Volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en de CLB’s

  • referentie
    PERS/2013/01
  • publicatiedatum
    14/01/2013
  • datum laatste wijziging
    23/08/2013
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 11 februari 2000.
  • Voor personeelsleden geboren vóór 1 september 1954 wordt een combinatie van de bonus met een volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen mogelijk.
  • Voor de opening van het recht op een TBS voorafgaand aan het rustpensioen komen eveneens de kalenderjaren in aanmerking waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend op een vervroegd pensioen in de regeling van de werknemers of in een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel.

1. Voorwoord

De wet van 28 december 2011 heeft een aanpassing van de pensioenregelgeving doorgevoerd. Deze aanpassing houdt onder meer de optrekking in van:

  • de minimale leeftijdsgrens om met pensioen te gaan;
  • het aantal dienstjaren dat vereist is om het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist te openen.

De aanpassing van de pensioenleeftijd heeft tot gevolg dat er geen vaste minimale leeftijdsgrens om met pensioen te gaan meer zal bestaan voor de personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 januari 1953. Het recht op een vervroegd pensioen ten laste van de Schatkist wordt vanaf 1 januari 2013 voor elk personeelslid individueel bepaald: in de verdere teksten noemen we dit de “P-datum” of de datum waarop iemand aan de voorwaarden voldoet om met vervroegd pensioen te kunnen gaan.

Hierop aansluitend heeft de Vlaamse Regering beslist om de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen te koppelen aan de nieuwe pensioendatum waarop het personeelslid met vervroegd pensioen kan gaan. Dit betekent dat de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling mee opschuift, als de minimale leeftijd waarop iemand met pensioen kan gaan, later dan 60 jaar valt.

De kleuteronderwijzers die geboren zijn vanaf 1 januari 1959 zullen nog recht hebben op een periode van twee jaar terbeschikkingstelling. Voor alle andere personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 januari 1958, wordt de terbeschikkingstelling afgeschaft.

Er is een overgangsregeling uitgewerkt die de duur van de terbeschikkingstelling geleidelijk afbouwt. Tegelijkertijd zal het bedrag van het wachtgeld verlaagd worden tot een percentage van het huidige wachtgeld.

Deze omzendbrief vervangt de omzendbrief van 29 maart 2002- PERS/2002/03.

De volgende begrippen in de omzendbrief moeten omwille van de leesbaarheid, als volgt worden gelezen :

- "activiteitssalaris" als "activiteitswedde of activiteitsweddentoelage";
- "salaris" als "salaris of salaristoelage";
- "wachtgeld" als "wachtgeld of wachtgeldtoelage";
- "inrichtende macht" als "inrichtende macht, schoolbestuur of centrumbestuur".
 

Structuur van de omzendbrief

De vernieuwde regeling rond terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen bevat maatregelen die enerzijds specifiek genomen zijn voor de personeelsleden die uitsluitend aangesteld zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of kleuteronderwijzer ASV en anderzijds genomen zijn voor alle andere ambten. Bovendien hangen de modaliteiten van de nieuwe regeling ook af van de periode waarin de personeelsleden geboren zijn.

Om die reden wordt de omzendbrief ingedeeld  per soort ambt en per periode waarin de personeelsleden geboren zijn. 

U klikt de betreffende categorie aan en u krijgt meteen alle relevante informatie voor deze groep van personeelsleden.

2. Kleuteronderwijzer/kleuteronderwijzer ASV

2.1. Geboren voor 1 september 1954
2.2. Geboren vanaf 1 september 1954 en voor 1 januari 1958
2.3. Geboren in 1958
2.4. Geboren vanaf 1 januari 1959

3. Alle ambten met uitzondering van de ambten van kleuteronderwijzer/kleuteronderwijzer ASV

3.1. Geboren voor 1 september 1954
3.2. Geboren vanaf 1 september 1954 en voor 1 januari 1957
3.3. Geboren in 1957
3.4. Geboren vanaf 1 januari 1958

2.  Personeelsleden die uitsluitend aangesteld zijn als kleuteronderwijzer en/of kleuteronderwijzer ASV

2.1. Personeelsleden die geboren zijn voor 1 september 1954

2.1.1. Voorwoord

Deze personeelsleden kunnen nog genieten van:

  • enerzijds de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen; die kan ten vroegste ingaan 4 jaar voor het personeelslid recht heeft op een pensioen ten laste van de Schatkist (TBSP-4); 
  • anderzijds kunnen de personeelsleden die geboren zijn vóór 1 september 1954, nog blijven genieten van een bijkomende periode van terbeschikkingstelling, bonus genaamd.

Voor een vlottere leesbaarheid wordt de term volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen die ten vroegste 4 jaar voor het personeelslid recht heeft op een pensioen ten laste van de Schatkist kan ingaan, hier weergegeven als "TBSP-4”.

BONUS

De personeelsleden die geboren zijn vóór 1 september 1954 kunnen, naast een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, nog genieten van een bijkomende periode van terbeschikkingstelling. De duur van deze bijkomende terbeschikkingstelling is afhankelijk van de geldelijke anciënniteit die een personeelslid bezit. Hierdoor kunnen zij vóór de TBSP-4 uitstappen.

Het personeelslid dat deze bijkomende periode van terbeschikkingstelling opneemt, moet zonder onderbreking overstappen naar een TBSP-4 of met pensioen gaan. De bonus kan echter nooit ingaan vóór de leeftijd van 55 jaar, maar kan wel aanvangen of doorlopen na de leeftijd waarop het personeelslid aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. De bonus kan dus doorlopen na de “P-datum”.

Samengevat:
De volgende combinaties zijn mogelijk:

Van BONUS naar TBSP-4 naar PENSIOEN

Van BONUS naar PENSIOEN

2.1.2. De TBSP-4 – Specifieke kenmerken

2.1.2.1. Wie kan van een TBSP-4 genieten?

Deze terbeschikkingstelling kan worden verleend aan de personeelsleden die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of het ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming. De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden kan ten vroegste 4 jaar voor de datum waarop het personeelslid recht heeft op een pensioen ten laste van de Schatkist, ingaan.

2.1.2.2. Voorwaarden

De personeelsleden kunnen van een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen genieten, als zij op de vooravond van deze terbeschikkingstelling:

- vastbenoemd zijn;

- ten minste twintig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Voor die twintig dienstjaren mogen eveneens de kalenderjaren in aanmerking worden genomen waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend op een vervroegd pensioen in de regeling van de werknemers of in een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel.

- hun ambt uitoefenen als hoofdambt.

Om de twintig dienstjaren te vormen, tellen in hoofdzaak mee:

- alle diensten die in aanmerking komen voor de berekening van het salaris zonder evenwel rekening te houden met de leeftijdsbeperkingen voor onderwijsdiensten en andere openbare diensten;

- de militaire diensten;

- diensten als werknemer of als zelfstandige;

- de tijdsbonificatie wegens het bezit van diploma's.

De personeelsleden mogen bij de aanvang van de TBSP-4 geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

Aan de TBSP-4 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

2.1.2.3. Wie kent de TBSP-4 toe?

De inrichtende macht kent de terbeschikkingstelling toe op verzoek van het personeelslid.

De keuze van de TBSP-4 is onomkeerbaar. Dit betekent dat eens deze terbeschikkingstelling is ingegaan, het betrokken personeelslid zijn oorspronkelijke betrekking niet meer kan opnemen. Herindiensttreding is wel mogelijk (zie 2.1.6.1.2).

Belangrijke opmerkingen:

- De betrekking bekleed door een personeelslid dat een TBSP-4 opneemt, wordt vacant vanaf de datum waarop de terbeschikkingstelling ingaat.

- Het personeelslid dat ter beschikking is gesteld, blijft administratief aan de school, het centrum of de dienst verbonden tot aan het pensioen.

2.1.2.4. Omvang

De terbeschikkingstelling geldt voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid als vastbenoemde in hoofdambt titularis is in het onderwijs. De tijdelijke opdrachten moeten beëindigd worden om aan de voorwaarden te voldoen.

2.1.2.5. Aanvang en einde

2.1.2.5.1. Aanvang

De TBSP-4 kan aanvangen op één van de volgende drie data:

- 1 september

- 1 januari

- 1 april

De voorwaarden waaraan het betrokken personeelslid moet voldoen, moeten vervuld zijn op de vooravond van de terbeschikkingstelling.

Dit betekent dat de TBSP-4 ten vroegste 4 jaar voor de datum waarop het personeelslid aanspraak kan maken op een pensioen ten laste van de Schatkist, kan ingaan. Bovendien moet de TBSP-4 ingaan op 1 september, 1 januari of 1 april.

Voorbeelden :

a) Een kleuteronderwijzeres is geboren op 23 november 1953 en heeft recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist op 1/9/2017. De TBSP-4 kan ten vroegste ingaan op 1/9/2013.

b) Een kleuteronderwijzer ASV is geboren op 23 november 1953 en heeft recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist op 1/12/2017. De TBSP-4 kan ten vroegste ingaan op 1/1/2014. Omdat 1 december 2013 geen uitstapdatum is kan het personeelslid ten vroegste uitstappen op de eerstvolgende uitstapdatum: 1 januari 2014 .

c) Een kleuteronderwijzeres is geboren op 1 februari 1954 en heeft recht op een pensioen ten laste van de Schatkist op 1 mei 2017. Omdat 1 mei 2013 (4 jaar voor 1 mei 2017) geen uitstapdatum is kan het personeelslid ten vroegste uitstappen op 1 september 2013.

2.1.2.5.2. Einde

Aan de TBSP-4 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop de betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist (P-datum).

SPECIFIEKE SITUATIE -> TERBESCHIKKINGSTELLING WEGENS ZIEKTE

Er geldt een specifieke regeling voor personeelsleden die terbeschikking zijn gesteld wegens ziekte. Het personeelslid dat op de dag waarop de door hem aangevraagde volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen ingaat, reeds ter beschikking gesteld is wegens ziekte, wordt opgeroepen om te verschijnen voor de Cel Pensioenen van Medex. Als Medex het personeelslid definitief ongeschikt acht om zijn ambt uit te oefenen en het personeelslid de voorwaarden vervult om vroegtijdig op pensioen te worden gesteld, wordt de bonus of de TBSP-4 beëindigd door de pensionering van het personeelslid.

2.1.3. De bonus – specifieke kenmerken

2.1.3.1. Wie kan van deze bonus genieten?

De bonus kan worden verleend aan de personeelsleden die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of het ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming.

2.1.3.2. Voorwaarden

Een personeelslid kan een bijkomende periode van terbeschikkingstelling (= bonus) verkrijgen.

Dat maakt het mogelijk dat een personeelslid vóór de TBSP-4 of vóór de ingangsdatum van het rustpensioen kan uitstappen.

De personeelsleden kunnen deze bonus opnemen, als zij op de vooravond van de opname van de bonus:

vastbenoemd zijn;

- ten minste twintig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Voor die twintig dienstjaren mogen eveneens de kalenderjaren in aanmerking worden genomen waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend op een vervroegd pensioen in de regeling van de werknemers of in een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel.

- hun ambt uitoefenen als hoofdambt.

Om de twintig dienstjaren te vormen, tellen in hoofdzaak mee:

- alle diensten die in aanmerking komen voor de berekening van het salaris zonder evenwel rekening te houden met de leeftijdsbeperkingen voor onderwijsdiensten en andere openbare diensten;

- de militaire diensten;

- diensten als werknemer of als zelfstandige;

- de tijdsbonificatie wegens het bezit van diploma's.

Na het beëindigen van de bonus moet het personeelslid onmiddellijk overstappen naar de TBSP-4 of het pensioen. Dit betekent dat de TBSP-4 of het pensioen onmiddellijk en dus zonder onderbreking op de bonus moet aansluiten.

De bonus eindigt alleszins op de vooravond van de dag waarop het personeelslid het pensioen opneemt.

2.1.3.3. Wie kent de bonus toe?

Op verzoek van het personeelslid kent de inrichtende macht de bonus toe.

De bonus is onomkeerbaar. Dit betekent dat eens deze bonus is ingegaan, het betrokken personeelslid niet meer in dienst kan treden voor het volume van deze bonus.

Herindiensttreding is wel mogelijk (zie 2.1.6.1.2.).

Belangrijke opmerkingen:

- De opdracht waarvoor een personeelslid een bonus neemt, wordt vacant vanaf de datum van opname van de bonus.

- Het personeelslid dat bonus opneemt, blijft administratief verbonden aan de school, de instelling, het centrum of de dienst tot aan het pensioen.

2.1.3.4. Omvang

2.1.3.4.1. De grootte van de bonus

De bonus omvat een periode uitgedrukt in maanden, die 6,5% bedraagt van de geldelijke anciënniteit (uitgedrukt in maanden) die een personeelslid bezit op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het de leeftijd van 55 jaar bereikt.

Het resultaat van de berekening wordt naar boven afgerond.

U kan de bonus als volgt berekenen:

1° bepaal de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het personeelslid de leeftijd van 55 jaar bereikt;

2° bepaal de geldelijke anciënniteit op deze datum;

Indien een personeelslid meer dan één anciënniteit heeft op deze datum moet de grootste anciënniteit genomen worden;

3° bereken 6,5% van het aantal maanden geldelijke anciënniteit;

4° rond het resultaat naar boven af.

Dit resultaat geeft de grootte van de bonus aan als hij volledig wordt opgenomen (bijlage 1).

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een kleuteronderwijzeres is geboren op 23-09-1953. De geldelijke anciënniteit wordt bijgevolg berekend op 01-10-2008. Dit is de eerste dag van de maand volgend op de 55ste verjaardag.

Geld. anc. 

op 1/10/2008 

Aantal Maanden 

Bonus 6,5% 

Bonus afgerond volledig 

25 j 

300 

19,5 

20 

30j 11m 

371 

24,1 

25 

33j 5m 

401 

26,06 

27 

Voorbeeld 2

Een kleuteronderwijzer is geboren op 01-06-1954. De geldelijke anciënniteit wordt bijgevolg berekend op 01-07-2009. Voor iemand die op de eerste dag van een maand 55 jaar wordt, wordt de geldelijke anciënniteit berekend op de eerste dag van de maand volgend op de 55ste verjaardag.

Geld. anc. 

Op 1/7/2009 

Aantal Maanden 

Bonus 6,5% 

Bonus afgerond 

volledig 

 

25 j 

300 

19,5 

20 

30j 11m 

371 

24,1 

25 

33j 5m 

401 

26,06 

27 

2.1.3.4.2. Wijze van opname van de bonus

- volledig: dit houdt in dat een personeelslid geen prestaties meer levert.

Voorbeeld

a) Een kleuteronderwijzer ASV presteert 22/22 en wenst geen prestaties meer uit te oefenen. De bonus wordt aan 100% verrekend.

b) Een kleuteronderwijzer ASV presteert 8/22 en wenst geen prestaties meer uit te oefenen. Aangezien het personeelslid geen prestaties meer uitoefent wordt de bonus aan 100% verrekend.

- de helft: het personeelslid blijft wekelijks prestaties verrichten die de helft bedragen van zijn ambt met volledige prestaties.

De nog te verrichten prestaties moeten naar boven worden afgerond naar een volledig lesuur of een volledig uur.

Voorbeeld

a) Een kleuteronderwijzeres presteert 24/24 en wenst nog halftijds te presteren. De nog te verrichten prestaties bedragen 12/24.

b) Een kleuteronderwijzeres die 8/24 presteert, kan geen bonus aan de helft opnemen.

- een vierde: het personeelslid blijft wekelijks prestaties verrichten die drie vierde bedragen van zijn ambt met volledige prestaties.

De nog te verrichten prestaties moeten naar boven worden afgerond naar een volledig lesuur of een volledig uur.

Voorbeeld

a) Een kleuteronderwijzer ASV presteert 22/22 en wenst een bonus van een vierde op te nemen. Omdat de prestaties naar de hogere eenheid moeten afgerond worden, moet het personeelslid nog 17/22 (drie vierden) blijven presteren.

b)Een kleuteronderwijzeres presteert 24/24 en wenst een bonus van een vierde op te nemen.. Aangezien de prestaties nog 3/4 bedragen, zal het personeelslid nog 16/24 moeten blijven presteren.

De tijdsduur van de bonus is bijgevolg afhankelijk van de wijze van opname. Het aantal maanden bonus wordt verdubbeld als de bonus voor de helft wordt opgenomen en verviervoudigd als hij voor een vierde wordt opgenomen.

De bonus kan echter nooit ingaan voor de 55ste verjaardag.

Voorbeeld 1: duur van de bonus bij gedeeltelijke opname

Een kleuteronderwijzeres , geboren op 23-09-1953, wenst haar bonus op te nemen. Hoeveel maanden kan zij opnemen? De geldelijke anciënniteit op 01-10-2008 (1ste van de maand volgend op de leeftijd van 55 jaar) bedraagt 30j 11m.

1/10/2008 

Maanden 

Bonus 6,5% 

Bonus afgerond 

Bonus volledig 

Bonus 

de helft 

Bonus 

een vierde 

30 j 11 m 

371 m 

24,12 m 

25 m 

25 m 

50 m 

100 m 

Voorbeeld 2: duur van de bonus bij gedeeltelijke opname

Een kleuteronderwijzer is geboren op 23-08-1954. Het personeelslid beschikt over een bonus van 24 maanden. De P-datum van het personeelslid is 1/1/2016. Het personeelslid neemt de bonus op voorafgaand aan het rustpensioen

Dit personeelslid wenst vanaf 01-01-2013 tot 31-12-2014 (24 maanden) de bonus aan de helft op te nemen. Vervolgens neemt het zijn bonus volledig op vanaf 01-01-2015 tot 31-12-2015.

Grootte van de opgenomen bonus:

periode vanaf 01-01-2013 tot 31-12-2014: 24 maanden aan de helft of 12 maanden

periode van 01-01-2015 tot 31-12-2015: 12 maanden volledig

Van 01-01-2013 tot 31-12-2015 neemt het personeelslid 24 maanden bonus op.

BELANGRIJKE OPMERKING

Bij een gedeeltelijke opname van de bonus (1/4, 1/2) kunnen ENKEL OPDRACHTEN ALS VASTBENOEMDE in aanmerking komen.

Dit principe geldt:

- voor het volume waarvoor een bonus wordt genomen
- voor de prestaties die het personeelslid nog moet blijven verrichten als het de bonus deeltijds opneemt.

Het gevolg is dat personeelsleden die een gecombineerde opdracht (vastbenoemde en tijdelijke) uitoefenen, geen bonus kunnen krijgen.
Het personeelslid kan voor de tijdelijke opdracht geen TBSP-4 of bonus verkrijgen, en moet de tijdelijke opdracht beëindigen om aan de gestelde voorwaarden te voldoen. Tijdelijke diensten kunnen alleen nog verstrekt worden als het personeelslid opnieuw in actieve dienst treedt (zie herindiensttreding).
Personeelsleden die naast hun vastbenoemde opdracht, een opdracht uitoefenen als contractueel personeelslid (= een personeelslid waarop de bepalingen van de decreten rechtspositie niet van toepassing zijn), kunnen deze prestaties op contractuele basis verder zetten maar vallen onder de cumulatieregelgeving zoals toegelicht in punt 2.1.6.2.

Voorbeeld

Een kleuteronderwijzer ASV presteert 7/22 als tijdelijke en 15/22 als vastbenoemde op de ingangsdatum van de bonus.

Mogelijkheden: het personeelslid kan

- volledig uitstappen; het wachtgeld wordt berekend aan 15/22 en het mag dan geen tijdelijke prestaties meer uitoefenen.

- de helft uitstappen: het personeelslid presteert nog 11/22 en het wachtgeld wordt berekend aan 3/22. De tijdelijke opdracht van 7/22 moet beëindigd worden.

- een vierde uitstappen : niet mogelijk

2.1.3.4.3. Overstap naar een groter volume bonus

Het personeelslid kan overstappen van een vierde naar een halve of een volledige of van een halve naar een volledige bonus.

De overstap kan enkel gebeuren op 1 september, 1 januari of 1 april.

2.1.3.5. Aanvang en einde

2.1.3.5.1. Aanvang

2.1.3.5.1.1. Vaste ingangsdata

  • 1 september
  • 1 januari
  • 1 april

De overstap van een vierde bonus naar een halve of een volledige bonus of van een halve naar een volledige bonus, moet gebeuren op één van deze data.

2.1.3.5.1.2. Vroegst mogelijke ingangsdatum

De datum waarop bonus ten vroegste kan ingaan wordt als volgt bepaald:

1° bepaal de ingangsdatum (persoonlijke keuze van het personeelslid) van de TBSP-4 (1/9, 1/1, 1/4) of het pensioen;

De vroegste ingangsdatum ligt maximaal 4 jaar voor de datum waarop het personeelslid aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist en valt samen met één van de drie uitstapdata;

2° bepaal de grootte van de bonus ( zie berekeningswijze punt 2.1.3.4.1.);

3° bepaal de wijze van opname van de bonus (zie punt 2.1.3.4.2.) en bereken het aldus bekomen aantal maanden;

4° het aantal maanden bonus zoals bepaald in punt 3° wordt afgetrokken van de gekozen uitstapdatum: het resultaat van dit verschil is de terugrekeningsdatum;

5° de vroegst mogelijke aanvangsdatum is de uitstapdatum (1/1, 1/4, 1/9) die onmiddellijk voorafgaat aan de terugrekeningsdatum, maar gelegen is na de 55ste verjaardag.

Indien de terugrekeningsdatum samenvalt met één van de drie uitstapdata, dan is deze datum uiteraard de aanvangsdatum en niet de voorgaande uitstapdatum.

Opgelet!

De bonus kan ten vroegste ingaan op de eerste uitstapdatum na het bereiken van de leeftijd van 55 jaar.

Voorbeelden

Personeelslid neemt bonus volledig op

Voorbeeld 1

Een kleuteronderwijzeres is geboren op 23-08-1954 en heeft ten vroegste recht op een rustpensioen op 1 maart 2019 (P-datum). De geldelijke anciënniteit wordt berekend op 01-09-2009.Dit is de eerste dag van de maand volgend op de 55ste verjaardag.

Geld anc. op 1/09/2009 

Aantal 

Maanden 

Bonus 

6,5% 

Bonus 

afgerond 

Ingangs 

datum 

TBSP-4 

P-datum 

Na aftrek bonus 

Vroegst mogelijke ingangs-datum bonus 

25 j 

300 

19,5 

20 

01-04-2015 

01-03-2019 

01-08-2013 

01-04-2013 

30j 11m 

371 

24,1 

25 

01-04-2015 

01-03-2019 

01-03-2013 

01-01-2013 

33j 5m 

401 

26,06 

27 

01-04-2015 

01-03-2019 

01-01-2013 

01-01-2013 

Personeelslid neemt bonus gedeeltelijk op

Voorbeeld 2

Een kleuteronderwijzer is geboren op 23-08-1954 wenst de bonus aan de helft op te nemen vanaf 1 januari 2013. Het personeelslid heeft ten vroegste recht op een rustpensioen op 01-10-2018 (P-datum).

Geld. anc. op 1/09/2009 

Aantal Maanden 

Bonus 6,5% 

Bonus afgerond 

Bonus 1/2FT 

Datum TBSP-4 

P-datum 

Na aftrek bonus 

Vroegst mogelijke ingangsda-tum bonus 

30 j11 m 

371 

24,1 

25 

50 

01-01-2015 

01-10-2018 

01-11-2010 

01-9-2010 

In dit voorbeeld had het personeelslid al veel vroeger kunnen uitstappen en zal het dus niet meer al de bonus kunnen opnemen.

Bonus gevolgd door pensioen

Voorbeeld 3

Een kleuteronderwijzeres is geboren op 1 oktober 1953 en wil op 1 september 2017 met pensioen gaan. Het personeelslid wil de bonus halftijds opnemen.

De geldelijke anciënniteit voor de berekening van de bonus bedraagt 33 jaar (op 1 november 2009).

Geld. anc. op 1/11/2008 

Aantal Maanden 

Bonus 6,5% 

Bonus afgerond Aan 1/2 

P-datum 

Na aftrek bonus 

Vroegst mogelijke ingangsdatum 

bonus 

33 j 

396 

25,74 

52 

01-09- 2017 

01-05-2013 

01-04-2013 

Het personeelslid beschikt over 52 maanden(26x2) halftijdse bonus.

2.1.3.5.2. Einde

De bonus moet ononderbroken doorlopen tot aan het begin van de TBSP-4 of het pensioen. Aan de bonus wordt een einde gesteld:

- op de vooravond van de dag waarop het personeelslid overstapt naar een TBSP-4;

- op de vooravond van de dag waarop het personeelslid met pensioen gaat.

SPECIFIEKE SITUATIE -> TERBESCHIKKINGSTELLING WEGENS ZIEKTE

Er geldt een specifieke regeling voor personeelsleden die terbeschikking zijn gesteld wegens ziekte. Het personeelslid dat op de dag waarop de door hem aangevraagde bonus of volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen ingaat, reeds ter beschikking gesteld is wegens ziekte, wordt opgeroepen om te verschijnen voor de Cel Pensioenen van Medex. Als Medex het personeelslid definitief ongeschikt acht om zijn ambt uit te oefenen en het personeelslid de voorwaarden vervult om vroegtijdig op pensioen te worden gesteld, wordt de bonus of de TBSP-4 beëindigd door de pensionering van het personeelslid.

2.1.3.6. Combinatie van bonus met TBSPA

Het personeelslid dat de bonus gedeeltelijk opneemt moet nog drie vierden of de helft van de volledige prestaties die voor het door hem uitgeoefende ambt bepaald zijn, blijven presteren.

Omwille van uitzonderlijke familiale redenen en binnen de termijnen die in het uitstapplan zijn vastgelegd, kan het personeelslid de opname van een deeltijdse bonus combineren met een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden.

Dit is echter enkel mogelijk indien de bonus reeds maximaal werd aangewend en er dus geen ruimte meer overblijft om over te stappen naar een andere wijze van opname van de bonus.

Het uitstapplan wordt in dit geval niet gewijzigd aangezien de ingangsdata van de bonus, de TBSP-4 en/of het pensioen niet gewijzigd worden.

Voorbeeld

Een kleuteronderwijzeres is vastbenoemd voor 24 lestijden en kan de TBSP-4 laten ingaan op 1/9/2014. Het beschikt over een bonus van 12 maanden en wenst die aan de helft op te nemen. De ingangsdatum van de bonus is dan 1/9/2012. Het personeelslid presteert vanaf dat ogenblik nog 12/24.

Het personeelslid kan omwille van uitzonderlijke familiale redenen, samen met de bonus, een TBSPA opnemen in de loop van deze periode voor 12/24.

In dit geval mag de duur overschreden worden van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden waarop het personeelslid volgens reglementaire bepalingen aanspraak kan maken. De duur van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden zoals hier bedoeld, is niet begrepen in de maximumduur van 5 jaar. Uiteraard moeten de overige bepalingen van deze dienstonderbreking nageleefd worden.

2.1.3.7. Combinatie van bonus met loopbaanonderbreking

Het personeelslid dat de bonus gedeeltelijk opneemt moet nog drie vierden of de helft van de volledige prestaties die voor het door hem uitgeoefende ambt bepaald zijn, blijven presteren.

Anderzijds kan het personeelslid in bepaalde omstandigheden nood hebben aan een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen. In dat geval kan een bonus gecombineerd worden met een volledige loopbaanonderbreking. De periodes waarvoor een personeelslid een volledige loopbaanonderbreking neemt voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen, worden dan beschouwd als prestaties.

Voorbeeld 1

Een onderwijzer is vastbenoemd voor 24 lestijden en neemt een bonus op waarbij hij nog halftijds moet blijven presteren. Zijn moeder wordt zwaar ziek en het personeelslid wenst twee maanden thuis te blijven om voor haar te zorgen. In dat geval kan het personeelslid een volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand vragen voor 12/24. De periode van loopbaanonderbreking wordt beschouwd als prestaties. Het personeelslid neemt voor 12/24 de bonus op en voor 12/24 een volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand.

Voorbeeld 2

Een onderwijzer algemene en sociale vorming is vastbenoemd voor 22 lestijden en neemt een bonus op waarbij hij nog drie vierden moet blijven presteren. Het personeelslid blijft dus nog 17/22 presteren en heeft een bonus voor 5/22. Zijn moeder wordt zwaar ziek en het personeelslid wenst twee maanden thuis te blijven om voor haar te zorgen. In dat geval kan het personeelslid een volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand vragen voor 17/22. De periode van loopbaanonderbreking wordt beschouwd als prestaties. Het personeelslid neemt voor 5/22 de bonus op en voor 17/22 een volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand.

2.1.4. Wachtgeld

2.1.4.1. Algemeen principe

Het personeelslid dat een bonus of een TBSP-4 krijgt, geniet een wachtgeld.

Het bedrag van het wachtgeld is gedurende de hele periode van deze bonus of deze terbeschikkingstelling, gelijk aan zoveel vijfenvijftigsten of zestigsten (= de pensioenbreuk) van het laatste activiteitssalaris als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt, naargelang de breuk voor de berekening van het pensioen in aanmerking is genomen 1/55 of 1/60 is.

Volgende diensten komen in aanmerking voor de pensioenbreuk 1/55:

• alle onderwijsdiensten die werden ingericht of gesubsidieerd door het Rijk of de Gemeenschappen, uitgezonderd de diensten in een CLB;

• in sommige welomschreven gevallen ook niet-gesubsidieerde onderwijsdiensten wanneer zij werden verricht vóór 1 januari 1992.

De diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuk 1/60 zijn de volgende:

• diensten in een CLB

• militaire diensten

• diensten aan de overheid of in een openbare administratie

2.1.4.2. Vermindering van het wachtgeld volgens leeftijd

Het bedrag zoals hiervoor berekend, wordt verminderd met een percentage van het laatste activiteitssalaris. Dit percentage is afhankelijk van de leeftijd waarop de bonus of de TBSP-4 wordt opgenomen; de vermindering neemt af naarmate de leeftijd stijgt waarop de TBSP-4 of de bonus aanvangt.

De vermindering bedraagt:
- 8% van het laatste activiteitssalaris voor wie de bonus op 55 jaar opneemt;
- 7% van het laatste activiteitssalaris voor wie de bonus of TBSP-4 op 56 jaar opneemt;
- 5% van het laatste activiteitssalaris voor wie de bonus of TBSP-4 op 57 jaar opneemt;
- 3% van het laatste activiteitssalaris voor wie de bonus of TBSP-4 op 58 jaar opneemt.

Bij uitstap op 59 jaar is er geen vermindering meer.

Opgelet: voor de berekening van het percentage van het laatste activiteitssalaris waarmee het wachtgeld wordt verminderd, wordt het laatste activiteitssalaris bedoeld zonder rekening te houden met de diensten die erkend zijn als nuttige ervaring.

Het op deze wijze berekende wachtgeld blijft ongewijzigd tijdens de ganse duur van de bonus en/of de TBSP-4, uitgenomen voor wat betreft de toepassing van de punten 2.1.4.6. en 2.1.4.7.

Het wachtgeld wordt berekend pro rata van de prestaties die worden stopgezet.

BEREKENING WACHTGELD

ALGEMEEN PRINCIPE

(pensioenbreuk 1/55 + pensioenbreuk 1/60) X LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS) verminderd met

PERCENTAGE OP HET LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS

2.1.4.3. Wat komt in aanmerking voor de berekening van het wachtgeld?

Voor de berekening van het wachtgeld komen de prestaties waarvoor het personeelslid vast benoemd is, in aanmerking.

Voorbeeld :

Een kleuteronderwijzer ASV wenst de bonus te laten ingaan op 1/1/2013 en heeft volgende prestaties op de vooravond van de bonus :

21/22 vast benoemd

1/22 tijdelijk

Het personeelslid beschikt eveneens over een niet-verworven salarisschaal voor een diploma hoger opvoedkundige studiën (DHOS).

Berekening

Het wachtgeld zal berekend worden op het salaris verbonden aan de vastbenoemde opdracht samen met het bedrag van de niet-verworven salarisschaal aan 21/22.

Voor de berekening van het wachtgeld worden, voor hun werkelijke duur, de diensten in aanmerking genomen die meetellen voor de berekening van het rustpensioen. Dit zijn de diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuken (zie punt 2.1.4.1). De omvang van de uitgeoefende opdracht heeft geen invloed op het aantal jaren die in aanmerking komen voor de berekening van het wachtgeld. De omvang is echter wel belangrijk voor de berekening van het laatste activiteitssalaris waarop het wachtgeld wordt bepaald.

Voorbeeld

Een personeelslid dat bijvoorbeeld 1 uur heeft gepresteerd gedurende 30 jaar, heeft 30 jaren die in aanmerking komen voor de geldelijke anciênniteit. Het laatste activiteitssalaris wordt berekend op de omvang van de vastbenoemde opdracht(en) op de vooravond van de TBSP-4 of de bonus.

Tellen NIET mee :

- de tijdsbonificatie wegens bezit van diploma's;

- de nuttige ervaring.

2.1.4.4. Voorbeelden: berekening van het niet-geïndexeerd brutowachtgeld


Voorbeeld 1: Een voltijdse betrekking

Gegevens

Een kleuteronderwijzeres, geboren op 03-09-1950, heeft een voltijdse opdracht aan barema 141. Ze beschikt over een geldelijke anciënniteit van 35 jaar1 maand en haar laatste vast benoemde activiteitsjaarsalaris op de vooravond van de vervroegde uitstap bedraagt 30.212,35 EUR.

De persoon is in dienst gekomen 11maand voor de minimumleeftijd van de salarisschaal, en beschikt bijgevolg over 36 jaar onderwijsdiensten. Dit cijfer is de teller van de breuk, waarop het wachtgeld wordt berekend. De noemer voor het onderwijzend personeel is 55.

Het personeelslid wenst uit te stappen op 56 jarige leeftijd. Bijgevolg is de leeftijdsaftrek gelijk aan 7%.

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap 1: berekening wachtgeld zonder leeftijdsvermindering

30.212,35 EUR/12 x 36/55 = 1.647,95 EUR

Stap 2: berekening leeftijdsvermindering

30.212,35 EUR/12 x 0,07 = 176,24 EUR

Stap 3: berekening van het maandwachtgeld

1.647,95 EUR – 176,24 EUR = 1.471,71 EUR

Voorbeeld 2: Deeltijdse uitstap

Gegevens

Een kleuteronderwijzeres ASV, geboren op 08-03-1954, wenst eerst halftijds uit te stappen en vervolgens volledig.

Ze heeft 30 jaar 11 maanden onderwijsdiensten en evenveel geldelijke anciënniteit.

De vast benoemde opdracht op de vooravond van de uitstap is 16/22. Het voltijdse jaarsalaris aan barema 141 bedraagt 30.212,35 EUR.

Het personeelslid stapt uit op 58 jaar, dus het percentage voor de leeftijdsvermindering bedraagt 3 % . Volgens de berekening van de PDOS ligt de vroegst mogelijke pensioendatum op 01-09-2015.

Het uitstapplan is als volgt:

- van 01-09-2012 tot 31-08-2014 : aan de helft

- van 01-09-2014 tot 31-08-2015: volledig

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap 1: berekening van het wachtgeld op basis van een volledige opdracht

30.212,35 EUR/12 x 30j11m/55 = 1415,25 EUR

30.212,35 EUR/12 x0,03 = 75,53 EURO vermindering voor de leeftijd.

Wachtgeld voor een volledige opdracht : 1.415,25 – 75,53 = 1.339,72 EUR

 

Stap 2: berekening van de bezoldiging bij een halve bonus

a) Berekening van het wachtgeld op basis van een ingeleverde opdracht van 5/22.

1.339,72 EUR x 5/22 = 304,48 EUR

b) berekening van het resterende salaris (= de helft, eventueel afgerond naar het hogere volledige lesuur)

salaris 11/22 = 30.212,35 EUR /12 : 2 = 1.258,85 EUR

De totale bezoldiging tijdens de halftijdse uitstap bedraagt:

304,48 EUR + 1.258,85 EUR = 1.563,33 EUR

Stap 3: berekening wachtgeld vanaf 01.09.2014 voor volledige uitstap

1.339,72 EUR x 16/22 = 974,34 EUR

Voorbeeld 3: Bonus wordt op verschillende wijzen opgenomen

Gegevens

Een kleuteronderwijzeres, geboren op 03-02-1954, is volledig vast benoemd en beschikt over 33 jaar onderwijsdiensten. Volgens de PDOS ligt de vroegst mogelijke pensioendatum op 01-01-2015. Haar laatste activiteitssalaris bedraagt 30.212,35 EUR aan barema 141. Het personeelslid stapt uit op 58-jarige leeftijd; het percentage voor de leeftijdsvermindering bedraagt 3 %.

Het uitstapplan is als volgt

Op 01-09-2012 voor ¼

Op 01-04-2013 voor ½

Op 01-01-2014 volledig

Berekening van het niet-geïndexeerd maandwachtgeld : 

Stap 1 : berekening van het wachtgeld voor een fulltime opdracht en een volledige uitstap

30.212,35 EUR/12 x 33/55 = 1.510,62 EUR

30.212,35 EUR/12 x 0,03 leeftijdsvermindering = 75,53

Volledig wachtgeld : 1.510,62 EUR – 75,53 EUR = 1.435,09 EUR

Stap 2 : berekening bezoldiging voor ¼ uitstap. Het personeelslid levert een opdracht van 6/24 in.

Berekening wachtgeld : 1.435,09 EUR x 6/24 = 358,77 EUR

Berekening resterend salaris : 30.212,35 EUR/12 x 18/24 = 1.888,27 EUR

Totale bezoldiging tijdens ¼ uitstap : 358,77 EUR + 1.888,27 EUR = 2.247,04 EUR

Stap 3 : berekening bezoldiging voor een ½ uitstap.

Berekening wachtgeld : 1.435,09 EUR x 12/24 = 717,54 EUR

Berekening resterend salaris : 30.212,35 EUR/12 x 12/24 = 1.258,85 EUR

Totale bezoldiging tijdens ½ uitstap : 717,54 EUR + 1.258,85 EUR = 1.976,39 EUR

Stap 4: berekening wachtgeld voor de volledige uitstap -> Zie stap1

Voorbeeld 4: Bonus onmiddellijk voorafgaand aan het rustpensioen

Het terugrekenen van de bonus mag ook gebeuren vanaf de pensioenleeftijd.

Gegevens

Een kleuteronderwijzer, geboren op 01-03-1954, heeft op 01.06.2009 een geldelijke anciënniteit van 32 jaar en 7 maand en beschikt over 10 maand legerdienst. De bonus bedraagt 26 maanden.

Het personeelslid wenst de bonus aan de helft op te nemen, terug te rekenen vanaf de ingangsdatum van het pensioen, die volgens PDOS ten vroegste valt op 01-09-2017. Het personeelslid kan vanaf die datum 52 maanden terugrekenen, waardoor het uitkomt op 01-04-2013. Bijgevolg kan het personeelslid vanaf 01-04-2013 de bonus aan de helft opnemen tot aan zijn pensioen.

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld

De onderwijsdiensten worden berekend op het ogenblik van de effectieve uitstap, dus in dit geval op 01-04-2013. Op 01-06-2009 had betrokkene 32jaar 7maand in aanmerking te nemen diensten. Hij is voltijds blijven doorwerken tot op de vooravond van de halftijdse opname bonus, nl. 01-04-2013.

In aanmerking te nemen diensten = 32j7m + 3j8m = 36 j3m aan pensioenbreuk 55

& 10 maand legerdienst aan pensioenbreuk 60

Betrokkene is op het ogenblik van de eerste opname bonus reeds ouder dan 59jaar. Er is dus geen leeftijdsvermindering

Stap 1: berekening wachtgeld

30.212,35 EUR /12 x 36j3m/55= 1.659,39 EUR

30.212,35 EUR /12 x 10m/60 = 34,97 EUR

Voltijds wachtgeld = 1.659,39 + 34,97 = 1.694,36 EURO

Stap 2 : Totale bezoldiging

30.212,35 EUR /12 : 2 = 1.258,85 EUR

1.694,36 EUR : 2 = 847,18 EUR

Totale bezoldiging : 1.258,85 + 847,18 = 2.106,03 EUR

Voorbeeld 5: Deeltijdse uitstap en geen maximale geldelijke anciënniteit

Een personeelslid dat nog niet aan zijn maximale geldelijke anciënniteit is gekomen kan, indien hij/zij deeltijds uitstapt, geldelijke anciënniteit opbouwen voor het deel dat hij/zij nog presteert.

Gegevens

Een kleuteronderwijzeres, geboren op 02-02-1954, heeft op 01-03-2009 een geldelijke anciënniteit van 20jaar5maand, wat resulteert in een bonus van 16 maanden. Ze kiest ervoor om op de eerste september, volgend op haar 58ste verjaardag halftijds uit te stappen (dus op 01-09-2012). Volgens de berekening van de PDOS ligt de vroegst mogelijke pensioendatum op 01-01-2017.

Berekening wachtgeld

Op het moment van uitstap heeft betrokkene volgende in aanmerking te nemen diensten :

20jaar5maand + 5 maand voor de minimumleeftijd van de salarisschaal + 3jaar 6maand (voor de periode 01-03-2009 tot 31-08-2012)

Ze is dan 58 jaar oud en de vermindering bedraagt 3 %. Ze wordt verloond aan salarisschaal 141. De geldelijke anciënniteit bedraagt dus 20j5m + 3j6m = 23j11m. Dit betekent een jaarsalaris van 28.351,81 EUR.

Stap 1: berekening wachtgeld voor voltijdse diensten

28.351,81 EUR/12 x 24j4m/55 = 1.045,29 EUR

28.351,81/12 x 0.03 = 70,88 EUR voor leeftijdsvermindering

Wachtgeld voor voltijdse diensten : 1.045,29 – 70,88 = 974,41 EUR

Stap 2: berekening bezoldiging voor ½ uitstap op 01-09-2012

Berekening wachtgeld : 974,41 EUR : 2 = 487,20 EUR

Berekening resterend salaris : 28.351,81/12 : 2 = 1.181,32 EUR

Totale bezoldiging bij ½ uitstap : 1.181, 32 + 487,20 = 1.668,52 EUR

Stap 3: berekening bezoldiging op 01-09-2014

Wachtgeld blijft ongewijzigd op 487,20 EUR

Berekening resterend salaris :29.282,08/12 : 2 = 1.220,08 EUR

Totale bezoldiging bij ½ uitstap : 1.220,08 + 487,20 = 1.707,28 EUR

De wachtgeldtoelage blijft dus onverminderd vastgesteld op 974,41 EUR voltijds.

De geldelijke anciënniteit voor de nog te verrichten prestaties wordt echter wel verhoogd (zie salaris m.i.v. 01-09-2014)

Meer informatie over de wijze waarop u vanuit het wachtgeld en salaris aan 100%, het nettowachtgeld of salaris per maand kunt berekenen, vindt u op website:

http://www.ond.vlaanderen.be/wedde

2.1.4.5. Overgang verlof, afwezigheid, TBS naar TBSP-4 of bonus

Voor het personeelslid dat overgaat van

  • een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties,
  • een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking,
  • een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen,
  • een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking,
  • een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen,
  • een terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid,

naar een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSP-4) of naar een bonus, wordt als laatste activiteitssalaris beschouwd, het salaris dat het personeelslid zou hebben genoten indien het zijn prestaties voorafgaand aan bovenvermelde dienstonderbrekingen tot op de vooravond van de volledige terbeschikkingstelling of bonus verder zou hebben uitgeoefend.

Specifieke situatie: de overgang van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA) naar een TBSP-4 of een bonus is mogelijk. Het wachtgeld wordt in dit geval berekend op basis van het activiteitssalaris op de vooravond van de TBSPA, rekening houdend met de bepalingen vermeld onder de punten 2.1.4.6 en 2.1.4.7.

2.1.4.6. Indexering van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld schommelt met het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het wordt aan het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld.

2.1.4.7. Perequatie van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld zal, in voorkomend geval, worden aangepast overeenkomstig de intersectorale akkoorden van sociale programmatie en de akkoorden van sectorale sociale programmatie.

Het bedrag van het wachtgeld zal echter niet worden aangepast rekening houdend met de salaristrappen die het resultaat zijn van de periodieke verhogingen binnen de salarisschaal, indien het personeelslid op het ogenblik van de terbeschikkingstelling of de bonus niet het maximum van de salarisschaal heeft bereikt.

2.1.4.8. Vakantiegeld en eindejaarstoelage

De perioden gedurende dewelke een personeelslid een bonus of TBSP-4 opneemt komen volledig in aanmerking voor de berekening van de eindejaarstoelage en het vakantiegeld.

2.1.5. Aanvraagprocedure 

2.1.5.1. Formulieren

2.1.5.1.1. De aanvraag

De aanvraag tot het bekomen van de bonus en de TBSP-4 moet opgesteld worden volgens het model dat als bijlage bij deze omzendbrief is gevoegd. Als een personeelslid zijn loopbaan alleen in het Vlaamse onderwijs heeft doorlopen, hoeft er geen apart loopbaanoverzicht te worden bijgevoegd. Heeft de aanvrager ook buiten het onderwijs gewerkt, dan is het raadzaam om een overzicht van de diensten buiten het onderwijs mee te sturen, inclusief de militaire diensten.

De voormelde aanvraag en het overzicht van de loopbaan moeten in dezelfde omslag, zonder toevoeging van andere documenten, worden opgestuurd.

Personeelsleden die aan bij meer dan één inrichtende macht fungeren, moeten per inrichtende macht een afzonderlijke aanvraag indienen.

2.1.5.1.2. Het uitstapplan

Als het personeelslid zijn bonus wenst op te nemen, vult hij/zij de daarvoor bedoelde tabel in op het aanvraagformulier.

Het personeelslid geeft in deze tabel een overzicht van de wijze waarop hij/zij de bonus gedurende de volledige periode wil opnemen.

De bonus loopt ononderbroken door tot aan de TBSP-4 of tot aan het pensioen. De bonus kan na de leeftijd waarop het personeelslid recht heeft op een rustpensioen ten laste van de Schatkist aanvangen of verder worden gezet.

De personeelsleden kunnen door middel van een internetmodule zelf de bonus berekenen en een uitstapplan uitstippelen. Deze internetmodule is te vinden op volgend website-adres:

www.ond.vlaanderen.be/uitstapplan

Deze module is alleen bedoeld voor personeelsleden geboren tussen 01-09-1947 en 31-08-1954. Voor personeelsleden die geboren zijn tussen 01-01-1953 en 31-08-1954 kan de begin-of einddatum van de TBSPA voorafgaand aan het rustpensioen voor aanvragen met een begindatum vanaf 01-09-2012 ook liggen na de eerste van de maand volgend op de maand waarin het personeelslid de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt. De internetmodule is hier niet aan aangepast. Hiervoor kan u contact opnemen met uw werkstation.

2.1.5.2. Indienen van de aanvraag

De aanvraag moet worden ingediend bij de inrichtende macht.

De inrichtende macht moet de ingediende aanvraag onmiddellijk doorzenden naar het bevoegde werkstation van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het betrokken personeelslid ontvangt van de inrichtende macht een bevestiging dat de aanvraag werd verstuurd. De inrichtende macht vermeldt hierbij eveneens de datum waarop zij deze aanvraag hebben ingestuurd.

2.1.5.3. Termijn

2.1.5.3.1. Indiening bij de inrichtende macht

De aanvraag voor het bekomen van een TBSP-4 en het uitstapplan met betrekking tot de opname van de bonus, moet uiterlijk drie maanden vóór de aanvangsdatum worden ingediend bij de  inrichtende macht. Deze termijn kan ingekort worden in overleg tussen het personeelslid en de inrichtende macht.

2.1.5.3.2. Insturen van een aanvraag naar het werkstation

Het Ministerie van Onderwijs en Vorming garandeert een tijdige afhandeling van het wachtgeld indien de inrichtende macht de aanvraagformulieren minstens 3 maanden voor de aanvangsdatum van de bonus of de terbeschikkingstelling indient bij het werkstation.

Om een vlotte afhandeling te bevorderen is het ten zeerste aangewezen de aanvraag met een ruimere marge in te dienen. De aanvraag moet bij het werkstation ten allerlaatste aankomen op de vooravond van de ingangsdatum van de uitstapregeling.

De personeelsleden die een aanvraag voor een bonus of een TBSP-4 hebben ingediend, ontvangen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming een schriftelijke bevestiging van de beslissing.

Als de personeelsleden één maand voor de ingangsdatum van de TBSP-4 of de bonus nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden onmiddellijk contact op te nemen met het werkstation.

Indien de personeelsleden op de ingangsdatum van de bonus of de TBSP-4 nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden hun opdracht verder te blijven uitoefenen.

2.1.5.4. Wijzigen van het uitstapplan

- Het personeelslid kan zijn uitstapplan wijzigen om uitzonderlijke familiale redenen. De wijze van opname van de bonus of de aanvangsdatum van de bonus kunnen hierdoor worden gewijzigd.

De wijziging van het uitstapplan gebeurt volgens onderstaande modaliteiten:

- de wijziging houdt in dat een personeelslid op een andere datum dan eerst gepland overstapt van een vierde bonus naar een halve of een volledige bonus of van een halve naar een volledige bonus. Een overstap naar een lager volume is niet mogelijk.

- De datum voor de overstap naar een hoger bonusvolume kan tijdelijk of definitief worden uitgesteld.

- de aanvraag voor de wijziging moet gebeuren volgens de hiervoor vermelde procedure: zie punten.2.1.5.1.1. - 2.1.5.1.2. - 2.1.5.2. en 2.1.5.3.

- de ingangsdatum van de bonus of de overstap naar een andere wijze van opname van de bonus moet gebeuren op één van de toegelaten data: 1 september, 1 januari en 1 april.

- de bonus moet voldoende groot zijn om de wijziging van dit uitstapplan mogelijk te maken.

- Enkel als er voldaan is aan deze voorwaarden kan het uitstapplan worden gewijzigd.

Voorbeeld

Gegevens

Een kleuteronderwijzeres ASV is geboren op 01-08-1954 en presteert 22/22 ; het personeelslid beschikt over 20 maanden bonus. Dit personeelslid wenst zijn bonus aanvankelijk voor de helft en tenslotte volledig op te nemen.

Het personeelslid heeft recht op een rustpensioen op 01-01-2019 ( P-datum). De ingangsdatum van de TBSP-4 is 01-01-2015.

A. Uitstapplan

Van 01-01-2013 tot 31-12-2013 neemt zij de bonus halftijds op. Dit kost haar 6 maanden bonus.

Van 01-01-2014 tot 31-12-2014 volledig. Dan heeft zij 12 maanden bonus verbruikt. Met deze 18 maanden bonus kan het personeelslid uitstappen op 1/1/2013.

van 

tot 

1/2 of volledige bonus 

aantal maanden bonus opgenomen 

uren die niet meer gepresteerd worden 

1-1-2013 

31-12-2013 

1/2 

6 

11 

1-1-2014 

31-12-2014 

1 

12 

0 

B. Wijzigen uitstapplan

Datzelfde personeelslid wil haar uitstapplan om uitzonderlijke familiale redenen wijzigen en wil reeds:

- voltijds uitstappen op 01-01-2013 .

Haar voltijdse uitstap zou haar 24 maanden kosten.

van 

tot 

volledige bonus 

aantal maanden bonus opgenomen 

uren die niet meer gepresteerd worden 

1-1-2013 

31-12-2014 

1 

24 

0 

Dit is teveel en het gewijzigde uitstapplan kan niet worden aanvaard.

2.1.5.5. Bepalen van de datum waarop het personeelslid het recht heeft op een overheidspensioen (P-datum)

De agentschappen zullen, voor de personeelsleden die een TBS en/of een bonus hebben aangevraagd, contact opnemen met de pensioendiensten van de federale overheid (PDOS) om de P-datum te bepalen.

Hierna volgt de procedure die AgODi en Ahovos hierbij volgen.

1. AgODi en Ahovos gaan na of het personeelslid, volgens de wet van 28.12.2011 en volgens het voorstel van de federale overheid i.v.m. de verhoging van de leeftijd en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen (bijzondere regel – loopbaanbreuk 1/55), op vervroegd pensioen kan gaan op de leeftijd van 60 jaar.

2. Voor volgende groepen van personeelsleden gaan AgODi en Ahovos er vanuit dat zij nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen zullen kunnen gaan:

a.Personeelsleden die in 2012 de leeftijd van 60 jaar bereiken;

b.Personen die zich op eigen aanvraag op 1 januari 2012 in een voltijdse of deeltijdse

terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen bevinden. Dit is eveneens van toepassing op de personen die bij hun werkgever, ten vroegste één jaar voorafgaand aan de begindatum van een voltijdse of deeltijdse TBS voorafgaand aan het rustpensioen, een aanvraag hebben ingediend om in een dergelijke situatie te worden geplaatst :

1° vóór 1 januari 2012,

2° na 31 december 2011 op voorwaarde dat deze aanvraag door de werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012.

c.Personeelsleden die op de datum dat zij 60 worden een loopbaan hebben bereikt om nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen te kunnen gaan.

Dit onderzoek is gebaseerd op een berekening van de loopbaanvoorwaarden, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere regels voor de loopbaanbreuk 1/55, zoals opgenomen in de op 9.7.2012 gepubliceerde brochure van de PDOS: “Overzicht van de nieuwe pensioenmaatregelen in de overheidssector”, zie http://pdos.fgov.be/pdos/pdf/professionals/pension_reform.03.nl.pdf

3. De dossiers van de personeelsleden die op basis van bovenstaand onderzoek niet voldoen aan de voorwaarden a), b) en c) worden aan de PDOS bezorgd om de pensioendatum/leeftijd te bepalen.

4. Procedure met de PDOS

a)AgODi en Ahovos brengen de loopbaangegevens van deze risico-dossiers in op de website van de PDOS;

b)Indien de gekende loopbaangegevens volledig zijn ingebracht, wordt deze input “gevalideerd”. Dit betekent dat alle gekende gegevens zijn ingebracht, en dat de gegevens worden verzonden naar de PDOS en naar het personeelslid;

c)Onmiddellijk nà de validatie, en nog vóór het personeelslid zijn loopbaanoverzicht ontvangt van de PDOS, stuurt AgODi of Ahovos een begeleidende brief naar het personeelslid, met duiding en toelichting van de stand van zijn/haar dossier, met de mededeling dat de gegevens aan de PDOS werden bezorgd, dat hij/zij zeer binnenkort een brief van de PDOS kan verwachten voor het vervolg van de procedure. De begeleidende brief (zie bijlage) werd opgesteld in overleg tussen onderwijs en PDOS;

d)De diensten van de PDOS zullen het personeelslid binnen 15 dagen na validatie een loopbaanoverzicht van zijn/haar prestaties in de overheidssector tot 31 december 2010 opsturen, zodat het personeelslid zelf kan nagaan of deze gegevens correct zijn of nog moeten worden aangevuld.

De gegevens vanaf 1 januari 2011 hoeven niet meer nagekeken te worden en bevinden zich niet in het loopbaanoverzicht. Alle loopbaangegevens vanaf 1 januari 2011 zijn via de DMFA-aangifte al in het bezit van de PDOS. Loopbaanjaren gedekt door het pensioenstelsel van de werknemers of van de zelfstandigen bevinden zich evenmin in het loopbaanoverzicht en hoeven dan ook niet meer nagekeken te worden.

De begeleidende brief van de PDOS zal het personeelslid meer informatie verstrekken over de precieze doelstellingen van het loopbaanoverzicht en over wat het personeelslid moet doen als het onvolkomenheden ontdekt.

5. Zodra de pensioendatum is bepaald, zal AgODi/Ahovos een beslissing nemen over de aanvraag voor de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het pensioen. Heeft u verder nog vragen bij deze nieuwe uitstapregeling: voor de scholen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en voor de personeelsleden van de pedagogische begeleiding en inspectie: contacteer uw werkstation.

2.1.6. Cumulatie

2.1.6.1. Cumulatie in het onderwijs

2.1.6.1.1. Algemeen principe

Gedurende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen of de bonus mag het personeelslid in het onderwijs of de CLB's geen bezoldigde prestaties uitoefenen, met uitzondering van de hierna vermelde prestaties.

2.1.6.1.2. Uitzonderingen

In afwijking van het algemeen principe mag het personeelslid de onderwijsopdracht die het op de dag voor de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling of de bonus, als bijbetrekking in het volwassenenonderwijs of het deeltijds kunstonderwijs uitoefende, verder blijven uitoefenen als bijbetrekking. Het personeelslid mag ook bezoldigde prestaties uitoefenen in het kader van

- de voor- en naschoolse opvang in het basisonderwijs;

- het middagtoezicht in het basisonderwijs;

- de busbegeleiding;

- herindiensttreding.

Een personeelslid aan wie een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen werd verleend, kan opnieuw in actieve dienst treden. Dit geldt voor alle personeelscategorieën in elk niveau.

Voor de toewijzing van een betrekking kan de inrichtende macht of directeur, in afwijking van de bestaande reglementaire bepalingen, tijdelijk en na toestemming van het personeelslid, een beroep doen op een personeelslid dat volledig ter beschikking gesteld is wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen. Deze personeelsleden vallen wel onder de cumulatieregeling zoals toegelicht in punt 2.1.6.2.

Voor de praktische modaliteiten (de toewijzing, verhaalprocedure, de bezoldiging, de elektronische zendingen, voorbeelden, ...) wordt verwezen naar de omzendbrief 13CC/IF/GHD van 6 oktober 2000.

2.1.6.2. Cumulatie buiten het onderwijs

Beroepsbezigheden buiten het onderwijs kunnen zonder verlies van het recht op wachtgeld worden uitgeoefend indien het activiteiten betreft die in de stelsels der rustpensioenen toelaatbaar zijn.

Belangrijk: de actuele jaargrenzen van het toegelaten brutoberoepsinkomen dat kan gecumuleerd worden in het kader van rust- en overlevingspensioenen, kunnen geraadpleegd worden op:

de website van de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS)

Let op: de overgangsmarge van 15% die geldig is bij de pensioendienst is niet van toepassing bij de bonus of TBSP-4. De vermelde bedragen mogen dus niet worden overschreden.

Overeenkomstig deze reglementering kunnen o.a. volgende activiteiten aanvaard worden:

a) beroepsbezigheden als werknemer in de openbare of in de privé-sector waarvan de bruto beroepsinkomsten het vooropgesteld grensbedrag per jaar niet overschrijden. In geval van kinderlast wordt dit bedrag met 50 % verhoogd.

Om het brutoberoepsinkomen te bepalen, wordt rekening gehouden met alle elementen van de bezoldiging nl. het wachtgeld, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage, de indexaanpassing ... en dit vóór iedere inhouding inzake sociale zekerheid en/of inzake belastingen.

b) beroepsbezigheden als zelfstandige of als help(st)er, waarop het sociaal statuut voor zelfstandigen toepasselijk is of als echtgeno(o)t(e)-help(st)er en waaraan een netto jaarlijks beroepsinkomen (= jaarlijks brutoberoepsinkomen, verminderd met de beroepsuitgaven of beroepslasten, en in voorkomend geval met de beroepsverliezen, zoals deze verschillende elementen worden aanvaard door de Administratie der Directe Belastingen), verbonden is, dat de vooropgestelde grens niet overschrijdt. In geval van kinderlast geldt een aangepaste grens.

c) de bezigheid die uitsluitend bestaat in het scheppen van wetenschappelijke of artistieke werken die geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt en voor zover de betrokkene geen handelaar is als bedoeld in het wetboek van koophandel.

De wetenschappelijke of artistieke bezigheid die niet aan deze gezamenlijke criteria voldoet is aanneembaar binnen de hierboven onder a of b vermelde grenzen.

d) politieke mandaten, mandaten in het O.C.M.W., mandaten bij openbare instellingen, instellingen van openbaar nut of verenigingen van gemeenten ingegaan vóór de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling.

Een nieuw politiek mandaat kan als volgt omschreven worden:

- na de verkiezingen krijgt een verkozene een nieuw mandaat en worden zijn inkomsten volledig onderworpen aan de cumulatieregeling;

- bij wijziging van mandaat binnen een zelfde legislatuur past de Administratie der Pensioenen volgende regeling toe:

o bij toekenning van eenzelfde soort inkomsten: geen toepassing van de cumulatieregels;

o bij wijziging inkomsten: toepassing van de cumulatieregels.

Dezelfde mandaten ingegaan vanaf de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling voor zover de onder a vermelde bedragen niet worden overschreden.

Voorbeelden:

1. een schepen wordt in een bepaalde gemeente burgemeester binnen dezelfde legislatuur: geen toepassing van de cumulatieregeling, want zowel de schepen als de burgemeester ontvangen een salaris (= zelfde soort inkomsten);

2. een raadslid wordt schepen tijdens dezelfde legislatuur: toepassing van de cumulatieregeling en dus beperking van de toegelaten inkomsten want het raadslid ontvangt zitpenningen, terwijl een schepen recht heeft op een vaste vergoeding (= een ander soort inkomsten).

e) andere bezigheden, mandaten, ambten of posten waarvan de bruto-inkomsten de onder a vermelde grenzen niet overschrijden.

Bijzondere regels gelden in geval van gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van de hierboven vermelde activiteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand zowel zelfstandige als werknemer is geweest tijdens hetzelfde kalenderjaar. In dit geval worden de grensbedragen op een specifieke wijze berekend.

Wanneer het wachtgeld niet voor een volledig kalenderjaar wordt uitbetaald, worden vermelde jaarlijkse grensbedragen proportioneel verminderd.

Indien, voor een bepaald kalenderjaar, het jaarlijks grensbedrag wordt overschreden, wordt de betaling van het wachtgeld volledig geschorst voor datzelfde jaar.

De in a) en b) hierboven vermelde jaarbedragen worden bepaald bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit.

2.1.7. Afstand van wachtgeld- cumulatie met een overlevingspensioen

2.1.7.1. Wie kan afstand doen?

Het personeelslid dat rechthebbende is op een overlevingspensioen en dat een TBSP-4 of een bonus krijgt of heeft gekregen, kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht op het wachtgeld.

2.1.7.2. Betrokkene moet erom verzoeken

Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het wachtgeld verklaart dit in een schrijven dat aangetekend aan de coördinator van het bevoegde werkstation wordt gericht.

2.1.7.3. Bedrag van het wachtgeld

Aan een personeelslid dat geheel afstand doet van het wachtgeld waarop het recht heeft, wordt geen wachtgeld toegekend.

Belangrijk:

- De periode gedurende welke een personeelslid een volledige terbeschikkingstelling geniet waarvoor geen wachtgeld wordt toegekend komt niet in aanmerking voor het toekennen en het berekenen van de pensioenen ten laste van de Schatkist.

- Een personeelslid dat gedeeltelijk afstand doet van wachtgeld moet in het schrijven bedoeld in 2.1.7.2. verklaren welk bedrag à 100% op maandbasis hij wenst te ontvangen.

Een wachtgeld is cumuleerbaar met een overlevingspensioen. Indien het wachtgeld te hoog is om van een overlevingspensioen te kunnen genieten, kan men geheel of gedeeltelijk afstand doen van het wachtgeld.

De actuele bedragen met betrekking tot de cumulatie van een wachtgeld met een overlevingspensioen kunnen geraadpleegd worden: op de website van de PDOS. 

LET OP

Bij de berekening van het bedrag dat men wenst te ontvangen, moet men naast het deel van het wachtgeld à 100 % (= niet-geïndexeerd bedrag) ook rekening houden met de bedragen die voortvloeien uit de indexering en het recht op vakantiegeld en eindejaarstoelage. Het is aan te raden een zekere marge in te bouwen (wijzigingen index, eindejaarstoelage, vakantiegeld, sociale programmatie, personen ten laste ...) en de evolutie van de desbetreffende referentiebedragen op de voet te volgen.

2.1.7.4. Datum waarop een eerste verklaring uitwerking heeft

De eerste verklaring van afstand van wachtgeld kan uitwerking hebben op:

- de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling;

- de eerste dag van de maand volgend op de ontvangst van de eerste verklaring of op een latere datum die het personeelslid bepaalt.

Het personeelslid moet dus uitdrukkelijk de datum vermelden waarop de verklaring uitwerking moet hebben.

De eerste verklaring om geheel of gedeeltelijk afstand te doen van wachtgeld kan reeds worden gevoegd bij de aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen.

2.1.7.5. Wijziging van de verklaring van afstand van wachtgeld

Het personeelslid kan met een nieuwe verklaring verzoeken om het wachtgeld dat het ontvangt, aan te passen.

Hiertoe moet het bij aangetekend schrijven aan de coördinator van het bevoegde werkstation een nieuwe verklaring indienen.

Dit nieuwe verzoek moet het Ministerie van Onderwijs en Vorming vóór 1 november bereiken.

De vraag tot aanpassing heeft dan steeds uitwerking vanaf de eerste januari van het daaropvolgend burgerlijk jaar.

De afstand van wachtgeld kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd.

2.1.7.6. Geldigheidsduur van een verklaring

Elke verklaring blijft onverminderd van toepassing tot op het einde van de bonus of TBSP-4 tenzij - cfr. punt 2.1.7.5. hiervoor - betrokkene om een aanpassing verzoekt.

2.1.8. Overstap van de DTBS 55+ naar de bonus of de TBSP-4

De deeltijdse terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (DTBS55+) is met ingang van 1 september 2010 opgeschort.

Een personeelslid dat voor deze datum een DTBS55+ heeft genomen, kan overstappen naar een bonus of een TBSP-4 op één van de vastgestelde data: 1 september, 1 januari of 1 april.

2.1.9. Elektronische communicatie met het Ministerie van Onderwijs en Vorming

De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) wordt gemeld met de code dienstonderbreking DO 108.

Dit is een dienstonderbreking die steeds wordt genomen op alle opdrachten van het personeelslid.

Elke school dient de TBSP-4 echter afzonderlijk in te sturen.

De bonus wordt gemeld met de code dienstonderbreking DO 107. Dit is een opdrachtgebonden dienstonderbreking die kan genomen worden voor een deel of het geheel van de opdrachten van het personeelslid en gemeld wordt met een RL-1.

De werkwijze inzake het elektronisch doorsturen van gegevens wordt geïllustreerd aan de hand van een aantal voorbeelden.

Voorbeeld 1: bonus en TBSP-4

Een voltijds vast benoemd kleuteronderwijzer, geboren op 23-9-1953, heeft als P-datum 01-03-2016. Hij wenst een TBSP-4 te nemen van 01-04-2014 tot 29-02-2016. In de periode ervoor wil hij een voltijdse bonus nemen van 01-09-2013 tot 31-03-2014.

Eerste bericht met geldigheidsdatum 01-09-2013. :

RL-1 ambt kleuteronderwijzer vast benoemd voor 24 u met als einddatum van de opdracht 31-12-4444 (oneindig) met de opdrachtgebonden DO 107 Bonus voor 24 u met als begindatum 01-09-2013 en als einddatum 31-03-2014.

Tweede bericht met als geldigheidsdatum 01-04-2014 :

RL-2 DO 108 TBSVP met als begindatum 01-04-2014 en als einddatum 29-02-2016.

Derde bericht met als geldigheidsdatum 01-03-2016: (P-datum)

RL-4 stopzetting opdrachtenpakket met als begindatum 01-03-2016 en met als reden pensioen (code 04)

Voorbeeld 2: bonus en pensioen

Een voltijds vast benoemde kleuteronderwijzeres met een opdracht van 24/24, geboren op 02-04-1954, kan al op 01/05/2014 met pensioen, maar gaat pas op 01/09/2017. Zij wenst een bonus op te nemen voor een vierde vanaf 01-01-2014 tot 31-8-2016. Vanaf 01-09-2016 tot 31-8-2017 neemt zij een bonus op voor de helft. Op 01-09-2017 gaat zij met pensioen.

Eerste bericht met geldigheidsdatum 01-01-2014 :

RL-1 ambt kleuteronderwijzer vast benoemd voor 24 u met als einddatum van de opdracht 31-12-4444 (oneindig) met de opdrachtgebonden DO 107 Bonus voor 6u met als begindatum 01-01-2014 en als einddatum 31-08-2016.

Tweede bericht met geldigheidsdatum 01-09-2016 :

RL-1 ambt kleuteronderwijzer vast benoemd voor 24 u met als einddatum van de opdracht 31-12-4444 (oneindig) met de opdrachtgebonden DO 107 Bonus voor 12 u met als begindatum 01-09-2016 en als einddatum 31-08-2017.

Derde bericht met als geldigheidsdatum 01-09-2017:

RL-4 stopzetting opdrachtenpakket met als begindatum 01-9-2017 met als reden pensioen (code 04).

2.1.10. Bijlagen

2.1.10.1. Bijlage 1 - Opgebouwde bonus

http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3410.doc (FORM003410)

2.1.10.2. Bijlage 2 - Aanvraag van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen en/of van een bonus

2.2. Personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 september 1954 en voor 1 januari 1958

2.2.1. Voorwoord

Voor de personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 september 1954 en vóór 1 januari 1958, is een overgangsregeling uitgewerkt. De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, kan ten vroegste 4 jaar voor de datum waarop het personeelslid recht heeft op een pensioen ten laste van de Schatkist, ingaan.

Voor een vlottere leesbaarheid wordt de term volledige terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen die ten vroegste  4 jaar voor het personeelslid recht heeft op een pensioen ten laste van de Schatkist kan ingaan, weergegeven als TBSP-4. 

2.2.2. Wie kan van deze TBSP-4 genieten?

Deze terbeschikkingstelling kan worden verleend aan de personeelsleden die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of het ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming. Het recht op een TBSP-4 hangt af van de geboortedatum van het personeelslid. 

De terbeschikkingstelling kan ten vroegste ingaan 4 jaar vóór de datum waarop de personeelsleden recht hebben op een pensioen ten laste van de Schatkist voor personeelsleden geboren vanaf 1 september 1954 en voor 1 januari 1958 = TBSP-4.

2.2.3. Voorwaarden

De personeelsleden kunnen een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgen, als zij op de vooravond van de terbeschikkingstelling :

- vastbenoemd zijn;

- ten minste twintig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Voor die twintig dienstjaren mogen eveneens de kalenderjaren in aanmerking worden genomen waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend op een vervroegd pensioen in de regeling van de werknemers of in een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel.

- hun ambt uitoefenen als hoofdambt.

Om de twintig dienstjaren te vormen, tellen in hoofdzaak mee:

- alle diensten die in aanmerking komen voor de berekening van het salaris zonder evenwel rekening te houden met de leeftijdsbeperkingen voor onderwijsdiensten en andere openbare diensten;

- de militaire diensten;

- diensten als werknemer of als zelfstandige;

- de tijdsbonificatie wegens het bezit van diploma's.

Aan de TBSP-4 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Dit is dus de niet altijd meer eerste van de maand na de 60ste verjaardag, maar wordt individueel bepaald.

2.2.4. Wie kent de TBSP-4 toe?

Op verzoek van het personeelslid kent de inrichtende macht de terbeschikkingstelling toe.

De TBSP-4 is onomkeerbaar. Dit betekent dat eens de TBSP-4 is ingegaan, het betrokken personeelslid zijn oorspronkelijke betrekking niet meer kan opnemen. Herindiensttreding is wel mogelijk (zie punt 2.2.9.1.2.)

Belangrijke opmerkingen:
- De betrekking bekleed door een personeelslid dat een TBSP-4  bekomt, wordt vacant vanaf de datum waarop de terbeschikkingstelling ingaat.
- Het personeelslid, dat ter beschikking is gesteld, blijft administratief aan de school, het centrum of de dienst verbonden tot op de datum van het pensioen.

2.2.5. Omvang van de TBSP-4

De TBSP-4 moet genomen worden voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid als vastbenoemde in hoofdambt titularis is in het onderwijs.

Dit betekent dat de TBSP-4 moet genomen worden voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid vastbenoemd is. De tijdelijke opdrachten moeten beëindigd worden om aan de voorwaarden te voldoen.

2.2.6. Aanvang en einde

2.2.6.1. Aanvang

De TBSP-4 kan aanvangen op:

- 1 september

- 1 januari

- 1 april

De voorwaarden waaraan het betrokken personeelslid moet voldoen om van een TBSP-4 te kunnen genieten, moeten vervuld zijn op de vooravond van de terbeschikkingstelling.

De TBSP-4 moet aanvangen op 1 september, 1 januari of 1 april.

Voorbeeld

Een kleuteronderwijzeres is geboren op 1 april 1956 en heeft recht op een rustpensioen op 1 april 2018. Het personeelslid kan ten vroegste uitstappen op 1 april 2014 (recht op TBSP-4).

 

2.2.6.2. Einde

Aan de TBSP-4 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop de betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

Deze terbeschikkingstelling zal een einde nemen op de laatste dag van de maand waarin het personeelslid aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist (=pensioengerechtigd).

SPECIFIEKE SITUATIE: TERBESCHIKKINGSTELLING WEGENS ZIEKTE

Er geldt een specifieke regeling voor personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ziekte. Het personeelslid dat op de dag waarop de door hem aangevraagde volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen ingaat (TBSP-4),reeds ter beschikking gesteld is wegens ziekte, wordt opgeroepen om te verschijnen voor de Cel Pensioenen van Medex . Als Medex het personeelslid definitief ongeschikt acht om zijn ambt uit te oefenen en het personeelslid de voorwaarden vervult om vroegtijdig op pensioen te worden gesteld, wordt de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen beëindigd door de pensionering van het personeelslid.

2.2.7. Wachtgeld

2.2.7.1. Algemeen principe

Het personeelslid dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen verkrijgt, geniet een wachtgeld.

Het bedrag van het wachtgeld is gedurende de hele periode van deze terbeschikkingstelling, gelijk aan zoveel vijfenvijftigsten of zestigsten (= de pensioenbreuk) van de laatste activiteitssalaris als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt, naargelang de breuk die voor de berekening van het pensioen in aanmerking komt 1/55 of 1/60 is.

Volgende diensten komen in aanmerking voor de pensioenbreuk 1/55:

• alle onderwijsdiensten die werden ingericht of gesubsidieerd door het Rijk of de Gemeenschappen, uitgezonderd de diensten in een CLB;

• in sommige welomschreven gevallen ook niet-gesubsidieerde onderwijsdiensten wanneer zij werden verricht vóór 1 januari 1992.

De diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuk 1/60 zijn de volgende:

• diensten in een CLB

• militaire diensten

• diensten aan de overheid of in een openbare administratie

BEREKENING WACHTGELD(TOELAGE)

ALGEMEEN PRINCIPE( pensioenbreuk 1/55 + pensioenbreuk 1/60) X LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS

2.2.7.2. Vermindering van het wachtgeld

2.2.7.2.1. Personeelsleden geboren vanaf 1 september 1954 en voor 1 april 1956

De berekening van het wachtgeld blijft ongewijzigd (zie punt 2.2.7.1.).

Er wordt geen vermindering toegepast bij de berekening van het wachtgeld.

2.2.7.2.2. Personeelsleden geboren vanaf 1 april 1956 en voor 1 januari 1958

Voor die personeelsleden (recht op een TBSP-4) wordt het wachtgeld berekend zoals in punt 2.2.7.1., maar hiervan wordt een bepaald percentage toegekend dat als volgt wordt bepaald:

- 82,5 % wanneer de TBSP-4 wordt opgenomen voor een periode van ten hoogste 1 jaar;

- 80 % wanneer de TBSP-4 wordt opgenomen voor een periode van meer dan 1 jaar en ten hoogste 2 jaar;

- 77,5 % wanneer de TBSP-4 wordt opgenomen voor een periode van meer dan 2 jaar en ten hoogste 3 jaar;

- 75 % wanneer de TBSP-4 voor meer dan 3 jaar wordt opgenomen.

Voorbeeld

Een personeelslid aangesteld in het ambt van kleuteronderwijzer is geboren op 1 april 1956 en heeft recht op een rustpensioen op 1 april 2018. Het personeelslid kan ten vroegste uitstappen op 1 april 2014 (recht op TBSP-4).

-Uitstap op 1 april 2014

Het percentage bedraagt 75%

-Uitstap op 1 september 2015

Het percentage bedraagt 77,5 % (neemt 2 j en 8 m op)

-Uitstap op 1 september 2016

Het percentage bedraagt 80% (neemt 1 j en 8 m op)

-Uitstap op 1 april 2017

Het percentage bedraagt 82,5% (neemt 1 jaar op)

2.2.7.3. Wat komt in aanmerking voor de berekening van het wachtgeld?

Voor de berekening van het wachtgeld, worden de prestaties in aanmerking genomen waarvoor het personeelslid vastbenoemd is.

Voorbeeld :

Gegevens

Een personeelslid wenst de TBSP-4 te laten ingaan op 1/1/2018 en heeft volgende

 prestaties op de vooravond van de TBSP-4:

19/24 vast benoemd

5/24 tijdelijk

Het personeelslid beschikt eveneens over een niet-verworven salarisschaal voor een diploma hoger opvoedkundige studiën (DHOS).

Berekening

Het wachtgeld zal berekend worden op het salaris verbonden aan de vastbenoemde opdracht samen met het bedrag van de niet-verworven salarisschaal aan 19/24.

- Voor de berekening van het wachtgeld worden, voor hun werkelijke duur, de diensten in aanmerking genomen die meetellen voor de berekening van het rustpensioen. Dit zijn de diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuken (zie punt 2.2.7.1.). De omvang van de uitgeoefende opdracht heeft geen invloed op het aantal jaren die in aanmerking komen voor de berekening van het wachtgeld. De omvang is echter wel belangrijk voor de berekening van het laatste activiteitssalaris. Dit wordt als basis genomen voor de berekening van het wachtgeld.

Voorbeeld

Een personeelslid dat bijvoorbeeld 1 uur op weekbasis heeft gepresteerd gedurende 30 jaar, heeft 30 jaren die in aanmerking komen voor de geldelijke anciënniteit.

De staatsdiensten en de militaire diensten tellen mee.

Tellen NIET mee:

- de tijdsbonificatie wegens bezit van diploma's;

- de nuttige ervaring.

2.2.7.4. Voorbeelden: berekening van het niet-geïndexeerd brutowachtgeld

Voorbeeld 1

Een voltijds vast benoemde kleuteronderwijzeres, geboren op 12-10-1954, met barema 141, kan volgens de berekeningen van PDOS op pensioen op 01-11-2016 (leeftijd van 62 jaar). Voorafgaand neemt zij een TBSP-4 op van 01-01-2013 tot 31-10-2016. Zij beschikt over 34 jaar onderwijsdiensten en het laatste activiteitssalaris op de vooravond van de uitstap bedraagt 30.212,35 EURO

Berekening van het niet-geïndexeerde maandwachtgeld :

30.212,35 EUR/12 x 34/55 = 1.556,39 EUR

Het personeelslid is geboren tussen 1 september 1954 en 31 maart 1956. Er is geen vermindering van het wachtgeld in functie van de leeftijd.

Voorbeeld 2

Een voltijds vast benoemd kleuteronderwijzer ASV, geboren op 12-03-1957, met barema 141, kan volgens de berekeningen van PDOS op pensioen op 01-04-2019. Hij kan ten vroegste 4 jaar voor de P-datum uitstappen, maar wenst 2 jaar hiervan niet op te nemen en stapt pas uit op 01-04-2017. (80%) Op de vooravond van de uitstap heeft hij 25 jaar 9 maanden onderwijsdiensten. Het laatste activiteitssalaris bedraagt 29.282,08 EUR.

Berekening van het niet-geïndexeerde maandwachtgeld

29.282,02 EUR/12 x 25j9m/55 = 1.142,44 EUR

Het personeelslid neemt 2 jaar van de TBSP-4 niet op en heeft recht op 80 % van 1.142,44 EUR = 913,95 EUR

2.2.7.5. Overgang verlof, afwezigheid, TBS naar TBSP-4

Voor het personeelslid dat overgaat van

  • een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties,
  • een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking,
  • een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen,
  • een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking,
  • een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen,
  • een terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid,

naar een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSP-4), wordt als laatste activiteitssalaris beschouwd, het salaris dat het personeelslid zou hebben genoten indien het zijn prestaties voorafgaand aan bovenvermelde dienstonderbrekingen tot op de vooravond van de volledige terbeschikkingstelling verder zou hebben uitgeoefend.

Specifieke situatie: de overgang van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA) naar een TBSP-4 is eveneens toegestaan. Het wachtgeld wordt in dit geval berekend op basis van het activiteitssalaris op de vooravond van de TBSPA, rekening houdend met de bepalingen vermeld onder de punten 2.2.7.6. en 2.2.7.7.

2.2.7.6. Indexering van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld schommelt met het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het wordt aan het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld.

2.2.7.7. Perequatie van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld zal, in voorkomend geval, worden aangepast overeenkomstig de intersectorale akkoorden van sociale programmatie en de akkoorden van sectorale sociale programmatie.

Het bedrag van het wachtgeld zal echter niet worden aangepast rekening houdend met de salaristrappen die het resultaat zijn van de periodieke verhogingen binnen de salarisschaal, indien het personeelslid op het ogenblik van de terbeschikkingstelling niet het maximum van de salarisschaal heeft bereikt. Er is dus geen anciënniteitsopbouw gedurende de periode van de TBSP-4.

2.2.7.8. Vakantiegeld en eindejaarstoelage

De perioden gedurende dewelke een personeelslid een TBSP-4 opneemt komen volledig in aanmerking voor de berekening van de eindejaarstoelage en het vakantiegeld.

2.2.8. Aanvraagprocedure

2.2.8.1. Formulieren

De aanvraag tot het bekomen van de TBSP-4 moet opgesteld worden volgens het model dat als bijlage bij deze omzendbrief is gevoegd. Als een personeelslid zijn loopbaan alleen in het Vlaamse onderwijs heeft doorlopen, hoeft er geen apart loopbaanoverzicht te worden bijgevoegd. Heeft de aanvrager ook buiten het onderwijs gewerkt, dan is het raadzaam om een overzicht van de diensten buiten het onderwijs mee te sturen, inclusief de militaire diensten.

De voormelde aanvraag en het overzicht van de loopbaan moeten in dezelfde omslag, zonder toevoeging van andere documenten, worden opgestuurd.

Personeelsleden die bij meer dan één inrichtende macht fungeren, moeten per inrichtende macht een afzonderlijke aanvraag indienen.

2.2.8.2. Indienen van de aanvraag

De aanvraag moet worden ingediend bij de inrichtende macht.

De inrichtende macht moet de ingediende aanvraag onmiddellijk doorzenden naar het bevoegde werkstation van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het betrokken personeelslid ontvangt van de inrichtende macht een bevestiging dat de aanvraag werd verstuurd. De inrichtende macht vermeldt hierbij eveneens de datum waarop zij deze aanvraag hebben ingestuurd.

2.2.8.3. Termijn

2.2.8.3.1. Indiening bij de inrichtende macht

De aanvraag voor het bekomen van een TBSP-4 moet uiterlijk drie maanden vóór de aanvangsdatum worden ingediend bij de inrichtende macht. Deze termijn kan ingekort worden in overleg tussen het personeelslid en de inrichtende macht.

2.2.8.3.2. Insturen van de aanvraag naar het werkstation

Het Ministerie van Onderwijs en Vorming garandeert een tijdige afhandeling van het wachtgeld indien de inrichtende macht de aanvraagformulieren minstens 3 maanden voor de aanvangsdatum van de bonus of de terbeschikkingstelling indient bij het werkstation.

Om een vlotte afhandeling te bevorderen is het ten zeerste aangewezen de aanvraag met een ruimere marge in te dienen. De aanvraag moet bij het werkstation ten allerlaatste aankomen op de vooravond van de ingangsdatum van de uitstapregeling.

De personeelsleden die een aanvraag voor een TBSP-4 hebben ingediend, ontvangen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming een schriftelijke bevestiging van de beslissing.

Indien de personeelsleden één maand voor de ingangsdatum van de TBSP-4 nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden onmiddellijk contact op te nemen met het werkstation.

Indien de personeelsleden op de ingangsdatum van de TBSP-4 nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden hun opdracht verder te blijven uitoefenen

2.2.8.4. Bepalen van de datum waarop het personeelslid het recht heeft op een overheidspensioen

De agentschappen zullen, voor de personeelsleden die een TBS en/of een bonus hebben aangevraagd, contact opnemen met de pensioendiensten van de federale overheid (PDOS) om de pensioendatum (P) te bepalen.

Hierna volgt de procedure die AgODi en Ahovos hierbij volgen.

1. AgODi en Ahovos gaan na of het personeelslid, volgens de wet van 28.12.2011 en volgens het voorstel van de federale overheid i.v.m. de verhoging van de leeftijd en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen (bijzondere regel – loopbaanbreuk 1/55), op vervroegd pensioen kan gaan op de leeftijd van 60 jaar.

2. Voor volgende groepen van personeelsleden gaan AgODi en Ahovos er vanuit dat zij nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen zullen kunnen gaan:

a.Personeelsleden die in 2012 de leeftijd van 60 jaar bereiken;

b.Personen die zich op eigen aanvraag op 1 januari 2012 in een voltijdse of deeltijdse

terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen bevinden. Dit is eveneens van toepassing op de personen die bij hun werkgever, ten vroegste één jaar voorafgaand aan de begindatum van een voltijdse of deeltijdse TBS voorafgaand aan het rustpensioen, een aanvraag hebben ingediend om in een dergelijke situatie te worden geplaatst :

1° vóór 1 januari 2012,

2° na 31 december 2011 op voorwaarde dat deze aanvraag door de werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012.

c.Personeelsleden die op de datum dat zij 60 worden een loopbaan hebben bereikt om nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen te kunnen gaan.

Dit onderzoek is gebaseerd op een berekening van de loopbaanvoorwaarden, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere regels voor de loopbaanbreuk 1/55, zoals opgenomen in de op 9.7.2012 gepubliceerde brochure van de PDOS: “Overzicht van de nieuwe pensioenmaatregelen in de overheidssector”, zie http://pdos.fgov.be/pdos/pdf/professionals/pension_reform.03.nl.pdf

3. De dossiers van de personeelsleden die op basis van bovenstaand onderzoek niet voldoen aan de voorwaarden a), b) en c) worden aan de PDOS bezorgd om de pensioendatum/leeftijd te bepalen.

4. Procedure met de PDOS

a)AgODi en Ahovos brengen de loopbaangegevens van deze risico-dossiers in op de website van de PDOS;

b)Indien de gekende loopbaangegevens volledig zijn ingebracht, wordt deze input “gevalideerd”. Dit betekent dat alle gekende gegevens zijn ingebracht, en dat de gegevens worden verzonden naar de PDOS en naar het personeelslid;

c)Onmiddellijk nà de validatie, en nog vóór het personeelslid zijn loopbaanoverzicht ontvangt van de PDOS, stuurt AgODi of Ahovos een begeleidende brief naar het personeelslid, met duiding en toelichting van de stand van zijn/haar dossier, met de mededeling dat de gegevens aan de PDOS werden bezorgd, dat hij/zij zeer binnenkort een brief van de PDOS kan verwachten voor het vervolg van de procedure. De begeleidende brief (zie bijlage) werd opgesteld in overleg tussen onderwijs en PDOS;

d)De diensten van de PDOS zullen het personeelslid binnen 15 dagen na validatie een loopbaanoverzicht van zijn/haar prestaties in de overheidssector tot 31 december 2010 opsturen, zodat het personeelslid zelf kan nagaan of deze gegevens correct zijn of nog moeten worden aangevuld.

De gegevens vanaf 1 januari 2011 hoeven niet meer nagekeken te worden en bevinden zich niet in het loopbaanoverzicht. Alle loopbaangegevens vanaf 1 januari 2011 zijn via de DMFA-aangifte al in het bezit van de PDOS. Loopbaanjaren gedekt door het pensioenstelsel van de werknemers of van de zelfstandigen bevinden zich evenmin in het loopbaanoverzicht en hoeven dan ook niet meer nagekeken te worden.

De begeleidende brief van de PDOS zal het personeelslid meer informatie verstrekken over de precieze doelstellingen van het loopbaanoverzicht en over wat het personeelslid moet doen als het onvolkomenheden ontdekt.

5. Zodra de pensioendatum is bepaald, zal AgODi/Ahovos een beslissing nemen over de aanvraag voor de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het pensioen. Heeft u verder nog vragen bij deze nieuwe uitstapregeling: voor de scholen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en voor de personeelsleden van de pedagogische begeleiding en inspectie: contacteer uw werkstation.

2.2.9. Cumulatie

2.2.9.1. Cumulatie in het onderwijs

2.2.9.1.1. Algemeen principe

Gedurende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen of de bonus mag het personeelslid in het onderwijs of de CLB's geen bezoldigde prestaties uitoefenen, met uitzondering van de hierna vermelde prestaties.

2.2.9.1.2. Uitzonderingen

In afwijking van het algemeen principe mag het personeelslid de onderwijsopdracht die het op de dag voor de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling, als bijbetrekking in het Volwassenenonderwijs of het deeltijds kunstonderwijs uitoefende, verder blijven uitoefenen als bijbetrekking. Het personeelslid mag ook bezoldigde prestaties uitoefenen in het kader van

- de voor- en naschoolse opvang in het basisonderwijs;

- het middagtoezicht in het basisonderwijs;

- de busbegeleiding;

- herindiensttreding.

Een personeelslid aan wie een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen werd verleend, kan opnieuw in actieve dienst treden. Dit geldt voor alle personeelscategorieën in elk niveau.

Voor de toewijzing van een betrekking kan de inrichtende macht of directeur, in afwijking van de bestaande reglementaire bepalingen, tijdelijk en na toestemming van het personeelslid, een beroep doen op een personeelslid dat volledig ter beschikking gesteld is wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (herindiensttreding). Deze personeelsleden vallen wel onder de cumulatieregeling zoals toegelicht in punt 2.2.9.2.

Voor de praktische modaliteiten (de toewijzing, verhaalprocedure, de bezoldiging, de elektronische zendingen, voorbeelden, ... wordt verwezen naar de omzendbrief 13CC/IF/GHD van 6 oktober 2000.

2.2.9.2. Cumulatie buiten het onderwijs

Beroepsbezigheden buiten het onderwijs kunnen zonder verlies van het recht op wachtgeld worden uitgeoefend indien het activiteiten betreft die in de stelsels der rustpensioenen toelaatbaar zijn.

Belangrijk: de actuele jaargrenzen van het toegelaten brutoberoepsinkomen dat kan gecumuleerd worden in het kader van rust- en overlevingspensioenen, kunnen geraadpleegd worden op de website van de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS). 

Let op: de overgangsmarge van 15% die geldig is bij de pensioendienst is niet van toepassing bij de TBSP-4. De vermelde bedragen mogen dus niet worden overschreden.

Overeenkomstig deze reglementering kunnen o.a. volgende activiteiten aanvaard worden :

a) beroepsbezigheden als werknemer in de openbare of in de privé-sector waarvan de bruto beroepsinkomsten het vooropgestelde grensbedrag per jaar niet overschrijden. In geval van kinderlast wordt dit bedrag met 50 % verhoogd.

Om het brutoberoepsinkomen te bepalen, wordt rekening gehouden met alle elementen van de bezoldiging nl. het wachtgeld, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage, de indexaanpassing ... en dit vóór iedere inhouding inzake sociale zekerheid en/of inzake belastingen.

b) beroepsbezigheden als zelfstandige of als help(st)er, waarop het sociaal statuut voor zelfstandigen toepasselijk is of als echtgeno(o)t(e)-help(st)er en waaraan een netto jaarlijks beroepsinkomen (= jaarlijks brutoberoepsinkomen, verminderd met de beroepsuitgaven of beroepslasten, en in voorkomend geval met de beroepsverliezen, zoals deze verschillende elementen worden aanvaard door de Administratie der Directe Belastingen), verbonden is, de vooropgestelde grens niet overschrijdt. In geval van kinderlast geldt een aangepaste grens.

c) de bezigheid die uitsluitend bestaat in het scheppen van wetenschappelijke of artistieke werken die geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt en voor zover de betrokkene geen handelaar is als bedoeld in het wetboek van koophandel.

De wetenschappelijke of artistieke bezigheid die niet aan deze gezamenlijke criteria voldoet is aanneembaar binnen de hierboven onder a of b vermelde grenzen.

d) politieke mandaten, mandaten in het O.C.M.W., mandaten bij openbare instellingen, instellingen van openbaar nut of verenigingen van gemeenten ingegaan vóór de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling.

Een nieuw politiek mandaat kan als volgt omschreven worden:

- na de verkiezingen krijgt een verkozene een nieuw mandaat en worden zijn inkomsten volledig onderworpen aan de cumulatieregeling;

- bij wijziging van mandaat binnen een zelfde legislatuur past de Administratie der Pensioenen volgende regeling toe:

o bij toekenning van eenzelfde soort inkomsten: geen toepassing van de cumulatieregels;

o bij wijziging inkomsten: toepassing van de cumulatieregels.

Dezelfde mandaten ingegaan vanaf de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling voor zover de onder a vermelde bedragen niet worden overschreden.

Voorbeelden:

1. een schepen wordt in een bepaalde gemeente burgemeester binnen dezelfde legislatuur: geen toepassing van de cumulatieregeling, want zowel de schepen als de burgemeester ontvangen een salaris (= zelfde soort inkomsten);

2. een raadslid wordt schepen tijdens dezelfde legislatuur: toepassing van de cumulatieregeling en dus beperking van de toegelaten inkomsten want het raadslid ontvangt zitpenningen, terwijl een schepen recht heeft op een vaste vergoeding (= een ander soort inkomsten).

e) andere bezigheden, mandaten, ambten of posten waarvan de bruto-inkomsten de onder a vermelde grenzen niet overschrijden.

Bijzondere regels gelden in geval van gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van de hierboven vermelde activiteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand zowel zelfstandige als werknemer is geweest tijdens hetzelfde kalenderjaar. In dit geval worden de grensbedragen op een specifieke wijze berekend.

Wanneer het wachtgeld niet voor een volledig kalenderjaar wordt uitbetaald, worden vermelde jaarlijkse grensbedragen proportioneel verminderd.

Indien, voor een bepaald kalenderjaar, het jaarlijks grensbedrag wordt overschreden, wordt de betaling van het wachtgeld volledig geschorst voor datzelfde jaar.

De in a) en b) hierboven vermelde jaarbedragen worden bepaald bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit.

2.2.10. Afstand van wachtgeld - cumulatie met een overlevingspensioen 

2.2.10.1. Wie kan afstand doen?

Het personeelslid dat rechthebbende is op een overlevingspensioen en dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgt of heeft gekregen kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht op het wachtgeld.

2.2.10.2. Betrokkene moet erom verzoeken

Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het wachtgeld verklaart dit in een schrijven dat hij aangetekend aan de coördinator van het bevoegde werkstation richt.

2.2.10.3. Bedrag van het wachtgeld

Het personeelslid dat geheel afstand doet van het wachtgeld waarop het recht heeft, ontvangt geen wachtgeld.

Belangrijk:
- De periode gedurende welke een personeelslid een volledige terbeschikkingstelling geniet waarvoor geen wachtgeld wordt toegekend komt niet in aanmerking voor de toekenning en de berekening van de pensioenen ten laste van de Schatkist.
- Een personeelslid dat gedeeltelijk afstand doet van wachtgeld moet in het schrijven bedoeld in 2.2.10.2. verklaren welk bedrag à 100% op maandbasis het wenst te ontvangen.

Een wachtgeld is cumuleerbaar met een overlevingspensioen. Indien het wachtgeld te hoog is om van een overlevingspensioen te kunnen genieten, kan men geheel of gedeeltelijk afstand doen van het wachtgeld.

De actuele bedragen met betrekking tot de cumulatie van een wachtgeld met een overlevingspensioen kunnen geraadpleegd worden op de website van de PDOS. 

LET OP

Bij de berekening van het bedrag dat men wenst te ontvangen, moet men naast het deel van het wachtgeld à 100 % (= niet-geïndexeerd bedrag) ook rekening houden met de bedragen die voortvloeien uit de indexering en het recht op vakantiegeld en eindejaarstoelage. Het is aan te raden een zekere marge in te bouwen (wijzigingen index, eindejaarstoelage, vakantiegeld, sociale programmatie, personen ten laste ...) en de evolutie van de desbetreffende referentiebedragen op de voet te volgen.

2.2.10.4. Datum waarop een eerste verklaring uitwerking heeft

De eerste verklaring van afstand van wachtgeld kan uitwerking hebben op:

- de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling;

- de eerste dag van de maand volgend op de ontvangst van de eerste verklaring of op een latere datum die het personeelslid bepaalt.

Het personeelslid moet dus uitdrukkelijk de datum vermelden waarop de verklaring uitwerking moet hebben.

De eerste verklaring om geheel of gedeeltelijk afstand te doen van wachtgeld kan reeds worden gevoegd bij de aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen.

2.2.10.5. Wijziging van de verklaring van afstand van wachtgeld

Het personeelslid kan met een nieuwe verklaring verzoeken om het wachtgeld dat het (niet) ontvangt, aan te passen.

Hiertoe moet het bij aangetekend schrijven aan de coördinator van het bevoegde werkstation een nieuwe verklaring indienen.

Dit nieuwe verzoek moet het Ministerie van Onderwijs en Vorming vóór 1 november bereiken.

De vraag tot aanpassing heeft dan steeds uitwerking vanaf de eerste januari van het daaropvolgend burgerlijk jaar.

De afstand van wachtgeld kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd.

2.2.10.6. Geldigheidsduur van een verklaring

Elke verklaring blijft onverminderd van toepassing tot op het einde van de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen tenzij - cfr. punt 2.2.10.5 hiervoor - betrokkene om een aanpassing verzoekt.

2.2.11. Overstap van deeltijdse TBS55+ naar TBSP-4

De deeltijdse terbeschikkingstelling (DTBS55+) is met ingang van 1 september 2010 opgeschort.

Een personeelslid dat voor deze datum een DTBS55+ heeft genomen kan overstappen naar een TBSP-4 op één van de vastgestelde data: 1 september, 1 januari of 1 april.

2.2.12. Elektronische communicatie met het Ministerie van Onderwijs en Vorming

De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) wordt gemeld met de code dienstonderbreking DO 108.

Dit is een dienstonderbreking die steeds wordt genomen op alle opdrachten van het personeelslid.

Elke school dient de TBSP-4 echter afzonderlijk in te sturen

De werkwijze kan het best geïllustreerd worden aan de hand van volgend voorbeeld.

Voorbeeld

Een kleuteronderwijzeres, geboren op 27-6-1955 wenst een TBSP-4 te nemen op 1-9-2013 en op pensioen te gaan op 1-7-2017 (leeftijd 62 jaar).

Dit moet worden opgezonden als volgt :

Eerste bericht met geldigheidsdatum 1-9-2013 :

RL-2 DO 108 TBSVP met als begindatum 1-9-2013 en als einddatum 30-6-2017.

Tweede bericht met geldigheidsdatum 1-7-2017.

RL-4 stopzetting opdrachtenpakket met als begindatum 1-7-2017 met als reden pensioen (code 04).

2.2.13. Bijlage – Aanvraag van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen en/of van een bonus 

2.3. Personeelsleden  die geboren zijn in 1958

2.3.1. Voorwoord

Voor de personeelsleden die geboren zijn in 1958, is een overgangsregeling uitgewerkt. De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, kan ten vroegste 3 jaar voor de datum waarop het personeelslid recht heeft op een pensioen ten laste van de Schatkist, ingaan.

Voor een vlottere leesbaarheid wordt de term volledige terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen die ten vroegste 3 jaar voor het personeelslid recht heeft op een pensioen ten laste van de Schatkist kan ingaan, in de verdere tekst weergegeven als TBSP-3. 

2.3.2. Wie kan van een TBSP-3 genieten?

Deze terbeschikkingstelling kan worden verleend aan de personeelsleden die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of het ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming. Het recht op een TBSP-3 hangt af van de geboortedatum van het personeelslid. 

De terbeschikkingstelling kan ten vroegste 3 jaar vóór de datum waarop de personeelsleden recht hebben op een pensioen ten laste van de Schatkist, ingaan: TBSP-3.

2.3.3. Voorwaarden

De personeelsleden kunnen een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgen, als zij op de vooravond van de terbeschikkingstelling :

vastbenoemd zijn;

- ten minste twintig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Voor die twintig dienstjaren mogen eveneens de kalenderjaren in aanmerking worden genomen waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend op een vervroegd pensioen in de regeling van de werknemers of in een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel.

- hun ambt uitoefenen als hoofdambt.

Om de twintig dienstjaren te vormen, tellen in hoofdzaak mee:

- alle diensten die in aanmerking komen voor de berekening van het salaris zonder evenwel rekening te houden met de leeftijdsbeperkingen voor onderwijsdiensten en andere openbare diensten;

- de militaire diensten;

- diensten als werknemer of als zelfstandige;

- de tijdsbonificatie wegens het bezit van diploma's.

Aan de TBSP-3 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Dit is dus de niet altijd meer eerste van de maand na de 60ste verjaardag, maar wordt individueel bepaald.

2.3.4. Wie kent de TBSP-3 toe?

Op verzoek van het personeelslid kent de inrichtende macht de terbeschikkingstelling toe.

De TBSP-3 is onomkeerbaar. Dit betekent dat eens de TBSP-3 is ingegaan, het betrokken personeelslid zijn oorspronkelijke betrekking niet meer kan opnemen. Herindiensttreding is wel mogelijk (zie punt 2.3.9.1.2.)

Belangrijke opmerkingen:
- De betrekking bekleed door een personeelslid dat een TBSP-3 bekomt, wordt vacant vanaf de datum waarop de terbeschikkingstelling ingaat.
- Het personeelslid, dat ter beschikking is gesteld, blijft administratief aan de school, het centrum of de dienst verbonden tot op de datum van het pensioen.

2.3.5. Omvang van de TBSP-3

De TBSP-3 moet genomen worden voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid als vastbenoemde in hoofdambt titularis is in het onderwijs.

Dit betekent dat de TBSP-3 moet genomen worden voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid vastbenoemd is. De tijdelijke opdrachten moeten beëindigd worden om aan de voorwaarden te voldoen.

2.3.6. Aanvang en einde

2.3.6.1. Aanvang

De TBSP-3 kan aanvangen op:

- 1 september

- 1 januari

- 1 april

De voorwaarden waaraan het betrokken personeelslid moet voldoen om van een TBSP-3 te kunnen genieten, moeten vervuld zijn op de vooravond van de terbeschikkingstelling.

De TBSP-3 moet aanvangen op 1 september, 1 januari of 1 april.

Voorbeeld  

 

Een personeelslid aangesteld in het ambt van kleuteronderwijzer is geboren op 1 september 1958 en heeft recht op een rustpensioen op 1 augustus 2020. Het personeelslid kan ten vroegste uitstappen op 1 september 2017 (recht op TBSP-3). 1 augustus is geen uitstapdatum en daarom is de vroegste uitstapdatum 1 september daaropvolgend.

2.3.6.2. Einde

Aan de TBSP-3 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop de betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

Deze terbeschikkingstelling zal een einde nemen op de laatste dag van de maand waarin het personeelslid aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist (=pensioengerechtigd).

SPECIFIEKE SITUATIE: TERBESCHIKKINGSTELLING WEGENS ZIEKTE

Er geldt een specifieke regeling voor personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ziekte. Het personeelslid dat op de dag waarop de door hem aangevraagde volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen ingaat (TBSP-3), reeds ter beschikking gesteld is wegens ziekte, wordt opgeroepen om te verschijnen voor de Cel Pensioenen van Medex . Als Medex het personeelslid definitief ongeschikt acht om zijn ambt uit te oefenen en het personeelslid de voorwaarden vervult om vroegtijdig op pensioen te worden gesteld, wordt de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen beëindigd door de pensionering van het personeelslid.

2.3.7. Wachtgeld

2.3.7.1. Algemeen principe

Het personeelslid dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen verkrijgt, geniet een wachtgeld.

Het bedrag van het wachtgeld is gedurende de hele periode van deze terbeschikkingstelling, gelijk aan zoveel vijfenvijftigsten of zestigsten (= de pensioenbreuk) van de laatste activiteitssalaris als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt, naargelang de breuk die voor de berekening van het pensioen in aanmerking komt 1/55 of 1/60 is.

Volgende diensten komen in aanmerking voor de pensioenbreuk 1/55:

• alle onderwijsdiensten die werden ingericht of gesubsidieerd door het Rijk of de Gemeenschappen, uitgezonderd de diensten in een CLB;

• in sommige welomschreven gevallen ook niet-gesubsidieerde onderwijsdiensten wanneer zij werden verricht vóór 1 januari 1992.

De diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuk 1/60 zijn de volgende:

• diensten in een CLB

• militaire diensten

• diensten aan de overheid of in een openbare administratie

BEREKENING WACHTGELD(TOELAGE)

ALGEMEEN PRINCIPE

( pensioenbreuk 1/55 + pensioenbreuk 1/60) X LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS

2.3.7.2. Vermindering van het wachtgeld

Voor die personeelsleden wordt het wachtgeld berekend zoals in punt 2.3.7.1., maar hiervan wordt een bepaald percentage toegekend dat als volgt wordt bepaald:

- 80 % wanneer de TBSP-3 wordt opgenomen voor een periode van ten hoogste 1 jaar;

- 77,5 % wanneer de TBSP-3 wordt opgenomen voor een periode van meer dan 1 jaar en ten hoogste 2 jaar;

- 75 % wanneer de TBSP-3 voor wordt opgenomen voor een periode van meer dan 2 jaar.

Voorbeeld

 

Een kleuteronderwijzer is geboren op 1 september 1958 en heeft recht op een rustpensioen op 1 augustus 2020. Het personeelslid kan ten vroegste uitstappen op 1 september 2017 (recht op TBSP-3).

-Uitstap op 1 september 2017

Het percentage bedraagt 75% (neemt 2j 11 m op)

-Uitstap op 1 april 2018

Het percentage bedraagt 75 % (neemt 2 j en 4 m op)

-Uitstap op 1 september 2018

Het percentage bedraagt 77,5 % (neemt 1 j en 11 m op)

-Uitstap op 1 september 2019

Het percentage bedraagt 80% (neemt 11 m op)

2.3.7.3. Wat komt in aanmerking voor de berekening van het wachtgeld?

Voor de berekening van het wachtgeld, worden de prestaties in aanmerking genomen waarvoor het personeelslid vastbenoemd is.

Voorbeeld :

Gegevens

Een personeelslid wenst de TBSP-3 te laten ingaan op 1/1/2018 en heeft volgende

 prestaties op de vooravond van de TBSP-3:

19/24 vast benoemd

5/24 tijdelijk

Het personeelslid beschikt eveneens over een niet-verworven salarisschaal voor een diploma hoger opvoedkundige studiën (DHOS).

Berekening

Het wachtgeld zal berekend worden op het salaris verbonden aan de  vastbenoemde opdracht samen met het bedrag van de niet-verworven salarisschaal aan 19/24.

- Voor de berekening van het wachtgeld worden, voor hun werkelijke duur, de diensten in aanmerking genomen die meetellen voor de berekening van het rustpensioen. Dit zijn de diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuken (zie punt 2.3.7.1.). De omvang van de uitgeoefende opdracht heeft geen invloed op het aantal jaren die in aanmerking komen voor de berekening van het wachtgeld. De omvang is echter wel belangrijk voor de berekening van het laatste activiteitssalaris. Dit wordt als basis genomen voor de berekening van het wachtgeld.

Voorbeeld

Een personeelslid dat bijvoorbeeld 1 uur op weekbasis heeft gepresteerd gedurende 30 jaar, heeft 30 jaren die in aanmerking komen voor de geldelijke anciënniteit.

De staatsdiensten en de militaire diensten tellen mee.

Tellen NIET mee:

- de tijdsbonificatie wegens bezit van diploma's;

- de nuttige ervaring.

2.3.7.4. Voorbeeld: berekening van het niet-geïndexeerd brutowachtgeld

Een voltijds vast benoemde kleuteronderwijzeres, geboren op 05-05-1958, met barema 141, kan volgens de berekeningen van de PDOS op pensioen op 01-06-2019. Ze kan ten vroegste 3 jaar voor haar pensioendatum uitstappen. 01-06-2016 is geen uitstapdatum. Zij kan bijgevolg ten vroegste uitstappen op 01-09-2016. Zij neemt 1 jaar niet op en stapt uit op 01-09-2017 (77,5 %). Het activiteitssalaris op de vooravond van de uitstap is 27.421,54 EUR. Zij heeft op dat ogenblik 22 jaar 6 maanden onderwijsdiensten.

Berekening van het niet-geïndexeerde maandwachtgeld :

27.421,54 EUR/12 x 22j6m/55 = 934,82 EUR

Het personeelslid neemt 1 jaar van de TBSP-3 niet op en heeft recht op 77,5 % van 934,82 EUR = 724,48 EUR.

2.3.7.5. Overgang verlof, afwezigheid, TBS naar TBSP-3

Voor het personeelslid dat overgaat van

- een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties,

- een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking,

- een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen,

- een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking,

- een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen,

- een terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid,

naar een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSP-3), wordt als laatste activiteitssalaris beschouwd, het salaris dat het personeelslid zou hebben genoten indien het zijn prestaties voorafgaand aan bovenvermelde dienstonderbrekingen tot op de vooravond van de volledige terbeschikkingstelling verder zou hebben uitgeoefend.

Specifieke situatie: de overgang van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA) naar een TBSP-3 is eveneens toegestaan. Het wachtgeld wordt in dit geval berekend op basis van het activiteitssalaris op de vooravond van de TBSPA, rekening houdend met de bepalingen vermeld onder de punten 2.3.7.6. en 2.3.7.7. 

2.3.7.6. Indexering van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld schommelt met het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het wordt aan het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld.

2.3.7.7. Perequatie van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld zal, in voorkomend geval, worden aangepast overeenkomstig de intersectorale akkoorden van sociale programmatie en de akkoorden van sectorale sociale programmatie.

Het bedrag van het wachtgeld zal echter niet worden aangepast rekening houdend met de salaristrappen die het resultaat zijn van de periodieke verhogingen binnen de salarisschaal, indien het personeelslid op het ogenblik van de terbeschikkingstelling niet het maximum van de salarisschaal heeft bereikt. Er is dus geen anciënniteitsopbouw gedurende de periode van de TBSP-3.

2.3.7.8. Vakantiegeld en eindejaarstoelage

De perioden gedurende dewelke een personeelslid een TBSP-3 opneemt komen volledig in aanmerking voor de berekening van de eindejaarstoelage en het vakantiegeld.

2.3.8. Aanvraagprocedure

2.3.8.1. Formulieren

De aanvraag tot het bekomen van de TBSP-3 moet opgesteld worden volgens het model dat als bijlage bij deze omzendbrief is gevoegd. Als een personeelslid zijn loopbaan alleen in het Vlaamse onderwijs heeft doorlopen, hoeft er geen apart loopbaanoverzicht te worden bijgevoegd. Heeft de aanvrager ook buiten het onderwijs gewerkt, dan is het raadzaam om een overzicht van de diensten buiten het onderwijs mee te sturen, inclusief de militaire diensten.

De voormelde aanvraag en het overzicht van de loopbaan moeten in dezelfde omslag, zonder toevoeging van andere documenten, worden opgestuurd.

Personeelsleden die bij meer dan één inrichtende macht fungeren, moeten per inrichtende macht een afzonderlijke aanvraag indienen.

2.3.8.2. Indienen van de aanvraag

De aanvraag moet worden ingediend bij de inrichtende macht.

De inrichtende macht moet de ingediende aanvraag onmiddellijk doorzenden naar het bevoegde werkstation van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het betrokken personeelslid ontvangt van de inrichtende macht een bevestiging dat de aanvraag werd verstuurd. De inrichtende macht vermeldt hierbij eveneens de datum waarop zij deze aanvraag hebben ingestuurd.

2.3.8.3. Termijn

2.3.8.3.1. Indiening bij de inrichtende macht

De aanvraag voor het bekomen van een TBSP-3 moet uiterlijk drie maanden vóór de aanvangsdatum worden ingediend bij de inrichtende macht. Deze termijn kan ingekort worden in overleg tussen het personeelslid en de inrichtende macht.

2.3.8.3.2. Insturen van de aanvraag naar het werkstation

Het Ministerie van Onderwijs en Vorming garandeert een tijdige afhandeling van het wachtgeld indien de inrichtende macht de aanvraagformulieren minstens 3 maanden voor de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling indient bij het werkstation.

Om een vlotte afhandeling te bevorderen is het ten zeerste aangewezen de aanvraag met een ruimere marge in te dienen. De aanvraag moet bij het werkstation ten allerlaatste aankomen op de vooravond van de ingangsdatum van de uitstapregeling.

De personeelsleden die een aanvraag voor een TBSP-3 hebben ingediend, ontvangen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming een schriftelijke bevestiging van de beslissing.

Indien de personeelsleden één maand voor de ingangsdatum van de TBSP-3 nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden onmiddellijk contact op te nemen met het werkstation.

Indien de personeelsleden op de ingangsdatum van de TBSP-3 nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden hun opdracht verder te blijven uitoefenen

2.3.8.4. Bepalen van de datum waarop het personeelslid het recht heeft op een overheidspensioen

De agentschappen zullen, voor de personeelsleden die een TBS en/of een bonus hebben aangevraagd, contact opnemen met de pensioendiensten van de federale overheid (PDOS) om de pensioendatum (P) te bepalen.

Hierna volgt de procedure die AgODi en Ahovos hierbij volgen.

1. AgODi en Ahovos gaan na of het personeelslid, volgens de wet van 28.12.2011 en volgens het voorstel van de federale overheid i.v.m. de verhoging van de leeftijd en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen (bijzondere regel – loopbaanbreuk 1/55), op vervroegd pensioen kan gaan op de leeftijd van 60 jaar.

2. Voor volgende groepen van personeelsleden gaan AgODi en Ahovos er vanuit dat zij nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen zullen kunnen gaan:

a.Personeelsleden die in 2012 de leeftijd van 60 jaar bereiken;

b.Personen die zich op eigen aanvraag op 1 januari 2012 in een voltijdse of deeltijdse

terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen bevinden. Dit is eveneens van toepassing op de personen die bij hun werkgever, ten vroegste één jaar voorafgaand aan de begindatum van een voltijdse of deeltijdse TBS voorafgaand aan het rustpensioen, een aanvraag hebben ingediend om in een dergelijke situatie te worden geplaatst :

1° vóór 1 januari 2012,

2° na 31 december 2011 op voorwaarde dat deze aanvraag door de werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012.

c.Personeelsleden die op de datum dat zij 60 worden een loopbaan hebben bereikt om nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen te kunnen gaan.

Dit onderzoek is gebaseerd op een berekening van de loopbaanvoorwaarden, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere regels voor de loopbaanbreuk 1/55, zoals opgenomen in de op 9.7.2012 gepubliceerde brochure van de PDOS: “Overzicht van de nieuwe pensioenmaatregelen in de overheidssector”, zie http://pdos.fgov.be/pdos/pdf/professionals/pension_reform.03.nl.pdf

3. De dossiers van de personeelsleden die op basis van bovenstaand onderzoek niet voldoen aan de voorwaarden a), b) en c) worden aan de PDOS bezorgd om de pensioendatum/leeftijd te bepalen.

4. Procedure met de PDOS

a)AgODi en Ahovos brengen de loopbaangegevens van deze risico-dossiers in op de website van de PDOS;

b)Indien de gekende loopbaangegevens volledig zijn ingebracht, wordt deze input “gevalideerd”. Dit betekent dat alle gekende gegevens zijn ingebracht, en dat de gegevens worden verzonden naar de PDOS en naar het personeelslid;

c)Onmiddellijk nà de validatie, en nog vóór het personeelslid zijn loopbaanoverzicht ontvangt van de PDOS, stuurt AgODi of Ahovos een begeleidende brief naar het personeelslid, met duiding en toelichting van de stand van zijn/haar dossier, met de mededeling dat de gegevens aan de PDOS werden bezorgd, dat hij/zij zeer binnenkort een brief van de PDOS kan verwachten voor het vervolg van de procedure. De begeleidende brief (zie bijlage) werd opgesteld in overleg tussen onderwijs en PDOS;

d)De diensten van de PDOS zullen het personeelslid binnen 15 dagen na validatie een loopbaanoverzicht van zijn/haar prestaties in de overheidssector tot 31 december 2010 opsturen, zodat het personeelslid zelf kan nagaan of deze gegevens correct zijn of nog moeten worden aangevuld.

De gegevens vanaf 1 januari 2011 hoeven niet meer nagekeken te worden en bevinden zich niet in het loopbaanoverzicht. Alle loopbaangegevens vanaf 1 januari 2011 zijn via de DMFA-aangifte al in het bezit van de PDOS. Loopbaanjaren gedekt door het pensioenstelsel van de werknemers of van de zelfstandigen bevinden zich evenmin in het loopbaanoverzicht en hoeven dan ook niet meer nagekeken te worden.

De begeleidende brief van de PDOS zal het personeelslid meer informatie verstrekken over de precieze doelstellingen van het loopbaanoverzicht en over wat het personeelslid moet doen als het onvolkomenheden ontdekt.

5. Zodra de pensioendatum is bepaald, zal AgODi/Ahovos een beslissing nemen over de aanvraag voor de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het pensioen. Heeft u verder nog vragen bij deze nieuwe uitstapregeling: voor de scholen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en voor de personeelsleden van de pedagogische begeleiding en inspectie: contacteer uw werkstation.

2.3.9. Cumulatie

2.3.9.1. Cumulatie in het onderwijs

2.3.9.1.1. Algemeen principe

Gedurende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen of de bonus mag het personeelslid in het onderwijs of de CLB's geen bezoldigde prestaties uitoefenen, met uitzondering van de hierna vermelde prestaties.

2.3.9.1.2. Uitzonderingen

In afwijking van het algemeen principe mag het personeelslid de onderwijsopdracht die het op de dag voor de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling, als bijbetrekking in het Volwassenenonderwijs of het deeltijds kunstonderwijs uitoefende, verder blijven uitoefenen als bijbetrekking. Het personeelslid mag ook bezoldigde prestaties uitoefenen in het kader van

- de voor- en naschoolse opvang in het basisonderwijs;

- het middagtoezicht in het basisonderwijs;

- de busbegeleiding;

- herindiensttreding.

Een personeelslid aan wie een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen werd verleend, kan opnieuw in actieve dienst treden. Dit geldt voor alle personeelscategorieën in elk niveau.

Voor de toewijzing van een betrekking kan de inrichtende macht of directeur, in afwijking van de bestaande reglementaire bepalingen, tijdelijk en na toestemming van het personeelslid, een beroep doen op een personeelslid dat volledig ter beschikking gesteld is wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (herindiensttreding). Deze personeelsleden vallen onder de cumulatieregeling zoals vermeld in punt 2.3.9.2.

Voor de praktische modaliteiten (de toewijzing, verhaalprocedure, de bezoldiging, de elektronische zendingen, voorbeelden, ... wordt verwezen naar de omzendbrief 13CC/IF/GHD van 6 oktober 2000.

2.3.9.2. Cumulatie buiten het onderwijs

Beroepsbezigheden buiten het onderwijs kunnen zonder verlies van het recht op wachtgeld worden uitgeoefend indien het activiteiten betreft die in de stelsels der rustpensioenen toelaatbaar zijn.

Belangrijk: de actuele jaargrenzen van het toegelaten brutoberoepsinkomen dat kan gecumuleerd worden in het kader van rust- en overlevingspensioenen, kunnen geraadpleegd worden op de website van de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS).

Let op: de overgangsmarge van 15% die geldig is bij de pensioendienst is niet van toepassing bij de TBSP-3. De vermelde bedragen mogen dus niet worden overschreden.

Overeenkomstig deze reglementering kunnen o.a. volgende activiteiten aanvaard worden :

a) beroepsbezigheden als werknemer in de openbare of in de privé-sector waarvan de bruto beroepsinkomsten het vooropgestelde grensbedrag per jaar niet overschrijden. In geval van kinderlast wordt dit bedrag met 50 % verhoogd.

Om het brutoberoepsinkomen te bepalen, wordt rekening gehouden met alle elementen van de bezoldiging nl. het wachtgeld, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage, de indexaanpassing ... en dit vóór iedere inhouding inzake sociale zekerheid en/of inzake belastingen.

b) beroepsbezigheden als zelfstandige of als help(st)er, waarop het sociaal statuut voor zelfstandigen toepasselijk is of als echtgeno(o)t(e)-help(st)er en waaraan een netto jaarlijks beroepsinkomen (= jaarlijks brutoberoepsinkomen, verminderd met de beroepsuitgaven of beroepslasten, en in voorkomend geval met de beroepsverliezen, zoals deze verschillende elementen worden aanvaard door de Administratie der Directe Belastingen), verbonden is, de vooropgestelde grens niet overschrijdt. In geval van kinderlast geldt een aangepaste grens.

c) de bezigheid die uitsluitend bestaat in het scheppen van wetenschappelijke of artistieke werken die geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt en voor zover de betrokkene geen handelaar is als bedoeld in het wetboek van koophandel.

De wetenschappelijke of artistieke bezigheid die niet aan deze gezamenlijke criteria voldoet is aanneembaar binnen de hierboven onder a of b vermelde grenzen.

d) politieke mandaten, mandaten in het O.C.M.W., mandaten bij openbare instellingen, instellingen van openbaar nut of verenigingen van gemeenten ingegaan vóór de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling.

Een nieuw politiek mandaat kan als volgt omschreven worden:

- na de verkiezingen krijgt een verkozene een nieuw mandaat en worden zijn inkomsten volledig onderworpen aan de cumulatieregeling;

- bij wijziging van mandaat binnen een zelfde legislatuur past de Administratie der Pensioenen volgende regeling toe:

o bij toekenning van eenzelfde soort inkomsten: geen toepassing van de cumulatieregels;

o bij wijziging inkomsten: toepassing van de cumulatieregels.

Dezelfde mandaten ingegaan vanaf de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling voor zover de onder a vermelde bedragen niet worden overschreden.

Voorbeelden:

1. een schepen wordt in een bepaalde gemeente burgemeester binnen dezelfde legislatuur: geen toepassing van de cumulatieregeling, want zowel de schepen als de burgemeester ontvangen een salaris (= zelfde soort inkomsten);

2. een raadslid wordt schepen tijdens dezelfde legislatuur: toepassing van de cumulatieregeling en dus beperking van de toegelaten inkomsten want het raadslid ontvangt zitpenningen, terwijl een schepen recht heeft op een vaste vergoeding (= een ander soort inkomsten).

e) andere bezigheden, mandaten, ambten of posten waarvan de bruto-inkomsten de onder a vermelde grenzen niet overschrijden.

Bijzondere regels gelden in geval van gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van de hierboven vermelde activiteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand zowel zelfstandige als werknemer is geweest tijdens hetzelfde kalenderjaar. In dit geval worden de grensbedragen op een specifieke wijze berekend.

Wanneer het wachtgeld niet voor een volledig kalenderjaar wordt uitbetaald, worden vermelde jaarlijkse grensbedragen proportioneel verminderd.

Indien, voor een bepaald kalenderjaar, het jaarlijks grensbedrag wordt overschreden, wordt de betaling van het wachtgeld volledig geschorst voor datzelfde jaar.

De in a) en b) hierboven vermelde jaarbedragen worden bepaald bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit.

2.3.10. Afstand van wachtgeld - cumulatie met een overlevingspensioen 

2.3.10.1. Wie kan afstand doen?

Het personeelslid dat rechthebbende is op een overlevingspensioen en dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgt of heeft gekregen kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht op het wachtgeld.

2.3.10.2. Betrokkene moet erom verzoeken

Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het wachtgeld verklaart dit in een schrijven dat hij aangetekend aan de coördinator van het bevoegde werkstation richt.

2.3.10.3. Bedrag van het wachtgeld

Het personeelslid dat geheel afstand doet van het wachtgeld waarop het recht heeft, ontvangt geen wachtgeld.

Belangrijk:
- De periode gedurende welke een personeelslid een volledige terbeschikkingstelling geniet waarvoor geen wachtgeld wordt toegekend komt niet in aanmerking voor de toekenning en de berekening van de pensioenen ten laste van de Schatkist.
- Een personeelslid dat gedeeltelijk afstand doet van wachtgeld moet in het schrijven bedoeld in 2.3.10.2. verklaren welk bedrag à 100% op maandbasis het wenst te ontvangen.

Een wachtgeld is cumuleerbaar met een overlevingspensioen. Indien het wachtgeld te hoog is om van een overlevingspensioen te kunnen genieten, kan men geheel of gedeeltelijk afstand doen van het wachtgeld.

De actuele bedragen met betrekking tot de cumulatie van een wachtgeld met een overlevingspensioen kunnen geraadpleegd worden op de website van de PDOS. 

LET OP

Bij de berekening van het bedrag dat men wenst te ontvangen, moet men naast het deel van het wachtgeld à 100 % (= niet-geïndexeerd bedrag) ook rekening houden met de bedragen die voortvloeien uit de indexering en het recht op vakantiegeld en eindejaarstoelage. Het is aan te raden een zekere marge in te bouwen (wijzigingen index, eindejaarstoelage, vakantiegeld, sociale programmatie, personen ten laste ...) en de evolutie van de desbetreffende referentiebedragen op de voet te volgen.

2.3.10.4. Datum waarop een eerste verklaring uitwerking heeft

De eerste verklaring van afstand van wachtgeld kan uitwerking hebben op:

- de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling;

- de eerste dag van de maand volgend op de ontvangst van de eerste verklaring of op een latere datum die het personeelslid bepaalt.

Het personeelslid moet dus uitdrukkelijk de datum vermelden waarop de verklaring uitwerking moet hebben.

De eerste verklaring om geheel of gedeeltelijk afstand te doen van wachtgeld kan reeds worden gevoegd bij de aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen.

2.3.10.5. Wijziging van de verklaring van afstand van wachtgeld

Het personeelslid kan met een nieuwe verklaring verzoeken om het wachtgeld dat het (niet) ontvangt, aan te passen.

Hiertoe moet het bij aangetekend schrijven aan de coördinator van het bevoegde werkstation een nieuwe verklaring indienen.

Dit nieuwe verzoek moet het Ministerie van Onderwijs en Vorming vóór 1 november bereiken.

De vraag tot aanpassing heeft dan steeds uitwerking vanaf de eerste januari van het daaropvolgend burgerlijk jaar.

De afstand van wachtgeld kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd.

2.3.10.6. Geldigheidsduur van een verklaring

Elke verklaring blijft onverminderd van toepassing tot op het einde van de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen tenzij - cfr. punt 2.3.10.2 hiervoor - betrokkene om een aanpassing verzoekt.

2.3.11. Overstap van deeltijdse TBS55+ naar TBSP-3

De deeltijdse terbeschikkingstelling (DTBS55+) is met ingang van 1 september 2010 opgeschort.

Een personeelslid dat voor deze datum een DTBS55+ heeft genomen kan overstappen naar een TBSP-3 op één van de vastgestelde data: 1 september, 1 januari of 1 april.

2.3.12. Elektronische communicatie met het Ministerie van Onderwijs en Vorming

De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) wordt gemeld met de code dienstonderbreking DO 108.

Dit is een dienstonderbreking die steeds wordt genomen op alle opdrachten van het personeelslid.

Elke school dient de TBSP-3 echter afzonderlijk in te sturen

De werkwijze kan het best geïllustreerd worden aan de hand van volgend voorbeeld.

Voorbeeld

Een kleuteronderwijzeres, geboren op 27-6-1958 wenst een TBSP-3 te nemen op 1-9-2017 en op pensioen te gaan op 1-7-2020 (leeftijd 62 jaar).

Dit moet worden opgezonden als volgt :

Eerste bericht met geldigheidsdatum 1-9-2017 :

RL-2 DO 108 TBSVP met als begindatum 1-9-2013 en als einddatum 30-6-2017.

Tweede bericht met geldigheidsdatum 1-7-2017.

RL-4 stopzetting opdrachtenpakket met als begindatum 1-7-2017 met als reden pensioen (code 04).

2.3.13. Bijlage – Aanvraag van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen

2.4. Personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 januari 1959

2.4.1. Voorwoord

De personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 januari 1959 kunnen ten vroegste 2 jaar voor de datum waarop ze recht hebben op een vervroegd rustpensioen, uitstappen: in de verdere tekst wordt dit aangeduid als TBSP-2

Voor een vlottere leesbaarheid wordt de term volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen die ten vroegste 2 jaar voor de personeelsleden recht hebben op een pensioen ten laste van de Schatkist kan ingaan, in de verdere tekst weergegeven als TBSP-2.

2.4.2. Wie kan van de TBSP-2 genieten?

Deze terbeschikkingstelling kan worden verleend aan de personeelsleden die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of het ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming. Tijdelijke opdrachten moeten beëindigd worden om aan de voorwaarden te voldoen.

2.4.3. Voorwaarden

De personeelsleden kunnen een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgen, als zij op de vooravond van de terbeschikkingstelling :

- vastbenoemd zijn;

- ten minste twintig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Voor die twintig dienstjaren mogen eveneens de kalenderjaren in aanmerking worden genomen waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend op een vervroegd pensioen in de regeling van de werknemers of in een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel.

- hun ambt uitoefenen als hoofdambt.

Om de twintig dienstjaren te vormen, tellen in hoofdzaak mee:

- alle diensten die in aanmerking komen voor de berekening van het salaris zonder evenwel rekening te houden met de leeftijdsbeperkingen voor onderwijsdiensten en andere openbare diensten;

- de militaire diensten;

- diensten als werknemer of als zelfstandige;

- de tijdsbonificatie wegens het bezit van diploma's.

De personeelsleden mogen bij de aanvang van de TBSP-2 geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

De terbeschikkingstelling kan ten vroegste 2 jaar vóór de datum waarop de personeelsleden recht hebben op een rustpensioen ten laste van de Schatkist, ingaan (TBSP-2).

Aan de TBSP-2 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Dit is dus de niet altijd meer eerste van de maand na de 60ste verjaardag, maar wordt individueel vastgesteld.

2.4.4. Wie kent de TBSP-2 toe?

Op verzoek van het personeelslid kent de inrichtende macht de terbeschikkingstelling toe.

De TBSP-2 is onomkeerbaar. Dit betekent dat eens de TBSP-2 is ingegaan, het betrokken personeelslid niet meer in zijn oorspronkelijke betrekking kan terugkeren. Herindiensttreding is wel mogelijk (zie punt 2.4.9.1.2.)

Belangrijke opmerkingen:
- De betrekking bekleed door een personeelslid dat een TBSP-2 bekomt, wordt vacant vanaf de datum waarop de terbeschikkingstelling ingaat.
- Het personeelslid, dat ter beschikking is gesteld, blijft administratief aan de school, verbonden tot op de datum van het pensioen.

2.4.5. Omvang van de TBSP-2

De TBSP-2 moet genomen worden voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid als vastbenoemde in hoofdambt titularis is in het onderwijs.

Dit betekent dat de TBSP-2 moet genomen worden voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid vastbenoemd is. De tijdelijke opdrachten moeten beëindigd worden om aan de voorwaarden te voldoen.

2.4.6. Aanvang en einde

2.4.6.1. Aanvang

De TBSP-2 kan aanvangen op:

- 1 september

- 1 januari

- 1 april

De voorwaarden waaraan het betrokken personeelslid moet voldoen om van een TBSP-2 te kunnen genieten, moeten vervuld zijn op de vooravond van de terbeschikkingstelling.

Dit betekent dat voor een personeelslid dat de TBSP-2 ten vroegste kan ingaan op de eerste uitstapdatum die onmiddellijk volgt op de datum die 2 jaar ligt voor de P-datum.

Voorbeeld 1

Een kleuteronderwijzeres is geboren op 15 april 1959 en heeft volgens PDOS recht op een rustpensioen op 1 mei 2020. Het personeelslid heeft bovendien recht op een TBSP-2. Het personeelslid kan ten vroegste uitstappen op 1 september 2018. 1 mei 2018 is immers geen uitstapdatum.

Voorbeeld 2

 

Een kleuteronderwijzer is geboren op 1 september 1959 en heeft recht op een pensioen op 1 september 2022. Het personeelslid kan ten vroegste uitstappen op 1 september 2020.

2.4.6.2. Einde

Aan de TBSP-2 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop de betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

Deze terbeschikkingstelling neemt een einde op de laatste dag van de maand waarin het personeelslid aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist (=pensioengerechtigd).

SPECIFIEKE SITUATIE: TERBESCHIKKINGSTELLING WEGENS ZIEKTE

Er geldt een specifieke regeling voor personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ziekte. Het personeelslid dat op de dag waarop de door hem aangevraagde volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen ingaat, reeds ter beschikking gesteld is wegens ziekte, wordt opgeroepen om te verschijnen voor de Cel Pensioenen van Medex . Als Medex het personeelslid definitief ongeschikt acht om zijn ambt uit te oefenen en het personeelslid de voorwaarden vervult om vroegtijdig op pensioen te worden gesteld, wordt de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen beëindigd door de pensionering van het personeelslid.

2.4.7. Wachtgeld

2.4.7.1. Algemeen principe

Het personeelslid dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen verkrijgt (TBSP-2), geniet een wachtgeld.

Het bedrag van het wachtgeld is gedurende de hele periode van deze terbeschikkingstelling, gelijk aan zoveel vijfenvijftigsten of zestigsten (= de pensioenbreuk) van het laatste activiteitssalaris als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt, naargelang de breuk die voor de berekening van het pensioen in aanmerking komt 1/55 of 1/60 is.

Volgende diensten komen in aanmerking voor de pensioenbreuk 1/55:

• alle onderwijsdiensten die werden ingericht of gesubsidieerd door het Rijk of de Gemeenschappen, uitgezonderd de diensten in een CLB;

• in sommige welomschreven gevallen ook niet-gesubsidieerde onderwijsdiensten wanneer zij werden verricht vóór 1 januari 1992.

De diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuk 1/60 zijn de volgende:

• diensten in een CLB

• militaire diensten

• diensten aan de overheid of in een openbare administratie

BEREKENING WACHTGELD(TOELAGE)

ALGEMEEN PRINCIPE

( pensioenbreuk 1/55 + pensioenbreuk 1/60) X LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS

2.4.7.2. Vermindering van het wachtgeld

Voor deze personeelsleden wordt het wachtgeld berekend zoals in punt 2.4.7.1. maar hierop wordt een percentage toegepast dat als volgt wordt bepaald:

- 77,5 % wanneer de TBSP-2 wordt opgenomen voor een periode van ten hoogste 1 jaar;

- 75 % wanneer de TBSP-2 wordt opgenomen voor een periode van meer dan 1 jaar.

Voorbeeld

Een personeelslid aangesteld als kleuteronderwijzer is geboren op 24 maart 1959. Het personeelslid heeft recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist op 1 maart 2022. Het personeelslid kan ten vroegste uitstappen op 1 april 2020.

Uitstap op 1 april 2020

Het percentage bedraagt 75% (neemt 1 j 11m op)

Uitstap op 1 september 2020

Het percentage bedraagt 75% (neemt 1 j 6m op)

Uitstap op 1 april 2021

Het percentage bedraagt 77,5% (neemt 11 m op).

2.4.7.3. Wat komt in aanmerking voor de berekening van het wachtgeld?

Voor de berekening van het wachtgeld, worden de prestaties in aanmerking genomen waarvoor het personeelslid vastbenoemd is.

Voorbeeld

Gegevens

Een personeelslid wenst de TBSP-2 te laten ingaan op 1/1/2020 en heeft volgende

 prestaties op de vooravond van de TBSP-2:

19/24 vast benoemd

5/24 tijdelijk

Het personeelslid beschikt eveneens over een niet-verworven salarisschaal voor een diploma hoger opvoedkundige studiën (DHOS).

Berekening

Het wachtgeld zal berekend worden op het salaris verbonden aan de vastbenoemde opdracht samen met het bedrag van de niet-verworven salarisschaal aan 19/24.

- Voor de berekening van het wachtgeld worden, voor hun werkelijke duur, de diensten in aanmerking genomen die meetellen voor de berekening van het rustpensioen. Dit zijn de diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuken (zie punt 2.4.7.1.). De omvang van de uitgeoefende opdracht heeft geen invloed op het aantal jaren die in aanmerking komen voor de berekening van het wachtgeld. De omvang is echter wel belangrijk voor de berekening van het laatste activiteitssalaris. Deze wordt als basis genomen voor de berekening van het wachtgeld.

Voorbeeld

Een personeelslid dat 1 uur op weekbasis heeft gepresteerd gedurende 30 jaar, heeft 30 jaren die in aanmerking komen voor de geldelijke anciënniteit.

De staatsdiensten en de militaire diensten tellen mee.

Tellen NIET mee:

- de tijdsbonificatie wegens bezit van diploma's;

- de nuttige ervaring.

2.4.7.4. Voorbeeld: berekening van het niet-geïndexeerd brutowachtgeld

Een vast benoemde kleuteronderwijzer voor 18/24sten, geboren op 23 juni 1959, kan volgens de berekeningen van PDOS op pensioen op 01-07-2021. (leeftijd van 62 jaar). Zij kan ten vroegste 2 jaar voor de pensioenleeftijd uitstappen. 01-07-2019 is geen uitstapdatum. De vroegst mogelijke uitstapdatum is 01-09-2019. Zij neemt bijgevolg meer dan 1 jaar van de TBSP-2 op.

Op de vooravond van de uitstap (31-08-2019) heeft zij 38 jaar onderwijsdiensten. Het laatste activiteitssalaris bedraagt 30.212,25 EUR.

Berekening van het niet-geïndexeerde maandwachtgeld :

Niet-geïndexeerde jaarsalaris : 30.212,35 EUR x 18/24 = 22.659,26 EUR

Niet-geïndexeerd maandwachtgeld : 

22.659,26 EUR/12 x 38/55 = 1.416,20

Het personeelslid neemt meer dan 1 jaar van de TBSP-2 op en heeft recht op 75 % van wachtgeld = 1.062,15 EUR.

2.4.7.5. Overgang verlof, afwezigheid, TBS naar TBSP-2

Voor het personeelslid dat overgaat van

- een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties,

- een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking,

- een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen,

- een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking,

- een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen,

- een terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid,

naar een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, wordt als laatste activiteitssalaris beschouwd, het salaris dat het personeelslid zou hebben genoten indien het zijn prestaties voorafgaand aan bovenvermelde dienstonderbrekingen tot op de vooravond van de volledige terbeschikkingstelling verder zou hebben uitgeoefend.

Specifieke situatie: de overgang van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA) naar een TBSP-2 is eveneens toegestaan. Het wachtgeld wordt in dit geval berekend op basis van het activiteitssalaris op de vooravond van de TBSPA, rekening houdend met de bepalingen vermeld onder de punten 2.4.7.6 en 2.4.7.7. 

2.4.7.6. Indexering van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld schommelt met het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het wordt aan het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld.

2.4.7.7. Perequatie van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld zal, in voorkomend geval, worden aangepast overeenkomstig de intersectorale akkoorden van sociale programmatie en de akkoorden van sectorale sociale programmatie.

Het bedrag van het wachtgeld zal echter niet worden aangepast rekening houdend met de salaristrappen die het resultaat zijn van de periodieke verhogingen binnen de salarisschaal, indien het personeelslid op het ogenblik van de terbeschikkingstelling niet het maximum van de salarisschaal heeft bereikt. Er is dus geen anciënniteitsopbouw gedurende de periode van de TBSP-2.

2.4.7.8. Vakantiegeld en eindejaarstoelage

De perioden gedurende dewelke een personeelslid een TBSP-2 opneemt komen volledig in aanmerking voor de berekening van de eindejaarstoelage en het vakantiegeld.

2.4.8. Aanvraagprocedure

2.4.8.1. Formulieren

De aanvraag tot het bekomen van de TBSP-2 moet opgesteld worden volgens het model dat als bijlage bij deze omzendbrief is gevoegd. Als een personeelslid zijn loopbaan alleen in het Vlaamse onderwijs heeft doorlopen, hoeft er geen apart loopbaanoverzicht te worden bijgevoegd. Heeft de aanvrager ook buiten het onderwijs gewerkt, dan is het raadzaam om een overzicht van de diensten buiten het onderwijs mee te sturen, inclusief de militaire diensten.

De voormelde aanvraag en het overzicht van de loopbaan moeten in dezelfde omslag, zonder toevoeging van andere documenten, worden opgestuurd.

Personeelsleden die aan meer dan één inrichtende macht fungeren, moeten per inrichtende macht een afzonderlijke aanvraag indienen.

2.4.8.2. Indienen van de aanvraag

De aanvraag moet worden ingediend bij de inrichtende macht.

De inrichtende macht moet de ingediende aanvraag onmiddellijk doorzenden naar het bevoegde werkstation van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het betrokken personeelslid ontvangt van de inrichtende macht een bevestiging dat de aanvraag werd verstuurd. De inrichtende macht vermeldt hierbij eveneens de datum waarop zij deze aanvraag hebben ingestuurd.

2.4.8.3. Termijn

2.4.8.3.1. Indiening bij de inrichtende macht

De aanvraag voor het bekomen van een TBSP-2 moet uiterlijk drie maanden vóór de aanvangsdatum worden ingediend bij de inrichtende macht. Deze termijn kan ingekort worden in overleg tussen het personeelslid en de inrichtende macht.

2.4.8.3.2. Insturen van de aanvraag naar het werkstation

Het Ministerie van Onderwijs en Vorming garandeert een tijdige afhandeling van het wachtgeld indien de inrichtende macht de aanvraagformulieren minstens 3 maanden voor de aanvangsdatum van de bonus of de terbeschikkingstelling indient bij het werkstation.

Om een vlotte afhandeling te bevorderen is het ten zeerste aangewezen de aanvraag met een ruimere marge in te dienen. De aanvraag moet bij het werkstation ten allerlaatste aankomen op de vooravond van de ingangsdatum van de uitstapregeling.

De personeelsleden die een aanvraag voor een TBSP-2 hebben ingediend, ontvangen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming een schriftelijke bevestiging van de beslissing.

Indien de personeelsleden één maand voor de ingangsdatum van de TBSP-2 nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden onmiddellijk contact op te nemen met het werkstation.

Indien de personeelsleden op de ingangsdatum van de TBSP-2 nog geen beslissing hebben ontvangen wordt hen aangeraden hun opdracht verder te blijven uitoefenen.

2.4.8.4. Bepalen van de datum waarop het personeelslid het recht heeft op een overheidspensioen

De agentschappen zullen, voor de personeelsleden die een TBS en/of een bonus hebben aangevraagd, contact opnemen met de pensioendiensten van de federale overheid (PDOS) om de pensioendatum (P) te bepalen.

Hierna volgt de procedure die AgODi en Ahovos hierbij volgen.

1. AgODi en Ahovos gaan na of het personeelslid, volgens de wet van 28.12.2011 en volgens het voorstel van de federale overheid i.v.m. de verhoging van de leeftijd en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen (bijzondere regel – loopbaanbreuk 1/55), op vervroegd pensioen kan gaan op de leeftijd van 60 jaar.

2. Voor volgende groepen van personeelsleden gaan AgODi en Ahovos er vanuit dat zij nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen zullen kunnen gaan:

a.Personeelsleden die in 2012 de leeftijd van 60 jaar bereiken;

b.Personen die zich op eigen aanvraag op 1 januari 2012 in een voltijdse of deeltijdse

terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen bevinden. Dit is eveneens van toepassing op de personen die bij hun werkgever, ten vroegste één jaar voorafgaand aan de begindatum van een voltijdse of deeltijdse TBS voorafgaand aan het rustpensioen, een aanvraag hebben ingediend om in een dergelijke situatie te worden geplaatst :

1° vóór 1 januari 2012,

2° na 31 december 2011 op voorwaarde dat deze aanvraag door de werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012.

c.Personeelsleden die op de datum dat zij 60 worden een loopbaan hebben bereikt om nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen te kunnen gaan.

Dit onderzoek is gebaseerd op een berekening van de loopbaanvoorwaarden, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere regels voor de loopbaanbreuk 1/55, zoals opgenomen in de op 9.7.2012 gepubliceerde brochure van de PDOS: “Overzicht van de nieuwe pensioenmaatregelen in de overheidssector”, zie http://pdos.fgov.be/pdos/pdf/professionals/pension_reform.03.nl.pdf

3. De dossiers van de personeelsleden die op basis van bovenstaand onderzoek niet voldoen aan de voorwaarden a), b) en c) worden aan de PDOS bezorgd om de pensioendatum/leeftijd te bepalen.

4. Procedure met de PDOS

a)AgODi en Ahovos brengen de loopbaangegevens van deze risico-dossiers in op de website van de PDOS;

b)Indien de gekende loopbaangegevens volledig zijn ingebracht, wordt deze input “gevalideerd”. Dit betekent dat alle gekende gegevens zijn ingebracht, en dat de gegevens worden verzonden naar de PDOS en naar het personeelslid;

c)Onmiddellijk nà de validatie, en nog vóór het personeelslid zijn loopbaanoverzicht ontvangt van de PDOS, stuurt AgODi of Ahovos een begeleidende brief naar het personeelslid, met duiding en toelichting van de stand van zijn/haar dossier, met de mededeling dat de gegevens aan de PDOS werden bezorgd, dat hij/zij zeer binnenkort een brief van de PDOS kan verwachten voor het vervolg van de procedure. De begeleidende brief (zie bijlage) werd opgesteld in overleg tussen onderwijs en PDOS;

d)De diensten van de PDOS zullen het personeelslid binnen 15 dagen na validatie een loopbaanoverzicht van zijn/haar prestaties in de overheidssector tot 31 december 2010 opsturen, zodat het personeelslid zelf kan nagaan of deze gegevens correct zijn of nog moeten worden aangevuld.

De gegevens vanaf 1 januari 2011 hoeven niet meer nagekeken te worden en bevinden zich niet in het loopbaanoverzicht. Alle loopbaangegevens vanaf 1 januari 2011 zijn via de DMFA-aangifte al in het bezit van de PDOS. Loopbaanjaren gedekt door het pensioenstelsel van de werknemers of van de zelfstandigen bevinden zich evenmin in het loopbaanoverzicht en hoeven dan ook niet meer nagekeken te worden.

De begeleidende brief van de PDOS zal het personeelslid meer informatie verstrekken over de precieze doelstellingen van het loopbaanoverzicht en over wat het personeelslid moet doen als het onvolkomenheden ontdekt.

5. Zodra de pensioendatum is bepaald, zal AgODi/Ahovos een beslissing nemen over de aanvraag voor de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het pensioen. Heeft u verder nog vragen bij deze nieuwe uitstapregeling: voor de scholen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en voor de personeelsleden van de pedagogische begeleiding en inspectie: contacteer uw werkstation.

2.4.9. Cumulatie

2.4.9.1. Cumulatie in het onderwijs

2.4.9.1.1. Algemeen principe

Gedurende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen of de bonus mag het personeelslid in het onderwijs of de CLB's geen bezoldigde prestaties uitoefenen, met uitzondering van de hierna vermelde prestaties.

2.4.9.1.2. Uitzonderingen

In afwijking van het algemeen principe mag het personeelslid de onderwijsopdracht die het op de dag voor de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling of de bonus, als bijbetrekking in het Volwassenenonderwijs of het deeltijds kunstonderwijs uitoefende, verder blijven uitoefenen als bijbetrekking. Het personeelslid mag ook bezoldigde prestaties uitoefenen in het kader van

- de voor- en naschoolse opvang in het basisonderwijs;

- het middagtoezicht in het basisonderwijs;

- de busbegeleiding;

- herindiensttreding.


Een personeelslid aan wie een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen werd verleend, kan opnieuw in actieve dienst treden. Dit geldt voor alle personeelscategorieën in elk niveau.

Voor de toewijzing van een betrekking kan de inrichtende macht of directeur, in afwijking van de bestaande reglementaire bepalingen, tijdelijk en na toestemming van het personeelslid, een beroep doen op een personeelslid dat volledig ter beschikking gesteld is wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen. Deze personeelsleden vallen echter onder de cumulatieregeling zoals vermeld in punt 2.4.9.2

Voor de praktische modaliteiten (de toewijzing, verhaalprocedure, de bezoldiging, de elektronische zendingen, voorbeelden, ... wordt verwezen naar de omzendbrief 13CC/IF/GHD van 6 oktober 2000.

2.4.9.2. Cumulatie buiten het onderwijs

Beroepsbezigheden buiten het onderwijs kunnen zonder verlies van het recht op wachtgeld worden uitgeoefend indien het activiteiten betreft die in de stelsels der rustpensioenen toelaatbaar zijn.


Belangrijk: de actuele jaargrenzen van het toegelaten brutoberoepsinkomen dat kan gecumuleerd worden in het kader van rust- en overlevingspensioenen, kunnen geraadpleegd worden op de website van de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS). PDOS - Pensioendienst voor de Overheidssector - FAQ (Veel gestelde vragen) - U geniet een pensioen en u wenst nog te werken?

Let op: de overgangsmarge van 15% die geldig is bij de pensioendienst is niet van toepassing bij de TBSP-2. De vermelde bedragen mogen dus niet worden overschreden.

Overeenkomstig deze reglementering kunnen o.a. volgende activiteiten aanvaard worden :

a) beroepsbezigheden als werknemer in de openbare of in de privé-sector waarvan de bruto beroepsinkomsten het vooropgestelde grensbedrag per jaar niet overschrijden. In geval van kinderlast wordt dit bedrag met 50 % verhoogd.

Om het brutoberoepsinkomen te bepalen, wordt rekening gehouden met alle elementen van de bezoldiging nl. het wachtgeld, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage, de indexaanpassing ... en dit vóór iedere inhouding inzake sociale zekerheid en/of inzake belastingen.

b) beroepsbezigheden als zelfstandige of als help(st)er, waarop het sociaal statuut voor zelfstandigen toepasselijk is of als echtgeno(o)t(e)-help(st)er en waaraan een netto jaarlijks beroepsinkomen (= jaarlijks brutoberoepsinkomen, verminderd met de beroepsuitgaven of beroepslasten, en in voorkomend geval met de beroepsverliezen, zoals deze verschillende elementen worden aanvaard door de Administratie der Directe Belastingen), verbonden is, de vooropgestelde grens niet overschrijdt. In geval van kinderlast geldt een aangepaste grens.

c) de bezigheid die uitsluitend bestaat in het scheppen van wetenschappelijke of artistieke werken die geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt en voor zover de betrokkene geen handelaar is als bedoeld in het wetboek van koophandel.

De wetenschappelijke of artistieke bezigheid die niet aan deze gezamenlijke criteria voldoet is aanneembaar binnen de hierboven onder a of b vermelde grenzen.

d) politieke mandaten, mandaten in het O.C.M.W., mandaten bij openbare instellingen, instellingen van openbaar nut of verenigingen van gemeenten ingegaan vóór de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling.

Een nieuw politiek mandaat kan als volgt omschreven worden:

- na de verkiezingen krijgt een verkozene een nieuw mandaat en worden zijn inkomsten volledig onderworpen aan de cumulatieregeling;

- bij wijziging van mandaat binnen een zelfde legislatuur past de Administratie der Pensioenen volgende regeling toe:

o bij toekenning van eenzelfde soort inkomsten: geen toepassing van de cumulatieregels;

o bij wijziging inkomsten: toepassing van de cumulatieregels.

Dezelfde mandaten ingegaan vanaf de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling voor zover de onder a vermelde bedragen niet worden overschreden.

Voorbeelden:

1. een schepen wordt in een bepaalde gemeente burgemeester binnen dezelfde legislatuur: geen toepassing van de cumulatieregeling, want zowel de schepen als de burgemeester ontvangen een salaris (= zelfde soort inkomsten);

2. een raadslid wordt schepen tijdens dezelfde legislatuur: toepassing van de cumulatieregeling en dus beperking van de toegelaten inkomsten want het raadslid ontvangt zitpenningen, terwijl een schepen recht heeft op een vaste vergoeding (= een ander soort inkomsten).

e) andere bezigheden, mandaten, ambten of posten waarvan de bruto-inkomsten de onder a vermelde grenzen niet overschrijden.

Bijzondere regels gelden in geval van gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van de hierboven vermelde activiteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand zowel zelfstandige als werknemer is geweest tijdens hetzelfde kalenderjaar. In dit geval worden de grensbedragen op een specifieke wijze berekend.

Wanneer het wachtgeld niet voor een volledig kalenderjaar wordt uitbetaald, worden vermelde jaarlijkse grensbedragen proportioneel verminderd.

Indien, voor een bepaald kalenderjaar, het jaarlijks grensbedrag wordt overschreden, wordt de betaling van het wachtgeld volledig geschorst voor datzelfde jaar.

De in a) en b) hierboven vermelde jaarbedragen worden bepaald bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit.

2.4.10. Afstand van wachtgeld - cumulatie met een overlevingspensioen

2.4.10.1. Wie kan afstand doen?

Het personeelslid dat rechthebbende is op een overlevingspensioen en dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgt of heeft gekregen kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht op het wachtgeld.

2.4.10.2. Betrokkene moet erom verzoeken

Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het wachtgeld verklaart dit in een schrijven dat hij aangetekend aan de coördinator van het bevoegde werkstation richt.

2.4.10.3. Bedrag van het wachtgeld

Het personeelslid dat geheel afstand doet van het wachtgeld waarop het recht heeft, ontvangt geen wachtgeld.

Belangrijk:
- De periode gedurende welke een personeelslid een volledige terbeschikkingstelling geniet waarvoor geen wachtgeld wordt toegekend komt niet in aanmerking voor de toekenning en de berekening van de pensioenen ten laste van de Schatkist.
- Een personeelslid dat gedeeltelijk afstand doet van wachtgeld moet in het schrijven bedoeld in 2.4.10.2. verklaren welk bedrag à 100% op maandbasis het wenst te ontvangen.

Een wachtgeld is cumuleerbaar met een overlevingspensioen. Indien het wachtgeld te hoog is om van een overlevingspensioen te kunnen genieten, kan men geheel of gedeeltelijk afstand doen van het wachtgeld.

De actuele bedragen met betrekking tot de cumulatie van een wachtgeld met een overlevingspensioen kunnen geraadpleegd worden op de website van de PDOS. 

LET OP

Bij de berekening van het bedrag dat men wenst te ontvangen, moet men naast het deel van het wachtgeld à 100 % (= niet-geïndexeerd bedrag) ook rekening houden met de bedragen die voortvloeien uit de indexering en het recht op vakantiegeld en eindejaarstoelage. Het is aan te raden een zekere marge in te bouwen (wijzigingen index, eindejaarstoelage, vakantiegeld, sociale programmatie, personen ten laste ...) en de evolutie van de desbetreffende referentiebedragen op de voet te volgen.

2.4.10.4. Datum waarop een eerste verklaring uitwerking heeft

De eerste verklaring van afstand van wachtgeld kan uitwerking hebben op:

- de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling;

- de eerste dag van de maand volgend op de ontvangst van de eerste verklaring of op een latere datum die het personeelslid bepaalt.

Het personeelslid moet dus uitdrukkelijk de datum vermelden waarop de verklaring uitwerking moet hebben.

De eerste verklaring om geheel of gedeeltelijk afstand te doen van wachtgeld kan reeds worden gevoegd bij de aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen.

2.4.10.5. Wijziging van de verklaring van afstand van wachtgeld

Het personeelslid kan met een nieuwe verklaring verzoeken om het wachtgeld dat het (niet) ontvangt, aan te passen.

Hiertoe moet het bij aangetekend schrijven aan de coördinator van het bevoegde werkstation een nieuwe verklaring indienen.

Dit nieuwe verzoek moet het Ministerie van Onderwijs en Vorming vóór 1 november bereiken.

De vraag tot aanpassing heeft dan steeds uitwerking vanaf de eerste januari van het daaropvolgend burgerlijk jaar.

De afstand van wachtgeld kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd.

2.4.10.6. Geldigheidsduur van een verklaring

Elke verklaring blijft onverminderd van toepassing tot op het einde van de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen tenzij - cfr. punt 2.4.10.5  hiervoor - betrokkene om een aanpassing verzoekt.

2.4.11. Overstap van deeltijdse TBS55+ naar TBSP-2

De deeltijdse terbeschikkingstelling (DTBS55+) is met ingang van 1 september 2010 opgeschort

Een personeelslid dat voor deze datum een DTBS55+ heeft genomen kan overstappen naar een TBSP-2 op één van de vastgestelde data: 1 september, 1 januari of 1 april.

2.4.12. Elektronische communicatie met het Ministerie van Onderwijs en Vorming

De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) wordt gemeld met de code dienstonderbreking DO 108.

Dit is een dienstonderbreking die steeds wordt genomen op alle opdrachten van het personeelslid.

Elke school dient de TBSP-2 echter afzonderlijk in te sturen.

De werkwijze kan het best geïllustreerd worden aan de hand van volgend voorbeeld.

Voorbeeld

Een voltijds vast benoemd kleuteronderwijzer, geboren op 23-06-1959, wenst een TBSP-2 te nemen op 1-9-2017 en op pensioen te gaan op 01-7-2019 (leeftijd 60 jaar).

Dit moet worden opgezonden als volgt :

Eerste bericht met geldigheidsdatum 01-09-2017 :

RL-2 DO 108 (TBSVP)) met als begindatum 01-09-2017 en als einddatum 30-6-2019.

Tweede bericht met geldigheidsdatum 01-07-2019

RL-4 stopzetting opdrachtenpakket met als begindatum 01-07-2019 met als reden pensioen (code 04).

2.4.13. Bijlage – Aanvraag van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen

3. Alle personeelsleden met uitzondering van de personeelsleden die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of kleuteronderwijzer ASV

3.1. Personeelsleden die geboren zijn voor 1 september 1954

3.1.1. Voorwoord

Deze personeelsleden kunnen nog genieten van:

- enerzijds de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, die ten vroegste kan ingaan 2 jaar voor het personeelslid recht heeft op een pensioen ten laste van de Schatkist.

Voor een vlottere leesbaarheid wordt de term volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen die ten vroegste 2 jaar voor het personeelslid recht heeft op een pensioen ten laste van de Schatkist kan ingaan, in de verdere tekst weergegeven als "TBSP-2”.

- anderzijds van een bijkomende periode van terbeschikkingstelling, bonus genaamd.

De datum waarop iemand aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist wordt in de verdere tekst de P-datum genoemd. Die datum is individueel bepaald en hangt af van het jaar waarin men geboren is.

BONUS

De personeelsleden die geboren zijn vóór 1 september 1954 kunnen, naast een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen(TBSP-2), genieten van een bijkomende periode van terbeschikkingstelling, bonus genaamd. De duur van deze bonus is afhankelijk van de geldelijke anciënniteit die een personeelslid bezit. Hierdoor kunnen zij vóór de TBSP-2 uitstappen.

Het personeelslid dat deze bonus opneemt, moet zonder onderbreking overstappen naar een TBSP-2 of met pensioen gaan. De bonus kan echter nooit ingaan vóór de leeftijd van 55 jaar, maar kan wel aanvangen of doorlopen na de leeftijd waarop het personeelslid aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist (P-datum).

Samengevat:
De volgende combinaties zijn mogelijk:

Van BONUS naar TBSP-2 en naar PENSIOEN

Van BONUS naar PENSIOEN

3.1.2. De TBSP-2 – Specifieke kenmerken

3.1.2.1. Wie kan van deze TBSP-2 genieten?

Deze TBSP-2 kan worden verleend aan de volgende personeelsleden, met uitsluiting van de personeelsleden die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of kleuteronderwijzer ASV:

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.

3.1.2.2. Voorwaarden

De personeelsleden kunnen van een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen genieten, als zij op de vooravond van deze terbeschikkingstelling :

vastbenoemd zijn;

- ten minste twintig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Voor die twintig dienstjaren mogen eveneens de kalenderjaren in aanmerking worden genomen waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend op een vervroegd pensioen in de regeling van de werknemers of in een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel.

- hun ambt uitoefenen als hoofdambt.

Om de twintig dienstjaren te vormen, tellen in hoofdzaak mee:

- alle diensten die in aanmerking komen voor de berekening van het salaris zonder evenwel rekening te houden met de leeftijdsbeperkingen voor onderwijsdiensten en andere openbare diensten;

- de militaire diensten;

- diensten als werknemer of als zelfstandige;

- de tijdsbonificatie wegens het bezit van diploma's.

Aan de TBSP-2 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

3.1.2.3. Wie kent de TBSP-2 toe?

Op verzoek van het personeelslid kent de inrichtende macht of de bevoegde hiërarchische meerdere de terbeschikkingstelling toe.

De keuze van de TBSP-2 is onomkeerbaar. Dit betekent dat eens deze terbeschikkingstelling is ingegaan, het betrokken personeelslid zijn oorspronkelijke betrekking niet meer kan opnemen. Herindiensttreding is wel mogelijk (zie 3.1.6.1.2).

Belangrijke opmerkingen:

- De betrekking bekleed door een personeelslid dat een TBSP-2 verkrijgt, wordt vacant vanaf de datum waarop de terbeschikkingstelling ingaat.

- Het personeelslid dat ter beschikking is gesteld, blijft administratief aan de school, het centrum of de dienst verbonden tot aan het pensioen.

3.1.2.4. Omvang

De TBSP-2 geldt voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid als vastbenoemde in hoofdambt titularis is in het onderwijs. De tijdelijke opdrachten moeten wegvallen om aan de voorwaarden te kunnen voldoen.

3.1.2.5. Aanvang en einde

3.1.2.5.1. Aanvang

De TBSP-2 moet aanvangen op één van de volgende data:

- 1 september

- 1 januari

- 1 april

- 1 oktober als het personeelslid ook in het hoger onderwijs fungeert (zie punt 3.1.2.6).

Dit betekent dat de TBSP-2 ten vroegste kan ingaan op de eerste uitstapdatum die 2 jaar ligt vóór de datum waarop het personeelslid aanspraak kan maken op een pensioen ten laste van de Schatkist.

Bovendien moet de TBSP-2 aanvangen op 1 september, 1 januari of 1 april.

De voorwaarden waaraan het betrokken personeelslid moet voldoen, moeten vervuld zijn op de vooravond van de terbeschikkingstelling.

Voorbeelden :

a) Een personeelslid is geboren op 23 november 1953 en heeft recht op een rustpensioen op 1 maart 2014. De TBSP-2 kan ten vroegste ingaan op 1 april 2012

b) Een personeelslid is geboren op 1 januari 1954 en heeft recht op een rustpensioen op 1 april 2015. De TBSP-2 kan ten vroegste ingaan op 1 april 2013.

3.1.2.5.2. Einde

Aan de TBSP-2 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop de betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

SPECIFIEKE SITUATIE -> TERBESCHIKKINGSTELLING WEGENS ZIEKTE

Er geldt een specifieke regeling voor personeelsleden die terbeschikking zijn gesteld wegens ziekte. Het personeelslid dat op de dag waarop de door hem aangevraagde bonus of volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen ingaat, reeds ter beschikking gesteld is wegens ziekte, wordt opgeroepen om te verschijnen voor de Cel Pensioenen van Medex. Als Medex het personeelslid definitief ongeschikt acht om zijn ambt uit te oefenen en het personeelslid de voorwaarden vervult om vroegtijdig op pensioen te worden gesteld, wordt de bonus of de TBSP-2 beëindigd door de pensionering van het personeelslid.

3.1.2.6. Combinatie met het hoger onderwijs

Voor het vaststellen van de omvang van de TBSP-2, moet eveneens rekening gehouden worden met de prestaties die een personeelslid verstrekt in toepassing van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. De prestaties uitgeoefend in toepassing van dit decreet worden hiertoe steeds beschouwd als zijnde in hoofdambt uitgeoefend. Als een personeelslid zijn opdracht in het hoger onderwijs combineert met een opdracht in een ander onderwijsniveau, moeten de volgende modaliteiten in acht genomen worden:

3.1.2.6.1. Omvang van de TBSP-2

De TBSP-2 moet genomen worden voor alle opdrachten samen. Het personeelslid presteert in dit geval geen onderwijsdiensten meer.

3.1.2.6.2. Ingangsdatum TBSP-2

In het hoger onderwijs kan de TBSP-2 ingaan op 1 oktober, 1 januari en 1 april ; in de andere niveaus op 1 september, 1 januari en 1 april.

Een personeelslid dat een gecombineerde opdracht uitoefent in het hoger onderwijs en daarbuiten en dat een TBSP-2 opneemt, moet deze tegelijkertijd laten ingaan in alle niveaus.

Concreet betekent dit dat de TBSP-2 kan aanvangen op 1 september, 1 oktober, 1 januari of 1 april.

3.1.3. Bonus – Specifieke kenmerken

3.1.3.1. Wie kan van deze bonus genieten?

Deze bonus kan worden verleend aan de volgende personeelsleden, met uitsluiting van de personeelsleden die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of kleuteronderwijzer ASV:

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.

3.1.3.2. Voorwaarden

Een personeelslid kan een bijkomende periode van terbeschikkingstelling (= bonus) verkrijgen.

Dit maakt het mogelijk dat een personeelslid vóór de TBSP-2 of vóór de ingangsdatum van het rustpensioen kan uitstappen.

De personeelsleden kunnen deze bonus opnemen, als zij op de vooravond van de opname van de bonus:

- vastbenoemd zijn;

- ten minste twintig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Voor die twintig dienstjaren mogen eveneens de kalenderjaren in aanmerking worden genomen waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend op een vervroegd pensioen in de regeling van de werknemers of in een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel.

- hun ambt uitoefenen als hoofdambt.

Om de twintig dienstjaren te vormen, tellen in hoofdzaak mee:

- alle diensten die in aanmerking komen voor de berekening van het salaris zonder evenwel rekening te houden met de leeftijdsbeperkingen voor onderwijsdiensten en andere openbare diensten;

- de militaire diensten;

- diensten als werknemer of als zelfstandige;

- de tijdsbonificatie wegens het bezit van diploma's.

Na het beëindigen van de bonus moet het personeelslid onmiddellijk overstappen naar de TBSP-2 of het pensioen. Dit betekent dat de TBSP-2 of het pensioen onmiddellijk en dus zonder onderbreking op de bonus moet aansluiten.

De bonus eindigt alleszins op de vooravond van de dag waarop het personeelslid het pensioen opneemt.

3.1.3.3. Wie kent de bonus toe?

Op verzoek van het personeelslid kent de inrichtende macht of de bevoegde hiërarchische meerdere de bonus toe.

De bonus is onomkeerbaar. Dit betekent dat eens deze bonus is ingegaan, het betrokken personeelslid niet meer in dienst kan treden voor het volume van deze bonus.

Herindiensttreding is wel mogelijk (zie 3.1.6.1.2).

Belangrijke opmerkingen:

- De opdracht waarvoor een personeelslid een bonus neemt, wordt vacant vanaf de datum van opname van de bonus.

- Het personeelslid dat bonus opneemt, blijft administratief verbonden aan de school, de instelling, het centrum of de dienst tot aan het pensioen.

3.1.3.4. Omvang

3.1.3.4.1. De grootte van de bonus

De bonus omvat een periode uitgedrukt in maanden, die 6,5% bedraagt van de geldelijke anciënniteit (uitgedrukt in maanden) die een personeelslid bezit op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het de leeftijd van 55 jaar bereikt.

Het resultaat van de berekening wordt naar boven afgerond.

De bonus kan u als volgt berekenen:

1° bepaal de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het personeelslid de leeftijd van 55 jaar bereikt;

2° bepaal de geldelijke anciënniteit op deze datum;

Indien een personeelslid meer dan één anciënniteit heeft op deze datum moet de grootste anciënniteit genomen worden;

3° bereken 6,5% van het aantal maanden geldelijke anciënniteit

4° rond het resultaat naar boven af.

Dit resultaat geeft de grootte van de bonus aan als hij volledig wordt opgenomen (bijlage 1).

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een personeelslid is geboren op 23-09-1953. De geldelijke anciënniteit wordt bijgevolg berekend op 01-10-2008. Dit is de eerste dag van de maand volgend op de 55ste verjaardag.

Geld. anc.
op 1/10/2008 

Aantal Maanden 

Bonus 6,5% 

Bonus afgerond volledig 

25 j 

300 

19,5 

20 

30j 11m 

371 

24,1 

25 

33j 5m 

401 

26,06 

27 

Voorbeeld 2

Een personeelslid is geboren op 01-08-1954. De geldelijke anciënniteit wordt bijgevolg berekend op 01-09-2009. Voor iemand die op de eerste dag van een maand verjaart, wordt de geldelijke anciënniteit berekend op de eerste dag van de maand volgend op de 55ste verjaardag.

Geld. anc.
op 1/09/2009 

Aantal Maanden 

Bonus 6,5% 

Bonus afgerond volledig 

25 j 

300 

19,5 

20 

30j 11m 

371 

24,1 

25 

33j 5m 

401 

26,06 

27 

Voorbeeld 3

Een personeelslid beschikt over verschillende geldelijke anciënniteiten 

Een personeelslid is geboren op 23-09-1953 en beschikt over volgende geldelijke anciënniteiten op 01-10-2008:

- zonder nuttige ervaring (NE): 20 jaar en 3 maanden

- voor vak A: 20 jaar en 3 maanden + 7 jaar NE

- voor vak B: 20 jaar en 3 maanden + 9 jaar NE

In dit geval moet steeds de hoogste anciënniteit worden genomen. In dit voorbeeld beschikt het personeelslid over 20 jaar 3 maanden + 9 jaar NE = 29 jaar en 3 maanden geldelijke anciënniteit.

Geld. anc.
op 1/10/2008 

Aantal Maanden 

Bonus 6,5% 

Bonus afgerond volledig 

29 j 3m 

351 

22,8 

23 

3.1.3.4.2. Wijze van opname van de bonus

- volledig: dit houdt in dat een personeelslid geen prestaties meer levert.

Voorbeeld

a) Een personeelslid presteert 20/20 en wenst geen prestaties meer uit te oefenen. Aangezien het personeelslid geen prestaties meer uitoefent wordt de bonus aan 100% verrekend.

b) Een personeelslid presteert 8/20 en wenst geen prestaties meer uit te oefenen. Aangezien het personeelslid geen prestaties meer uitoefent wordt de bonus aan 100% verrekend.

- de helft: het personeelslid blijft wekelijks prestaties verrichten die de helft bedragen van zijn ambt met volledige prestaties.

De nog te verrichten prestaties moeten naar boven worden afgerond naar een volledig lesuur of een volledig uur.

Voorbeeld

a) Een personeelslid presteert 21/21 en wenst nog halftijds te presteren. Het personeelslid oefent nog 11/21 uit. De nog te verrichten prestaties worden naar boven afgerond tot een volledig lesuur of een volledig uur. De bonus wordt verrekend aan de helft.

b) Een personeelslid presteert 14/21 en wenst nog halftijds te presteren. Het personeelslid oefent nog 11/21 uit. Aangezien er nog halftijdse prestaties worden geleverd zal de bonus verrekend worden aan de helft hoewel er maar een vermindering is van 3/21.

c) Een personeelslid dat 8/21 presteert kan geen bonus aan de helft opnemen.

- een vierde: het personeelslid blijft wekelijks prestaties verrichten die drie vierde bedragen van zijn ambt met volledige prestaties.

De nog te verrichten prestaties moeten naar boven worden afgerond naar een volledig lesuur of een volledig uur.

Voorbeeld

a) Een personeelslid presteert 20/20 en wenst nog 15/20 (drie vierden) te presteren. De opname van de bonus moet aan 1/4 verrekend worden.

b)Een personeelslid presteert 18/20 en wenst nog 15/20 te presteren. Aangezien de prestaties nog 3/4 bedragen, zal de opname van de bonus volgens 1/4 verrekend worden.

Opgelet: de wijze van opname a rato van een vierde is niet van toepassing op de personeelsleden die belast zijn met het mandaat van directeur of de personeelsleden die benoemd zijn in het ambt van directeur, adjunct-directeur, coördinator, technisch adviseur, technisch adviseur-coördinator, beheerder en de benoemde personeelsleden van de inspectie, de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken en de pedagogische begeleidingsdiensten.
De wijze van opname a rato van 1/4 is wel van toepassing op de ambten van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel. De school kan in de categorie van het ondersteunend personeel, met uitzondering voor het Volwassenenonderwijs, enkel een personeelslid aanstellen indien zij voldoende punten heeft om een halftijdse of een volledige betrekking op te richten.

De tijdsduur van de bonus is bijgevolg afhankelijk van de wijze van opname. Het aantal maanden bonus wordt verdubbeld als de bonus voor de helft wordt opgenomen en verviervoudigd als hij voor een vierde wordt opgenomen.

De bonus kan echter nooit ingaan voor de 55ste verjaardag.

Voorbeeld 1: duur van de bonus bij gedeeltelijke opname

Een personeelslid, geboren op 23-09-1953, wenst zijn bonus op te nemen. Hoeveel maanden kan het opnemen? De geldelijke anciënniteit op 01-10-2008 (1ste van de maand volgend op de leeftijd van 55 jaar) bedraagt 30j 11m.

1/10/2008 

Maanden 

Bonus 6,5% 

Bonus afgerond 

Bonus volledig 

Bonus 

de helft 

Bonus een vierde 

 

30 j 11 m 

371 m 

24,12 m 

25 m 

25 m 

50 m 

100 m 

Voorbeeld 2: duur van de bonus bij gedeeltelijke opname

Een personeelslid is geboren op 23-07-1954. Het personeelslid beschikt over een bonus van 25 maanden. Het personeelslid heeft recht op een vervroegd rustpensioen op 1 januari 2018. Het personeelslid neemt een TBSP-2 met ingang van 1/1/2016. Dit personeelslid wenst vanaf 01-01-2013 tot 31-12-2014 (24 maanden) de bonus aan de helft op te nemen. Vervolgens neemt het zijn bonus volledig op vanaf 01-01-2015 tot 31-12-2015.

Grootte van de opgenomen bonus:

periode vanaf 01-01-2013 tot 31-12-2014: 24 maanden aan de helft of 12 maanden

periode van 01-01-2015 tot 31-12-2015: 12 maanden volledig

Van 01-01-2013 tot 31-12-2015 neemt het personeelslid 24 maanden bonus op.

BELANGRIJKE OPMERKING

De bijzondere aandacht wordt erop gevestigd dat bij een gedeeltelijke opname van de bonus (1/4, 1/2) ENKEL OPDRACHTEN ALS VASTBENOEMDE in aanmerking komen.

Dit principe geldt:

- voor het volume waarvoor een bonus wordt genomen
- voor de prestaties die het personeelslid nog moet blijven verrichten als het de bonus deeltijds opneemt.

Het gevolg is dat personeelsleden die een gecombineerde opdracht (vastbenoemde en tijdelijke) uitoefenen, geen bonus kunnen krijgen.
Het personeelslid kan voor de tijdelijke opdracht geen TBSP-2 of bonus verkrijgen, en moet de tijdelijke opdracht beëindigen om aan de gestelde voorwaarden te voldoen. Tijdelijke diensten kunnen alleen nog verstrekt worden als het personeelslid opnieuw in actieve dienst treedt (zie herindiensttreding).
Personeelsleden die naast hun vastbenoemde opdracht, een opdracht uitoefenen als contractueel personeelslid (= een personeelslid waarop de bepalingen van de decreten rechtspositie niet van toepassing zijn), kunnen deze prestaties op contractuele basis verder zetten maar vallen onder de cumulatieregelgeving zoals toegelicht in punt 3.1.6.2.

Voorbeeld

Een personeelslid presteert 5/20 als tijdelijke en 15/20 als vastbenoemde op de ingangsdatum van de bonus.

Mogelijkheden: het personeelslid kan

- volledig uitstappen; het wachtgeld wordt berekend aan 15/20 en het mag dan geen tijdelijke prestaties meer uitoefenen.

- de helft uitstappen: het personeelslid presteert nog 10/20 en het wachtgeld wordt berekend aan 5/20. De tijdelijke opdracht van 5/20 moet beëindigd worden.

- een vierde uitstappen : niet mogelijk

3.1.3.4.3. Overstap naar een groter volume bonus

Het personeelslid kan overstappen van een vierde naar een halve of een volledige of van een halve naar een volledige bonus.

De overstap kan enkel gebeuren op 1 september, 1 januari of 1 april.

3.1.3.5. Aanvang en einde

3.1.3.5.1. Aanvang

3.1.3.5.1.1. De vaste ingangsdata

De bonus moet aanvangen op één van de volgende data

- 1 september

- 1 januari

- 1 april

- 1 oktober voor gecombineeerde opdracht in het hoger onderwijs (3.1.3.7.)

De overstap van een vierde bonus naar een halve of een volledige bonus of van een halve naar een volledige bonus, moet gebeuren op één van deze data.

3.1.3.5.1.2. De vroegst mogelijke instapdatum

De bonus kan ten vroegste ingaan op de datum die wordt bepaald als volgt:

1° bepaal de ingangsdatum ( persoonlijke keuze van het personeelslid) van de TBSP-2(1/9,1/1,1/4) of het pensioen.

De vroegste ingangsdatum van de TBSP-2 ligt maximaal 2 jaar voor de datum waarop het personeelslid aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist en valt samen met één van de drie uitstapdata.

2° bepaal de grootte van de bonus ( zie berekeningswijze punt 3.1.3.4.1.).

3° bepaal de wijze van opname van de bonus (zie punt 3.1.3.4.2.) en bereken het aldus bekomen aantal maanden.

4° het aantal maanden bonus zoals bepaald in punt 3° wordt afgetrokken van de gekozen uitstapdatum: het resultaat van dit verschil is de terugrekeningsdatum.

5° de vroegst mogelijke aanvangsdatum is de uitstapdatum (1/1, 1/4, 1/9) die onmiddellijk voorafgaat aan de terugrekeningsdatum, maar gelegen is na de 55ste verjaardag.

Indien de terugrekeningsdatum samenvalt met één van de drie uitstapdata, dan is deze datum uiteraard de aanvangsdatum en niet de voorgaande uitstapdatum.

Opgelet!

De bonus kan ten vroegste ingaan op de eerste uitstapdatum na het bereiken van de leeftijd van 55 jaar.

Voorbeelden

Personeelslid neemt bonus volledig op

Voorbeeld 1

Een personeelslid is geboren op 23-08-1954 en heeft ten vroegste recht op een rustpensioen op 1 maart 2017 (P-datum). De geldelijke anciënniteit wordt berekend op 01-09-2009. Dit is de eerste dag van de maand volgend op de 55ste verjaardag.

Geld. 

anc. op 1/09/2009 

Aantal 

Maanden 

Bonus 

6,5% 

Bonus 

afgerond 

Ingangsda-tum TBSP-2 

P-datum 

Na aftrek bonus 

Vroegst mogelijke ingangsdatum bonus 

25 j 

300 

19,5 

20 

01-04-2015 

01-03-2017 

01-08-2013 

01-04-2013 

30j11m 

371 

24,1 

25 

01-04-2015 

01-03-2017 

01-03-2013 

01-01-2013 

33j 5m 

401 

26,06 

27 

01-04-2015 

01-03-2017 

01-01-2013 

01-01-2013 

Voorbeeld 2

Een personeelslid is geboren op 01-08-1954 en wil zo vroeg mogelijk uitstappen. Het personeelslid heeft recht op een vervroegd rustpensioen (P-datum) op 1/09/2017.

De geldelijke anciënniteit wordt bijgevolg berekend op 01-09-2009 . Ook voor iemand die op de eerste van een maand verjaart, wordt de geldelijke anciënniteit berekend op de eerste dag van de maand volgend op de 55ste verjaardag.

Geld. 

anc. op 1/09/2009 

 

Aantal 

Maanden 

Bonus 

6,5% 

Bonus afgerond 

Datum TBSP-2 

P-datum 

Na aftrek bonus 

Vroegst mogelijke ingangsdatum bonus 

25 j 

300 

19,5 

20 

01-09-2015 

01-09-2017 

01-01-2014 

01-01-2014 

30j 11m 

371 

24,1 

25 

01-09-2015 

01-09-2017 

01-08-2013 

01-04-2013 

33j 5m 

401 

26,06 

27 

01-09-2015 

01-09-2017 

01-06-2013 

01-04-2013 

Personeelslid neemt bonus gedeeltelijk op

Voorbeeld 3

Een personeelslid is geboren op 23-08-1954 wenst zijn bonus aan de helft op te nemen. Het personeelslid heeft recht op een vervroegd rustpensioen op 01-04-2019

Geld. 

anc. op 1/09/2009 

 

Aantal 

Maanden 

Bonus 

6,5% 

Bonus afge-rond 

Bonus 1/2FT 

Datum TBSP-2 

Recht op pen-sioen 

Na aftrek bonus 

Vroegst mogelijke ingangsda-tum bonus 

30 j 11 m 

371 

24,1 

25 

50 

01-04-2017 

01-04-2019 

01-02-2013 

01-01-2013 

Bonus gevolgd door pensioen

Voorbeeld 4

Een personeelslid is geboren op 1 oktober 1953 en wil zijn pensioen laten ingaan op 1 september 2016 .

De geldelijke anciënniteit voor de berekening van de bonus bedraagt 33 jaar (op 1 november 2008).

Geld. anc. op 1/11/2008 

Aantal Maanden 

Bonus 6,5% 

Bonus afgerond 

Ingangsdatum pensioen 

Na aftrek bonus 

Vroegst mogelijke ingangsdatum bonus 

33 j 

396 

25,7 

26 

01-09- 2016 

01-07-2014 

01-04-2014 

3.1.3.5.2. Einde

De bonus moet ononderbroken doorlopen tot aan de TBSP-2 of het pensioen. Aan de bonus wordt een einde gesteld:

- op de vooravond van de dag waarop het personeelslid overstapt naar een TBSP-2;

- op de vooravond van de dag waarop het personeelslid met pensioen gaat.

SPECIFIEKE SITUATIE -> TERBESCHIKKINGSTELLING WEGENS ZIEKTE

Er geldt een specifieke regeling voor personeelsleden die terbeschikking zijn gesteld wegens ziekte. Het personeelslid dat op de dag waarop de door hem aangevraagde bonus , reeds ter beschikking gesteld is wegens ziekte, wordt opgeroepen om te verschijnen voor de Cel Pensioenen van Medex. Als Medex het personeelslid definitief ongeschikt acht om zijn ambt uit te oefenen en het personeelslid de voorwaarden vervult om vroegtijdig op pensioen te worden gesteld, wordt de bonus of de TBSP-2 beëindigd door de pensionering van het personeelslid.

3.1.3.6. Combinatie van bonus met TBSPA

Het personeelslid dat de bonus gedeeltelijk opneemt moet nog drie vierden of de helft van de volledige prestaties die voor het door hem uitgeoefende ambt bepaald zijn, blijven presteren.

Omwille van uitzonderlijke familiale redenen en binnen de termijnen die in het uitstapplan zijn vastgelegd, kan het personeelslid de opname van een deeltijdse bonus combineren met een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden.

Bovendien is dit enkel mogelijk indien de bonus reeds maximaal werd aangewend en er dus geen ruimte meer overblijft om over te stappen naar een andere wijze van opname van de bonus.

Het uitstapplan wordt in dit geval niet gewijzigd aangezien de ingangsdata van de bonus, de TBSP-2 en/of het pensioen niet gewijzigd worden.

Voorbeeld

Een personeelslid is vastbenoemd voor 24 lestijden en wenst zijn TBSP-2 te laten ingaan op 1/9/2015. Het beschikt over een bonus van 12 maanden en wenst die aan de helft op te nemen. De ingangsdatum van de bonus is dan 1/9/2013 Het personeelslid presteert vanaf dat ogenblik nog 12/24.

Het personeelslid kan omwille van uitzonderlijke familiale redenen, samen met de bonus, een TBSPA opnemen in de loop van deze periode voor 12/24.

In dit geval mag de duur overschreden worden van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden waarop het personeelslid volgens reglementaire bepalingen aanspraak kan maken. De duur van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden zoals hier bedoeld, is niet begrepen in de maximumduur van 5 jaar. Uiteraard moeten de overige bepalingen van deze dienstonderbreking nageleefd worden.

3.1.3.7. Combinatie van bonus met loopbaanonderbreking

Het personeelslid dat de bonus gedeeltelijk opneemt moet nog drie vierden of de helft van de volledige prestaties die voor het door hem uitgeoefende ambt bepaald zijn, blijven presteren.

Anderzijds kan het personeelslid in bepaalde omstandigheden nood hebben aan een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen. In dat geval kan een bonus gecombineerd worden met een volledige loopbaanonderbreking. De periodes waarvoor een personeelslid een volledige loopbaanonderbreking neemt voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen, worden dan beschouwd als prestaties.

Voorbeeld 1

Een opvoeder is vastbenoemd voor 36 uur en neemt een bonus op waarbij hij nog halftijds moet blijven presteren. Zijn moeder wordt zwaar ziek en het personeelslid wenst twee maanden thuis te blijven om voor haar te zorgen. In dat geval kan het personeelslid een volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand vragen voor 18/36. De periode van loopbaanonderbreking wordt beschouwd als prestaties. Het personeelslid neemt voor 18/36 de bonus op en voor 18/36 een volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand.

Voorbeeld 2

Een leraar is vastbenoemd voor 22 lesuren en neemt een bonus op waarbij hij nog drie vierden moet blijven presteren. Het personeelslid heeft dus een restopdracht van 17/22 en neemt een bonus op voor 5/22. Betrokkene moet zijn opdracht onderbreken en wenst 1 maand loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen te nemen. De loopbaanonderbreking wordt toegestaan voor 17/22. De periode van loopbaanonderbreking wordt beschouwd als prestaties. Het personeelslid neemt voor 5/22 de bonus op en voor 17/22 een volledige loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen.

3.1.3.8. Combinatie met het hoger onderwijs

3.1.3.8.1. De bonus voor personeelsleden geboren vanaf 1 oktober 1947 tot en met 30 september 1952

3.1.3.8.1.1. Omvang van de bonus

De bonus kan genomen worden :

- voor alle opdrachten samen

- voor alle opdrachten in het hoger onderwijs

- voor alle opdrachten die behoren tot de andere niveaus

- voor een gedeelte in het hoger onderwijs en een gedeelte in de andere niveaus

3.1.3.8.1.2. Ingangsdatum bonus

In het hoger onderwijs kan de bonus ingaan op 1 oktober, 1 januari en 1 april ; in de andere niveaus op 1 september, 1 januari en 1 april.

Een personeelslid dat een gecombineerde opdracht heeft in het hoger onderwijs en in de andere onderwijsniveaus kan zijn bonus enkel laten ingaan op de data die in het betrokken niveau van toepassing zijn.

Voorbeeld

Een personeelslid dat aangesteld is als vastbenoemde met een opdracht van 50% in het hoger onderwijs en 10/20 als leraar in het secundair onderwijs heeft volgende mogelijkheden:

- neemt bonus gedeeltelijk op in het secundair onderwijs: de bonus kan ingaan op 1 september, 1 januari en 1 april

- neemt bonus gedeeltelijk op in het hoger onderwijs: de bonus kan ingaan op 1 oktober, 1 januari en 1 april

Als het personeelslid zijn bonus over alle niveaus en op één datum wil laten ingaan, dan kan dit enkel op 1 januari of 1 april.

Voorbeeld

Een personeelslid is aangesteld als vastbenoemde met een opdracht van 60 % in het hoger onderwijs en 8/20 als leraar in het secundair onderwijs.

Het personeelslid neemt een VTBS op 1/1/2005 en heeft 25 maanden bonus die volledig wordt opgenomen.

Het personeelslid heeft 1/12/2003 als terugrekeningsdatum en dit is geen uitstapdatum.

In dit geval mag het personeelslid de prestaties stopzetten op de ingangsdata die voor de betrokken niveaus van toepassing zijn : 

- 8/20 in het secundair onderwijs op 1/9/2003

- 60% in het hoger onderwijs op 1/10/2003

3.1.3.8.2. Meer dan één geldelijke anciënniteit

Voor een personeelslid dat gecombineerde opdrachten heeft en dat hiervoor verschillende geldelijke anciënniteiten heeft, wordt er één bonus berekend die geldt voor alle niveaus.

De bonus wordt berekend op basis van de hoogste geldelijke anciënniteit.

3.1.3.8.3. Personeelsleden geboren vanaf 1 oktober 1952 tot en met 31 augustus 1954

Deze personeelsleden kunnen in het hoger onderwijs geen bonus meer nemen, alleen een TBSP-2. Als zij vervroegd willen uitstappen moeten ze voldoen aan de voorwaarden van de uitstapregelingen in het hoger en het niet-hoger onderwijs.

3.1.4. Wachtgeld

3.1.4.1. Algemeen principe

Het personeelslid dat een bonus of een TBSP-2 krijgt, geniet een wachtgeld.

Het bedrag van het wachtgeld is gedurende de hele periode van deze bonus of deze TBSP-2, gelijk aan zoveel vijfenvijftigsten of zestigsten (= de pensioenbreuk) van het laatste activiteitssalaris als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt, naargelang de breuk die voor de berekening van het pensioen in aanmerking is genomen 1/55 of 1/60 is.

Volgende diensten komen in aanmerking voor de pensioenbreuk 1/55:

• alle onderwijsdiensten die werden ingericht of gesubsidieerd door het Rijk of de Gemeenschappen, uitgezonderd de diensten in een CLB;

• in sommige welomschreven gevallen ook niet-gesubsidieerde onderwijsdiensten wanneer zij werden verricht vóór 1 januari 1992.

De diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuk 1/60 zijn de volgende:

• diensten in een CLB

• militaire diensten

• diensten aan de overheid of in een openbare administratie

3.1.4.2. Vermindering van het wachtgeld volgens leeftijd

Het bedrag zoals hiervoor berekend, wordt verminderd met een percentage van het laatste activiteitssalaris. Dit percentage is afhankelijk van de leeftijd waarop de bonus of de TBSP-2 wordt opgenomen; de vermindering neemt af naarmate de leeftijd stijgt waarop de TBSP-2 of de bonus aanvangt.

De vermindering bedraagt:
- 8% van het laatste activiteitssalaris voor wie de bonus op 55 jaar opneemt;
- 7% van het laatste activiteitssalaris voor wie de bonus op 56 jaar opneemt;
- 5% van het laatste activiteitssalaris voor wie de bonus op 57 jaar opneemt;
- 3% van het laatste activiteitssalaris voor wie de bonus of TBSP-2 op 58 jaar opneemt.

Bij uitstap op 59 jaar is er geen vermindering meer.

Opgelet: voor de berekening van het percentage van het laatste activiteitssalaris waarmee het wachtgeld wordt verminderd, wordt het laatste activiteitssalaris bedoeld zonder rekening te houden met de diensten die erkend zijn als nuttige ervaring.

Het op deze wijze berekende wachtgeld blijft ongewijzigd tijdens de ganse duur van de bonus en/of de TBSP-2, uitgenomen voor wat betreft de toepassing van de punten 3.1.4.8. en 3.1.4.9.

Het wachtgeld wordt uiteraard berekend pro rata van de prestaties die worden stopgezet.

BEREKENING WACHTGELD

ALGEMEEN PRINCIPE

(pensioenbreuk 1/55 + pensioenbreuk 1/60) X LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS) verminderd met

PERCENTAGE OP HET LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS

3.1.4.3. Wat komt in aanmerking voor de berekening van het wachtgeld?

Voor de berekening van het wachtgeld komen de prestaties waarvoor het personeelslid vast benoemd is, in aanmerking.

Voorbeeld :

Gegevens

Een personeelslid wenst de bonus te laten ingaan op 1/1/2013 en heeft volgende

 prestaties op de vooravond van de bonus :

19/20 vast benoemd

1/20 tijdelijk

Het personeelslid beschikt eveneens over een niet-verworven salarisschaal voor een diploma hoger opvoedkundige studiën (DHOS).

Berekening

Het wachtgeld zal berekend worden op het salaris verbonden aan de vastbenoemde opdracht samen met het bedrag van de niet-verworven salarisschaal aan 19/20.

- Voor de berekening van het wachtgeld worden, voor hun werkelijke duur, de diensten in aanmerking genomen die meetellen voor de berekening van het rustpensioen. Dit zijn de diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuken (zie punt 3.1.4.1). De omvang van de uitgeoefende opdracht heeft geen invloed op het aantal jaren die in aanmerking komen voor de berekening van het wachtgeld. De omvang is echter wel belangrijk voor de berekening van het laatste activiteitssalaris waarop het wachtgeld wordt bepaald.

Voorbeeld

Een personeelslid dat bijvoorbeeld 1 uur op weekbasis heeft gepresteerd gedurende 30 jaar, heeft 30 jaren die in aanmerking komen. Het laatste activiteitssalaris wordt berekend op de omvang van de vastbenoemde opdracht(en) op de vooravond van de TBSP-2 of de bonus.

Tellen NIET mee :

- de tijdsbonificatie wegens bezit van diploma's;

- de nuttige ervaring.

3.1.4.4. Meester-, vak- en dienstpersoneel

Rekening gehouden met de specificiteit van de pensioenregeling van deze personeelsleden is het bedrag van het wachtgeld dat hen wordt toegekend gedurende de hele periode van de bonus of de terbeschikkingstelling, eveneens gelijk aan zoveel vijfenvijftigsten of zestigsten van het laatste activiteitssalaris als het personeelslid op de datum van zijn bonus of terbeschikkingstelling dienstjaren telt, mits inachtneming van volgende regels :

- in dienst uiterlijk op 31/10/1972: tantième 1/55;

- in dienst van 1/11/1972 af: tantième 1/60.

3.1.4.5. Beperking tot de eenheid – hoogste salarisschaal primeert

Het laatste activiteitssalaris wordt desgevallend beperkt tot het salaris dat het personeelslid op de vooravond van de bonus of TBSP-2 genoot voor het door hem uitgeoefende hoofdambt met volledige prestaties.

Als het personeelslid op de vooravond van de bonus of TBSP-2 vast benoemd is voor één of meer opdrachten die een ambt met volledige prestaties overschrijdt, dan wordt bij de vaststelling van het laatste activiteitssalaris voor een ambt met volledige prestaties eerst het salaris genomen verbonden aan de opdracht bezoldigd op grond van de hoogste salarisschaal.

Onder de door het personeelslid gepresteerde uren worden dus altijd die gekozen welke in de best bezoldigde ambten gepresteerd zijn geworden.

Voorbeeld 1

Gegevens

Een personeelslid levert op de vooravond van de TBSP-2 de volgende prestaties :

- in het secundair onderwijs -> 20/20 barema 501

- in een hogeschool -> 40 % barema 502

Berekening

 secundair onderwijs: 10.000/10.000

Hogeschool : 4.000/10.000

Te beperken tot 1 (= 10.000/10.000) -> eerst wordt het salaris genomen verbonden aan de opdracht bezoldigd op grond van de hoogste salarisschaal.

bar 502 > bar 501

BEREKENING LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS:

bar 502 -> 4.000/10.000

bar 501 -> aanvulling tot de eenheid =

10.000 - 4.000 (Hobu) = 6.000/10000

Berekening laatste activiteitssalaris: barema 502 aan 4000/10000 en barema 501 aan 6000/10000

Voorbeeld 2

Gegevens

Een personeelslid levert op de vooravond van de TBSP-2 de volgende prestaties in het secundair onderwijs: 9/22 aan barema 301

13/21 aan barema 346)

Berekening

bar 346 > bar 301

9/22 = 4.090/10.000

13/21 = 6.190/10.000 (best bezoldigde uren)

--------------------

Totaal = 10.280/10.000 > 1

Te beperken : eerst wordt het salaris genomen verbonden aan de opdracht bezoldigd op grond van de hoogste salarisschaal

BEREKENING HET LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS:

Bar 346 : 6.190/10.000 :volledig opgenomen

 bar 301 (maximum: aanvulling tot de eenheid = 10.000 - 6.190 = 3.810/10000

3.1.4.6. Voorbeelden: berekening van het niet-geïndexeerd brutowachtgeld

Voorbeeld 1: één voltijdse betrekking

Gegevens

Een personeelslid is geboren op 29-07-1954 heeft een voltijdse opdracht aan barema 148. Hij neemt op 01-04-2013 een TBSP-2. Het beschikt 35 jaar en 7 maanden aan onderwijsdiensten en zijn laatste vastbenoemde activiteitsjaarsalaris op de vooravond van zijn vervroegde uitstap bedraagt 30.212,35 EUR.

De noemer voor het onderwijzend personeel is 55.

Op het moment van zijn uitstap is hij 58 jaar oud. Bijgevolg is de leeftijdsaftrek gelijk aan 3%.

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap 1: berekening wachtgeld zonder leeftijdsvermindering

30212,35 EUR/12 x 35j7m/55 = 1628,87 EUR

 

Stap 2: berekening leeftijdsvermindering

30212,35EUR/12 x 0,03 = 75,53 EUR

Stap 3: berekening van het maandwachtgeld

1628,87 EUR - 75,53 EUR = 1553,34 EUR

Voorbeeld 2: twee halftijdse opdrachten, samen één voltijdse opdracht

Gegevens

Een personeelslid is geboren op 15-08-1954. Omdat de persoon pas op 01-10-2015 met pensioen kan gaan neemt hij eerst een voltijdse bonus op 01-01-2013 en vanaf 01-01-2014 een TBSP-2.

Het personeelslid heeft halftijdse opdrachten, die samen een voltijdse betrekking vormen:

- halftijds leraar secundair (10/20 in het CVO) met barema 302. Het voltijdse laatste activiteitsjaarsalaris op de vooravond van zijn vervroegde uitstap bedraagt 31.142,59 EUR;

- halftijds opvoeder (18/36) met barema 158. Het voltijdse laatste activiteitsjaarsalaris op de vooravond van zijn vervroegde uitstap bedraagt 29.282,09EUR.

Het personeelslid beschikt op 01-01-2013 over 30 jaar onderwijsdiensten aan noemer 55. Daarbovenop deed hij nog 10 maanden = 0, 8333 jaren legerdienst. Die tellen mee voor het wachtgeld aan noemer 60.

Het personeelslid stapt uit op 58 jarige leeftijd, dus is de leeftijdsaftrek gelijk aan 3%.

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap 1: berekening laatste activiteitssalaris voor een maand

(31142,59 EUR/12 x 10/20) + (29.282,09 EUR /12 x 18/36) = 2517,70 EUR

Stap 2: berekening wachtgeld zonder leeftijdsvermindering

(2517,70 EUR x 30/55) + (2517,70 EUR x 0,8333/60) = 1408,26 EUR

Stap 3: berekening leeftijdsvermindering

2517,70 EUR x 0,03 = 75,53

Stap 4: berekening van het maandwachtgeld

1408,26 EUR – 75,53 EUR = 1332,73 EUR

Het wachtgeld wijzigt niet bij de overgang van de bonus naar een TBSP-2.

Voorbeeld 3: halve bonus

Indien hetzelfde personeelslid tot zijn pensioenleeftijd een halve bonus opneemt in plaats van een voltijdse bonus en TBSP-2 is er nog een volgende stap 5:

1332,73 EUR/2 = 666,37 EUR.

Deze bewerking blijft altijd dezelfde ongeacht de opdracht die hij via zijn bonus niet meer uitoefent (in CVO, secundair of een combinatie van de twee). Bovenop dit wachtgeld krijgt de persoon uiteraard wel nog het salaris voor de opdracht die hij nog effectief uitoefent.

Voorbeeld 4: nuttige ervaring in combinatie met een deeltijdse uitstap

Gegevens

Een personeelslid is geboren op 27-06-1954 heeft een tewerkstelling van 29/29 PV aan salarisschaal 301 binnen het secundair onderwijs. Hij voldoet aan de voorwaarden om op 60 jaar van een pensioen ten laste van de openbare schatkist te genieten.

Hij wenst een kwart bonus op te nemen vanaf 01.01.13 en is dan 58 jaar oud. Op dat ogenblik zal hij 26 onderwijsdienstjaren gepresteerd hebben en telt 10 jaar nuttige ervaring mee voor de berekening van zijn geldelijke anciënniteit. Op 01-09-2013 neemt hij een halve bonus en op 01-01-2014 een TBSP-2.

Het jaarsalaris voor 36 jaar geldelijke anciënniteit bedraagt: 30212,35 EUR.

Het jaarsalaris voor 26 jaar geldelijke anciënniteit (zonder nuttige ervaring) bedraagt: 29.282,08 EUR.

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap 1: berekening wachtgeld zonder leeftijdsvermindering

30212,35 EUR/12 x 26/55 = 1190,18 EUR

Stap 2: leeftijdsvermindering van 3% op het jaarsalaris, zonder opname van de nuttige ervaring

29.282,08 EUR/12 x 0,03 = 73,21 EUR

Stap 3: bruto wachtgeld à 100% voor een voltijdse uitstap = 1190,18 EUR – 73,21 EUR= 1116,97 EUR

Dit is het bruto niet geïndexeerd wachtgeld voor de periode van de voltijdse uitstap op 01-01-2014.

Stap 5: berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld voor een bonus voor één vierde

De bonus van één vierde komt overeen met een opdracht van 7/29.

1116,97 EUR x 7/29 = 269,61 EUR

Stap 5: berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld van een halve bonus

De halve bonus komt overeen met een opdracht van 14/29.

1116,97 EUR x 14/29 = 539,23 EUR

De basisberekening van het wachtgeld wijzigt dus niet bij de overstap van een kwartbonus naar een halve bonus en vervolgens naar een TBSP-2.

Voorbeeld 5: overschrijden van de eenheid en nuttige ervaring

Gegevens

Een personeelslid geboren op 23-08-54, presteert volgende opdracht in het secundair onderwijs:

5/20sten aan salarisschaal 501 + 14/29 aan salarisschaal 301 + 6/21 aan salarisschaal 302.

Hij neemt op 01-04-2013 een TBSP-2. De persoon is op dat moment 58 jaar oud en heeft 26 jaar en 7 maand onderwijsdiensten + 10 jaar nuttige ervaring in de geldelijke anciënniteit.

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap1: berekening laatste activiteitssalaris voor een maand

Het laatste activiteitssalaris, waarmee de breuk aan noemer 55 of 60 wordt vermenigvuldigd, moet worden beperkt tot de eenheid.

Salarisschaal 501: 38.312,63

Salarisschaal 302: 31.142,59

Salarisschaal 301: 30.212,35

5/20 = 2500/10.000

6/21 = 2857/10.000

14/29 = 4827/10.000

Som = 10.184/10.000. Dit is een overschrijding van de eenheid.

De opdracht van de laagste salarisschaal wordt beperkt: 10.000 – 2500 – 2857 = 4643

38.312,63 EUR/12 x 5/20 =798,18 EUR

31.142,59 EUR /12 x 6/21 = 741,49 EUR

30.212,35 EUR /12 x 4643/10.000 = 1168,96 EUR

Som = 2708,63 EUR. Dit is het laatste activiteitssalaris voor één maand.

Stap 2: berekening wachtgeld zonder leeftijdsvermindering

2708,63 EUR x 26jaar7m/55 = 1309,17 EUR

Stap 3 = leeftijdsvermindering van 3%

De salarisschalen moeten opnieuw worden bepaald op basis van 26 jaar en 7 maanden

Salarisschaal 501: 38.312,63

Salarisschaal 302: 30.212,32

Salarisschaal 301: 29.282,08

Voor de berekening van de leeftijdsvermindering is er een beperking tot een voltijdse opdracht.

38312,63/12 x 5/20 = 798,18

30.212,32/12 (302 à G.A.26j) x 6/21 =719,34

29.282,08/12 (301 à G.A.26j) x 14/29 = 1178,01

Som = 2695,53 EUR

2695,53 x 3% = 80,87 EUR

Stap 4 berekening van het maandwachtgeld

1309,17 EUR – 80,87 EUR = 1228,30 EUR

Voorbeeld 6: twee opdrachten, onvolledig vast benoemd en halve bonus

Gegevens

Een personeelslid geboren op 07-07-1954 heeft en opdracht van 18/36 administratief medewerker aan salarisschaal 202 en 5/22 bijzonder leermeester ASV aan salarisschaal 301

Hij wenst op 01-09-2014 haar bonus voor 5/22 op te nemen en zal op dat ogenblik 38j onderwijsdiensten hebben. Hij is op dat moment 60 jaar oud, er is dus geen leeftijdsvermindering meer.

Berekening van het niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap 1: berekening van het effectieve maandwachtgeld op basis van de vaste benoeming

27.534,94/12 EUR x 18/36 = 1147,28 EUR

30212,35/12 EUR x 5/22 = 572,20 EUR

Som = 1719,48 EUR

Stap 2: berekening van het fictieve maandsalaris

Het wachtgeld wordt altijd berekend op basis van een voltijdse vastbenoemde opdracht. Vermits het personeelslid deeltijds vast benoemd is en aan verschillende salarisschalen wordt betaald, is de samenstelling van een fictief voltijds salaris nodig.

18/36 = 5000/10.000

5/22 = 2272/10.000

Som = 7272/10.000

1719,48 EUR x 10.000/7272= 2364,52 EUR. Dit is het fictieve voltijdse activiteitssalaris

Stap 3 Berekening van een niet-geïndexeerd voltijds maandwachtgeld

= 2364,52 x 38/55 EUR = 1633,66 EUR

Stap 4 = halftijdse uitstap

= 1633,66 x 5/22 EUR = 371,29 EUR

Meer informatie over de wijze waarop u vanuit het wachtgeld en salaris aan 100% het nettowachtgeld of salaris per maand kunt berekenen, vindt u op website:

http://www.ond.vlaanderen.be/wedde

3.1.4.7. Overgang verlof, afwezigheid, TBS naar TBSP-2 of bonus

Voor het personeelslid dat overgaat van

- een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties,

- een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking,

- een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen,

- een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking,

- een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen,

- een terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid,

naar een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSP-2)of naar een bonus, wordt als het laatste activiteitssalaris beschouwd, het salaris dat het personeelslid zou hebben genoten indien het zijn prestaties voorafgaand aan bovenvermelde dienstonderbrekingen tot op de vooravond van de volledige terbeschikkingstelling of bonus verder zou hebben uitgeoefend.

Specifieke situatie: de overgang van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA) naar een TBSP-2 of een bonus is mogelijk. Het wachtgeld wordt in dit geval berekend op basis van het activiteitssalaris op de vooravond van de TBSPA, rekening houdend met de bepalingen vermeld onder de punten 3.1.4.8. en 3.1.4.9.

3.1.4.8. Indexering van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld schommelt met het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het wordt aan het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld.

3.1.4.9. Perequatie van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld zal, in voorkomend geval, worden aangepast overeenkomstig de intersectorale akkoorden van sociale programmatie en de akkoorden van sectorale sociale programmatie.

Het bedrag van het wachtgeld zal echter niet worden aangepast rekening houdend met de salaristrappen die het resultaat zijn van de periodieke verhogingen binnen de salarisschaal, indien het personeelslid op het ogenblik van de terbeschikkingstelling of de bonus niet het maximum van de salarisschaal heeft bereikt.

3.1.4.10. Vakantiegeld en eindejaarstoelage

De perioden gedurende dewelke een personeelslid een TBSP-2 opneemt komen volledig in aanmerking voor de berekening van de eindejaarstoelage en het vakantiegeld.

3.1.5. Aanvraagprocedure

3.1.5.1. Formulieren

3.1.5.1.1. De aanvraag

De aanvraag tot het bekomen van de bonus en de TBSP-2 moet opgesteld worden volgens het model dat als bijlage bij deze omzendbrief is gevoegd. Als een personeelslid zijn loopbaan alleen in het Vlaamse onderwijs heeft doorlopen, hoeft er geen apart loopbaanoverzicht te worden bijgevoegd. Heeft de aanvrager ook buiten het onderwijs gewerkt, dan is het raadzaam om een overzicht van de diensten buiten het onderwijs mee te sturen, inclusief de militaire diensten.

De voormelde aanvraag en het overzicht van de loopbaan moeten in dezelfde omslag, zonder toevoeging van andere documenten, worden opgestuurd.

Personeelsleden die aan meer dan één inrichtende macht fungeren, moeten per inrichtende macht een afzonderlijke aanvraag indienen.

3.1.5.1.2. Het uitstapplan

 

Als het personeelslid zijn bonus wenst op te nemen, vult hij/zij de daarvoor bedoelde tabel in op het aanvraagformulier.

Het personeelslid geeft in deze tabel een overzicht van de wijze waarop hij/zij de bonus gedurende de volledige periode wil opnemen.

De bonus loopt ononderbroken door tot aan de TBSP-2 of tot aan het pensioen. De bonus kan na de leeftijd van waarop het personeelslid recht heeft op een rustpensioen ten laste van de Schatkist, aanvangen of verder worden gezet.

De personeelsleden kunnen door middel van een internetmodule zelf de bonus berekenen en een uitstapplan uitstippelen. Deze internetmodule is te vinden op volgend website-adres:

www.ond.vlaanderen.be/uitstapplan

Deze module is alleen bedoeld voor personeelsleden geboren tussen 01-09-1947 en 31-08-1954. Er gebeurt momenteel nog een aanpassing zodat de begin-of einddatum van de TBSPA voorafgaand aan het rustpensioen (TBSP-2) nu ook kan liggen na de eerste van de maand volgend op de maand waarin het personeelslid de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt.

3.1.5.2. Indienen van de aanvraag

De aanvraag moet worden ingediend bij, afhankelijk van waar het personeelslid tewerk is gesteld:

- de inrichtende macht;

- de inspecteur-generaal voor de inspecteur en de coördinerend inspecteur;

- de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs, of zijn gemachtigde, voor de inspecteur-generaal en voor de personeelsleden vermeld in punt 3.1.2.4° van de omzendbrief.

Voormelde instanties moeten de ingediende aanvraag onmiddellijk doorzenden naar het bevoegde werkstation van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het betrokken personeelslid ontvangt van de inrichtende macht of bovengenoemde instanties een bevestiging dat de aanvraag werd verstuurd. De inrichtende macht of bovengenoemde instanties vermelden hierbij eveneens de datum waarop zij deze aanvraag hebben ingestuurd.

3.1.5.3. Termijn

3.1.5.3.1. Indiening bij de inrichtende macht

De aanvraag voor het bekomen van een TBSP-2 en het uitstapplan met betrekking tot de opname van de bonus, moet opgesteld worden volgens het model dat als bijlage bij deze omzendbrief is gevoegd. Als een personeelslid zijn loopbaan alleen in het Vlaamse onderwijs heeft doorlopen, hoeft er geen apart loopbaanoverzicht te worden bijgevoegd. Heeft de aanvrager ook buiten het onderwijs gewerkt, dan is het raadzaam om een overzicht van de diensten buiten het onderwijs mee te sturen, inclusief de militaire diensten.

De voormelde aanvraag en het overzicht van de loopbaan moeten in dezelfde omslag, zonder toevoeging van andere documenten, worden opgestuurd.

Personeelsleden die bij meer dan één inrichtende macht fungeren, moeten per inrichtende macht een afzonderlijke aanvraag indienen.

3.1.5.3.2. Insturen van een aanvraag naar het werkstation

Het Ministerie van Onderwijs en Vorming garandeert een tijdige afhandeling van het wachtgeld indien de inrichtende macht de aanvraagformulieren minstens 3 maanden voor de aanvangsdatum van de bonus of de terbeschikkingstelling indient bij het werkstation.

Om een vlotte afhandeling te bevorderen is het ten zeerste aangewezen de aanvraag met een ruimere marge in te dienen. De aanvraag moet bij het werkstation ten allerlaatste aankomen op de vooravond van de ingangsdatum van de uitstapregeling.

De personeelsleden die een aanvraag voor een TBSP-2 en/of een bonus hebben ingediend, ontvangen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming een schriftelijke bevestiging van de beslissing.

Indien de personeelsleden één maand voor de ingangsdatum van de TBSP-2 en/of bonus nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden onmiddellijk contact op te nemen met het werkstation.

Indien de personeelsleden op de ingangsdatum van de TBSP-2 en/of bonus nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden hun opdracht verder te blijven uitoefenen.

3.1.5.4. Wijzigen van het uitstapplan

- Het personeelslid kan zijn uitstapplan wijzigen om uitzonderlijke familiale redenen. De wijze van opname van de bonus of de aanvangsdatum van de bonus kunnen hierdoor worden gewijzigd.

De wijziging van het uitstapplan gebeurt volgens onderstaande modaliteiten:

- de wijziging houdt in dat een personeelslid op een andere datum dan eerst gepland kan overstappen van een vierde bonus naar een halve of een volledige bonus of van een halve naar een volledige bonus. Een overstap naar een lager volume is niet mogelijk.

- De datum voor de overstap naar een hoger bonusvolume kan tijdelijk of definitief worden uitgesteld.

- de aanvraag voor de wijziging moet gebeuren volgens de hiervoor vermelde procedure: zie punten 3.1.5.1.1. – 3.1.5.1.2.3.1.5.2. en 3.1.5.3.

- de ingangsdatum van de bonus of de overstap naar een andere wijze van opname van de bonus moet gebeuren op één van de toegelaten data: 1 september, 1 januari en 1 april.

- de bonus moet voldoende groot zijn om de wijziging van dit uitstapplan mogelijk te maken.

- Enkel als er voldaan is aan deze voorwaarden kan het uitstapplan worden gewijzigd.

De aanvraag moet bij het werkstation ten allerlaatste aankomen op de vooravond van de wijziging van het uitstapplan.

Indien de personeelsleden op de ingangsdatum van de wijziging van het uitstapplan nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden hun vroegere opdracht verder te blijven uitoefenen.

Voorbeeld

Gegevens

Een leraar is geboren op 01-08-1954 presteert 20/20 en beschikt over een geldelijke anciënniteit van 25 jaar en heeft bijgevolg recht op 20 maanden bonus. Zij wenst haar bonus aanvankelijk voor een kwart, vervolgens aan de helft en tenslotte volledig op te nemen. Zij heeft recht op een rustpensioen op 1 januari 2018.

De ingangsdatum van de TBSP-2 is gepland op 01-01-2016.

A. Uitstapplan

Van 01-05-2013 tot 31/12/2013 opname aan ¼. Deze 8 maanden kosten 2 maanden bonus.

Van 01-01-2014 tot 31-12-2014 neemt hij de bonus half op. Dit kost hem 6 maanden bonus.

Van 01-01-2015 tot 31-12-2015 volledig. Dan heeft zij 12 maanden bonus verbruikt. Met deze 20 maanden bonus kan zij uitstappen op 1/5/2013.

Dit is echter geen uitstapdatum. Zij kan haar bonus laten aanvangen op de eerste uitstapdatum voor 1 mei en dat is 01-04-2013.

van 

tot 

1/4, 1/2 of volledige bonus 

aantal maanden bonus opgenomen 

uren die niet meer gepresteerd worden 

1-4-2013 

31-12-2013 

1/4 

2 

5 

1-1-2014 

31-12-2014 

1/2 

6 

10 

1-1-2015 

31-12-2015 

1 

12 

0 

B. Wijzigen uitstapplan

Zij wil haar uitstapplan om uitzonderlijke familiale redenen wijzigen en wil reeds: -

- halftijds uitstappen op 01-04-2013 tot 31/8/2014

- voltijds uitstappen op 01-09-2014.

De periode van zijn halftijdse uitstap bedraagt 17 maanden en kost haar bijgevolg 8,5 maand bonus. Haar voltijdse uitstap kost haar nog eens 16 maanden. In totaal heeft hij dus 24,5 maand verbruikt.

van 

tot 

1/4, 1/2 of volledige bonus 

aantal maanden bonus opgenomen 

uren die niet meer gepresteerd worden 

1-4-2013 

31-8-2014 

1/2 

8,5 

10 

1-9-2014 

31-12-2015 

1 

16 

0 

Dit is teveel en het gewijzigde uitstapplan kan niet worden aanvaard.

Het is dus belangrijk dat men terugtelt vanaf de ingangsdatum van de TBSP-2 of de pensionering. Alleen zo kan de vroegste uitstapdatum vastgesteld worden.

3.1.5.5. Bepalen van de datum waarop het personeelslid het recht heeft op een overheidspensioen

De agentschappen zullen, voor de personeelsleden die een TBS en/of een bonus hebben aangevraagd, contact opnemen met de pensioendiensten van de federale overheid (PDOS) om de pensioendatum (P) te bepalen.

Hierna volgt de procedure die AgODi en Ahovos hierbij volgen.

1. AgODi en Ahovos gaan na of het personeelslid, volgens de wet van 28.12.2011 en volgens het voorstel van de federale overheid i.v.m. de verhoging van de leeftijd en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen (bijzondere regel – loopbaanbreuk 1/55), op vervroegd pensioen kan gaan op de leeftijd van 60 jaar.

2. Voor volgende groepen van personeelsleden gaan AgODi en Ahovos er vanuit dat zij nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen zullen kunnen gaan:

a.Personeelsleden die in 2012 de leeftijd van 60 jaar bereiken;

b.Personen die zich op eigen aanvraag op 1 januari 2012 in een voltijdse of deeltijdse

terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen bevinden. Dit is eveneens van toepassing op de personen die bij hun werkgever, ten vroegste één jaar voorafgaand aan de begindatum van een voltijdse of deeltijdse TBS voorafgaand aan het rustpensioen, een aanvraag hebben ingediend om in een dergelijke situatie te worden geplaatst :

1° vóór 1 januari 2012,

2° na 31 december 2011 op voorwaarde dat deze aanvraag door de werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012.

c.Personeelsleden die op de datum dat zij 60 worden een loopbaan hebben bereikt om nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen te kunnen gaan.

Dit onderzoek is gebaseerd op een berekening van de loopbaanvoorwaarden, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere regels voor de loopbaanbreuk 1/55, zoals opgenomen in de op 9.7.2012 gepubliceerde brochure van de PDOS: “Overzicht van de nieuwe pensioenmaatregelen in de overheidssector”, zie http://pdos.fgov.be/pdos/pdf/professionals/pension_reform.03.nl.pdf

3. De dossiers van de personeelsleden die op basis van bovenstaand onderzoek niet voldoen aan de voorwaarden a), b) en c) worden aan de PDOS bezorgd om de pensioendatum/leeftijd te bepalen.

4. Procedure met de PDOS

a)AgODi en Ahovos brengen de loopbaangegevens van deze risico-dossiers in op de website van de PDOS;

b)Indien de gekende loopbaangegevens volledig zijn ingebracht, wordt deze input “gevalideerd”. Dit betekent dat alle gekende gegevens zijn ingebracht, en dat de gegevens worden verzonden naar de PDOS en naar het personeelslid;

c)Onmiddellijk nà de validatie, en nog vóór het personeelslid zijn loopbaanoverzicht ontvangt van de PDOS, stuurt AgODi of Ahovos een begeleidende brief naar het personeelslid, met duiding en toelichting van de stand van zijn/haar dossier, met de mededeling dat de gegevens aan de PDOS werden bezorgd, dat hij/zij zeer binnenkort een brief van de PDOS kan verwachten voor het vervolg van de procedure. De begeleidende brief (zie bijlage) werd opgesteld in overleg tussen onderwijs en PDOS;

d)De diensten van de PDOS zullen het personeelslid binnen 15 dagen na validatie een loopbaanoverzicht van zijn/haar prestaties in de overheidssector tot 31 december 2010 opsturen, zodat het personeelslid zelf kan nagaan of deze gegevens correct zijn of nog moeten worden aangevuld.

De gegevens vanaf 1 januari 2011 hoeven niet meer nagekeken te worden en bevinden zich niet in het loopbaanoverzicht. Alle loopbaangegevens vanaf 1 januari 2011 zijn via de DMFA-aangifte al in het bezit van de PDOS. Loopbaanjaren gedekt door het pensioenstelsel van de werknemers of van de zelfstandigen bevinden zich evenmin in het loopbaanoverzicht en hoeven dan ook niet meer nagekeken te worden.

De begeleidende brief van de PDOS zal het personeelslid meer informatie verstrekken over de precieze doelstellingen van het loopbaanoverzicht en over wat het personeelslid moet doen als het onvolkomenheden ontdekt.

5. Zodra de pensioendatum is bepaald, zal AgODi/Ahovos een beslissing nemen over de aanvraag voor de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het pensioen. Heeft u verder nog vragen bij deze nieuwe uitstapregeling: voor de scholen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en voor de personeelsleden van de pedagogische begeleiding en inspectie: contacteer uw werkstation.

Voor de centra voor volwassenenonderwijs contacteert u uw werkstation.

U kunt ook steeds een mail sturen naar: personeel.volwassenenonderwijs@vlaanderen.be

3.1.6. Cumulatie

3.1.6.1. Cumulatie in het onderwijs

3.1.6.1.1. Algemeen principe

Gedurende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen of de bonus mag het personeelslid in het onderwijs of de CLB's geen bezoldigde prestaties uitoefenen, met uitzondering van de hierna vermelde prestaties.

3.1.6.1.2. Uitzonderingen

In afwijking van het algemeen principe mag het personeelslid de onderwijsopdracht die het op de dag voor de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling of de bonus, als bijbetrekking in het volwassenenonderwijs of het deeltijds kunstonderwijs uitoefende, verder blijven uitoefenen als bijbetrekking. Het personeelslid mag ook bezoldigde prestaties uitoefenen in het kader van

- de voor- en naschoolse opvang in het basisonderwijs;

- het middagtoezicht in het basisonderwijs;

- de busbegeleiding;

- herindiensttreding.

Een personeelslid aan wie een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen werd verleend, kan opnieuw in actieve dienst treden. Dit geldt voor alle personeelscategorieën in elk niveau.

Voor de toewijzing van een betrekking kan de inrichtende macht of directeur, in afwijking van de bestaande reglementaire bepalingen, tijdelijk en na toestemming van het personeelslid, een beroep doen op een personeelslid dat volledig ter beschikking gesteld is wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (zie herindiensttreding).

Deze personeelsleden vallen wel onder de cumulatieregelgeving zoals toegelicht in punt 3.1.6.2.

Voor de praktische modaliteiten (de toewijzing, verhaalprocedure, de bezoldiging, de elektronische zendingen, voorbeelden, ...)wordt verwezen naar de omzendbrief 13CC/IF/GHD van 6 oktober 2000.

3.1.6.2. Cumulatie buiten het onderwijs

Beroepsbezigheden buiten het onderwijs kunnen zonder verlies van het recht op wachtgeld worden uitgeoefend indien het activiteiten betreft die in de stelsels der rustpensioenen toelaatbaar zijn.

Belangrijk: de actuele jaargrenzen van het toegelaten brutoberoepsinkomen dat kan gecumuleerd worden in het kader van rust- en overlevingspensioenen, kunnen geraadpleegd worden op de website van de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS).

Let op: de overgangsmarge van 15% die geldig is bij de pensioendienst is niet van toepassing bij de bonus of TBSP-2. De vermelde bedragen mogen dus niet worden overschreden.

Overeenkomstig deze reglementering kunnen o.a. volgende activiteiten aanvaard worden:

a) beroepsbezigheden als werknemer in de openbare of in de privé-sector waarvan de bruto beroepsinkomsten het vooropgesteld grensbedrag per jaar niet overschrijden. In geval van kinderlast wordt dit bedrag met 50 % verhoogd.

Om het brutoberoepsinkomen te bepalen, wordt rekening gehouden met alle elementen van de bezoldiging nl. het wachtgeld, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage, de indexaanpassing ... en dit vóór iedere inhouding inzake sociale zekerheid en/of inzake belastingen.

b) beroepsbezigheden als zelfstandige of als help(st)er, waarop het sociaal statuut voor zelfstandigen toepasselijk is of als echtgeno(o)t(e)-help(st)er en waaraan een netto jaarlijks beroepsinkomen (= jaarlijks brutoberoepsinkomen, verminderd met de beroepsuitgaven of beroepslasten, en in voorkomend geval met de beroepsverliezen, zoals deze verschillende elementen worden aanvaard door de Administratie der Directe Belastingen), verbonden is, dat de vooropgestelde grens niet overschrijdt. In geval van kinderlast geldt een aangepaste grens.

c) de bezigheid die uitsluitend bestaat in het scheppen van wetenschappelijke of artistieke werken die geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt en voor zover de betrokkene geen handelaar is als bedoeld in het wetboek van koophandel.

De wetenschappelijke of artistieke bezigheid die niet aan deze gezamenlijke criteria voldoet is aanneembaar binnen de hierboven onder a of b vermelde grenzen.

d) politieke mandaten, mandaten in het O.C.M.W., mandaten bij openbare instellingen, instellingen van openbaar nut of verenigingen van gemeenten ingegaan vóór de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling.

Een nieuw politiek mandaat kan als volgt omschreven worden:

- na de verkiezingen krijgt een verkozene een nieuw mandaat en worden zijn inkomsten volledig onderworpen aan de cumulatieregeling;

- bij wijziging van mandaat binnen een zelfde legislatuur past de Administratie der Pensioenen volgende regeling toe:

o bij toekenning van eenzelfde soort inkomsten: geen toepassing van de cumulatieregels;

o bij wijziging inkomsten: toepassing van de cumulatieregels.

Dezelfde mandaten ingegaan vanaf de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling voor zover de onder a vermelde bedragen niet worden overschreden.

Voorbeelden:

1. een schepen wordt in een bepaalde gemeente burgemeester binnen dezelfde legislatuur: geen toepassing van de cumulatieregeling, want zowel de schepen als de burgemeester ontvangen een salaris (= zelfde soort inkomsten);

2. een raadslid wordt schepen tijdens dezelfde legislatuur: toepassing van de cumulatieregeling en dus beperking van de toegelaten inkomsten want het raadslid ontvangt zitpenningen, terwijl een schepen recht heeft op een vaste vergoeding (= een ander soort inkomsten).

e) andere bezigheden, mandaten, ambten of posten waarvan de bruto-inkomsten de onder a vermelde grenzen niet overschrijden.

Bijzondere regels gelden in geval van gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van de hierboven vermelde activiteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand zowel zelfstandige als werknemer is geweest tijdens hetzelfde kalenderjaar. In dit geval worden de grensbedragen op een specifieke wijze berekend.

Wanneer het wachtgeld niet voor een volledig kalenderjaar wordt uitbetaald, worden vermelde jaarlijkse grensbedragen proportioneel verminderd.

Indien, voor een bepaald kalenderjaar, het jaarlijks grensbedrag wordt overschreden, wordt de betaling van het wachtgeld volledig geschorst voor datzelfde jaar.

De in a) en b) hierboven vermelde jaarbedragen worden bepaald bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit.

3.1.7. Afstand van wachtgeld- cumulatie met een overlevingspensioen

3.1.7.1. Wie kan afstand doen?

Het personeelslid dat rechthebbende is op een overlevingspensioen en dat een TBSP-2 of een bonus krijgt of heeft gekregen, kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht op het wachtgeld.

3.1.7.2. Betrokkene moet erom verzoeken

Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het wachtgeld verklaart dit in een aangetekende brief die aan de coördinator van het bevoegde werkstation wordt gericht.

3.1.7.3. Bedrag van het wachtgeld

Aan een personeelslid dat geheel afstand doet van het wachtgeld waarop het recht heeft, wordt geen wachtgeld toegekend.

Belangrijk:

- De periode gedurende welke een personeelslid een volledige terbeschikkingstelling geniet waarvoor geen wachtgeld wordt toegekend komt niet in aanmerking voor het toekennen en het berekenen van de pensioenen ten laste van de Schatkist.

- Een personeelslid dat gedeeltelijk afstand doet van wachtgeld moet in het schrijven bedoeld in 3.1.7.2. verklaren welk bedrag à 100% op maandbasis hij wenst te ontvangen.

Een wachtgeld is cumuleerbaar met een overlevingspensioen. Indien het wachtgeld te hoog is om van een overlevingspensioen te kunnen genieten, kan men geheel of gedeeltelijk afstand doen van het wachtgeld.

De actuele bedragen met betrekking tot de cumulatie van een wachtgeld met een overlevingspensioen kunnen geraadpleegd worden op de website van de PDOS

LET OP

Bij de berekening van het bedrag dat men wenst te ontvangen, moet men naast het deel van het wachtgeld à 100 % (= niet-geïndexeerd bedrag) ook rekening houden met de bedragen die voortvloeien uit de indexering en het recht op vakantiegeld en eindejaarstoelage. Het is aan te raden een zekere marge in te bouwen (wijzigingen index, eindejaarstoelage, vakantiegeld, sociale programmatie, personen ten laste ...) en de evolutie van de desbetreffende referentiebedragen op de voet te volgen.

3.1.7.4. Datum waarop een eerste verklaring uitwerking heeft

De eerste verklaring van afstand van wachtgeld kan uitwerking hebben op:

- de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling;

- de eerste dag van de maand volgend op de ontvangst van de eerste verklaring of op een latere datum die het personeelslid bepaalt.

Het personeelslid moet dus uitdrukkelijk de datum vermelden waarop de verklaring uitwerking moet hebben.

De eerste verklaring om geheel of gedeeltelijk afstand te doen van wachtgeld kan reeds worden gevoegd bij de aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen.

3.1.7.5. Wijziging van de verklaring van afstand van wachtgeld

Het personeelslid kan met een nieuwe verklaring verzoeken om het wachtgeld dat het ontvangt, aan te passen.

Hiertoe moet de aanvrager een nieuwe verklaring indienen via een aangetekende brief aan de coördinator van het bevoegde werkstation.

Dit nieuwe verzoek moet het Ministerie van Onderwijs en Vorming vóór 1 november bereiken.

De vraag tot aanpassing heeft dan steeds uitwerking vanaf de eerste januari van het daaropvolgend burgerlijk jaar.

De afstand van wachtgeld kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd.

3.1.7.6. Geldigheidsduur van een verklaring

Elke verklaring blijft onverminderd van toepassing tot op het einde van de bonus of TBSP-2 tenzij - cfr. punt 3.1.7.5. hiervoor - betrokkene om een aanpassing verzoekt.

3.1.8. Overstap van de DTBS 55+ naar de bonus of de TBSP-2

De deeltijdse terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (DTBS55+) is met ingang van 1 september 2010 opgeschort in alle niveaus of op 1 december 2009 in het hoger onderwijs (1 maart 2010 als laatste instapdatum).

Een personeelslid dat voor deze data in het overeenkomstige onderwijsniveau een DTBS55+ heeft genomen, kan overstappen naar een bonus of een TBSP-2 op één van de vastgestelde data: 1 september, 1 januari of 1 april.

3.1.9. Elektronische communicatie met het Ministerie van Onderwijs en Vorming

De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) wordt gemeld met de code dienstonderbreking DO 108.

Dit is een dienstonderbreking die steeds wordt genomen op alle opdrachten van het personeelslid.

Elke school (volledig leerplan en/of beperkt leerplan) dient de TBSP-2 echter afzonderlijk in te sturen.

De ingangsdatum van de TBSP-2 geldt voor alle opdrachten in het onderwijs ongeacht het onderwijsniveau.

De bonus wordt gemeld met de code dienstonderbreking DO 107. Dit is een opdrachtgebonden dienstonderbreking die kan genomen worden voor een deel of het geheel van de opdrachten van het personeelslid en gemeld wordt met een RL-1.

De werkwijze inzake het elektronisch doorsturen van gegevens wordt geïllustreerd aan de hand van een aantal voorbeelden.

Voorbeeld 1: bonus en TBSP-2

Een voltijds vastbenoemd onderwijzer, geboren op 23-9-1953, heeft als P-datum 01-03-2016. Hij wenst een TBSP-2 te nemen op 01-04-2014 tot 29-02-2016. In de periode ervoor wil hij daarbovenop een voltijdse bonus te nemen op 01-09-2013 tot 31-03-2014.

Eerste bericht met geldigheidsdatum 01-09-2013. :

RL-1 ambt onderwijzer vastbenoemd voor 24 u met als einddatum van de opdracht 31-12-4444 (oneindig) met de opdrachtgebonden DO 107 Bonus voor 24 u met als begindatum 01-09-2013 en als einddatum 31-03-2014.

Tweede bericht met als geldigheidsdatum 01-04-2014 :

RL-2 DO 108 TBSVP met als begindatum 01-04-2014 en als einddatum 29-02-2016.

Derde bericht met als geldigheidsdatum 01-03-2006: (P-datum)

RL-4 stopzetting opdrachtenpakket met als begindatum 01-03-2016 en met als reden pensioen (code 04)

Voorbeeld 2: bonus en pensioen

Een voltijds vastbenoemd leraar met een opdracht van 20/20, geboren op 02-04-1954-kan al op 01/05/2014 met pensioen, maar gaat pas op 01/09/2017. Hij wenst een bonus op te nemen voor een vierde vanaf 01-01-2014 tot 31-8-2016 Vanaf 01-09-2016 tot 31-8-2017 neemt hij een bonus op voor de helft. Op 01-09-2017 gaat hij met pensioen.

Eerste bericht met geldigheidsdatum 01-01-2014 :

RL-1 ambt vastbenoemd leraar voor 20 u met als einddatum van de opdracht 31-12-4444 (oneindig) met de opdrachtgebonden DO 107 Bonus voor 5 u met als begindatum 01-01-2014 en als einddatum 31-08-2016.

Tweede bericht met geldigheidsdatum 01-09-2016 :

RL-1 ambt vastbenoemd leraar voor 20 u met als einddatum van de opdracht 31-12-4444 (oneindig) met de opdrachtgebonden DO 107 Bonus voor 10u met als begindatum 01-09-2016 en als einddatum 31-08-2017.

Derde bericht met als geldigheidsdatum 01-09-2017:

RL-4 stopzetting opdrachtenpakket met als begindatum 1-9-2009 met als reden pensioen (code 04).

3.1.10. Bijlagen

3.1.10.1. Bijlage 1 - Opgebouwde bonus

http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3410.doc (FORM003410)

3.1.10.2. Bijlage 2 - Aanvraag van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen en/of van een bonus

3.2. Personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 september 1954 en voor 1 januari 1957

3.2.1. Voorwoord

De personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 september 1954 en voor 1 januari 1957 kunnen ten vroegste 2 jaar uitstappen vóór de datum waarop ze recht hebben op een pensioen ten laste van de Schatkist; in de verdere teksten wordt dat aangeduid als de P-datum. 

Voor een grotere leesbaarheid wordt de term volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen die ten vroegste 2 jaar voor het personeelslid recht heeft op een pensioen ten laste van de Schatkist kan ingaan, in de verdere tekst weergegeven als:TBSP-2.

De datum waarop iemand aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist wordt de P-datum genoemd. Die datum is individueel bepaald en hangt af van het geboortejaar.

3.2.2. Wie kan van deze TBSP-2 genieten?

Deze TBSP-2 kan worden verleend aan de volgende personeelsleden, met uitsluiting van de personeelsleden die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of kleuteronderwijzer ASV:

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.

De terbeschikkingstelling kan ten vroegste 2 jaar voor de datum waarop ze aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist, ingaan: TBSP-2. 

3.2.3. Voorwaarden

De personeelsleden kunnen een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgen, als zij op de vooravond van de terbeschikkingstelling :

- vastbenoemd zijn;

- ten minste twintig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Voor die twintig dienstjaren mogen eveneens de kalenderjaren in aanmerking worden genomen waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend op een vervroegd pensioen in de regeling van de werknemers of in een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel.

- hun ambt uitoefenen als hoofdambt.

Om de twintig dienstjaren te vormen, tellen in hoofdzaak mee:

- alle diensten die in aanmerking komen voor de berekening van het salaris zonder evenwel rekening te houden met de leeftijdsbeperkingen voor onderwijsdiensten en andere openbare diensten;

- de militaire diensten;

- diensten als werknemer of als zelfstandige;

- de tijdsbonificatie wegens het bezit van diploma's.

De personeelsleden mogen bij de aanvang van de TBSP-2 geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

Aan de TBSP-2 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Dit is dus niet altijd meer de eerste van de maand na de 60ste verjaardag, maar wordt individueel bepaald.

3.2.4. Wie kent de TBSP-2 toe?

Op verzoek van het personeelslid kent de inrichtende macht of de bevoegde hiërarchische meerdere de terbeschikkingstelling toe.

De TBSP-2 is onomkeerbaar. Dit betekent dat eens de TBSP-2 is ingegaan, het betrokken personeelslid zijn oorspronkelijke opdracht niet meer kan opnemen. Herindiensttreding is wel mogelijk (zie punt 3.2.10.1.2.)

Belangrijke opmerkingen:
- De betrekking bekleed door een personeelslid dat een TBSP-2 bekomt, wordt vacant vanaf de datum waarop de terbeschikkingstelling ingaat.
- Het personeelslid, dat ter beschikking is gesteld, blijft administratief aan de school, het centrum of de dienst verbonden tot op de datum van het pensioen.

3.2.5. Omvang van de TBSP-2

De TBSP-2 moet genomen worden voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid als vastbenoemde in hoofdambt titularis is in het onderwijs.

Dit betekent dat de TBSP-2 moet genomen worden voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid vastbenoemd is.

3.2.6. Aanvang en einde

3.2.6.1. Aanvang

De TBSP-2 kan aanvangen op:

- 1 september

- 1 januari

- 1 april

- 1 oktober als he personeelslid terzelfdertijd in een hogeschool fungeert (zie punt 3.2.9).

De voorwaarden waaraan het betrokken personeelslid moet voldoen om van een TBSP-2 te kunnen genieten, moeten vervuld zijn op de vooravond van de terbeschikkingstelling.

Dit betekent voor een personeelslid dat de TBSP-2 ten vroegste kan ingaan 2 jaar vóór de datum waarop het personeelslid aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist (P-datum).

Voorbeeld 1


Een leraar is geboren op 1 april 1956 en heeft recht op een rustpensioen op 1 september 2017. Het personeelslid kan ten vroegste uitstappen op 1 september 2015.

Voorbeeld 2

Een leraar is geboren op 1 april 1956 en heeft recht op een rustpensioen op 1 mei 2017. Het personeelslid kan ten vroegste uitstappen op 1 september 2015. 1 mei 2015 is immers geen uitstapdatum en daarom kan het personeelslid ten vroegste uitstappen op 1 september 2015

3.2.6.2. Einde

Aan de TBSP-2 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop de betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

Normalerwijze zal deze terbeschikkingstelling een einde nemen op de laatste dag van de maand waarin het personeelslid aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist (=pensioengerechtigd).

SPECIFIEKE SITUATIE: TERBESCHIKKINGSTELLING WEGENS ZIEKTE

Er geldt een specifieke regeling voor personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ziekte. Het personeelslid dat op de dag waarop de door hem aangevraagde volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen ingaat, reeds ter beschikking gesteld is wegens ziekte, wordt opgeroepen om te verschijnen voor de Cel Pensioenen van Medex . Als Medex het personeelslid definitief ongeschikt acht om zijn ambt uit te oefenen en het personeelslid de voorwaarden vervult om vroegtijdig op pensioen te worden gesteld, wordt de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen beëindigd door de pensionering van het personeelslid.

3.2.7. Wachtgeld

3.2.7.1. Algemeen principe

Het personeelslid dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen verkrijgt, geniet een wachtgeld.

Het bedrag van het wachtgeld is gedurende de hele periode van deze terbeschikkingstelling, gelijk aan zoveel vijfenvijftigsten of zestigsten (= de pensioenbreuk) van het laatste activiteitssalaris als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt, naargelang de breuk die voor de berekening van het pensioen in aanmerking komt 1/55 of 1/60 is.

Volgende diensten komen in aanmerking voor de pensioenbreuk 1/55:

• alle onderwijsdiensten die werden ingericht of gesubsidieerd door het Rijk of de Gemeenschappen, uitgezonderd de diensten in een CLB;

• in sommige welomschreven gevallen ook niet-gesubsidieerde onderwijsdiensten wanneer zij werden verricht vóór 1 januari 1992.

De diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuk 1/60 zijn de volgende:

• diensten in een CLB

• militaire diensten

• diensten aan de overheid of in een openbare administratie

. meesters- van en dienstpersoneel in dienst vanaf 01/11/1972

BEREKENING WACHTGELD(TOELAGE)

ALGEMEEN PRINCIPE

( pensioenbreuk 1/55 + pensioenbreuk 1/60) X LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS

3.2.7.2. Vermindering van het wachtgeld

Deze personeelsleden hebben recht op een TBSP-2.

Voor deze personeelsleden wordt het wachtgeld berekend zoals in punt 3.2.7.1. maar hiervan wordt een bepaald percentage toegekend dat als volgt wordt bepaald:

- 77,5 % wanneer de TBSP-2 wordt opgenomen voor een periode van ten hoogste 1 jaar;

- 75 % wanneer de TBSP-2 wordt opgenomen voor een periode van meer dan 1 jaar.

3.2.7.3. Wat komt in aanmerking voor de berekening van het wachtgeld?

Voor de berekening van het wachtgeld, worden de prestaties in aanmerking genomen waarvoor het personeelslid vastbenoemd is.

Voorbeeld

Gegevens

Een personeelslid wenst de TBSP-2 te laten ingaan op 1/1/2013 en heeft volgende

 prestaties op de vooravond van de VTBS:

19/20 vast benoemd

1/20 tijdelijk

Het personeelslid beschikt eveneens over een niet-verworven salarisschaal voor een diploma hoger opvoedkundige studiën (DHOS).

Berekening

Het wachtgeld zal berekend worden op het salaris verbonden aan de vastbenoemde opdracht samen met het bedrag van de niet-verworven salarisschaal aan 19/20.

- Voor de berekening van het wachtgeld worden, voor hun werkelijke duur, de diensten in aanmerking genomen die meetellen voor de berekening van het rustpensioen. Dit zijn de diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuken (zie punt 3.2.7.1.). De omvang van de uitgeoefende opdracht heeft geen invloed op het aantal jaren die in aanmerking komen voor de berekening van het wachtgeld. De omvang is echter wel belangrijk voor de berekening van het laatste activiteitssalaris. Deze wordt als basis genomen voor de berekening van het wachtgeld.

Voorbeeld

Een personeelslid dat 1 uur op weekbasis heeft gepresteerd gedurende 30 jaar, heeft 30 jaren die in aanmerking komen voor de geldelijke anciënniteit.

De staatsdiensten en de militaire diensten tellen mee.

Tellen NIET mee:

- de tijdsbonificatie wegens bezit van diploma's;

- de nuttige ervaring.

3.2.7.4. Meester-, vak- en dienstpersoneel

Rekening gehouden met de specificiteit van de pensioenregeling van deze personeelsleden is het bedrag van het wachtgeld dat hun wordt toegekend gedurende de hele periode van de terbeschikkingstelling, eveneens gelijk aan zoveel vijfenvijftigsten of zestigsten van het laatste activiteitssalaris als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt, mits inachtneming van volgende regels :

- in dienst uiterlijk op 31/10/1972: tantième 1/55;

- in dienst vanaf 1/11/1972: tantième 1/60.

3.2.7.5. Beperking tot de eenheid - hoogste salarisschaal primeert

Het laatste activiteitssalaris wordt desgevallend beperkt tot het salaris dat het personeelslid op de vooravond van de terbeschikkingstelling genoot voor het door hem uitgeoefende hoofdambt met volledige prestaties.

Als het personeelslid op de vooravond van de terbeschikkingstelling vast benoemd is voor één of meer opdrachten die een ambt met volledige prestaties overschrijdt, dan wordt bij de vaststelling van het laatste activiteitssalaris voor een ambt met volledige prestaties eerst het salaris genomen verbonden aan de opdracht bezoldigd op grond van de hoogste salarisschaal.

Onder de door het gepresteerde uren worden dus altijd die gekozen welke in de best bezoldigde ambten gepresteerd zijn geworden.

Voorbeeld 1

Gegevens

Situatie op de vooravond van de TBSP-2 :

- secundair onderwijs -> 20/20 barema 501

- Hogeschool-> 40 % barema 502)

Berekening

secundair onderwijs: 10.000/10.000

Hogeschool: 4.000/10.000

Te beperken tot 1 (= 10.000/10.000) eerst wordt het salarisgenomen verbonden aan de opdracht bezoldigd op grond van de hoogste salarisschaal.

bar 502 > bar 501

BEREKENING LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS:

bar 502 -> 4.000/10.000 -> maximum

bar 501 (maximum) -> aanvulling tot de eenheid =

10.000 - 4.000 (Hobu) = 6.000/10000

Berekening laatste activiteitssalaris: barema 502 aan 4000/10000 en barema 501 aan 6000/10000

Voorbeeld 2

Situatie op de vooravond van de TBSP-2 :

Secundair onderwijs: 9/22 barema 301)

13/21 barema 346

9/22 = 4.090/10.000

13/21 = 6.190/10.000 (uren in het best bezoldigd ambt)

--------------------

Som= 10.280/10.000 > 1

Te beperken tot 1: eerst wordt het salaris of de salaristoelage genomen verbonden aan de opdracht bezoldigd op grond van de hoogste salarisschaal

 bar 346 > bar 301

BEREKENING LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS :

 bar 346: 6.190/10.000 -> maximum

 bar 301 (maximum) -> aanvulling tot de eenheid = 10.000 - 6.190 = 3.810/10000

3.2.7.6. Voorbeelden: berekening van het niet-geïndexeerd brutowachtgeld

Voorbeeld 1: TBSP-2 aan 75%

Gegevens

Een personeelslid is geboren op15-09-1954 heeft een voltijdse opdracht aan barema 148. De persoon mag vanaf 01-10-2014 met pensioen, bijgevolg is de eerst mogelijk utstapdatum 01-01-2013.Hij beslist om op 01-04-2013 uit te stappen. Het personeelslid beschikt 35 jaar 7 maand aan onderwijsdiensten en zijn laatste vastbenoemde activiteitsjaarsalaris op de vooravond van zijn vervroegde uitstap bedraagt 30.212,35 EUR. De noemer voor het onderwijzend personeel is 55.

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap 1: berekening wachtgeld zonder leeftijdsvermindering

30212,35 EUR/12 x 35j7m/55 = 1628,87 EUR

 

Stap 2: berekening van het maandwachtgeld

Op basis van zijn uitstapdatum is het te passen percentage 75%.

1628,87 EUR x 0,75 = 1221,65 EUR

Dit is het maandelijks bruto wachtgeld à 100%.

Voorbeeld 1bis: TBSP-2 aan 77,5%

Als hetzelfde personeelslid zou uitstappen op 01-04-2014 is het te passen percentage 77,5%. De onderwijsdiensten bedragen dan 36 jaar en 7 maanden.

Stap 1: berekening wachtgeld zonder leeftijdsvermindering

30212,35 EUR/12 x 36j7m/55 =1674,65 EUR

 

Stap 2: berekening van het maandwachtgeld

1674,65 EUR x 0,775 = 1297,85

Voorbeeld 2: Twee halftijdse betrekkingen (TBSP-2)

Gegevens

Een personeelslid is geboren op 10-10-54 en heeft volgende prestaties: 10/20 aan salarisschaal 302 voor tewerkstelling in een CVO + 18/36 als opvoeder in het secundair. Navraag bij de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS) leert dat dit personeelslid slechts van een pensioen ten laste van de openbare overheid kan genieten op 01-10-15.

De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen kan bijgevolg maar toegestaan worden vanaf 01-01-14. Op dat ogenblik kunnen er 30 dienstjaren in het onderwijs + 10 maand (= 0,8333 jaren) legerdienst in aanmerking genomen worden voor de berekening van het wachtgeld.

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap1: berekening laatste activiteitssalaris voor een maand

(31142,59 EUR/12 x 10/20) + (29.282,09 EUR /12 x 18/36) = 2517,70 EUR

Stap 2: berekening wachtgeld zonder vermindering

(2517,70 EUR x 30/55) + (2517,70 EUR x 0,8333/60) = 1408,26 EUR

Stap 3: berekening van het maandwachtgeld

1408,26 EUR x 0,75 = 1056,20 EUR

Voorbeeld 3: P-1

Voorbeeld 3: overschrijden van de eenheid

Gegevens

Een personeelslid is geboren op 31-10-1956 en wil op 01-01-2016 van een TBSP-2 genieten. Hij mag al op 01-11-2016 met pensioen. Hij heeft dus meer dan 1 jaar TBS niet gebruikt. Het wachtgeld wordt dus berekend op basis van 77,5%.

De leerkracht heeft volgende prestaties in het secundair onderwijs: 5/20sten aan salarisschaal 501, 14/29 aan salarisschaal 301 en 6/21 aan salarisschaal 302. Hij heeft op dat moment 26 jaar en 7 maand onderwijsdiensten + 10 jaar nuttige ervaring in de geldelijke anciënniteit.

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap1: berekening laatste activiteitssalaris voor een maand

Het laatste activiteitssalaris, waarmee de breuk aan noemer 55 of 60 wordt vermenigvuldigd, moet worden beperkt tot de eenheid.

Salarisschaal 501: 38.312,63

Salarisschaal 302: 31.142,59

Salarisschaal 301: 30.212,35

5/20 = 2500/10.000

6/21 = 2857/10.000

14/29 = 4827/10.000

Som = 10.184/10.000. Dit is een overschrijding van de eenheid.

De opdracht van de laagste salarisschaal wordt beperkt: 10.000 – 2500 – 2857 = 4643

38.312,63 EUR/12 x 5/20 =798,18 EUR

31.142,59 EUR /12 x 6/21 = 741,49 EUR

30.212,35 EUR /12 x 4643/10.000 = 1168,96 EUR

Som = 2708,63 EUR. Dit is het laatste activiteitssalaris voor één maand.

Stap 2: berekening wachtgeld zonder vermindering

2708,63 EUR x 26jaar7m/55 = 1309,17 EUR

Stap 3: berekening van het maandwachtgeld

1309,17 EUR x 0,775 = 1014,61 EUR

Voorbeeld 4: twee opdrachten en onvolledig vast benoemd

Een personeelslid is geboren op 01-03-1956 en heeft een opdracht van 18/36 administratief medewerker aan salarisschaal 202 en van 5/22 bijzonder leermeester ASV aan salarisschaal 301

De persoon wenst op 01-09-2014 haar TBSP-2 op te nemen en zal op dat ogenblik 38 jaar in aanmerking te nemen diensten gepresteerd hebben. De P-datum = 60 jaar

Berekening van het niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap 1: berekening van het effectieve maandwachtgeld op basis van de vaste benoeming

27.534,94/12 EUR x 18/36 = 1147,28 EUR

30212,35/12 EUR x 5/22 = 572,20 EUR

Som = 1719,48 EUR

Stap 2: berekening wachtgeld zonder vermindering

1791,48 EUR x 38/55 = 1188,00 EUR

Stap 3: berekening van het maandwachtgeld

1188,00 EUR x 0,75 = 891,00 EUR

Meer informatie over de wijze waarop vanuit het wachtgeld aan 100% het nettowachtgeld per maand kunt berekenen, vindt u op website:

http://www.ond.vlaanderen.be/wedde

3.2.7.7. Overgang verlof, afwezigheid, TBS naar TBSP-2

Voor het personeelslid dat overgaat van

- een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties,

- een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking,

- een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen,

- een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking,

- een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen,

- een terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid,

naar een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSP-2), wordt als het laatste activiteitssalaris beschouwd, het salaris dat het personeelslid zou hebben genoten indien het zijn prestaties voorafgaand aan bovenvermelde dienstonderbrekingen tot op de vooravond van de volledige terbeschikkingstelling verder zou hebben uitgeoefend.

Specifieke situatie: de overgang van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA) naar een P-2 is eveneens toegestaan. Het wachtgeld wordt in dit geval berekend op basis van het activiteitssalaris op de vooravond van de TBSPA, rekening houdend met de bepalingen vermeld onder de punten 3.2.7.8. en 3.2.7.9.

3.2.7.8. Indexering van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld schommelt met het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het wordt aan het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld.

3.2.7.9. Perequatie van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld zal, in voorkomend geval, worden aangepast overeenkomstig de intersectorale akkoorden van sociale programmatie en de akkoorden van sectorale sociale programmatie.

Het bedrag van het wachtgeld zal echter niet worden aangepast rekening houdend met de salaristrappen die het resultaat zijn van de periodieke verhogingen binnen de salarisschaal, indien het personeelslid op het ogenblik van de terbeschikkingstelling niet het maximum van de salarisschaal heeft bereikt. Er is dus geen anciënniteitsopbouw gedurende de periode van de TBSP-2.

3.2.7.10. Vakantiegeld en eindejaarstoelage

De perioden gedurende dewelke een personeelslid een TBSP-2 opneemt komen volledig in aanmerking voor de berekening van de eindejaarstoelage en het vakantiegeld.

3.2.8. Aanvraagprocedure

3.2.8.1. Formulieren

De aanvraag tot het bekomen van de TBSP-2 moet opgesteld worden volgens het model dat als bijlage bij deze omzendbrief is gevoegd. Als een personeelslid zijn loopbaan alleen in het Vlaamse onderwijs heeft doorlopen, hoeft er geen apart loopbaanoverzicht te worden bijgevoegd. Heeft de aanvrager ook buiten het onderwijs gewerkt, dan is het raadzaam om een overzicht van de diensten buiten het onderwijs mee te sturen, inclusief de militaire diensten.

De voormelde aanvraag en het overzicht van de loopbaan moeten in dezelfde omslag, zonder toevoeging van andere documenten, worden opgestuurd.

Personeelsleden die aan meer dan één inrichtende macht fungeren, moeten per inrichtende macht een afzonderlijke aanvraag indienen.

3.2.8.2. Indienen van de aanvraag

De aanvraag moet worden ingediend bij, afhankelijk van waar het personeelslid tewerk is gesteld:

- de inrichtende macht;

- de inspecteur-generaal voor de inspecteur en de coördinerend inspecteur;

- de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs, of zijn gemachtigde, voor de inspecteur-generaal en voor de personeelsleden vermeld in punt 3.2.2.4° van de omzendbrief.

Voormelde instanties moeten de ingediende aanvraag onmiddellijk doorzenden naar het bevoegde werkstation van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het betrokken personeelslid ontvangt van de inrichtende macht of bovengenoemde instanties een bevestiging dat de aanvraag werd verstuurd. De inrichtende macht of bovengenoemde instanties vermelden hierbij eveneens de datum waarop zij deze aanvraag hebben ingestuurd.

3.2.8.3. Termijn

3.2.8.3.1. Indiening bij de inrichtende macht

De aanvraag voor het bekomen van een TBSP-2 moet uiterlijk drie maanden vóór de aanvangsdatum worden ingediend bij de inrichtende macht of de instanties vermeld in punt 3.2.2.4°. Deze termijn kan ingekort worden in overleg tussen het personeelslid en de inrichtende macht of de bovengenoemde instanties.

3.2.8.3.2. Insturen van de aanvraag naar het werkstation

Het Ministerie van Onderwijs en Vorming garandeert een tijdige afhandeling van het wachtgeld indien de inrichtende macht de aanvraagformulieren minstens 3 maanden voor de aanvangsdatum van de bonus of de terbeschikkingstelling indient bij het werkstation.

Om een vlotte afhandeling te bevorderen is het ten zeerste aangewezen de aanvraag met een ruimere marge in te dienen. De aanvraag moet bij het werkstation ten allerlaatste aankomen op de vooravond van de ingangsdatum van de uitstapregeling.

De personeelsleden die een aanvraag voor een TBSP-2 hebben ingediend, ontvangen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming een schriftelijke bevestiging van de beslissing.

Indien de personeelsleden één maand voor de ingangsdatum van de TBSP-2 nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden onmiddellijk contact op te nemen met het werkstation.

Indien de personeelsleden op de ingangsdatum van de TBSP-2 nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden hun opdracht verder te blijven uitoefenen.

3.2.8.4. Bepalen van de datum waarop het personeelslid het recht heeft op een overheidspensioen

De agentschappen zullen, voor de personeelsleden die een TBS hebben aangevraagd, contact opnemen met de pensioendiensten van de federale overheid (PDOS) om de pensioendatum (P) te bepalen.

Hierna volgt de procedure die AgODi en Ahovos hierbij volgen.

1. AgODi en Ahovos gaan na of het personeelslid, volgens de wet van 28.12.2011 en volgens het voorstel van de federale overheid i.v.m. de verhoging van de leeftijd en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen (bijzondere regel – loopbaanbreuk 1/55), op vervroegd pensioen kan gaan op de leeftijd van 60 jaar.

2. Voor volgende groepen van personeelsleden gaan AgODi en Ahovos er vanuit dat zij nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen zullen kunnen gaan:

a.Personeelsleden die in 2012 de leeftijd van 60 jaar bereiken;

b.Personen die zich op eigen aanvraag op 1 januari 2012 in een voltijdse of deeltijdse

terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen bevinden. Dit is eveneens van toepassing op de personen die bij hun werkgever, ten vroegste één jaar voorafgaand aan de begindatum van een voltijdse of deeltijdse TBS voorafgaand aan het rustpensioen, een aanvraag hebben ingediend om in een dergelijke situatie te worden geplaatst :

1° vóór 1 januari 2012,

2° na 31 december 2011 op voorwaarde dat deze aanvraag door de werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012.

c.Personeelsleden die op de datum dat zij 60 worden een loopbaan hebben bereikt om nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen te kunnen gaan.

Dit onderzoek is gebaseerd op een berekening van de loopbaanvoorwaarden, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere regels voor de loopbaanbreuk 1/55, zoals opgenomen in de op 9.7.2012 gepubliceerde brochure van de PDOS: “Overzicht van de nieuwe pensioenmaatregelen in de overheidssector”, zie http://pdos.fgov.be/pdos/pdf/professionals/pension_reform.03.nl.pdf

3. De dossiers van de personeelsleden die op basis van bovenstaand onderzoek niet voldoen aan de voorwaarden a), b) en c) worden aan de PDOS bezorgd om de pensioendatum/leeftijd te bepalen.

4. Procedure met de PDOS

a)AgODi en Ahovos brengen de loopbaangegevens van deze risico-dossiers in op de website van de PDOS;

b)Indien de gekende loopbaangegevens volledig zijn ingebracht, wordt deze input “gevalideerd”. Dit betekent dat alle gekende gegevens zijn ingebracht, en dat de gegevens worden verzonden naar de PDOS en naar het personeelslid;

c)Onmiddellijk nà de validatie, en nog vóór het personeelslid zijn loopbaanoverzicht ontvangt van de PDOS, stuurt AgODi of Ahovos een begeleidende brief naar het personeelslid, met duiding en toelichting van de stand van zijn/haar dossier, met de mededeling dat de gegevens aan de PDOS werden bezorgd, dat hij/zij zeer binnenkort een brief van de PDOS kan verwachten voor het vervolg van de procedure. De begeleidende brief (zie bijlage) werd opgesteld in overleg tussen onderwijs en PDOS;

d)De diensten van de PDOS zullen het personeelslid binnen 15 dagen na validatie een loopbaanoverzicht van zijn/haar prestaties in de overheidssector tot 31 december 2010 opsturen, zodat het personeelslid zelf kan nagaan of deze gegevens correct zijn of nog moeten worden aangevuld.

De gegevens vanaf 1 januari 2011 hoeven niet meer nagekeken te worden en bevinden zich niet in het loopbaanoverzicht. Alle loopbaangegevens vanaf 1 januari 2011 zijn via de DMFA-aangifte al in het bezit van de PDOS. Loopbaanjaren gedekt door het pensioenstelsel van de werknemers of van de zelfstandigen bevinden zich evenmin in het loopbaanoverzicht en hoeven dan ook niet meer nagekeken te worden.

De begeleidende brief van de PDOS zal het personeelslid meer informatie verstrekken over de precieze doelstellingen van het loopbaanoverzicht en over wat het personeelslid moet doen als het onvolkomenheden ontdekt.

5. Zodra de pensioendatum is bepaald, zal AgODi/Ahovos een beslissing nemen over de aanvraag voor de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het pensioen. Heeft u verder nog vragen bij deze nieuwe uitstapregeling: voor de scholen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en voor de personeelsleden van de pedagogische begeleiding en inspectie: contacteer uw werkstation.

Voor de centra voor volwassenenonderwijs contacteert u: 

uw werkstation.

U kunt ook steeds een mail sturen naar: personeel.volwassenenonderwijs@vlaanderen.be

3.2.9. Combinatie met het hoger onderwijs

Voor het vaststellen van de omvang van de TBSP-2, moet eveneens rekening gehouden worden met de prestaties die een personeelslid verstrekt in toepassing van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. De prestaties uitgeoefend in toepassing van dit decreet worden hiertoe steeds beschouwd als zijnde in hoofdambt uitgeoefend. Als een personeelslid zijn opdracht in het hoger onderwijs combineert met een opdracht in een ander onderwijsniveau, moeten de volgende modaliteiten in acht genomen worden:

3.2.9.1. Omvang van de TBSP-2

De TBSP-2 moet genomen worden voor alle opdrachten samen. Het personeelslid presteert in dit geval geen onderwijsdiensten meer.

3.2.9.2. Ingangsdatum TBSP-2

In het hoger onderwijs kan TBSP-2 ingaan op 1 oktober, 1 januari en 1 april ; in de andere niveaus op 1 september, 1 januari en 1 april.

Een personeelslid dat een gecombineerde opdracht uitoefent in het hoger onderwijs en daarbuiten en dat een P-2 opneemt, moet deze tegelijkertijd laten ingaan in alle niveaus.

Concreet betekent dit dat de P-2 kan aanvangen op 1 september, 1 oktober, 1 januari of 1 april.

3.2.10. Cumulatie

3.2.10.1. Cumulatie in het onderwijs

3.2.10.1.1. Algemeen principe

Gedurende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen of de bonus mag het personeelslid in het onderwijs of de CLB's geen bezoldigde prestaties uitoefenen, met uitzondering van de hierna vermelde prestaties.

3.2.10.1.2. Uitzonderingen

In afwijking van het algemeen principe mag het personeelslid de onderwijsopdracht die het op de dag voor de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling of de bonus, als bijbetrekking in het Volwassenenonderwijs of het deeltijds kunstonderwijs uitoefende, verder blijven uitoefenen als bijbetrekking. Het personeelslid mag ook bezoldigde prestaties uitoefenen in het kader van

- de voor- en naschoolse opvang in het basisonderwijs;

- het middagtoezicht in het basisonderwijs;

- de busbegeleiding;

- herindiensttreding.

Een personeelslid aan wie een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen werd verleend, kan opnieuw in actieve dienst treden. Dit geldt voor alle personeelscategorieën in elk niveau.

Voor de toewijzing van een betrekking kan de inrichtende macht of directeur, in afwijking van de bestaande reglementaire bepalingen, tijdelijk en na toestemming van het personeelslid, een beroep doen op een personeelslid dat volledig ter beschikking gesteld is wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (zie herindiensttreding).

Deze personeelsleden vallen wel onder de cumulatieregelgeving zoals toegelicht in punt 3.2.10.2.

Voor de praktische modaliteiten (de toewijzing, verhaalprocedure, de bezoldiging, de elektronische zendingen, voorbeelden, ... wordt verwezen naar de omzendbrief 13CC/IF/GHD van 6 oktober 2000.

3.2.10.2. Cumulatie buiten het onderwijs

Beroepsbezigheden buiten het onderwijs kunnen zonder verlies van het recht op wachtgeld worden uitgeoefend indien het activiteiten betreft die in de stelsels der rustpensioenen toelaatbaar zijn.

Belangrijk: de actuele jaargrenzen van het toegelaten brutoberoepsinkomen dat kan gecumuleerd worden in het kader van rust- en overlevingspensioenen, kunnen geraadpleegd worden op de website van de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS).

Let op: de overgangsmarge van 15% die geldig is bij de pensioendienst is niet van toepassing bij de TBSP-2. De vermelde bedragen mogen dus niet worden overschreden.

Overeenkomstig deze reglementering kunnen o.a. volgende activiteiten aanvaard worden :

a) beroepsbezigheden als werknemer in de openbare of in de privé-sector waarvan de bruto beroepsinkomsten het vooropgestelde grensbedrag per jaar niet overschrijden. In geval van kinderlast wordt dit bedrag met 50 % verhoogd.

Om het brutoberoepsinkomen te bepalen, wordt rekening gehouden met alle elementen van de bezoldiging nl. het wachtgeld, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage, de indexaanpassing ... en dit vóór iedere inhouding inzake sociale zekerheid en/of inzake belastingen.

b) beroepsbezigheden als zelfstandige of als help(st)er, waarop het sociaal statuut voor zelfstandigen toepasselijk is of als echtgeno(o)t(e)-help(st)er en waaraan een netto jaarlijks beroepsinkomen (= jaarlijks brutoberoepsinkomen, verminderd met de beroepsuitgaven of beroepslasten, en in voorkomend geval met de beroepsverliezen, zoals deze verschillende elementen worden aanvaard door de Administratie der Directe Belastingen), verbonden is, de vooropgestelde grens niet overschrijdt. In geval van kinderlast geldt een aangepaste grens.

c) de bezigheid die uitsluitend bestaat in het scheppen van wetenschappelijke of artistieke werken die geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt en voor zover de betrokkene geen handelaar is als bedoeld in het wetboek van koophandel.

De wetenschappelijke of artistieke bezigheid die niet aan deze gezamenlijke criteria voldoet is aanneembaar binnen de hierboven onder a of b vermelde grenzen.

d) politieke mandaten, mandaten in het O.C.M.W., mandaten bij openbare instellingen, instellingen van openbaar nut of verenigingen van gemeenten ingegaan vóór de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling.

Een nieuw politiek mandaat kan als volgt omschreven worden:

- na de verkiezingen krijgt een verkozene een nieuw mandaat en worden zijn inkomsten volledig onderworpen aan de cumulatieregeling;

- bij wijziging van mandaat binnen een zelfde legislatuur past de Administratie der Pensioenen volgende regeling toe:

o bij toekenning van eenzelfde soort inkomsten: geen toepassing van de cumulatieregels;

o bij wijziging inkomsten: toepassing van de cumulatieregels.

Dezelfde mandaten ingegaan vanaf de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling voor zover de onder a vermelde bedragen niet worden overschreden.

Voorbeelden:

1. een schepen wordt in een bepaalde gemeente burgemeester binnen dezelfde legislatuur: geen toepassing van de cumulatieregeling, want zowel de schepen als de burgemeester ontvangen een salaris (= zelfde soort inkomsten);

2. een raadslid wordt schepen tijdens dezelfde legislatuur: toepassing van de cumulatieregeling en dus beperking van de toegelaten inkomsten want het raadslid ontvangt zitpenningen, terwijl een schepen recht heeft op een vaste vergoeding (= een ander soort inkomsten).

e) andere bezigheden, mandaten, ambten of posten waarvan de bruto-inkomsten de onder a vermelde grenzen niet overschrijden.

Bijzondere regels gelden in geval van gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van de hierboven vermelde activiteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand zowel zelfstandige als werknemer is geweest tijdens hetzelfde kalenderjaar. In dit geval worden de grensbedragen op een specifieke wijze berekend.

Wanneer het wachtgeld niet voor een volledig kalenderjaar wordt uitbetaald, worden vermelde jaarlijkse grensbedragen proportioneel verminderd.

Indien, voor een bepaald kalenderjaar, het jaarlijks grensbedrag wordt overschreden, wordt de betaling van het wachtgeld volledig geschorst voor datzelfde jaar.

De in a) en b) hierboven vermelde jaarbedragen worden bepaald bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit.

3.2.11. Afstand van wachtgeld - cumulatie met een overlevingspensioen

3.2.11.1. Wie kan afstand doen?

Het personeelslid dat rechthebbende is op een overlevingspensioen en dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgt of heeft gekregen kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht op het wachtgeld.

3.2.11.2. Betrokkene moet erom verzoeken

Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het wachtgeld verklaart dit in een aangetekende brief die hij aan de coördinator van het bevoegde werkstation richt.

3.2.11.3. Bedrag van het wachtgeld

Het personeelslid dat geheel afstand doet van het wachtgeld waarop het recht heeft, ontvangt geen wachtgeld.

Belangrijk:
- De periode gedurende welke een personeelslid een volledige terbeschikkingstelling geniet waarvoor geen wachtgeld wordt toegekend komt niet in aanmerking voor de toekenning en de berekening van de pensioenen ten laste van de Schatkist.
- Een personeelslid dat gedeeltelijk afstand doet van wachtgeld moet in het schrijven bedoeld in 3.2.11.2. verklaren welk bedrag à 100% op maandbasis het wenst te ontvangen.

Een wachtgeld is cumuleerbaar met een overlevingspensioen. Indien het wachtgeld te hoog is om van een overlevingspensioen te kunnen genieten, kan men geheel of gedeeltelijk afstand doen van het wachtgeld.

De actuele bedragen met betrekking tot de cumulatie van een wachtgeld met een overlevingspensioen kunnen geraadpleegd worden op de website van de PDOS:

LET OP

Bij de berekening van het bedrag dat men wenst te ontvangen, moet men naast het deel van het wachtgeld à 100 % (= niet-geïndexeerd bedrag) ook rekening houden met de bedragen die voortvloeien uit de indexering en het recht op vakantiegeld en eindejaarstoelage. Het is aan te raden een zekere marge in te bouwen (wijzigingen index, eindejaarstoelage, vakantiegeld, sociale programmatie, personen ten laste ...) en de evolutie van de desbetreffende referentiebedragen op de voet te volgen.

3.2.11.4. Datum waarop een eerste verklaring uitwerking heeft

De eerste verklaring van afstand van wachtgeld kan uitwerking hebben op:

- de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling;

- de eerste dag van de maand volgend op de ontvangst van de eerste verklaring of op een latere datum die het personeelslid bepaalt.

Het personeelslid moet dus uitdrukkelijk de datum vermelden waarop de verklaring uitwerking moet hebben.

De eerste verklaring om geheel of gedeeltelijk afstand te doen van wachtgeld kan reeds worden gevoegd bij de aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen.

3.2.11.5. Wijziging van de verklaring van afstand van wachtgeld

Het personeelslid kan met een nieuwe verklaring verzoeken om het wachtgeld dat het (niet) ontvangt, aan te passen.

Hiertoe moet het bij aangetekende brief aan de coördinator van het bevoegde werkstation een nieuwe verklaring indienen.

Dit nieuwe verzoek moet het Ministerie van Onderwijs en Vorming vóór 1 november bereiken.

De vraag tot aanpassing heeft dan steeds uitwerking vanaf de eerste januari van het daaropvolgend burgerlijk jaar.

De afstand van wachtgeld kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd.

3.2.11.6. Geldigheidsduur van een verklaring

Elke verklaring blijft onverminderd van toepassing tot op het einde van de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen tenzij - cfr. punt 3.2.11.5 hiervoor - betrokkene om een aanpassing verzoekt.

3.2.12. Overstap van deeltijdse TBS55+ naar TBSP-2

De deeltijdse terbeschikkingstelling (DTBS55+) is met ingang van 1 september 2010 opgeschort in alle onderwijsniveaus en op 1 december 2009 in het hoger onderwijs (1 maart 2010 als laatste ingangsdatum).

Een personeelslid dat voor deze data in het overeenkomstige onderwijsniveau een DTBS55+ heeft genomen kon overstappen naar een TBSP-2 op één van de vastgestelde data: 1 september, 1 januari of 1 april.

3.2.13. Elektronische communicatie met het Ministerie van Onderwijs en Vorming

De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) wordt gemeld met de code dienstonderbreking DO 108.

Dit is een dienstonderbreking die steeds wordt genomen op alle opdrachten van het personeelslid.

Elke school dient de TBSP-2 echter afzonderlijk in te sturen.

De ingangsdatum van de TBSP-2 geldt voor alle opdrachten in het onderwijs ongeacht het onderwijsniveau.

De werkwijze kan het best geïllustreerd worden aan de hand van volgend voorbeeld.

Voorbeeld

Een voltijds vastbenoemd onderwijzer, geboren op 27-06-1955 wenst een TBSP-2 te nemen op 01-04-2014 en heeft als P-datum 01-02-2016.

Dit moet worden ingestuurd als volgt:

Eerste bericht met geldigheidsdatum 01-04-2014 :

RL-2 DO 108 (TBSVP) met als begindatum 01-04-2014 en als einddatum 31-01-2016.

Tweede bericht met geldigheidsdatum 01-02-2016.

RL-4 stopzetting opdrachtenpakket met als begindatum 01-02-2016 met als reden pensioen (code 04).

3.2.14. Bijlage – Aanvraag van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen

3.3. Personeelsleden die geboren zijn in 1957

3.3.1. Voorwoord

De personeelsleden die geboren zijn in 1957 kunnen o ten vroegste 1 jaar, uitstappen vóór de datum waarop ze recht hebben op een pensioen ten laste van de Schatkist; in de verdere teksten wordt dat aangeduid als de P-datum. 

Voor een grotere leesbaarheid wordt de term volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen die ten vroegste 1 jaar voor de personeelsleden recht hebben op een rustpensioen kan ingaan, in de verdere tekst weergegeven als TBSP-1.

De datum waarop iemand aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist wordt de P-datum genoemd. Die datum is individueel bepaald en hangt af van het geboortejaar.

3.3.2. Wie kan van deze TBSP-1 genieten?

Deze TBSP-1 kan worden verleend aan de volgende personeelsleden, met uitsluiting van de personeelsleden die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of kleuteronderwijzer ASV:

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.

De terbeschikkingstelling kan ten vroegste 1 jaar voor de datum waarop ze aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist, ingaan. 

3.3.3. Voorwaarden

De personeelsleden kunnen een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgen, als zij op de vooravond van de terbeschikkingstelling :

vastbenoemd zijn;

- ten minste twintig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Voor die twintig dienstjaren mogen eveneens de kalenderjaren in aanmerking worden genomen waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend op een vervroegd pensioen in de regeling van de werknemers of in een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel.

- hun ambt uitoefenen als hoofdambt.

Om de twintig dienstjaren te vormen, tellen in hoofdzaak mee:

- alle diensten die in aanmerking komen voor de berekening van het salaris zonder evenwel rekening te houden met de leeftijdsbeperkingen voor onderwijsdiensten en andere openbare diensten;

- de militaire diensten;

- diensten als werknemer of als zelfstandige;

- de tijdsbonificatie wegens het bezit van diploma's.

De personeelsleden mogen bij de aanvang van de TBSP-1 geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

Aan de TBSP-1 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. Dit is dus niet altijd meer de eerste van de maand na de 60ste verjaardag, maar wordt individueel bepaald.

3.3.4. Wie kent de TBSP-1 toe?

Op verzoek van het personeelslid kent de inrichtende macht of de bevoegde hiërarchische meerdere de terbeschikkingstelling toe.

De TBSP-1 is onomkeerbaar. Dit betekent dat eens de TBSP-1 is ingegaan, het betrokken personeelslid zijn oorspronkelijke opdracht niet meer kan opnemen. Herindiensttreding is wel mogelijk (zie punt 3.3.10.1.2.)

Belangrijke opmerkingen:
- De betrekking bekleed door een personeelslid dat een TBSP-1 bekomt, wordt vacant vanaf de datum waarop de terbeschikkingstelling ingaat.
- Het personeelslid, dat ter beschikking is gesteld, blijft administratief aan de school, het centrum of de dienst verbonden tot op de datum van het pensioen.

3.3.5. Omvang van de TBSP-1

De TBSP-1 moet genomen worden voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid als vastbenoemde in hoofdambt titularis is in het onderwijs.

Dit betekent dat de TBSP-1 moet genomen worden voor alle opdrachten waarvoor het personeelslid vastbenoemd is. De tijdelijke opdrachten moeten beëindigd worden om aan de voorwaarden te voldoen.

3.3.6. Aanvang en einde

3.3.6.1. Aanvang

De TBSP-1 kan aanvangen op:

- 1 september

- 1 januari

- 1 april

- 1 oktober als he personeelslid terzelfdertijd in een hogeschool fungeert (zie punt 3.3.9).

De voorwaarden waaraan het betrokken personeelslid moet voldoen om van een TBSP-1 te kunnen genieten, moeten vervuld zijn op de vooravond van de terbeschikkingstelling.

Dit betekent voor een personeelslid dat de TBSP-1 ten vroegste kan ingaan 1 jaar vóór de datum waarop het personeelslid aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist (P-datum).

Voorbeeld

 

Een onderwijzer is geboren op 11 september 1957 en heeft recht op een rustpensioen op 1 oktober 2019. Het personeelslid kan ten vroegste uitstappen op 1 januari 2019 met een P-1.

3.3.6.2. Einde

Aan de TBSP-1 wordt in elk geval een einde gesteld op de vooravond van de dag waarop de betrokkene aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.

Normalerwijze zal deze terbeschikkingstelling een einde nemen op de laatste dag van de maand waarin het personeelslid aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist (=pensioengerechtigd).

SPECIFIEKE SITUATIE: TERBESCHIKKINGSTELLING WEGENS ZIEKTE

Er geldt een specifieke regeling voor personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ziekte. Het personeelslid dat op de dag waarop de door hem aangevraagde volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen ingaat, reeds ter beschikking gesteld is wegens ziekte, wordt opgeroepen om te verschijnen voor de Cel Pensioenen van Medex . Als Medex het personeelslid definitief ongeschikt acht om zijn ambt uit te oefenen en het personeelslid de voorwaarden vervult om vroegtijdig op pensioen te worden gesteld, wordt de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen beëindigd door de pensionering van het personeelslid.

3.3.7. Wachtgeld

3.3.7.1. Algemeen principe

Het personeelslid dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen verkrijgt, geniet een wachtgeld.

Het bedrag van het wachtgeld is gedurende de hele periode van deze terbeschikkingstelling, gelijk aan zoveel vijfenvijftigsten of zestigsten (= de pensioenbreuk) van het laatste activiteitssalaris als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt, naargelang de breuk die voor de berekening van het pensioen in aanmerking komt 1/55 of 1/60 is.

Volgende diensten komen in aanmerking voor de pensioenbreuk 1/55:

• alle onderwijsdiensten die werden ingericht of gesubsidieerd door het Rijk of de Gemeenschappen, uitgezonderd de diensten in een CLB;

• in sommige welomschreven gevallen ook niet-gesubsidieerde onderwijsdiensten wanneer zij werden verricht vóór 1 januari 1992.

De diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuk 1/60 zijn de volgende:

• diensten in een CLB

• militaire diensten

• diensten aan de overheid of in een openbare administratie

. meesters- van en dienstpersoneel in dienst vanaf 01/11/1972

BEREKENING WACHTGELD(TOELAGE)

ALGEMEEN PRINCIPE

( pensioenbreuk 1/55 + pensioenbreuk 1/60) X LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS

3.3.7.2. Vermindering van het wachtgeld

Deze personeelsleden hebben nog recht op een TBSP-1. Voor deze personeelsleden wordt het wachtgeld berekend zoals in punt 3.3.7.1. maar hierop wordt een percentage van 75% toegepast.

3.3.7.3. Wat komt in aanmerking voor de berekening van het wachtgeld?

Voor de berekening van het wachtgeld, worden de prestaties in aanmerking genomen waarvoor het personeelslid vastbenoemd is.

Voorbeeld

Gegevens

Een personeelslid wenst de TBSP-1 te laten ingaan op 1/1/2015 en heeft volgende

 prestaties op de vooravond van de TBSP-1:

19/20 vast benoemd

1/20 tijdelijk

Het personeelslid beschikt eveneens over een niet-verworven salarisschaal voor een diploma hoger opvoedkundige studiën (DHOS).

Berekening

Het wachtgeld zal berekend worden op het salaris verbonden aan de vastbenoemde opdracht samen met het bedrag van de niet-verworven salarisschaal aan 19/20.

- Voor de berekening van het wachtgeld worden, voor hun werkelijke duur, de diensten in aanmerking genomen die meetellen voor de berekening van het rustpensioen. Dit zijn de diensten die in aanmerking komen voor de pensioenbreuken (zie punt 3.3.7.1.). De omvang van de uitgeoefende opdracht heeft geen invloed op het aantal jaren die in aanmerking komen voor de berekening van het wachtgeld. De omvang is echter wel belangrijk voor de berekening van het laatste activiteitssalaris. Deze wordt als basis genomen voor de berekening van het wachtgeld.

Voorbeeld

Een personeelslid dat 1 uur op weekbasis heeft gepresteerd gedurende 30 jaar, heeft 30 jaren die in aanmerking komen voor de geldelijke anciënniteit.

De staatsdiensten en de militaire diensten tellen mee.

Tellen NIET mee:

- de tijdsbonificatie wegens bezit van diploma's;

- de nuttige ervaring.

3.3.7.4. Meester-, vak- en dienstpersoneel

Rekening gehouden met de specificiteit van de pensioenregeling van deze personeelsleden is het bedrag van het wachtgeld dat hun wordt toegekend gedurende de hele periode van de terbeschikkingstelling, eveneens gelijk aan zoveel vijfenvijftigsten of zestigsten van het laatste activiteitssalaris als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt, mits inachtneming van volgende regels :

- in dienst uiterlijk op 31/10/1972: tantième 1/55;

- in dienst vanaf 1/11/1972: tantième 1/60.

3.3.7.5. Beperking tot de eenheid - hoogste salarisschaal primeert

Het laatste activiteitssalaris wordt desgevallend beperkt tot het salaris dat het personeelslid op de vooravond van de terbeschikkingstelling genoot voor het door hem uitgeoefende hoofdambt met volledige prestaties.

Als het personeelslid op de vooravond van de terbeschikkingstelling vast benoemd is voor één of meer opdrachten die een ambt met volledige prestaties overschrijdt, dan wordt bij de vaststelling van het laatste activiteitssalaris voor een ambt met volledige prestaties eerst het salaris genomen verbonden aan de opdracht bezoldigd op grond van de hoogste salarisschaal.

Onder de door het gepresteerde uren worden dus altijd die gekozen welke in de best bezoldigde ambten gepresteerd zijn geworden.

Voorbeeld 1

Gegevens

Situatie op de vooravond van de TBSP-1 :

- secundair onderwijs -> 20/20 barema 501

- Hogeschool-> 40 % barema 502)

Berekening

secundair onderwijs: 10.000/10.000

Hogeschool: 4.000/10.000

Te beperken tot 1 (= 10.000/10.000) eerst wordt het salarisgenomen verbonden aan de opdracht bezoldigd op grond van de hoogste salarisschaal.

bar 502 > bar 501

BEREKENING LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS:

bar 502 -> 4.000/10.000 -> maximum

bar 501 (maximum) -> aanvulling tot de eenheid =

10.000 - 4.000 (Hobu) = 6.000/10000

Berekening laatste activiteitssalaris: barema 502 aan 4000/10000 en barema 501 aan 6000/10000

Voorbeeld 2

Situatie op de vooravond van de TBSP-1 :

Secundair onderwijs: 9/22 barema 301)

13/21 barema 346

9/22 = 4.090/10.000

13/21 = 6.190/10.000 (uren in het best bezoldigd ambt)

--------------------

Som= 10.280/10.000 > 1

Te beperken tot 1: eerst wordt het salaris of de salaristoelage genomen verbonden aan de opdracht bezoldigd op grond van de hoogste salarisschaal

 bar 346 > bar 301

BEREKENING LAATSTE ACTIVITEITSSALARIS :

 bar 346: 6.190/10.000 -> maximum

 bar 301 (maximum) -> aanvulling tot de eenheid = 10.000 - 6.190 = 3.810/10000

3.3.7.6. Voorbeelden: berekening van het niet-geïndexeerd brutowachtgeld

Voorbeeld 1

Gegevens

Een personeelslid geboren op 15-07-57 heeft een tewerkstelling van 29/29 PV aan salarisschaal 301 binnen het secundair onderwijs. Hij voldoet aan de voorwaarden om op 60j van een pensioen ten laste van de openbare schatkist te genieten.

Hij wenst zo snel mogelijk van een TBS/PA voorafgaand aan het rustpensioen te genieten.

Personeelsleden van zijn leeftijdsklasse kunnen maximum 1 jaar voor de eerst mogelijke pensioendatum van de uitstapregeling genieten.

Het gaat met pensioen op 01-08-17. Hij neemt een P-1 nemen vanaf 01.09-16. Op dat moment heeft hij 26 jaar onderwijsdiensten + 10 jaar nuttige ervaring, die is opgenomen in de geldelijke anciënniteit.

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap 1: berekening wachtgeld zonder leeftijdsvermindering

30212,35 EUR/12 x 26/55 = 1190,18 EUR

Stap 2: berekening van het maandwachtgeld

Het toe te passen percentage bedraagt 75%

1190,18 EUR x 0,75 = 892,64 EUR. Dit is het bruto niet-geïndexeerd maandwachtgeld.

Voorbeeld 2: overschrijden van de eenheid

Gegevens

Een personeelslid is geboren op 31-10-1957 en wil op 01-01-2018 van een TBSP-1 genieten. Hij mag al op 01-11-2018 met pensioen. Het wachtgeld wordt dus berekend op basis van 75%.

De leerkracht heeft volgende prestaties in het secundair onderwijs: 5/20sten aan salarisschaal 501, 14/29 aan salarisschaal 301 en 6/21 aan salarisschaal 302. Hij heeft op dat moment 26 jaar en 7 maand onderwijsdiensten + 10 jaar nuttige ervaring in de geldelijke anciënniteit.

Berekening niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap1: berekening laatste activiteitssalaris voor een maand

Het laatste activiteitssalaris, waarmee de breuk aan noemer 55 of 60 wordt vermenigvuldigd, moet worden beperkt tot de eenheid.

Salarisschaal 501: 38.312,63

Salarisschaal 302: 31.142,59

Salarisschaal 301: 30.212,35

5/20 = 2500/10.000

6/21 = 2857/10.000

14/29 = 4827/10.000

Som = 10.184/10.000. Dit is een overschrijding van de eenheid.

De opdracht van de laagste salarisschaal wordt beperkt: 10.000 – 2500 – 2857 = 4643

38.312,63 EUR/12 x 5/20 =798,18 EUR

31.142,59 EUR /12 x 6/21 = 741,49 EUR

30.212,35 EUR /12 x 4643/10.000 = 1168,96 EUR

Som = 2708,63 EUR. Dit is het laatste activiteitssalaris voor één maand.

Stap 2: berekening wachtgeld zonder vermindering

2708,63 EUR x 26jaar7m/55 = 1309,17 EUR

Stap 3: berekening van het maandwachtgeld

1309,17 EUR x 0,75 = 981,88 EUR

Voorbeeld 3: twee opdrachten en onvolledig vast benoemd

Een personeelslid is geboren op 01-03-1956 en heeft een opdracht van 18/36 administratief medewerker aan salarisschaal 202 en van 5/22 bijzonder leermeester ASV aan salarisschaal 301

De persoon wenst op 01-09-2014 haar TBSP-2 op te nemen en zal op dat ogenblik 38 jaar in aanmerking te nemen diensten gepresteerd hebben. De P-datum = 60 jaar

Berekening van het niet-geïndexeerd maandwachtgeld:

Stap 1: berekening van het effectieve maandwachtgeld op basis van de vaste benoeming

27.534,94/12 EUR x 18/36 = 1147,28 EUR

30212,35/12 EUR x 5/22 = 572,20 EUR

Som = 1719,48 EUR

Stap 2: berekening wachtgeld zonder vermindering

1791,48 EUR x 38/55 = 1188,00 EUR

Stap 3: berekening van het maandwachtgeld

1188,00 EUR x 0,75 = 891,00 EUR

Meer informatie over de wijze waarop vanuit het wachtgeld aan 100% het nettowachtgeld per maand kunt berekenen, vindt u op website: http://www.ond.vlaanderen.be/wedde

3.3.7.7. Overgang verlof, afwezigheid, TBS naar TBSP-1

Voor het personeelslid dat overgaat van

- een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties,

- een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking,

- een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen,

- een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking,

- een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen,

- een terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid,

naar een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSP-1), wordt als het laatste activiteitssalaris beschouwd, het salaris dat het personeelslid zou hebben genoten indien het zijn prestaties voorafgaand aan bovenvermelde dienstonderbrekingen tot op de vooravond van de volledige terbeschikkingstelling verder zou hebben uitgeoefend.

Specifieke situatie: de overgang van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA) naar een P-1 is eveneens toegestaan. Het wachtgeld wordt in dit geval berekend op basis van het activiteitssalaris op de vooravond van de TBSPA, rekening houdend met de bepalingen vermeld onder de punten 3.3.7.8. en 3.3.7.9.

3.3.7.8. Indexering van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld schommelt met het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het wordt aan het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld.

3.3.7.9. Perequatie van het wachtgeld

Het bedrag van het wachtgeld zal, in voorkomend geval, worden aangepast overeenkomstig de intersectorale akkoorden van sociale programmatie en de akkoorden van sectorale sociale programmatie.

Het bedrag van het wachtgeld zal echter niet worden aangepast rekening houdend met de salaristrappen die het resultaat zijn van de periodieke verhogingen binnen de salarisschaal, indien het personeelslid op het ogenblik van de terbeschikkingstelling niet het maximum van de salarisschaal heeft bereikt. Er is dus geen anciënniteitsopbouw gedurende de periode van de TBSP-1.

3.3.7.10. Vakantiegeld en eindejaarstoelage

De perioden gedurende dewelke een personeelslid een TBSP-1 opneemt komen volledig in aanmerking voor de berekening van de eindejaarstoelage en het vakantiegeld.

3.3.8. Aanvraagprocedure

3.3.8.1. Formulieren

De aanvraag tot het bekomen van de TBSP-1 moet opgesteld worden volgens het model dat als bijlage bij deze omzendbrief is gevoegd. Als een personeelslid zijn loopbaan alleen in het Vlaamse onderwijs heeft doorlopen, hoeft er geen apart loopbaanoverzicht te worden bijgevoegd. Heeft de aanvrager ook buiten het onderwijs gewerkt, dan is het raadzaam om een overzicht van de diensten buiten het onderwijs mee te sturen, inclusief de militaire diensten.

De voormelde aanvraag en het overzicht van de loopbaan moeten in dezelfde omslag, zonder toevoeging van andere documenten, worden opgestuurd.

Personeelsleden die aan meer dan één inrichtende macht fungeren, moeten per inrichtende macht een afzonderlijke aanvraag indienen.

3.3.8.2. Indienen van de aanvraag

De aanvraag moet worden ingediend bij, afhankelijk van waar het personeelslid tewerk is gesteld:

- de inrichtende macht;

- de inspecteur-generaal voor de inspecteur en de coördinerend inspecteur;

- de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs, of zijn gemachtigde, voor de inspecteur-generaal en voor de personeelsleden vermeld in punt 3.3.2.4° van de omzendbrief.

Voormelde instanties moeten de ingediende aanvraag onmiddellijk doorzenden naar het bevoegde werkstation van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het betrokken personeelslid ontvangt van de inrichtende macht of bovengenoemde instanties een bevestiging dat de aanvraag werd verstuurd. De inrichtende macht of bovengenoemde instanties vermelden hierbij eveneens de datum waarop zij deze aanvraag hebben ingestuurd.

3.3.8.3. Termijn

3.3.8.3.1. Indiening bij de inrichtende macht

De aanvraag voor het bekomen van een TBSP-1 moet uiterlijk drie maanden vóór de aanvangsdatum worden ingediend bij de inrichtende macht of de instanties vermeld in punt 3.3.2.4°. Deze termijn kan ingekort worden in overleg tussen het personeelslid en de inrichtende macht of de bovengenoemde instanties.

3.3.8.3.2. Insturen van de aanvraag naar het werkstation

Het Ministerie van Onderwijs en Vorming garandeert een tijdige afhandeling van het wachtgeld indien de inrichtende macht de aanvraagformulieren minstens 3 maanden voor de aanvangsdatum van de bonus of de terbeschikkingstelling indient bij het werkstation.

Om een vlotte afhandeling te bevorderen is het ten zeerste aangewezen de aanvraag met een ruimere marge in te dienen. De aanvraag moet bij het werkstation ten allerlaatste aankomen op de vooravond van de ingangsdatum van de uitstapregeling.

De personeelsleden die een aanvraag voor een TBSP-1 hebben ingediend, ontvangen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming een schriftelijke bevestiging van de beslissing.

Indien de personeelsleden één maand voor de ingangsdatum van de TBSP-1 nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden onmiddellijk contact op te nemen met het werkstation.

Indien de personeelsleden op de ingangsdatum van de TBSP-1 nog geen beslissing hebben ontvangen, wordt hen aangeraden hun opdracht verder te blijven uitoefenen.

3.3.8.4. Bepalen van de datum waarop het personeelslid het recht heeft op een overheidspensioen

De agentschappen zullen, voor de personeelsleden die een TBS en/of een bonus hebben aangevraagd, contact opnemen met de pensioendiensten van de federale overheid (PDOS) om de pensioendatum (P) te bepalen.

Hierna volgt de procedure die AgODi en Ahovos hierbij volgen.

1. AgODi en Ahovos gaan na of het personeelslid, volgens de wet van 28.12.2011 en volgens het voorstel van de federale overheid i.v.m. de verhoging van de leeftijd en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen (bijzondere regel – loopbaanbreuk 1/55), op vervroegd pensioen kan gaan op de leeftijd van 60 jaar.

2. Voor volgende groepen van personeelsleden gaan AgODi en Ahovos er vanuit dat zij nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen zullen kunnen gaan:

a.Personeelsleden die in 2012 de leeftijd van 60 jaar bereiken;

b.Personen die zich op eigen aanvraag op 1 januari 2012 in een voltijdse of deeltijdse

terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen bevinden. Dit is eveneens van toepassing op de personen die bij hun werkgever, ten vroegste één jaar voorafgaand aan de begindatum van een voltijdse of deeltijdse TBS voorafgaand aan het rustpensioen, een aanvraag hebben ingediend om in een dergelijke situatie te worden geplaatst :

1° vóór 1 januari 2012,

2° na 31 december 2011 op voorwaarde dat deze aanvraag door de werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012.

c.Personeelsleden die op de datum dat zij 60 worden een loopbaan hebben bereikt om nog op de leeftijd van 60 jaar op pensioen te kunnen gaan.

Dit onderzoek is gebaseerd op een berekening van de loopbaanvoorwaarden, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere regels voor de loopbaanbreuk 1/55, zoals opgenomen in de op 9.7.2012 gepubliceerde brochure van de PDOS: “Overzicht van de nieuwe pensioenmaatregelen in de overheidssector”, zie http://pdos.fgov.be/pdos/pdf/professionals/pension_reform.03.nl.pdf

3. De dossiers van de personeelsleden die op basis van bovenstaand onderzoek niet voldoen aan de voorwaarden a), b) en c) worden aan de PDOS bezorgd om de pensioendatum/leeftijd te bepalen.

4. Procedure met de PDOS

a)AgODi en Ahovos brengen de loopbaangegevens van deze risico-dossiers in op de website van de PDOS;

b)Indien de gekende loopbaangegevens volledig zijn ingebracht, wordt deze input “gevalideerd”. Dit betekent dat alle gekende gegevens zijn ingebracht, en dat de gegevens worden verzonden naar de PDOS en naar het personeelslid;

c)Onmiddellijk nà de validatie, en nog vóór het personeelslid zijn loopbaanoverzicht ontvangt van de PDOS, stuurt AgODi of Ahovos een begeleidende brief naar het personeelslid, met duiding en toelichting van de stand van zijn/haar dossier, met de mededeling dat de gegevens aan de PDOS werden bezorgd, dat hij/zij zeer binnenkort een brief van de PDOS kan verwachten voor het vervolg van de procedure. De begeleidende brief (zie bijlage) werd opgesteld in overleg tussen onderwijs en PDOS;

d)De diensten van de PDOS zullen het personeelslid binnen 15 dagen na validatie een loopbaanoverzicht van zijn/haar prestaties in de overheidssector tot 31 december 2010 opsturen, zodat het personeelslid zelf kan nagaan of deze gegevens correct zijn of nog moeten worden aangevuld.

De gegevens vanaf 1 januari 2011 hoeven niet meer nagekeken te worden en bevinden zich niet in het loopbaanoverzicht. Alle loopbaangegevens vanaf 1 januari 2011 zijn via de DMFA-aangifte al in het bezit van de PDOS. Loopbaanjaren gedekt door het pensioenstelsel van de werknemers of van de zelfstandigen bevinden zich evenmin in het loopbaanoverzicht en hoeven dan ook niet meer nagekeken te worden.

De begeleidende brief van de PDOS zal het personeelslid meer informatie verstrekken over de precieze doelstellingen van het loopbaanoverzicht en over wat het personeelslid moet doen als het onvolkomenheden ontdekt.

5. Zodra de pensioendatum is bepaald, zal AgODi/Ahovos een beslissing nemen over de aanvraag voor de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het pensioen. Heeft u verder nog vragen bij deze nieuwe uitstapregeling: voor de scholen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en voor de personeelsleden van de pedagogische begeleiding en inspectie: contacteer uw werkstation.

Voor de centra voor volwassenenonderwijs contacteert u: 

uw werkstation.

U kunt ook steeds een mail sturen naar: personeel.volwassenenonderwijs@vlaanderen.be

3.3.9. Combinatie met het hoger onderwijs

Voor het vaststellen van de omvang van de TBSP-1, moet eveneens rekening gehouden worden met de prestaties die een personeelslid verstrekt in toepassing van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. De prestaties uitgeoefend in toepassing van dit decreet worden hiertoe steeds beschouwd als zijnde in hoofdambt uitgeoefend. Als een personeelslid zijn opdracht in het hoger onderwijs combineert met een opdracht in een ander onderwijsniveau, moeten de volgende modaliteiten in acht genomen worden:

3.3.9.1. Omvang van de TBSP-1

De TBSP-1 moet genomen worden voor alle opdrachten samen. Het personeelslid presteert in dit geval geen onderwijsdiensten meer.

3.3.9.2. Ingangsdatum TBSP-1

In het hoger onderwijs kan TBSP-1 ingaan op 1 oktober, 1 januari en 1 april ; in de andere niveaus op 1 september, 1 januari en 1 april.

Een personeelslid dat een gecombineerde opdracht uitoefent in het hoger onderwijs en daarbuiten en dat een P-1 opneemt, moet deze tegelijkertijd laten ingaan in alle niveaus.

Concreet betekent dit dat de P-1 kan aanvangen op 1 september, 1 oktober, 1 januari of 1 april.

3.3.10. Cumulatie

3.3.10.1. Cumulatie in het onderwijs

3.3.10.1.1. Algemeen principe

Gedurende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen of de bonus mag het personeelslid in het onderwijs of de CLB's geen bezoldigde prestaties uitoefenen, met uitzondering van de hierna vermelde prestaties.

3.3.10.1.2. Uitzonderingen

In afwijking van het algemeen principe mag het personeelslid de onderwijsopdracht die het op de dag voor de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling of de bonus, als bijbetrekking in het Volwassenenonderwijs of het deeltijds kunstonderwijs uitoefende, verder blijven uitoefenen als bijbetrekking. Het personeelslid mag ook bezoldigde prestaties uitoefenen in het kader van

- de voor- en naschoolse opvang in het basisonderwijs;

- het middagtoezicht in het basisonderwijs;

- de busbegeleiding;

- herindiensttreding.

Een personeelslid aan wie een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen werd verleend, kan opnieuw in actieve dienst treden. Dit geldt voor alle personeelscategorieën in elk niveau.

Voor de toewijzing van een betrekking kan de inrichtende macht of directeur, in afwijking van de bestaande reglementaire bepalingen, tijdelijk en na toestemming van het personeelslid, een beroep doen op een personeelslid dat volledig ter beschikking gesteld is wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (zie herindiensttreding).

Deze personeelsleden vallen wel onder de cumulatieregelgeving zoals toegelicht in punt 3.2.10.2.

Voor de praktische modaliteiten (de toewijzing, verhaalprocedure, de bezoldiging, de elektronische zendingen, voorbeelden, ... wordt verwezen naar de omzendbrief 13CC/IF/GHD van 6 oktober 2000.

3.3.10.2. Cumulatie buiten het onderwijs

Beroepsbezigheden buiten het onderwijs kunnen zonder verlies van het recht op wachtgeld worden uitgeoefend indien het activiteiten betreft die in de stelsels der rustpensioenen toelaatbaar zijn.

Belangrijk: de actuele jaargrenzen van het toegelaten brutoberoepsinkomen dat kan gecumuleerd worden in het kader van rust- en overlevingspensioenen, kunnen geraadpleegd worden op de website van de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS).

Let op: de overgangsmarge van 15% die geldig is bij de pensioendienst is niet van toepassing bij de TBSP-1. De vermelde bedragen mogen dus niet worden overschreden.

Overeenkomstig deze reglementering kunnen o.a. volgende activiteiten aanvaard worden :

a) beroepsbezigheden als werknemer in de openbare of in de privé-sector waarvan de bruto beroepsinkomsten het vooropgestelde grensbedrag per jaar niet overschrijden. In geval van kinderlast wordt dit bedrag met 50 % verhoogd.

Om het brutoberoepsinkomen te bepalen, wordt rekening gehouden met alle elementen van de bezoldiging nl. het wachtgeld, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage, de indexaanpassing ... en dit vóór iedere inhouding inzake sociale zekerheid en/of inzake belastingen.

b) beroepsbezigheden als zelfstandige of als help(st)er, waarop het sociaal statuut voor zelfstandigen toepasselijk is of als echtgeno(o)t(e)-help(st)er en waaraan een netto jaarlijks beroepsinkomen (= jaarlijks brutoberoepsinkomen, verminderd met de beroepsuitgaven of beroepslasten, en in voorkomend geval met de beroepsverliezen, zoals deze verschillende elementen worden aanvaard door de Administratie der Directe Belastingen), verbonden is, de vooropgestelde grens niet overschrijdt. In geval van kinderlast geldt een aangepaste grens.

c) de bezigheid die uitsluitend bestaat in het scheppen van wetenschappelijke of artistieke werken die geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt en voor zover de betrokkene geen handelaar is als bedoeld in het wetboek van koophandel.

De wetenschappelijke of artistieke bezigheid die niet aan deze gezamenlijke criteria voldoet is aanneembaar binnen de hierboven onder a of b vermelde grenzen.

d) politieke mandaten, mandaten in het O.C.M.W., mandaten bij openbare instellingen, instellingen van openbaar nut of verenigingen van gemeenten ingegaan vóór de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling.

Een nieuw politiek mandaat kan als volgt omschreven worden:

- na de verkiezingen krijgt een verkozene een nieuw mandaat en worden zijn inkomsten volledig onderworpen aan de cumulatieregeling;

- bij wijziging van mandaat binnen een zelfde legislatuur past de Administratie der Pensioenen volgende regeling toe:

o bij toekenning van eenzelfde soort inkomsten: geen toepassing van de cumulatieregels;

o bij wijziging inkomsten: toepassing van de cumulatieregels.

Dezelfde mandaten ingegaan vanaf de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling voor zover de onder a vermelde bedragen niet worden overschreden.

Voorbeelden:

1. een schepen wordt in een bepaalde gemeente burgemeester binnen dezelfde legislatuur: geen toepassing van de cumulatieregeling, want zowel de schepen als de burgemeester ontvangen een salaris (= zelfde soort inkomsten);

2. een raadslid wordt schepen tijdens dezelfde legislatuur: toepassing van de cumulatieregeling en dus beperking van de toegelaten inkomsten want het raadslid ontvangt zitpenningen, terwijl een schepen recht heeft op een vaste vergoeding (= een ander soort inkomsten).

e) andere bezigheden, mandaten, ambten of posten waarvan de bruto-inkomsten de onder a vermelde grenzen niet overschrijden.

Bijzondere regels gelden in geval van gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van de hierboven vermelde activiteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand zowel zelfstandige als werknemer is geweest tijdens hetzelfde kalenderjaar. In dit geval worden de grensbedragen op een specifieke wijze berekend.

Wanneer het wachtgeld niet voor een volledig kalenderjaar wordt uitbetaald, worden vermelde jaarlijkse grensbedragen proportioneel verminderd.

Indien, voor een bepaald kalenderjaar, het jaarlijks grensbedrag wordt overschreden, wordt de betaling van het wachtgeld volledig geschorst voor datzelfde jaar.

De in a) en b) hierboven vermelde jaarbedragen worden bepaald bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit.

3.3.11. Afstand van wachtgeld - cumulatie met een overlevingspensioen

3.3.11.1. Wie kan afstand doen?

Het personeelslid dat rechthebbende is op een overlevingspensioen en dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgt of heeft gekregen kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht op het wachtgeld.

3.3.11.2. Betrokkene moet erom verzoeken

Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het wachtgeld verklaart dit in een aangetekende brief die hij aan de coördinator van het bevoegde werkstation richt.

3.3.11.3. Bedrag van het maandgeld

Het personeelslid dat geheel afstand doet van het wachtgeld waarop het recht heeft, ontvangt geen wachtgeld.

Belangrijk:
- De periode gedurende welke een personeelslid een volledige terbeschikkingstelling geniet waarvoor geen wachtgeld wordt toegekend komt niet in aanmerking voor de toekenning en de berekening van de pensioenen ten laste van de Schatkist.
- Een personeelslid dat gedeeltelijk afstand doet van wachtgeld moet in het schrijven bedoeld in 3.3.11.2. verklaren welk bedrag à 100% op maandbasis het wenst te ontvangen.

Een wachtgeld is cumuleerbaar met een overlevingspensioen. Indien het wachtgeld te hoog is om van een overlevingspensioen te kunnen genieten, kan men geheel of gedeeltelijk afstand doen van het wachtgeld.

De actuele bedragen met betrekking tot de cumulatie van een wachtgeld met een overlevingspensioen kunnen geraadpleegd worden op de website van de PDOS:

LET OP

Bij de berekening van het bedrag dat men wenst te ontvangen, moet men naast het deel van het wachtgeld à 100 % (= niet-geïndexeerd bedrag) ook rekening houden met de bedragen die voortvloeien uit de indexering en het recht op vakantiegeld en eindejaarstoelage. Het is aan te raden een zekere marge in te bouwen (wijzigingen index, eindejaarstoelage, vakantiegeld, sociale programmatie, personen ten laste ...) en de evolutie van de desbetreffende referentiebedragen op de voet te volgen.

3.3.11.4. Datum waarop een eerste verklaring uitwerking heeft

De eerste verklaring van afstand van wachtgeld kan uitwerking hebben op:

- de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling;

- de eerste dag van de maand volgend op de ontvangst van de eerste verklaring of op een latere datum die het personeelslid bepaalt.

Het personeelslid moet dus uitdrukkelijk de datum vermelden waarop de verklaring uitwerking moet hebben.

De eerste verklaring om geheel of gedeeltelijk afstand te doen van wachtgeld kan reeds worden gevoegd bij de aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen.

3.3.11.5. Wijziging van de verklaring van afstand van wachtgeld

Het personeelslid kan met een nieuwe verklaring verzoeken om het wachtgeld dat het (niet) ontvangt, aan te passen.

Hiertoe moet het bij aangetekende brief aan de coördinator van het bevoegde werkstation een nieuwe verklaring indienen.

Dit nieuwe verzoek moet het Ministerie van Onderwijs en Vorming vóór 1 november bereiken.

De vraag tot aanpassing heeft dan steeds uitwerking vanaf de eerste januari van het daaropvolgend burgerlijk jaar.

De afstand van wachtgeld kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd.

3.3.11.6. Geldigheidsduur van een verklaring

Elke verklaring blijft onverminderd van toepassing tot op het einde van de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen tenzij - cfr. punt 3.3.11.5 hiervoor - betrokkene om een aanpassing verzoekt.

3.3.12. Overstap van deeltijdse TBS55+ naar TBSP-1

De deeltijdse terbeschikkingstelling (DTBS55+) is met ingang van 1 september 2010 opgeschort in alle onderwijsniveaus en op 1 december 2009 in het hoger onderwijs (1 maart 2010 als laatste ingangsdatum).

Een personeelslid dat voor deze data in het overeenkomstige onderwijsniveau een DTBS55+ heeft genomen kon overstappen naar een TBSP-1 op één van de vastgestelde data: 1 september, 1 januari of 1 april.

3.3.13. Elektronische communicatie met het Ministerie van Onderwijs en Vorming

De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) wordt gemeld met de code dienstonderbreking DO 108.

Dit is een dienstonderbreking die steeds wordt genomen op alle opdrachten van het personeelslid.

Elke school dient de TBSP-1 echter afzonderlijk in te sturen.

De ingangsdatum van de TBSP-1 geldt voor alle opdrachten in het onderwijs ongeacht het onderwijsniveau.

De werkwijze kan het best geïllustreerd worden aan de hand van volgend voorbeeld.

Voorbeeld

Een voltijds vastbenoemd onderwijzer, geboren op 27-06-1957 wenst een TBSP-1 te nemen op 01-04-2019 en heeft als P-datum 01-02-2020.

Dit moet worden ingestuurd als volgt:

Eerste bericht met geldigheidsdatum 01-04-2019 :

RL-2 DO 108 (TBSVP) met als begindatum 01-04-2019 en als einddatum 31-01-2020.

Tweede bericht met geldigheidsdatum 01-02-2020.

RL-4 stopzetting opdrachtenpakket met als begindatum 01-02-2020 met als reden pensioen (code 04).

3.3.14. Bijlage - Aanvraag van een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen en/of van een bonus

3.4. Personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 januari 1958

De personeelsleden die behoren tot deze leeftijdsgroep hebben geen recht meer op een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen.