Screening niveau onderwijstaal, taaltraject en taalbad in het gewoon lager onderwijs

  • referentie
    BaO/2014/01
  • publicatiedatum
    15/05/2014
  • datum laatste wijziging
    18/05/2016
  • wettelijke basis
    Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, art. 11ter, zoals ingevoegd bij decreet van 19 juli 2013 en gewijzigd bij Onderwijsdecreet XXVI van 17 juni 2016.
  • contactpersoon
    Veronique Adriaens, 02/553 92 32
  • Sinds 1 september 2014 moeten scholen voor elke leerling die voor het eerst in het Nederlandstalig gewoon lager onderwijs instroomt, een verplichte screening van het niveau van de onderwijstaal uitvoeren. Deze screening brengt de beginsituatie van de leerling in kaart en wordt gevolgd door een aan de leerling aangepast taaltraject.
  • Vanaf het schooljaar 2016-2017 is de screening niet langer verplicht voor anderstalige nieuwkomers.
  • Voor leerlingen die de onderwijstaal onvoldoende beheersen om de lessen te kunnen volgen, is een taalbad van maximaal een jaar mogelijk.

1. Waarom worden deze maatregelen ingevoerd?

Een goede kennis van de onderwijstaal1 is voor leerlingen essentieel opdat ze met goed gevolg de onderwijsactiviteiten kunnen volgen. Maximaal inzetten op de kennis van deze onderwijstaal is en blijft een belangrijke opdracht van elke school in het kader van het verhogen van de kansen van alle leerlingen.

De maatregelen die hierna toegelicht worden (taalscreening, taaltraject en taalbad) willen leerlingen zo gericht mogelijk ondersteunen in het verwerven van de onderwijstaal.

Deze maatregelen zijn enkel van toepassing op het gewoon lager onderwijs. In het buitengewoon onderwijs wordt er immers gewerkt met individuele handelingsplannen waarin ook aandacht kan gaan naar extra ondersteuning van het leren van de onderwijstaal.

2. Screening niveau onderwijstaal en daaropvolgend taaltraject

2.1. Wat bedoelen we met een screening niveau onderwijstaal

Deze screening beoogt na te gaan wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Het is met andere woorden een beginsituatieanalyse van de leerling op basis waarvan verdere stappen ter ondersteuning van de leerling genomen kunnen worden.

2.2. Voor welke leerlingen moet u een screening doen?

De screening niveau onderwijstaal moet u doen voor elke leerling die voor het eerst in het Nederlandstalig gewoon lager onderwijs instroomt. Het kan gaan om leerlingen die de overstap maken van het (gewoon- of buitengewoon) kleuteronderwijs naar het gewoon lager onderwijs, het kan ook gaan om kinderen die op latere leeftijd in het gewoon lager onderwijs instromen (bijv. leerlingen uit Wallonië, uit het buitenland).

Vanaf het schooljaar 2016-2017 de screening niet langer verplicht voor anderstalige nieuwkomers. Deze leerlingen krijgen in elk geval een taaltraject dat aansluit bij h un beginsituatie en specifieke noden inzake de onderwijstaal (zie omzendbrief http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13800 ).

2.3. Wanneer moet u de taalscreening doen?

U voert de taalscreening in elk geval uit nà de instroom van de leerling in het gewoon lager onderwijs. De taalscreening is immers geen onderdeel van de toelatingsvoorwaarden tot het gewoon lager onderwijs.

Voor leerlingen die zich inschrijven in een lagere school (die dus niet doorstromen vanuit het eigen kleuteronderwijs, maar bijv. uit een andere school of uit het buitenland komen, of nog geen kleuteronderwijs gevolgd hebben) kan de screening dus niet voorafgaan aan de inschrijving in de lagere school.

Het resultaat van de taalscreening kan nooit het recht van de leerling op gewoon lager onderwijs beïnvloeden. De screening van de leerlingen rond taal kan ook nooit een reden zijn voor doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs.

2.4. Hoe gebeurt de taalscreening?

De taalscreening moet gebeuren met een betrouwbaar en valide screeningsinstrument. Als school kiest u zelf dit instrument, de overheid legt dus niet één instrument op. Om u te ondersteunen inzake de keuze van een betrouwbaar en valide instrument heeft de overheid wel een ‘toolkit breed evalueren taalvaardigheid Nederlands’ laten aanmaken door het Centrum voor Taal en Onderwijs en het Steunpunt Diversiteit en Leren. Deze toolkit geeft u een overzicht van bestaande en betrouwbare valide instrumenten en gaat in op de nieuwe decretale verplichting (taalscreening bij eerste instroom in het gewoon lager onderwijs). Zie http://onderwijs.vlaanderen.be/nl/toolkit-breed-evalueren-competenties-Nederlands-in-het-lager-onderwijs

Het spreekt voor zich dat, niet ter vervanging maar aanvullend bij het valide en betrouwbaar screeningsinstrument, ook de info die verkregen wordt vanuit de vorige school van het kind, meegenomen kan worden in de beginsituatieanalyse.

Voor het niveau van de onderwijstaal wordt gepolst naar de verschillende onderdelen binnen het leergebied Nederlands die aan bod komen in het kleuteronderwijs (luisteren, spreken, lezen, schrijven, taalbeschouwing, zie http://eindtermen.vlaanderen.be/basisonderwijs/kleuteronderwijs/nederlands/ontwikkelingsdoelen.htm).

2.5. Kunnen ouders de taalscreening weigeren?

Neen. De school is decretaal verplicht de taalscreening uit te voeren. Ouders kunnen deze screening van hun kind niet weigeren. De taalscreening is in het belang van de leerling want is het startpunt van een taaltraject aangepast aan de leerling (zie 2.6).  

2.6. Wat is het resultaat van de taalscreening?

Zoals onder punt 2.3 vermeld, kan de taalscreening er nooit toe leiden dat een leerling op basis van de resultaten van de taalscreening de toegang tot het gewoon lager onderwijs geweigerd wordt of naar het buitengewoon onderwijs doorverwezen wordt.

De taalscreening is een beginsituatieanalyse die moet aangeven of er nood is aan maatregelen m.b.t. de onderwijstaal. Het kan zijn dat de school vaststelt dat er geen enkel probleem is, het kan zijn dat de leerling op één of meer onderdelen van het leergebied Nederlands een taaltraject nodig heeft, het kan zijn dat een leerling op bepaalde onderdelen juist zeer sterk is en extra uitdagende activiteiten kan gebruiken,….

Indien de resultaten daar aanleiding toe geven, moet de school voorzien in een taaltraject dat aansluit bij de beginsituatie en de specifieke noden van de betrokken leerling inzake de onderwijstaal. Het behoort tot de vrijheid van elke school om dit taaltraject in te vullen en te kiezen voor de meest geschikte maatregelen voor de leerlingen.

Voor leerlingen die bij de eerste instroom in het gewoon lager onderwijs de onderwijstaal onvoldoende beheersen om de lessen te kunnen volgen, kunnen scholen als onderdeel van dit taaltraject een taalbad organiseren (zie punt 3).

3. Taalbad

3.1. Wat bedoelen we met taalbad?

Het taalbad is één manier om het taaltraject (zie punt 2.6) vorm te geven, of althans het taaltraject mee te laten starten.
Met taalbad bedoelen we de voltijdse en intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal deze onderwijstaal te laten verwerven, dit in functie van een snelle integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten. In het taalbad kunnen tijdens de onderdompeling in de onderwijstaal uiteraard ook de leerinhouden van andere leergebieden aan bod komen, maar de focus van het taalbad moet op de taalverwerving liggen.

3.2. Voor wie is het taalbad bedoeld?

Het taalbad kan (maar moet niet!) georganiseerd worden voor alle leerlingen die bij de eerste instroom in het gewoon lager onderwijs de onderwijstaal onvoldoende beheersen om de lessen te kunnen volgen. Dit moet blijken uit een analyse van hun beginsituatie (…). Dat kan zowel om leerlingen gaan die beantwoorden aan de criteria voor anderstalige nieuwkomer (zie omzendbrief zie omzendbrief http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13800) als om andere leerlingen die de taalscreening doorlopen hebben.
Het taalbad is enkel bedoeld voor kinderen die echt Nederlandsonkundig zijn. Leerlingen die een dialectvorm van het Nederlands spreken of een minder rijke variant van het Nederlands, zijn uitdrukkelijk niet de doelgroep van het taalbad.

Een school is nooit verplicht om een leerling een taalbad te laten volgen.

3.3. Kan een ouder weigeren dat zijn/haar kind een taalbad moet volgen?

De school beslist welke leerlingen het taalbad moeten volgen. Ouders kunnen een taalbad, wanneer de school hiervoor kiest, niet weigeren.

3.4. Wie organiseert het taalbad?

Schoolbesturen kunnen het taalbad individueel of gezamenlijk organiseren.

Wanneer scholen het taalbad gezamenlijk organiseren, moet er wederzijdse samenwerking zijn tussen de school van inschrijving en de school die het taalbad van de leerling verstrekt. Dat houdt onder andere in het organiseren van het vervoer van de ingeschreven leerling naar de school waar het taalbad wordt georganiseerd, de communicatie tussen de school van inschrijving en de school waar het taalbad wordt georganiseerd, het opvolgen van de leerling die het taalbad volgt door de school waar de leerling is ingeschreven.

Het organiseren van een gezamenlijk taalbad is een materie die onderhandeld moet worden in het daartoe bevoegde onderhandelingscomité.

3.5. Hoe lang duurt een taalbad?

Een taalbad duurt maximaal een jaar. Wanneer de leerling het taalbad volgt in een andere school, dan wordt de leerkracht die het onderwijs in het taalbad verstrekt, betrokken bij de beslissing over de duur van het taalbad. Na het taalbad keert de leerling terug naar de school van inschrijving waar hij/zij voortaan verder de reguliere onderwijsactiviteiten volgt en verder de nodige taalondersteuning krijgt.

Uiteraard is het de bedoeling dat kinderen zo snel mogelijk terug in hun reguliere klas geïntegreerd worden, het taalbad moet dus zo kort mogelijk gehouden worden.

3.6. Krijgt een school bijkomende lestijden voor het organiseren van een taalbad?

Een school krijgt hiervoor geen bijkomende lestijden. Om schoolbesturen het gemakkelijker te maken om een taalbad te organiseren, wordt de deadline van aanvraag (nu 15/10) voor het overdragen van lestijden van de basisomkadering losgelaten. Hierdoor zullen scholen gedurende het hele schooljaar lestijden kunnen overdragen (zie omzendbrief BaO/2005/09, Personeelsformatie Scholen in het Gewoon Basisonderwijs, punt 5.2). Die aanvullende lestijden voor anderstalige nieuwkomers kunnen ook worden aangewend voor de organisatie van een taalbad. Deze lestijden kunnen gedurende het volledige schooljaar worden overgedragen (zie omzendbrief BAO/2006/03, Onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers).

3.7. Is het inrichten van een taalbad een herstructurering?

Het inrichten van een taalbad is niet te beschouwen als een herstructurering.

3.8. Waar tellen de leerlingen die een taalbad volgen?

De leerlingen die een taalbad volgen, tellen (alleen) mee voor financiering of subsidiëring in de school waar ze zijn ingeschreven op de teldag. Leerlingen die in een andere school het taalbad volgen, worden als regelmatige leerling in de school van inschrijving beschouwd (ook al zijn ze aanwezig in de school van het taalbad in plaats van hun eigen school). De school die het taalbad organiseert geeft de afwezigheden van een leerlingen die het taalbad volgt door aan de school waar de leerling ingeschreven is (die ze op haar beurt doorgeeft aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten).

- (1): Voor de door de Vlaamse overheid erkende scholen is de onderwijstaal het Nederlands, met uitzondering van de scholen in de faciliteitengemeenten, waar de onderwijstaal het Frans kan zijn.