Leerlingen evalueren en certificeren in het deeltijds kunstonderwijs

  • referentie
    DKO/2014/04
  • publicatiedatum
    3/10/2014
  • datum laatste wijziging
    20/08/2018
  • Leerlingenevaluatie
  • Competentiegericht evalueren
  • Bewijs van competenties
  • Bewijs van beroepskwalificatie
  • Leerbewijs
  • Opmaak van certificaten

Decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de einddoelen in het deeltijds kunstonderwijs

Het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidings aanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs (organisatiebesluit)

infolijnonderwijs@vlaanderen.be

Johan Krygelmans, 02 553 89 74

Ingrid Leys , 02 553 92 43

Jos Thys , 02 553 92 27

1. Uitgangspunten: competentiegericht kunstonderwijs

Competenties zijn bekwaamheden die leerlingen nodig hebben om een artistiek product te creëren. Dat kan het bedenken en vormgeven van een nieuw artistiek product zijn (bv, video, beeldhouwwerk) maar evenzeer het tot leven brengen van een reeds bestaand kunstwerk (bv. partituur, theatertekst). Typisch voor een competentiegerichte benadering is de sterke verwevenheid van kennis, vaardigheden en attitudes (bv. zelfstandigheid, concentratievermogen, stressbestendigheid). In competentiegericht onderwijs maakt het geïsoleerd inoefenen van vaardigheden plaats voor een meer holistische manier van leren.

Leerlingen in het kunstonderwijs verwerven een breed spectrum van competenties. Voor elke graad van elk domein is er een set van basiscompetenties opgesteld. De vierde graad is ingedeeld in verschillende studierichtingen waarvoor er verschillende beroepskwalificaties gelden.

Een brede evaluatie overziet het hele spectrum, maar zoomt ook in op de verschillende competenties afzonderlijk. Een brede evaluatie vergt dan ook een veelzijdige benadering: bv. de leerkracht observeert de leerling vanuit zes verschillende perspectieven en een veelvormigeaanpak: bv. feedback van verschillende leerkrachten (eventueel externe deskundigen),verschillende informatiebronnen (bv. observatie, toetsing, zelfevaluatie, peer assessment), diversiteit aan evaluatie-activiteiten (bv. toonmoment, feedback a.d.h.v. portfolio, permanente evaluatie).

De pedagogische begeleidingsdiensten kunnen uw academie helpen bij specifieke knelpunten of vragen of ze kunnen op uw vraag een langer ondersteuningstraject uitwerken om uw team te ondersteunen.

coördinator pedagogische begeleidingsdienst dko bij OVSG: Hans Laureyn

hans.laureyn@ovsg.be

hoofd van de pedagogische begeleidingsdienst van het GO!: Saskia Lieveyns saskia.lieveyns@g-o.be

coördinatie pedagogische begeleiding Nederlands en taalbeleid/kso en dko Katholiek Onderwijs Vlaanderen: Marleen Lippens marleen.lippens@katholiekonderwijs.vlaanderen

2. Leerlingenevaluatie

2.1. Visieontwikkeling

Het leerkrachtenteam en de directeur van de academie stellen een artistiek-pedagogische visie op over evalueren van leerlingen.

De visie besteedt expliciet aandacht aan de maatregelen die de academie zal nemen zodat de evaluatie transparant, valide en betrouwbaar zal verlopen.

Leerlingen kunnen zich maar goed voorbereiden op een evaluatie als zij de spelregels ervan kennen. Een transparante evaluatie hanteert een werkwijze en beoordelingscriteria die voor iedereen duidelijk zijn. De leerling krijgt feedback over de resultaten van de evaluatie in relatie tot die criteria.

bv.de beoordelingscriteria zijn helder en eenvoudig geformuleerd

bv. de leerkrachten hanteren een vooraf opgestelde waarderingsschaal

bv. de leerlingen worden bij het begin van het schooljaar op de hoogte gebracht van de doelen die ze moeten bereiken, de evaluatie-activiteiten en de beoordelingscriteria

Een valide evaluatie evalueert de leerling aan de hand van relevante en evenwichtige criteria. De basiscompetenties zijn het ijkpunt voor leerlingen die een opleiding volgen in de eerste, tweede of derde graad. Voor de leerlingen van de vierde graad is dat de beroepskwalificatie van de studierichting. In een kortlopende studierichting, bijvoorbeeld danscultuur of de specialisatie, selecteert de academie zelf een reeks doelen uit de basiscompetenties en beroepskwalificaties van dat domein.

De academie kan uiteraard nog bijkomende criteria meenemen die zij relevant acht om een zicht te krijgen op artistieke ontwikkeling van de leerling, bijvoorbeeld leerplandoelen.

bv. de evaluatiecriteria zijn een duidelijke afspiegeling van de basiscompetenties

bv. de beoordeling focust op de vooropgestelde criteria en laat andere informatie achterwege

bv. de juryvoorzitter waakt erover dat bepaalde criteria niet over- of onderbelicht worden

Een betrouwbare evaluatie streeft naar objectiviteit, ze berust niet op het oordeel van één iemand op één moment, maar hanteert een veelvormige aanpak en probeert de invloed van omgevingsfactoren te minimaliseren.

bv. de evaluator beschrijft waarneembaar gedrag

bv. inbreng van verschillende leerkrachten (eventueel ook externe deskundigen)

bv. verschillende informatiebronnen: observatie, portfolio, zelfevaluatie, peer assessment,

bv. diversiteit aan evaluatie-activiteiten: toonmoment, toetsing, feedback a.d.h.v. portfolio, permanente evaluatie

bv. voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften hanteert de academie een aangepaste evaluatievorm

Een competentiegerichte evaluatie staat niet op zich, maar is verweven met het leerproces. Naast de aanpak van de evaluatie gaat de visie expliciet in op die inbedding. Hoe zullen leerkrachten de evaluatie inzetten om het leerproces van de leerling te stimuleren (cf. begeleiden van het groeipotentieel)?

2.1.1. Gedragenheid

Het spreekt voor zich dat een visie maar zin heeft als ze verankerd is in de organisatiecultuur van de academie. Om de gedragenheid in het team te bevorderen is het aangewezen om de leerkrachten al van bij de start van de visieontwikkeling zoveel mogelijk te informeren en consulteren. De afgeronde visie wordt geagendeerd op het lokaal comité.

2.1.2. Academiereglement

De basisprincipes van de visie op leerlingenevaluatie staan duidelijk uitgelegd in het academiereglement. De academie hoeft de visie niet te bezorgen aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Bij een doorlichting kan de inspectie wel inzage vragen in de visie.

2.2. Operationalisering en communicatie

De academie bepaalt zelf hoe ze haar visie op evalueren in de praktijk brengt. Ze neemt beslissingen over de vorm van de evaluatieactiviteiten, de planning in het schooljaar, de beoordelingsprocedure (bv. samenstelling van de evaluatiecommissie, wijze van beraadslaging, beoordelingscriteria, waarderingsschaal), inzage en feedback enz.

Indien de academie beslist om een aantal instrumenten te ontwikkelen bv. beoordelingsfiche, online tool op digitaal leerplatform is het van belang dat deze materialen niet alleen gebruiksvriendelijk zijn maar ook aan de criteria transparantie, validiteit en betrouwbaarheid voldoen.

Met het oog op een transparant evaluatieproces is het van belang dat de leerlingen en leerkrachten goed geïnformeerd zijn en de planning, procedure en instrumenten in verband kunnen brengen met de visie.

2.3. Kwaliteitsbewaking

De academie maakt duidelijk op welke manier ze de kwaliteit van het evaluatieproces gaat bewaken. Transparantie, validiteit en betrouwbaarheid vormen ook hier relevante kwaliteitsindicatoren.

2.4. Rechten en plichten van leerlingen bij evaluatie

2.4.1. Recht op feedback

De leerkrachten bespreken minstens tweemaal per schooljaar met elke leerling zijn brede artistieke ontwikkeling. De aandacht gaat daarbij naar het verwerven van de basiscompetenties, de competenties van de beroepskwalificatie of de doelen die de academie heeft geselecteerd voor een kortlopende studierichting. Een schriftelijke neerslag (op papier of digitaal) die de ontwikkeling van de leerling in kaart brengt, vormt de vertrekbasis voor dat gesprek.

2.4.2. Aanwezigheidsverplichting

De leerlingen zijn verplicht om deel te nemen aan de evaluatieactiviteiten.

Leerlingen die meer dan een derde van de lessen niet hebben bijgewoond zonder dat hun afwezigheid gewettigd was, zijn niet geslaagd.

2.4.3. Verlengen van het leertraject

Als de leerling te weinig vorderingen maakt in zijn competentieontwikkeling of niet geslaagd is, kunnen de directeur en betrokken leerkrachten beslissen om leerling een bijkomend leerjaar te laten volgen. In een langlopende studierichting kan er per graad maximaal één leerjaar bijkomen. In een kort lopende studierichting kan er maar één leerjaar bijkomen.

Een bijkomend leerjaar is geen recht van de leerling. De directeur en leerkrachten beslissen of overzitten verantwoord is of niet. Overzitten is een laatste redmiddel. De academie zet het alleen i n als andere initiatieven om het leerproces bij te sturen onvoldoende effect hadden. Het document dat de academie gebruikt om feedback te geven (cf 2.4.1.) maakt duidelijk dat de ontwikkeling van bepaalde competenties tekortschiet.Het leertraject verlengen om andere redenen, bijvoorbeeld uitstellen van de eindevaluatie, is niet toegestaan.

Bijvoorbeeld: een leerling is in het eerste leerjaar van tweede graad muziek vaak ziek tussen januari en april. De leerkracht van muzikale en culturele vorming geeft de leerling drie keer extra uitleg en bijkomende oefeningen. Na de zangproef blijkt echter dat de leerling nog niet voldoende vlot noten kan lezen. De leerkrachten en directeur beslissen om de leerling het eerste leerjaar te laten overzitten.

Bijvoorbeeld: Een leerling in het laatste leerjaar vierde graad van de optie beeldhouwen en ruimtelijk ontwerp werkt aan een ambitieus project dat hij wil voorstellen aan de jury. Uiteindelijk kan de leerling niet alle werken tijdig afwerken. Op basis van de afgewerkte beeldhouwwerken kan de jury wel een valide en betrouwbare evaluatie uitvoeren. De leerling is geslaagd. In plaats van over te zitten in de vierde graad wordt de leerling toegelaten tot de specialisatie beeldende en audiovisuele kunsten om het volledige pr oject uit te voeren.

3. Certificeren

3.1. Welke certificaten kan een leerling behalen?

Het volgende overzicht bevat de certificaten die een academie moet uitreiken aan alle leerlingen die hun leertraject of een deel ervan succesvol hebben afgelegd:

  • na de eerst e, tweede of derde graad van een domein: bewijs van competenties van de graad van het domein in kwestie;
  • na een kortlopende studierichting beeldende en audiovisuele cultuur, danscultuur, muziekcultuur, muziekgeschiedenis, woordkunst- en dramacultuur, speci alisatie beeldende en audiovisuele kunsten, specialisatie dans, specialisatie muziek, specialisatie woordkunst-drama: een bewijs van competenties van de kortlopende studierichting in kwestie;
  • na een individueel aangepast curriculum: een leerbewijs;
  • na leer activiteiten op maat: een leerbewijs;
  • na de vierde graad van een langlopende studierichting: bewijs van de beroepskwalificatie in kwestie.

Op het einde van een leerjaar kan een academie ook een bewijs van competenties uitreiken aan de leerlingen die geslaagd zijn voor dat leerjaar, maar dat is niet verplicht.

Om een beroepskwalificatie te behalen, moet de leerling alle competenties ervan verworven hebben. Als dat niet het geval is, kan de academie een bewijs van competenties uitreiken voor het gedeelte dat hij wel heeft verworven.

3.2. Erkenning van verworven competenties (EVC)

Leerlingen die geen opl eiding gevolgd hebben in het deeltijds kunstonderwijs, maar wel beschikken over de basiscompetenties of (een deel van) van de competenties van een beroepskwalificatie kunnen toch een certificaat verwerven.

Door het niveaudecreet is een erkende academie b evoegd om verworven competenties te beoordelen en te certificeren met een bewijs van beroepskwalificatie, een bewijs van competenties of een leerbewijs. De academie kan de leerling vragen om een test af te leggen.

3.3. De opmaak van een certificaat

3.3.1. Geen vormvereisten

De academie bepaalt zelf de lay-out van het document. De volgorde van de verplichte elementen kan ze ook zelf bepalen.

3.3.2. Verplichte elementen voor alle certificaten

3.3.2.1. Opschrift en referentie naar de regelgeving

Naargelang de aard van het certificaat, draagt het certificaatéén van de volgende teksten:

  • Bewijs van competenties, verworven in het deeltijds kunstonderwijs;
  • Leerbewijs deeltijds kunstonderwijs;
  • Bewijs van beroepskwalificatie, behaald in het deeltijds kunstonderwijs.

Omwille van de rechtsgeldi gheid vermeldt het certificaat ook de volgende tekst:

“uitgereikt conform de bepalingen van het Decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs en het Besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de org anisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs”.

3.3.2.2. Identificatiegegevens van de leerling

Het certificaat vermeldt alle voornamen, de familienaam en de geboortedatum en -plaats van de leerling.

3.3.2.3. Naam van de opleiding

Het certificaat bevat de officiële benaming van de opleiding die de leerling gevolgd heeft. Het certificaat vermeldt een van de volgende benamingen:

  • domeinoverschrijdende initiatieopleiding in de eerste graad;
  • eerste graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten;
  • eerste graad van het domein dans;
  • eerste graad van het domein woordkunst-drama;
  • eerste graad van het domein muziek;
  • tweede graad van het domein dans;
  • tweede graad van het domein woordkunst-dram a;
  • <naam optie> in de tweede graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten;
  • < naam muziekinstrument of zang> in de tweede graad van het domein muziek;
  • < naam optie>in de derde graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten;
  • < naam optie> i n de derde graad van het domein dans;
  • < naam optie> in de derde graad van het domein woordkunst-drama;
  • < naam optie> en < naam muziekinstrument of zang*>inde derde graad van het domein muziek;
  • < naam optie >in de vierde graad van het domein beeldende en au diovisuele kunsten;
  • < naam optie > in de vierde graad van het domein dans;
  • < naam optie > in de vierde graad van het domein woordkunst-drama;
  • < naam optie> en < naam muziekinstrument of zang*> in de vierde graad;
  • beeldende en audiovisuele cultuur;
  • recensent: beeldende en audiovisuele kunsten;
  • < naam optie> in de specialisatie beeldende en audiovisuele kunsten;
  • danscultuur;
  • recensent: dans;
  • < naam optie> in de specialisatie dans;
  • woordkunst- en dramacultuur;
  • recensent: woordkunst-drama;
  • schrijver;
  • < naam opt ie> in de specialisatie woordkunst-drama;
  • muziekcultuur;
  • recensent: muziek;
  • muziekgeschiedenis;
  • < naam optie> en < naam muziekinstrument of zang*>in de specialisatie muziek;
  • < naam van de lessenreeks**>;

*in voorkomend geval

** in het geva l van leeractiviteiten op maat

3.3.2.4. Studieomvang van de opleiding

De studieomvang wordt uitgedrukt in wekelijkse lestijden, voorafgegaan door de tekst: “met de globale studieomvang van”. Naargelang de graad van een langlopende studierichting en voor elke kortlo pende studierichtingbepaalt het niveaudecreet een minimale studieomvang. Academies kunnen ook meer lestijden organiseren. In dat geval bevat het certificaat de effectieve studieomvang.

Het certificaat houdt geen rekening met de bijkomende studieomvang die een leerling volgt bij een verlengd leertraject en evenmin met de verminderde studieomvang als de leerling een leerjaar overslaat.

Overzicht van de globale minimale studieomvang per graad en domein van een langlopende studierichting en van een kortlopend e studierichting:

  • eerste graadvan alle domeinen en domeinoverschrijdend: twee wekelijke lestijden;
  • tweede graad beeldende en audiovisuele kunsten:acht wekelijkse lestijden;
  • tweede graad dans: acht wekelijkse lestijden;
  • tweede graad woordkunst-drama: vier w ekelijkse lestijden;
  • tweede graad muziek voor jongeren: twaalf wekelijkse lestijden;
  • tweede graad muziek voor volwassenen: negen wekelijkse lestijden;
  • derde graad beeldende en audiovisuele kunsten voor jongeren: vierentwintig wekelijkse lestijden;
  • derde gr aad beeldende en audiovisuele kunsten voor volwassenen: acht wekelijkse lestijden;
  • derde graad dans: zevenenhalf wekelijkse lestijden;
  • derde graad woordkunst-drama: zes wekelijkse lestijden;
  • derde graad muziek: negen wekelijkse lestijden;
  • vierde graad beel dende en audiovisuele kunsten: veertig wekelijkse lestijden;
  • vierde graad dans: negen wekelijkse lestijden;
  • vierde graad woordkunst-drama: zes wekelijkse lestijden;
  • vierde graad muziek: zes wekelijkse lestijden;
  • beeldende en audiovisuele cultuur: zes wekel ijkse lestijden;
  • specialisatie beeldende en audiovisuele kunsten: zestien wekelijkse lestijden;
  • danscultuur: zes wekelijkse lestijden;
  • specialisatie dans: vier wekelijkse lestijden;
  • woordkunst- en dramacultuur: zes wekelijkse lestijden;
  • schrijver: negen wekelijkse lestijden;
  • specialisatie woordkunst-drama: vier wekelijkse lestijden;
  • muziekcultuur: zes wekelijkse lestijden;
  • muziekgeschiedenis: zes wekelijkse lestijden;
  • specialisatie muziek: vier wekelijkse lestijden.

In het geval van leeractiviteit en op maat vermeldt het certificaat het aantal lestijden van de lessenreeks. Meestal zijn dat effectieve lestijden en geen wekelijkse lestijden.

3.3.2.5. Plaats waar de opleiding gevolgd is

Alle officiële benamingen van de academies waar de leerling (een deel van) de opleiding gevolgd heeft, staan vermeld op het certificaat.

3.3.2.6. Eindbeoordeling

Het certificaat vermeldt ten minste dat de leerling geslaagd is.

Naargelang de visie op evalueren die academie heeft uitgewerkt, kan ze refereren aan de score die de leerling behaald heeft bij de evaluatie. De academie kan zelf de beoordelingsschaal kiezen: puntensysteem, percentage, lettercodesysteem, omschrijving (voldoende, goed, zeer goed, uitstekend). Naargelang de beoordelingsschaal, kiest de academie een gepaste omschri jving.

Voorbeelden:

  • geslaagd met 70 punten op 100
  • geslaagd met 80% van de punten
  • geslaagd met de score B+ behaald bij de eindevaluatie
  • geslaagd met de vermelding “uitstekend” in het verslag van de evaluatiecommissie

Een academie kan een graad van verdiens te toekennen en op het certificaat vermelden

Voorbeelden:

  • met onderscheiding, met grote onderscheiding, met grootste onderscheiding,…
  • cum laude, ..

De academie kan aan het certificaat een bijlage toevoegen die uitleg geeft bij de beoordelingsschaal die de academie gebruikt. Het certificaat bevat dan een verwijzing naar die bijlage.

3.3.2.7. Authenticiteitsgegevens

Om de authenticiteit te staven bevat het certificaat de volgende elementen:

  • plaats van uitreiking:
  • datum van uitreiking:
  • naam en handtekening van de directeur van de academie die het certificaat uitreikt.

3.3.3. Verplichte elementen voor een bewijs van competenties

Het certificaat vermeldt de volgende tekst: “Aan dit bewijs van competenties is een document met de verworven compete ntiesals bijlage toegevoegd.”.

3.3.4. Verplichte elementen voor een bewijs van beroepskwalificatie

Het certificaat vermeldt de officiële benaming van deberoepskwalificatie die de leerling behaald heeft. Het volgende overzicht bevat per studierichting de benamin g van de beroepskwalificatie.

  • beeldend kunstenaar: amateur beeldend kunstenaar;
    • cineast: amateur cineast;
    • fotograaf: amateur fotograaf;
    • juweelontwerper/goudsmid: juweelontwerper/goudsmid;
    • kantwerker: kantwerker;
    • ontwerper: amateur ontwerper;
    • restauratieva kman meubel: restauratievakman meubel;
    • siersmid/kunstsmid: siersmid/kunstsmid;
    • choreograaf: amateur choreograaf;
    • creërend danser: amateur creërend danser;
    • vertolkend danser: amateur vertolkend danser;
    • creërend acteur: amateur creërend acteur;
    • theaterregiss eur: amateur theaterregisseur;
    • vertolkend acteur: amateur vertolkend acteur;
    • beiaardier: beiaardier;
    • creërend muzikant: amateur creërend muzikant;
    • dirigent: amateur dirigent;
    • dj: amateur dj;
    • vertolkend muzikant: amateur vertolkend muzikant.

Een bewijs van beroepskwalificatie bevat ook een zegel van de academie die de echtheid van het document aantoont. Dat kan een watermerk of een stempel zijn.

Ten slotte bevat het bewijs van beroepskwalificatie het logo van de Vlaamse kwalificatiestructuur .

3.4. Bijlagen bij het certificaat

3.4.1. Verplichte bijlagen

Bij een bewijs van competenties hoort een bijlage met alle competenties die de leerling verworven heeft. De academie kan daarvoor citeren uit de basiscompetenties van de graad en het domein of de comp etenties van de beroepskwalificatie waartoe de opleiding behoort.

3.4.2. Optionele bijlagen

De academie kan een bijlage toevoegen aan het certificaat die uitleg geeft bij het evaluatiesysteem: beoordelingsschaal, graden van verdienste.

Het portfolio of het rep ertoire dat de leerling heeft opgebouwd tijdens zijn opleiding kan een bijlage vormen bij het certificaat. Voor leerlingen die hun studies onderbreken is dat een handig instrument dat leerkrachten helpt bij de inschaling op het moment dat leerling zijn lee rloopbaan voortzet.

Als het portfolio of het repertoire online te raadplegen is, vermeldt de bijlage het adres van die website.