Internaten met permanente openstelling (Internaten van het Gemeenschapsonderwijs die voorzien in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen)

  • referentie
    PERS/2015/02
  • publicatiedatum
    08/05/2015
  • datum laatste wijziging
    08/05/2015
  • wettelijke basis
    Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs
  • wettelijke basis
    Decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III, artikelen 29 tot en met 29/7
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014 betreffende verblijf en begeleiding tijdens de schoolvrije dagen in de internaten van het Gemeenschapsonderwijs tijdens de transitiefase
  • contactpersoon
  • contactpersoon
  • De voorzieningen van het Gemeenschapsonderwijs voor residentiële opvang voor jongeren met een beperking maken een transitie naar het beleidsdomein Welzijn.
  • In deze omzendbrief wordt de eerste fase van deze transitie beschreven.
  • Vanaf 1 september 2015 gaan alle kinderen met nood tot verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen binnen de huidige internaten van het Gemeenschapsonderwijs enkel in één van de 8 internaten met permanente openstelling opgevangen worden. Zij moduleren hun aanbod volgens de principes van de integrale jeugdhulp. Doordat verblijf en begeleiding van de betrokken jongeren niet op 4 (huidige opvangcentra) maar op 8 plaatsen zal gebeuren gaat deze reorganisatie gepaard met de herplaatsing van het personeel. 
  • In dit kader wordt er een herplaatsingscommissie opgericht die inmiddels van start is gegaan. De personeelsleden van de 4 opvangcentra maken hun eerste, tweede en derde keuze kenbaar via het keuzeformulier IPO, dat ten laatste op 22 mei 2015 moet ingediend worden bij de herplaatsingscommissie.

1. Situering

De voorzieningen van het Gemeenschapsonderwijs voor residentiële opvang voor jongeren met een beperking maken een transitie naar het beleidsdomein Welzijn.

Deze transitie vindt zijn motivering in:

  • het streven naar homogene bevoegdheidspakketten ;
  • het principe dat gelijke situaties gelijk behandeld moeten worden. 

Voor de jongeren die langdurig verblijven in de voorzieningen (i.c. de opvangcentra) van het Gemeenschapsonderwijs zijn er eerste stappen gezet in de transitie naar een nieuwe werkvorm binnen het beleidsdomein Welzijn.

In deze omzendbrief willen we toelichting geven bij deze eerste stappen.

2. Het concept

De eerste stappen in het concept van de Internaten met Permanente Openstelling (IPO) treden in werking op 1 september 2015 en zien er als volgt uit:

1. De opvangcentra als “werkvorm” verdwijnen en de wekelijkse verhuis van kinderen tussen hun “thuisinternaat” en het opvangcentrum ‘stopt’.

2. In de plaats van 4 opvangcentra komen er 8 internaten met permanente openstelling:

1° MPI Neder-over-Heembeek;

2° MPI Sint-Niklaas;

3° AIBOGO Gavere

4° MPI Kortrijk;

5° MPI Oostende;

6° MPI Lommel;

7° MPI Koksijde;

8° MPI ‘s-Gravenwezel.


3. Alle kinderen met nood tot verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen binnen de huidige internaten van het Gemeenschapsonderwijs zullen in één van de 8 IPO terecht komen. 

De andere internaten voorzien enkel in opvang op schooldagen.

Occasionele vragen tot verblijf tijdens schoolvrije dagen moeten in principe binnen het bestaande aanbod dat gericht is op occasionele opvang beantwoord worden.

4. De IPO moduleren hun aanbod volgens de principes van de integrale jeugdhulp (decreet betreffende de integrale jeugdhulp van 12 juli 2013) en respecteren hierbij het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van gezondheids- en welzijnsvoorzieningen en het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp.

Het kwaliteitstoezicht, met het oog op een verdere integratie binnen het beleidsdomein Welzijn, wordt een gezamenlijke bevoegdheid van de Onderwijs- en Zorginspectie.

5. De capaciteit voor de jongeren die tijdens schoolvrije dagen gebruik maken van verblijf en begeleiding, is vastgelegd op 265 bedden.

De gefaseerde verlaging van de huidige 344 erkende bedden tot de opvangcapaciteit van 265 wordt opgevangen door meerdere pistes: o.a. (ondersteunende) pleegzorg, de reactivering van de context, uitstroom, een verminderde instroom en de opvang van occasionele vragen binnen het daartoe bedoelde welzijnsaanbod.

6. De middelen die aan de internaten die verblijf en begeleiding tijdens de schoolvrije dagen voorzien, ter beschikking worden gesteld zijn:

- 7.515 uren omkadering voor opvoedend hulppersoneel, paramedisch en sociaal personeel, psychologisch en medisch personeel, administratief personeel;

- 350.000 euro werkingsmiddelen voor verblijf en begeleiding; met deze werkingsmiddelen kunnen ook personeelskosten gedragen worden.

De minister van Welzijn en de minister van Onderwijs sluiten per internaat met de Raad van het GO! en de betrokken scholengroepen een beheersovereenkomst af. Dit stelt het betrokken internaat in staat om gedurende de volgende jaren verder te werken aan een kwaliteitsverhogend traject.

7. Doordat verblijf en begeleiding van de betrokken jongeren niet op 4 maar op 8 plaatsen zal gebeuren gaat deze reorganisatie gepaard met de herplaatsing van het personeel.

Hiertoe wordt er decretaal ingegrepen op de werkzaamheden van de reaffectatiecommissies en wordt er een decretale rechtsgrond voor de herplaatsing van personeelsleden voorzien. (Zie punt 3 en 4)

3. Benoemingsstop

De benoemingsstop in de opvangcentra luidt de eerste fase in van de transitie van de opvang tijdens schoolvrije dagen naar het beleidsdomein Welzijn. In het beleidsdomein Welzijn wordt er gefinancierd via een enveloppe en de personeelsleden zijn er contractueel tewerkgesteld. Als voorafgaande bewarende maatregel wordt er daarom een benoemingsstop ingevoerd. 

Met ingang van 1 juli 2015 heeft een nieuwe vaste benoeming voor een personeelslid dat is aangesteld in een ambt van een opvangcentrum geen uitwerking meer ten aanzien van de overheid.

Met ingang van 1 september 2015 heeft ook een nieuwe vaste benoeming voor een personeelslid dat is aangesteld in een ambt van een internaat dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen geen uitwerking ten aanzien van de overheid.

Er worden hierop wel drie uitzonderingen voorzien:

- Ten eerste voor personeelsleden die uiterlijk op 1 juli 2016 de leeftijd bereikt hebben van 55 jaar en op dat ogenblik nog tijdelijk aangesteld zijn of niet volledig vast benoemd zijn in een betrekking in een internaat met permanente openstelling. Zij kunnen nog eenmaal vast benoemd worden op 1 juli 2016 indien er uiteraard ook voldaan is aan de overige benoemingsvoorwaarden voor 55-jarigen.  Meer informatie vindt u hier: http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=9212

- Ten tweede voor tijdelijke personeelsleden die op 30 april 2015 zijn opgenomen op de nominatieve lijst van de herplaatsingscommissie (zie rubriek 4.2.1.) en die het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven uiterlijk op 1 september 2015. Zij kunnen nog vast benoemd worden op de daartoe voorziene data, indien zij uiteraard aan de overige bestaande benoemingsvoorwaarden voldoen. Tot deze groep kunnen ook personeelsleden behoren die een vervangingsopdracht hebben opgenomen.

- Ten derde heeft een vaste benoeming voor een personeelslid van een internaat dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, wel uitwerking ten aanzien van de overheid als het gaat om een personeelslid dat vóór 1 september 2015 werd toegelaten tot de proeftijd in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum en dat is opgenomen op de nominatieve lijst die op 30 april 2015 door de herplaatsingscommissie is vastgelegd. In afwijking van artikel 48, §1 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs moet het betrokken personeelslid tijdens zijn proeftijd effectief presteren in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum of in een internaat dat in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen voorziet voor het volume waarin het werd toegelaten tot de proeftijd.

4. De herplaatsingscommissie

4.1. Inleiding

De herplaatsing van het personeel in de opvangcentra in het gemeenschapsonderwijs kadert eveneens in de eerste fase van de transitie van de opvang tijdens schoolvrije dagen naar het beleidsdomein Welzijn.

Doordat het verblijf en begeleiding van de betrokken jongeren niet op 4 maar op 8 plaatsen zal gebeuren, gaat deze reorganisatie gepaard met de herplaatsing van het personeel. In de 4 bestaande opvangcentra zal immers de omkadering dalen terwijl er in de nieuwe internaten met permanente openstelling nieuwe vacante betrekkingen bijkomen.

De ministers van Onderwijs en Welzijn zijn het engagement aangegaan dat de tewerkstelling van de huidige personeelsleden verzekerd blijft. Om de tewerkstelling van zowel vastbenoemde als tijdelijke personeelsleden (in een vacante betrekking) te kunnen garanderen is een herplaatsingscommissie in het leven geroepen. De ingangsdatum van de bepalingen die betrekking hebben op de herplaatsing van het personeel is 1 april 2015. Indien men zou geopteerd hebben om via de reaffectatie de ‘gewone’ TBSOB-regeling toe te passen, zouden de tijdelijke personeelsleden uit de boot zijn gevallen.

Daarom wordt er, in afwijking op de regelgeving m.b.t. de werkzaamheden van de reaffectatiecommissies, een herplaatsingscommissie opgericht. 

De personeelsleden kunnen een keuze maken voor de instelling waar zij tewerkgesteld willen worden. De herplaatsingscommissie wijst de vastbenoemde personeelsleden toe aan de instelling van eerste keuze, voor zover er vacante betrekkingen zijn. Als er meer kandidaten dan betrekkingen zijn, dan blijven alle personeelsleden aangesteld in hun eigen instelling of indien er geen betrekking is in de eigen instelling, wordt het personeelslid terbeschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking (TBSOB). De herplaatsingscommissie zal ook de tijdelijke personeelsleden (tijdelijken in een vacante betrekking) in een betrekking toewijzen.

De wedertewerkstelling als administratieve hulp  wordt bestendigd voor de personeelsleden die zich op 30 april 2015 in die toestand bevinden.

Dit betekent dat deze personeelsleden buiten de herplaatsing gehouden worden.

4.2. De bevoegdheden van de herplaatsingscommissie

4.2.1. Bevoegdheid tot het vastleggen van de nominatieve lijst

De herplaatsingscommissie heeft de bevoegdheid tot het vastleggen van de nominatieve lijst. Deze lijst bevat:

1.  de personeelsleden die op 30 april 2015 aangesteld zijn als vastbenoemd personeelslid of tot de proeftijd toegelaten zijn ;

2. de personeelsleden die op 30 april 2015 tijdelijk aangesteld zijn in een vacante betrekking in een opvangcentrum ;

3. de personeelsleden die op 30 april 2015 tijdelijk aangesteld zijn in een niet-vacante betrekking in een opvangcentrum en die op 1 september 2015 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerven.

4.2.2. Bevoegdheid tot het regelen van de herplaatsing

De herplaatsingscommissie regelt de herplaatsing van:

-de personeelsleden die op 30 april 2015 aangesteld zijn als vastbenoemd personeelslid of tot de proeftijd toegelaten zijn en die opgenomen zijn op de nominatieve lijst (zie 4.2.1.) ;

-die op 30 april 2015 tijdelijk aangesteld zijn in een vacante betrekking in een opvangcentrum en die opgenomen zijn op de nominatieve lijst (zie 4.2.1.).

De herplaatsingscommissie regelt de herplaatsing voor de volledige opdracht waarvan ze titularis zijn op 30 april 2015.

4.3. Werkwijze: de herplaatsing wordt in drie fasen doorgevoerd

4.3.1. Voorafgaand

De betrokken personeelsleden maken hun eerste, tweede en derde keuze voor een herplaatsing kenbaar via een keuzeformulier IPO (zie bijlage 1). Het personeelslid mag de keuzes beperken tot die internaten die bereikbaar zijn binnen de grenzen vastgelegd in de reglementering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Hierin is vastgelegd dat de afstand tussen de verblijfplaats en het werk maximaal 60 kilometer mag bedragen.

Opgelet : Rekening houdend met de gevolgen van het niet indienen van een keuze, is het aangewezen, om in functie van bewijskracht, het keuzeformulier aangetekend te versturen t.a.v. de herplaatsingscommissie. De uiterste indieningsdatum van het keuzeformulier IPO is 22 mei 2015.

4.3.2. Eerste fase

In de eerste fase herplaatst de herplaatsingscommissie de vastbenoemde personeelsleden.In deze fase houdt de herplaatsingscommissie rekening met de eerste keuze van het personeelslid en de volgende criteria: 

1° de personeelsformatie van de internaten van het Gemeenschapsonderwijs die voorzien in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen;

2° de vacante betrekkingen;

3° de grootste dienstanciënniteit en bij gelijke dienstanciënniteit de grootste ambtsanciënniteit van het betrokken personeelslid;

4° de eerste keuze van het personeelslid.

Deze personeelsleden krijgen door de definitieve herplaatsing de hoedanigheid van personeelslid van het internaat met permanente openstelling.

Deze personeelsleden gaan over als vastbenoemd personeelslid naar het internaat met permanente openstelling.

4.3.3. Tweede fase

De vastbenoemde personeelsleden die tijdens de eerste fase geen herplaatsing gekregen hebben en de tijdelijke personeelsleden zullen in de tweede fase een herplaatsing toegewezen krijgen. In deze fase houdt de herplaatsingscommissie rekening met respectievelijk de eerste, tweede en derde keuze van het personeelslid en de volgende criteria:

1° de personeelsformatie van de internaten van het Gemeenschapsonderwijs die voorzien in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen;

2° de vacante betrekkingen;

3° de statutaire toestand van de betrokken personeelsleden, waarbij voorrang wordt gegeven aan, in de onderstaande volgorde:

a) vastbenoemde personeelsleden;

c) tijdelijke personeelsleden aangesteld voor doorlopende duur;

d) tijdelijke personeelsleden aangesteld voor bepaalde duur;

4° de grootste dienstanciënniteit en bij gelijke dienstanciënniteit de grootste ambtsanciënniteit van het betrokken personeelslid.

Voor de vastbenoemde personeelsleden wordt de herplaatsing beschouwd als een reaffectatie of wedertewerkstelling. 

Vastbenoemde personeelsleden die in de tweede fase geen herplaatsing kregen, blijven aangesteld in hun internaat van oorsprong, hierbij rekening houdend met de verdeling van de betrekkingen: 

De personeelsleden voor wie er een betrekking is, blijven aangesteld in hun internaat van oorsprong;

De vastbenoemde personeelsleden voor wie er geen betrekking is, worden TBSOB. 

4.3.4. Derde fase

Als er na de tweede fase nog vastbenoemde  personeelsleden niet geplaatst zijn, worden die toegewezen aan het internaat met permanente openstelling waar ze oorspronkelijk geaffecteerd waren. Dit gebeurt dan bovenop het kader.

Dat wordt beschouwd als een reaffectatie of wedertewerkstelling.

4.3.5. Een betrekking wordt vacant in een latere fase

De vastbenoemde personeelsleden die niet konden worden toegewezen aan de instelling van eerste keuze, krijgen op het ogenblik dat er een betrekking vacant wordt in die instelling van eerste keuze, deze betrekking als eerste aangeboden. Als zij ingaan op dat aanbod, worden zij er onmiddellijk geaffecteerd (zelfde ambt/zelfde volume). (Dit kan op elk moment in de loop van het schooljaar). Indien er geen vastbenoemde personeelsleden zijn die op het aanbod ingaan, kan de betrekking worden aangeboden  aan een tijdelijk personeelslid.

4.3.6. Reaffectatieregels bij een niet-vacante betrekking

Onverminderd de regelgeving m.b.t. de herplaatsing blijven de principes van de reaffectatieregelgeving onverminderd van toepassing (m.u.v. de regels m.b.t. de reaffectatiecommissies).

Dit betekent dat als er in het begin of in de loop van een schooljaar een vacature ontstaat in een niet vacante betrekking in een internaat met permanente openstelling deze moet worden aangeboden aan de personeelsleden die terbeschikkinggesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en dit in de volgorde die is voorgeschreven in het reaffectatiebesluit. Een ontstane vacature dient dus in de eerste plaats aan de eigen terbeschikkinggestelde personeelsleden te worden aangeboden.

4.3.7. Huishoudelijk reglement

De herplaatsingscommissie legt de verdere werkwijze vast in een huishoudelijk reglement en deelt die mee aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs. Er wordt minimaal vastgelegd dat de commissie haar bevoegdheden uitoefent in onderling overleg en daarbij naar consensus streeft.

4.4. Uitvoeringsmodaliteiten waarmee de herplaatsingscommissie dient rekening te houden

4.4.1. Het begrip dienstanciënniteit 

Het begrip dienstanciënniteit wordt gedefinieerd zoals bepaald in artikel 4, §1 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs (http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=12528).

4.4.2. Mogelijkheid tot afwijkend aanbod

De herplaatsingscommissie kan een afwijkend aanbod doen als de keuze van het vastbenoemde personeelslid niet kan worden ingewilligd.

De herplaatsingscommissie kan een afwijkend aanbod doen als de keuze van het tijdelijke personeelslid niet kan worden ingewilligd, om te vermijden dat het tijdelijke personeelslid wordt ontslagen.

De herplaatsingscommissie kan daarbij ook afwijken van de grenzen vastgelegd in de reglementering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. De afstand tussen de verblijfplaats en het werk mag dus in een dergelijk geval meer bedragen dan 60 kilometer.

4.4.3. Mededeling aan de personeelsleden

De herplaatsingscommissie deelt de herplaatsing aan het betrokken personeelslid mee met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs.

4.4.4. Mogelijkheid van het personeelslid om een bezwaarschrift in te dienen

Het personeelslid kan binnen een termijn van vijf werkdagen vanaf de ontvangst van de toewijzing met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de herplaatsingscommissie.

Het bezwaarschrift schort de herplaatsing niet op.

De herplaatsingscommissie behandelt het bezwaarschrift binnen een termijn van vijf werkdagen vanaf de ontvangst van de aangetekende brief of de afgifte tegen ontvangstbewijs.

De herplaatsingscommissie kan het personeelslid een andere toewijzing geven als ze van oordeel is dat het bezwaarschrift voldoende motiveert dat de criteria zoals vastgelegd voor de eerste en tweede fase van de herplaatsingen niet gerespecteerd zijn.

4.5. Samenstelling van de herplaatsingscommissie

De herplaatsingscommissie omvat maximaal twaalf leden en wordt paritair samengesteld. Ze bestaat uit vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en van de representatieve vakorganisaties. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs wijst een voorzitter en een secretaris aan die bijkomend aan de herplaatsingscommissie worden toegevoegd. In geval van staking van stemmen, neemt de voorzitter een beslissing. Hij mag hierbij afwijken van het voorliggende voorstel. De secretaris heeft geen stem. De secretaris staat in voor de verslaggeving en ziet samen met de voorzitter toe op het correct verloop van de werkzaamheden.

4.6. Verslag aan de Minister

De herplaatsingscommissie legt jaarlijks bij het beëindigen van de werkzaamheden een verslag neer bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs waarin minimaal de doorgevoerde herplaatsingen van de betrokken personeelsleden zijn opgenomen.

5. Rechten en plichten van scholengroepen en personeelsleden bij en na herplaatsing

5.1. Verplichting voor de scholengroepen

Elke scholengroep is verplicht om de hem toegewezen personeelsleden in dienst te nemen.

5.2. Verplichting voor de personeelsleden

De herplaatste personeelsleden zijn verplicht om de toegewezen herplaatsing te aanvaarden en deze op te nemen op 1 september van elk schooljaar of op de datum waarop de vacante betrekking kan worden ingenomen.

Het personeelslid kan tegen de herplaatsing enkel bezwaar indienen op grond van het niet volgen van de criteria die zijn opgenomen in rubriek 4.3.2. en 4.3.3.

5.3. Overgedragen rechten

De personeelsleden verkrijgen door de definitieve herplaatsing de hoedanigheid van personeelslid van het internaat dat in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen voorziet, ten belope van de opdracht waarvoor ze er tewerkgesteld worden.

Deze personeelsleden gaan, al naargelang ze vastbenoemd, tot de proeftijd toegelaten of tijdelijk aangesteld zijn, over als vastbenoemde, tot de proeftijd toegelaten of tijdelijk aangestelde personeelsleden.

De personeelsleden die voor de herplaatsing recht hadden op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur behouden dit recht na de herplaatsing.

De diensten die het personeelslid heeft gepresteerd in een ambt of betrekking worden geacht na de herplaatsing ook gepresteerd te zijn in hetzelfde ambt of dezelfde betrekking.

5.4. Ambtshalve ontslag

Personeelsleden die geen keuze voor een plaats van tewerkstelling indienen of die een herplaatsing volgens de geldende regelgeving weigeren, worden ambtshalve ontslagen.

5.5. Behoud van recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur bij een tewerkstelling in een internaat met permanente openstelling in een andere scholengroep

Een personeelslid kan zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur doen gelden in een internaat met permanente openstelling van een andere scholengroep die voor 1 september 2015 geen internaat had dat de opvang verzekerde van leerlingen tijdens de schoolvrije dagen, op voorwaarde dat dit personeelslid:

- uiterlijk op 1 september 2015 het recht zou hebben verworven op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een internaat dat de opvang verzekert van leerlingen tijdens de schoolvrije dagen

en

- het personeelslid niet gevat wordt door de herplaatsingscommissie doordat hij op 30 april 2015 in een niet-vacante betrekking staat in een opvangcentrum.

Vanaf het ogenblik dat het personeelslid effectief een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur krijgt toegewezen, kan hij dit behoud van recht niet meer inroepen in een andere scholengroep.

Een personeelslid kan gedurende een periode van maximum vijf opeenvolgende schooljaren beroep doen op dit artikel. Deze periode vangt aan m.i.v. 1 september 2015.

6. Ambten

6.1. De volgende ambten kunnen worden ingericht:

- in de categorie van het opvoedend hulppersoneel : 

a) wervingsambt : studiemeester-opvoeder internaat ;

c) bevorderingsambt : hoofdopvoeder.

 

- in de categorie van het paramedisch en sociaal personeel :

a) wervingsambt : verpleger, kinderverzorger, kinesitherapeut, ergotherapeut, maatschappelijk werker.

- in de categorie van het psychologisch en medisch personeel :

a) wervingsambt : orthopedagoog, psycholoog.

- in de categorie van het administratief personeel : 

a) wervingsambt : rekenplichtig correspondent, opsteller;

b) selectieambt : eerstaanwezend rekenplichtig correspondent.

6.2. Ambtshalve concordanties

Er wordt een ambtshalve concordantie toegekend van:

1° het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum naar het ambt van hoofdopvoeder;

2° het ambt van maatschappelijk werker in een opvangcentrum naar het ambt van maatschappelijk werker;

3° het ambt van orthopedagoog in een opvangcentrum naar het ambt van orthopedagoog.

Bij de ambtshalve concordanties, geldt het volgende:

1° de kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling in het ambt van maatschappelijk werker in een opvangcentrum of het ambt van orthopedagoog in een opvangcentrum geldt als kandidaatstelling voor respectievelijk het ambt van maatschappelijk werker of het ambt van orthopedagoog;

2° de diensten, gepresteerd in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum, het ambt van maatschappelijk werker in een opvangcentrum of het ambt van orthopedagoog in een opvangcentrum, worden beschouwd als gepresteerde diensten in respectievelijk het ambt van hoofdopvoeder, het ambt van maatschappelijk werker of het ambt van orthopedagoog;

3° de kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het ambt van maatschappelijk werker in een opvangcentrum of het ambt van orthopedagoog in een opvangcentrum geldt als kandidaatstelling voor respectievelijk het ambt van maatschappelijk werker of het ambt van orthopedagoog;

4° het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het ambt van maatschappelijk werker in een opvangcentrum of het ambt van orthopedagoog in een opvangcentrum geldt automatisch voor respectievelijk het ambt van maatschappelijk werker of het ambt van orthopedagoog;

5° een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het ambt van maatschappelijk werker in een opvangcentrum of het ambt van orthopedagoog in een opvangcentrum geldt automatisch voor respectievelijk het ambt van maatschappelijk werker of het ambt van orthopedagoog;

6° de vacantverklaring en de kandidaatstelling met het oog op een vaste benoeming in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum, het ambt van maatschappelijk werker in een opvangcentrum of het ambt van orthopedagoog in een opvangcentrum worden geacht te hebben plaatsgevonden in respectievelijk het ambt van hoofdopvoeder, het ambt van maatschappelijk werker of het ambt van orthopedagoog;

7° wie vast benoemd is in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum, het ambt van maatschappelijk werker in een opvangcentrum of het ambt van orthopedagoog in een opvangcentrum, is automatisch vast benoemd voor respectievelijk het ambt van hoofdopvoeder, het ambt van maatschappelijk werker of het ambt van orthopedagoog;

8° de vacantverklaring en de kandidaatstelling met het oog op mutatie in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum, het ambt van maatschappelijk werker in een opvangcentrum of het ambt van orthopedagoog in een opvangcentrum, worden geacht te hebben plaatsgevonden in respectievelijk het ambt van hoofdopvoeder, het ambt van maatschappelijk werker of het ambt van orthopedagoog;

9° de kandidaatstelling voor de toelating tot de proeftijd in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum geldt als kandidaatstelling voor het ambt van hoofdopvoeder;

10° wie terbeschikking gesteld was wegens ontstentenis van betrekking voor het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum, het ambt van maatschappelijk werker in een opvangcentrum of het ambt van orthopedagoog in een opvangcentrum, is dat automatisch voor respectievelijk het ambt van hoofdopvoeder, het ambt van maatschappelijk werker of het ambt van orthopedagoog;

11° wie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld was in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum, het ambt van maatschappelijk werker in een opvangcentrum of het ambt van orthopedagoog in een opvangcentrum, is dat automatisch in respectievelijk het ambt van hoofdopvoeder, het ambt van maatschappelijk werker of het ambt van orthopedagoog.

7. Aanwending van de omkaderingsuren

7.1. Modaliteiten

De toegekende omkaderingsuren moeten als volgt worden aangewend:

1° in eerste instantie voor de personeelsleden die op 30 april 2015 aangesteld zijn als vastbenoemd personeelslid, of die tot de proeftijd toegelaten waren of die tijdelijk aangesteld waren in een vacante betrekking in een opvangcentrum zodat ze vanaf 1 september 2015 een betrekking kunnen opnemen in hetzelfde ambt en voor hetzelfde volume in een internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen voorziet;

2° in tweede instantie kunnen de uren die nog niet zijn aangewend, worden aangewend voor het oprichten van nieuwe betrekkingen.

7.2. Aantal omkaderingsuren per ambt

Voor het aanstellen van een voltijdse studiemeester-opvoeder internaat, hoofdopvoeder, maatschappelijk werker, rekenplichtig correspondent, eerstaanwezend rekenplichtig correspondent of opsteller, worden 36 omkaderingsuren aangerekend.

Voor het aanstellen van een verpleger, kinderverzorger, kinesitherapeut, ergotherapeut, orthopedagoog of psycholoog worden 32 omkaderingsuren aangerekend.

 

Om het aantal in te leveren omkaderingsuren vast te stellen voor een ambt met onvolledige prestaties, worden de omkaderingsuren die voor het desbetreffende ambt worden vermeld, pro rata toegepast.

8. Prestatieregeling

8.1. De prestatieregeling van het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch, sociaal en psychologisch personeel

Deze rubriek geeft uitleg over het aantal uren prestaties die de personeelsleden leveren. Hoe de opdrachten van de personeelsleden worden doorgegeven in het EPD, wordt behandeld in rubriek 9 ‘zendingen’. De aanrekening van een opdracht op de omkaderingsuren kan je terugvinden in rubriek 7.

8.1.1. De jaaropdracht

In plaats van een gemiddelde prestatie per week wordt er een prestatie per jaar vastgelegd. De keuze voor een jaaropdracht in plaats van een weekopdracht is logisch in de specifieke situatie van een internaat met permanente openstelling. Een weekopdracht is immers niet relevant in een context waarin prestaties enkel op schoolvrije dagen worden geleverd. Bij het vastleggen van de jaarprestatie is uitgegaan van de bestaande prestatieregelingen.

 

De jaarprestatie van een studiemeester-opvoeder internaat, hoofdopvoeder en maatschappelijk werker met een voltijdse opdracht bedraagt 1334 uren per jaar.

Deze jaarprestatie is vastgelegd op basis van de volgende formule:

(185 dagen * 7,2 uren per dag) + 2 uren = 1334 uren

Waarbij

185 dagen is afgeleid van het aantal werkende dagen tijdens een volledig schooljaar. Een schooljaar telt 181 schooldagen. Hier worden 4 werkende dagen tijdens de vakantie bij opgeteld (cfr. het Koninklijk Besluit van 15 januari 1974 artikel 1, paragraaf 4). In totaal komen we zo op 185 dagen;

7,2 uren per dag komt van 36 uren (per week) gedeeld door 5 (weekdagen);

Er worden nog 2 uren aan toegevoegd om de extra werkdag van een schrikkeljaar te verrekenen. 

De jaaropdracht van een verpleger, kinderverzorger, kinesitherapeut, ergotherapeut, orthopedagoog en psycholoog met een voltijdse opdracht bedraagt 1205 uren per jaar. 

Deze jaarprestatie is vastgelegd op basis van de volgende formule:

(188 dagen * 6,4 uren per dag) + 2 uren = 1.205 uren

Waarbij

188 dagen is afgeleid van het aantal werkende dagen tijdens een volledig schooljaar. Een schooljaar telt 181 schooldagen. Hier worden 7 werkende dagen tijdens de vakantie bij opgeteld. Deze 7 werkende dagen zijn afgeleid van het aantal dagen dat deze personeelsleden worden geacht om te presteren tijdens de vakantie (cfr. het Koninklijk Besluit van 15 januari 1974 artikel 1, paragraaf 5). 7 is hier het compromis tussen 3 en 10,11 of 12 dagen (prestaties vanaf 15 augustus).  

  • In totaal komen we zo op 188 dagen;

6,4 uren per dag komt van 32 uren (per week) gedeeld door 5 (weekdagen);

Er worden nog 2 uren aan toegevoegd om de extra werkdag van een schrikkeljaar te verrekenen.

8.1.2. Prestatievrije dagen en weken

Aangezien personeelsleden van een internaat met permanente openstelling werken op schoolvrije dagen, wordt er ook een systeem van prestatievrije dagen en weken opgelegd. Dit is in deze werkcontext een logisch systeem, afwijkend van de bestaande vakantieregelingen in de onderwijssector.

Ieder personeelslid heeft recht op 35 prestatievrije dagen en 5 prestatievrije weken per kalenderjaar.

Voor de 5 prestatievrije weken geldt dat ten minste 3 weken opeenvolgend moeten toegekend worden. Deze periode mag evenwel niet vallen tijdens de kerstvakantie of de paasvakantie.

Gedurende de zomervakantie kunnen ten hoogste twee opeenvolgende weken als prestatievrij aangevraagd worden.

Bij het vastleggen van de prestatievrije dagen en prestatievrije weken van een individueel personeelslid wordt rekening gehouden met de noodwendigheden van de dienst.

8.2. De prestatieregeling van het administratief personeel

De rekenplichtig correspondent, eerstaanwezend rekenplichtig correspondent en opsteller moeten 36 uren per week presteren.

Een personeelslid in de categorie van het administratief personeel heeft

- tot het jaar waarin het vierenveertig wordt, recht op 30 vakantieverlofdagen per kalenderjaar;

- vanaf het jaar waarin het vijfenveertig wordt tot het jaar waarin het negenenveertig wordt, recht op 31 vakantieverlofdagen per kalenderjaar;

- vanaf het jaar waarin het vijftig wordt, recht op 32 vakantieverlofdagen per kalenderjaar;

- in het jaar waarin het zestig wordt, recht op 33 vakantieverlofdagen;

- in het jaar waarin het eenenzestig wordt, recht op 34 vakantieverlofdagen;

- in het jaar waarin het tweeënzestig wordt, recht op 35 vakantieverlofdagen;

- in het jaar waarin het drieënzestig wordt, recht op 36 vakantieverlofdagen;

- vanaf het jaar waarin het vierenzestig wordt, recht op 37 vakantieverlofdagen per kalenderjaar.

Naast de vakantieverlofdagen, heeft het personeelslid recht op de wettelijke en decretale feestdagen.

Een personeelslid dat verplicht wordt prestaties te leveren op een wettelijke of decretale feestdag, heeft, als compensatie voor die dag, recht op een extra vakantieverlofdag.

8.3. Bepalingen m.b.t. de prestaties van alle personeelsleden

8.3.1. Ambt met onvolledige prestaties

Om het aantal te presteren uren vast te stellen voor een ambt met onvolledige prestaties, worden de uren die voor het desbetreffende ambt worden vermeld, pro rata toegepast.

8.3.2. Minimumprestatie

De minimumprestatie van een individueel personeelslid bedraagt ten minste 4 aaneensluitende uren.

8.3.3. Opmaak van de prestatieroosters

Het instellingshoofd is verantwoordelijk voor de opmaak van de effectieve prestatieroosters. Deze worden minstens twee maanden voor de ingangsdatum aan de personeelsleden bekend gemaakt.

9. Zendingen

Er zal een nieuwe instellingsstructuur gecreëerd worden voor de groep van instellingen met permanente openstelling, evenals 8 instellingsnummers voor elk van hen. Daar kunnen de opdrachten van de individuele personeelsleden gemeld worden. Deze opdrachten worden uitgedrukt op weekbasis, met noemer 36 of 32 (zie rubriek 7)

Voorbeeld 1:

Een voltijds vast benoemd studiemeester-opvoeder internaat wordt met ingang van 1 september 2015 herplaatst naar een internaat met permanente openstelling. Het internaat met permanente openstelling meldt op 1 september 2015:

RL-1: 36u studiemeester-opvoeder internaat ATO 4 met einddatum oneindig.

Voorbeeld 2:

Een halftijds vast benoemd kinderverzorger wordt met ingang van 1 september 2015 herplaatst naar een internaat met permanente openstelling. Het internaat met permanente openstelling meldt op 1 september 2015:

RL-1: 16u kinderverzorger ATO 4 met einddatum oneindig.

Voorbeeld 3:

Een orthopedagoog heeft een halftijdse aanstelling van doorlopende duur en wordt met ingang van 1 september 2015 herplaatst naar een internaat met permanente openstelling. Het internaat met permanente openstelling meldt op 1 september 2015:

RL-1: 16u orthopedagoog ATO 2 kenmerk TADD (waarde 01 in veld 30) met einddatum 31 augustus 2016.

10. Bijlage