Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de inhoud van het gemotiveerd verslag voor toegang tot het geïntegreerd onderwijs en van het attest bij het verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    13 februari 2015
  • publicatiedatum
    B.S.03/04/2015
  • datum laatste wijziging
    27/09/2016

COORDINATIE

B.Vl.R. 9-9-2016 - B.S. 27-9-2016

De Vlaamse Regering,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 15, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014, en artikel 16, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014;

Gelet op het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 10;

Gelet op de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, artikel 294, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014, en artikel 352, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 november 2014;

Gelet op advies 56.975/1 van de Raad van State, gegeven op 9 februari 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op het basisonderwijs en op het secundair onderwijs.

Art. 2.

In dit besluit wordt verstaan onder :

1° attest: het attest, vermeld in artikel 15, § 3, van het decreet van 25 februari 1997 en in artikel 294, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;

2° decreet van 25 februari 1997: het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;

3° gemotiveerd verslag: het gemotiveerd verslag, vermeld in artikel 16 van het decreet van 25 februari 1997 en in artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;

4° verslag: het attest en het protocol ter verantwoording, vermeld in artikel 15 van het decreet van 25 februari 1997 en artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.

HOOFDSTUK 2. - Verslag

Art. 3.

Het attest bevat de volgende elementen :

1° de identificatiegegevens van de leerling: voornaam, achternaam, geboortedatum en adres;

2° de identificatiegegevens van de ouders: voornaam, achternaam en adres;

3° de identificatiegegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding dat het attest bij de eerste attestering heeft afgeleverd: naam, adres en instellingsnummer, en voor- en achternaam van de directeur;

4° het type voor het buitengewoon basisonderwijs, of het type en de opleidingsvorm voor het buitengewoon secundair onderwijs bij de eerste attestering, met vermelding van de datum van de ondertekening van het attest, de ingangsdatum van het attest en de handtekening van de directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in punt 3°. De datum van ondertekening is ook de datum van registratie in het registratiesysteem van de centra voor leerlingenbegeleiding;

5° het type voor het buitengewoon basisonderwijs, of het type en de opleidingsvorm voor het buitengewoon secundair onderwijs bij elk van de daaropvolgende attestwijzigingen, met telkens de vermelding van :

a) de identificatiegegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding dat de attestwijziging heeft uitgevoerd, als dat verschillend is van het centrum, vermeld in punt 3° : naam, adres en instellingsnummer, en voor- en achternaam van de directeur;

b) de datum van de ondertekening van de attestwijziging. De datum van ondertekening is ook de datum van registratie in het registratiesysteem van de centra voor leerlingenbegeleiding;

c) [de ingangsdatum van de attestwijziging, die alleen betrekking kan hebben op het daaropvolgende schooljaar en niet op een datum tijdens het lopende schooljaar, tenzij de attestwijziging wordt doorgevoerd om een van de volgende redenen en nadat een handelingsgericht diagnostisch traject is doorlopen :

1) een verhuizing van woonplaats van de leerling, die gepaard gaat met het vinden van een meer passend onderwijsaanbod;

2) een schoolverandering op initiatief van de ouders, waarbij een overschakeling naar het type basisaanbod of type 9, dit laatste eventueel met inbegrip van een overschakeling naar een andere opleidingsvorm, nodig is;

3) na een verblijf in een residentiële setting om medische of psychiatrische redenen of door een plaatsing, waarbij de onderwijsbehoeften zo gewijzigd zijn dat het CLB-team in afstemming met alle partners bepaalt dat een wijziging van type of opleidingsvorm noodzakelijk is;

4) de noodzaak aan opname in een residentiële setting of door een plaatsing, waarbij de onderwijsbehoeften zo gewijzigd zijn dat het CLB-team in afstemming met alle partners bepaalt dat een wijziging van type of opleidingsvorm of onderwijsniveau noodzakelijk is;]

d) de handtekening van de directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding;

6° de extern verkregen classificerende diagnose in geval van de opmaak van een attest voor een van de types, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, 4°, 6°, 7° of 8°, van het decreet van 25 februari 1997, of van artikel 259, § 1, 3°, 4°, 6°, 7° of 8°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. Dat gebeurt door vermelding van het opsommingsnummer of de opsommingsletter van het criterium of de criteria in kwestie, vermeld in de voormelde bepalingen van het decreet van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. De concrete stoornis hoeft niet genoteerd te worden.

B.Vl.R. 9-9-2016

Art. 4.

Het verslag wordt bezorgd aan de ouders. In geval van een effectieve inschrijving in een school voor gewoon of buitengewoon onderwijs is het verslag bestemd voor de directeur van de onderwijsinstelling, ter staving van de inschrijving en wordt het toegevoegd aan het leerlingendossier op school.

Als de leerling in de school voor gewoon onderwijs ingeschreven blijft, wordt het verslag toegevoegd aan het leerlingendossier op school.

Art. 5.

Als de leerling de school voor gewoon of buitengewoon onderwijs verlaat, wordt het verslag aan de ouders terugbezorgd.

HOOFDSTUK 3. - Gemotiveerd verslag

Art. 6. Het gemotiveerd verslag bevat ten minste de volgende analysegegevens :

1° de synthese van het handelingsgericht diagnostisch proces als onderdeel van de fase van uitbreiding van zorg, vermeld in artikel 3, 53° bis, van het decreet van 25 februari 1997 en artikel 3, 44° /1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. In de schriftelijke rapportering worden ten minste de volgende elementen opgenomen :

a) een beschrijving van de specifieke onderwijsbehoeften en de sterktes van de leerling;

b) een beschrijving van de ondersteuningsbehoeften van de ouders die samengaan met de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling;

c) een beschrijving van de ondersteuningsbehoeften van het schoolteam die samengaan met de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling. De school voor gewoon onderwijs formuleert die ondersteuningsbehoeften in overleg met de leerling, de ouders, het schoolteam en het centrum voor leerlingenbegeleiding;

d) een beschrijving van de maatregelen, met inbegrip van compenserende of dispenserende maatregelen, die voor de leerling al genomen werden of nodig zijn;

e) de motivering dat de ondersteuning in het kader van het geïntegreerd onderwijs, in combinatie met de maatregelen, vermeld in punt d), nodig en voldoende zijn om de leerling binnen het gemeenschappelijk curriculum te laten participeren;

2° de aanduiding van het type dat van toepassing is, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4° en 6° tot en met 8°, van het decreet van 25 februari 1997 en artikel 259, § 1, 1° tot en met 4° en 6° tot en met 8°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.

In geval van een aanduiding van het type, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, 4°, 6°, 7° of 8°, van het decreet van 25 februari 1997 of artikel 259, § 1, 3°, 4°, 6°, 7° of 8°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wordt de extern verkregen classificerende diagnose weergegeven in het gemotiveerd verslag. Dat gebeurt door vermelding van het opsommingsnummer of de opsommingsletter van het criterium of de criteria in kwestie, vermeld in voormelde bepalingen van het decreet van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. De concrete stoornis hoeft niet genoteerd te worden.

Art. 7.

In geval van een aanduiding van het type, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 4°, 6° of 7°, van het decreet van 25 februari 1997 of artikel 259, § 1, 4°, 6° of 7°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wordt de ernst van de handicap aangegeven. Onder ernstig wordt verstaan :

1° in geval van een aanduiding van het type, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 4°, van het voormelde decreet, of artikel 259, § 1, 4°, van de voormelde codex: een handicap ten gevolge van een neuro-motorische stoornis sinds de geboorte, na een ziekte of na een ongeval, of syndromen of ziektes die een beenderige, musculaire of gewrichtsaandoening veroorzaken, een spierziekte of spina-bifida, voor zover die handicap een zeer ernstige beperking in het schrijf- of spraakmotorisch functioneren veroorzaakt;

2° in geval van een aanduiding van het type, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 6°, van het voormelde decreet, of artikel 259, § 1, 6°, van de voormelde codex: een gezichtsscherpte, na optische correctie, van maximaal één tiende voor elk oog, en/of aangewezen zijn op brailleschrift;

3° in geval van een aanduiding van het type, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 7°, van het voormelde decreet, of artikel 259, § 1, 7°, van de voormelde codex: een gemiddeld hoorverlies van minstens 90 dB aan beide oren, bepaald volgens de Fletcher-index, en niet meer bereiken dan 40% foneemdiscriminatie in spraakaudiometrie, dat alles afgenomen zonder hoorapparatuur.

In geval van een meervoudige beperking: of de leerling voldoet aan de criteria, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet, of artikel 259, § 1, 2°, van de voormelde codex.

Art. 8.

Het gemotiveerd verslag bevat ook een beschrijving van :

1° de aard van de ondersteuning die de school voor buitengewoon onderwijs zal bieden op school-, leraar- of leerlingniveau als antwoord op de behoeften, vermeld in artikel 6, eerste lid, 1°, a) tot en met c). De school voor buitengewoon onderwijs doet dat in termen van de algemene of handicap-specifieke expertise die geboden zal worden en, als dat mogelijk is, met betrokkenheid van de personeelsleden die daarvoor zullen worden ingezet;

2° de beschrijving van eventuele andere ondersteuning door onderwijsexterne diensten;

3° de beschrijving van de aard van de integratie. Die integratie is :

a) volledig : als de leerling alle lessen en activiteiten volgt in het gewoon onderwijs;

b) gedeeltelijk : als de leerling minstens twee halve dagen per week gewoon onderwijs volgt. In voorkomend geval worden het aantal lestijden, de lessen en activiteiten die de leerling volgt, vermeld;

c) permanent : als de leerling ten minste vanaf 1 oktober tot en met 30 juni van het lopende schooljaar de lessen en activiteiten volgt in het gewoon onderwijs;

d) tijdelijk : als de periode korter is dan de periode, vermeld in punt c).

Art. 9.

§ 1. Het gemotiveerd verslag bevat de identificatiegegevens van de verschillende betrokken partijen bij de vormgeving van het geïntegreerd onderwijs. Het betreft :

1° de leerling: voornaam, achternaam, geboortedatum en adres;

2° de ouders: voornaam, achternaam en adres;

3° de school voor gewoon onderwijs waar de leerling ingeschreven is: naam, adres en instellingsnummer;

4° het centrum voor leerlingenbegeleiding dat de school voor gewoon onderwijs begeleidt en dat het gemotiveerd verslag opmaakt: naam, adres en instellingsnummer;

5° de school voor buitengewoon onderwijs die de ondersteuning in het kader van het geïntegreerd onderwijs biedt: naam, adres en instellingsnummer.

§ 2. De partijen, vermeld in paragraaf 1, bevestigen hun engagement via de handtekening van :

1° de bekwame leerling, vermeld in artikel 4 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp;

2° de ouders;

3° de directeur van de school voor gewoon onderwijs waar de leerling is ingeschreven;

4° de directeur van de school voor buitengewoon onderwijs die de ondersteuning in het kader van het geïntegreerd onderwijs biedt;

5° de directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding van de school voor gewoon onderwijs waar de leerling is ingeschreven.

Wanneer de ouders het gemotiveerd verslag niet ondertekenen zal de GON-ondersteuning niet leerlinggericht ingezet kunnen worden. De weigering kan een inzet van de GON-ondersteuning gericht op de school, de leraar of het lerarenteam echter niet verhinderen.

§ 3. Het gemotiveerd verslag bevat de datum waarop dat gemotiveerd verslag is ondertekend en de ingangsdatum van het geïntegreerd onderwijs. De datum van ondertekening is ook de datum van registratie in het registratiesysteem van de centra voor leerlingenbegeleiding.

Art. 10.

Het centrum voor leerlingenbegeleiding houdt de gegevens die de classificerende diagnose onderbouwen, vermeld in artikel 3, 6°, en artikel 6, tweede lid, bij in het multidisciplinair dossier van de leerling.

HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

Art. 11.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015 voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2015-2016.

Art. 12.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.