Mandaat van directeur in een centrum voor leerlingenbegeleiding: administratieve en geldelijke regeling

  • Geldelijke en administratieve regeling voor de houder van het mandaat van directeur in een centrum voor leerlingenbegeleiding.

1. Inleiding

Het bevorderingsambt van directeur in een centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) wordt sinds 1 september 2000 bij mandaat toegewezen.

De geëigende administratieve en geldelijke regeling die voor de mandaathouder uitgetekend was in Hoofdstuk II van het besluit van 26 januari 2001 bleef maar voor 1 schooljaar van kracht.

Met ingang van 1 september 2011 wordt die regeling opnieuw ingevoerd. Voor personeelsleden die vanuit een onderliggende vaste benoeming in het niet-tertiair onderwijs aangesteld worden in het mandaat van directeur in een CLB, wordt vanaf dan het verlof voor de uitoefening van het mandaat van directeur toegepast, en niet langer een andere regeling, zoals bv. het verlof tijdelijk andere opdracht (verlof TAO).

2. Administratieve en geldelijke toestand van de mandaathouder

2.1. Administratieve toestand

2.1.1. Verlof om het mandaat van directeur uit te oefenen

De personeelsleden die vastbenoemd zijn in of toegelaten zijn tot de proeftijd in een ambt in het niet-tertiair onderwijs en die dat ambt als hoofdambt uitvoeren, krijgen een verlof om het mandaat van directeur uit te oefenen in een CLB.

Het schoolbestuur, het centrumbestuur of de inrichtende macht die het personeelslid vast benoemd heeft, kent het verlof toe voor de volledige opdracht waarvoor het personeelslid vastbenoemd is en voor de duur van het mandaat.

Het verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.

Het personeelslid heeft tijdens het verlof geen recht op salaris of salaristoelage voor de betrekking waarvoor het verlof krijgt. Het personeelslid krijgt immers een salaris of salaristoelage voor het mandaat. Zie daarvoor punt 2.2.

2.1.2. Verloven, terbeschikkingstellingen en afwezigheden binnen het mandaat van directeur

De houder van een mandaat van directeur kan elke vorm van verlof, terbeschikkingstelling of afwezigheid verkrijgen als hij voldoet aan alle terzake geldende voorwaarden. Voor de toekenning van een verlof, terbeschikkingstelling of afwezigheid, worden de personeelsleden die het mandaat van directeur uitoefenen via het hierboven in punt 2.1.1 vermelde verlof, voor het volume van dat verlof als vastbenoemd beschouwd.

2.2. Geldelijke toestand van de directeur in een CLB

In dit punt wordt onder salaris ook salaristoelage verstaan.

De houder van het mandaat in het bevorderingsambt van directeur van een CLB heeft recht op een salaris, berekend op basis van de salarisschaal die vastgelegd is in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding. Meer informatie daarover kunt u vinden in de omzendbrief CLB/2007/01 Actualisering bekwaamheidsbewijzen centra voor leerlingenbegeleiding.

De mandaathouder die vastbenoemd is in of toegelaten is tot de proeftijd in een ambt in het niet-tertiair onderwijs, ontvangt voor het volume waarvoor hij vastbenoemd is of tot de proeftijd toegelaten, een salaris als vastbenoemde. Voor het resterende deel van de opdracht van mandaathouder wordt het personeelslid zoals een tijdelijk personeelslid bezoldigd.

De andere mandaathouders ontvangen het salaris als een tijdelijk personeelslid.

Voorbeeld

Een voltijds mandaathouder heeft onderliggend een halftijdse benoeming als psychopedagogisch consulent.  Hij krijgt zijn salaris als directeur van een CLB halftijds als vastbenoemd personeelslid uitbetaald en halftijds als tijdelijk personeelslid.

Het personeelslid ontvangt het salaris vanaf de dag waarop hij het mandaat effectief opneemt.

Het personeelslid behoudt het salaris gedurende de vakantieperioden, vermeld in artikel80 en 81 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, als die binnen de periode van de toewijzing als mandaathouder vallen.

De geldelijke toestand van de mandaathouder die gebruik maakt van een verlof, terbeschikkingstelling of afwezigheid, wordt geregeld overeenkomstig de specifieke voorschriften van dat verlof, die terbeschikkingstelling of die afwezigheid. Voor de geldelijke toestand tijdens het verlof, de terbeschikkingstelling of de afwezigheid worden de personeelsleden die het mandaat van directeur uitoefenen via het hierboven in punt 2.1.1 vermelde verlof, voor het volume van dat verlof als vastbenoemd beschouwd.

3. Praktische schikkingen

Bij de melding van de opdracht van de mandaathouder gelden de volgende aandachtspunten:

- de ATO is steeds 2 (vacante betrekking) of 1 (niet-vacante betrekking);

- de einddatum is oneindig bij een vacante betrekking of de laatste dag van de dienstonderbreking van de titularis bij een niet-vacante betrekking;

- voor het verlof voor uitoefening mandaat van directeur CLB is een aparte DO-code voorzien: DO 112 (VUM directeur CLB). 

 

Voorbeeld 1

 

Een zuiver tijdelijk personeelslid wordt van 15 september 2011 tot en met 5 oktober 2011 voltijds aangesteld in het mandaat van directeur CLB ter vervanging van een mandaathouder met ziekteverlof.

 

- RL-1 10/10 directeur CLB ATO 1 van 15/09/2011 tot 05/10/2011 ter vervanging van personeelslid x afwezig wegens ziekte.

 

Voorbeeld 2

 

Een halftijds vastbenoemd psychopedagogisch consulent wordt  via een verlof voor uitoefening van een mandaat met ingang van 1 september 2011 voltijds aangesteld in een vacante betrekking van directeur CLB in dezelfde instelling. 

 

In één en hetzelfde bericht:

- RL-1 5/10 psychopedagogisch consultent ATO 4 met 5/10 DO 112 (VUM directeur CLB) van 01/09/2011 tot 31/12/4444.

- RL-1 10/10 directeur CLB ATO 2 van 01/09/2011 tot 31/12/4444. 

 

Omdat mandaathouders met een onderliggende benoeming vóór 1 september 2011 gemeld werden overeenkomstig de principes van TAO, d.w.z. met een verlof TAO op de vastbenoemde opdracht en het kenmerk T (van TAO) in de opdracht van mandaathouder, moeten alle betrokken mandaathouders met ingang van 1 september 2011 opnieuw gemeld worden overeenkomstig bovenvermelde principes.