punt 6.1 ).

4.1. Tijdelijke aanstelling

4.1.1. In een vacante betrekking

4.1.1.1. Reaffectatie en wedertewerkstelling

Het schoolbestuur moet in eerste instantie in vacante betrekkingen steeds de verplichtingen betreffende reaffectatie of wedertewerkstelling naleven voordat nieuwe wervingen in een ambt van het ondersteunend personeel kunnen plaatsvinden.

De reaffectatie of wedertewerkstelling van een terbeschikkinggesteld personeelslid in een vacante betrekking heeft geen invloed op de initiële puntenwaarde van de betrekking.

Meer informatie over deze verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling vindt u in de omzendbrief PERS/2003/08 (28/07/2003) - De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteldin het niet-tertiair onderwijs.

4.1.1.2. Werving van een tijdelijk personeelslid

Als een schoolbestuur een vacante betrekking niet heeft moeten invullen binnen haar verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling, kan ze een personeelslid tijdelijk aanstellen in het ambt van opvoeder of administratief medewerker.

Het schoolbestuur stelt de administratieve medewerker en de opvoeder aan volgens de regels van een tijdelijke aanstelling zoals bepaald in de decreten rechtspositie van 27 maart 1991. Dit houdt o.m. in dat ze eerst personeelsleden moet aanwerven die het recht hebben verworven op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.

Een personeelslid dat wordt aangesteld in het ambt van opvoeder of van administratief medewerker kan met ingang van 1 september 2015 onder het niveau van zijn hoogste bekwaamheidsbewijs worden aangesteld, op voorwaarde dat het personeelslid hiermee uitdrukkelijk instemt.

Een personeelslid dat al in dienst was op 30 juni 2001 in het gewoon secundair onderwijs of op 30 juni 2006 in het buitengewoon secundair onderwijs, wordt aangesteld in het ambt van opvoeder of administratief medewerker op basis van zijn concordantie. De concordantie - en eventueel bijhorende overgangsmaatregel - is dan bepalend voor de puntenwaarde van de betrekking. Ook in dit geval kan het personeelslid echter, mits een eventuele aanpassing van de puntenwaarde van de betrekking en als het personeelslid hiermee instemt, aangesteld worden op basis van zijn bekwaamheidsbewijs voor zover dat als een vereist bekwaamheidsbewijs kan worden beschouwd (zie punt 6.1).

U vindt ter ondersteuning in de bijlage 1 een overzicht van de regelgeving betreffende de sinds 1 september 1998 geldende overgangsmaatregelen voor het ondersteunend personeel in het gewoon secundair onderwijs.

De overgangsmaatregelen voor het ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs vindt u terug in de omzendbriefPERS/2006/3 van 18-06-2006 - Het ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs. Maatregelen betreffende concordantie van het opvoedend hulppersoneel en administratief personeel en toekennen van overgangsmaatregelen op 1 september 2006.

De bezoldiging van het personeelslid dat als tijdelijk personeelslid wordt aangesteld, gebeurt op basis van de puntenwaarde die het schoolbestuur aan de betrekking toekent. Daarbij kan het schoolbestuur rekening houden met:

  • de concordantie van het personeelslid;
  • het diploma dat betrokkene heeft voor het desbetreffende ambt van het ondersteunend personeel ;
  • de overgangsmaatregel die het personeelslid heeft verworven voor het desbetreffende ambt van het ondersteunend personeel, indien dit voordeliger is.

Voorbeelden

Een schoolbestuur richt op 1 september 2015 een betrekking in van opvoeder met diplomavereiste tenminste HSO. De betrekking heeft een puntenwaarde 63 en geeft recht op salarisschaal 202. Een personeelslid met een bachelordiploma kandideert voor deze betrekking. Hij wordt aangesteld als opvoeder ten minste HSOin een betrekking van 63 punten en heeft recht op salarisschaal 202.

Een personeelslid was op 30 juni 2001 in dienst als tijdelijk personeelslid in het gewoon secundair onderwijs in een betrekking van opsteller met salarisschaal 202 (63 punten). Dit personeelslid heeft een diploma HOKT.

Dit personeelslid werd op 1 september 2001 geconcordeerd naar administratief medewerker met ssc 202 (63 punten) en wordt op basis hiervan in dienst genomen in een betrekking van administratief medewerker van 63 punten en heeft recht op salarisschaal 202.

Een personeelslid was op 30 juni 2006 in een school voor buitengewoon secundair onderwijs in dienst als tijdelijk personeelslid in een betrekking van klerk met salarisschaal 200. Dit personeelslid heeft een diploma LSO.

Dit personeelslid werd op 1 september 2006 geconcordeerd naar administratief medewerker met ssc 200 (63 punten) en wordt op basis hiervan in de school voor buitengewoon secundair onderwijs in dienst genomen in een betrekking van administratief medewerker van 63 punten en heeft recht op salarisschaal 200.

Een personeelslid was op 30 juni 2006 in een school voor buitengewoon secundair onderwijs in dienst als tijdelijk personeelslid in een betrekking van studiemeester-opvoeder met salarisschaal 122. Dit personeelslid heeft een diploma HSO.

Dit personeelslid werd op 1 september 2006 geconcordeerd naar opvoeder met ssc122 (63 punten) en wordt op basis hiervan in de school voor buitengewoon secundair onderwijs in dienst genomen in een betrekking van opvoeder van 63 punten en heeft recht op salarisschaal 122.

Meer informatie over de administratieve en geldelijke toestand van het personeelslid vindt u in punt 6.

4.1.2. In een niet-vacante betrekking

4.1.2.1. Reaffectatie en wedertewerkstelling

Het schoolbestuur moet in eerste instantie in niet-vacante betrekkingen steeds de verplichtingen betreffende reaffectatie of wedertewerkstelling naleven voordat nieuwe wervingen in een ambt van het ondersteunend personeel kunnen plaatsvinden.

De reaffectatie of wedertewerkstelling van een terbeschikkinggesteld personeelslid in een niet-vacante betrekking heeft geen invloed op de puntenwaarde van de betrekking. De puntenwaarde wordt in dit geval bepaald door de titularis van de betrekking.

Meer informatie over deze verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling vindt u in de omzendbrief PERS/2003/08 (28/07/2003) - De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs.

4.1.2.2. Werving van een tijdelijk personeelslid

Als een schoolbestuur een niet-vacante betrekking niet heeft moeten invullen binnen haar verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling, kan ze een personeelslid tijdelijk aanstellen in het ambt van opvoeder of administratief medewerker.

De vervanging is gekoppeld aan enerzijds de opvoedende functies en anderzijds de administratieve functies. Als een opvoeder tijdelijk wordt vervangen, moet de vervanger steeds worden aangesteld in het ambt van opvoeder. Wordt de administratief medewerker tijdelijk vervangen, dan wordt de vervanger aangesteld als administratief medewerker.

Voor een vervanging in een ambt van het ondersteunend personeel gelden vanaf 1 september 2015 volgende specifieke principes:

- de salarisschaal van de vervanger mag niet hoger zijn dan de salarisschaal van de titularis;

- als de school over niet-aangewende punten beschikt, kan ze de puntenwaarde van de betrekking tijdelijk verhogen t.o.v. de puntenwaarde die initieel aan de betrekking is toegekend om zo een hogere salarisschaal toe te kennen aan de vervanger als die beschikt over een bekwaamheidsbewijs van een hoger niveau.

4.1.2.2.1. Algemeen principe: salarisschaal vervanger niet hoger dan de titularis

Bij de vervanging van een titularis van een betrekking in het ondersteunend personeel, mag de salarisschaalvan de vervanger nooit hoger liggen dan de salarisschaal van de titularis die wordt toegekend op basis van de puntenwaarde die initieel aan debetrekking is toegekend.

Dit betekent dat de vervanger wordt bezoldigd:

- op basis van de puntenwaarde die initieel aan de betrekking is toegekend als zijn diplomaniveau met die puntenwaarde correspondeert;

- aan een lagere salarisschaal, als zijn diplomaniveau correspondeert met een puntenwaarde die lager is dan de puntenwaarde die initieel aan de betrekking is toegekend.

Bij een vervanging kunnen zich twee situaties voordoen.

De titularis wordt vervangen door een tijdelijk personeelslid of de titularis wordt vervangen door een vastbenoemd personeelslid via een verlof om tijdelijk een ander opdracht uit te oefenen (verlof TAO).

4.1.2.2.1.1. Vervanging door een tijdelijk personeelslid

De afwezige titularis wordt vervangen door een tijdelijk personeelslid.

Als het tijdelijke personeelslid in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs dat recht geeft op de salarisschaal die wordt toegekend aan de titularis van de betrekking, dan ontvangt het personeelslid een bezoldiging op basis van diesalarisschaal .

Als het tijdelijke personeelslid echterin het bezit is van een bekwaamheidsbewijs dat recht geeft op een lagere salarisschaal dan de salarisschaal die toegekend wordt aan de titularis van de betrekking, dan ontvangt het personeelslid een bezoldiging op basis van die lagere salarisschaal.

De puntenwaarde van de betrekking blijft tijdens de duur van de vervanging steeds de puntenwaarde die initieel aan de betrekking is toegekend.

Bij de toekenning van de salarisschaal kan het schoolbestuur rekening houden met:

  • de concordantie van het personeelslid;
  • het diploma dat betrokkene heeft voor het desbetreffende ambt van het ondersteunend personeel;
  • de overgangsmaatregel die het personeelslid heeft verworven voor het desbetreffende ambt van het ondersteunend personeel, indien dit voordeliger is.

U vindt ter ondersteuning in de bijlage 1 een overzicht van de regelgeving inzake de sinds 1 september 1998 geldende overgangsmaatregelen voor het ondersteunend personeel in het gewoon secundair onderwijs.

De overgangsmaatregelen voor het ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs vindt u terug in de omzendbrief PERS/2006/3 van 18-06-2006 - Het ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs. Maatregelen betreffende concordantie van het opvoedend hulppersoneel en administratief personeel en toekennen van overgangsmaatregelen op 1 september 2006.

Voorbeelden

Een vastbenoemde opvoeder (ssc 158 - 82 punten) neemt een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden.

Situatie 1

Hij wordt in het gewoon secundair onderwijs vervangen door een tijdelijke opvoeder die houder is van een bekwaamheidsbewijs vanten minste master.

De salarisschaalvan de vervanger mag nooit hoger liggen dan de salarisschaal van de titularis. De betrekking blijft 82 punten kosten.

De vervanger wordt bezoldigd op basis van salarisschaal 158, vermits de vervanger in dit geval wordt bezoldigd op basis van de puntenwaarde van de betrekking.

Situatie 2

Hij wordt in het gewoon secundair onderwijs vervangen door een tijdelijke opvoeder met als hoogste bekwaamheidsbewijs een diploma secundair onderwijs.

De salarisschaalvan de vervanger mag nooit hoger liggen dan de salarisschaal van de titularis. De betrekking blijft 82 punten kosten.

De vervanger wordt bezoldigd op basis van salarisschaal 202, omdat hij niet beschikt over een bekwaamheidsbewijs dat recht geeft op salarisschaal 158 die overeenstemt met de puntenwaarde van de betrekking.

Situatie 3

Hij wordt in het gewoon secundair onderwijs vervangen door een tijdelijke opvoeder met als hoogste bekwaamheidsbewijs een diploma secundair onderwijs die via concordantie recht heeft op ssc 106.

De salarisschaal van de vervanger mag nooit hoger liggen dan de salarisschaal van de titularis. De betrekking blijft 82 punten kosten.

De vervanger wordt bezoldigd op basis van salarisschaal 106, vermits de vervanger in dit geval wordt bezoldigd op basis van de puntenwaarde van de betrekking.

Situatie 4

Hij wordt in het buitengewoon secundair onderwijs vervangen door een tijdelijke opvoeder als hoogste bekwaamheidsbewijs een diploma secundair onderwijs.

De salarisschaal van de vervanger mag nooit hoger liggen dan de salarisschaal van de titularis. De betrekking blijft 82 punten kosten.

De vervanger wordt bezoldigd op basis van salarisschaal 122, omdat hij niet beschikt over een bekwaamheidsbewijs dat recht geeft op salarisschaal 158die overeenstemt met de puntenwaarde van de betrekking.

4.1.2.2.1.2. Vervanging via een TAO

De afwezige titularis wordt vervangen door een vastbenoemd personeelslid dat via een verlof TAO wordt aangesteld.

De vervanger wordt aangesteld in een ambt van het ondersteunend personeel. De bezoldiging gebeurt volgens de principes van het verlof TAO.

Op dit principe bestaat echter één afwijking als het gaat om de vervanging van een titularis die bezoldigd wordt met de salarisschaal 106.

Een personeelslid dat tijdelijk belast wordt met een andere opdracht in een niet-vacante betrekking in een ambt waarvoor de titularis de salarisschaal 106 ontvangt, krijgt de toelage voor het uitoefenen van een beter bezoldigde opdracht.

Heeft het vastbenoemd personeelslid dat via een verlof TAO is aangesteld een lagere salarisschaal dan de titularis, dan krijgt hij een toelage. Deze toelage wordt berekend op basis van de salarisschaal 106.

Heeft het vastbenoemd personeelslid dat via een verlof TAO is aangesteld een hogere salarisschaal dan de titularis, dan krijgt hij de effectieve salarisschaal van de titularis, m.a.w. de salarisschaal 106.

Voorbeelden

Een vastbenoemde opvoeder (ssc 106 - 82 punten) neemt een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden.

Situatie 1

Hij wordt in het gewoon secundair onderwijs vervangen door een vastbenoemde opvoeder die houder is van een bekwaamheidsbewijs vanten minste master via een verlof TAO.

De salarisschaal van de vervanger mag nooit hoger liggen dan de salarisschaal van de titularis. De betrekking blijft 82 punten kosten.

De vervanger wordt bezoldigd op basis van salarisschaal 106, vermits de vervanger in dit geval wordt bezoldigd op basis van het TAO-principe ter vervanging van een titularis met salarisschaal 106.

Situatie 2

Hij wordt in het gewoon secundair onderwijs vervangen door een tijdelijke opvoeder die houder is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste master.

De salarisschaal van de vervanger mag nooit hoger liggen dan de salarisschaal van de titularis. De betrekking blijft 82 punten kosten.

De vervanger wordt bezoldigd op basis van salarisschaal 158, vermits de vervanger in dit geval wordt bezoldigd op basis van de puntenwaarde van de betrekking.

Situatie 3

Hij wordt in het gewoon secundair onderwijs vervangen door een tijdelijke opvoeder met als hoogste bekwaamheidsbewijs een diplomasecundair onderwijs.

De salarisschaal van de vervanger mag nooit hoger liggen dan de salarisschaal van de titularis. De betrekking blijft 82 punten kosten.

De vervanger wordt bezoldigd op basis van salarisschaal 202omdat hij niet beschikt over een bekwaamheidsbewijs dat recht geeft op de salarisschaal die overeenstemt met de puntenwaarde van de betrekking.

Situatie 4

Hij wordt in het gewoon secundair vervangen via een verlof TAO door een vastbenoemde opvoeder die houder is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor en bezoldigd wordt aan salarisschaal 158.

De salarisschaal van de vervanger mag nooit hoger liggen dan de salarisschaal van de titularis. De betrekking blijft 82 punten kosten.

De vervanger blijft bezoldigd als opvoeder (ssc 158) en ontvangt de toelage voor de beter bezoldigde opdracht (verschil ssc 106 - ssc 158).

Situatie 5: Hij wordt in het buitengewoon secundair onderwijs vervangen door een tijdelijke opvoeder met als hoogste bekwaamheidsbewijs een diploma secundair onderwijs.

De salarisschaal van de vervanger mag nooit hoger liggen dan de salarisschaal van de titularis. De betrekking blijft 82 punten kosten.

De vervanger wordt bezoldigd op basis van salarisschaal 122 omdat hij niet beschikt over een bekwaamheidsbewijs dat recht geeft op de salarisschaal die overeenstemt met de puntenwaarde van de betrekking.

4.1.2.2.2. Hogere salarisschaal dan de titularis

Een school kan bij een afwezigheid van een personeelslid in een ambt van het ondersteunend personeel afwijken van het algemene principe dat de vervanger nooit een hogere salarisschaal kan hebben dan de salarisschaal die overeenstemt met de puntenwaarde die initieel aan de betrekking is toegekend (zie punt 4.1.2.2.1 ).

De school kan een personeelslid als vervanger aanstellen met een hoger diplomaniveau dan nodig is voor de puntenwaarde van de betrekking en die vervanger op basis van dat hoger diplomaniveau laten bezoldigen, op voorwaarde dat de school niet-aangewende punten aanwendt om tijdelijk de puntenwaarde van de betrekking te verhogen.

Niet-aangewende punten zijn punten:

- die de school in het begin van het schooljaar niet gebruikt om een vacante betrekking in te richten in een van de ambten binnen de globale puntenenveloppe;

- die in de loop van het schooljaar vrijkomen omdat een betrekking van een vastbenoemd personeelslid vacant wordt (door vrijwillig of ambtshalve ontslag, door vervroegde uitstap of door pensionering);

- die in de loop van het schooljaar beschikbaar komen omdat de titularis van de betrekking in het ambt van het ondersteunend personeel een dienstonderbreking neemt en in deze dienstonderbreking niet (volledig) wordt vervangen.

Voorbeelden

Een vastbenoemdeadministratief medewerker (63 punten – ssc 202 ) is met bevallingsverlof.

De school werft een tijdelijk personeelslid aan met een bachelordiploma en wil dit personeelslid ook als dusdanig laten bezoldigen.

De school verhoogt tijdelijk de puntenwaarde van de betrekking tot 82 punten door 19 niet-aangewende punten aan de betrekking toe te voegen. De puntenwaarde van de vervanger wordt dan 82 punten en de vervanger heeft recht op salarisschaal 158.

Een vastbenoemde opvoeder (63 punten – ssc 202) met een opdracht van 36/36 is afwezig wegens ziekte. De school beslist om het personeelslid slechts te vervangen voor een opdracht van 18/36.Hierdoor kan de school tijdelijk beschikken over de puntenwaarde die overeenkomst met de niet-vervangen opdracht van 18/36 (31,5 punten) om een of meer andere vervangers in een ambt van het ondersteunend personeel tijdelijk een hogere salarisschaal toe te kennen.

4.2. Affectatie of mutatie

Nadat het schoolbestuur in haar scholen al haar verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling heeft nageleefd, krijgt zij een aantal vrijheden.

Binnen deze vrijheden kan het schoolbestuur een vacante betrekking in eerste instantie toewijzen aan een vastbenoemd personeelslid bij wijze van affectatie of mutatie.

In het kader van affectatie en mutatie worden de ambten van opvoeder en administratief medewerker als een ander ambt beschouwd. Er is dus geen affectatie of mutatie mogelijk van het ambt van opvoeder naar het ambt van administratief medewerker of omgekeerd.

In het kader van affectatie en mutatie worden de ambten van het ondersteunend personeel van het gewoon secundair onderwijs en het buitengewoon secundair als andere ambten beschouwd. Er is dus geen affectatie of mutatie mogelijk van opvoeder SO naar opvoeder BuSO of omgekeerd en ook niet van administratief medewerker SO naar administratief medewerker BuSO of omgekeerd.

Bij affectatie of mutatie moet usteeds rekening houden met de puntenwaarde van de betrekking!
Hierbij houdt u ook rekening met de salarisschaal die via het diplomaniveau, via concordantie of via de overgangsmaatregel aan het personeelslid kan worden toegekend.

Een vastbenoemd personeelslid kan ook worden geaffecteerd of gemuteerd in een betrekking die onder zijn hoogste diplomaniveau ligt, op voorwaarde het personeelslid daar uitdrukkelijk mee instemt.

5. Terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling

Hierna volgen voor het ondersteunend personeel enkele specifieke bepalingen betreffende de regelgeving rond terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.

Meer informatie over de toepassing van deze regelgeving in het kader van de aanwending van de globale puntenenveloppe vindt u de omzendbrief PERS/2009/06van 17-08-2009- Aanwending van de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs.

Met ingang van 1 september 2015 wordt voor de scholen die behoren tot een scholengemeenschap de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengroep (gemeenschapsonderwijs) en de Vlaamse reaffectatiecommissie opgeschort.Dit betekent dat vanaf deze datum scholen en schoolbesturen geen verplichtingen meer hebben t.a.v. deze reaffectatiecommissies.

Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief – PERS/2003/08 (28/07/2003) - De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs .

5.1. Definitie van “hetzelfde ambt”

Voor de toepassing van de regelgeving betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling wordt geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs.

De ambten van administratief medewerker in het gewoon én buitengewoon secundair vormen “hetzelfde ambt”, ongeacht de puntenwaarde die aan het ambt is toegekend.

De ambten van opvoeder in het gewoon én buitengewoon secundair onderwijs vormen “hetzelfde ambt”, ongeacht de puntenwaarde die aan het ambt is toegekend.

Hetzelfde ambt 

Hetzelfde ambt 

Opvoeder 63 punten 

 

Opvoeder 82 punten 

 

Opvoeder 120 punten 

Administratief medewerker 63 punten 

 

Administratief medewerker 82 punten 

 

Administratief medewerker 120 punten 

Een “ander ambt” voor het ondersteunend personeel is het ambt dat niet wordt beschouwd als “hetzelfde ambt”.

M.a.w. voor het ambt van opvoeder is het ambt van administratief medewerker een “ander ambt”.

Voor het ambt van administratief medewerker is het ambt van opvoeder een “ander ambt”.

5.2. Wedertewerkstelling in een ambt van het ondersteunend personeel vanuit andere personeelscategorieën

In een ambt van het ondersteunend personeel behoort binnen de verplichtingen van het schoolbestuur een wedertewerkstelling tot de mogelijkheden, voor zover het gaat om personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking in een ambt dat kan worden ingericht binnen de globale puntenveloppe en die door hetzij de reaffectatiecommissie van de scholengroep (gemeenschapsonderwijs), hetzij de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen.
Er moeten dus binnen deze personeelscategorie in bepaalde gevallen ook wedertewerkstellingen worden aanvaard vanuit andere personeelscategorieën.

Dit betekent dat personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel ingericht voor een opdracht onder de vorm van taak- en functiedifferentiatie, binnen de verplichtingen van het schoolbestuur een wedertewerkstelling kunnen krijgen in een ambt van het ondersteunend personeel.

Voor de scholen die behoren tot een scholengemeenschap betekent dit in principe dat het schoolbestuur verplicht is in de ambten van het ondersteunend personeel wedertewerkstellingen te aanvaarden die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep (in het gemeenschapsonderwijs) of door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden uitgesproken.

Deze verplichting geldt in een scholengemeenschap weliswaar pas na de zgn. vrije fase van het schoolbestuur en slaat dus enkel op vacatures die worden ingenomen door tijdelijke personeelsleden die niet vrij zijn van reaffectatie.

Met ingang van 1 september 2015 wordt echter zowel de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengroep (in het gemeenschapsonderwijs) als van de Vlaamse reaffectatiecommissie opgeschort voor scholen die behoren tot een scholengemeenschap en geldt deze verplichting dus niet.

Voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren betekent dit dat het schoolbestuur verplicht is in de ambten van het ondersteunend personeel wedertewerkstellingen te aanvaarden die:

  • voor wat scholen van het gemeenschapsonderwijs betreft door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden uitgesproken;
  • voor wat scholen van het gesubsidieerd onderwijs betreft door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden uitgesproken.

Deze verplichting geldt voordat het schoolbestuur kan overgaan tot haar zgn. vrije fase en slaat dus op alle vacatures die worden ingenomen door tijdelijke personeelsleden (ook TADD'ers).

Daarnaast zijn ook nog volgende wedertewerkstellingen mogelijk:

1. Een personeelslid dat als gevolg van een beslissing van Medex ongeschikt wordt verklaard voor zijn gewone werkzaamheden maar wel geschikt geacht wordt voor administratieve taken, kon voor 1 september 2014 ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking. Als dat uiterlijk met ingang van 1 augustus 2012 gebeurd is, kan het personeelslid op vrijwillige basis door het schoolbestuur worden wedertewerkgesteld. Het schoolbestuur kan het personeelslid als administratief medewerker of als opvoeder weder te werkstellen. Als de terbeschikkingstelling tussen 1 augustus 2012 en 1 september 2014 ingegaan is, is het schoolbestuur verplicht het personeelslid in een betrekking van het ondersteunend personeel weder te werk te stellen.

Als het personeelslid in een vacante betrekking wordt wedertewerkgesteld, bedraagt de puntenwaarde in dat geval 63 punten voor een voltijdse betrekking of 31,5 voor een halftijdse betrekking.

Meer informatie over deze mogelijkheid vindt u in de omzendbrief PERS/2007/02 van 04-05-2007 - Personeelslid voor 1 september 2014 ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking na een beslissing van MEDEX. - Personeelslid definitief ongeschikt verklaard om zijn ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden voor een specifieke functie.

2. Een personeelslid dat in het kader van de procedure tot re-integratie arbeidsongeschikt is verklaard maar nog wel geschikt is bevonden voor een tewerkstelling in een administratieve functie, kon voor 1 september 2014 ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking. Als dat uiterlijk met ingang van 1 augustus 2012 gebeurd is, kan het personeelslid op vrijwillige basis door het schoolbestuur worden weder te werk gesteld. Het schoolbestuur kan het personeelslid als administratief medewerker of als opvoeder weder te werkstellen. Als de terbeschikkingstelling tussen 1 augustus 2012 en 1 september 2014 ingegaan is, is het schoolbestuur verplicht het personeelslid in een betrekking van het ondersteunend personeel weder te werk te stellen.

Als het personeelslid in een vacante betrekking wordt weder te werk gesteld, bedraagt de puntenwaarde in dat geval 63 punten voor een voltijdse betrekking of 31,5 voor een halftijdse betrekking.

Meer informatie over de procedure tot re-integratie vindt u in de omzendbrief PERS/2009/09 van 18-08-2009 - Personeelslid voor 1 september 2014 ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking na een advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in het kader van een procedure tot re-integratie ingeroepen door het personeelslid.

3. Binnen de vrije fase blijft vrijwillige wedertewerkstelling in een ambt van het ondersteunend personeel mogelijk.

5.3. Definitie van het begrip “betrekking niet vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling”

Als een inrichtende macht een betrekking toewijst aan een tijdelijk personeelslid, is het belangrijk om te weten of de betrekking al of niet nog vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling. Is de betrekking van een tijdelijk personeelslid nog vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling dan is de verdere tewerkstelling van het tijdelijk personeelslid onzeker.

De betrekking kan dan immers toegewezen worden aan een vastbenoemd personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

Om te bepalen of de betrekking ingenomen door een tijdelijk personeelslid al dan niet nog vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling, moet worden nagegaan of het personeelslid aan volgende voorwaarde voldoet.

Een betrekking is op 1 september niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat deze betrekking bekleedt een dienstanciënniteit in hoofdambt heeft verworven van tenminste 720 dagen gespreid over tenminste drie schooljaren.

Voor de leden van het ondersteunend personeel moet deze dienstanciënniteit bereikt zijn op 31 augustus van het voorafgaande schooljaar.

6. Geldelijke en administratieve toestand

6.1. Bekwaamheidsbewijzen

6.1.1. Bij aanstelling

Met ingang van 1 september 2015 gelden volgende bekwaamheidsbewijzen bij een aanstelling in een ambt van het ondersteunend personeel.

 

Rubriek  

 

puntenwaarde  

Bekwaamheidsbewijs  

salarisschaalcode  

 

Vereiste 

 

63 

Ten minste HSO 

202 (SO) 

122 ( BuSO ) 

 

Vereiste 

 

82 

Ten minste bachelor 

158 

 

Vereiste 

 

120 

Ten minste master 

542 

Door deze wijziging kan een personeelslid, als hij daar mee instemt, onder zijn hoogste diplomaniveau worden aangesteld. Dit betekent wel dat het personeelslid dan ook zal worden bezoldigd op basis van een lagere salarisschaal.

U vindt de bekwaamheidsbewijzen en bijhorende salarisschalen voor het ambt van opvoeder en administratief medewerker ook terug op volgend internetadres:

http://data-onderwijs.vlaanderen.be/bekwaamheidsbewijzen/

6.1.2. Behalen van een bijkomend bekwaamheidsbewijs na de aanstelling

Als een personeelslid na de tijdelijke aanstelling of vaste benoeming in een betrekking van het ondersteunend personeelslid een bijkomend bekwaamheidsbewijs haalt, heeft dit in principe geen impact op de puntenwaarde van de betrekking.

De puntenwaarde van een vacante betrekking in het ambt van het ondersteunend personeel wordt in eerste instantie immers bepaald door de puntenwaarde die de school er bij de oprichting aan toekent.

Het schoolbestuur kan rekening houden met het bijkomende bekwaamheidsbewijs, maar is daartoe niet verplicht. Dit kan immers betekenen dat de puntenwaarde van de betrekking moet aangepast worden.

Hierna vindt u de principes die u kan hanteren als een personeelslid al een aanstelling heeft in een betrekking in het ambt van het ondersteunend personeel en daarna een bijkomend ‘hoger’ bekwaamheidsbewijs behaalt.

6.1.2.1. Tijdelijk personeelslid aangesteld voor bepaalde duur

Als een personeelslid dat tijdelijk is aangesteld voor bepaalde duur (TABD) een nieuw en ‘hoger’ bekwaamheidsbewijs behaalt, dan heeft dit op het ogenblik van een nieuwe tijdelijke aanstelling in een betrekking van het ondersteunend personeel - zelfs als het om een aanstelling in dezelfde betrekking gaat - geen impact. Het personeelslid kan immers aangesteld blijven onder zijn (nieuwe) hoogste diplomaniveau, voor zover hij daarmee instemt.

Het schoolbestuur kan ook rekening houden met het nieuwe hoogste diplomaniveau van het personeelslid door het personeelslid een nieuwe aanstelling te geven in een betrekking met een puntenwaarde die overeenstemt met het nieuwe diplomaniveau of door de puntenwaarde van de betrekking waarin het personeelslid is aangesteld te verhogen. Het personeelslid heeft dan recht op de salarisschaal verbonden aan zijn ‘nieuwe’ niveau van bekwaamheidsbewijs(zie 3).

Voorbeeld

Een personeelslid is aangesteld op basis van een diploma secundair onderwijs in een betrekking van administratief medewerker ( ten minste HSO - 63 punten – ssc 202).

Dit personeelslid behaalt een diploma van bachelor op 30 juni.

Het personeelslid heeft gekandideerd voor een betrekking van administratief medewerker. Zijn kandidatuur geldt t.a.v. elke betrekking waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft (zowel tenminste HSO als ten minste bachelor).

Situatie 1

Het volgende schooljaar biedt het schoolbestuur aan dit personeelslid een nieuwe aanstelling aanin dezelfde betrekking ( tenminste HSO – 63 punten). Het personeelslid aanvaardt dit voorstel en wordt aangesteld op het niveau ten minste HSO en wordt bezoldigd aan salarisschaal 202.

Situatie2

Het schoolbestuur biedt aan het personeelslid een betrekking aan van 82 punten ( tenminste bachelor – 82 punten). Het personeelslid aanvaardt dit voorstel en wordt aangesteld op het niveau ten minste bachelor en wordt bezoldigd aan salarisschaal 158.

6.1.2.2. Tijdelijk personeelslid aangesteld voor doorlopende duur

Op het ogenblik van de aanstelling voor doorlopende duur (TADD) moet het personeelslid aan een aantal decretaal bepaalde voorwaarden voldoen, waaronder eveneens in het bezit zijn van een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt in kwestie. Zolang de TADD-aanstelling loopt, moet het personeelslid dus aan deze initiële voorwaarden voldoen. Het behalen van een bijkomend “hoger” bekwaamheidsbewijs heeft dan ook geen invloed op de lopende aanstelling.

Als de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur echter eindigt en het personeelslid een nieuwe aanstelling krijgt - zelfs als dit in dezelfde betrekking is - moet hij terug voldoen aan de decretale bepalingen. Het nieuwe ‘hogere’ bekwaamheidsbewijs heeft geen impact op het recht op TADD, op voorwaarde dat het personeelslid aanvaardt om opnieuw te worden aangesteld onder zijn (nieuwe) hoogste diplomaniveau.

Door zijn nieuwe ‘hogere’ bekwaamheidsbewijs heeft het personeelslid echter ook recht op een TADD in een betrekking met een puntenwaarde die overeenstemt met het niveau van zijn nieuwe (hogere) bekwaamheidsbewijs.

Het personeelslid heeft dan recht op de salarisschaal verbonden aan zijn ‘nieuwe’ niveau van bekwaamheidsbewijs, maar ook de puntenwaarde voor de vacante betrekking moet dan aangepast zijn aan het niveau van dat nieuwe bekwaamheidsbewijs.

Op het ogenblik dat een TADD-personeelslid zich kandidaat stelt voor vaste benoeming in een betrekking van het ondersteunend personeel geldt het principe dat er een vaste benoeming mogelijk is in alle betrekkingen waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft. Dit betekent dat het personeelslid kan worden vast benoemd op basis van zijn nieuwe ‘hogere’ bekwaamheidsbewijs, maar evenzeer kandidaat kan zijn voor een vaste benoeming onder het niveau van zijn (nieuwe) hoogste bekwaamheidsbewijs.

Voorbeeld

Een personeelslid is in het gewoon secundair onderwijs TADD aangesteld op basis van een diploma secundair onderwijs in een betrekking van opvoeder ( ten minste HSO - 63 punten – ssc 202).

Dit personeelslid behaalt een diploma van bachelor op 30 juni.

Het recht op TADD geldt t.a.v. elke betrekking van opvoeder waarvoor het personeelslideen vereist bekwaamheidsbewijs heeft (zowel tenminste HSO als ten minste bachelor).

Situatie 1

Het volgende schooljaar houdt het schoolbestuur dit personeelslid in dienst als TADD in dezelfde betrekking ( tenminste HSO – 63 punten). Het personeelslid aanvaardt dit wordt verder bezoldigd aan salarisschaal 202.

Situatie2

Het schoolbestuur biedt aan het personeelslid een betrekking aan van 82 punten ( tenminste bachelor – 82 punten). Het personeelslid aanvaardt dit voorstel en wordt TADD aangesteld op het niveau ten minste bachelor en wordt bezoldigd aan salarisschaal 158.

6.1.2.3. Vast benoemd personeelslid

Op het ogenblik van vaste benoeming moet een personeelslid aan een aantal decretaal vastgelegde voorwaarden voldoen, waaronder beschikken over het vereiste of voldoend geachte bekwaamheidsbewijs voor het ambt in kwestie. Bij een vaste benoeming in een ambt van het ondersteunend personeel bepaalt de puntenwaarde van de betrekking het vereisteniveau van bekwaamheidsbewijs en ook de salarisschaal van de betrekking.

Op het ogenblik van de vaste benoeming wordt het personeelslid door het schoolbestuur vast benoemd in een ambt en geaffecteerd in een betrekking.

Met ingang van 1 september 2015 kan een personeelslid in een ambt van het ondersteunend personeelslid worden vast benoemd onder zijn hoogste diplomaniveau.

Als het personeelslid na zijn vaste benoeming een bijkomend “hoger” bekwaamheidsbewijs behaalt, heeft dit geen effect op zijn initiële vaste benoeming. Op het ogenblik van de vaste benoeming voldeed het personeelslid immers aan alle decretale voorwaarden, en is hij dus rechtsgeldig benoemd.

Het nieuw behaalde ‘hogere’ bekwaamheidsbewijs kan een rol spelen op het ogenblik dat het personeelslid in aanmerking komt voor een bevordering in een ambt van het ondersteunend personeel (zie 6.8.3). Een bevordering houdt immers een nieuwe vaste benoeming in en op dat ogenblik kan het schoolbestuur rekening houden met het nieuwe ‘hogere’ bekwaamheidsbewijs. Het personeelslid wordt vanaf de ingangsdatum van de bevordering betaald aan de salarisschaal die overeenkomt met de puntenwaarde van de betrekking waarin de bevordering is uitgesproken, en moet dan ook in de globale puntenenveloppe aangerekend aan de bijhorende puntenwaarde (zie 3).

6.1.2.4. Personeelslid met een concordantie

Het personeelslid dat op 1 september 2001 (voor het buitengewoon secundair onderwijs was dit op 1 september 2006) een concordantie heeft gekregen, behoudt via deze concordantie de salarisschaal die hij geniet op 30 juni 2001 (of 30 juni 2006 voor het buitengewoon secundair onderwijs) en via die salarisschaal ook de daaraan verbonden puntenwaarde (zie ook punt 4.1.1.2).

Een tijdelijk personeelslid kan de concordantie vrijwillig beëindigen, zodat zijn bekwaamheidsbewijs de norm wordt om de salarisschaal en de puntenwaarde vast te stellen.

Bij een vast benoemd personeelslid eindigt de concordantie bij ontslag of via een bevordering in een ambt van het ondersteunend personeel. Dit houdt in dat het personeelslid, zelfs als hij gedurende zijn loopbaan een bijkomend bekwaamheidsbewijs behaalt, steeds op basis van de concordantie wordt “verrekend”, tenzij hij een bevordering krijgt van zijn schoolbestuur. Op dat ogenblik vervalt de concordantie en speelt het bekwaamheidsbewijs opnieuw ten volle zijn rol. Het personeelslid wordt vanaf de ingangsdatum van de bevordering betaald aan de salarisschaal die overeenkomt met de puntenwaarde van de betrekking waarin de bevordering is uitgesproken, en moet dan ook in de globale puntenenveloppe aangerekend worden aan de bijhorende puntenwaarde (zie ook 6.8.3).

6.2. Bezoldigingsregeling

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het ambt van opvoeder en het ambt van administratief medewerker.

De opvoeder wordt bezoldigd volgens de reglementering van toepassing op het opvoedend hulppersoneel.

De administratieve medewerker wordt bezoldigd volgens de reglementering van toepassing op het administratief personeel.

6.3. Prestatiestelsel

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het ambt van opvoeder en het ambt van administratief medewerker.

Een ambt met volledige prestaties in het ondersteunend personeel omvat 36 uren per week:

  • een voltijdse betrekking van opvoeder of administratief medewerker = 36/36

  • een halftijdse betrekking = 18/36.

6.4. Vakantieregeling

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het ambt van opvoeder en het ambt van administratief medewerker:

  • de opvoeder geniet dezelfde vakantieregeling als het opvoedend hulppersoneel. Deze bepaling geldt voor scholen van het gemeenschapsonderwijs.

Voor scholen van het gesubsidieerd onderwijs wordt de vakantieregeling voor de opvoeder vastgelegd in een eigen regeling of in hun arbeidsreglement;

6.5. Verloven, afwezigheden, terbeschikkingstelling

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het ambt van opvoeder en het ambt van administratief medewerker.

  • Op de opvoeder is dezelfde reglementering van toepassing als op het opvoedend hulppersoneel.

  • Op de administratieve medewerker is dezelfde reglementering van toepassing als op het administratief personeel.

6.6. Gepresteerde diensten

6.6.1. Tijdelijke aanstelling

6.6.1.1. In scholen voor gewoon secundair onderwijs

De diensten die tijdelijke personeelsleden hebben gepresteerd in het voltijds gewoon secundair onderwijs in een ambt van het opvoedend hulppersoneel en/of het administratief personeel, komen in aanmerking voor de opbouw van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een ambt van het ondersteunend personeel in het gewoon secundair onderwijs.

6.6.1.2. In scholen voor buitengewoon secundair onderwijs

De diensten die tijdelijke personeelsleden hebben gepresteerd in het buitengewoon secundair onderwijs in een ambt van het opvoedend hulppersoneel en/of het administratief personeel, komen in aanmerking voor de opbouw van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een ambt van het ondersteunend personeel in het buitengewoon secundair onderwijs.

6.7. Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur

Met ingang van 1 september 2015 wijzigen de bekwaamheidsbewijzen voor het ondersteunend personeel (zie punt 6.1 ), zodat een personeelslid vanaf die datum ook onder zijn hoogste diplomaniveau kan worden aangesteld.

Dit betekent dat alle diensten die een personeelslid presteert of heeft gepresteerd in een ambt van het ondersteunend personeel in aanmerking komen voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in dat ambt, voor zover het personeelslid voor de betrekking waarvoor hij kandideert een vereist bekwaamheidsbewijs heeft.

Voorbeeld

Een personeelslid met een masterdiploma is gedurende drie schooljaren als vervanger aangesteld in een betrekking van opvoeder van 82 punten ( ten minste bachelor – ssc 158).

Op 30 juni heeft dit personeelslid voldoende diensten opgebouwd om vanaf 1 september daaropvolgend het recht op TADD in te roepen voor het ambt van opvoeder.

Het personeelslid kan dit recht inroepen t.a.v. elke betrekking waarvoor hij een vereist bekwaamheidsbewijs bezit.

Dit betekent dat hij in aanmerking komt voor een TADD in een betrekking van opvoeder met 120 punten ( ten minste master – ssc 542).

Daarnaast komt hij evenzeer in aanmerking voor TADD in een betrekking van opvoeder van 82 punten ( ten minste bachelor – ssc 158) of van 63 punten (ten minste HSO – ssc 202).

Als hij een echter betrekking aanvaardt in een lager diplomaniveau, stemt hij er ook mee in om aan de (lagere) salarisschaal te worden bezoldigd die aan de puntenwaarde van de betrekking is gekoppeld.

6.8. Vaste benoeming

6.8.1. Procedure

De personeelscategorie van het ondersteunend personeel bestaat enkel uit wervingsambten.

Vaste benoeming in een ambt van het ondersteunend personeel gebeurt dan ook volgens de bestaande benoemingsprocedure voor de wervingsambten.

6.8.2. Voorwaarden

De ambten van het ondersteunend personeel zijn wervingsambten.

Dit betekent dat de algemene voorwaarden die gelden voor wervingsambten, zowel wat betreft de betrekking als wat betreft het personeelslid, ook hier van toepassing zijn.

U vindt deze voorwaarden in de omzendbrief 13CC/VB/ml van 29-11-1999 - Vaste benoeming - Procedure, voorwaarden en mededeling aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Met ingang van 1 september 2015 wijzigen de bekwaamheidsbewijzen voor het ondersteunend personeel (zie punt 6.1 ), zodat een personeelslid vanaf die datum ook onder zijn hoogste diplomaniveau kan worden aangesteld.

Dit betekent dat een personeelslid zich kandidaat kan stellen voor elke betrekking in het ambt van het ondersteunend personeel waarvoor hij het recht op TADD heeft vergaard en het vereiste bekwaamheidsbewijs heeft.

Voorbeeld

Een personeelslid is in het gewoon secundair onderwijs op de vooravond van de vaste benoeming (op 1/7 of op 1/10) TADD aangesteld in het ambt van administratief medewerker in een betrekking van 63 punten ( ten minste HSO – ssc 202).

Het personeelslid is in het bezit van een bachelordiploma .

Met het oog op een vaste benoeming kan het personeelslid kandideren voor een vacant verklaarde betrekking van administratief medewerker van 82 punten ( ten minste bachelor – ssc 158). Het personeelslid heeft immers het vereiste bekwaamheidsbewijs voor deze betrekking en is op de vooravond van de vaste benoeming TADD aangesteld in het ambt van benoeming.

Het personeelslid kan evenzeer kandideren vooreen vacant verklaarde betrekking van administratief medewerker van 63 punten ( ten minste HSO – ssc 202). Het personeelslid heeft immers ook het vereiste bekwaamheidsbewijs voor deze betrekking en is op de vooravond van de vaste benoeming TADD aangesteld in het ambt van benoeming. Het personeelslid aanvaardt via deze benoeming wel het feit dat hij zal worden bezoldigd op basis van de salarisschaal 202 die aan de betrekking van 63 punten is gekoppeld.

6.8.3. Bevordering tot salarisschaal 106

Het schoolbestuur kan aan een personeelslid dat vast benoemd is in een ambt van het ondersteunend personeel de hogere salarisschaal 106 toekennen.

Deze bevordering is wel onderhevig aan een beperking. Zij is namelijk afhankelijk van het aantal leerlingen dat de school telt op 1 februari van het voorafgaande schooljaar.

  • in een school met minder dan 400 leerlingen kan het schoolbestuur aan één voltijdse betrekking de salarisschaal 106 toekennen;

  • vanaf 400 tot en met 900 leerlingen kan zij aan twee voltijdse betrekkingen deze hogere salarisschaal toekennen;

  • bij meer dan 900 leerlingen kan zij aan drie voltijdse betrekkingen deze hogere salarisschaal toekennen.

Deze leerlingenaantallen moeten dus worden gehaald op 1 februari van het schooljaar voorafgaand aan de bevordering van het personeelslid tot de hogere salarisschaal 106.

Als de school het schooljaar na de bevordering het vereiste leerlingenaantal niet meer haalt, blijft het personeelslid toch in dienst voor zover de school over voldoende punten beschikt om haar personeelsleden in dienst te houden. Het is niet de bedoeling dat bij een daling van leerlingen onder één van voormelde vereiste aantallen een personeelslid dat werd bevorderd tot de salarisschaal 106 ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

Voorbeeld

Een school heeft op 1 september 911 leerlingen.

Zij heeft al twee personeelsleden in dienst die ieder voor een voltijdse opdracht zijn aangesteld met salarisschaal 106.

De school heeft van de scholengemeenschap voldoende punten gekregen om alle personeelsleden in dienst te houden en heeft daarnaast nog voldoende punten over om een personeelslid te bevorderen tot ssc 106. De school beslist aan een derde personeelslid de salarisschaal 106 toe te kennen voor een voltijdse opdracht.

De school heeft dan drie personeelsleden in dienst met ssc 106.

Op 1 september van het daaropvolgende schooljaar heeft de school nog 897 leerlingen.

De school mag haar drie personeelsleden met salarisschaal 106 in dienst houden als zij hiervoor voldoende punten heeft gekregen van de scholengemeenschap.

Het schoolbestuur moet er wel rekening mee houden dat dergelijke bevordering ook kan inhouden dat dit personeelslid meer punten zal kosten.

Een personeelslid met bijvoorbeeld een diploma ten minste HSO (ssc 202 en 63 punten) dat voor een voltijdse opdracht een bevordering tot salarisschaal 106 krijgt, kost dan 82 punten.

Deze maatregel kan ook enkel toegepast worden met inachtname van het bestaande personeelsbestand. Personeelsleden die al de salarisschaal 106 genieten, tellen mee om te bepalen of deze bevordering mag worden toegekend aan een personeelslid.

Voorbeeld

Een school met 733 leerlingen heeft volgende personeelsleden in dienst:

- 2 opvoeders met salarisschaal 106 voor een voltijdse opdracht

- 4 opvoeders (met een andere salarisschaal)

- 1 administratief medewerker (met een andere salarisschaal)

Het schoolbestuur kan de salarisschaal 106 toekennen aan 2 voltijdse betrekkingen vermits de school tussen 400 en 900 leerlingen telt. Er zijn echter al 2 personeelsleden voor een voltijdse opdracht met deze salarisschaal in dienst, zodat voor een volgende bevordering moet worden gewacht tot één of beide van deze personeelsleden uit dienst treedt.

Aan deze “bevordering” hoeft geen vacantverklaring vooraf te gaan. Zij kan ingaan op de eerste dag van elke maand.

De nieuwe vaste benoeming van een personeelslid van het ondersteunend personeel in het kader van een bevordering tot een hogere salarisschaal in hetzelfde ambt, moet worden meegedeeld binnen een termijn van twaalf maanden na de ingangsdatum van deze bevordering.

Voor meer praktische informatie met betrekking tot deze zendingen kan u steeds terecht bij de medewerkers van werkstation 32 (zie ook punt   9 ).

6.8.4. Bevordering tot een hogere salarisschaal

6.8.4.1. Bevordering tot een hogere salarisschaal rekening houdend met het diplomaniveau van het personeelslid

Een personeel kan in het bezit zijn van een diploma dat hem organiek recht kan geven op een hogere salarisschaal in een ambt van het ondersteunend personeel dan de salarisschaal die verbonden is aan de puntenwaarde van de betrekking waar hij nu in vastbenoemd is.

Het schoolbestuur kan dergelijk personeelslid bevorderen tot een hogere salarisschaal door het personeelslid te herbenoemen in hetzelfde ambt met een hogere salarisschaal, gebaseerd op het (hogere of hoogste) diplomaniveau van het personeelslid.

Deze bevordering heeft ook gevolgen voor de puntenwaarde van de betrekking waarvan het personeelslid vastbenoemd titularis is. De betrekking moet dan immers de puntenwaarde krijgen die verbonden is aan de hogere salarisschaal.

Aan deze “bevordering” hoeft geen vacantverklaring vooraf te gaan. Zij kan ingaan op de eerste dag van elke maand.

De nieuwe vaste benoeming van een personeelslid van het ondersteunend personeel in het kader van een bevordering tot een hogere salarisschaal in hetzelfde ambt, moet worden meegedeeld binnen een termijn van twaalf maanden na de ingangsdatum van deze bevordering.

Voor meer praktische informatie met betrekkingen tot de zending van deze bevordering kunt u steeds terecht bij de medewerkers van werkstation 32 (zie ook punt 9 ).

6.8.4.2. Bevordering tot een hogere salarisschaal rekening houdend met het diplomaniveau van het personeelslid dat werd geconcordeerd

Bij de concordantie naar de nieuwe ambten van het ondersteunend personeel behoudt een vastbenoemd personeelslid in eerste instantie de salarisschaal die hij genoot op 30 juni 2001 in het gewoon secundair onderwijs of op 30 juni 2006 in het buitengewoon secundair onderwijs.

Het kan echter zijn dat dit personeelslid in het bezit is van een diploma dat hem recht kan geven op een hogere salarisschaal in een ambt van het ondersteunend personeel.

Het schoolbestuur kan dergelijk personeelslid bevorderen tot een hogere salarisschaal doorhet personeelslid te herbenoemen in hetzelfde ambt met een hogere salarisschaal, gebaseerd op het diplomaniveau van het personeelslid.

Deze bevordering heeft ook gevolgen voor de puntenwaarde van de betrekking waarvan het personeelslid vastbenoemd titularis is. De betrekking moet dan immers de puntenwaarde krijgen die verbonden is aan de hogere salarisschaal.

Aan deze “bevordering” hoeft geen vacantverklaring vooraf te gaan. Zij kan ingaan op de eerste dag van elke maand.

De nieuwe vaste benoeming van een personeelslid van het ondersteunend personeel in het kader van een bevordering tot een hogere salarisschaal in hetzelfde ambt, moet worden meegedeeld binnen een termijn van twaalf maanden na de ingangsdatum van deze bevordering.

Voor meer praktische informatie met betrekkingen tot de zending van deze bevordering kunt u steeds terecht bij de medewerkers van werkstation 32 (zie ook punt 9 ).

7. Inzetbaarheid van een personeelslid in een scholengemeenschap

Een personeelslid wordt op het ogenblik van zijn aanwerving aangesteld bij of geaffecteerd aan de school waar zijn betrekking is ingericht.

Dit betekent dat het personeelslid in principe alleen taken en opdrachten uitoefent in en voor die school.

Voor scholen die behoren tot een scholengemeenschap kan de inzetbaarheid van de personeelsleden die behoren tot het ondersteunend personeel onder bepaalde voorwaarden ruimer worden ingevuld.

Als de school tot een scholengemeenschap behoort, kan een personeelslid dat aangesteld is als administratief medewerker of als opvoeder ook ingezet worden voor en in andere scholen van die scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap.

Als het personeelslid wordt ingezet om opdrachten te vervullen in andere scholen dan de school van aanstelling of affectatie, moet u met volgende principes rekening houden:

  • het personeelslid moet uitdrukkelijk akkoord gaan met het feit dat hij wordt ingezet om opdrachten in een andere school te vervullen;
  • het personeelslid blijft aangesteld bij of geaffecteerd aan de school waar zijn betrekking wordt ingericht;
  • de afstand tussen de school van aanstelling of affectatie en de school waar het personeelslid die opdracht gaat vervullen, mag niet meer dan 25 km bedragen. Deze afstand mag groter zijn, maar dan moet het personeelslid daarmee uitdrukkelijk akkoord gaan;
  • de inzetbaarheid van het personeelslid moet schriftelijk worden vastgelegd. U neemt dit op in de functiebeschrijving van het personeelslid en in de documenten die vereist zijn bij de aanstelling van het personeelslid (al naargelang het net is dit het geschrift of besluit van aanstelling of de arbeidsovereenkomst). Als de inzetbaarheid niet uitdrukkelijk schriftelijk is vastgelegd, betekent dit dat het personeelslid alleen kan worden ingezet in de school van aanstelling of affectatie.

8. Centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs

Elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kan één of meer betrekkingen inrichten van opvoeder of administratief medewerker.

Dit gebeurt via aanwending van uren uit het pakket uren-leraar. Voor een voltijdse betrekking in het ambt van opvoeder of administratief medewerker moet een centrum 24 uren-leraar uit haar pakket aanwenden en voor een halftijdse betrekking 12 uren-leraar.

9. Praktische schikkingen

Voor alle opvoeders en administratief medewerkers moet m.i.v. 1/9/2015 éénmalig een nieuwe zending gebeuren .

Voor volgende personeelsleden is echter geen nieuwe zending nodig:
- de vast benoemde opvoeders en administratief medewerkers die al voor 1/9/2015 de salarisschaal 106 hadden;
- voor het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid een bonus/ terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) heeft .

9.1. Opdrachten m.i.v. 1/9/2015

De nieuwe zendingen van de opdrachten van de opvoeders en administratief medewerkers (behalve die met salarisschaal 106) hebben m.i.v. 1/9/2015, naargelang de puntenwaarde, één van de volgende omschrijvingen:

 

Ambt en puntenwaarde  

 

 

Ambtscode  

 

 

Administratief medewerker 63 punten 

 

Ambtscode 310 

 

Administratief medewerker 82 punten 

 

Ambtscode 309 

 

Administratief medewerker 120 punten 

 

Ambtscode 308 

 

 

Opvoeder 63 punten 

 

Ambtscode 307 

 

Opvoeder 82 punten 

 

Ambtscode 306 

 

Opvoeder 120 punten 

 

Ambtscode 305 

De omschrijvingen zijn geldig zowel voor de titularis als voor de eventuele vervanger. Indien de titularis afwezig is, gebeurt de zending van de titularis en zijn vervanger in hetzelfde ambt, maar eventueel met een andere puntenwaarde (andere ambtscode).

U stuurt voor elke opvoeder/administratief medewerker een nieuwe RL-1 en maakt gebruik van de gepaste omschrijving/ambtscode.

Als bijlage bij deze omzendbrief (bijlage 2) vindt u de tabel met de nieuwe ambtscodes naast elke salarisschaal en puntenwaarde voor zowel het ambt van administratief medewerker als voor het ambt van opvoeder.

9.2. Mededeling van de nieuwe bevordering/opdracht tot salarisschaal 106

De praktische richtlijnen voor de zendingen van de bevorderingen/opdrachten in salarisschaal 106 wijzigenniet na 1/9/2015. Er hoeven dus geennieuwe zendingen te gebeuren voor de vast benoemde titularissen die al de salarisschaal 106 hadden vóór 1/9/2015.

Zoals vóór 1/9/2015 deelt u de nieuwe vaste benoeming via de bevordering tot de salarisschaal 106 mee via elektronische weg .

Voor het personeelslid dat wordt bevorderd tot de salarisschaal 106, moet u een nieuwe RL-1 insturen en voor het ambt gebruik maken van een aparte ambtscode .

Als het gaat om een opvoeder die wordt bevorderd tot de salarisschaal 106, zendt u een RL- 1 met de ambtscode 291 .

Als het gaat om een administratief medewerker die wordt bevorderd tot de salarisschaal 106, zendt u een RL- 1 met de ambtscode 292 .

Wanneer de titularis met salarisschaal 106 afwezig is en wordt vervangen door een vast benoemd personeelslid via het “verlof tijdelijk opdracht (verlof TAO)” ,mag u de “tijdelijk andere opdracht (TAO)” van de vervanger doorsturen met dezelfde ambtscode van de titularis (opvoeder ambtscode 291, administratief medewerker ambtscode 292).

9.3. Mededeling van de andere bevorderingen

U deelt de nieuwevaste benoeming via de bevordering mee via elektronische weg.

U stuurt een nieuwe RL-1 voor hetzelfde ambt en maakt gebruik van de ambtscode die overeenstemt met hetzelfde ambt en de puntenwaarde van de nieuwe salarisschaal .

Als u vragen hebt met betrekking tot het ondersteunend personeel, kan u zich steeds tot dit werkstation wenden. U kunt uw vragen stellen op volgend adres:

Agentschap voor Onderwijsdiensten

Afdeling Personeel Secundair Onderwijs en

Deeltijds Kunstonderwijs

Werkstation 32

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel

Voor verdere inlichtingen kan u terecht op volgende telefoonnummers:

02/553 92 90

02/553 92 50

emailadres:

personeel.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be

10. Bijlage