Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de prestatieregeling en de vaststelling van het recht op een salaris in een ambt in de centra voor volwassenenonderwijs

  • goedkeuringsdatum
    26 FEBRUARI 2010
  • publicatiedatum
    B.S.22/03/2010
  • datum laatste wijziging
    01/09/2017

COORDINATIE

B.Vl.R. 27-5-2011 - B.S. 20-6-2011

B.Vl.R. 21-9-2012 - B.S. 22-10-2012

B.Vl.R. 11-3-2016 - B.S. 20-4-2016

B.Vl.R. 10-3-2017 - B.S. 10-4-2017

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek, artikel IX.3;

Gelet op het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 130;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 maart 1965 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der leergangen met beperkt leerplan afhangend van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de begroting, gegeven op 3 september 2009;

Gelet op protocol nr. 713 van 8 januari 2010 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op protocol nr. 479 van 8 januari 2010 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op het advies 47.743/1 van de Raad van State, gegeven op 11 februari 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het ondersteunend personeel van de centra voor volwassenenonderwijs die worden gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van hoofdstuk 2, dat niet van toepassing is op de personeelsleden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die het bevorderingsambt van directeur uitoefenen in een centrum voor volwassenenonderwijs.

HOOFDSTUK 2. - De prestatieregeling

Art. 2.

Het aantal prestatie-eenheden voor een ambt met volledige prestaties in de wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel wordt vastgesteld als volgt :

[leraar secundair volwassenenonderwijs :

a) 20 lestijden van 50 minuten als het ambt wordt uitgeoefend in de volgende studiegebieden :

1) Aanvullende algemene vorming;

2) Administratie;

3) Algemene vorming;

4) Assistentie vrije zorgberoepen, als het gaat om de opleiding farmaceutisch technisch assistent;

5) Bedrijfsbeheer;

6) Bibliotheek-, archief- en documentatiekunde;

7) Bijzondere educatieve noden;

8) Chemie;

9) Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2;

10) Europese neventalen richtgraad 1 en 2;

11) Europese talen richtgraad 3 en 4;

12) Fotografie;

13) Grafische communicatie en media;

14) Hebreeuws;

15) Informatie- en communicatietechnologie;

16) Logistiek en verkoop;

17) Maritieme diensten;

18) Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2;

19) Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4;

20) Oosterse talen;

21) Printmedia;

22) Scandinavische talen;

23) Slavische talen;

b) 20 lestijden van 50 minuten als het ambt wordt uitgeoefend in de geletterdheidsmodules Nederlands en Leren leren;

c) 21 lestijden van 50 minuten als het ambt wordt uitgeoefend in de volgende studiegebieden :

1) Ambachtelijk erfgoed, als het gaat om de opleidingen Boekvergulder, Hulpboekbinder, Manueel Boekbinder en Manueel Boekbinder-Boekvergulder;

2) Toerisme;

d) 22 lestijden van 50 minuten als het ambt wordt uitgeoefend in de volgende studiegebieden :

1) Algemene personenzorg;

2) Assistentie vrije zorgberoepen, als het gaat om de opleiding Tandartsassistent;

3) ICT-technieken;

4) Lassen;

5) Mechanica-elektriciteit;

6) Specifieke personenzorg;

e) 23 lestijden van 50 minuten als het ambt wordt uitgeoefend in de volgende studiegebieden :

1) Ambachtelijk erfgoed, als het gaat om de opleidingen Klavierinstrumentenbouwer-Hersteller, Strijkinstrumentenbouwer-Hersteller en Tokkelinstrumentenbouwer-Hersteller;

2) Auto;

3) Groot transport;

4) Koeling en warmte;

5) Land- en tuinbouw;

6) Lichaamsverzorging;

7) Textiel;

f) 24 lestijden van 50 minuten als het ambt wordt uitgeoefend in de volgende studiegebieden :

1) Afwerking bouw

2) Ambachtelijke accessoires, als het gaat om de opleidingen Accessoires, Breien, Briljanteerder, Diamantbewerker, Diamantsnijder, Edelsteenzetter, Goudsmid, Juweelhersteller, Kruiswerker, Marokijnbewerker, Mode en Interieur, Mode en Textielverkoop, Modist, Schoenhersteller, Schoenmaker- Ontwerper, Uurwerkmaker en Zilversmid;

3) Ambachtelijk erfgoed, als het gaat om de opleidingen Hoefsmid, Siersmid en Vakman Houtsnijwerk;

4) Bakkerij;

5) Drankenkennis;

6) Horeca;

7) Meubelmakerij;

8) Mode: maatwerk;

9) Mode: realisaties;

10) Ruwbouw;

11) Schrijnwerkerij;

12) Slagerij;

g) 25 lestijden van 50 minuten als het ambt wordt uitgeoefend in de volgende studiegebieden :

1) Ambachtelijke accessoires, als het gaat om de opleidingen Afgeknoopte Draden, Borduren, Doorlopende draden en Naaldkant;

2) Huishoudhulp;

3) Huishoudelijk koken;

4) Huishoudelijke decoratie- en naaitechnieken;]

2° lector : 20 lestijden van 50 minuten.

B.Vl.R. 10-3-2017

Art. 3.

Het aantal prestatie-eenheden voor een ambt met volledige prestaties in de selectieambten en het bevorderingsambt van technisch adviseur-coördinator van het bestuurs- en onderwijzend personeel bedraagt 36 klokuren.

Art. 4.

Het aantal prestatie-eenheden voor een ambt met volledige prestaties in een wervingsambt van het ondersteunend personeel bedraagt 32 klokuren.

Art. 5.

Om het aantal prestatie-eenheden vast te stellen voor een ambt met onvolledige prestaties als vermeld in dit hoofdstuk, worden de prestatie-eenheden die voor het desbetreffende ambt worden vermeld in dit hoofdstuk, pro- rata toegepast.

[Art. 5/1.

Het personeelslid dat zitting heeft in een lokaal inspraakorgaan dat opgericht is door of krachtens een wet of een decreet, krijgt dienstvrijstelling om de vergaderingen van dat inspraakorgaan bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.]

B.Vl.R. 27-5-2011

HOOFDSTUK 3. - De vaststelling van het recht op een salaris

Art. 6.

§ 1. Het personeelslid dat aangesteld is in het ambt van directeur, heeft recht op een salaris dat wordt uitgedrukt in twintigsten.

§ 2. Het personeelslid dat aangesteld is in het ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs, adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs en specifieke lerarenopleiding, technisch adviseur of technisch adviseur-coördinator, heeft recht op een salaris dat wordt uitgedrukt in zesendertigsten.

§ 3. Het personeelslid dat aangesteld is in het ambt van administratief medewerker, heeft recht op een salaris dat wordt uitgedrukt in tweeëndertigsten.

§ 4. Het personeelslid dat aangesteld is in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs of lector heeft recht op een salaris dat wordt toegekend op basis van een opdracht die wordt berekend via de formule T/N.

Als het personeelslid wordt aangesteld voor een volledig schooljaar, wordt de formule T/N als volgt toegepast :

1° T = het aantal lestijden per module gedeeld door 40;

2° N = het aantal prestatie-eenheden voor een ambt met voltijdse prestaties, vermeld in artikel 2.

Als het personeelslid wordt aangesteld voor een periode die minder lang is dan een volledig schooljaar, wordt bij elke aanstelling in een module de formule T/N als volgt toegepast :

1° T = (X/40) * (300/Y) * (U/V), waarbij :

- X gelijk is aan het verplicht aantal te organiseren lestijden volgens het opleidingsprofiel waar de module deel van uitmaakt;

- Y gelijk is aan het aantal dagen dat het personeelslid in die module is aangesteld;

- U gelijk is aan het aantal lestijden van de module die georganiseerd zijn tijdens de periode van aanstelling van het personeelslid;

- V gelijk is aan het totale aantal effectief georganiseerde lestijden van de module;

2° N = het aantal prestatie-eenheden voor een ambt met voltijdse prestaties, vermeld in artikel 2.

Het personeelslid heeft recht op een volledig salaris als T/N = 1.

§ 5. In afwijking van paragraaf 4 heeft het personeelslid dat in het lineair georganiseerd onderwijs aangesteld is in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs of lector, recht op een salaris dat op weekbasis wordt toegekend op basis van een opdracht die wordt berekend via de formule T/N. In deze formule wordt verstaan onder :

1° T = het aantal lestijden per week waarmee de leraar secundair volwassenenonderwijs of lector belast is;

2° N = het aantal prestatie-eenheden voor een ambt met voltijdse prestaties, vermeld in artikel 2.

HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen

Art. 7.

In artikel 3bis van het koninklijk besluit van 10 maart 1965 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der leergangen met beperkt leerplan afhangend van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 8.

In artikel 32bis, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2001, worden de woorden "onderwijs voor sociale promotie" vervangen door het woord "volwassenenonderwijs".

Art. 9.

In artikel 33bis, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2001, worden de woorden "onderwijs voor sociale promotie" vervangen door het woord "volwassenenonderwijs".

Art. 10.

In artikel 37 van hetzelfde besluit worden de woorden "onderwijs voor sociale promotie" vervangen door het woord "volwassenenonderwijs".

HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen

Art. 11.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2010.

Art. 12.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.