Vereiste taalkennis bij een aanstelling in een Franstalige school of een Nederlandstalige school met een Franstalige afdeling op het grondgebied van het Vlaams Gewest

  • referentie
    PERS/2010/02
  • publicatiedatum
    19/01/2010
  • datum laatste wijziging
    08/04/2016
  • wettelijke basis
    Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, artikel 17bis tot en met 17sexies en 103novies.
  • wettelijke basis
    Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 19bis tot en met 19sexies en 84septiesdecies.
  • contact
  • Met ingang van 1 september 2009 is een nieuwe regeling van kracht betreffende de vereiste taalkennis bij een aanstelling van een personeelslid in het onderwijs.
  • Deze regelgeving geldt ook voor de Franstalige scholen op het grondgebied van het Vlaams Gewest. Het gaat dan specifiek om de kennis van het Frans als onderwijstaal, de kennis van het Nederlands als bestuurstaal en ook de kennis van het Nederlands waar deze verplicht als tweede taal moet worden onderwezen.
  • In deze omzendbrief vindt u terug aan welke taalkennis een personeelslid moet beantwoorden en hoe het personeelslid deze vereiste taalkennis kan aantonen.
  • Het taalexamen om de vereiste kennis van het Nederlands of het Frans aan te tonen wordt niet langer georganiseerd in een centrum voor volwassenenonderwijs. Personeelsleden kunnen hun vereiste taalkennis wel nog steeds aantonen via de andere kanalen die in deze omzendbrief worden toegelicht.

1. Inleiding

Om een betrekking in het onderwijs te kunnen uitoefenen en in aanmerking te komen voor een salaris(toelage) moet een personeelslid voldoen aan een aantal reglementair bepaalde aanstellingsvoorwaarden.

Een van deze aanstellingsvoorwaarden stelt dat een personeelslid moet voldoen aan de taalvereisten.

Voor een aanstelling in een Franstalige basisschool of een Nederlandstalige school met een Franstalige afdeling op het grondgebied van het Vlaams Gewest, moet een personeelslid enerzijds de kennis van de onderwijstaal aantonen (hier is dat het Frans) en anderzijds ook de kennis van het Nederlands als bestuurstaal aantonen.

Als het personeelslid daarenboven belast is met het onderricht van Nederlands als verplichte tweede taal, moet dit personeelslid eveneens de vereiste kennis van het Nederlands als verplichte tweede taal aantonen.

Op het grondgebied van het Vlaams Gewest kunnen Franstalige scholen opgericht worden in de Vlaamse taalgrensgemeenten (momenteel zijn er geen) of in de zes gemeenten van de Vlaamse rand rond Brussel (de zogenaamde faciliteitengemeenten). Daarnaast is er ook een Franstalige Basisschool van het Buitengewoon Onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs 'La Ruche' in De Haan en de school voor buitengewoon secundair onderwijs S.S.B.O.G.O. Zeelyceum in De Haan.

Met ingang van 1 september 2009 zijn de voorwaarden betreffende de taalvereisten bij een aanstelling in het onderwijs gewijzigd.

De nieuwe voorwaarden zijn opgebouwd op basis van het Europees Referentiekader voor Talen (ERK). Het ERK kent zes niveaus van taalkennis, waarbij:

- niveau A het taalkennisniveau van de basisgebruiker is,

- niveau B het niveau van de onafhankelijke gebruiker

- en niveau C het niveau van de vaardige gebruiker.

Elk van die 3 niveaus kent telkens twee tussenniveaus, wat resulteert in de niveaus A1, A2, B1, B2, C1 en C2 en waarbij A1 het laagste niveau is en C2 het hoogste.

Meer informatie betreffende het Europees Referentiekader voor Talen vindt u terug op de website van de Nederlandse Taalunie:

http://taalunieversum.org/inhoud/erk-nederlands.

Met ingang van 1 september 2009 wordt voor een aanstelling in het onderwijs een aantal niveaus van taalkennis vastgelegd op basis van de indeling van het ERK. Deze niveaus verschillen naargelang het ambt dat een personeelslid uitoefent in het onderwijs.

In deze omzendbrief vindt u terug:

- aan welke voorwaarden een personeelslid moet beantwoorden t.a.v. het Frans als onderwijstaal (punt 3);

- aan welke voorwaarden een personeelslid moet beantwoorden t.a.v. het Nederlands als bestuurstaal (punt 4);

- aan welke voorwaarden een personeelslid moet beantwoorden t.a.v. het Nederlands als verplichte tweede taal (punt 5);

- op welke wijze een personeelslid zijn taalkennis kan aantonen (punt 6);

- welke personeelsleden in aanmerking komen voor overgangsmaatregelen op basis van de oude taalregeling (punt 7);

- hoe een personeelslid een tijdelijke afwijking op de vereiste taalkennis kan verkrijgen (punt 8).

2. Toepassingsgebied

Deze omzendbrief is van toepassing op de personeelsleden:

- die onderworpen zijn aan het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;

- die onderworpen zijn aan het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding.

3. Vereiste kennis van Frans als onderwijstaal

De vereiste kennis van het Frans als onderwijstaal in een Franstalige school is niet dezelfde voor elk personeelslid, maar is afhankelijk van het ambt waarin het personeelslid wordt aangesteld.

Er zijn verschillende taalkennisniveaus bepaald, die zijn gebaseerd op het Europees Referentiekader voor Talen (ERK)(zie punt 1).

De vereiste taalkennis kan volgens onderstaand schema worden weergegeven.

 

Personeelslid 

 

 

Vereist niveau van taalkennis 

 

Aanstelling in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel 

 

 

C1 

 

Aanstelling in een ambt dat niet tot het bestuurs- en onderwijzend personeel behoort 

(beleids-en ondersteunend personeel, paramedisch personeel)  

 

 

 

B2 

Het Europees Referentiekader voor Talen kent een oplopende gradatie van taalvaardigheid (waarbij A1 het laagste kennisniveau is, en C2 het hoogste). Dit impliceert dat wie het bewijs levert van zijn taalkennis op een welbepaald ERK-niveau, per definitie ook het bewijs heeft geleverd van zijn taalkennis op lager gelegen niveaus.

4. Vereiste kennis van het Nederlands als bestuurstaal

Om een betrekking te kunnen uitoefenen en in aanmerking te komen voor een salaris(toelage) in een Franstalige school, moet een personeelslid naast de vereiste kennis van het Frans als onderwijstaal (punt 3) ook de kennis van het Nederlands als bestuurstaal aantonen.

Met ingang van 1 september 2009 steunt de vereiste kennis voor het Nederlands als bestuurstaal op een niveau van het Europees Referentiekader voor Talen (zie punt 1).

De vereiste kennis van het Nederlands als bestuurstaal is niet dezelfde voor elk personeelslid, maar is afhankelijk van het ambt waarin het personeelslid wordt aangesteld.

De vereiste taalkennis kan volgens volgend schema worden weergegeven.

 

Personeelslid 

 

 

Vereist niveau van taalkennis 

 

Aanstelling in het ambt van:  

- directeur  

- administratief medewerker 

 

 

B1 

 

Aanstelling in alle andere ambten 

 

 

A2 

Het Europees Referentiekader voor Talen kent een oplopende gradatie van taalvaardigheid (waarbij A1 het laagste kennisniveau is, en C2 het hoogste). Dat impliceert dat wie het bewijs levert van zijn taalkennis op een welbepaald ERK-niveau, per definitie ook het bewijs heeft geleverd van zijn taalkennis op lager gelegen niveaus.

5. Vereiste kennis van het Nederlands als verplichte tweede taal

Om een betrekking te kunnen uitoefenen en in aanmerking te komen voor een salaris(toelage) in een Franstalige school, moet een personeelslid in eerste instantie zowel de vereiste kennis van het Frans als onderwijstaal als de kennis van het Nederlands als bestuurstaal aantonen (zie punt 3 en 4).

Als het personeelslid daarenboven als onderwijzer belast is met het onderricht van Nederlands als verplichte tweede taal, moet dit personeelslid eveneens de vereiste kennis van het Nederlands aantonen. Het onderricht van de tweede taal Nederlands is verplicht vanaf de tweede graad van het basisonderwijs. Zie in dit verband artikel 7 van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken.

Met ingang van 1 september 2009 steunt de vereiste kennis voor het Nederlands als verplichte tweede taal op een niveau van het Europees Referentiekader voor Talen (zie punt 1).

De vereiste taalkennis voor Nederlands als verplichte tweede taal vanaf de tweede graad basisonderwijs is als volgt vastgelegd:

 

Vaardigheden 

 

Vereist niveau van kennis van Nederlands 

 

 

Lezen en schrijven 

 

 

B1 

 

Luisteren en spreken 

 

 

B2 

Het Europees Referentiekader voor Talen kent een oplopende gradatie van taalvaardigheid. Dat impliceert dat wie het bewijs levert van zijn taalkennis voor Nederlands op niveau B2 per definitie ook het bewijs heeft geleverd van zijn taalkennis op het lager gelegen niveau B1 en op het niveau A2 (het vereiste niveau in het kader van de bestuurstaal).

6. Hoe toont een personeelslid de vereiste taalkennis aan?

6.1. Frans als onderwijstaal

6.1.1. De aanstelling van het personeelslid steunt op een Franstalig studiebewijs

Als het personeelslid in het ambt wordt aangesteld op basis van een Franstalig studiebewijs dat een vereist, voldoend geacht of ‘ander’ bekwaamheidsbewijs is voor een ambt van de personeelscategorie waarvoor het personeelslid het vereiste taalkennisniveau moet aantonen, levert het personeelslid het bewijs van de vereiste taalkennis voor het Frans als onderwijstaal.

Het Franstalig studiebewijs mag ook een onderdeel zijn van het bekwaamheidsbewijs. Wie bv. als Islamleerkracht wordt aangesteld op basis van een Turks diploma aangevuld met een Franstalig bewijs van pedagogische bekwaamheid, voldoet aan de taalvereiste.

De grote meerderheid van de personeelsleden die in het onderwijs worden aangesteld, zullen op deze wijze rechtstreeks hun vereiste kennis van het Frans als onderwijstaal aantonen.

6.1.2. De aanstelling van het personeelslid steunt niet op een Franstalig studiebewijs

Een personeelslid kan zijn vereiste taalkennis voor het Frans als onderwijstaal ook aantonen via:

- een Nederlandstalig studiebewijs dat zijn vereiste kennis van het Frans aantoont (punt 6.1.2.1),

- een niet-Nederlandstalig studiebewijs dat zijn kennis van het Frans aantoont (punt 6.1.2.2) of

- een getuigschrift van een examencommissie dat zijn vereiste kennis van de Franse taal aantoont (punt 6.1.2.3).

Aandacht
Als het personeelslid op het ogenblik van een aanstelling zijn vereiste kennis van de onderwijstaal niet kan aantonen, kan de directeur (in het gemeenschapsonderwijs) of de inrichtende macht/het schoolbestuur (in het gesubsidieerd onderwijs) een beroep doen op een tijdelijke afwijking van deze vereiste kennis. Meer informatie hierover vindt u in punt 8.

6.1.2.1. Via een Nederlandstalig studiebewijs

Een Nederlandstalig studiebewijs dat de vereiste kennis van het Frans bewijst, komt in aanmerking als het behaald is:

- in een taalopleiding Frans in het volwassenenonderwijs;

- in een universitaire taalopleiding of een taalopleiding aan een hogeschool.

De taalopleidingen van het volwassenenonderwijs (vanaf 1 september 2004) en van de universiteiten en hogescholen zijn immers alle afgestemd op het Europees Referentiekader voor talen.

6.1.2.1.1. Een taalopleiding Frans in het volwassenenonderwijs

Een (deel)certificaat of getuigschrift van een opleiding Frans in een centrum voor volwassenenonderwijs kan als bewijs gelden om de vereiste kennis van het Frans als onderwijstaal aan te tonen.

Een certificaat is de studiebekrachtiging van een modulaire opleiding, een deelcertificaat is de studiebekrachtiging van een module van een modulaire opleiding en een getuigschrift is de studiebekrachtiging van een lineaire opleiding.

Het (deel)certificaat of getuigschrift moet alleszins het vereiste niveau van taalkennis vermelden en moet afgeleverd zijn na 1 september 2004.

De taalopleidingen in het volwassenenonderwijs zijn ingedeeld in 4 richtgraden. Deze zijn sinds 1 september 2004 gekoppeld aan de niveaus van het ERK volgens onderstaand schema:

Richtgraad 

 

Niveau 

Richtgraad 1.1 

Breakthrough 

A1 

Richtgraad 1.2 

Waystage 

A2 

Richtgraad 2 

Treshold 

B1 

Richtgraad 3 

Vantage 

B2 

Richtgraad 4 

Effectiveness 

C1 

Voorbeeld

In een Franstalige school wordt vanaf 1 september 2010 een onderwijzer aangesteld op basis van een Nederlandstalig diploma van onderwijzer. Hij moet zijn kennis van de onderwijstaal Frans bewijzen op niveau C1. Het personeelslid behaalde in juni 2010 aan een centrum voor volwassenenonderwijs een certificaat van de opleiding Frans Effectiveness richtgraad 4. Met dit certificaat levert hij het bewijs van zijn kennis van het Frans op niveau C1.

In een Franstalige school wordt vanaf 1 september 2010 een administratief medewerker aangesteld op basis van een Nederlandstalig studiebewijs. Hij moet zijn kennis van de onderwijstaal Frans bewijzen op niveau B2. Het personeelslid behaalde in juni 2010 aan een centrum voor volwassenenonderwijs een deelcertificaat van de module Frans Effectiveness 1 A/B, d.i. de eerste module van richtgraad 4 (ERK C1). Met dit deelcertificaat levert hij het bewijs van zijn kennis van het Frans op niveau B2.

6.1.2.1.2. Een universitaire taalopleiding of een taalopleiding van een hogeschool

Een studiebewijs van een universitaire taalopleiding of een taalopleiding van een hogeschool kan als bewijs gelden om de vereiste kennis van Frans als onderwijstaal aan te tonen.

Het studiebewijs moet de vereiste kennis van het Frans aantonen.

Als u twijfelt aan een studiebewijs neemt u contact op met uw werkstation. Zie hiervoor punt 9.

6.1.2.2. Via een niet-Nederlandstalig studiebewijs

Een personeelslid kan ook een buitenlands studiebewijs voorleggen om de vereiste kennis van het Frans als onderwijstaal aan te tonen.

Dit buitenlands studiebewijs komt enkel in aanmerking als het is afgeleverd door een instelling die erkend en gemachtigd is door de Franse organisatie Centre International d'Etudes Pédagogiques (CIEP - www.ciep.fr/presentationciep).

Als u twijfelt aan een studiebewijs neemt u contact op met uw werkstation. Zie hiervoor punt 9.

6.1.2.3. Via het getuigschrift van een examencommissie

Een personeelslid kan zijn kennis van het Frans aantonen via een getuigschrift van een door de Vlaamse overheid ingerichte of erkende examencommissie.

Momenteel worden geen taalexamens georganiseerd door een door de Vlaamse overheid ingerichte of erkende examencommissie.

Een personeelslid kan de vereiste kennis van het Frans echter wel aantonen via deelname aan een examen dat wordt ingericht door een instelling die erkend en gemachtigd is door de Franse organisatie Centre International d'Etudes Pédagogiques (CIEP - www.ciep.fr/presentationciep).

In België kan een personeelslid onder meer terecht bij de Alliance Française de Bruxelles-Europe, waar hij het volgende examen kan afleggen: DELF (Diplôme d'Etudes en Langue Française).

Meer informatie over deze examens vindt u via de website van de Alliance Française: www.alliancefr.be.

6.2. Nederlands als bestuurstaal of als verplichte tweede taal

Een personeelslid kan de vereiste taalkennis voor het Nederlands als bestuurstaal of als verplichte tweede taal aantonen via:

- een Nederlandstalig diploma waarop zijn aanstelling steunt

- een Nederlandstalig studiebewijs dat zijn vereiste kennis van het Nederlands aantoont,

- een niet-Nederlandstalig studiebewijs dat zijn vereiste kennis van het Nederlands aantoont of

- een getuigschrift van een examencommissie dat zijn vereiste kennis van de Nederlandse taal aantoont.

Aandacht
Als het personeelslid op het ogenblik van een aanstelling zijn vereiste kennis van de onderwijstaal of de bestuurstaal niet kan aantonen, kan de directeur (in het gemeenschapsonderwijs) of de inrichtende macht (in het gesubsidieerd onderwijs) een beroep doen op een tijdelijke afwijking van deze vereiste kennis. Meer informatie hierover vindt u in punt 8.

6.2.1. Het personeelslid is in het bezit van een Nederlandstalig diploma

Het personeelslid kan de vereiste taalkennis voor Nederlands als bestuurstaal en als verplichte tweede taal aantonen:

- als dit personeelslid aangesteld wordt op basis van een Nederlandstalig diploma;

- als dit personeelslid in het bezit is van een Nederlandstalig diploma dat de vereiste kennis aantoont.

6.2.1.1. Het personeelslid wordt aangesteld op basis van een Nederlandstalig diploma

Als het personeelslid in het ambt wordt aangesteld op basis van een Nederlandstalig diploma dat een vereist, voldoend geacht of 'ander' bekwaamheidsbewijs is voor dat ambt, voldoet hij op deze wijze aan de taalvereisten voor Nederlands als bestuurstaal en als het om een onderwijsopdracht in het basisonderwijs gaat ook aan de taalvereisten voor Nederlands als verplichte tweede taal.

Opgelet!
Dit personeelslid moet bij een aanstelling ook voldoen aan de kennis van het Frans als onderwijstaal! Zie hiervoor punt 6.1.

6.2.1.2. Het personeelslid is in het bezit van een Nederlandstalig diploma dat de vereiste taalkennis aantoont

Als het personeelslid in het bezit is van een Nederlandstalig diploma dat een vereist, voldoend geacht of 'ander' bekwaamheidsbewijs is voor een ambt van de personeelscategorie waarvoor het personeelslid het vereiste niveau van taalkennis moet aantonen, voldoet hij op deze wijze aan de taalvereisten voor Nederlands als bestuurstaal en als het om een onderwijsopdracht in het basisonderwijs gaat ook aan de taalvereisten voor Nederlands als verplichte tweede taal.

Bij een aanstelling in het basisonderwijs toont een Nederlandstalig studiebewijs dat beschouwd wordt als een vereist bekwaamheidsbewijs om Nederlands te onderwijzen in het secundair onderwijs, eveneens de vereiste kennis van het Nederlands aan.

U kunt de bekwaamheidsbewijzen voor het secundair onderwijs raadplegen op www.ond.vlaanderen.be/bekwaamheidsbewijzen.

Opgelet
Dit personeelslid moet natuurlijk ook nog de vereiste kennis van het Frans als onderwijstaal aantonen (punt 6.1).

6.2.2. Het personeelslid is niet in het bezit van een Nederlandstalig diploma

6.2.2.1. Een taalopleiding Nederlands in het volwassenenonderwijs

Een (deel)certificaat of getuigschrift van een opleiding NT2 in een centrum voor volwassenenonderwijs of in een centrum voor basiseducatie kan als bewijs gelden om de vereiste kennis van het Nederlands als bestuurstaal of als verplichte tweede taal aan te tonen.

Een certificaat is de studiebekrachtiging van een modulaire opleiding, een deelcertificaat is de studiebekrachtiging van een module van een modulaire opleidingen een getuigschrift is de studiebekrachtiging van een lineaire opleiding.

Het (deel)certificaat of getuigschrift moet alleszins het vereiste niveau van taalkennis vermelden en moet afgeleverd zijn na 1september 2004.

De taalopleidingen in het volwassenenonderwijs zijn ingedeeld in 4 richtgraden. Deze zijn sinds 1 september 2004 gekoppeld aan de niveaus van het ERK volgens onderstaand schema:

Richtgraad 

 

Niveau 

Richtgraad 1.1 

Breakthrough 

A1 

Richtgraad 1.2 

Waystage 

A2 

Richtgraad 2 

Treshold 

B1 

Richtgraad 3 

Vantage 

B2 

Richtgraad 4 

Effectiveness 

C1 

Opgelet:

Tot het schooljaar 2014-2015 waren de richtgraden 3 en 4 van de opleidingen in de centra voor volwassenenonderwijs opgesplitst in enerzijds mondelingen vaardigheden en anderzijds schriftelijke vaardigheden. In de andere richtgraden was die opsplitsing er niet.

Vanaf het schooljaar 2015-2016 worden alle opleidingen NT2 binnen het volwassenenonderwijs verplicht ingericht op basis van nieuwe opleidingsprofielen. Hierin wordt de opsplitsing tussen mondelinge en schriftelijke vaardigheden doorgetrokken tot op het niveau van richtgraad 1.1. Een personeelslid dat zijn kennis van het Nederlands moet aantonen voor alle vaardigheden (zoals dat het geval is voor de kennis van de bestuurstaal), moet dan ook het certificaat van de volledige opleiding behalen. Met een deelcertificaat bewijst het personeelslid alleen zijn kennis van hetzij de mondelingen hetzij de schriftelijke vaardigheden.

Opgelet: de centra voor volwassenenonderwijs konden deze vernieuwde opleidingsprofielen al inrichten sinds 1 februari 2014, parallel met de vroegere opleidingen NT2.

Voorbeeld

In een Franstalige school wordt vanaf 1 september 2015 een administratief medewerker aangesteld op basis van een Franstalig diploma. Hij moet zijn kennis van de bestuurstaal Nederlands bewijzen op niveau B1. Het personeelslid behaalde in juni 2015 aan een centrum voor volwassenenonderwijs een certificaat van de opleiding NT2 Treshold richtgraad 2. Met dit certificaat levert hij het bewijs van zijn kennis van het Nederlands op niveau B1.

Voorbeeld

In een Franstalige school wordt vanaf 1 februari 2016 een onderwijzer aangesteld op basis van een Franstalig diploma. Hij moet zijn kennis van de bestuurstaal Nederlands bewijzen op niveau A2. Het personeelslid behaalde in januari 2016 aan een centrum voor volwassenenonderwijs een deelcertificaat van de module NT2Waystage richtgraad 1 – mondeling. Door het deelcertificaat van een module uit de opleiding NT2 Richtgraad 1 te behalen, bewijst het personeelslid enkel zijn kennis van het Nederlands op het niveau A2 voor de mondelingen vaardigheden. Betrokkene moet het certificaat van de volledige opleiding NT2 Richtgraad 1kunnen voorleggen om zijn kennis van het Nederlands voor de vier vaardigheden te kunnen bewijzen op het niveau A2.

Voorbeeld

In een Franstalige school wordt vanaf 1 september 2015 een kleuteronderwijzer aangesteld op basis van een Franstalig diploma. Zij moet haar kennis van de bestuurstaal Nederlands bewijzen op niveau A2. Het personeelslid behaalde in juni 2013 aan een centrum voor volwassenenonderwijs een deelcertificaat van de opleiding NT2 Treshold1 A/B, d.i. de eerste module van richtgraad 2 (niveau B1). Omdat het deelcertificaat werd behaald in 2013 bewijst het personeelslid met dit deelcertificaat haar kennis van het Nederlands voor alle modules en vaardigheden van het onderliggende NT2 richtgraad 1 (niveau A2).

Als u twijfelt aan een studiebewijs neemt u contact op met uw werkstation. Zie hiervoor punt 9.

6.2.2.2. Een universitaire taalopleiding of een taalopleiding van een hogeschool

Een studiebewijs van een universitaire taalopleiding of een taalopleiding van een hogeschool kan als bewijs gelden om de vereiste kennis van Nederlands als bestuurstaal of als verplichte tweede taal aan te tonen.

Het studiebewijs moet de vereiste kennis van het Nederlands aantonen.

Als u twijfelt aan een studiebewijs neemt u contact op met uw werkstation. Zie hiervoor punt 9.

6.2.2.3. Via een niet-Nederlandstalig studiebewijs

Een niet-Nederlandstalig studiebewijs dat in Wallonië is afgeleverd en de vereiste kennis van het Nederlands aantoont, komt in aanmerking als dit studiebewijs gelijkwaardig is verklaard.

Een personeelslid kan ook een buitenlands studiebewijs voorleggen om de vereiste kennis van het Nederlands als bestuurstaal of als verplichte tweede taal aan te tonen.

Dit niet-Nederlandstalig studiebewijs komt enkel in aanmerking als het is afgeleverd door een instelling die erkend en gemachtigd is door het CNaVT.

Het CNaVT of Certificaat Nederlands als Vreemde Taal is een project van de Nederlandse Taalunie dat wordt uitgevoerd door medewerkers van een Vlaamse universiteit (KU Leuven) en de Fontys Hogeschool Tilburg in Nederland en dat binnen- en buitenlandse instellingen kan erkennen als examinerende instelling.

Deze examinerende instellingen organiseren jaarlijks in de maand mei een taalexamen.

Een lijst van examinerende instellingen vindt u terug op volgende website: http://www.cnavt.org/main.asp?lan=13&typ=152

De CNaVT-examens zijn gelinkt aan de volgende Europese taalniveaus:

CNaVT-examens 

Profiel 

Taalniveau 

Profiel Toeristische en Informele taalvaardigheid 

PTIT 

ERK A2 

Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid 

 

PMT 

 

ERK B1 

Profiel Taalvaardigheid Praktische Beroepen  

PTPB 

ERK A2 

Profiel Professionele Taalvaardigheid 

PPT 

ERK B2 

Profiel Taalvaardigheid Hoger Onderwijs 

PTHO 

ERK B2 

Profiel Academische Taalvaardigheid 

PAT 

ERK C1 

Meer informatie vindt u op de website van het CNaVT (www.cnavt.org) of via het CNaVT-secretariaat (e-mail: cnavt@arts.kuleuven.be).

Als u twijfelt aan een studiebewijs neemt u contact op met uw werkstation. Zie hiervoor punt 9.

6.2.2.4. Via een getuigschrift van een examencommissie

Een personeelslid kan zijn vereiste kennis van het Nederlands als bestuurstaal of als verplichte tweede taal aantonen via een getuigschrift van een door de Vlaamse overheid ingerichte of erkende examencommissie.

Momenteel worden geen taalexamens georganiseerd door een door de Vlaamse overheid ingerichte of erkende examencommissie.

Een personeelslid kan de vereiste kennis van het Nederlands echter wel aantonen via deelname aan een examen dat wordt ingericht door een door het CNaVT erkende instelling. Voor meer informatie zie punt 6.2.2.3.

7. Overgangsmaatregel voor het Frans als onderwijstaal en het Nederlands als verplichte tweede taal of als bestuurstaal

De nieuwe regeling betreffende de vereiste kennis van het Frans als onderwijstaal en het Nederlands als verplichte tweede taal treedt in werking op 1 september 2009 en vervangt de taalregeling die verankerd was in de onderwijstaalwet van 30 juli 1963.

Deze nieuwe regeling geldt vanaf 1 september 2009 ook voor de vereiste kennis van het Nederlands als bestuurstaal en vervangt de regeling die verankerd was in artikel 27 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van talen in bestuurszaken.

Een personeelslid dat in het ambt in kwestie vóór 1 september 2009 al werd aangesteld en voldeed aan de toenmalige regels (i.c. volgens de wet van 30 juli 1963 of de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966), wordt geacht te voldoen aan de nieuwe regeling m.b.t. de taalvereisten en kan dus in dat ambt aangesteld blijven of een nieuwe aanstelling krijgen.

Volgende situaties vallen onder deze algemene overgangsmaatregel:

1. Een personeelslid werd vóór 1 september 2009 aangesteld in een ambt op basis van een Franstalig bekwaamheidsbewijs. Het Franstalig bekwaamheidsbewijs waarop deze aanstelling steunt, blijft ook na 1 september 2009 gelden als bewijs van de vereiste taalkennis voor Frans als onderwijstaal voor dat ambt.

2. Een personeelslid werd vóór 1 september 2009 aangesteld in een ambt en bewees zijn vereiste taalkennis via een getuigschrift van grondige kennis van het Frans als onderwijstaal, behaald bij een taalexamencommissie van de Franse Gemeenschap. Dit getuigschrift blijft ook na 1 september 2009 gelden als bewijs van de vereiste taalkennis voor Frans als onderwijstaal voor dat ambt.

3. Een personeelslid werd vóór 1 september 2009 aangesteld als onderwijzer en belast met het onderricht van de tweede taal Nederlands. Dit personeelslid bewees zijn vereiste taalkennis via een getuigschrift van grondige kennis van de tweede taal Nederlands, behaald bij een taalexamencommissie van de Vlaamse gemeenschap. Dit getuigschrift blijft ook na 1 september 2009 gelden als bewijs van de vereiste taalkennis voor Nederlands als verplichte tweede taal.

4. Een personeelslid werd vóór 1 september 2009 aangesteld in een ambt en bewees de kennis van Nederlands als bestuurstaal op basis van een Nederlandstalig diploma. Dit diploma blijft ook na 1 september 2009 gelden als bewijs van de vereiste taalkennis voor Nederlands als bestuurstaal.

5. Een personeelslid werd vóór 1 september 2009 aangesteld in een ambt en bewees op basis van toen geldende bestuurstaalwetgeving de kennis van Nederlands als bestuurstaal via een getuigschrift behaald bij SELOR. Dit getuigschrift blijft ook na 1 september 2009 gelden als bewijs van de vereiste taalkennis voor Nederlands als bestuurstaal.

Voorbeeld

Een administratief medewerker wordt vanaf 1 september 2009 aangesteld op basis van een Nederlandstalige studiebewijs. Zij moet haar kennis van de onderwijstaal bewijzen op niveau B2. Vóór 1 september 2009 is zij al aangesteld geweest en is zij bij de examencommissie van de Franse Gemeenschap geslaagd voor het examen grondige kennis van de onderwijstaal Frans. Dit getuigschrift volstaat ook na 1 september 2009 als bewijs van de vereiste taalkennis.

Aandacht
De overgangsmaatregel geldt niet voor het personeelslid dat op basis van de wet van 30 juli 1963 vóór 1 september 2009 een of meerdere taalafwijkingen heeft verkregen.
Dit personeelslid moet nog steeds zijn vereiste taalkennis aantonen bij een aanstelling op of na 1 september 2009. Wel kan hij een nieuwe taalafwijking krijgen(zie punt 8).

8. Tijdelijke afwijking op de vereiste taalkennis als onderwijstaal, bestuurstaal of verplichte tweede taal

Als een directeur (in gemeenschapsonderwijs) of een inrichtende macht/schoolbestuur (in het gesubsidieerd onderwijs) moeilijkheden ondervindt om een personeelslid aan te werven dat beantwoordt aan de vereiste kennis van het Frans als onderwijstaal of aan de vereiste kennis van het Nederlands als bestuurstaal of als verplichte tweede taal, kan die voor het personeelslid een tijdelijke afwijking aanvragen op deze voorwaarde.

Deze tijdelijke afwijking geldt voor een duur van 3 kalenderjaren te rekenen vanaf de eerste aanstelling van het personeelslid in het ambt.

Tijdens de voormelde periode van 3 kalenderjaren komt het personeelslid niet in aanmerking voor een vaste benoeming, tenzij dit personeelslid voor het einde van deze termijn zijn taalkennis kan aantonen. De vaste benoeming kan dan ten vroegste ingaan op 1 januari volgend op het behalen van het getuigschrift of (deel)certificaat dat de taalkennis aantoont.

Aandacht
De tijdelijke afwijkingen die voor 1 september 2009 al aan een personeelslid zijn toegekend op basis van de vroegere taalregeling (wet van 30 juli 1963) vervallen door de nieuwe regeling. Als dit personeelslid op of na 1 september 2009 opnieuw aangesteld wordt, kan een nieuwe taalafwijking worden aangevraagd voor de duur van 3 kalenderjaren.

Hoe u de tijdelijke afwijking aanvraagt, vindt u terug in punt 9.

9. Praktische schikkingen

9.1. Voorleggen van getuigschriften of (deel)certificaten van taalkennis

Als een personeelslid zijn vereiste kennis van een taal kan bewijzen via een getuigschrift of (deel)certificaat van een taalopleiding of van een taalexamen, dan bezorgt u dit bewijsstuk via de gewone weg aan uw werkstation.

U neemt ook contact op met uw werkstation als u twijfelt aan de geldigheid van het getuigschrift of (deel)certificaat.

9.2. Hoe een taalafwijking aanvragen?

De aanvraag van een taalafwijking bij het ministerie van Onderwijs en Vorming gebeurt door in de RL-1, waarmee de opdracht van het personeelslid wordt gemeld, JA te noteren in het veld "Geen kandidaat vereiste taalkennis".

De procedure via een aanvraagformulier op papier vervalt.

Voorbeelden

Onderwijstaal Frans

Voorbeeld 1

Een school heeft op 1 september een vacature van 18/36 administratief medewerker en vindt geen kandidaat die naast de kennis van de bestuurstaal Nederlands ook nog de kennis van de onderwijstaal Frans kan bewijzen. Ze stelt een personeelslid aan met een Nederlandstalig diploma en vraagt voor de onderwijstaal een taalafwijking.

Elektronische zending:

RL-1 administratief medewerker 18/36 ato 2 van 01/09 tot en met 31/08 met in het veld "Geen kandidaat vereiste taalkennis": JA

 

Voorbeeld 2

Een Nederlandstalige secundaire school met een Franstalige afdeling heeft op 1 september een voltijdse vacature van leraar secundair onderwijs belast met het geven van het vak wiskunde in zowel de Nederlandstalige als in de Franstalige afdeling en vindt geen kandidaat die naast de kennis van de bestuurstaal Nederlands ook nog de kennis van de onderwijstaal kan aantonen. De school stelt een personeelslid aan met een Nederlandstalig diploma en vraagt voor de onderwijstaal Frans een taalafwijking aan.

Elektronische zending:

RL-1 leraar 20/20 ato 2 van 01/09 tot en met 30/06 met in het veld "Geen kandidaat vereiste taalkennis": JA

Bestuurstaal Nederlands

Voorbeeld 1

Een school heeft op 1 januari een voltijdse vacature van onderwijzer en vindt geen kandidaat die naast de kennis van de onderwijstaal Frans ook nog de kennis van de bestuurstaal Nederlands kan bewijzen. Ze stelt een personeelslid aan met een Franstalig diploma en vraagt voor de bestuurstaal een taalafwijking.

Elektronische zending:

RL-1 onderwijzer 24/24 ato 2 van 01/01 tot en met 30/06 met in het veld "Geen kandidaat vereiste taalkennis": JA

Voorbeeld 2

Een Nederlandstalige secundaire school met een Franstalige afdeling heeft op 1 september een voltijdse vacature van leraar secundair onderwijs belast met het geven van de vakken mechanica en elektriciteit in zowel de Nederlandstalige als in de Franstalige afdeling en vindt geen kandidaat die naast de kennis van de onderwijstaal Frans ook nog de kennis van de bestuurstaal Nederlands kan aantonen. De school stelt een personeelslid aan met een Franstalig diploma en vraagt voor de bestuurstaal Nederlands een taalafwijking aan.

Elektronische zending:

RL-1 leraar 29/29 ato 2 van 01/09 tot en met 30/06 met in het veld "Geen kandidaat vereiste taalkennis": JA

Tweede taal Nederlands in het basisonderwijs

Een school heeft op 1 september een voltijdse vacature voor een opdracht van onderwijzer in het derde leerjaar, waar het personeelslid belast zal worden met 4 lestijden Nederlands. Omdat ze geen kandidaat vindt die de kennis van deze verplichte tweede taal Nederlands kan bewijzen, stelt ze een personeelslid aan op basis van een Franstalig diploma en vraagt een afwijking voor de tweede taal Nederlands (= niveau B2 voor spreken en luisteren en niveau B1 voor schrijven en lezen). Omdat dit een hoger niveau is dan het niveau dat vereist is voor de bestuurstaal Nederlands (= niveau A2), moet geen aparte taalafwijking gevraagd worden voor de bestuurstaal.

 

Elektronische zendingen: 

RL-1 onderwijzer 20/24 ato2 van 01/09 tot en met 30/06

RL-1 onderwijzer vakcode Nederlands 04/24 ato 2 van 01/09 tot en met 30/06 met in het veld "Geen kandidaat vereiste taalkennis": JA 

Deze RL's worden in één en hetzelfde bericht verstuurd