Preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen in het lager onderwijs vanaf 1 september 2014

  • referentie
    BaO/2014/04
  • publicatiedatum
    15/05/2014
  • datum laatste wijziging
    17/06/2016
  • wettelijke basis
    Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 32, 33, 37, 37/4 t.e.m. 37/6, respectievelijk gewijzigd en ingevoegd door het decreet rechtspositie leerlingen van 4 april 20141en laatst gewijzigd bij Onderwijsdecreet XXVI van 17 juni 2016
  • opheffing
  • contactpersoon
    Marie-Helene Sabbe, 02/553.93.78
  • Vanaf 1 september 2016 word t de verplichting om te voorzien in een interne beroepsprocedure bij tijdelijke uitsluiting, opgeheven

1. Wat verandert er vanaf 1 september 2014?  

Vanaf 1 september 2014 worden de reglementaire bepalingen m.b.t. schorsen en uitsluiten in het basisonderwijs vervangen door nieuwe bepalingen.
De mogelijkheid wordt ingevoerd om een bewarende maatregel uit te spreken, de preventieve schorsing (zie punt 2 en 3). De bestaande tuchtsancties schorsen en uitsluiten worden gewijzigd in tijdelijke en definitieve uitsluiting, met nieuwe bepalingen omtrent de beroepsprocedure (zie punt 2, 4 en 5).


Deze wijzigingen vloeien voort uit het decreet rechtspositie leerlingen. De nieuwe regelgeving zorgt voor meer (terminologische en inhoudelijke) afstemming tussen het basis- en het secundair onderwijs en beoogt een beter evenwicht in rechten en plichten van zowel de leerling als de school.

2. Gemeenschappelijke bepalingen voor preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting

2.1. Op wie zijn deze drie maatregelen van toepassing?

Deze maatregelen kunnen toegepast worden op leerplichtige leerlingen in het lager onderwijs. Kleuters kunnen dus niet preventief geschorst of (tijdelijk of definitief) uitgesloten worden. Vijfjarigen die vervroegd ingestapt zijn in het lager onderwijs, zijn leerplichtig en vallen dus wel onder deze regelgeving.  

2.2. Wie kan deze maatregelen uitspreken?

Daar waar schorsen en uitsluiten een beslissing was van het schoolbestuur is het voortaan de directeur (of zijn afgevaardigde) die de beslissing kan nemen dat een leerling preventief geschorst of (tijdelijk of definitief) uitgesloten wordt.

2.3. Moet de school voor opvang zorgen voor preventief geschorste of (tijdelijk of definitief) uitgesloten leerlingen?

Het algemeen principe is dat de school in opvang voorziet. Enkel als de school aan de ouders schriftelijk motiveert waarom dit niet haalbaar is, moet de school niet voor opvang zorgen.

3. Specifieke bepalingen m.b.t. de preventieve schorsing

3.1. Wat is een preventieve schorsing? 

Een preventieve schorsing is een bewarende maatregel (dus geen tuchtsanctie) die ten aanzien van een leerplichtige leerling in het lager onderwijs kan gehanteerd worden om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is. Het gaat om een uitzonderlijke maatregel.

Bij een preventieve schorsing mag de leerling de lessen of activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen.

3.2. Hoe lang duurt een preventieve schorsing?

Een preventieve schorsing (het niet mogen bijwonen van de lessen of activiteiten) kan maximaal vijf opeenvolgende schooldagen duren.
De directeur of zijn afgevaardigde kan beslissen om de preventieve schorsing éénmalig met maximaal vijf opeenvolgende schooldagen te verlengen. Deze verlenging kan enkel als door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kon worden afgerond. De verlenging moet ook gemotiveerd worden aan de ouders.

3.3. Wanneer gaat een preventieve schorsing in?

Een preventieve schorsing kan onmiddellijk ingaan na de beslissing. De school verwittigt de ouders uiteraard van de preventieve schorsing.

3.4. Is er beroep mogelijk tegen een preventieve schorsing? 

De regelgeving voorziet niet dat ouders in beroep kunnen gaan tegen een preventieve schorsing. Het gaat hier immers om een bewarende maatregel die de school nodig acht om de situatie ‘leefbaar’ te houden of om te onderzoeken welke leerling een tuchtsanctie dient te krijgen.  

4. Tijdelijke uitsluiting

4.1. Wat is een tijdelijke uitsluiting?

Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die ten aanzien van een leerplichtige leerling in het lager onderwijs kan gehanteerd worden. Het gaat om een uitzonderlijke maatregel.

Bij een tijdelijke uitsluiting mag de leerling de lessen of activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen.

4.2. Hoe lang duurt een tijdelijke uitsluiting?

Een tijdelijke uitsluiting (het niet mogen bijwonen van de lessen of activiteiten) duurt minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen. Een tijdelijke uitsluiting kan niet verlengd worden. Wel kan (enkel) bij een nieuw feit een nieuwe tijdelijke uitsluiting opgelegd worden.

4.3. Wanneer gaat een tijdelijke uitsluiting in?

Een tijdelijke uitsluiting kan pas uitgevoerd worden na het doorlopen van een procedure die de rechten van verdediging waarborgt en waarin de volgende principes gehanteerd worden:

  • voorafgaand moet het advies van de klassenraad ingewonnen zijn;
  • de intentie tot de tijdelijke uitsluiting moet schriftelijk aan de ouders meegedeeld worden;
  • de ouders en de leerling hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling (met inbegrip van het advies van de klassenraad). Ze worden ook gehoord en kunnen zich hierbij laten bijstaan door een vertrouwenspersoon;
  • de tijdelijke uitsluiting moet in verhouding zijn met de ernst van de feiten;
  • de beslissing om tijdelijk uit te sluiten wordt schriftelijk gemotiveerd en meegedeeld aan de ouders. Indien de school voorziet in de mogelijkheid tot het instellen van het beroep, neemt de school ook de bepalingen uit het schoolreglement op die op dit beroep betrekking hebben (zie punt 4.4 en 6).

4.4. Is er beroep mogelijk tegen een tijdelijke uitsluiting?

Vanaf 1 september 2016 moet een school niet langer voorzien in een interne beroepsprocedure in geval van tijdelijke uitsluiting. Dit belet niet dat scholen die dit wensen in hun schoolreglement nog steeds een beroepsprocedure bij tijdelijke uitsluitingen kunnen opnemen.

(…)

5. Definitieve uitsluiting

5.1. Wat is een definitieve uitsluiting?

Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die ten aanzien van een leerplichtige leerling in het lager onderwijs kan gehanteerd worden. Het gaat om een uitzonderlijke maatregel.

Een definitieve uitsluiting houdt in dat de leerling uit de school wordt uitgeschreven op het ogenblik dat de leerling in een andere school is ingeschreven, en uiterlijk één maand na de schriftelijke kennisgeving (zie punt 5.2) van de definitieve uitsluiting. In deze maand zijn de vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen. In afwachting van de inschrijving in een andere school mag de leerling de lessen of activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen.

5.2. Wanneer gaat een definitieve uitsluiting in?

Een definitieve uitsluiting kan pas uitgevoerd worden na het doorlopen van een procedure die de rechten van verdediging waarborgt en waarin dezelfde principes gehanteerd worden als deze vermeld bij tijdelijke uitsluiting (zie punt 4.3). Bijkomend moet bij een definitieve uitsluiting de klassenraad (voorafgaand advies) uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB. Deze vertegenwoordiger van het CLB heeft een adviserende stem.

5.3. Is er beroep mogelijk tegen een definitieve uitsluiting?

Ouders die een definitieve uitsluiting betwisten hebben inderdaad toegang tot een beroepsprocedure. De beroepsmogelijkheid tegen definitieve uitsluiting moet vastgelegd worden in het schoolreglement en moet bepaalde principes naleven die reglementair vastgelegd zijn (zie punt 5.4 t.e.m. 5.10). Ook de (redelijke en haalbare) termijnen moeten in het schoolreglement vastgelegd worden.

5.4. Bij wie en hoe kunnen de ouders het beroep instellen?

De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur. Ze dateren en ondertekenen het beroep en vermelden ten minste het voorwerp van het beroep, met beschrijving van de feiten en met een motivering van de bezwaren die ze inroepen. Ze kunnen overtuigingsstukken bijvoegen. Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie.

5.5. Hoe is de beroepscommissie samengesteld?

Het schoolbestuur richt de beroepscommissie op en bepaalt ook de samenstelling. Het schoolbestuur moet zich daarbij wel aan een aantal bepalingen houden:

  • er moeten zowel interne leden als externe leden in de beroepscommissie zetelen.
    Interne leden zijn leden intern aan het schoolbestuur of aan de school waar de beslissing tot uitsluiting is genomen. De directeur of zijn afgevaardigde die de beslissing hebben genomen kunnen niet in de beroepscommissie zetelen.
    Externe leden zijn personen extern aan het schoolbestuur en aan de school die de beslissing genomen heeft.  
    Wie vanuit zijn hoedanigheid zowel als intern als extern lid beschouwd kan worden, wordt geacht een intern lid te zijn.
    Leden van de ouderraad of – met uitzondering van het personeel – leden van de schoolraad van de betrokken school worden geacht een extern lid te zijn (tenzij ze behoren tot de categorie die zowel als intern als extern lid beschouwd kunnen worden, dan worden ze geacht een intern lid te zijn.

Concrete opsomming van wie als een lid van het schoolbestuur en wie als een lid van de school wordt beschouwd

Wordt verstaan onder lid van het schoolbestuur en is dus een intern lid van de beroepscommissie:

  • in het Gemeenschapsonderwijs:
    • een lid van de raad van het Gemeenschapsonderwijs
    • een lid van de raad van bestuur van de scholengroep
    • een lid van de algemene vergadering van de scholengroep
  • in het gesubsidieerd provinciaal onderwijs:
    • een lid van de provincieraad
    • een lid van de bestendige deputatie
    • (in voorkomend geval) een lid van de raad van bestuur van het autonoom provinciebedrijf
    • (in voorkomend geval) een lid van het directiecomité van het autonoom provinciebedrijf
  • in het gesubsidieerd gemeentelijk onderwijs:
    • een lid van de gemeenteraad
    • een lid van het college van burgemeester en schepenen
    • (in voorkomend geval) een lid van de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf
    • (in voorkomend geval) een lid van het directiecomité van het autonoom gemeentebedrijf
  • in het gesubsidieerd onderwijs van de Vlaamse Gemeenschapscommissie:
    • een lid van de raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie
    • een lid van het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie
  • in het gesubsidieerd vrij onderwijs:
    • een lid van de algemene vergadering van de vzw-schoolbestuur
    • een lid van de raad van bestuur van de vzw-schoolbestuur.

Elk lid van de beroepscommissie dat, naargelang van het betrokken onderwijsnet, niet aan één van de hierboven opgegeven hoedanigheden beantwoordt binnen het betrokken schoolbestuur én geen lid is van de betrokken school (zie verder) is een extern lid van de beroepscommissie.

Personeelsleden van de hierboven vermelde instanties beschouwen we niet als een lid van het schoolbestuur aangezien ze zelf geen “inrichtende onderwijsverantwoordelijkheid” dragen maar voor het schoolbestuur werken.

Wordt verstaan onder lid van de school en is derhalve een intern lid van de beroepscommissie:

  • een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd (= statutair) personeelslid aangesteld in de betrokken school
    • in een ambt van het bestuurspersoneel, het onderwijzend personeel of het ondersteunend personeel
    • ongeacht het volume of taakinvulling van de opdracht
    • ongeacht effectieve prestaties worden geleverd of een vorm van dienstonderbreking / verlofstelsel, terbeschikkingstelling (TBS) of tijdelijk andere opdracht (TAO) loopt
  • een contractueel personeelslid van de betrokken school.

Elk lid van de beroepscommissie dat geen lid is van het betrokken schoolbestuur én geen lid is van de betrokken school is een extern lid van de beroepscommissie.

Personeelsleden van andere scholen van hetzelfde schoolbestuur (of een ander schoolbestuur) die niet aangesteld zijn in de betrokken school zijn externe leden.

  • Het schoolbestuur duidt de voorzitter aan onder de externe leden.

De samenstelling van een beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen. Binnen de behandeling van één dossier kan de samenstelling niet wijzigen.

5.6. Hoe werkt de beroepscommissie?

De werking van de beroepscommissie, ook de stemprocedure, wordt bepaald door het schoolbestuur. Wel moeten volgende bepalingen in acht genomen worden.

Leden van de beroepscommissie zijn aan discretieplicht onderworpen. Ze zijn allen stemgerechtigd. Bij stemming moet het aantal stemgerechtigde interne leden en het aantal stemgerechtigde externe leden gelijk zijn. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Bij de behandeling van een dossier hoort de beroepscommissie in elk geval de ouders in kwestie. De beroepscommissie kan ook één of meer leden van de klassenraad horen. De beroepscommissie beslist verder autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen. Ze oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de regelgeving en met het schoolreglement.

De werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van individuele personeelsleden van het onderwijs.

5.7. Wordt in afwachting van de uitspraak van de beroepscommissie de beslissing tot definitieve uitsluiting opgeschort?

Neen, de definitieve uitsluiting loopt gedurende de periode dat de beroepscommissie de zaak onderzoekt.

5.8. Welke beslissing kan de beroepscommissie nemen?

De beroepscommissie kan het beroep afwijzen op grond van onontvankelijkheid onder de volgende voorwaarden:

  • de termijn voor indiening van het beroep is overschreden. Deze termijn is opgenomen in het schoolreglement;
  • het beroep voldoet niet aan de vormvereisten, eveneens opgenomen in het schoolreglement.

Deze afwijzing van het beroep moet gemotiveerd worden.

Indien het beroep ontvankelijk is, kan de beroepscommissie beslissen dat de definitieve uitsluiting bevestigd wordt, of dat ze vernietigd wordt. In het laatste geval vervalt uiteraard de definitieve uitsluiting.

5.9. Is het schoolbestuur verplicht de beslissing van de beroepscommissie te aanvaarden?

Ja, het schoolbestuur is verplicht de beslissing van de beroepscommissie te aanvaarden. Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie.

5.10. Wanneer worden ouders op de hoogte gebracht van de beslissing van de beroepscommissie?

De beslissing wordt aan de ouders gemotiveerd en schriftelijk meegedeeld binnen de termijn die bepaald is in het schoolreglement.

6. Opname in het schoolreglement

Het schoolreglement lager onderwijs dient vanaf 1 september 2014 het reglement inzake tucht en schending van de leefregels te bevatten. Hieronder vallen ook de toelichting van de maatregelen preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting, alsook de beroepsprocedure tegen (…) definitieve uitsluiting, met inbegrip van redelijke en haalbare termijnen. Scholen kunnen in hun schoolreglement een beroepsprocedure bij tijdelijke uitsluitingen opnemen. Dit is evenwel geen verplichting.

Zie ook omzendbrief BaO/2002/1, Informatie bij eerste inschrijving en schoolreglement.

7. Inzagerecht en doorgeven van het tuchtdossier

De ouders en de leerling hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling (met inbegrip van het advies van de klassenraad) (zie punt 5.2). De gegevens m.b.t. tucht vallen ook onder de algemene bepalingen rond recht op inzage, toelichting en kopies van leerlinggegevens. Zie omzendbrief BaO/2002/1, Informatie bij eerste inschrijving en schoolreglement).

Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling zijn niet overdraagbaar tussen scholen. De leerling moet in de nieuwe school immers de kans krijgen om met een schone lei te starten (zie omzendbrief BaO/2014/05, Overdracht van leerlinggegevens).

- (1): Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school van 04/04/2014.