Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorwaarden en procedure tot de erkenning van de gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen met Vlaamse studiebewijzen uitgereikt in het basisonderwijs en secundair onderwijs, en sommige Vlaamse studiebewijzen uitgereikt in het volwassenenonderwijs

  • goedkeuringsdatum
    14 juni 2013
  • publicatiedatum
    B.S.18/07/2013
  • datum laatste wijziging
    04/08/2015

COORDINATIE

B.Vl.R. 3-7-2015 - B.S. 4-8-2015

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, in het bijzonder de artikelen 57bis en 57ter, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI;

Gelet op de Codex Secundair Onderwijs, in het bijzonder de artikelen 115/2 en 115/3, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI;

Gelet op het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, in het bijzonder de artikelen 74bis, 74ter, 84bis en 84ter, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI;

Gelet op het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, in het bijzonder de artikelen 41bis en 41ter, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 17 april 2013;

Gelet op advies nr. 53.267/1 van de Raad van State, gegeven op 23 mei 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder :

1° buitenlands studiebewijs : een studiebewijs uitgereikt door een in het buitenland erkende onderwijsinstelling;

2° erkenning van de gelijkwaardigheid : een formele beslissing van gelijkschakeling door de bevoegde overheidsdienst in Vlaanderen van een buitenlands studiebewijs met het overeenstemmende Vlaams studiebewijs;

3° erkenningsautoriteit : [het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen] dat bevoegd is voor de erkenning van de gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen als vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming;

4° minister : de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs;

5° Vlaams studiebewijs : een studiebewijs als vermeld of opgesomd in afdeling 6 van hoofdstuk V van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of de artikelen 115/2 en 115/3 van de Codex Secundair Onderwijs, of de artikelen 74bis, 74ter, 84bis of 84ter van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, of artikel 41, §§ 1 tot en met 4 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.

B.Vl.R. 3-7-2015

HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen

Afdeling 1. - Principe

Art. 2.

De erkenningsautoriteit erkent elk buitenlands studiebewijs als gelijkwaardig met een Vlaams studiebewijs, tenzij er een substantieel verschil is.

Afdeling 2. - Substantieel verschil

Art. 3.

§ 1. Het substantieel verschil kan uitsluitend betrekking hebben op vier elementen. Die vier elementen zijn de inhoud of de leerresultaten, het niveau, de studieomvang en de kwaliteit, van de opleiding leidende tot het studiebewijs.

§ 2. Met inhoud of leerresultaten wordt bedoeld de inhoud van het gevolgde studie- of onderwijsprogramma of de gevolgde studieonderdelen of vakken die leiden tot het studiebewijs of de competenties die volgens het studiebewijs zijn verworven. Met het element competenties wordt bedoeld de competenties waaruit de onderwijskwalificaties van het niveau 1 tot en met 4 zijn samengesteld, zoals bepaald in artikel 14, eerste lid, punten 1° tot en met 4° van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties wordt als referentiekader gehanteerd, in voorkomend geval, de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen, de specifieke eindtermen, de doelen, de opleidingsprofielen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald.

§ 3. Met niveau wordt bedoeld het niveau van de onderwijskwalificatie(s) waartoe de opleiding leidt binnen de kwalificatiestructuur of de opleidingsstructuur.

§ 4. Met studieomvang wordt de studieduur van de opleiding bedoeld eventueel uitgedrukt in jaren of uren waarin onderwijsactiviteiten hebben plaatsgevonden.

§ 5. Met kwaliteit wordt de kwaliteit van de opleiding, waaronder de wijze van evalueren, of de kwaliteit van de uitreikende instelling bedoeld, eventueel gewaarborgd door een orgaan van extern kwaliteitstoezicht.

HOOFDSTUK III. - Algemene gelijkwaardigheid

Art. 4.

§ 1. Na advies van de erkenningsautoriteit kan de minister de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen, als vermeld in artikel 57bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 115/2 van de Codex Secundair Onderwijs, artikelen 74bis en 84bis van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, en artikel 41bis van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.

§ 2. De algemene gelijkwaardigheid stelt de gelijkwaardigheid vast van een buitenlands studiebewijs met een Vlaams studiebewijs voor alle houders van het desbetreffende buitenlands studiebewijs.

HOOFDSTUK IV. - Individuele gelijkwaardigheid

Art. 5.

De individuele gelijkwaardigheid stelt de gelijkwaardigheid vast van een buitenlands studiebewijs met een Vlaams studiebewijs voor de houder van een buitenlands studiebewijs die op basis van zijn of haar individueel dossier een aanvraag tot erkenningsonderzoek heeft ingediend bij de erkenningsautoriteit.

Afdeling 1. - Erkenningsonderzoek

Art. 6.

Iedere houder van een buitenlands studiebewijs heeft het recht op een erkenningsonderzoek, op voorwaarde dat de aanvrager :

1° hetzij zijn woonplaats heeft in het Vlaams Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

2° hetzij zijn woonplaats elders heeft, en kan aantonen dat de aanvraag gebeurt met het oog op tewerkstelling in het Vlaams Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of met het oog op verdere studies in een door de Vlaamse overheid erkende onderwijsinstelling.

De houder van een buitenlands studiebewijs dient daartoe een aanvraag in bij de erkenningsautoriteit.

In afwijking van het eerste lid hebben de houders van een studiebewijs die binnen het toepassingsgebied vallen van artikel 115/1 van de Codex Secundair Onderwijs of de artikelen 42bis of 49bis van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap geen recht op een erkenningsonderzoek als vermeld in dit besluit.

Art. 7.

§ 1. De houder van het buitenlands studiebewijs dient te goeder trouw alle adequate informatie over het buitenlands studiebewijs te verstrekken en het beoogde doel van de erkenningsaanvraag te vermelden, zodat de erkenningsautoriteit het erkenningsonderzoek van het buitenlands studiebewijs kan voeren.

§ 2. De erkenningsautoriteit kan extra documenten opvragen en ook een individueel interview afnemen van de aanvrager, in het geval van een authenticiteitscontrole van de ingediende documenten of in het geval de ingediende documenten onvoldoende informatie bevatten om een erkenningsonderzoek te voeren.

§ 3. De erkenningsautoriteit sluit het erkenningsonderzoek ambtshalve af indien uiterlijk zes maanden na het indienen van de aanvraag niet alle opgevraagde documenten en informatie worden ingediend.

Art. 8.

Documenten origineel opgesteld in het Nederlands, Engels, Frans en Duits worden door de erkenningsautoriteit aanvaard zonder een beëdigde vertaling. De erkenningsautoriteit kan aan de houder van een buitenlands studiebewijs een beëdigde vertaling opvragen van documenten die niet in het origineel werden geredigeerd in het Nederlands, Engels, Frans of Duits. De kosten van de beëdigde vertaling zijn voor rekening van de houder van een buitenlands studiebewijs.

Art. 9.

Voor asielzoekers, vluchtelingen subsidiair-beschermden en personen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden zoals vermeld in artikel VII van het Verdrag van de Raad van Europa en de UNESCO betreffende de erkenning van diploma's hoger onderwijs in de Europese Regio van 11 april 1997, die niet alle documenten en informatie kunnen indienen of opvragen in hun thuisland, biedt de erkenningsautoriteit een aangepaste flexibele procedure aan.

Art. 10.

§ 1. In het kader van een erkenningsonderzoek kan de erkenningsautoriteit beroep doen op externe experts die deskundig zijn op het vlak van het niveau, de studieomvang, de kwaliteit of de inhoud of leerresultaten van de opleiding leidende tot het studiebewijs.

§ 2. De erkenningsautoriteit selecteert de experts op basis van hun vakinhoudelijke expertise van hun kennis van de onderwijssystemen van een land of regio en stelt die aan. De erkenningsautoriteit legt in een reglement de procedure en de criteria vast voor het aanstellen van experts en voor de vergoeding ervan, en legt dit reglement ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. Dit reglement wordt bekend gemaakt minstens via de website van de erkenningsautoriteit.

Art. 11.

§ 1. De erkenningsbeslissing na een erkenningsonderzoek dient binnen de vier maanden na het ontvangen van al de nodige informatie en documenten genomen te worden. De termijn van het erkenningsonderzoek wordt specifiek en op voorhand meegedeeld door de erkenningsautoriteit aan de houder van het buitenlands studiebewijs.

§ 2. Met het oog op toepassing van artikel 7, § 2 kan de erkenningsautoriteit de afhandelingstermijn verlengen omwille van een authenticiteitscontrole.

§ 3. De erkenningsautoriteit rapporteert om de zes maanden over deze afhandelingstermijnen aan de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs.

Art. 12.

De procedure tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen wordt verder uitgewerkt door de erkenningsautoriteit en bekend gemaakt via verscheidene publiek toegankelijke fora.

Afdeling 2. - Erkenningsbeslissingen

Art. 13.

Elk erkenningsonderzoek resulteert in een erkenningsbeslissing waarin de erkenningsautoriteit aangeeft of het buitenlands studiebewijs al dan niet gelijkwaardig is met een Vlaams studiebewijs.

Art. 14.

Bij de vaststelling van een substantieel verschil kan de erkenningsautoriteit relevante beroepservaring of andere relevante onderwijservaring van de houder van het buitenlands studiebewijs als compensatiemaatregel aanvaarden en het buitenlands studiebewijs erkennen.

Art. 15.

§ 1. De erkenningsautoriteit stelt in de erkenningsbeslissing vast op welk kwalificatieniveau het studiebewijs zich bevindt en kan in de erkenningsbeslissing de gelijkwaardigheid met een structuuronderdeel of studiegebied aanduiden.

§ 2. De erkenningsautoriteit rapporteert jaarlijks over de erkenningsbeslissingen aan de minister.

Afdeling 3. - Verzoek tot heroverweging

Art. 16.

§ 1. De houder van een buitenlands studiebewijs kan een verzoek tot heroverweging van de erkenningsbeslissing instellen binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na kennisname van de betrokken erkenningsbeslissing en uiterlijk de eenendertigste dag na de dag van een kennisgeving van de betrokken beslissing. Daarbij kunnen geen nieuwe elementen of documenten aan het dossier toegevoegd worden.

De procedure van het verzoek tot heroverweging wordt verder uitgewerkt door de erkenningsautoriteit en bekend gemaakt via verscheiden publiek toegankelijke fora.

§ 2. De erkenningsautoriteit vermeldt in elke erkenningsbeslissing de modaliteiten van het verzoek tot heroverweging en de afhandelingstermijn.

Art. 17.

Het verzoek tot heroverweging leidt tot :

1° de gemotiveerde afwijzing van het verzoek tot heroverweging op grond van de onontvankelijkheid ervan;

2° een beslissing die de oorspronkelijke beslissing op gemotiveerde wijze bevestigt of herziet.

De bevestiging of de herziening van de erkenningsbeslissing wordt aan de houder van het buitenlands studiebewijs ter kennis gebracht binnen een termijn van vijftien kalenderdagen, die ingaat na de dag na deze waarop het verzoek is ingesteld.

HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 18.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2013.

Art. 19.

De Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.