Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de oprichting, de samenstelling en de werking van de Commissie Hoger Onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    29 november 2013
  • publicatiedatum
    B.S.20/12/2013
  • datum laatste wijziging
    02/06/2017

COORDINATIE

B.Vl.R. 28-4-2017 - B.S. 2-6-2017

De Vlaamse Regering,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, artikel 9, vervangen bij het decreet van 12 juli 2013;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de begroting, gegeven op 10 oktober 2013;

Gelet op advies 54.309/1 van de Raad van State, gegeven op 18 november 2013;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder :

1° Commissie Hoger Onderwijs : de Commissie Hoger Onderwijs vermeld in artikel 9 van het decreet van 4 april 2003;

2° decreet van 4 april 2003 : het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;

3° instelling : een onderwijsinstelling die, krachtens het decreet, één of meer opleidingen aanbiedt die leiden tot een onderwijskwalificatie van niveau 5 van de Vlaamse kwalificatiestructuur of een ambtshalve geregistreerde instelling bedoeld in artikel 7 van het decreet van 4 april 2003;

4° lid van de Commissie Hoger Onderwijs : een lid van de vaste kern of een expert van een van de cellen vermeld in artikel 9 van het decreet van 4 april 2003;

5° minister : de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs.

Art. 2.

Er is een Commissie Hoger Onderwijs.

Art. 3.

De taken vermeld in artikel 9/1 van het decreet van 4 april 2003 worden als volgt verdeeld tussen de vaste kern en de volgende cellen :

1° de cel macrodoelmatigheid : de taken vermeld in punt 1° van artikel 9/1 van het decreet van 4 april 2003;

2° de cel taalregeling : de taken vermeld in punt 2°, 3° en 4° van artikel 9/1 van het decreet van 4 april 2003;

3° de cel kwaliteitszorg HBO5-opleidingen : de taken vermeld in punt 6°, 7° en 8° van artikel 9/1 van het decreet van 4 april 2003.

De taken vermeld in artikel 9/1, 5° en 9° van het decreet van 4 april 2003, worden uitsluitend uitgevoerd door de vaste kern.

Art. 4.

De Commissie Hoger Onderwijs streeft naar een consensus bij het bepalen van haar adviezen of oordelen. Als de consensus niet wordt bereikt, kan de Commissie alleen een geldige beslissing nemen als een meerderheid van de leden ermee instemt. Bij staking van stemmen heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.

De Commissie Hoger Onderwijs kan alleen geldig beslissen als de meerderheid van de leden aanwezig is.

De adviezen, oordelen en beslissingen van de Commissie Hoger Onderwijs worden tegelijkertijd meegedeeld aan de minister en diens administratie en aan de instelling of instellingen in kwestie.

Art. 5.

De Commissie Hoger Onderwijs bepaalt haar interne werkwijze en eventuele interne taakverdeling, rekening houdende met de afbakening van de taken vermeld in artikel 3. Ze kan die vastleggen in een huishoudelijk reglement dat aan de minister wordt meegedeeld.

Art. 6.

De voorzitter van de Commissie Hoger Onderwijs kan een instelling vragen, binnen een door de commissie aangegeven termijn, bij een voorgelegd dossier nadere inlichtingen en verduidelijkingen te verschaffen en eventueel aanvullende documenten te bezorgen, als de Commissie van oordeel is dat de voorliggende stukken onvoldoende zijn om een gefundeerd advies te verstrekken.

Art. 7.

De minister benoemt en ontslaat de leden van de Commissie Hoger Onderwijs. De benoeming en het ontslag worden gemeld aan de Vlaamse Regering.

De leden worden benoemd voor een periode van drie jaar. Na afloop van de eerste periode kunnen de leden eenmaal herbenoemd worden voor een nieuwe periode van drie jaar.

[Als na aflopen van een mandaatsperiode van drie jaar nog geen besluit tot nieuwe samenstelling is genomen, kan de minister bevoegd voor het onderwijs het lopende mandaat van de commissie, of een deel ervan, met een periode van maximaal zes maanden verlengen. Deze verlenging wordt gemeld aan de Vlaamse Regering.]

De leden van de Commissie Hoger Onderwijs zijn onafhankelijk ten opzichte van de instellingen waarop hun taken betrekking hebben.

Personeelsleden die onder het gezag van de Vlaamse Regering staan, kunnen geen lid van de Commissie Hoger Onderwijs zijn.

De minister kan een lid van de Commissie Hoger Onderwijs enkel ontslaan wegens onbekwaamheid voor het vervullen van de functie, wegens kennelijke nalatigheid of wegens een andere zwaarwegende reden die betrekking heeft op de persoon zelf. Daarnaast kan een lid van de Commissie Hoger Onderwijs ontslagen worden op zijn eigen verzoek.

B.Vl.R. 28-4-2017

Art. 8.

Het secretariaat en de voorbereiding van de adviezen, oordelen en beslissingen van de Commissie Hoger Onderwijs worden verzorgd door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering. Dat gebeurt in overleg tussen het leidinggevende van de bevoegde dienst en de voorzitter.

Art. 9.

De zetel van de Commissie Hoger Onderwijs is gevestigd in de lokalen van de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering.

Art. 10.

De leden van de Commissie Hoger Onderwijs en de betrokken personeelsleden van de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering zijn voor de gegevens die voortvloeien uit de werkzaamheden van de Commissie Hoger Onderwijs, tot geheimhouding verplicht, behalve als een wettelijk voorschrift hen verplicht die gegevens bekend te maken.

Ze verstrekken geen informatie aan derden over ingediende dossiers noch over de werkzaamheden van de Commissie Hoger Onderwijs.

Alleen de voorzitter of, als dat is vastgelegd in het huishoudelijk reglement, zijn plaatsvervanger, is gemachtigd toelichting te geven over de verstrekte oordelen, adviezen of beslissingen.

Art. 11.

De kosten van de Commissie Hoger Onderwijs komen voor rekening van de Vlaamse Gemeenschap.

Onder de kosten, vermeld in het eerste lid, worden volgende bedragen verstaan :

1° een dagvergoeding van 350,00 euro voor de voorzitter en 225,00 euro voor de leden;

2° een reis- en verblijfvergoeding overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op de personeelsleden van de Vlaamse overheid voor de voorzitter en de leden.

De dagvergoeding wordt aangerekend voor het bijwonen van de vergaderingen van de Commissie Hoger Onderwijs, alsook voor de noodzakelijke voorbereiding van de dossiers door de leden. Als de vergaderingen of de voorbereidingen minder dan vier uur duren, bedraagt de vergoeding de helft van het bedrag, vermeld in het tweede lid, 1°. De vergoedingen worden per trimester uitbetaald.

De bedragen, vermeld in het tweede lid, 1° zijn brutobedragen. Ze worden niet geïndexeerd.

Art. 12.

De volgende besluiten worden opgeheven :

1° het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2004 betreffende de samenstelling en de werking van de Erkenningscommissie;

2° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 betreffende de oprichting, de samenstelling en de werking van de Commissie HBO.

Art. 13.

Dit besluit treedt in werking op 1 december 2013 met uitzondering van artikel 12, 2° dat in werking treedt op het moment dat de leden van de Commissie Hoger Onderwijs zijn benoemd.

Art. 14.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.