Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de kwaliteitsstandaard voor Content and Language Integrated Learning (CLIL) in het gewoon secundair onderwijs en de leertijd en aanwijzing van de bevoegde dienst voor de goedkeuring van de CLIL-plannen

  • goedkeuringsdatum
    09 mei 2014
  • publicatiedatum
    B.S.04/09/2014
  • datum laatste wijziging
    04/09/2014

De Vlaamse Regering,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 157/1, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014;

Gelet op het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, artikel 27/1, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, en artikel 31/1, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 oktober 2013;

Gelet op protocol nr. 803 van 20 december 2013 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op protocol nr. 571 van 20 december 2013 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op advies 54.931/1 van de Raad van State, gegeven op 20 februari 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd, erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 2.

De kwaliteitsstandaard voor de organisatie van het studieaanbod volgens Content and Language Integrated Learning, afgekort CLIL, vastgesteld ter uitvoering van artikel 157/1, tweede lid, 3° van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en artikel 27/1, tweede lid, 3° en 31/1, tweede lid, 3° van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap wordt opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 3.

Het Departement Onderwijs en Vorming wordt aangewezen als de bevoegde dienst voor de goedkeuring van aanvragen van CLIL-plannen.

Art. 4.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 15 februari 2014.

Art. 5.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE

Kwaliteitsstandaard als vermeld in artikel 2

Kwaliteitsstandaard voor de aanvraag tot goedkeuring van een CLIL-plan

1 Inleiding

2 Wat is CLIL?

3 Een CLIL-traject vormgeven

3.1 Beginsituatieanalyse (BSA)

3.2 Visie en doelen

3.3 Communicatie

3.4 Actieplan

4 Een aanvraag indienen

5 Opvolging van de kwaliteit

Literatuur

Appendix: criteria voor beoordeling zoals gehanteerd door de beoordelingscommissie

1 Inleiding

De Vlaamse overheid maakt Content and Language Integrated Learning (CLIL) mogelijk via Onderwijsdecreet XXIII van 19 juli 2013 onder volgende voorwaarden :

• in het secundair onderwijs en de leertijd

• maximum 20% van de lesuren besteed aan niet-taalvakken (alle vakken behalve de moderne vreemde talen)

• met een verplicht parallel Nederlandstalig traject.

Scholen en onderwijsinstellingen die CLIL willen aanbieden, dienen een aanvraag in ten laatste op 15 december via de Vlaamse Adviescommissie CLIL. Wie groen licht krijgt, kan van start gaan op 1 september van het volgende schooljaar. Scholen die een oranje licht krijgen, beschikken over anderhalve maand om de ontbrekende aspecten van de aanvraag aan te vullen. Aanvragen om te starten op 1 september 2014 kunnen per uitzondering worden ingediend uiterlijk op 1 maart 2014.

Deze kwaliteitsstandaard ondersteunt schoolteams in de voorbereiding van een CLIL-traject. Hij geeft aan welke elementen moeten worden uitgewerkt om op een kwaliteitsvolle manier een CLIL-traject voor te bereiden. De kwaliteitsstandaard biedt de ruimte om de invulling van deze elementen af te stemmen op maat van de school. Om de verschillende aspecten uit te werken, kan de school voor ondersteuning ook terecht bij haar pedagogische begeleidingsdienst.

Als appendix zijn de ontvankelijkheids- en kwaliteitscriteria toegevoegd die de commissie zal hanteren bij de beoordeling van CLIL-aanvragen.

2 Wat is CLIL?

Content and Language Integrated Learning (CLIL) of L'enseignement d'une matière intégréà une langue étrangère (Emile) is een vorm van meertalig onderwijs waarin bepaalde lesinhouden of niet-taalvakken worden onderwezen via het medium van een bijkomende instructietaal, verder de "doeltaal" genoemd. Eurydice definieert CLIL als volgt:

"To teach various subjects in the curriculum, one of which is the language used in mainstream education (generally the official state language), and the other a target language (which may be a foreign language, a regional or minority language, or another official state language), independently of language lessons in their own right (the aim of which is not content and language integrated learning)" (Eurydice, 2006, 61).

In Vlaanderen definiëren we CLIL dan als: een werkvorm waarin het Frans, Engels of Duits als instructietaal wordt gebruikt om een niet-taalvak te onderwijzen.

Het is daarbij belangrijk om een competentie-ontwikkelend perspectief te hanteren. Dat wil zeggen dat men naast de kennis over de taal (die eerder in de reguliere vakken moderne vreemde talen aan bod komt), alle vaardigheden en de nodige attitudes ontwikkelt om de competentie Frans, Engels of Duits optimaal te ontwikkelen door te leren in die taal (CLIL). Het aanbieden van een CLIL-traject mag geen afbreuk doen aan de doelstellingen van het niet-taalvak. Het is niet zo dat een CLIL-traject minder of andere onderwijsdoelstellingen vooropstelt.

3 Een CLIL-traject vormgeven

Een school die met CLIL aan de slag wil, moet de volgende stappen ondernemen: een beginsituatieanalyse (BSA) opstellen, een visie en doelen formuleren, een communicatiestrategie uitwerken, een actieplan opstellen en operationaliseren. Deze stappen worden hieronder verder toegelicht.

3.1 Beginsituatieanalyse (BSA)

Doel

Het CLIL-traject moet logisch aansluiten bij de noden van en de opportuniteiten voor de leerlingen. Voorts moet het kunnen steunen op de belangstelling van het schoolteam en op een voldoende startcompetentie van de CLIL-leraren. Bij het bepalen van het CLIL-traject is het dus noodzakelijk om de belangrijke contextuele beperkingen en troeven op te sporen en in rekening te brengen. Essentieel daarbij is dat (een deel van) het schoolteam van bij de BSA betrokken wordt bij het initiatief.

De BSA dient minstens aandacht te hebben voor volgende items :

- het taalprofiel van de leerlingen, m.i.v. hun kennis van het Nederlands;

- de taalkennis van de CLIL-leraren en hun ervaring met de CLIL-methodiek in relatie tot het vak zelf.

De BSA kan bovendien aandacht hebben voor een of meer van volgende items :

• De leerlingenkenmerken (input): taalprofiel van de leerlingen, zorgvraag leerlingen, OKI (onderwijskansenindex schoolpopulatie), schoolloopbaan leerlingen, leerachterstand, nationaliteiten binnen de schoolbevolking, interesse voor en ervaring met CLIL-onderwijs, ...;

• De aanwezige expertise en know-how in het lerarenkorps in functie van een CLIL-traject (input): bewezen taalkennis, kennis en ervaring met de CLIL-werkvorm in relatie tot het vak zelf, ervaring met internationalisering,...;

• De belangstelling en het draagvlak binnen het schoolteam voor een CLIL-traject (context);

• De geografische, socio-economische en culturele context van de school (context): nabijheid taalgrens, landelijke of stadsomgeving, meertalige (werk)omgeving,...;

• De finaliteit van het structuuronderdeel. Die kan per structuuronderdeel verschillend zijn (context): onderwijsvorm, taal van de (wetenschappelijke) publicaties in het vakgebied en van het mogelijke werkmilieu,...;

• De reeds aanwezige initiatieven op het vlak van het moderne vreemdetalenbeleid (context): studiereizen buitenland, uitwisselingen, stages in het buitenland, Comenius-projecten, taaldagen,....

3.2 Visie en doelen

Doel

Het schoolteam moet de visie en de strategische doelen van het CLIL-traject in de school expliciteren. Dat komt niet alleen de communicatie binnen het team en met alle betrokken (onderwijs)partners ten goede. Het laat ook toe de effecten van het beleid te meten, te evalueren en bij te sturen in een later stadium. Bij het formuleren van de visie en de strategische doelen is het zinvol om voor ogen te houden dat het succes van een CLIL-traject ook afhangt van zijn inbedding in het globale pedagogisch project van de school en in het talenbeleid. Visie en doelen sluiten coherent aan bij de BSA.

Uit ervaringen met CLIL blijkt dat heel diverse leerlingen de vruchten kunnen plukken van deze werkvorm. Het is dan ook belangrijk dat alle leerlingen voor een CLIL-traject kunnen kiezen. Niettemin blijft wel de voorwaarde gelden dat een leerling slechts CLIL kan volgen indien de betrokken personen er schriftelijk en expliciet voor kiezen het CLIL-traject gedurende het volledige schooljaar te volgen en na positief advies van de toelatingsklassenraad dat ten minste is gebaseerd op voldoende kennis en beheersing door de leerling van de onderwijstaal, i.c. het Nederlands. Tevens moeten alle leerlingen de mogelijkheid hebben om een traject in het Nederlands in de school te volgen.

Dit onderdeel van de aanvraag dient minstens aandacht te hebben voor volgende items :

• Doordachte visie i.v.m. het CLIL-traject vanuit de BSA en met voldoende aandacht voor aansluiting bij het pedagogisch project en het talenbeleid van de school.

• Strategische doelstellingen vanuit de visie, met minstens aandacht voor de verhoging van de taalvaardigheid in de CLIL-taal en het Nederlands, en mogelijk ook op het vlak van de interculturele competentie in functie van internationalisering, mobiliteit en wereldburgerschap en leervaardigheid.

3.3 Communicatie

Doel

Het schoolteam dient een communicatiestrategie uit te werken naar de verschillende doelgroepen die betrokken (zullen) zijn bij het CLIL-traject. Een dergelijke strategie is cruciaal om draagvlak te creëren en duidelijkheid te scheppen over verwachtingen en voorwaarden.

De communicatiestrategie heeft minstens aandacht voor het informeren van de leerlingen en ouders over het CLIL-traject in de school en de kenmerken van het CLIL-onderwijs. Ook de expliciete keuzemogelijkheid tussen CLIL en niet-CLIL dient daarbij aan bod te komen.

Het communicatieplan kan bovendien ingaan op de manier waarop de school werk zal maken van een of meer van volgende items :

• een draagvlak versterken bij het lerarenkorps;

• het CLIL-traject van de school ruimere bekendheid geven;

• verantwoording afleggen m.b.t. het CLIL-traject en de kwaliteit van de invulling t.o.v. alle betrokken partners (zie ook kwaliteitszorg);

• kanalen voor informatieverspreiding en overlegmomenten met leraren, leerlingen en ouders bepalen.

3.4 Actieplan

Doel

Het schoolteam moet een actieplan opstellen met ten minste acties op het vlak van onderwijskundig beleid, personeelsbeleid, logistiek beleid en kwaliteitszorg. Acties op deze domeinen bepalen mee het succes van een CLIL-traject.

Elementen onderwijskundig beleid

A. Curriculum (onderwijsaanbod en onderwijsorganisatie)

Mogelijke aandachtspunten :

• Vakken en/of seminaries voor het CLIL-traject, aantal wekelijkse uren per (vak)inhoud, CLIL-taal/-talen en beoogd taalvaardigheidsniveau. Aantal voorziene klasgroepen en inschatting aantal leerlingen.

• Plan van aanpak voor het verzamelen van aangepast lesmateriaal.

• Plan van aanpak om de samenhang tussen de CLIL-vakken en de taalvakken te bevorderen.

• Plan van aanpak om de continuïteit van het CLIL-aanbod binnen de school en desgevallend over de scholen heen (middenschool - bovenbouw) te bewaken.

• Plan van aanpak om de niveauverschillen in taalvaardigheid tussen leerlingen die het CLIL-traject volgen/hebben gevolgd en leerlingen die het parallel traject volgen tijdens de taallessen gepast op te vangen.

B. Leerbegeleiding

Mogelijke aandachtspunten:

• Aanpak leerbegeleiding van CLIL-leerlingen qua taalvaardigheid in de doeltaal én in het Nederlands, studiemotivatie en (vak)inhoud: gehanteerde structurele ondersteuningsmaatregelen, afspraken, procedures, instrumenten en werkdocumenten bij de detectie van specifieke noden, remediëringsinitiatieven, rol begeleidende klassenraden, differentiatie,...

C. Leerlingenevaluatie

Mogelijke aandachtspunten :

• Afspraken en procedures evaluatie (vak)inhoudelijke leerdoelen van het CLIL-traject.

• Afspraken en procedures evaluatie talige leerdoelen van het CLIL-traject.

• Concretisering van de wijze waarop de school zal omgaan met leerlingenresultaten voor het CLIL-traject bij attestering en advisering.

• Concretisering van de wijze waarop zal worden gezorgd voor een transparante communicatie voor leerlingen en ouders over de evaluatiepraktijk.

• Concretisering van de manier waarop de scholen de deelname van de leerlingen aan het CLIL-aanbod zullen erkennen met het oog op motivatie en sensibilisering.

Elementen personeelsbeleid (personeelsorganisatie, personeelsevaluatie, professionalisering)

Bij dit onderdeel van de aanvraag dient minstens de samenstelling van het CLIL-team te worden behandeld, i.e. een team van zowel CLIL-leraren als taalleraren, rekening houdend met de bekwaamheidsbewijzen en andere diploma's of getuigschriften :

• De CLIL-leraar moet beschikken over de competenties betreffende het niet-taalvak en de doeltaal voor de aanvang van een CLIL-traject.

• De bepalingen in de decreten rechtspositie met betrekking tot de bekwaamheidsbewijzen garanderen de competenties van de CLIL-leraar voor het niet-taalvak.

• Wat de kennis van de doeltaal betreft, moet een personeelslid dat een CLIL-lesopdracht uitoefent, de doeltaal minstens beheersen op niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen voor de vaardigheden op het vlak van lezen, schrijven, luisteren en spreken.

- Een personeelslid voldoet aan de taalvereiste voor de CLIL-lesopdracht, als het personeelslid in het bezit is van een basisdiploma dat voor de doeltaal als algemeen vak vermeld is in de lijst van vereiste bekwaamheidsbewijzen, zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.

- Het personeelslid kan de vereiste taalkennis eveneens bewijzen :

1° aan de hand van alle studiebewijzen van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs die het vereiste niveau van taalkennis aantonen;

2° of aan de hand van alle studiebewijzen die gelijkwaardig zijn met de in 1° vermelde studiebewijzen;

3° of aan de hand van een diploma secundair onderwijs, een bachelor- of masterdiploma of doctoraat dat het betrokken personeelslid in de onderwijstaal die als doeltaal voor de CLIL-lesopdracht zal worden gebruikt, behaald heeft, in een instelling waar de doeltaal de onderwijstaal is;

4° of aan de hand van een getuigschrift dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont en dat het personeelslid heeft behaald bij een daartoe bevoegde instelling :

o voor Frans gaat het om een instelling die erkend en gemachtigd is door de Franse organisatie Centre International d'Etudes Pédagogiques (CIEP);

o voor Duits gaat het om certificaten uitgereikt door het Goethe Institut;

o voor Engels gaat het om certificaten die het vereiste niveau aantonen

- van de British Council: Aptis en International English Language Testing System (IELTS)

- Test of English as a Foreign Language (TOEFL)

o aan de hand van een getuigschrift dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont, van een organisatie die het Q-mark van de organisatie Association of Language Testers in Europe (ALTE) heeft voor ten minste één van haar examens.

• Vormingsplan CLIL-team. Mogelijke elementen: voorziene wetenschappelijke lectuur, voorziene nascholingen, intervisie, begeleiding door deskundigen, studieverblijven in het buitenland...

• Voorziene overlegstructuren (schoolintern en eventueel schoolextern) ter bevordering van de professionalisering van het schoolteam.

• Monitoring en evaluatie van CLIL-teams en CLIL-leraren vastleggen (bijv. bij functioneringsgesprekken).

Elementen logistiek beleid: materiaal en uitrusting

• Beleid m.b.t. specifieke noden qua materiaal en uitrusting voor het CLIL-traject.

Elementen kwaliteitszorg

De elementen kwaliteitszorg hebben minstens aandacht voor de volgende aspecten :

• screening van leerlingen die willen deelnemen aan een CLIL-traject: een leerling krijgt slechts de mogelijkheid om te kiezen voor CLIL, indien de betrokken personen er schriftelijk en expliciet voor kiezen het CLIL-traject gedurende het volledige schooljaar te volgen en na positief advies van de toelatingsklassenraad dat ten minste is gebaseerd op voldoende kennis en beheersing door de leerling van de onderwijstaal, i.c. het Nederlands;

• identificatie van te evalueren aspecten. Daarbij worden volgende elementen minimaal in acht genomen: leerwinst doeltaal, resultaten CLIL-zaakvak, taalvaardigheid Nederlands, deskundigheid CLIL-leraren.

Het luik kwaliteitszorg kan ook ingaan op de volgende elementen :

• aanpak effectmeting, evaluatie, bijsturing en verantwoording van de werking en de resultaten van het CLIL-traject;

• identificatie van wijze van gegevensverzameling en van wijze van analyse ervan. Mogelijke elementen: toetsen en examens, portfolio's, enquêtes, gesprekken,...;

• definiëring overlegstructuren voor evaluatie (mogelijke structuren: schoolraad, ouderraad, klassenraden, werkgroepen, vakgroepen, functioneringsgesprekken...);

• ... (lijst niet limitatief).

4 Een aanvraag indienen

Een aanvraag bestaat uit :

• de BSA (zie 3.1)

• de visie en de doelstellingen van het CLIL-traject (3.2)

• de communicatiestrategie (3.3)

• de operationalisering van de visie in een actieplan (3.4). In de operationalisering worden de vier domeinen, m.n. het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid, het logistiek beleid en het beleid inzake kwaliteitszorg, aan de hand van de verplichte en mogelijke elementen hierboven, geconcretiseerd. Gevraagd wordt dat de operationalisering, waar dat relevant is, de link met de BSA of strategische doelstelling(en) aanstipt.

Verder zijn ook een aantal bewijsstukken verplicht aan te leveren, namelijk :

• het advies van de schoolraad m.b.t. het CLIL-traject;

• het protocol van de onderhandelingen in het LOC.

Wanneer de school of onderwijsinstelling een CLIL-traject heeft voorbereid, wordt dit aanvraagdossier voorgelegd aan de Vlaamse Adviescommissie CLIL, p/a Departement Onderwijs en Vorming, Afdeling Horizontaal Beleid, H. Consciencegebouw 7C, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel. Dit kan elk jaar ten laatste op 15 december. Aanvragen om te starten op 1 september 2014 kunnen per uitzondering worden ingediend uiterlijk op 1 maart 2014.

De Adviescommissie bestaat uit minstens twee afgevaardigden van het Departement Onderwijs en Vorming, één afgevaardigde van elke Pedagogische Begeleidingsdienst en minstens één onafhankelijke CLIL-deskundige.

Fasering voor de aanvraag van een CLIL-traject :

• ten laatste op 15 december jaar n: de scholen dienen de aanvragen in.

• 1 februari jaar n+1: de commissie geeft een gemotiveerd advies aan de secretaris-generaal.

• 15 februari jaar n+1: de secretaris-generaal geeft groen of oranje licht na advies door de commissie.

• 1 april jaar n+1: scholen die oranje licht kregen, kunnen hun aangepaste aanvraag opnieuw indienen.

• 30 april jaar n+1: de commissie geeft een gemotiveerd advies aan de secretaris-generaal over de scholen die de aanvraag een tweede keer indienden.

• 15 mei jaar n+1: de secretaris-generaal geeft groen of rood licht.

• 1 september jaar n+1: startdatum CLIL-aanbod voor scholen die groen licht kregen.

Voor aanvragen om te starten op 1 september 2014 wordt per uitzondering de volgende fasering gehanteerd :

• ten laatste op 1 maart 2014 : de scholen dienen de aanvragen in.

• 15 maart 2014 : de commissie geeft een gemotiveerd advies aan de secretaris-generaal.

• 1 april 2014 : de secretaris-generaal geeft groen of oranje licht na advies door de commissie.

• 15 mei 2014 : scholen die oranje licht kregen, kunnen hun aangepaste aanvraag opnieuw indienen.

• 31 mei 2014 : de commissie geeft een gemotiveerd advies aan de secretaris-generaal over de scholen die de aanvraag voor een tweede keer indienden.

• 15 juni 2014 : de secretaris-generaal geeft groen of rood licht.

• 1 september 2014 : startdatum CLIL-aanbod voor scholen die groen licht kregen.

GROEN: alle gevraagde informatie en bewijsstukken zijn aanwezig en de kwaliteit is overwegend goed. De school kan op 1 september van datzelfde jaar met het CLIL-traject van start gaan.

ORANJE: alle gevraagde informatie is aanwezig en de kwaliteit is overwegend goed, maar de officieel gevraagde bewijsstukken ontbreken, of een deel van het aanvraagdossier ontbreekt en de kwaliteit is daardoor niet goed te beoordelen. Scholen die een oranje licht krijgen, beschikken over 1,5 maand om de ontbrekende aspecten van de aanvraag aan te vullen.

5 Opvolging van de kwaliteit

De onderwijsinspectie evalueert het CLIL-traject bij doorlichtingen in de context van haar decretale opdracht. Ze controleert of de onderwijsinstelling de onderwijsreglementering respecteert. In dat kader evalueert ze de realisatie van de leerplandoelen waar het CLIL-traject in de basisvorming en/of het specifieke gedeelte aangeboden wordt. Ze gaat na hoe de realisatie is ingebed in het gevoerde talenbeleid van een school. Voorts gaat ze ook na of de onderwijsinstelling op systematische wijze de kwaliteit van haar CLIL-traject onderzoekt en bewaakt. Tot slot controleert de onderwijsinspectie of de leerlingen in het CLIL-traject positief werden geadviseerd door de toelatingsklassenraad.

Literatuur

Ter inspiratie kunnen onderwijsinstellingen en schoolteams o.a. volgende bronnen raadplegen :

• CLIL Quality Matrix van het European Centre for Modern Languages (Graz) en de Raad van Europa (http://archive.ecml.at/mtp2/clilmatrix/html/CLIL_E_pdesc.htm)

• de kwaliteitsstandaard van het netwerk Tweetalig Onderwijs van het Europees Platform (http://www.europeesplatform.nl/sf.mcgi?2626)

• de cahiers de charges van de Franse Gemeenschap

• de CLIL-Toolkit van Coyle et al.

(http://www.cambridge.org/servlet/file/store7/item5633811/version1/Book%20chapter_CLIL-4-Desc_1.pdf)

• Strobbe, L. et al. (2012). Je vak in een vreemde taal? Wegwijzer voor de CLIL-onderwijspraktijk.

Over de proeftuin CLIL, die in 9 scholen van het secundair onderwijs in Vlaanderen liep vanaf 2007, is het volgende rapport verschenen: http://www.ond.vlaanderen.be/obpwo/rapporten/clil/ER.pdf

Op de talenwebsite De Lat Hoog voor Talen (http://www.klascement.net/talen/) is er een pagina voor CLIL. Leraren kunnen via die portaalsite bijdragen indienen en bekijken over CLIL in de praktijk.

Appendix: criteria voor beoordeling zoals gehanteerd door de adviescommissie

Ontvankelijkheidscriteria

1. Het dossier bevat de gevraagde elementen uit de Standaard voor de aanvraag van een CLIL-traject.

2. Het dossier bevat de verplichte voor de leggen bewijsstukken/documenten.

Kwaliteitscriteria

Kwaliteitscriteria

Scoring

1. De beginsituatieanalyse (BSA) is uitgewerkt in functie van de vormgeving van het CLIL-traject.

2. Het CLIL-team werd betrokken bij de beginsituatieanalyse (BSA).

3. De visie op CLIL en de strategische doelen sluiten logisch aan bij de context en inputgegevens van de school zoals blijkt uit de BSA. Ze sluiten ook aan bij het globale pedagogisch project en bij het talenbeleid van de school, zowel voor de onderwijstaal, i.c het Nederlands, als voor vreemde talen.

4. Het CLIL-traject (keuze vakken/inhouden en doeltaal/-talen) in de school vertoont een duidelijk verband met de context- en inputkenmerken en sluit aan bij de visie op CLIL.

5. Het communicatieplan heeft aandacht voor het versterken van het draagvlak bij de leraren in de school.

6. Het communicatieplan heeft aandacht voor duidelijke informatie aan de leerlingen en ouders m.b.t. het CLIL-traject in de school, de kenmerken van het CLIL-onderwijs, de evaluatiepraktijk en het attesteringsbeleid. Er wordt een expliciete keuzemogelijkheid voorzien tussen CLIL of niet-CLIL.

7. Het plan van aanpak voor het verzamelen van aangepast lesmateriaal heeft aandacht voor kwaliteitsvol CLIL-onderwijs waarbij de leerplandoelen voor het/de niet-taalvak(ken) kunnen gerealiseerd worden.

8. Het profiel van de aanwezige CLIL-leraren en/of het vooropgestelde profiel van de aan te werven leraren is/zijn afgestemd op een kwaliteitsvolle invulling van het CLIL-onderwijs waarbij aandacht zal zijn voor de duale focus zaak(vak)inhoud-taal. De CLIL-leraren hebben een globaal niveau C1 in de doeltaal voor lezen, luisteren, schrijven, spreekvaardigheid.

9. Het vormingsplan heeft aandacht voor de ontwikkeling van de deskundigheid van de CLIL-leraren m.b.t. de CLIL-methodiek en de taalvaardigheid in de doeltaal.

10. Het beleid m.b.t. leerbegeleiding heeft aandacht voor een degelijke ondersteuning van leerlingen qua taalvaardigheidsverwerving in de doeltaal en in het Nederlands, leren van inhouden en studiemotivatie. Alleszins worden de resultaten en de leerwinst van de leerlingen in het vak/onderwerp, in de doeltaal en de instructietaal gemonitord.

11. Het evaluatiebeleid m.b.t. het CLIL-traject is globaal overdacht en duidelijk.

12. De school voorziet in voldoende infrastructurele middelen en uitrusting om het CLIL-onderwijs kwaliteitsvol in te vullen.

13. Het CLIL-traject op school is voorwerp van een gedegen uitgebouwde kwaliteitszorg.

Scoring: 0 = onvoldoende, 1 = moet verder uitgewerkt worden, 2 = goed