Bijzonder Decreet houdende regeling van de bestuurlijke organisatie en werking van twee fusiehogescholen

  • goedkeuringsdatum
    13 juli 2012
  • publicatiedatum
    B.S.14/09/2012
  • datum laatste wijziging
    25/06/2014

COORDINATIE

Bijz. decr. 25-4-2014 - B.S. 25-6-2014

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :

BIJZONDER DECREET houdende regeling van de bestuurlijke organisatie en werking van twee fusiehogescholen

Titel 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit bijzonder decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Titel 2. - Fusie

Art. 2.

§ 1. Op 1 oktober 2013 worden twee hogescholen opgericht op grond van respectievelijk :

1° een fusie tussen de Artesis Hogeschool Antwerpen en de Plantijn-Hogeschool van de provincie Antwerpen;

2° een fusie tussen de XIOS Hogeschool Limburg en de Provinciale Hogeschool Limburg.

De bestuurlijke organisatie en de werking van de hogescholen die voortkomen uit de fusies, vermeld in het eerste lid, beantwoorden aan de eisen, gesteld bij of krachtens dit bijzonder decreet.

De hogescholen die voortkomen uit de fusies, vermeld in het eerste lid, worden hierna de hogescholen genoemd.

§ 2. De hogescholen beschikken over publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid en treden naar buiten onder de naamgeving, bepaald in hun organiek reglement.

Titel 3. - Fundamentele kenmerken

HOOFDSTUK 1. - Doel

Art. 3.

Het doel van de hogescholen is hoger onderwijs verstrekken in een pluralistisch perspectief, gericht op een actieve erkenning en waardering van de verschillende ideologische, filosofische en godsdienstige strekkingen, en met de bestuurlijke autonomie als grondslag.

HOOFDSTUK 2. - Bestuurlijke autonomie

Afdeling 1. - Algemeen

Art. 4.

De hogescholen bezitten binnen de grenzen van het recht volledige vrijheid van handelen om hun zending uit te voeren.

Afdeling 2. - Bestuurlijke inrichting

Art. 5.

Elke hogeschool beschikt over een organiek reglement waarin de fundamentele regels aangaande de bestuurlijke inrichting zijn vastgelegd.

Het organiek reglement kan de hogeschool opdelen in entiteiten met functionele autonomie, met behoud van de toepassing van artikel 6 van het bijzonder decreet van 4 april 2003 betreffende de deelname van gemeenschapsinstellingen aan de associaties in het hoger onderwijs.

Bij of krachtens het organiek reglement kunnen interne organen met een bijzondere opdracht worden belast en kunnen advies- en overlegorganen en interne beroepscommissies worden ingesteld.

Art. 6.

De bij dit bijzonder decreet aan het inrichtingsorgaan verleende bevoegdheden kunnen niet aan enig ander orgaan of persoon worden toegewezen of gedelegeerd.

De bij dit bijzonder decreet aan het bestuursorgaan en de algemeen directeur verleende bevoegdheden kunnen evenwel worden toegewezen, gedelegeerd en verder gedelegeerd aan een of meer bestuurders, de algemeen directeur, of overige organen of personeelsleden van de hogeschool.

Het bestuursorgaan ziet toe op de behoorlijke uitoefening van de toegewezen en gedelegeerde bevoegdheden.

Afdeling 3. - Participaties zonder overdracht van onderwijsinrichtende bevoegdheden

Art. 7.

De hogescholen kunnen rechtspersonen oprichten, daarin deelnemen of zich daarin laten vertegenwoordigen, voor zover daarbij geen bevoegdheden als onderwijsinrichtende macht worden overgedragen.

Het eerste lid geldt met behoud van de toepassing van de bij of krachtens decreet bepaalde algemene regels betreffende :

1° de deelname van hogescholen in rechtspersonen;

2° het beheer van studentenvoorzieningen.

Afdeling 4. - Overdracht en overname van onderwijsinrichtende bevoegdheden

Onderafdeling 1. - Associaties

Art. 8.

De hogescholen zijn ertoe gemachtigd deel te nemen in een associatie in het hoger onderwijs, met inachtneming van de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk II, van het bijzonder decreet van 4 april 2003 betreffende de deelname van gemeenschapsinstellingen aan de associaties in het hoger onderwijs.

Onderafdeling 2. - Overdracht en overname van opleidingen

Art. 9.

Hogescholen kunnen opleidingen overdragen aan en overnemen van een of meer andere onderwijsinstellingen in zoverre dat verenigbaar is met de eventuele door de onderwijsregelgeving gestelde voorwaarden.

Titel 4. - Bestuurlijke inrichting

HOOFDSTUK 1. - Inrichtingsorgaan

Afdeling 1. - Taakstelling

Onderafdeling 1. - Algemene taken

Art. 10.

Het inrichtingsorgaan houdt toezicht op het vervullen van de zending van de hogeschool door het bestuursorgaan en staat het bestuursorgaan met raad terzijde.

Onderafdeling 2. - Bijzondere taken

Art. 11.

Het inrichtingsorgaan is belast met :

1° het goedkeuren van :

a) de strategische doelstellingen;

b) het organiek reglement;

c) het pedagogische project;

d) de rechtspositieregeling van de student;

e) de algemene reglementering aangaande de deontologie en de evaluatie van het personeel;

f) overdrachten en overnames van onderwijsinrichtende bevoegdheden overeenkomstig artikel 8 en artikel 9;

g) de begroting, de jaarrekening, het jaarverslag en het strategische meerjarenplan;

2° het benoemen en ontslaan van de niet-ambtshalve bestuurders in de schoot van het bestuursorgaan;

3° het verlenen van kwijting aan de bestuurders;

4° het aanstellen en ontslaan van de algemeen directeur;

5° het aanwijzen van een revisor.

De op grond van het eerste lid, 1°, goed te keuren reglementen en beleidsdocumenten worden aan het inrichtingsorgaan voorgelegd door het bestuursorgaan. Het inrichtingsorgaan kan op eigen initiatief aanpassingen aanbrengen aan de voorstellen van het bestuursorgaan.

Indien een reglement of beleidsdocument aan de goedkeuringsbevoegdheid van het inrichtingsorgaan is onderworpen, dan geldt dit ook ten aanzien van wijzigingen van dat reglement of beleidsdocument.

Afdeling 2. - Samenstelling

Onderafdeling 1. - Algemeen

Art. 12.

Het inrichtingsorgaan is samengesteld uit een bestuurlijke geleding, een personeelsgeleding en een studentengeleding.

Art. 13.

De grootte van elke geleding wordt vastgelegd in het organiek reglement, met dien verstande dat het aantal leden binnen de bestuurlijke geleding groter is dan het gezamenlijke aantal leden binnen de personeelsgeleding en de studentengeleding.

De mandaten worden toegekend voor een hernieuwbare termijn waarvan de duur in het organiek reglement wordt bepaald en die ten hoogste vier academiejaren bedraagt.

Het organiek reglement omvat de fundamentele regels betreffende de organisatie van de aanwijzingen en verkiezingen. Deze fundamentele regels voorzien in afdoende waarborgen opdat beide geslachten in de schoot van het inrichtingsorgaan gelijkwaardig zijn vertegenwoordigd. Ten minste geldt dat ten hoogste twee derde van de leden van het inrichtingsorgaan bestaat uit personen van hetzelfde geslacht.

Het organiek reglement kan bepalen dat aan leden van het inrichtingsorgaan een vergoeding wordt toegekend.

Art. 14.

De leden van het inrichtingsorgaan nemen de zending van de hogeschool en het organiek reglement in acht.

Het organiek reglement bepaalt op welke wijze een lid kan worden uitgesloten bij kennelijk wangedrag of grove nalatigheid.

Onderafdeling 2. - Bestuurlijke geleding

Art. 15.

De bestuurlijke geleding bestaat uit :

1° vertegenwoordigers van door het organiek reglement aangewezen instanties, meer bepaald :

a) voor de werking van de hogeschool relevante provinciale en lokale overheden;

b) eventueel, voor zover het organiek reglement daartoe besluit, onderwijsinrichtende machten;

2° gezaghebbende personen uit de sociale, economische en culturele milieus.

De leden, vermeld in het eerste lid, 2°, worden gecoöpteerd door een gemeenschappelijke vergadering van de leden, vermeld in het eerste lid, 1°, de personeelsgeleding en de studentengeleding, beslissend bij meerderheid van stemmen. De coöptatie geschiedt op voordracht van de leden, vermeld in het eerste lid, 1°.

De leden van de bestuurlijke geleding zijn geen personeelslid of student van de hogeschool.

Onderafdeling 3. - Personeelsgeleding

Art. 16.

De personeelsgeleding omvat verkozen vertegenwoordigers van het personeel van de hogeschool.

Het bestuursorgaan legt het kiesreglement vast, rekening houdend met de in het organiek reglement bepaalde fundamentele regels betreffende de organisatie van de verkiezingen.

Onderafdeling 4. - Studentengeleding

Art. 17.

De studentengeleding omvat verkozen vertegenwoordigers van de studenten van de hogeschool.

Het bestuursorgaan legt het kiesreglement vast, rekening houdend met de in het organiek reglement bepaalde fundamentele regels betreffende de organisatie van de verkiezingen.

Afdeling 3. - Werking

Onderafdeling 1. - Voorzitterschap

Art. 18.

Het inrichtingsorgaan kiest binnen of buiten zijn leden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter die voorgedragen worden door de bestuurlijke geleding.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter kunnen buiten de leden van het inrichtingsorgaan worden gekozen. Zij beschikken ook in dat geval over stemrecht en worden voor de bepaling van het quorum en de stemverhoudingen beschouwd als leden van de bestuurlijke geleding.

Art. 19.

§ 1. De voorzitter legt de agenda van de vergaderingen vast overeenkomstig het organiek reglement en roept de vergaderingen samen.

§ 2. In behoorlijk gemotiveerde spoedeisende omstandigheden neemt de voorzitter met betrekking tot materies die tot de bevoegdheid van het inrichtingsorgaan behoren, alle nodige maatregelen om de belangen van de hogeschool te vrijwaren.

De op grond van het eerste lid genomen beslissingen worden op de eerstvolgende vergadering aan het inrichtingsorgaan voorgelegd, die ze kan herroepen of wijzigen voor zover aan de beslissingen nog geen uitvoering is gegeven.

Onderafdeling 2. - Stemrechten en volmachten

Art. 20.

Ieder aanwezig lid kan één stem uitbrengen.

Elk lid kan drager zijn van ten hoogste één volmacht. Volmachten worden schriftelijk gegeven en gelden voor één vergadering.

Onderafdeling 3. - Quorum, stemverhoudingen en geheime stemming

Art. 21.

Het inrichtingsorgaan vergadert rechtsgeldig indien voldaan is aan beide hiernavolgende voorwaarden :

1° meer dan de helft van de leden is aanwezig in eigen persoon of vertegenwoordigd bij volmacht;

2° elke geleding is vertegenwoordigd door ten minste één lid dat aanwezig is in eigen persoon of vertegenwoordigd is bij volmacht.

Indien tijdens een eerste vergadering het quorum, vermeld in het eerste lid, niet werd bereikt, dan kan worden opgeroepen tot een nieuwe vergadering die gehouden kan worden zonder dat voldaan is aan het eerste lid.

Art. 22.

De beslissingen van het inrichtingsorgaan worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt verstaan : meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.

Het organiek reglement kan voor bepaalde aangelegenheden bijzondere meerderheden voorschrijven.

Indien bij het nemen van een beslissing geen van de leden de stemming vraagt, wordt het voorstel geacht bij consensus te zijn aangenomen.

Art. 23.

Stemmingen over personen zijn geheim.

Onderafdeling 4. - Verbod van belangenvermenging

Art. 24.

Het is voor een lid verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning, vermeld in artikel 145 van het Burgerlijk Wetboek, hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld.

Het organiek reglement omschrijft de functies en hoedanigheden die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van het inrichtingsorgaan.

Onderafdeling 5. - Overige aanwezigen

Art. 25.

De algemeen directeur woont de vergaderingen bij met raadgevende stem.

Art. 26.

Het inrichtingsorgaan kan occasioneel leden van adviesorganen en deskundigen uitnodigen, zonder dat aan hen stemrecht kan worden verleend.

Onderafdeling 6. - Schriftelijke procedure

Art. 27.

De leden van het inrichtingsorgaan kunnen in de door het organiek reglement toegelaten gevallen eenparig en schriftelijk besluiten nemen die tot de bevoegdheid van het inrichtingsorgaan behoren.

Onderafdeling 7. - Nadere regels

Art. 28.

De nadere werkingsregels van het inrichtingsorgaan worden opgenomen in het organiek reglement.

HOOFDSTUK 2. - Bestuursorgaan

Afdeling 1. - Taakstelling

Onderafdeling 1. - Bestuur

Art. 29.

Het bestuursorgaan bestuurt de hogeschool en beschikt daartoe over alle bevoegdheden die niet uitdrukkelijk aan een ander bestuursorgaan zijn toegekend.

Onderafdeling 2. - Coördinatie

Art. 30.

Indien het bestuursorgaan vaststelt dat een orgaan van de hogeschool, met uitzondering van het inrichtingsorgaan, zijn taken kennelijk verwaarloost, dan kan het bestuursorgaan de nodige voorzieningen treffen.

De nodige voorzieningen, vermeld in het eerste lid, kunnen inhouden dat :

1° het bestuursorgaan de aangelegenheid bepaalt waarover het in gebreke blijvende orgaan moet beraadslagen en de termijn bepalen waarbinnen die beraadslaging moet plaatsvinden;

2° het bestuursorgaan zich in de plaats stelt van het orgaan;

3° de toewijzing van bevoegdheid of de delegatie opgeheven wordt;

4° het bestuursorgaan de beslissingen van het orgaan gedurende een door het bestuursorgaan bepaalde en verlengbare termijn afhankelijk maakt van het voorafgaande advies of de voorafgaande instemming van het bestuursorgaan of de door het bestuursorgaan aangewezen persoon of instantie binnen de hogeschool.

Afdeling 2. - Samenstelling

Art. 31.

§ 1. Het bestuursorgaan bestaat uit ambtshalve bestuurders en niet-ambtshalve bestuurders.

§ 2. De ambtshalve bestuurders zijn de voorzitter van het inrichtingsorgaan en de algemeen directeur.

Indien het organiek reglement voorziet in een functie van algemeen beheerder, dan zetelt deze eveneens als ambtshalve bestuurder.

Het organiek reglement bepaalt over de algemeen directeur en, in voorkomend geval, over de algemeen beheerder of zij zetelen met raadgevende dan wel met beslissende stem en of zij meegerekend worden bij de bepaling van het quorum en de stemverhoudingen.

§ 3. Er zijn ten minste drie niet-ambtshalve bestuurders, die voor een periode van vier academiejaren worden benoemd door het inrichtingsorgaan op voordracht van de ambtshalve bestuurders.

Meer dan de helft van de voorgedragen personen zijn personen die geen personeelslid of student zijn van de hogeschool.

Indien studenten van de hogeschool worden voorgedragen, dan geschiedt deze voordracht op grond van een rechtstreekse verkiezing of een getrapte verkiezing, in welk geval de betrokken studenten worden verkozen door de leden van de studentenraad. De studentenraad bepaalt de wijze van aanduiding. Bij de uitoefening van de bevoegdheden en prerogatieven van de studenten wordt rekening gehouden met de bij decreet bepaalde algemene regels op het vlak van de rechtspositie en de medezeggenschap van studenten.

Het organiek reglement kan bepalen dat aan bestuurders een vergoeding wordt toegekend.

§ 4. Beide geslachten zijn in de schoot van het bestuursorgaan gelijkwaardig vertegenwoordigd. Ten minste geldt dat ten hoogste twee derde van de leden van het inrichtingsorgaan bestaat uit personen van hetzelfde geslacht.

Afdeling 3. - Werking

Onderafdeling 1. - Voorzitterschap

Art. 32.

De voorzitter van het inrichtingsorgaan zit het bestuursorgaan voor.

Is de voorzitter verhinderd, dan neemt de oudste aanwezige bestuurder de functie van voorzitter op.

Art. 33.

In behoorlijk gemotiveerde spoedeisende omstandigheden neemt de voorzitter met betrekking tot materies die tot de bevoegdheid van het bestuursorgaan behoren, alle nodige maatregelen om de belangen van de hogeschool te vrijwaren.

De op grond van het eerste lid genomen beslissingen worden op de eerstvolgende vergadering aan het bestuursorgaan voorgelegd, die ze kan herroepen of wijzigen voor zover aan de beslissingen nog geen uitvoering is gegeven.

Onderafdeling 2. - Beraadslagingen en beslissingen

Art. 34.

Het bestuursorgaan kan enkel beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de bestuurders aanwezig is, in eigen persoon of bij volmacht.

Elke bestuurder kan drager zijn van ten hoogste één volmacht.

Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing op de bestuurders.

Art. 35.

De beslissingen van het bestuursorgaan worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Alle bestuurders zijn stemgerechtigd en kunnen één stem uitbrengen, met behoud van de toepassing van artikel 31, § 2, derde lid. Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt verstaan : meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.

Het organiek reglement kan voor bepaalde aangelegenheden bijzondere meerderheden voorschrijven.

Indien bij het nemen van een beslissing geen van de bestuurders de stemming vraagt, wordt het voorstel geacht bij consensus te zijn aangenomen.

Art. 36.

De bestuurders kunnen in de door het organiek reglement toegelaten gevallen eenparig en schriftelijk besluiten nemen die tot de bevoegdheid van het bestuursorgaan behoren.

Onderafdeling 3. - Nadere regels

Art. 37.

Het bestuursorgaan legt de nadere regels inzake zijn werking vast in een reglement van orde.

HOOFDSTUK 3. - Algemeen directeur

Art. 38.

De algemeen directeur is verantwoordelijk voor :

1° de uitvoering van de voor de werking van de hogeschool relevante regelgeving;

2° de uitvoering van reglementen en bestuurlijke beslissingen;

3° de coördinatie van de administratieve diensten, met inbegrip van het financieel beleid;

4° de goede uitvoering van de taken van de hogeschool op het vlak van onderwijs, dienstverlening, praktijkgericht onderzoek en in voorkomend geval onderzoek in de kunsten.

De algemeen directeur vertegenwoordigt de hogeschool in feite en in rechte. Een beslissing tot het optreden in rechte als eiser wordt evenwel genomen door de voorzitter van het bestuursorgaan en de algemeen directeur gezamenlijk.

Art. 39.

De algemeen directeur wordt aangesteld door het inrichtingsorgaan na een open oproep in het Belgisch Staatsblad.

Titel 5. - Interne controle, interne audit en toezicht

Art. 40.

Elke hogeschool beschikt over een systeem van interne controle en interne audit dat betrekking heeft op het geheel van haar activiteiten.

Art. 41.

Elke hogeschool staat onder het toezicht van de Vlaamse Regering, dat uitgeoefend wordt door een commissaris.

De nadere regels en de mogelijke gevolgen van het toezicht worden geregeld bij of krachtens decreet, met inachtneming van alle hiernavolgende beginselen :

1° de toezichtstaken van de commissarissen kunnen betrekking hebben op alle aspecten betreffende de legaliteit en het financieel evenwicht van het beleid van de hogeschool;

2° het toezicht kan aanleiding geven tot het instellen van een schorsend beroep door de commissaris en tot het opleggen, door de Vlaamse Regering, van een administratieve sanctie in de vorm van een schorsing van de toekenning van het geheel of een gedeelte van de uitkeringen van de hogeschool.

Titel 6. - [Beroep inzake evaluatie en tucht]

Bijz. decr. 25-4-2014

Art. 42.

[Het bestuursorgaan stelt de evaluatieprocedure met inbegrip van de criteria vast en stelt de leden van het college van beroep inzake evaluatie aan.

Het bestuursorgaan stelt de tuchtprocedure vast en stelt de leden van het college van beroep inzake tucht aan.]

Bijz. decr. 25-4-2014

Titel 7. - Slotbepalingen

HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen

Art. 43.

In artikel II.61, § 2, van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, gewijzigd bij decreten van 7 mei 2004, 20 februari 2009 en 1 juli 2011, wordt 4° vervangen door wat volgt :

"4° artikel 12, artikel 17 en artikel 31, § 3, derde lid, van het bijzonder decreet van 13 juli 2012 tot regeling van de bestuurlijke organisatie en werking van twee fusiehogescholen;".

Art. 44.

Aan artikel 266 van het Provinciedecreet van 9 december 2005 wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :

" § 3. De Plantijn-Hogeschool van de provincie Antwerpen en de Provinciale Hogeschool Limburg zijn niet onderworpen aan de regelingen van dit artikel.".

HOOFDSTUK 2. - Overgangsmaatregelen

Afdeling 1. - Rechtsopvolging

Onderafdeling 1. - Algemeen

Art. 45.

De hogescholen treden ingevolge de fusie, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, volkomen en onmiddellijk in de rechten en verplichtingen van respectievelijk :

1° de Artesis Hogeschool Antwerpen en de Plantijn-Hogeschool van de provincie Antwerpen;

2° de XIOS Hogeschool Limburg en de Provinciale Hogeschool Limburg.

Onderafdeling 2. - Opleidingen

Art. 46.

De hogescholen nemen de onderwijsbevoegdheid en opleidingen van de bij de fusie, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, betrokken hogescholen over, na het doorvoeren van de door de decreetgever geregelde overdracht van academische opleidingen aan universiteiten op 1 oktober 2013.

De overname van opleidingen, vermeld in het eerste lid, heeft ten aanzien van de betrokken opleidingen geen invloed op de lopende accreditatie, tijdelijke erkenning of erkenning als nieuwe opleiding. De overname van de betrokken opleidingen leidt er niet toe dat deze worden beschouwd als nieuwe opleidingen in hoofde van de hogeschool.

Onderafdeling 3. - Personeel

Art. 47.

De personeelsleden van enerzijds de Artesis Hogeschool Antwerpen en de Plantijn-Hogeschool van de provincie Antwerpen en anderzijds de XIOS Hogeschool Limburg en de Provinciale Hogeschool Limburg worden van rechtswege overgedragen aan de hogeschool die voortkomt uit de fusie, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, met behoud van alle rechten en verplichtingen die zij genoten in de instelling van oorsprong.

Het eerste lid geldt met behoud van de toepassing van de bij of krachtens decreet bepaalde algemene regels betreffende de overname van personeelsleden door een universiteit die academische hogeschoolopleidingen integreert overeenkomstig hoofdstuk Vbis van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap en titel III, hoofdstuk IV, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap.

Het eerste lid verhindert geenszins de opmaak van nieuwe personeelsreglementering in de schoot van de hogeschool.

Art. 48.

Totdat de decreetgever een eigenstandig syndicaal statuut voor alle hogescholen heeft vastgesteld, is de personeelsparticipatie in de hogescholen onderhevig aan de bij of krachtens decreet gestelde regelen met betrekking tot :

1° de hogeschoolonderhandelingscomités in de schoot van gesubsidieerde officiële hogescholen;

2° de departementale onderhandelingscomités in de schoot van gesubsidieerde officiële hogescholen, in zoverre het organiek reglement deze regels uitdrukkelijk van toepassing acht op een of meer entiteiten binnen de hogeschool;

3° de deelname door personeelsleden aan vergaderingen van lokale inspraakorganen en vergaderingen van de Vlaamse Onderwijsraad.

Onderafdeling 4. - Goederen

Art. 49.

§ 1. Alle roerende en onroerende goederen, met inbegrip van de daarmee verbonden zakelijke rechten, van enerzijds de Artesis Hogeschool Antwerpen en de Plantijn-Hogeschool van de provincie Antwerpen en anderzijds de XIOS Hogeschool Limburg en de Provinciale Hogeschool Limburg worden van rechtswege en om niet en zonder kosten van welke aard ook overgedragen aan de hogeschool die voortkomt uit de fusie, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid.

De overdrachten, vermeld in het eerste lid, zijn zonder verdere formaliteiten van rechtswege tegenstelbaar aan derden.

§ 2. Met behoud van de toepassing van § 1, tweede lid, wordt een lijst van de overgedragen onroerende goederen, inclusief overgedragen zakelijke rechten, opgemaakt door de hogeschool. Deze lijst wordt na goedkeuring door de Vlaamse Regering bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

§ 3. Voor ieder onroerend goed en elk zakelijk recht op een onroerend goed dat wordt overgedragen, bezorgt de instelling van oorsprong aan de betrokken hogeschool de akten en bescheiden, met inbegrip van de uittreksels uit de kadastrale leggers en uit het kadastraal plan, met vermelding van de rechten, lasten en verplichtingen verbonden aan het onroerend goed.

Onderafdeling 5. - Financiering

Art. 50.

De omvorming, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, wordt voor de toepassing van de regelgeving op de financiering van de werking van de hogescholen beschouwd als een herstructurering.

Afdeling 2. - Fusieovereenkomsten

Art. 51.

Voorafgaand aan de fusie, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, leggen de raden van bestuur van de Artesis Hogeschool Antwerpen en de Plantijn-Hogeschool van de provincie Antwerpen, evenals de raden van bestuur van de XIOS Hogeschool Limburg en de Provinciale Hogeschool Limburg, ten minste volgende regelingen vast in of bij een fusieovereenkomst :

1° de bestuurszetel van de hogeschool;

2° het eerste organiek reglement van de hogeschool;

3° de eerste aanwijzing van de vertegenwoordigers van voor de werking van de hogeschool relevante provinciale en lokale overheden en, eventueel, onderwijsinrichtende machten;

4° de eerste aanwijzing van gezaghebbende personen uit de sociale, economische en culturele milieus in het inrichtingsorgaan;

5° de eerste samenstelling van de personeelsgeleding van het inrichtingsorgaan, door middel van :

a) hetzij door de fusionerende hogescholen georganiseerde verkiezingen waarbij de personeelsleden van de fusionerende hogescholen één kiescollege vormen,

b) hetzij de aanwijzing van verkozen vertegenwoordigers van het personeel die zetelen in een beslissingsorgaan van een fusionerende hogeschool;

6° de eerste samenstelling van de studentengeleding van het inrichtingsorgaan, door middel van :

a) hetzij door de fusionerende hogescholen georganiseerde verkiezingen waarbij de studenten van de fusionerende hogescholen één kiescollege vormen,

b) hetzij de aanwijzing van verkozen vertegenwoordigers van de studenten die zetelen in een beslissingsorgaan of in de studentenraad van een fusionerende hogeschool;

7° de aanwijzing van de eerste voorzitter van het inrichtingsorgaan;

8° eventueel de aanwijzing van een algemeen directeur uit een fusionerende hogeschool als algemeen directeur van de hogeschool;

9° een ontwerp van lijst in de zin van artikel 49, § 2.

De toekenning van mandaten in het inrichtingsorgaan overeenkomstig het eerste lid, 3°, 4°, 5°, 6° en 7°, is niet onderworpen aan artikel 13, tweede en derde lid, artikel 15, tweede lid, artikel 16, artikel 17 en artikel 18, eerste lid. De fusieovereenkomst bepaalt de termijn waarvoor de eerste mandaten in het inrichtingsorgaan worden toegekend. Indien de eerste samenstelling van het inrichtingsorgaan niet voldoet aan de regel dat ten hoogste twee derde van de leden bestaat uit personen van hetzelfde geslacht, dan is deze termijn ten hoogste gelijk aan twee academiejaren.

HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding

Art. 52.

Dit bijzonder decreet treedt in werking op 1 oktober 2013, met uitzondering van artikel 51, dat in werking treedt op de datum van bekendmaking van dit bijzonder decreet in het Belgisch Staatsblad.