Beperking van het aantal lestijden en uren die worden ingericht als bijzondere pedagogische taken in het basisonderwijs

  • referentie
    PERS/2014/05
  • publicatiedatum
    26/06/2014
  • datum laatste wijziging
    26/06/2014
  • wettelijke basis
    - cao X
  • wettelijke basis
    - artikel 163bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997,
  • contact
  • contactpersoon
    Johan Heymans, 02/553 92 02
  • Verduidelijking en toezicht op de organisatie van “Bijzondere Pedagogische Taken” in de scholen van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs.
  • De inhoud van deze omzendbrief maakt deel uit van de uitvoering van cao X.

1. Inleiding

Deze omzendbrief is van toepassing op de gefinancierde en gesubsidieerde scholen voor het gewoon en buitengewoon basisonderwijs.

In het decreet basisonderwijs is volgende bepaling met betrekking tot de organisatie van bijzondere pedagogische taken (BPT) opgenomen:

“Art. 163bis. Maximum 3 % van het lestijden- en urenpakket kan aangewend worden als lestijden bijzondere pedagogische taken. Het maximum kan enkel worden overschreden bij akkoord van het lokaal comité.”

De omzendbrieven “Personeelsformatie Scholen in het Gewoon Basisonderwijs” BaO/2005/09 en “Personeelsformatie Scholen in het Buitengewoon Basisonderwijs” BaO/2005/10 van 29 juni 2005 geven hierbij verdere toelichting:

“Maximum drie percent van het toegekende lestijden- en urenpakket op schoolniveau kan gereserveerd worden voor bijzondere pedagogische taken. Met het lestijdenpakket wordt bedoeld de lestijden volgens de schalen en de aanvullende lestijden. Het maximum van 3 % kan worden overschreden bij akkoord van het lokaal comité bevoegd inzake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden.

Het resultaat van de berekening wordt afgerond naar de hogere eenheid als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier.”

Deze omzendbrief heeft, in uitvoering van Cao X, als doel verduidelijking te geven bij de toepassing van deze regelgeving.

2. Toelichting

2.1. Cao X

In cao X is opgenomen dat het Agentschap voor Onderwijsdiensten zal nagaan of de basisscholen het maximum percentage van 3% bijzondere pedagogische taken dat mag worden ingericht, overschrijden.

De scholen die dit maximum percentage overschrijden, moeten het protocol van akkoord van het lokaal comité bevoegd inzake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden, bezorgen aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Als wordt vastgesteld dat dit percentage wordt overschreden zonder een protocol van akkoord, zal het Agentschap voor Onderwijsdiensten de noodzakelijke maatregelen nemen ten aanzien van het bevoegde schoolbestuur.

Deze principes zullen verder worden uitgewerkt in een procedure waarbij in bepaalde situaties ook de mogelijkheid tot de inschakeling van het bevoegde bemiddelingsorgaan wordt voorzien.

In een werkgroep met de sociale partners en de overheid zal de concretisering (definities, procedure, bemiddeling,...) van deze maatregel verder worden uitgewerkt voor 1 januari 2014. Dit moet toelaten dat over deze maatregel tijdig naar de scholen kan worden gecommuniceerd, zodat het schooljaar 2014-2015 op een ordentelijke manier kan starten.

Het aantal ingerichte uren bijzondere pedagogische taken zal worden opgenomen in de databundel van de school die via de nieuwe portaal “Mijn Onderwijs” zal worden aangeboden.

2.2. Werkgroep

Deze omzendbrief is het resultaat van de besprekingen in de bovenvermelde werkgroep.

Bij de uitwerking is uitgegaan van de doelstelling van cao X, namelijk ervoor te zorgen dat de regelgeving over de beperking van de Bijzondere Pedagogische Taken (BPT) wordt nageleefd door de scholen.

Om deze doelstelling te bereiken wordt uitgegaan van een breed pallet aan activiteiten. Voorafgaande maatregelen zoals heldere regels van berekening en toepassing, duidelijke en tijdige communicatie, moeten ervoor zorgen dat zo weinig mogelijk scholen de 3% norm overschrijden zonder lokaal akkoord.

3. Berekening van de 3 % - norm voor BPT

3.1. De berekening van het aantal lestijden of uren dat als “BPT” mag worden ingericht in het gewoon basisonderwijs

Maximum drie percent van het toegekende lestijden- en urenpakket op schoolniveau kan gereserveerd worden voor bijzondere pedagogische taken. Met het lestijdenpakket worden bedoeld de lestijden volgens de schalen en de aanvullende lestijden.

Dit betekent dat alle lestijden uit de basisomkadering en alle aanvullende lestijden in aanmerking komen als berekeningsbasis voor de 3 % norm.

3.1.1. Komen in aanmerking voor de berekening van de 3% en zijn gekend bij de start van het schooljaar:

  • de lestijden volgens de schalen;
  • de SES-lestijden;
  • de additionele lestijden om een maximale leerling/leerkracht-ratio van 18,5 te bekomen;
  • de additionele lestijden sociale maatregel;
  • de aanvullende lestijden godsdienst of niet-confessionele zedenleer;
  • de uren kinderverzorging.

3.1.2. Komen in aanmerking voor de berekening van de 3%, maar zijn nog niet gekend bij de start van het schooljaar of worden toegekend in de loop van het schooljaar:

  • de instaplestijden bij de instap van kleuters vanaf de instapdatum na de krokusvakantie;
  • de herberekening van lestijden volgens de schalen in gemeenten of steden met capaciteitsproblemen;
  • de lestijden of uren ontvangen uit overdracht;
  • de aanvullende lestijden godsdienst of niet-confessionele zedenleer minder gevolgde cursus;
  • de aanvullende lestijden anderstalige en gewezen anderstalige nieuwkomers.

3.1.3. Komen niet in aanmerking:

  • de bijkomende lestijden vrijwillige fusie;
  • de bijkomende lestijden tijdelijk onderwijs aan huis;
  • de punten voor administratieve ondersteuning, ICT-coördinatie of zorgbeleid;
  • de vervangingseenheden voor de vervanging van korte afwezigheden.

Voorbeeld 1

Een basisschool ontvangt 258 lestijden volgens de schalen, 12 aanvullende lestijden voor godsdienst, 8 uren kinderverzorging, 34 punten voor administratieve ondersteuning en 8 punten voor ICT-coördinatie. Het totaal aantal lestijden dat zonder een akkoord van het lokaal comité kan worden ingericht als BPT bedraagt: 278 (258+12+8)*3 % = 8 lestijden.

Voorbeeld 2

Dezelfde basisschool uit voorbeeld 1 ontvangt daarenboven in oktober nog 12 lestijden volgens de schalen via een overdracht van een andere basisschool. Dit betekent dat het totaal aantal lestijden dat zonder een akkoord van het lokaal comité kan worden ingericht als BPT voor deze school nu bedraagt: 290 (258+12+8+12)*3 % = 9 lestijden.

Voorbeeld 3

Een basisschool ontvangt 520 lestijden volgens de schalen, 12 aanvullende lestijden voor NCZ, 12 uren kinderverzorging, 61 punten voor administratieve ondersteuning en 19 punten voor ICT-coördinatie. Het totaal aantal lestijden dat zonder een akkoord van het lokaal comité kan worden ingericht als BPT bedraagt: 544 (520+12+12) *3 % = 16 lestijden.

Door de instap van kleuters na de krokusvakantie ontvangt de school bijkomend nog 20 aanvullende instaplestijden. In dat geval kunnen op deze manier (544+20)*3% = 17 lestijden worden ingericht.

3.2. De berekening van het aantal lestijden of uren dat als “BPT” mag worden ingericht in het buitengewoon basisonderwijs

Maximum drie percent van het toegekende lestijden- en urenpakket op schoolniveau kan gereserveerd worden voor bijzondere pedagogische taken. Met het lestijdenpakket worden bedoeld de lestijden volgens de schalen en de aanvullende lestijden.

Dit betekent dat alle lestijden en uren uit de basisomkadering en alle aanvullende lestijden en uren, in aanmerking komen als berekeningsbasis voor de 3 % norm.

3.2.1. Komen in aanmerking voor de berekening van de 3% en zijn gekend bij de start van het schooljaar:

  • de lestijden volgens de schalen;
  • de aanvullende lestijden godsdienst of niet-confessionele zedenleer;
  • de aanvullende lestijden gelijke onderwijskansen type 1 en type 3;
  • de aanvullende lestijden voor de integratie van anderstaligen in de Nederlandstalige scholen voor basisonderwijs gelegen in de rand- en taalgrensgemeenten en in de scholen voor basisonderwijs die grenzen aan de randgemeenten en/ of grenzen aan de gemeenten van het Brussels hoofdstedelijk gewest;
  • de uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel volgens de richtgetallen.

3.2.2. Komen in aanmerking, maar zijn nog niet gekend bij de start van het schooljaar of worden toegekend in de loop van het schooljaar:

  • de aanvullende lestijden godsdienst of niet-confessionele zedenleer minder gevolgde cursus;
  • de aanvullende lestijden voor permanent onderwijs aan huis;
  • de aanvullende lestijden of uren voor geïntegreerd onderwijs;
  • de aanvullende lestijden voor het ION-project;
  • de ontvangen lestijden volgens de schalen of uren volgens de richtgetallen uit overdracht.

3.2.3. Komen niet in aanmerking:

  • de bijkomende lestijden vrijwillige fusie;
  • de bijkomende lestijden tijdelijk onderwijs aan huis;
  • de bijkomende lestijden en uren in het kader van afwijkingen;
  • de punten voor administratieve ondersteuning, ICT-coördinatie of zorgbeleid;
  • de vervangingseenheden voor de vervanging van korte afwezigheden.

Voorbeeld 4

Een school voor buitengewoon basisonderwijs ontvangt 594 lestijden volgens de schalen, 16 aanvullende lestijden voor de meest gekozen godsdienst, 10 aanvullende lestijden GOK, 517 uren volgens de richtgetallen, 61 punten voor administratieve ondersteuning en 9 punten voor ICT-coördinatie. Het totaal aantal lestijden/uren dat zonder een akkoord van het lokaal comité kan worden ingericht als BPT bedraagt: 1.137 (594+16+10+517)*3 % = 34.

De school ontvangt na oktober nog 50 aanvullende lestijden/uren GON. In dat geval kan de school op deze manier 1.187*3% = 36 lestijden/uren inrichten.

4. De berekening van het aantal lestijden en uren dat als BPT wordt ingericht

De omzendbrief “Specifieke maatregelen vanaf 1-9-2001 voor het organiseren van bijzondere pedagogische taken in het basisonderwijs”, Bao/2001/6 van 15 juni 2001 gaat dieper in op de voorwaarden en de administratieve verwerking (gelijkstelling, mededeling, codering) voor de personeelsleden die met BPT worden belast.

Om het totaal aantal lestijden of uren te berekenen dat in uw school als BPT wordt ingericht, maakt u de som van het aantal lestijden/uren BPT van alle personeelsleden die tezelfdertijd als titularis, dit wil zeggen in een vacante (administratieve toestand 2) of vastbenoemde (administratieve toestand 4) betrekking, in BPT zijn aangesteld.

Het is van geen belang of het personeelslid al dan niet aanwezig is in de school op deze datum. De opdracht waarmee het personeelslid op dat moment als titularis belast is, is van belang. Dit staat dus volledig los van een eventuele dienstonderbreking. De personeelsleden die zijn aangesteld in een vervangingsopdracht, worden m.a.w. niet meegeteld.

Voorbeeld 5

Een school (zie voorbeeld 1) mag 8 lestijden inrichten als BPT.

De school kiest ervoor om 2 personeelsleden elk met 3 lestijden aan te stellen met BPT: 1 vast-benoemde kleuteronderwijzer en 1onderwijzer die tijdelijk is aangesteld in een vacante betrekking. De school overschrijdt de norm van 8 lestijden niet.

Op 15 oktober is de vastbenoemde kleuteronderwijzer in ziekteverlof en wordt hij vervangen door een tijdelijke kleuteronderwijzer die ook de BPT-opdracht overneemt.

Het totaal aantal lestijden BPT in de school bedraagt nog altijd 3 x 2 = 6 lestijden. De BPT-lestijden waarmee de vervanger is belast tellen niet mee.

5. Berekening van het percentage van 3% lestijden/uren BPT voor uw school - mededeling door het Agentschap voor Onderwijsdiensten

Het is belangrijk dat uw school vóór de start van het schooljaar zekerheid heeft over het aantal lestijden/uren BPT dat ze mag inrichten.

Daarom zal het Agentschap voor Onderwijsdiensten berekenen hoeveel lestijden/uren de norm van drie percent BPT voor elke school bedraagt en zal dit in juni, vóór de start van het schooljaar, aan alle scholen meedelen.

Deze berekening zal alleen rekening houden met de lestijden en uren zoals bedoeld in 3.1.1. of 3.2.1.

Deze mededeling zal worden opgenomen in “Mijn Onderwijs”.

Voor de scholen die tellen op 1 oktober, zal deze mededeling zo snel mogelijk na deze tellingsdatum plaatsvinden.

6. Toezicht

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten zal elk schooljaar in de tweede week van november op basis van de gegevens in de personeelsdatabanken (EPD), het aantal lestijden en uren dat een school als BPT heeft ingericht (zoals vermeld onder punt 4) vergelijken met het aantal lestijden en uren zoals berekend onder punt 5 en zoals aan de school meegedeeld via “Mijn Onderwijs”.

Voor de scholen die op basis van deze vergelijking meer lestijden en uren inrichten dan berekend onder punt 5, stuurt het Agentschap voor Onderwijsdiensten een brief naar het schoolbestuur om hierop te wijzen.

Het schoolbestuur dient op deze brief te antwoorden binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na ontvangst van deze brief. Er zijn dan volgende mogelijkheden:

  • Het schoolbestuur deelt mee dat de school de 3% -norm niet overschrijdt, omdat ze een ruimere berekeningsbasis hanteert en ook rekening houdt met de lestijden en uren die in aanmerking komen, maar nog niet gekend zijn bij de start van het schooljaar of worden toegekend in de loop van het schooljaar (zie 3.1.2 of 3.2.2.). In zijn antwoord toont het schoolbestuur aan dat de school de 3%-norm niet heeft overschreden.

  • Het schoolbestuur deelt mee dat de school de 3%-norm inderdaad overschrijdt, maar dat hierover een protocol van akkoord van het lokaal comité bestaat. Het schoolbestuur voegt aan zijn antwoord dat protocol van akkoord toe.

  • Het schoolbestuur deelt mee dat de school de 3%-norm inderdaad overschrijdt en dat hierover geen protocol van akkoord van het lokaal comité bestaat. Er bestaan dan twee mogelijkheden:

c.1. Er werd hierover niet onderhandeld

In dit geval stuurt het Agentschap voor Onderwijsdiensten een brief naar het schoolbestuur om te wijzen op de niet-naleving van de betrokken reglementering en vraagt het schoolbestuur om zich vóór 15 december in regel te stellen.

In het antwoord dat het schoolbestuur verstrekt, kunnen zich volgende mogelijkheden voordoen:

het schoolbestuur deelt ten laatste op 15 december mee dat het zich in regel heeft gesteld, door:

  • het aantal BPT lestijden/uren te verminderen tot maximum 3%;

  • een protocol van akkoord af te sluiten in het lokaal comité m.b.t. de overschrijding van 3%. Het schoolbestuur voegt aan zijn antwoord dat protocol van akkoord toe;

het schoolbestuur deelt ten laatste op 15 december mee dat het zich niet in regel zal stellen of deelt niets mee. In dat geval zal het Agentschap voor Onderwijsdiensten de vertegenwoordigers/geledingen van de sociale partners op de hoogte brengen, met het oog op de mogelijke inschakeling van het bevoegde bemiddelingsorgaan.

c.2. Er werd hierover wel onderhandeld, maar de onderhandelingen werden niet afgesloten met een protocol van akkoord.

In dat geval zal het Agentschap voor Onderwijsdiensten de vertegenwoordigers/geledingen van de sociale partners op de hoogte brengen, met het oog op de mogelijke inschakeling van het bevoegde bemiddelingsorgaan.

7. Opvolging en evaluatie

De uitvoering van cao X zal jaarlijks opgevolgd en geëvalueerd worden door de sociale partners. Om deze opvolging en evaluatie mogelijk te maken zal het Agentschap voor Onderwijsdiensten een nulmeting uitvoeren en de sociale partners in januari een globaal overzicht bezorgen van de activiteiten zoals beschreven in punt 6. Deze evaluatie kan leiden tot een bijsturing en/of uitbreiding van de bestaande sanctioneringsmogelijkheden.