Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de vorm van het hogeronderwijsdiploma en de inhoud van het bijbehorend diplomasupplement

  • goedkeuringsdatum
    12 december 2014
  • publicatiedatum
    B.S.03/02/2015
  • datum laatste wijziging
    01/10/2015

De Vlaamse Regering,

Gelet op de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, artikel II.252, § 1;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot vaststelling van de vorm van de diploma's en de inhoud van het bijhorend diplomasupplement uitgereikt door de instellingen voor hoger onderwijs in Vlaanderen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 houdende de vastgelegde voorwaarden van de Europese Richtlijn 2005/36/EC bij de vaststelling van het opleidingsprogramma in Vlaanderen leidende tot de graad van bachelor met de kwalificatie verpleegkunde;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 22 april 2014;

Gelet op het advies 56.449/1 van de Raad van State, gegeven op 3 juli 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder :

1° Codex Hoger Onderwijs: de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013;

2° instelling: de universiteiten vermeld in artikel II.2 van de Codex Hoger Onderwijs, de hogescholen vermeld in artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs en de instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening vermeld in artikel II.19 tot en met II.21 van de Codex Hoger Onderwijs.

Dit besluit is van toepassing op de graden bachelor, master en doctor verleend conform de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs en het diploma van leraar.

Art. 2.

Het diploma vermeldt :

1° de benaming van de graad, namelijk de aanduiding van "bachelor", "master" of "doctor";

2° de vermelding van het niveau en het logo van de Vlaamse Kwalificatiestructuur, als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur en de vermelding van het overeenstemmende niveau en het logo van de European Qualifications Framework for lifelong learning indien van toepassing;

3° de studieomvang van de opleiding, uitgedrukt in studiepunten;

4° de accreditatievoorschriften waaraan de opleiding voldoet, conform de Codex Hoger Onderwijs;

5° de titel die gevoerd mag worden met toepassing van artikel II.76 van de Codex Hoger Onderwijs;

6° de toegekende eindbeoordeling indien van toepassing;

7° de officiële naam van de instelling(en);

8° dat het diploma wordt uitgereikt conform de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs;

9° de voornaam, naam, geboortedatum en -plaats van de gediplomeerde;

10° de plaats en datum van de uitreiking;

11° de naam en de handtekening van het hoofd van de instelling(en);

12° dat een diplomasupplement bij het diploma hoort.

Op het diploma van diegene die gerechtigd is de titel van arts, verantwoordelijk algemeen ziekenverple(e)g(st)er, tandarts, dierenarts, vroedvrouw, apotheker, architect en burgerlijk ingenieur-architect te voeren conform artikel II.76 van de Codex Hoger Onderwijs wordt vermeld dat bij de vaststelling van het opleidingsprogramma de vereisten voor de toegang tot de gereglementeerde beroepen van arts, verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, tandarts, dierenarts, vroedvrouw, apotheker en architect zoals bepaald in de Europese richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties zijn nageleefd.

Bij de graden bachelor en master wordt de kwalificatie van de graad, namelijk de toevoeging die verwijst naar de voltooide opleiding, en, in voorkomend geval, de afstudeerrichting, vermeld. Op het diploma bachelor in de verpleegkunde wordt geen afstudeerrichting vermeld. In voorkomend geval wordt ook afzonderlijk de graad met de specificatie, vermeld in artikel II.75, § 8, van de Codex Hoger Onderwijs, vermeld op het diploma. De afkorting van de graad, vermeld in artikel II.77 van de Codex Hoger Onderwijs, met de specificatie wordt dan ook vermeld op het diploma.

Op het diploma van leraar wordt de titel van leraar vermeld en bij de graad "bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs" worden ook de onderwijsvakken vermeld. Het diploma wordt bekleed met het zegel van de instelling(en). De instellingen kunnen ook het logo toevoegen van de associatie waartoe ze behoren.

Art. 3.

Het diploma en het bijbehorende diplomasupplement zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen één geheel.

Art. 4.

Met uitzondering van het diploma uitgereikt volgens artikel II.245 van de Codex Hoger Onderwijs wordt het diploma en het bijhorend diplomasupplement uitgereikt door een instelling kosteloos verstrekt in het Nederlands. Het bijbehorende diplomasupplement wordt kosteloos verstrekt in het Engels. Voor een opleiding die volledig in een andere taal dan het Nederlands of Engels wordt aangeboden, wordt het diplomasupplement ook in die taal kosteloos verstrekt.

Art. 5.

Het diplomasupplement heeft een inleiding. De inleiding is totaal gebaseerd op het model van de Europese Commissie, de Raad van Europa en UNESCO/CEPES. De voormelde inleiding is opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.

Het model van het diplomasupplement is totaal gebaseerd op het model van de Europese Commissie, de Raad van Europa en UNESCO/CEPES. Het model van het diplomasupplement is opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

De informatie wordt uitsluitend verstrekt aan de hand van de acht onderdelen met de vermelde subonderdelen en in dezelfde volgorde vanwege de internationale herkenbaarheid van het Vlaamse diplomasupplement.

De informatie over alle acht onderdelen en informatiepunten wordt verstrekt. Zo niet wordt de reden aangegeven of aangeduid dat het informatiepunt "niet van toepassing" is.

In de acht onderdelen met de vermelde subonderdelen verstrekken de instellingen ten minste de informatie, vermeld in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd, ter navolging van de "Explanatory notes" van het model van het diplomasupplement van de Europese Commissie, de Raad van Europa en UNESCO/CEPES.

De instellingen kunnen de informatiepunten aanvullen, maar niet uitbreiden met extra genummerde subonderdelen vanwege de internationale herkenbaarheid van het Vlaamse diplomasupplement.

De instellingen kunnen vrij de opmaak van het diplomasupplement bepalen met uitzondering van de informatieopdeling in acht onderdelen met de informatiepunten en de volgorde ervan, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

De instellingen kunnen extra authenticiteitsmaatregelen nemen voor het diplomasupplement.

Bij multidiplomering, bi-diplomering en gezamenlijke diplomering vermelden de diploma's en de bijbehorende diplomasupplementen dezelfde gegevens vermeld in dit besluit, maar vanwege de bijzondere aard van de diploma's kunnen de instellingen die gegevens aanvullen en aanpassen.

Art. 6.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot vaststelling van de vorm van de diploma's en de inhoud van het bijhorend diplomasupplement uitgereikt door de instellingen voor hoger onderwijs in Vlaanderen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 maart 2007, 11 april 2008 en 24 juli 2009 wordt opgeheven.

Art. 7.

Artikel 6 van besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 houdende de vastgelegde voorwaarden van de Europese Richtlijn 2005/36/EC bij de vaststelling van het opleidingsprogramma in Vlaanderen leidende tot de graad van bachelor met de kwalificatie verpleegkunde wordt opgeheven.

Art. 8.

Dit besluit treedt in werking met ingang van het academiejaar 2015-2016.

Art. 9.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage 1

De inleiding van het diplomasupplement, vermeld in artikel 5, eerste lid

Het diplomasupplement is gebaseerd op het model dat door de Europese Commissie, de Raad van Europa en UNESCO/CEPES is ontwikkeld. De bedoeling van het diplomasupplement is voldoende onafhankelijke gegevens te verstrekken ter verbetering van de internationale transparantie en geschikte erkenning van diploma's (diploma's, getuigschriften, certificaten enz.) voor academische en professionele doeleinden.

This Diploma Supplement follows the model developed by the European Commission, Council of Europe and UNESCO/CEPES. The purpose of the supplement is to provide sufficient independent data to improve the international `transparency' and fair academic and professional recognition of qualifications (diplomas, degrees, certificates etc.).

Het diplomasupplement is ontworpen om het volgende te beschrijven: de aard, het niveau, de context, de inhoud en de status van de studies die met succes werden gevolgd en beëindigd door de persoon vermeld op het originele diploma waartoe het diplomasupplement behoort. Het diplomasupplement moet vrij zijn van enig waardeoordeel, verklaringen over gelijkwaardigheid en erkennings-suggesties. Informatie over alle acht onderdelen zal verstrekt worden. Waar geen informatie kan worden verstrekt, moet uitleg over de reden worden verschaft

It is designed to provide a description of the nature, level, context, content and status of the studies that were pursued and successfully completed by the individual named on the original qualification to which this supplement is appended. It should be free from any value judgements, equivalence statements or suggestions about recognition. Information in all eight sections should be provided. Where information is not provided, an explanation should give the reason why.

Bijlage 2

Het inhoudelijk model van het diplomasupplement, conform het model van de Europese Commissie, de Raad van Europa en UNESCO/CEPES, vermeld in artikel 5, tweede lid

1. INFORMATIE OVER DE IDENTITEIT VAN DE GEDIPLOMEERDE

1. INFORMATION IDENTIFYING THE HOLDER OF THE QUALIFICATION

1.1. Naam

1.1. Family name(s)

1.2. Voorn(a)am(en)

1.2. Given name(s)

1.3. Geboortedatum

1.3. Date of birth (day/month/year)

1.4. Studentennummer

1.4. Student identification number or code (if available)

2. INFORMATIE OVER HET DIPLOMA

2. INFORMATION IDENTIFYING THE QUALIFICATION

2.1. Benaming van het diploma en titel

2.1 Name of qualification and (if applicable) title conferred (in original language)

2.2. Studiegebied(en)

2.2 Main field(s) of study for the qualification

2.3 Officiële naam en status van de uitreikende instelling(en)

2.3 Name and status of awarding institution (in original language)

2.4. Instelling verantwoordelijk voor het programma

2.4 Name and status of institution (if different from 2.3) administering studies (in original language)

2.5. Onderwijs- en examentaal

2.5. Language(s) of instruction/examination

3. INFORMATIE OVER HET NIVEAU VAN HET DIPLOMA

3. INFORMATION ON THE LEVEL OF THE QUALIFICATION

3.1. Niveau van het diploma

3.1. Level of qualification

3.2. Studieomvang van de opleiding

3.2. Official length of programme

3.3. Toelatingsvoorwaarde(n)

3.3. Access requirements(s)

4. INFORMATIE OVER OPLEIDING EN BEHAALDE STUDIERESULTATEN

4 INFORMATION ON THE CONTENTS AND RESULTS GAINED

4.1. Onderwijsvorm

4.1. Mode of study

4.2. Programmakenmerken

4.2. Programme requirements

4.3. Opleidingsonderdelen

4.3. Programme details: (e.g. modules or units studied), and the individual grades/marks/credits obtained (if this information is available on an official transcript this should be used here)

4.4. Examencijfersysteem

4.4. Grading scheme and, if available, grade distribution guidance

4.5. Toegekende eindbeoordeling

4.5. Overall classification of the qualification (in original language)

5. INFORMATIE OVER DE FUNCTIE VAN HET DIPLOMA

5. INFORMATION ON THE FUNCTION OF THE QUALIFICATION

5.1. Toegang tot vervolgopleidingen

5.1. Access to further study

5.2. Civiele effecten

5.2. Professional status (if applicable)

6. AANVULLENDE INFORMATIE

6. ADDITIONAL INFORMATION

6.1. Aanvullend informatie

6.1. Additional information

6.2. Extra informatiebronnen

6.2. Further information sources

7. AUTHENTICITEIT VAN HET DIPLOMASUPPLEMENT

7. CERTIFICATION OF THE SUPPLEMENT

7.1. Datum

7.1. Date

7.2. Handtekening

7.2. Signature

7.3. De functie van diegene die het diplomasupplement ondertekent

7.3. Capacity

7.4. Zegel van de instelling

7.4. Official stamp or seal

8. INFORMATIE OVER HET VLAAMS ONDERWIJSSYSTEEM

8 INFORMATION ON THE NATIONAL HIGHER EDUCATION SYSTEM

Bijlage 3

De informatie ter navolging van de "Explanatory notes" van het model van het diplomasupplement van de Europese Commissie, de Raad van Europa en UNESCO/CEPES, vermeld in artikel 5, vijfde lid 1.

INFORMATIE OVER DE IDENTITEIT VAN DE GEDIPLOMEERDE

1.1. Naam: de volledige familienaam.

1.2. Voornaam: voorn(a)m(en).

1.3. Geboortedatum: dag, maand en jaar.

1.4. Studentennummer: de persoonlijke studentencode vermeld in de databank van de instelling.

2. INFORMATIE OVER HET DIPLOMA

2.1. Benaming van het diploma en titel: de volledige benaming van het diploma, zoals vermeld op het diploma. Hier kan ook de titel die gevoerd mag worden overeenkomstig de Codex Hoger Onderwijs vermeld worden. Op het diplomasupplement van het diploma bachelor in de verpleegkunde wordt er geen specialisatie of afstudeerrichting vermeld. In voorkomend geval wordt de graad en de specificatie apart vermeld. De afkorting van de graad met de specificatie wordt dan ook vermeld.

2.2. Studiegebied(en): de studiegebieden vermeld in de Codex Hoger Onderwijs.

2.3. Officiële naam/namen en status van de uitreikende instelling(en): de wettelijke naam van de instelling in de originele taal. Als het diploma een gezamenlijk diploma is, worden alle betrokken instellingen vermeld. Hogeronderwijsinstellingen vermelden onder dit punt ook hun registratiestatus, namelijk "ambtshalve geregistreerde instelling".

2.4. Instelling verantwoordelijk voor het programma: als de uitreikende instelling en de instelling(en) die verantwoordelijk zijn voor het programma niet dezelfde zijn, kan hier de status van de instellingen aangegeven worden.

2.5. Onderwijs- en examentaal: de algemene onderwijs- en examentaal wordt hier vermeld. De gebruikte onderwijstaal per opleidingsonderdeel wordt in punt 4.3 van het diplomasupplement vermeld.

3. INFORMATIE OVER HET NIVEAU VAN HET DIPLOMA

3.1. Niveau van het diploma: bachelor, master of doctor. Op het diploma van leraar wordt "niet van toepassing" vermeld.

Bij het vermelden van de graad bachelor wordt ook aangegeven dat :

- het een "First Cycle Qualification" is in het raamwerk van de European Higher Education Area (Bolognaproces).

In punt 8 van het diplomasupplement wordt over de Self-Certification van 2 februari 2009 meer uitleg verstrekt.

- het ook een "qualification of level 6 of the European Qualifications Framework for Lifelong Learning" is omdat de gevalideerde decretale beschrijvingen van de opleidingen voor de graad van bachelor zijn opgenomen als kwalificaties van niveau zes in de Vlaamse kwalificatiestructuur, als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

In punt 8 van het diplomasupplement wordt over de Vlaamse kwalificaties van niveau zes meer uitleg verstrekt.

Bij het vermelden van de graad master wordt ook aangegeven dat :

- het een "Second Cycle Qualification" is in het raamwerk van de European Higher Education Area (Bolognaproces). In punt 8 van het diplomasupplement wordt over de Self-Certification van 2 februari 2009 meer uitleg verstrekt.

- het ook een "qualification of level 7 of the European Qualifications Framework for Lifelong Learning" is omdat de gevalideerde decretale beschrijvingen van de opleidingen voor de graad van master zijn opgenomen als kwalificaties van niveau zeven in de Vlaamse kwalificatiestructuur, als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. In punt 8 van het diplomasupplement wordt over de kwalificaties van niveau zeven meer uitleg verstrekt.

Bij het vermelden van de graad doctor wordt ook aangegeven dat :

- het een "Third Cycle Qualification" is in het raamwerk van de European Higher Education Area (Bolognaproces). In punt 8 van het diplomasupplement wordt over de Self-Certification van 2 februari 2009 meer uitleg verstrekt.

- het ook een "qualification of level 8 of the European Qualifications Framework for Lifelong Learning" is omdat de gevalideerde decretale beschrijvingen voor de graad van doctor zijn opgenomen als kwalificaties van niveau acht in de Vlaamse kwalificatiestructuur, als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. In punt 8 van het diplomasupplement wordt over de kwalificaties van niveau acht meer uitleg verstrekt.

3.2. Studieomvang van de opleiding: de studieomvang van de opleiding uitgedrukt in studiepunten met de nadrukkelijke bevestiging dat het Vlaamse studiepuntensysteem volledig conform de European Credit Transfer and Accumulation System (ECTS) is.

3.3. Toelatingsvoorwaarde(n): een beschrijving van de algemene toelatingsvoorwaarde(n) en in voorkomend geval de gehanteerde bijzondere toelatingsvoorwaarde(n)

4. INFORMATIE OVER DE OPLEIDING EN DE BEHAALDE STUDIERESULTATEN

4.1. Onderwijsvorm: informatie over de organisatie van de opleiding en de flexibele leerwegen, zoals bijvoorbeeld avond- of weekendonderwijs, afstandsonderwijs en e-learning.

4.2. Programmakenmerken: de niveaudescriptoren van de opleiding, vermeld in artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs en in artikel 6 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

Indien mogelijk ook de domeinspecifieke leerresultaten, de leerresultaten van de opleiding en de leerresultaten van elk opleidingsonderdeel of een verwijzing naar de informatiebron(nen) hierover.

In het diplomasupplement van master wordt ook vermeld dat het wordt afgesloten met een masterproef, waarvan de studieomvang, uitgedrukt in studiepunten, gelijk is aan ten minste één vijfde van het totale aantal studiepunten van het opleidingsprogramma, met een minimum van vijftien studiepunten en een maximum van dertig studiepunten.

In het diplomasupplement van doctor wordt ook vermeld dat de voorbereiding van een doctoraatsproefschrift tot doel heeft de vorming van een onderzoeker, die op een zelfstandige wijze een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling en de groei van de wetenschappelijke kennis, en dat het proefschrift blijk geeft van het vermogen tot de creatie van nieuwe wetenschappelijke kennis in een bepaald vakgebied of over vakgebieden heen op grond van zelfstandig wetenschappelijk onderzoek, met inbegrip van de kunsten, en moet kunnen leiden tot wetenschappelijke publicaties.

4.3. Opleidingsonderdelen: een overzicht van de opleidingsonderdelen met de studiepunten, inclusief stages en scripties, en de behaalde individuele examencijfers.

De gebruikte onderwijstaal per opleidingsonderdeel wordt hier ook vermeld.

In het diplomasupplement van master wordt de titel van de masterproef met het gewicht in studiepunten en het behaalde individuele cijfer vermeld.

In het diplomasupplement van doctor wordt de titel van het doctoraatsproefschrift vermeld.

Als het diploma een gezamenlijk diploma is, wordt in dit punt vermeld waar welke opleidingsonderdelen zijn gevolgd.

In casu worden ook expliciet de internationale uitwisselingsverblijven vermeld, zoals de Erasmusuitwisselingen.

4.4. Examencijfersysteem: de vermelding dat een student slaagt voor een opleidingsonderdeel als hij ten minste 10 op 20 behaalt, tenzij het instellingsbestuur op grond van de specificiteit van het opleidingsonderdeel of module een andere, niet-numerieke, vorm van resultaatsbepaling heeft bepaald.

Dat wordt hier dan ook toegelicht.

4.5. Toegekende eindbeoordeling: de graad van verdienste

5. INFORMATIE OVER DE FUNCTIE VAN HET DIPLOMA

5.1. Toegang tot vervolgopleidingen: informatie over de aansluiting en de mogelijke vervolgopleidingen

5.2. Civiele effecten: informatie over de toegang tot een gereglementeerd beroep.

Als dat van toepassing is, de titel die gevoerd mag worden in overeenstemming met artikel II.76 van de Codex Hoger Onderwijs.

Als dat van toepassing is, bevestigt het instellingsbestuur dat bij de vaststelling van het opleidingsprogramma de vereisten, vermeld in de Europese richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, voor de toegang tot de beroepen van arts, huisarts, verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, tandarts, dierenarts, vroedvrouw, apotheker en architect, zijn nageleefd.

Als dat van toepassing is, worden hier ook de onderwijsvakken vermeld.

6. AANVULLENDE INFORMATIE

6.1. Aanvullende informatie: informatie over de beslissing tot het verlenen van vrijstellingen op grond van eerder verworven kwalificaties en competenties; informatie over de studieduurverkorting, namelijk de motivatie tot beslissing tot vermindering van de studieomvang en de grootte ervan, uitgedrukt in studiepunten; informatie over de vooropleiding met vermelding van de instelling(en) waaraan de student opleidingsonderdelen heeft gevolgd als die verschillend is (zijn) van de uitreikende instelling; in voorkomend geval gedetailleerde informatie over de aspecten van de gezamenlijke, dubbele en multipele diploma's; ...

6.2. Extra informatiebronnen: de contactgegevens van de uitreikende instelling; de contactgegevens van het Vlaams informatiecentrum dat behoort tot het National Academic Recognition and Information Centre Netwerk van de Europese Commissie van de Europese Unie; de website waarop het Hogeronderwijsregister, vermeld in artikel II.170 van de Codex Hoger Onderwijs, wordt aangeboden.

7. AUTHENTICITEIT VAN HET DIPLOMASUPPLEMENT

7.1. Datum: aangezien het diploma en het diplomasupplement onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en één geheel vormen, is de datum van het diplomasupplement dezelfde als de datum van het diploma.

7.2. Handtekening: voornaam, naam en handtekening

7.3. De functie van diegene die het diplomasupplement ondertekent: diegene die het diplomasupplement ondertekent hoeft niet het hoofd van de instelling te zijn.

7.4. Zegel van de instelling: zegel van de instelling met eventueel het logo van de associatie waartoe de instelling behoort.

8. INFORMATIE OVER HET VLAAMS HOGERONDERWIJSSYSTEEM

Hier wordt het Vlaams onderwijssysteem weergegeven aan de hand van :

- een beschrijving;

- een diagram.

In de beschrijving worden minstens de volgende gegevens vermeld :

- de algemene toelatingsvoorwaarden;

- het kwaliteitszorgsysteem;

- de afronding van de zelfcertificatie in het kader van het Bolognaproces op 2 februari 2009 met de conclusie van onafhankelijke internationale experten waaruit blijkt dat het kwalificatieraamwerk hoger onderwijs van Vlaanderen compatibel is met het overkoepelende raamwerk van de Europese Hogeronderwijsruimte

- de website http://nvao.com/nqf-vl waarop de afronden van de zelfcertificatie door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) officieel wordt bevestigd.