Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het deeltijds kunstonderwijs

  • referentie
    DKO/2014/02
  • publicatiedatum
    3/10/2014
  • datum laatste wijziging
    09/07/2015
  • wettelijke basis
    het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting “Beeldende kunst”;
  • wettelijke basis
    het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen “Muziek, Woordkunst en Dans”
  • wettelijke basis
    het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2002 betreffende de bepaling van het aanwendingspercentage van het aantal uren-leraar in het deeltijds kunstonderwijs
  • contactpersoon
    Ingrid Leys, 02 553 92 43
  • contactpersoon
    Jos Thys, 02 553 92 27
  • Redelijke aanpassingen binnen het gemeenschappelijk curriculum
  • Gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster
  • Individueel aangepast curriculum voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
  • Financiering van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

1. Aanpassingen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften: uitgangspunten

1.1. Vooraf: mogelijkheid tot ondersteuning van de pedagogische begeleidingsdiensten

Deze maatregel maakt het deeltijds kunstonderwijs toegankelijker voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Het is begrijpelijk dat het realiseren ervan voor de academie een uitdaging vormt waarbij heel wat inhoudelijke en organisatorische vragen kunnen rijzen. De pedagogische begeleidingsdiensten kunnen uw academie helpen bij specifieke knelpunten of vragen of ze kunnen een langer ondersteuningstraject uitwerken om uw team te ondersteunen bij het realiseren van deze maatregel.

hoofd van de pedagogische begeleidingsdienst van het GO!: Saskia Lieveyns saskia.lieveyns@g-o.be

coördinator pedagogische begeleidingsdienst dko bij OVSG: Hans Laureyn

hans.laureyn@ovsg.be

1.2. Gemeenschappelijk curriculum met pedagogische en schoolorganisatorische aanpassingen

In het dko volgen alle leerlingen een leertraject dat in de regelgeving is vastgelegd. Per leerjaar volgt de leerling bepaalde vakken met een bepaalde studietijd (het minimumlessenrooster en de bijbehorende lestijden) en verwerft op die manier de einddoelen die in de leerplannen beschreven zijn. Dit is het gemeenschappelijk curriculum.

In 2009 heeft België het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap geratificeerd, wat gevolgen heeft voor heel het onderwijs, dus ook voor het deeltijds kunstonderwijs. In de geest van het VN-verdrag gaan we ervan uit dat de academie inspanningen levert zodat alle leerlingen, dus ook leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (leerstoornis, handicap) het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen. ’Redelijk’ betekent dat leerkrachten en directeur samen met de leerling (en zijn ouders) bekijken wat haalbaar is zowel voor de academie als de leerling zodat hij alle vakken kan volgen en de (minimum)leerplandoelen bereiken. Voorbeelden van redelijke aanpassingen: de leerling krijgt meer tijd of bepaalde hulpmiddelen om een opdracht uit voeren, de leerkracht gebruikt een aangepaste methode, er zijn remediërende lessen, de evaluatie gebeurt in een aangepaste vorm.

Voorbeeld van een gemeenschappelijk curriculum met aanpassingen:

Een leerling muziek met een visuele beperking volgt het vak algemene muzikale vorming via een aangepaste methode . Er vinden twee ‘redelijke aanpassingen’ plaats:

  • schoolorganisatorisch : de leerling volgt het vak algemene muzikale vorming in een andere klasgroep
  • pedagogisch-didactisch: de leerling verwerft de leerplandoelen via een aangepaste methode

Het curriculum zelf wordt niet aangepast. De leerling volgt alle vakken met de voorgeschreven lestijden en bereikt de doelen van de goed keurde leerplannen voor algemene muzikale vorming, instrument en samenzang.

1.3. Gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster

Voor dko -leerlingen die in het leerplichtonderwijs het gemeenschappelijke curriculum volgen met aanpassingen en recht hebben op GON-begeleiding, kan de academie het minimumlessenrooster aanpassen en eventueel ook afwijken van de bepalingen over groeperingsvoorwaarden en organisatie van de proeven. Volwassenen die beschikken over een attest van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap komen eveneens in aanmerking voor deze regeling.

In tegenstelling tot leerlingen met een individueel aangepast curriculum (1.4.) bereiken deze leerlingen in het deeltijds kunstonderwijs wel de (minimum)leerplandoelen en kunnen zij het attest of getuigschrift behalen.

1.4. Individueel aangepast curriculum

Sommige leerlingen zullen ondanks redelijke aanpassingen toch te weinig leerwinst boeken om binnen het gemeenschappelijk curriculum te blijven functioneren. In dat geval kunnen de leerkrachten en directeur met de leerling (en zijn ouders) bekijken welke (minimum)leerplandoelen haalbaar zijn en welke niet. Indien nodig kan de academie ook een aangepast lessenrooster samenstellen. De leerling zal dan bepaalde vakken gedeeltelijk (minder lestijden) of helemaal niet volgen. Vanaf het moment dat een leerling niet meer alle (minimum)leerplandoelen moet bereiken of bepaalde vakken niet volgt, volgt hij een individueel aangepast curriculum. 

Net als leerlingen in het gemeenschappelijk curriculum doorlopen leerlingen met een individueel aangepast curriculum de verschillende graden en leerjaren. Hoewel de doelen volledig op maat van de leerling uitgetekend worden en dus sterk kunnen verschillen van de (minimum)leerplandoelen spreekt het voor zich dat het individueel aangepast curriculum uiteraard niet om even wat kan inhouden. ‘Aangepast’ wijst erop dat dit curriculum nog altijd een relatie moet blijven houden tot het gemeenschappelijke curriculum.

2. Gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster

2.1. Doelgroep

Een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster is mogelijk voor jongeren en volwassenen die ofwel:

  • beschikken over een ‘gemotiveerd verslag’, dat hen recht geeft op GON-begeleiding in het leerpichtonderwijs . Dit verslag wordt vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 .

  • ingeschreven zijn in het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Het VAPH kan op vraag van de persoon een attest opmaken. In dit attest wordt vermeld dat de persoon erkend is als persoon met een handicap door een beslissing van de Provinciale Evaluatiecommissie onder het dossiernummer VF/......

2.2. Voorwaarden

Voor elke leerling in een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster kan de academie een gemotiveerd dossier voorleggen aan inspectie of verificatie. Dat dossier bevat een ‘gemotiveerd verslag’ of een VAPH-attest. Een ander belangrijk element van het dossier is de verantwoording voor de redelijke aanpassingen aan het lessenrooster van het deeltijds kunstonderwijs. Op die manier hebben die aanpassingen geen gevolgen voor de regelmatigheid van de leerling of zijn financierbaarheid.

2.3. Welke aanpassingen zijn mogelijk?

In een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster is het mogelijk dat de leerling:

  • een bepaald vak niet volgt (= afwijking van bepalingen over lessenroosters art. 7 BK, art. 7, 8 en 9 MWD)
  • minder of meer lestijden aan een vak besteedt (= afwijking van de bepaling over lessenroosters art. 9 BK, art. 10 MWD)
  • samen met de leerlingen van een andere klasgroep les volgt bv. een andere graad (= afwijking van de bepalingen over groeperings - voorwaarden art. 10 BK, art. 11 MWD)
  • op een andere manier geëvalueerd wordt (= afwijking bepalingen over evaluatie, proeven en bekrachtiging van de studies in art. 19 tot en met 26 BK, art. 29 tot 39 MWD)

Meer verregaande aanpassingen zijn enkel mogelijk in een individueel aangepast curriculum.

2.4. Duur van een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster, financierbaarheid en attestering

2.4.1. Duur

De studieduur zoals bepaald in de organisatiebesluiten is van toepassing. Net als andere leerlingen in het gemeenschappelijk curriculum kunnen deze leerlingen in elke graad maximaal één leerjaar overzitten.

2.4.2. Financierbaarheid

Leerlingen in een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster zijn financierbaar volgens de bepalingen in de organisatiebesluiten. Ook leerlingen die één of meer vakken niet volgen, zijn volledig financierbaar.

2.4.3. Attestering

Leerlingen in een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster die een graad met vrucht beëindigen, behalen een eindattest, attest, getuigschrift of kwalificatiegetuigschrift, zoals bepaald in de organisatiebesluiten.

2.5. Zending van leerlingen met een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster in het Elektronisch Schooldossier (ESD)

Voor de registratie van leerlingen in een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster zijn geen aparte financierbaarheidscodes of vrijstellingscodes nodig.

Voor meer gedetailleerde informatie over de administratieve verwerking zie

omzendbrief DKO-2011/02 – Jaarlijkse inlichtingen – schoolbeheer DKO

3. Individueel aangepast curriculum

3.1. Doelgroep

Een individueel aangepast curriculum is mogelijk voor jongeren en volwassenen die ofwel:

  • beschikken over een verslag buitengewoon onderwijs (cf. artikel 15 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010). Zoals het decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (beter bekend als het M-decreet) vooropstelt, is het niet noodzakelijk dat leerlingen met dit verslag schoollopen in het buitengewoon onderwijs; zij kunnen ook terecht in het gewoon onderwijs.

  • ingeschreven zijn in het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Het VAPH kan op vraag van de persoon een attest opmaken. In dit attest wordt vermeld dat de persoon erkend is als persoon met een handicap door een beslissing van de Provinciale Evaluatiecommissie onder het dossiernummer VF/......

Andere leerlingen die geen dergelijk verslag of attest hebben, volgen het gemeenschappelijke curriculum al dan niet met redelijke aanpassingen.

Leerlingen uit andere regio’s (Wallonië, Duitstalige gemeenschap) of buitenlandse leerlingen moeten een soortgelijk document van de bevoegde overheidsdienst van hun land of regio voorleggen.

3.2. Voorwaarden bij de start van een individueel aangepast curriculum

Er zijn twee voorwaarden:

  • overleg,
  • motivatie.

Een individueel aangepast curriculum betekent onderwijs op maat van de leerling. Het traject start met een gesprek tussen de leerling (en zijn ouders) en de directeur en betrokken leerkrachten. Dat zijn alle leerkrachten van de vakken die de leerling in een bepaald leerjaar zou moeten volgen in het gemeenschappelijk curriculum.

De leerkrachten en directeur overlopen samen met de leerling (en zijn ouders) de (minimum)leerplandoelen van de verschillende vakken en bekijken welke haalbaar zijn mits redelijke aanpassingen en welke niet. Hierbij kunnen zij voortbouwen op gegevens uit het verslag buitengewoon onderwijs of het attest van het VAPH.

Op basis van dat gesprek schrijven de directeur en betrokken leerkrachten een motivatie om voor de betrokken leerling over te gaan tot een individueel aangepast curriculum. Het motivatiedocument is in de academie beschikbaar voor de inspectie, die hierop tijdens de doorlichting een kwaliteitstoets uitvoert, en de verificatie.

3.3. Uittekenen van een individueel aangepast curriculum

3.3.1. Afwijkingen van de reguliere organisatie van de opleidingen

Op basis van het gesprek tekenen de betrokken leerkrachten en directeur een individueel aangepast curriculum uit.

Een individueel aangepast curriculum betekent dat de leerlingen een opleiding op maat volgt, bijgevolg is er geen vooraf bepaald curriculum voorhanden. De regelgever heeft ervoor gekozen om deze leerlingen niet in aparte opties of vakken onder te brengen. De leerling wordt dus administratief ingeschreven in de studierichting, de optie, de graad en de vakken die het nauwst aansluiten bij zijn leervraag en mogelijkheden.

Schoolorganisatorisch bekijkt de academie in samenspraak met de leerling of hij samen met de leerlingen van het gemeenschappelijke curriculum les volgt, dan wel of hij samen met andere leerlingen die een individueel aangepast curriculum volgen, een klasgroep vormt. Uiteraard zijn er ook mengvormen mogelijk. Het VN-verdrag indachtig, spreekt het voor zich dat de academie de participatie van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het academiegebeuren zoveel mogelijk aanmoedigt.

Uitgaande van de motivatie (cf. 3 Voorwaarden bij de start van een individueel aangepast curriculum) kunnen academies afwijken van de organisatie van de opleidingen zoals die zijn vastgelegd in de organisatiebesluiten. In een individueel aangepast curriculum is het mogelijk dat de leerling:

  • alle vakken volgt maar met aangepaste doelen (= afwijking van de bepaling inzake minimumleerplannen art. 11 BK, art. 12 MWD)
  • een bepaald vak niet volgt (= afwijking van bepalingen over lessenroosters art. 7 BK, art. 7, 8 en 9 MWD)
  • minder of meer lestijden aan een vak besteedt (= afwijking van de bepaling over lessenroosters art. 9 BK, art. 10 MWD)
  • samen met de leerlingen van een andere klasgroep les volgt bv. een andere graad (= afwijking van de bepalingen over groeperingsvoorwaarden art. 10 BK, art. 11 MWD)
  • in een andere graad of leerjaar les volgt dan degene waarin hij op basis van de reguliere toelatingsvereisten moet zitten, bv. volwassenen volgen les in de middelbare graad beeldende kunst (= afwijking van de bepalingen over toelatings- en overgangsvereisten art. 12, 13, 14, 15 BK)
  • op een andere manier geëvalueerd wordt (= afwijking bepalingen over evaluatie, proeven en bekrachtiging van de studies in art. 19 tot en met 26 BK, art. 29 tot 39 MWD)

Het is niet mogelijk om af te wijken van de minimale instapleeftijd van de verschillende studierichtingen.

Voorbeelden van een individueel aangepast curriculum:

Leerling beeldende kunst

 

M1 

M2 

M3 

M4 

M5 

M6 

Mextra 

Vormstudie 

1u/week 

1u/week 

1u/week 

1u/week 

1u/week 

1u/week 

1u/week 

Waarnemingstekenen 

2u/week 

2u/week 

2u/week 

2u/week 

2u/week 

2u/week 

2u/week 

Waarbij het individueel aangepast curriculum op de volgende punten afwijkt van het gemeenschappelijk curriculum:

- de leerling bereikt gedeeltelijk andere doelen dan de (minimum)leerplandoelen

- slechts 3 i.p.v. 4 lesuren per week

- 2 i.p.v. 3 vakken

- een leertraject van 7 jaar in plaats van 6 jaar in middelbare graad

- de leerling is een volwassene en start in het eerste leerjaar van de middelbare graad

Leerling muziek

 

L1 

L2 

L3 

L4 

Instrument 

2u/week 

2u/week 

2u/week 

2u/week 

Samenzang 

0,5u/week 

0,5u/week 

0,5u/week 

0,5u/week 

Waarbij het individueel aangepast curriculum op de volgende punten afwijkt van het gemeenschappelijk curriculum:

- slechts 2,5 i.p.v. 3,5 lesuren per week

- 2 i.p.v. 3 vakken: geen Algemene muzikale vorming

- een gedeelte van de AMV-doelen worden geïntegreerd verworven in het vak instrument

3.3.2. Ontwikkelingsgerichtheid

Het uitgestippelde leertraject moet ertoe leiden dat de leerling vorderingen maakt en dus leerwinst boekt. De academie volgt daarom het leerproces nauwgezet op in functie van de vooropgestelde doelen. Ze zorgt voor een leeromgeving die pedagogisch en didactisch is aangepast aan de leerling en de doelen. Er kunnen bijvoorbeeld organisatorische maatregelen nodig zijn zodat de leerling de klas gemakkelijk kan bereiken.

Leerkrachten en directeurs kunnen voor het uittekenen van het individueel aangepast curriculum een beroep doen op externe deskundigen, bv. deskundige van de pedagogische begeleidingsdienst.

Het kan ook nuttig zijn om contact op te nemen met leerkrachten van de school voor kleuter- of leerplichtonderwijs waar de leerling les volgt, het CLB, de zorgvoorziening. Uiteraard steeds in samenspraak met de leerling (en zijn ouders) zelf.

Het individueel aangepast curriculum hoeft niet opgestuurd te worden naar het ministerie van Onderwijs en Vorming, het is voldoende dat inspectie en verificatie het document kunnen raadplegen in de academie met het oog op kwaliteitsbewaking of leerlingentelling.

3.4. Duur van een individueel aangepast curriculum, financierbaarheid en attestering

3.4.1. Duur

Net als alle leerlingen volgt een leerling met een individueel aangepast curriculum een afgebakend leertraject met een bepaalde duur. De leerling schrijft zich in voor een bepaalde graad en een bepaald leerjaar en doorloopt vervolgens de verschillende leerjaren. Daarna gaat hij over naar de volgende graad.

Het leertraject van een graad kan maximaal één leerjaar langer duren dan het reguliere traject, maar dat moet niet.

Bv. lagere graad muziek: L1 L2 L3 L4 (Lextra)

Bv. middelbare graad beeldende kunst M1 M2 M3 M4 M5 M6 (Mextra)

In een individueel aangepast curriculum kan de leerling niet overzitten. Het individueel aangepast curriculum gaat uit van haalbare doelen op maat van de leerling. Mochten bepaalde doelen toch niet verworven zijn, dan kunnen ze meegenomen worden naar het volgende leerjaar, of de volgende graad.

3.4.2. Financierbaarheid

Leerlingen zijn financierbaar voor de duur van de graad met maximaal één leerjaar extra. Ook leerlingen die één of meer vakken niet volgen, zijn volledig financierbaar. Het aanwendingspercentage voor leerlingen met een vrijstelling is op hen niet van toepassing.

Soms volgen leerlingen in de context van een ziekenhuisschool (type 5) deeltijds kunstonderwijs. Naar analogie van het leerplichtonderwijs gaat de omkaderingsberekening hier uit van het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen die zijn ingeschreven in de opleiding deeltijds kunstonderwijs tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari.

3.4.3. Attestering

Op het einde van elke graad ontvangt de leerling een leerbewijs. Dat leerbewijs bevat alle doelen die de leerling heeft verworven en vermeldt dat er een evaluatie heeft plaats gevonden.

3.5. Zending van leerlingen met een individueel aangepast curriculum in het Elektronisch Schooldossier (ESD)

Leerlingen met een individueel aangepast curriculum krijgen in de elektronische leerlingenzending de financieringscode 15. 

Leerlingen met een individueel aangepast curriculum die één of meer vakken niet volgen, krijgen een vrijstellingscode 4 bij elk niet gevolgd vak.

Voor meer gedetailleerde informatie over de administratieve verwerking zie

omzendbrief DKO-2011/02 – Jaarlijkse inlichtingen – schoolbeheer DKO

3.6. Individueel aangepast curriculum verplicht?

Leerlingen met een beperking die in het leerplichtonderwijs een individueel aangepast curriculum volgen, moeten niet per definitie in het dko een individueel aangepast curriculum volgen. Het is perfect mogelijk dat voor sommige leerlingen hun beperking geen belemmering vormt om het gemeenschappelijk curriculum te volgen.

Omgekeerd voorziet deze regeling voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften ook geen afdwingbaar recht op een individueel aangepast curriculum. Het dko kent op dit moment geen specifieke regeling i.v.m. inschrijvingsrecht van leerlingen en weigeringsgronden, leerlingen kunnen enkel teruggrijpen naar hogere rechtsprincipes (non-discriminatie, recht op onderwijs). Het is dan ook aan de academie om te oordelen wanneer de redelijkheid overschreden is. Voor die afweging kan de academie gebruik maken van het protocol van 19 juli 2007 dat op Belgisch niveau tussen alle overheden is afgesproken. Net als in het leerplichtonderwijs kunnen leerlingen en ouders niet het onmogelijke verwachten van academies.

Als de academie

  • haar openheid tot overleg,
  • haar oplossingsgerichte houding, 
  • haar inspanning om tot een zo objectief mogelijke afweging te komen (bv. door het betrekken van een onafhankelijke deskundige)

kan aantonen, en ondanks deze inspanningen geen traject op maat kan aanbieden, kan ze overwegen om de leerling door te verwijzen naar andere opleidingsverstrekkers (muziektherapie, kunsttherapie, culturele verenigingen, enz.).

4. Organieke omzetting van tijdelijke projecten

De mogelijkheid voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften om binnen de reguliere opleidingenstructuur een individueel aangepast curriculum te volgen, zorgt ervoor dat opleidingen voor deze leerlingen in de vorm van een tijdelijk project beëindigd kunnen worden.

Om de betrokken academies de tijd te geven om in samenspraak met de leerlingen (en hun ouders) een dergelijk individueel aangepast curriculum te ontwikkelen, lopen de tijdelijke projecten nog door in de schooljaren 2014-2015 en 2015-2016.

Het is uiteraard mogelijk om (een gedeelte van de) leerlingen al vanaf 2014-2015 of 2015-2016 in de organieke regeling in te schalen. De leerling wordt dan meegeteld voor de berekening van het urenpakket op basis van de graad en studierichting waar hij op 1 februari 2015 of 1 februari 2016 les volgt.

Op 31 augustus 2016 wordt het tijdelijke project beëindigd. De leerlingen die op 1 februari 2016 nog in het tijdelijke project les volgen, worden meegeteld op basis van de graad en studierichting waarin het tijdelijk project plaatsvindt.