Werkwijze vanaf 1 september 2014 voor de herinschakeling van een definitief arbeidsongeschikt personeelslid in het kader van een re-integratieprocedure

  • Voor de herinschakeling van vastbenoemde personeelsleden die definitief arbeidsongeschikt zijn, geldt vanaf 1 september 2014 een nieuwe werkwijze. Het doel is om door meer overleg tussen het schoolbestuur, het personeelslid en eventueel de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, en door deskundig advies, de mogelijkheden tot tewerkstelling van het personeelslid na te gaan en tot een overeenkomst over tewerkstelling te komen.
  • Die wijzigingen maken deel uit van het decreet van 25 april 2014 betreffende het onderwijs XXIV. http://www.vlaamsparlement.be/Proteus5/showParlInitiatief.action?id=911972#Stukkeninhetdossier
  • Er wordt een verduidelijking toegevoegd over een nieuwe vaste benoeming in een ambt van het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs.

1. Inleiding

Met ingang van 1 september 2014 is een nieuw luik van de rechtspositieregeling voor het personeel in het onderwijs van kracht, onder de benaming ‘herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid’ wegens ziekte of beperking. Dat is het resultaat van besprekingen in de werkgroep Geïntegreerd Welzijnsbeleid, waarin de overheid en de sociale partners van het onderwijs vertegenwoordigd zijn. Het geeft uitvoering aan afspraak 3.2. van het Protocol van 13 december 2013 van de onderhandelingen die gevoerd werden betreffende een akkoord van sectorale sociale programmatie voor de jaren 2012-2014 voor de sector “Onderwijs” van de Vlaamse Gemeenschap tussen de Vlaamse Regering en de representatieve vakorganisaties ACOD, FCSOD en VSOA (Cao X).

Het doel van een herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid is, door meer en beter overleg en advies, bij te dragen tot een volwaardige en duurzame tewerkstelling in het onderwijs en dat binnen de mogelijkheden van zowel het personeelslid als de onderwijsinstelling. Deze regeling biedt een kader waarbinnen de werkgevers in het onderwijs, gesteund door de expertise van de betrokken artsen, een zorgzaam en sociaal personeelsbeleid kunnen voeren, waarbij ook de personeelsleden geresponsabiliseerd worden.

Met de nieuwe regeling komt er ook een einde aan de periode waarin de onderwijswetgeving de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking als middel voorschreef waarmee een personeelslid na een beslissing van MEDEX of in een re-integratieprocedure ander of aangepast werk moest kunnen krijgen.

Hier vindt u eerst de verklaring van enkele termen die in deze omzendbrief gebruikt worden.

  • MEDEX: de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, Medische Expertise, cel Pensioenen;
  • preventieadviseur-arbeidsgeneesheer: de preventieadviseur deskundig in arbeidsgeneeskunde verbonden aan de externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk zoals bepaald in het Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk.

Opmerking
In deze omzendbrief wordt het begrip schoolbestuur gehanteerd. In het gemeenschapsonderwijs moet het begrip schoolbestuur gelezen worden als de raad van bestuur. In het gesubsidieerd onderwijs moet voor de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs schoolbestuur gelezen worden als centrumbestuur, moet voor de centra voor leerlingenbegeleiding schoolbestuur gelezen worden als bestuur, en moet voor het deeltijds kunstonderwijs, de tehuizen voor kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben, de autonome internaten en de pedagogische begeleidingsdiensten, schoolbestuur gelezen worden als inrichtende macht.

2. Toepassingsgebied

Deze omzendbrief is van toepassing op de personeelsleden van het gemeenschaps- en gesubsidieerd onderwijs die in vast verband benoemd zijn volgens de bepalingen van het decreet rechtspositie personeel gemeenschapsonderwijs of van het decreet rechtspositie personeel gesubsidieerd onderwijs.

Voor de procedure tot herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid komen vast benoemde personeelsleden in aanmerking die een beroep doen op de procedure tot re-integratie zoals bepaald in de wetgeving over het gezondheidstoezicht op de werknemers. Over die personeelsleden handelt deze omzendbrief.

De structuur van deze omzendbrief is verder als volgt (u kunt meteen doorklikken naar het gewenste onderdeel).

3. Personeelsleden die een beroep doen op de procedure tot re-integratie zoals bepaald in de wetgeving over het gezondheidstoezicht op de werknemers: procedure

4. Tewerkstelling
4.1.Aangepaste functiebeschrijving
4.2.Inperking draagwijdte vaste benoeming
4.3.Ander ambt

5.Toestand van het personeelslid na uitputting van de procedures zonder tewerkstelling

6.Personeelsleden die eerder ter beschikking gesteld werden wegens ontstentenis van betrekking in het kader van een re-integratieprocedure

7. Praktische schikkingen

3. Personeelsleden die een beroep doen op de procedure tot re-integratie zoals bepaald in de wetgeving over het gezondheidstoezicht op de werknemers: procedure

3.1. Recht op procedure tot re-integratie

Een personeelslid dat door zijn behandelende arts definitief arbeidsongeschikt verklaard is voor de verdere uitvoering van zijn functie, kan op eigen initiatief een aanvraag doen tot re-integratie in een aangepaste werkomgeving. Deze procedure tot re-integratie steunt op de artikelen 39 tot 41 van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers.

Meer informatie over het koninklijk besluit van 28 mei 2003, evenals de formulieren met betrekking tot de procedure die in deze omzendbrief wordt toegelicht, vindt u terug via deze link: http://www.health.belgium.be/eportal/Aboutus/relatedinstitutions/EMPREVA/Gezondheidstoezicht/15014531?ie2Term=gezondheidstoezicht &ie2section=83

Deze procedure kan enkel gebruikt worden indien de dagen bezoldigd ziekteverlof van het personeelslid nog niet zijn uitgeput. Voor personeelsleden van wie de ziektedagen wel uitgeput zijn, kan er mogelijk gebruik gemaakt worden van de procedure die beschreven is in de omzendbrief Werkwijze vanaf 1 september 2014 voor de herinschakeling van een definitief arbeidsongeschikt personeelslid ingevolge een beslissing van MEDEX.

3.2. Start van de procedure

Het vast benoemde personeelslid dat door zijn behandelende arts definitief arbeidsongeschikt verklaard is voor het overeengekomen werk, kan bij het schoolbestuur een beroep doen op de procedure tot re-integratie.

Als het personeelslid gebruik wenst te maken van het recht op een procedure tot re-integratie, moeten de volgende stappen gezet worden.

1. Het personeelslid wendt zich tot zijn behandelende arts die de definitieve arbeidsongeschiktheid voor het overeengekomen werk kan vaststellen. Als de behandelende arts die definitieve arbeidsongeschiktheid vaststelt, levert hij aan het personeelslid een attest af met deze vaststelling. Alleen met een dergelijk attest van de behandelende arts kan de procedure tot re-integratie opgestart worden.

2. Het personeelslid stuurt het attest van zijn behandelende arts met een aangetekende brief naar zijn schoolbestuur en roept het recht op re-integratie in, in toepassing van artikel 39 en 41 van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers.

3. Het schoolbestuur bezorgt het personeelslid een formulier “verzoek om gezondheidstoezicht over werknemers”. Het model van dit formulier is als bijlage I opgenomen bij het KB van 28 mei 2003.

4. Het personeelslid bezorgt het ingevulde formulier aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer van de arbeidsgeneeskundige dienst waarbij het schoolbestuur is aangesloten.

3.3. Overleg over mogelijkheden van tewerkstelling

Wanneer het personeelslid zich met het attest van zijn behandelende arts tot het schoolbestuur richt om zijn recht op een re-integratieprocedure te laten gelden, moet het schoolbestuur zo spoedig mogelijk een overleg organiseren over de mogelijkheden voor ander werk en de maatregelen voor aanpassing van de werkposten. Aan dat overleg nemen minstens deel:

a) het schoolbestuur,

b) het personeelslid,

c) de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.

3.4. Advies van preventieadviseur-arbeidsgeneesheer

Na afloop van het overleg over de mogelijkheden tot tewerkstelling formuleert de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer zijn advies en bezorgt dat aan het schoolbestuur en aan het personeelslid. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer brengt, na zijn onderzoek, zijn advies of beslissing aan op het “formulier voor de gezondheidsbeoordeling”, waarvan het model als bijlage II opgenomen is bij het KB van 28 mei 2003 (zie de website Gezondheidstoezicht van de FOD volksgezondheid).

Artikel 58 van dat KB verplicht de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer de werknemer ervan op de hoogte te brengen dat hij tegen de gezondheidsbeoordeling in beroep kan gaan, zoals bepaald in het artikel 64 en volgende van het KB. Voor dat beroep gebruikt het personeelslid hetzelfde formulier. Het beroep moet bij aangetekende brief aan de bevoegde geneesheer-arbeidsinspecteur van de Medische Arbeidsinspectie gestuurd worden binnen de zeven werkdagen na de verzendingsdatum of overhandiging van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling aan de werknemer.

Opgelet: naast het advies “geschikt voor een andere functie” zijn ook nog andere adviezen of beslissingen mogelijk (zie artikel 41 van het KB), maar alleen bij dit advies geldt de hier verder beschreven procedure.

3.5. Schriftelijke overeenkomst

Als het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer inhoudt dat het betrokken personeelslid voldoende geschikt is om een andere functie uit te oefenen en als het schoolbestuur en het personeelslid ermee akkoord gaan om dat advies te volgen, sluiten het schoolbestuur en het betrokken personeelslid een schriftelijke overeenkomst betreffende de vorm van tewerkstelling. Die tewerkstelling kan onder een van de volgende vormen:

1° tewerkstelling in het ambt van benoeming na aanpassing van de geïndividualiseerde functiebeschrijving (zie verder 4.1.);

2° tewerkstelling in het ambt van vaste benoeming na een inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming (zie verder 4.2.);

3° tewerkstelling in een ander ambt dan het ambt van vaste benoeming (zie verder 4.3.).

Als het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer niet leidt tot een overeenkomst over tewerkstelling, wordt de procedure als uitgeput beschouwd (zie verder 5).

4. Tewerkstelling

4.1. Aangepaste functiebeschrijving

Wanneer het personeelslid in zijn ambt aan de slag kan blijven door andere taken op te nemen, moet dat geëxpliciteerd worden in een, in onderling overleg, aangepaste functiebeschrijving. Wat de taakinvulling betreft, staan alle mogelijkheden ter beschikking die in punt 2.2 van de omzendbrief ‘Welzijnsbeleid voor werknemers in het onderwijs: aangepast of ander werk’ beschreven werden.

Voorbeeld 1. Een personeelslid kan niet meer functioneren als leraar belast met klasgebonden activiteiten, maar kan wel ingezet worden als ‘groene leerkracht’; door een wijziging in de functiebeschrijving is dat mogelijk.

Voorbeeld 2. Een personeelslid kan niet meer functioneren als leraar belast met klasgebonden activiteiten, maar kan wel met BPT-uren (basis- en secundair onderwijs) of (pedagogische) coördinatie-uren (deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs) ingezet worden in klasondersteuning; door een wijziging in de functiebeschrijving is dat mogelijk.

Voorbeeld 3. Een kleuteronderwijzer kan bewegingsleer bij de kleuters niet meer geven; de functiebeschrijving wordt zo aangepast dat zij niet langer kleuterturnen geeft.

4.2. Inperking draagwijdte vaste benoeming

4.2.1. Principe

Voor een individuele leraar of lector kan het schoolbestuur, in afwijking van de volledige draagwijdte van de vaste benoeming, uitdrukkelijk vakken, specialiteiten, opleidingen of modules, uitsluiten. Dat is uitsluitend mogelijk voor het ambt van lector in het hbo5 en in de slo in het volwassenenonderwijs en voor de ambten van leraar in het:

  • gewoon secundair onderwijs;
  • buitengewoon secundair onderwijs OV 4;
  • beroepsgerichte vorming in het buitengewoon secundair onderwijs OV 3;
  • secundair volwassenenonderwijs;
  • deeltijds kunstonderwijs.

De inperking houdt in dat het schoolbastuur uitdrukkelijk vastlegt welke vakken, specialiteiten, opleidingen of modules niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming van deze leraar of lector behoren. De inperking slaat niet op het volume van de vaste benoeming: het personeelslid blijft voor hetzelfde volume vastbenoemd, maar wordt inzetbaar in een kleiner aantal vakken, specialiteiten, opleidingen of modules. Uiteraard mag die inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming niet als gevolg hebben dat voor de leraar of lector geen enkel vak, specialiteit, opleiding of module nog tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, want dan zou hij niet meer inzetbaar zijn.

4.2.2. Schriftelijke overeenkomst

Het schoolbestuur legt de inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming van een leraar of lector vast in de schriftelijke overeenkomst (3.5.) en deelt de inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming mee aan het ministerie van Onderwijs en Vorming, opdat het uitvoering zou hebben naar de overheid (zie praktische schikkingen 7.2).

4.2.3. Persoonsgebonden en tegenstelbaar aan derden

Die aangepaste draagwijdte van de vaste benoeming wordt voor dat personeelslid van toepassing bij de verdeling van betrekkingen, terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, én is ook afdwingbaar bij andere werkgevers.

Voorbeeld. Een leraar in het secundair onderwijs, houder van een vereist bekwaamheidsbewijs voor lichamelijke opvoeding, biologie (en eventueel nog andere vakken) kan om medische redenen geen lichamelijke opvoeding meer onderwijzen. Uit de draagwijdte van de vaste benoeming wordt lichamelijke opvoeding geschrapt; de vaste benoeming wordt daardoor beperkt tot biologie (en eventueel nog andere vakken). Deze inperking van de vaste benoeming heeft ook uitwerking ten overstaan van andere scholen.

4.3. Ander ambt

4.3.1. Principe

Een nieuwe vaste benoeming in een ander ambt wordt vlotter mogelijk gemaakt wanneer zij past in het kader van een herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid. In afwijking van het normale proces van vaste benoeming gebeurt deze benoeming mogelijk op een ander tijdstip, en vindt ze plaats ongeacht de aanwezigheid van een vacante betrekking. Er gaat normaliter een proefperiode aan vooraf tijdens dewelke het personeelslid tewerkgesteld wordt in een niet-organieke betrekking in dat andere ambt.

4.3.2. Proefperiode

4.3.2.1. Ander ambt

Het schoolbestuur biedt een proefperiode van tewerkstelling in dat andere ambt aan met het oog op een nieuwe vaste benoeming.

Die proefperiode is alleen mogelijk in een ambt waarvoor het personeelslid aan de aanstellingsvoorwaarden beantwoordt én waarin het personeelslid nog niet vast benoemd is.

Voorbeeld. Een personeelslid is niet meer geschikt als leraar, maar kan wel nog administratief werk uitoefenen. Het schoolbestuur biedt hem een proefperiode aan in een niet-organieke betrekking in het ambt van administratief medewerker, met het oog op een nieuwe vaste benoeming in dat ambt.

Het is van belang om er van bij het aanbieden van een proefperiode rekening mee te houden dat een nieuwe vaste benoeming in een beperkt deelbaar ambt, zoals opvoeder en administratief medewerker in het secundair onderwijs, gebonden is aan hetzij een volledige betrekking hetzij de helft van een volledige betrekking. Meer informatie daarover leest u in punt 4.3.3.2.

4.3.2.2. Duur

De proefperiode duurt minimaal zes maanden en maximaal twaalf maanden.

4.3.2.3. Schriftelijke overeenkomst

De afspraken betreffende de proefperiode worden vastgelegd in de schriftelijke overeenkomst (3.5.).

4.3.2.4. Administratieve en geldelijke toestand

Tijdens de proefperiode wordt het personeelslid tewerkgesteld in een niet-organieke betrekking van het nieuwe ambt. Het personeelslid is in dienstactiviteit en behoudt het salaris dat verbonden is aan zijn betrekking in het ambt van vaste benoeming. Het schoolbestuur kan in die betrekking een vervanger aanstellen.

4.3.2.5. Vorming

Tijdens deze proefperiode moet de werkgever indien nodig het personeelslid de nodige vorming laten volgen zodat het personeelslid een eerlijke kans krijgt om zich in het nieuwe ambt in te werken.

4.3.2.6. Afsluiten van proefperiode

Uiterlijk twee maanden voor het einde van de proefperiode neemt het schoolbestuur een beslissing over de vaste benoeming van het personeelslid in het nieuwe ambt. Het neemt die beslissing na een overleg met het betrokken personeelslid om vast te stellen of de proefperiode geslaagd is of niet. Als het schoolbestuur van oordeel is dat de proefperiode geslaagd is, wordt het personeelslid vast benoemd, zoals beschreven in punt 4.3.3.

Als het schoolbestuur van oordeel is dat de proefperiode niet geslaagd is, wordt de procedure als uitgeput beschouwd (zie verder 5).

4.3.3. Nieuwe vaste benoeming

4.3.3.1. Principe

De nieuwe vaste benoeming betekent het ontslag uit het ambt waarvoor het personeelslid voorheen vast benoemd was en de onmiddellijke vaste benoeming in het nieuwe ambt, voor een overeenstemmend volume. In afwijking van de bepalingen over de vaste benoeming, vindt de nieuwe vaste benoeming plaats ongeacht of er een vacante betrekking in dat ambt beschikbaar is. De betrekking in het ambt waarin het personeelslid voorheen vast benoemd was, wordt een vacante betrekking vanaf de ingangsdatum van de nieuwe vaste benoeming.

Na de nieuwe vaste benoeming is de regelgeving met betrekking tot het nieuwe ambt van vaste benoeming volledig op het personeelslid van toepassing (salaris, prestatieregeling, bekwaamheidsbewijzen, puntenwaarden, de reglementaire bepalingen inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, enz.).

4.3.3.2. Voorwaarden

Als het een wervingsambt betreft, moet het personeelslid aan de voorwaarden beantwoorden voor vaste benoeming in het betrokken ambt, met uitzondering van:

  • de voorwaarde betreffende dienstanciënniteit in het betrokken ambt;
  • de kandidaatstelling in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten;
  • de voorafgaande tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur in het betrokken ambt.

Als het een selectie-of bevorderingsambt betreft, moet het personeelslid

  • in het gemeenschapsonderwijs beantwoorden aan de voorwaarden voor toelating tot de proeftijd in het betrokken ambt; het personeelslid wordt echter wel meteen vast benoemd, dus na de proefperiode zoals beschreven in 4.3.2. volgt niet eerst nog een formele proeftijd zoals opgenomen in de regelgeving voor het gemeenschapsonderwijs;
  • in het gesubsidieerd onderwijs beantwoorden aan de voorwaarden voor vaste benoeming in het betrokken ambt.

Na de nieuwe vaste benoeming is de regelgeving met betrekking tot het nieuwe ambt van vaste benoeming volledig op het personeelslid van toepassing. Voor beperkt deelbare ambten in het secundair onderwijs moet dan ook met het volgende rekening gehouden worden.

Ambten van het ondersteunend personeel kunnen maar per halftijdse of voltijdse betrekking opgericht worden, zoals vastgelegd in de Codex secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 30, §1. Voorbeelden van dergelijke ambten zijn: opvoeder en administratief medewerker in het secundair onderwijs. Personeelsleden die niet voor een volledige betrekking maar wel ten minste voor de helft van een volledige betrekking vast benoemd zijn, kunnen in een beperkt deelbaar ambt alleen een nieuwe vaste benoeming krijgen voor een halve opdracht. Bij die personeelsleden kan het volume van de nieuwe vaste benoeming dus kleiner zijn dan het volume van de vaste benoeming in het vroegere ambt. Bij de nieuwe vaste benoeming neemt het personeelslid vrijwillig ontslag uit het eventuele resterende deel van zijn vaste benoeming. Personeelsleden die voor minder dan de helft van een volledige opdracht vast benoemd zijn, kunnen geen nieuwe vaste benoeming krijgen in een beperkt deelbaar ambt.

Voorbeeld 1

Een leraar is vast benoemd voor 17/20sten in het secundair onderwijs en krijgt in het kader van een herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid een nieuwe vaste benoeming in het ambt van opvoeder. Vermits hij minder dan een volledige opdracht maar ten minste halftijds vast benoemd is in het ambt van leraar kan hij maar een nieuwe vaste benoeming krijgen voor 18/36 opvoeder. Het overige volume van 7/20sten leraar komt te vervallen.

Voorbeeld 2

Een leraar is vast benoemd voor 7/20sten in het secundair onderwijs en wil in het kader van een herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid een nieuwe vaste benoeming krijgen in het ambt van administratief medewerker. Vermits hij voor minder dan een halftijdse opdracht in het ambt van leraar is benoemd kan hij geen nieuwe vaste benoeming krijgen in het ambt van administratief medewerker.

4.3.3.3. Ingangsdatum

In afwijking van de bepalingen over de vaste benoeming gaat de nieuwe vaste benoeming in uiterlijk op de dag na het einde van de proefperiode.

4.3.3.4. Nieuwe vaste benoeming zonder proeftijd

Een nieuwe vaste benoeming in het kader van herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid is eveneens mogelijk voor een personeelslid aan wie geen proefperiode aangeboden kan worden omdat het personeelslid al deeltijds in het ambt vast benoemd is (zie 4.3.2.1.). De nieuwe vaste benoeming is dan een uitbreiding van vaste benoeming in dat ambt, gepaard met ontslag voor een overeenstemmend volume uit het ambt van vaste benoeming waarvoor hij arbeidsongeschikt is. Het schoolbestuur bepaalt dan de ingangsdatum van de nieuwe vaste benoeming, die op de eerste dag van een maand moet liggen.

Voorbeeld. Een personeelslid dat een gemengde opdracht leraar ASV/leraar BGV heeft, is niet meer geschikt om les te geven in het ambt BGV OV 2 maar wel nog binnen ASV. De nieuwe vaste benoeming bestaat erin dat het personeelslid ontslag neemt uit het ambt leraar BGV en ten belope daarvan uitbreiding van benoeming krijgt in het ambt leraar ASV. Aan die nieuwe vaste benoeming gaat geen proefperiode vooraf omdat het personeelslid al gedeeltelijk vastbenoemd leraar ASV was.

5. Toestand van het personeelslid na uitputting van de procedures zonder tewerkstelling

Wanneer de procedures als uitgeput moeten beschouwd worden zonder dat ze tot een tewerkstelling van het personeelslid hebben geleid, kan het schoolbestuur het personeelslid de uitvoering van het ambt waarvoor hij definitief arbeidsongeschikt is, ontzeggen. Dat leidt niet meteen tot ontslag. Het personeelslid heeft immers wellicht nog recht op bezoldigd ziekteverlof of kan er ook bv. voor opteren een volledige loopbaanonderbreking, een verlof voor een tijdelijke andere opdracht of een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden aan te vragen.

Na uitputting van het bezoldigd ziekteverlof wordt het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ziekte en volgt mogelijk de beslissing van MEDEX tot toelating tot het definitief vroegtijdig pensioen. Als dat het geval is, wordt het personeelslid ambtshalve ontslagen.

6. Personeelsleden die eerder ter beschikking gesteld werden wegens ontstentenis van betrekking in het kader van een re-integratieprocedure

Voor 1 september 2014 was terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking mogelijk of zelfs verplicht in het kader van een re-integratieprocedure.

Voor de personeelsleden die uiterlijk met ingang van 1 augustus 2012 ter beschikking gesteld werden wegens ontstentenis van betrekking en die in het verleden al een toewijzing gekregen hebben van het schoolbestuur of van een reaffectatiecommissie of die van de Vlaamse reaffectatiecommissie een toewijzing als administratieve ondersteuning in een niet-organieke betrekking gekregen hebben, blijft het principe van de bestendigheid van reaffectatie of wedertewerkstelling over de schooljaren heen, van kracht.

Voor de personeelsleden die tussen 1 augustus 2012 en 1 september 2014 ter beschikking gesteld werden wegens ontstentenis van betrekking, blijven de verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling ongewijzigd gelden zoals ze van kracht waren in het schooljaar 2013-2014. Ook voor hen geldt het principe van bestendigheid van reaffectatie of wedertewerkstelling over de schooljaren heen.

Aandacht
Sinds 1 september 2012 zijn de personeelscategorieën ondersteunend personeel en beleids- en ondersteunend personeel niet langer afgeschermd voor een wedertewerkstelling over de personeelscategorieën heen van een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking ingevolge een advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in het kader van een procedure tot re-integratie.

Uitzondering
De wedertewerkstelling naar de personeelscategorieën ondersteunend personeel en beleids- en ondersteunend personeel geldt niet voor de personeelsleden die uiterlijk met ingang van 1 augustus 2012 ter beschikking gesteld werden wegens ontstentenis van betrekking ingevolge een advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in het kader van een procedure tot re-integratie. Voor die personeelsleden blijven de verplichtingen inzake reaffectatie en wedertewerkstelling ongewijzigd gelden zoals ze van kracht waren in het schooljaar 2011-2012. Voor wie op basis van die bepalingen een toewijzing gekregen heeft, blijft dus ook de bestendigheid van reaffectatie of wedertewerkstelling over de schooljaren heen onverminderd gelden.

Zie ook de omzendbrief “De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs” – PERS/2003/08 van 28/07/2003.

Zie ook de omzendbrief “Personeelslid voor 1 september 2014 ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking na een advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in het kader van een procedure tot re-integratie ingeroepen door het personeelslid” – PERS/2009/09 van 18/08/2009.

7. Praktische schikkingen

7.1. Tewerkstelling in het ambt van vaste benoeming na een aanpassing van de geïndividualiseerde functiebeschrijving

Deze situatie moet niet aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) en het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (AHOVOS) gemeld worden.

7.2. Tewerkstelling in het ambt van vaste benoeming na een inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming

De inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming voor een personeelslid wordt gemeld door een opmerking te maken bij de vastbenoemde opdracht(en) van het personeelslid. In de opmerkingen (via RL-3) wordt de volgende tekst geplaatst :

“Draagwijdte van de vaste benoeming is ingeperkt”. Het is niet nodig om aan te geven welke vakken, specialiteiten, opleidingen of modules er worden uitgesloten van de draagwijdte van de vaste benoeming van het personeelslid.

7.3. Tewerkstelling in een ander ambt dan het ambt van vaste benoeming

De toelichting hiervan gebeurt aan de hand van het volgende voorbeeld.

Voorbeeld. Een personeelslid is niet meer geschikt als leraar wiskunde, maar kan wel nog administratief werk uitoefenen. Het schoolbestuur biedt hem een proefperiode aan in een niet-organieke betrekking in het ambt van administratief medewerker, met het oog op een nieuwe vaste benoeming in dat ambt.

7.3.1. Tijdens de proefperiode

Voor de titularis van de betrekking tijdens de proefperiode :

RL-1 leraar ato 4 voor 20 u met de vakcode 312 (wiskunde) waarvan 20 u opdrachtgebonden dienstonderbreking “Herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of beperking in het kader van een re-integratieprocedure“ (code 191).

De niet-organieke betrekking van het ambt van administratief medewerker moet niet aan AgODi en AHOVOS worden gemeld.

Voor de vervanger van de betrekking tijdens de proefperiode :

RL-1 leraar ato 1 voor 20 u met de vakcode 312 (wiskunde) met het stamboeknummer van de titularis en de reden van zijn afwezigheid (dienstonderbreking 191 Herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of beperking in het kader van een re-integratieprocedure).

7.3.2. Nieuwe vaste benoeming na de proefperiode

7.3.2.1. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats in dezelfde school waar het personeelslid zijn proefperiode heeft vervuld

7.3.2.1.1. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats voor de volledige opdracht in een organieke vacante betrekking van de school

Voor de titularis

RL-1 administratief medewerker ato 4 voor 36 u.

Deze vastbenoemde opdracht vervangt door het fotoprincipe de vroegere vastbenoemde opdracht als leraar.

Voor de vervanger :

RL-1 leraar ato 2 (tijdelijk vacant) voor 20 u met de vakcode 312 (wiskunde).

De betrekking van leraar wordt een vacante betrekking vanaf de ingangsdatum van de vaste benoeming van de oorspronkelijke titularis.

7.3.2.1.2. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats voor een gedeelte van de opdracht in een organieke vacante betrekking van de school

Personeelsleden die niet voor hun volledige opdracht van hun vaste benoeming kunnen worden geaffecteerd aan de school, worden TBSOB voor dat deel van hun opdracht waarvoor zij niet werden geaffecteerd.

Voor de titularis:

RL-1 administratief medewerker ato 4 voor 36 u met 18 u TBSOB.

Deze vastbenoemde opdracht vervangt door het fotoprincipe de vroegere vastbenoemde opdracht als leraar. Het personeelslid moet dan voor 18 u gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

Voor de vervanger :

RL-1 leraar ato 2 (tijdelijk vacant) voor 20 u met de vakcode 312 (wiskunde).

De betrekking van leraar wordt een vacante betrekking vanaf de ingangsdatum van de vaste benoeming van de oorspronkelijke titularis.

7.3.2.1.3. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats maar er is voor het volledig volume van vaste benoeming geen organieke vacante betrekking in de school waarin het personeelslid kan worden geaffecteerd

Het personeelslid wordt dan terbeschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking voor het volledige volume van de nieuwe vastbenoemde opdracht.

Voor de titularis :

RL-1 administratief medewerker ato 4 voor 36 u met 36 u TBSOB.

Deze vastbenoemde opdracht vervangt door het fotoprincipe de vroegere vastbenoemde opdracht als leraar. Het personeelslid moet dan gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

Voor de vervanger :

RL-1 leraar ato 2 (tijdelijk vacant) voor 20 u met de vakcode 312 (wiskunde).

De betrekking van leraar wordt een vacante betrekking vanaf de ingangsdatum van de vaste benoeming van de oorspronkelijke titularis.

7.3.2.2. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats in een andere school dan de school waar het personeelslid zijn proefperiode heeft vervuld

7.3.2.2.1. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats voor de volledige opdracht in een organieke vacante betrekking van de andere school

Voor de titularis in de oorspronkelijke school van de eerste vaste benoeming :

RL-4 stopzetten opdrachtenpakket met als reden “ontslag”.

Voor de vervanger in de oorspronkelijke school van de eerste vaste benoeming :

RL-1 leraar ato 2 (tijdelijk vacant) voor 20 u met de vakcode 312 (wiskunde).

De betrekking van leraar wordt een vacante betrekking vanaf de ingangsdatum van de vaste benoeming van de oorspronkelijke titularis.

Voor de titularis in de school van de nieuwe vaste benoeming :

RL-1 administratief medewerker ato 4 voor 36 u.

7.3.2.2.2. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats voor een gedeelte van de opdracht in een organieke vacante betrekking van de andere school

Personeelsleden die niet voor hun volledige opdracht van hun vaste benoeming kunnen worden geaffecteerd aan de school, worden TBSOB voor dat deel van hun opdracht waarvoor zij niet werden geaffecteerd.

Voor de titularis in de oorspronkelijke school van de eerste vaste benoeming :

RL-1 administratief medewerker ato 4 voor 18 u met 18 u TBSOB.

Deze vastbenoemde opdracht vervangt door het fotoprincipe de vroegere vastbenoemde opdracht als leraar. Het personeelslid moet dan voor 18 u gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

Voor de vervanger in de oorspronkelijke school van de eerste vaste benoeming :

RL-1 leraar ato 2 (tijdelijk vacant) voor 20 u met de vakcode 312 (wiskunde).

De betrekking van leraar wordt een vacante betrekking vanaf de ingangsdatum van de vaste benoeming van de oorspronkelijke titularis.

Voor de titularis in de nieuwe school van vaste benoeming:

RL-1 administratief medewerker ato 4 voor 18 u.

7.3.3. Nieuwe vaste benoeming zonder proefperiode

Het is mogelijk dat het personeelslid een nieuwe vaste benoeming krijgt zonder proefperiode omdat het personeelslid al deeltijds in dat ambt vastbenoemd is. De nieuwe vaste benoeming is dan een uitbreiding van de vaste benoeming in dat ambt. De ingangsdatum van de nieuwe vaste benoeming moet op de eerste dag van een maand liggen. Voor die situatie gebeurt de toelichting aan de hand van het volgende voorbeeld.

Voorbeeld. Een personeelslid dat een gemengde opdracht leraar ASV (10 u) / leraar BGV OV 2 (10 u) heeft, is niet meer geschikt om les te geven in het ambt BGV OV 2 maar wel nog binnen ASV (beslissing 01-10-2014). De nieuwe vaste benoeming bestaat erin dat het personeelslid ontslag neemt uit het ambt leraar BGV OV 2 en ten belope daarvan uitbreiding van benoeming krijgt in het ambt leraar ASV. Aan die nieuwe vaste benoeming gaat geen proefperiode vooraf omdat het personeelslid al gedeeltelijk vastbenoemd leraar ASV was.

7.3.3.1. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats in dezelfde school

7.3.3.1.1. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats voor een volledige opdracht in een organieke vacante betrekking van de school

De school doet een nieuwe zending voor de titularis :

RL-1 leraar ASV voor 20 u ato 4 (vastbenoemd) met ingangsdatum 01-10-2014 met einddatum 31-12-4444 (onbepaald)

Deze vastbenoemde opdracht vervangt door het fotoprincipe vanaf 01-10-2014 de vroegere 2 vastbenoemde opdrachten als leraar ASV voor 10 u en leraar BGV OV2 voor 10 u.

7.3.3.1.2. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats voor een gedeelte van de opdracht in een organieke vacante betrekking van de school

Personeelsleden die niet voor hun volledige opdracht kunnen worden geaffecteerd aan de school, worden TBSOB voor dat deel van hun opdracht waarvoor zij niet werden geaffecteerd.

De school doet een nieuwe zending voor de titularis :

RL-1 leraar ASV voor 20 u ato 4 (vastbenoemd) met ingangsdatum 01-10-2014 met einddatum 31-12-4444 (onbepaald) met 5 u TBSOB.

Deze vastbenoemde opdracht vervangt door het fotoprincipe vanaf 01-10-2014 de vroegere 2 vastbenoemde opdrachten als leraar ASV voor 10 u en leraar BGV OV2 voor 10 u.

Het personeelslid moet dan voor 5 u gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

7.3.3.1.3. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats maar er is voor de volledige opdracht geen organieke vacante betrekking in de school waarin het personeelslid kan worden geaffecteerd

Het personeelslid wordt dan onmiddellijk terbeschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

De school doet een nieuwe zending voor de titularis :

RL-1 leraar ASV voor 20 u ato 4 (vastbenoemd) met ingangsdatum 01-10-2014 met einddatum 31-12-4444 (onbepaald) met 10 u TBSOB.

Deze vastbenoemde opdracht vervangt door het fotoprincipe vanaf 01-10-2014 de vroegere 2 vastbenoemde opdrachten als leraar ASV voor 10 u en leraar BGV OV2 voor 10 u. Het personeelslid moet dan voor 10 u gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

7.3.3.2. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats in een andere school

7.3.3.2.1. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats voor de volledige opdracht in een organieke vacante betrekking van de andere school

Voor de titularis in de oorspronkelijke school van de eerste vaste benoeming :

RL-1 leraar ASV voor 10 u ato 4 (vastbenoemd) met ingangsdatum 01-10-2014 met einddatum 31-12-4444 (onbepaald).

Voor de titularis in de school van de nieuwe vaste benoeming :

RL-1 leraar ASV voor 10 u ato 4 (vastbenoemd) met ingangsdatum 01-10-2014 met einddatum 31-12-4444 (onbepaald).

7.3.3.2.2. De nieuwe vaste benoeming vindt plaats voor een gedeelte van de opdracht in een organieke vacante betrekking van de andere school

Personeelsleden die niet voor hun volledige opdracht kunnen worden geaffecteerd aan de school, worden TBSOB voor dat deel van hun opdracht waarvoor zij niet werden geaffecteerd.

Voor de titularis in de oorspronkelijke school van de eerste vaste benoeming :

RL-1 leraar ASV voor 15 u ato 4 (vastbenoemd) met ingangsdatum 01-10-2014 met einddatum 31-12-4444 (onbepaald) met 5 u TBSOB.

Deze vastbenoemde opdracht vervangt door het fotoprincipe vanaf 01-10-2014 de vroegere 2 vastbenoemde opdrachten als leraar ASV voor 10 u en leraar BGV OV2 voor 10 u.

Het personeelslid moet dan voor 5 u gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

Voor de titularis in de nieuwe school van vaste benoeming:

RL-1 leraar ASV voor 5 u ato 4 (vastbenoemd) met ingangsdatum 01-10-2014 met einddatum 31-12-4444 (onbepaald).

7.4. Toestand van het personeelslid na uitputting van de procedures zonder tewerkstelling

Zolang het personeelslid nog recht heeft op bezoldigd ziekteverlof, kan het personeelslid in dienst blijven. Het personeelslid kan er ook voor opteren een dienstonderbreking zoals een volledige loopbaanonderbreking, een verlof voor een tijdelijk andere opdracht of een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden te nemen.

Indien het personeelslid zijn bezoldigd ziekteverlof echter heeft uitgeput volgt de procedure bij MEDEX. Indien MEDEX tot het definitief vroegtijdig pensioen beslist wordt het personeelslid ambtshalve ontslagen. De school moet dan de volgende zending uitvoeren :

RL-4 stopzetten opdrachtenpakket met als reden pensioen (code 04) met als ingangsdatum de eerste dag van de maand die volgt op de mededeling van de beslissing door MEDEX.