Professionaliseringstraject in het hoger beroepsonderwijs niveau 5 van het volwassenenonderwijs in het kader van een omvorming van een hbo5-opleiding

  • Met ingang van 1 september 2014 kan een hbo5-opleiding nog slechts worden aangeboden als dit gebeurt binnen een samenwerkingsverband dat bestaat uit een of meer hogescholen en minstens één centrum voor volwassenenonderwijs. Tegen 1 september 2017 moeten alle bestaande hbo5-opleidingen daarenboven worden omgevormd of afgebouwd.
  • Binnen het samenwerkingsverband moet daarbij worden gestreefd naar een maximale tewerkstelling en inzetbaarheid van de personeelsleden in de omgevormde hbo5-opleiding. Als het samenwerkingsverband tot de conclusie komt dat een personeelslid op het ogenblik van de omvorming van de hbo5-opleiding niet over voldoende competenties beschikt om in deze omgevormde hbo5-opleiding verder te worden tewerkgesteld, krijgt het personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector de kans de ontbrekende competenties bij te werken via een professionaliseringstraject. Tijdens de duur van dit professionaliseringstraject wordt het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en wordt hij beschouwd als gereaffecteerd.

1. Inleiding

Met ingang van 1 september 2014 kan een hbo5-opleiding nog slechts worden aangeboden als dit gebeurt binnen een samenwerkingsverband dat bestaat uit een of meer hogescholen en minstens één centrum voor volwassenenonderwijs. Tegen 1 september 2017 moeten alle bestaande hbo5-opleidingen daarenboven worden omgevormd of afgebouwd.

Bij de omvorming van een hbo5-opleiding is het samenwerkingsverband verantwoordelijk voor de inzetbaarheid en de professionalisering van het personeel, weliswaar binnen de grenzen van de bestaande regelgeving.

Dit houdt in dat het samenwerkingsverband moet nagaan of alle lectoren die in een bestaande hbo5-opleiding tewerkgesteld zijn over voldoende competenties beschikken om in de toekomst te worden ingezet in de omgevormde hbo5-opleiding.

Binnen het samenwerkingsverband moet daarbij worden gestreefd naar een maximale tewerkstelling en inzetbaarheid van de personeelsleden in de omgevormde hbo5-opleiding.

Als het samenwerkingsverband tot de conclusie komt dat een personeelslid over voldoende competenties beschikt om als lector aan de slag te blijven in de omgevormde hbo5-opleiding, kan dat personeelslid verder tewerkgesteld worden in een betrekking in die omgevormde hbo5-opleiding.

Als het samenwerkingsverband tot de conclusie komt dat een personeelslid niet over voldoende competenties beschikt om als lector aan de slag te blijven in de omgevormde hbo5-opleiding, krijgt het personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector de kans de ontbrekende competenties bij te werken via een professionaliseringstraject.

2. Toetsen van de competenties van een personeelslid

2.1. Lijst van bekwaamheidsbewijzen

In eerste instantie bepaalt het samenwerkingsverband, dat de omgevormde hbo5-opleiding zal aanbieden, welke competenties noodzakelijk zijn voor (verdere) tewerkstelling als lector in de omgevormde hbo5-opleiding.

Het samenwerkingsverband stelt daartoe per opleiding of per module - afhankelijk van de keuze die het CVO heeft gemaakt m.b.t. de inzetbaarheid van haar lectoren binnen de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen - een lijst van bekwaamheidsbewijzen op die als toetsingskader zal dienen voor de competenties die een personeelslid moet bezitten om in de desbetreffende opleiding of module als lector te worden tewerkgesteld.

Het begrip bekwaamheidsbewijs mag hier ruim worden toegepast. Als bekwaamheidsbewijs geldt zowel een studiebewijs (diploma, certificaat, getuigschrift, …), als competenties verworven via activiteiten die het personeelslid binnen of buiten het onderwijs uitoefent of heeft uitgeoefend (bv. ervaring opgedaan in de hbo5-opleiding zelf, in de privésector, via vrijwilligerswerk, …).

Als de lijst van bekwaamheidsbewijzen is opgesteld, maakt het samenwerkingsverband deze lijst bekend bij al haar personeelsleden.

De hier bedoelde lijst van bekwaamheidsbewijzen dient enkel om de competenties van personeelsleden te toetsen en hun inzetbaarheid in de omgevormde hbo5-opleiding te bepalen. De lijst is daarom ook alleen van kracht binnen het samenwerkingsverband dat deze lijst heeft opgesteld.

Deze lijst van bekwaamheidsbewijzen komt dus niet in de plaats van de aanstellingsvoorwaarden voor het ambt van lector in het volwassenenonderwijs, die de overheid vastlegt. Om in aanmerking te komen voor financiering of subsidiëring blijven deze aanstellingsvoorwaarden dan ook onverkort van kracht. Zie hiervoor ook: http://www.ond.vlaanderen.be/bekwaamheidsbewijzen/database/VWO_ambten_diploma.asp?mambtcode=6.  

2.2. Competenties van de personeelsleden nagaan 

Op basis van de lijst van bekwaamheidsbewijzen gaat het samenwerkingsverband bij alle personeelsleden, die bij de omvorming van de hbo5-opleiding betrokken zijn, na of ze beantwoorden aan de competenties die volgens deze lijst noodzakelijk zijn voor tewerkstelling in de omgevormde hbo5-opleiding. 

Na de toetsing van de competenties kunnen zich twee situaties voordoen:

  • een personeelslid beschikt over voldoende competenties om als lector aan de slag te blijven in de omgevormde hbo5-opleiding;
  • een personeelslid beschikt niet over voldoende competenties om als lector aan de slag te blijven in de omgevormde hbo5-opleiding.

2.2.1. Het personeelslid beschikt over voldoende competenties

Het personeelslid dat na toetsing door het samenwerkingsverband over voldoende competenties blijkt te beschikken voor tewerkstelling in de omgevormde hbo5-opleiding, kan onmiddellijk als lector worden ingezet in deze omgevormde opleiding.

Als de betrekking van lector ingericht blijft in het CVO van het samenwerkingsverband, blijft het personeelslid daar als lector aan de slag.

Als de betrekking in een hogeschool van het samenwerkingsverband wordt ingericht, wordt het vastbenoemde personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het CVO en in een betrekking aangesteld in de hogeschool. Deze betrekking wordt als wedertewerkstelling beschouwd. 

2.2.2. Het personeelslid beschikt niet over voldoende competenties

Het personeelslid dat na toetsing door het samenwerkingsverband niet over voldoende competenties blijkt te beschikken voor tewerkstelling in de omgevormde hbo5-opleiding en dat vast benoemd is in het ambt van lector, heeft recht op een professionaliseringstraject.

Het centrumbestuur van het CVO waar het personeelslid vast benoemd is als lector, biedt aan het personeelslid een concreet professionaliseringstraject aan (zie punt 3).

Tijdens de duur van dit professionaliseringstraject wordt het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en wordt hij beschouwd als gereaffecteerd.

3. Het professionaliseringstraject

Het centrumbestuur van het desbetreffende CVO biedt aan het personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector en dat na toetsing door het samenwerkingsverband over onvoldoende competenties blijkt te beschikken, een professionaliseringstraject aan.

In principe is het professionaliseringstraject bedoeld om tewerkstelling in de omgevormde hbo5-opleiding te bestendigen, maar in overleg met zijn centrumbestuur kan het personeelslid ook kiezen voor een traject dat leidt tot inzetbaarheid in een andere hbo5-opleiding of zelfs in een ander onderwijsniveau (bv. secundair volwassenenonderwijs, secundair onderwijs, basisonderwijs, …).

Als een personeelslid kiest voor een tewerkstelling in een andere hbo5-opleiding of in een ambt in een ander onderwijsniveau en het personeelslid beschikt voor dat ambt of dat onderwijsniveau al over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, dan is het centrumbestuur niet verplicht een professionaliseringstraject aan te bieden.

Een professionaliseringstraject is beperkt tot een periode van maximaal 2 schooljaren en moet in overleg tussen personeelslid en centrumbestuur worden opgesteld. 

Eventuele kosten die verbonden zijn aan het volgen van het professionaliseringstraject vallen volledig ten laste van het centrumbestuur dat het traject aanbiedt.

 

3.1. Duur van het professionaliseringstraject

Een professionaliseringstraject kan maximaal twee schooljaren duren en is bedoeld om de tekorten die t.a.v. de competenties van het personeelslid zijn vastgesteld, binnen die tijdsspanne weg te werken.

Deze twee schooljaren vormen de maximumduur, maar het concrete professionaliseringstraject kan en mag korter zijn.

Een centrumbestuur kan dergelijk professionaliseringstraject ook slechts eenmaal aanbieden tijdens de loopbaan van het personeelslid.

3.2. Inhoud van het professionaliseringstraject

Het personeelslid en het centrumbestuur concretiseren in overleg het professionaliseringstraject dat het centrumbestuur aanbiedt.

Volgende elementen moeten zeker deel uitmaken van deze schriftelijke overeenkomst:

  • een duidelijke omschrijving van de competenties die het personeelslid moet verwerven via het traject en de doelstelling daarvan;
  • de wijze waarop het personeelslid de competenties moet behalen (bijvoorbeeld: door het volgen van een opleiding en het behalen van het diploma, certificaat, getuigschrift van deze opleiding). Hiertoe moet het centrumbestuur een heel concreet en haalbaar professionaliseringstraject aanbieden dat het personeelslid toelaat om de gevraagde competenties te verwerven. Hierbij moet het centrumbestuur alleszins ook rekening houden met andere opdrachten die de lector eventueel nog uitoefent in het CVO of in een andere onderwijsinstelling;
  • de duur van het traject. Hierbij mag alleszins de duur van twee schooljaren niet worden overschreden;
  • de wijze waarop het centrumbestuur zal beoordelen of na het volgen van het traject de gevraagde competenties zijn verworven. Als het een certificaat, een getuigschrift, een diploma of een ander document kan voorleggen als resultaat van het gevolgde traject en dat document deel uitmaakt van de lijst van bekwaamheidsbewijzen die in het samenwerkingsverband is bepaald, geldt dit sowieso als bewijs dat de gevraagde competenties zijn verworven;
  • de concrete afspraken betreffende de betaling van alle kosten die verbonden zijn aan het volgen van het afgesproken professionaliseringstraject.

Als beide partijen tot een akkoord komen, worden alle afspraken schriftelijk vastgelegd en door beide partijen voor akkoord ondertekend.

Als een personeelslid en zijn centrumbestuur niet tot een overeenkomst komen, kan het personeelslid een bezwaarschrift voorleggen aan de Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5 (zie punt 4).

3.3. Administratieve en geldelijke toestand van het personeelslid

Het vastbenoemde personeelslid van wie het samenwerkingsverband heeft vastgesteld dat het onvoldoende competenties heeft om aan de slag te blijven als lector in de omgevormde hbo5-opleiding, wordt op 1 september of 1 februari – afhankelijk van de startdatum van de omgevormde opleiding – ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

Tijdens de duur van het professionaliseringstraject wordt dit personeelslid beschouwd als gereaffecteerd en behoudt hij zijn salaris(toelage) of verkrijgt hij een wachtgeld(toelage) voor het deel van de opdracht waarvoor hij of zij ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

4. Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5

Het personeelslid dat niet akkoord gaat met het professionaliseringstraject dat zijn centrumbestuur hem aanbiedt, kan hiertegen bezwaar aantekenen.

Hiertoe dient hij bij de Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5 uiterlijk binnen een termijn van tien kalenderdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het schriftelijke aanbod, per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, een gemotiveerd bezwaarschrift in.

Het bezwaarschrift dient ingediend te worden bij de afdeling volwassenenonderwijs van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel).

De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5 is paritair samengesteld en bestaat uit zes leden, aangevuld met een voorzitter en een secretaris. De leden bestaan uit drie directeurs van centra voor volwassenenonderwijs die hbo5-opleidingen aanbieden en drie vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties.

De directeurs die deel uitmaken van de arbitragecommissie mogen niet behoren tot een CVO van het samenwerkingsverband dat het professionaliseringstraject heeft aangeboden. Zij worden aangesteld door de voorzitter van de arbitragecommissie.

De administrateur-generaal van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, of zijn afgevaardigde, is voorzitter van deze commissie. De secretaris wordt door de voorzitter aangeduid onder de ambtenaren van zijn administratie.

De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo 5 beoordeelt het bezwaarschrift van het personeelslid en kan daarbij zowel het personeelslid als een vertegenwoordiger van het centrumbestuur van het CVO in kwestie horen.

De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject beslist collegiaal binnen een termijn van dertig kalenderdagen nadat het bezwaarschrift bij de commissie ingediend werd. Als de leden van de commissie geen overeenstemming bereiken, beslist de voorzitter over het ingediende bezwaarschrift.

De voorzitter van de commissie deelt de beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid en aan het betrokken centrumbestuur. De beslissing kan inhouden dat:

  • het aangeboden professionaliseringstraject behouden blijft zoals opgesteld;
  • er bijsturingen nodig zijn aan het aangeboden professionaliseringstraject;
  • er geen professionaliseringstraject mogelijk is;
  • er geen professionaliseringstraject nodig is.

De beslissing van de arbitragecommissie is bindend.

Als de arbitragecommissie beslist dat er bijsturingen nodig zijn aan het aangeboden professionaliseringstraject moeten centrumbestuur en personeelslid opnieuw overleg plegen over aanpassingen aan het initiële aanbod.

Als de arbitragecommissie beslist dat er geen professionaliseringstraject mogelijk is, blijft het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en valt hij onder de gangbare verplichtingen betreffende reaffectatie of wedertewerkstelling.

Als de arbitragecommissie beslist dat er geen professionaliseringstraject nodig is, is het personeelslid onmiddellijk inzetbaar in de hbo5-opleiding of in het onderwijsniveau van keuze.

5. Beëindiging van het professionaliseringstraject

Als het personeelslid zijn professionaliseringstraject succesvol beëindigt, is hij volwaardig inzetbaar in de hbo5-opleiding of het onderwijsniveau van zijn keuze (zie punt 5.1).

Als het personeelslid een aangeboden traject weigert of als het personeelslid een professionaliseringstraject heeft aanvaard en dat traject zelf voortijdig beëindigt, zal dit impact hebben op het salaris van dat personeelslid (zie punt 5.2 en 5.3).

5.1. Het professionaliseringstraject eindigt succesvol

5.1.1. Een professionaliseringstraject naar hbo5

Als het personeelslid een professionaliseringstraject opneemt met het oog op tewerkstelling in de omgevormde hbo5-opleiding en dit traject succesvol beëindigt, kan het personeelslid opnieuw een betrekking opnemen in de hbo5-opleiding die in het samenwerkingsverband wordt ingericht.

Als de betrekking in een CVO wordt ingericht, kan het personeelslid opnieuw als vastbenoemde lector aan de slag.

Als de betrekking in een hogeschool van het samenwerkingsverband wordt ingericht, blijft het personeelslid ook na het beëindigen van het traject ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en wordt zijn tewerkstelling in de hogeschool beschouwd als een wedertewerkstelling. 

5.1.2. Een professionaliseringstraject naar een ander onderwijsniveau

Als het personeelslid een professionaliseringstraject opneemt met het oog op tewerkstelling in een ander onderwijsniveau en dit traject succesvol beëindigt, komt het personeelslid in aanmerking voor een tewerkstelling in een ambt in dat onderwijsniveau volgens de geldende regelgeving. Het personeelslid is na beëindiging van zijn professionaliseringstraject wel nog steeds ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en komt dus in de eerste plaats in aanmerking voor een reaffectatie of wedertewerkstelling.

Als een personeelslid na een succesvolle beëindiging van het professionaliseringstraject door omstandigheden niet onmiddellijk een betrekking kan opnemen, blijft hij eveneens onderhevig aan de geldende regelgeving betreffende ter beschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking. In dit geval werkt de duur van het professionaliseringstraject opschortend en heeft die periode dus geen invloed op de berekening van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage waar het personeelslid recht op heeft tijdens zijn terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking. 

Meer informatie over deze regelgeving vindt u in de omzendbrief PERS/2003/08 van 28-07-2003 - De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs.

5.2. Het personeelslid beëindigt zijn professionaliseringstraject voortijdig

Het personeelslid dat zijn professionaliseringstraject niet succesvol beëindigt door het professionaliseringstraject vroegtijdig te beëindigen, blijft ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en moet volgens de geldende regelgeving worden gereaffecteerd of weder te werk gesteld.

Als er binnen de opeenvolgende fases van reaffectatieverplichtingen geen organieke reaffectatie of wedertewerkstelling kan worden toegewezen aan het personeelslid, kan de Vlaamse reaffectatiecommissie voor dit personeelslid geen toewijzing meer doen als administratieve ondersteuning.

In dit geval zal de periode die het personeelslid al heeft besteed aan het professionaliseringstraject in mindering worden gebracht bij de bepaling van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage van het personeelslid voor zijn opdracht als lector hoger beroepsonderwijs waarvoor hij ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, volgens artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.

Meer informatie over deze regelgeving vindt u in de omzendbrief PERS/2003/08 van 28-07-2003 - De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs.

5.3. Het personeelslid weigert een professionaliseringstraject

Het personeelslid dat het professionaliseringstraject weigert of dat het professionaliseringstraject niet succesvol beëindigt door het professionaliseringstraject vroegtijdig te beëindigen, blijft ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en moet volgens de geldende regelgeving worden gereaffecteerd of weder te werk gesteld.

Als er binnen de opeenvolgende fases van reaffectatieverplichtingen geen organieke reaffectatie of wedertewerkstelling kan worden toegewezen aan het personeelslid, kan de Vlaamse reaffectatiecommissie voor dit personeelslid geen toewijzing meer doen als administratieve ondersteuning.

In dit geval zal het wachtgeld of de wachtgeldtoelage van het personeelslid voor zijn opdracht als lector hoger beroepsonderwijs waarvoor hij ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, onmiddellijk worden afgebouwd volgens artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.

Meer informatie over deze regelgeving vindt u in de omzendbrief PERS/2003/08 van 28-07-2003 - De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs.

6. Mededeling van het professionaliseringstraject

Als een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector ter beschikking gesteld wordt wegens ontstentenis van betrekking en daarna een professionaliseringstraject opneemt, deelt het CVO dit mee aan het werkstation.

Het CVO stuurt hiervoor een RL-1 in het ambt van lector HBO/SLO (ambtscode 290) - ATO 4 met aanduiding van het aantal uren TBSOB (veld 24 van de RL-1). Voor deze TBSOB dient de aanduiding ’05-professionaliseringstraject’ te worden aangeduid in het veld ‘herwaardering’ (veld 32).

Het professionaliseringstraject kan aanleiding geven tot volgende situaties:

-Het personeelslid beëindigt het traject succesvol

Het CVO beëindigt op datum van het afronden van het professionaliseringstraject de aanduiding ’05-professionaliseringstraject’.

Indien het personeelslid een betrekking opneemt in de omgevormde hbo5-opleiding, beëindigt het centrum desgevallend ook de RL-1 TBSOB.

-Het personeelslid beëindigt het traject voortijdig

Het CVO stopt op het ogenblik van het beëindigen van het traject de aanduiding ’05-professionaliseringstraject’. In de RL-1 in het ambt van lector HBO/SLO - ATO 4 neemt het een opmerking (RL-3) op met als mededeling ‘voortijdige beëindiging professionaliseringstraject’.

-Het personeelslid weigert het traject

Het CVO stuurt een RL-1 in het ambt van lector HBO/SLO (ambtscode 290) - ATO 4 met aanduiding van het aantal uren TBSOB (veld 24 van de RL-1) en neemt een opmerking (RL-3) op met als mededeling ‘weigering professionaliseringstraject’.