Opvangverlof met het oog op adoptie en pleegvoogdij

  • referentie
    PERS/2011/03
  • publicatiedatum
    23/05/2011
  • datum laatste wijziging
    23/08/2013
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 1994 betreffende het opvangverlof voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding met het oog op adoptie en pleegvoogdij
  • contact
  • Vanaf 1 september 2013 is er een wijziging m.b.t. de ingangsdatum van het opvangverlof: het opvangverlof kan starten tot vier maanden volgend op de datum waarop het kind effectief in het gezin wordt opgenomen met het oog op adoptie of pleegvoogdij. In geval van een intrafamiliale adoptie wordt bovendien het bewijs geleverd dat het verzoekschrift tot adoptie is ingediend.

1. Op wie is deze omzendbrief van toepassing?

Deze omzendbrief geldt voor de:

1° personeelsleden bedoeld in artikel 2, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;

2° personeelsleden bedoeld in artikel 4, §1 decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra;

3° leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs;

4° personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.

Voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden gelden de bepalingen van deze omzendbrief enkel voor de afwezigheid die ligt binnen de periode van hun aanstelling.

2. Voorwaarden voor het opvangverlof

Tijdelijke, vastbenoemde en tot de proeftijd toegelaten personeelsleden hebben recht op het opvangverlof wanneer ze een kind jonger dan tien jaar opnemen in hun gezin met de bedoeling om dit kind te adopteren of om er de pleegvoogdij over uit te oefenen.

Enkel het personeelslid dat effectief adopteert of de pleegvoogdij uitoefent kan het opvangverlof verkrijgen. Dit betekent dat als beide gehuwde of samenwonende partners het kind effectief adopteren of er de pleegvoogdij over uitoefenen ze beiden van het verlof kunnen genieten.

Opmerking: pleegvoogdij mag niet worden verward met pleegzorg.

Pleegvoogdij vindt haar wettelijke basis in artikel 475 bis van het Burgerlijk Wetboek.
De overeenkomst waarbij pleegvoogdij tot stand komt wordt vastgesteld bij authentieke akte.

Pleegvoogd zijn is niet hetzelfde als een pleegkind opnemen in zijn gezin. In dat geval is er sprake van pleegzorg. Hierbij wordt een kind of jongere (tijdelijk) opgenomen in een ander gezin wanneer de ouders onvoldoende in staat blijken te zijn om zelf hun kind(eren) de nodige zorg te bieden. Bij pleegzorg is er geen recht op opvangverlof met het oog op adoptie of pleegvoogdij.

3. Toekenning van het adoptieverlof

Het opvangverlof wordt toegekend door de inrichtende macht aan de personeelsleden vermeld in punt 1, 1° en 2°. Aan de personeelsleden vermeld in punt 1, 3° en 4°, wordt het opvangverlof toegekend door de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde.

4. Aanvang van het opvangverlof

Het opvangverlof kan op twee momenten ingaan:

- ofwel binnen een periode van vier maanden volgend op de datum waarop het kind effectief in het gezin wordt opgenomen met het oog op adoptie of pleegvoogdij. Het bewijs van het tijdstip van opname moet blijken uit een getuigschrift van domiciliëring dat wordt afgeleverd door de gemeente.

In geval van een intrafamiliale adoptie wordt bovendien het bewijs geleverd dat het verzoekschrift tot adoptie is ingediend. Onder intrafamiliale adoptie moet worden begrepen : de adoptie van een kind dat tot in de vierde graad verwant is met de adoptant, met zijn echtgenoot of met de persoon met wie hij samenwoont, zelfs als die persoon overleden is, of van een kind dat het dagelijkse leven op duurzame wijze gedeeld heeft met de adoptant of de adoptanten met een relatie, zoals geldt voor ouders, vóór de adoptant of de adoptanten stappen met het oog op de adoptie hebben ondernomen.

Als de procedure tot intrafamiliale adoptie niet leidt tot een effectieve adoptie, dan wordt de periode van afwezigheid omgezet in een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden;

- ofwel op de dag van de afreis van het personeelslid naar het buitenland, op voorwaarde dat bij de terugkeer in België de adoptie tot stand gekomen is. Is er bij de terugkeer geen adoptie gebeurd, dan wordt deze periode van afwezigheid omgezet in een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden.

5. Duur van het opvangverlof

Het opvangverlof bedraagt:

· Maximum zes ononderbroken weken als het opgenomen kind nog geen drie jaar is bij de aanvang van het opvangverlof;

· maximum vier ononderbroken weken als het opgenomen kind drie jaar of ouder is bij de aanvang van het opvangverlof.

Wanneer het opgenomen kind mindervalide is, wordt de maximumduur van het opvangverlof verdubbeld.

Als op een zelfde datum meer dan één kind in het gezin wordt opgenomen, geeft dit geen recht op een verlenging van de maximumduur van het opvangverlof.

Let op: het opvangverlof wordt verminderd met tien werkdagen wanneer het personeelslid dat adopteert al omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling heeft opgenomen.

6. Dienstvrijstelling voor het volgen van het voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie

Personeelsleden die het verplichte voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie volgen hebben recht op dienstvrijstelling om afwezig te zijn voor de nodige duur om het voorbereidingsprogramma te volgen. Na afloop van het programma staven zij hun aanwezigheid met een bewijs van deelname bij de inrichtende macht. De leden van de inspectie leveren het bewijs van deelname via hiërarchische weg aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn gemachtigde.

7. Administratieve en geldelijke toestand van het personeelslid

7.1. Gedurende het opvangverlof

Het opvangverlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.

Het verlof komt in aanmerking voor het bepalen van de ambts-, dienst-, geldelijke en sociale anciënniteit.

Het opvangverlof telt niet mee om de duur van de proeftijd te berekenen.

Het personeelslid heeft gedurende dit verlof recht op salaris of salaristoelage en op verhoging tot een hoger salaris of hogere salaristoelage.

Het verlof komt volledig in aanmerking voor de vaststelling van het rustpensioen.

7.2. Gedurende de dienstvrijstelling

De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.

Het personeelslid heeft gedurende de dienstvrijstelling recht op salaris of salaristoelage en op verhoging tot een hoger salaris of hogere salaristoelage.

8. Vervanging

8.1. Gedurende het opvangverlof

Een personeelslid dat afwezig is wegens opvangverlof kan vervangen worden indien de afwezigheid ten minste 10 aaneensluitende werkdagen bedraagt.

Bij een afwezigheid van minder dan 10 werkdagen is vervanging o.a. mogelijk:

- in een school of in een vestigingsplaats van een school

  • in het gewoon basisonderwijs: indien u in een vestigingsplaats per onderwijsniveau minder dan 72 lestijden inricht in het ambt van onderwijzer of kleuteronderwijzer;
  • in het buitengewoon basisonderwijs: indien u in een vestigingsplaats per onderwijsniveau minder dan 66 lestijden inricht in het ambt van onderwijzer ASV of kleuteronderwijzer ASV.

- in alle onderwijsniveaus voor het bevorderingsambt van directeur;

- in het basisonderwijs op grond van de vervangingseenheden voor korte afwezigheden (omzendbrief PERS/2005/23).

8.2. Gedurende de dienstvrijstelling

Vervanging is mogelijk: 

- in een school of in een vestigingsplaats van een school

  • in het gewoon basisonderwijs: indien u in een vestigingsplaats per onderwijsniveau minder dan 72 lestijden inricht in het ambt van onderwijzer of kleuteronderwijzer;
  • in het buitengewoon basisonderwijs: indien u in een vestigingsplaats per onderwijsniveau minder dan 66 lestijden inricht in het ambt van onderwijzer ASV of kleuteronderwijzer ASV;

- in alle onderwijsniveaus voor het bevorderingsambt van directeur;

- in het basisonderwijs op grond van de vervangingseenheden voor korte afwezigheden (omzendbrief PERS/2005/23)."

9. Melding aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen

9.1. Melding van het opvangverlof

De school moet geen attesten opsturen naar het werkstation. Ze moet het verlof enkel melden met een DO 007.

9.2. Melding van de dienstvrijstelling voor het volgen van het voorbereidingsprogramma

De school moet geen attesten opsturen naar het werkstation. Ze moet de dienstvrijstelling voor het volgen van het voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie enkel melden met een DO 157 “dienstvrijstelling in het kader van het verplichte voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie”.

Deze dienstvrijstelling meldt u enkel als er een vervanger wordt aangesteld (zie punt 8.2.).

Als de vervanger wordt aangesteld op basis van een reglementaire vervanging (dus niet op basis van vervangingseenheden voor korte afwezigheden), moet de dienstonderbreking gemeld worden zowel bij de titularis als bij de vervanger. Bij de titularis gebeurt dit via een RL-2 met aanduiding van de DO-code 157. Bij de vervanger wordt de DO-code 157 aangegeven in het veld "dienstonderbreking te vervangen persoon".

Voorbeeld

In een vestigingsplaats van een kleuterschool waar minder dan 72 lestijden ingericht worden in het ambt van kleuteronderwijzer krijgt een kleuteronderwijzeres op 4 mei dienstvrijstelling om het voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie te volgen. De school stelt een vervanger aan op 4 mei.

- Voor de titularis: een RL-2 met aanduiding “dienstvrijstelling in het kader van het verplichte voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie” en DO-code 157. - Voor de vervanger: een RL-1 opdrachtenpakket van 04/05 tot en met 04/05 in ATO 1 ter vervanging van de titularis, afwezig wegens “dienstvrijstelling in het kader van het verplichte voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie” en DO-code 157.

Als de vervanger wordt aangesteld op basis van vervangingseenheden voor korte afwezigheden, wordt de dienstonderbreking enkel gemeld bij de vervanger, niet bij de titularis. Bij de vervanger wordt de DO-code 157 aangegeven in het veld "dienstonderbreking te vervangen persoon". Voor meer informatie over de correcte melding, zie de omzendbrief Vervanging van korte afwezigheden (omzendbrief PERS/2005/23)."