Zittenblijven in het basisonderwijs

  • Basisscholen behouden de bevoegdheid om voor een leerling tot zittenblijven te beslissen. Vanaf 1/9/2014 moeten scholen deze beslissing nemen na overleg met het CLB en moeten ze de beslissing schriftelijk motiveren en mondeling toelichten aan de ouders. Ook moet de school voortaan meegeven welke bijzondere aandachtspunten er voor deze leerling in het daaropvolgende schooljaar zijn.

1. Zittenblijven als uitzondering op het principe van het ononderbroken leerproces

Het decreet basisonderwijs bevatte tot nog toe geen regelgeving over het zittenblijven van leerlingen. Wel bepaalt het decreet uitdrukkelijk bij welke overgangen de ouders het laatste woord hebben. Hieruit vloeit voort dat voor de andere overgangen, waarover het decreet niet spreekt, de school de beslissing neemt. Scholen kunnen dus voor een leerling de beslissing tot zittenblijven nemen.

Anderzijds bepaalt het decreet basisonderwijs uitdrukkelijk (artikel 8) dat het gewoon basisonderwijs zo wordt georganiseerd dat in de school een opvoedings- en leeromgeving wordt gecreëerd waarin de leerlingen een ononderbroken leerproces kunnen doormaken. Deze omgeving wordt gecreëerd op basis van het eigen pedagogisch project maar moet in elk geval aangepast worden aan de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen.

De beslissing tot zittenblijven voor een leerling is te zien als een onderbreken van dit ononderbroken leerproces: een leerling krijgt het aanbod van het vorige schooljaar nogmaals aangeboden. Het decreet rechtspositie van de leerlingen in het basis- en secundair onderwijs voert met ingang van 1 september 2014 enkele bepalingen in voor scholen die de beslissing tot zittenblijven voor een leerling nemen.

2. Wat wijzigt er inzake zittenblijven vanaf 1 september 2014?

Bij een beslissing tot zittenblijven moet een school voortaan volgende elementen respecteren (veel scholen passen dit nu allicht grotendeels reeds toe):

  • voorafgaand aan de beslissing tot zittenblijven overlegt de school met het CLB;
  • de beslissing wordt ten aanzien van de ouders schriftelijk gemotiveerd en ook mondeling aan de ouders toegelicht;
  • de school geeft aan welke bijzondere aandachtspunten er voor het volgende schooljaar zijn. Zo kan gericht rekening gehouden worden met de specifieke sterktes en zwaktes van de betrokken leerling in het jaar van zittenblijven.

3. Waarom deze wijzigingen?

Zittenblijven is zowel voor ouders als voor de leerling een ingrijpende beslissing, die ook een budgettaire en maatschappelijke kost heeft.
Uit Vlaams onderzoek blijkt dat zittenblijven minder gunstige effecten blijkt te hebben dan Vlaamse leerkrachten, directies en ouders doorgaans denken.2 Ook blijkt dat tijdens het jaar van zittenblijven heel wat leerlingen geen extra ondersteuning of specifieke didactische aanpak krijgen, wat aangeeft dat zittenblijven soms een op zichzelf staande maatregel is, die niet altijd samengaat met bijkomende ondersteuning, daar waar de onderzoekers deze ondersteuning en begeleiding van zwakke leerlingen aanbevelen.3 Op basis van deze elementen heeft het Vlaams parlement in het kader van het decreet rechtspositie van de leerlingen beslist om de elementen zoals vermeld onder punt 2 in het decreet basisonderwijs in te brengen.

- (1): Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school van 04/04/2014. De wijzigingen aan artikel 8 van het decreet basisonderwijs die voortvloeien uit het decreet rechtspositie zullen op edulex(http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=12254) zichtbaar zijn vanaf 1 september 2014 (wanneer het artikel in werking treedt).

- (2): Juchtmans, G., Goos, M., Vandenbroucke, A. en De Fraine, B., Zittenblijven in vraag gesteld. Een verkennende studie naar nieuwe praktijken in Vlaanderen vanuit internationaal perspectief, HIVA/KULeuven, eindrapport OBWPO-project 10.02, 2012, p. 97. Voor de samenvatting van dit onderzoek, zie http://data-onderwijs.vlaanderen.be/onderwijsonderzoek/default.aspx?nr=114

- (3): Ibid., p. 144.