Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van projectsubsidies van maximaal 301.000 euro voor de uitvoering van pilootprojecten in het schooljaar 2015-2016 ter voorbereiding op de hervorming van het deeltijds kunstonderwijs

  • goedkeuringsdatum
    29 mei 2015
  • publicatiedatum
    B.S.30/06/2015
  • datum laatste wijziging
    01/01/2017

COORDINATIE

B.Vl.R. 28-10-2016 - B.S. 29-12-2016

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, artikelen 11 tot en met 14;

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, artikel 90, 1°, en artikel 93, § 2;

Gelet op het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof, artikelen 53 t.e.m 57;

Gelet op het decreet van 10 juli 2008 houdende enkele dringende maatregelen voor het deeltijds kunstonderwijs, artikel 8ter, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2011 en gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013;

Gelet op het decreet van 19 december 2014 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 31 maart 2015;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 21 mei 2015;

Gelet op artikel 6, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2001 houdende de regeling van de begrotingscontrole en -opmaak;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 betreffende de algemene regels inzake subsidiëring;

Op voorstel van de Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° lerarenopleiding : een specifieke lerarenopleiding van een hogeschool die aansluit op een vakinhoudelijke opleiding in de kunsten of een geïntegreerde lerarenopleiding in de onderwijsvakken muzikale opvoeding, plastische opvoeding of project kunstvakken;

2° domeinoverschrijdend : een inhoudelijke benadering van een opleiding waarbij ofwel de artistieke domeinen beeld, dans, drama, muziek en mediakunst gelijkmatig aan bod komen, ofwel waarbij een van die domeinen het uitgangspunt vormt van de opleiding en tegelijkertijd inhoudelijke verbindingen gemaakt worden met de andere domeinen;

3° initiatieopleiding : een artistieke opleiding voor zevenjarigen die ten hoogste één jaar deeltijds kunstonderwijs gevolgd hebben;

4° academie : een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die hetzij de studierichting beeldende kunst, hetzij de studierichting muziek en een of meer andere studierichtingen organiseert, of een kunstacademie [artikel II.1,11°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs];

5° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;

6° het organisatiebesluit Beeldende Kunst : het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting beeldende kunst;

7° het organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans : het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans;

8° instrument : een medium dat academies, lerarenopleidingen en pedagogische begeleidingsdiensten kan helpen bij de implementatie van de hervorming deeltijds kunstonderwijs en dat op basis van de opgedane ervaring en expertise ontwikkeld is door pilootprojecten tijdens de schooljaren 2012-2013, 2013-2014 en 2014-2015;

9° nieuwe academie : een academie die niet heeft deelgenomen aan een pilootproject tijdens de schooljaren 2012-2013, 2013-2014 en 2014-2015 binnen hetzelfde thema;

10° pilootprojecten van de eerste cyclus : de projecten Kunstenbad, Musi'X, Kunstig Competent en Competent in Artistieke Competenties die ter voorbereiding op de hervorming van het deeltijds kunstonderwijs tijdens de schooljaren 2012-2013, 2013-2014 en 2014-2015 gelopen hebben.

B.Vl.R. 28-10-2016

Art. 2.

Ten laste van het krediet ingeschreven onder begrotingsartikel FB0-1FHE2AK-WT van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse overheid voor het begrotingsjaar 2015, wordt een projectsubsidie van maximaal 301.000 euro (driehonderdeneenduizend euro) verleend aan de volgende begunstigden :

Thema 1 : de domeinoverschrijdende focus in de initiatieopleiding

Titel van het project :

Kunstenbad

Organisatie :

OVSG vzw

Adres :

Ravensteingalerij 3, bus 7, 1000 Brussel

Totaal toegekend budget :

102.250 euro

Thema 2 : de wisselwerking en inhoudelijke afstemming tussen de verschillende componenten van de muziekopleiding in de lagere graad

Titel van het project :

Musi' X

Organisatie :

OVSG vzw

Adres :

Ravensteingalerij 3, bus 7, 1000 Brussel

Totaal toegekend budget :

66.250 euro

Thema 3 : de competentiegerichte inschaling en evaluatie van leerlingen

Titel van het project :

Kunstig competent

Organisatie :

Pedagogische Begeleidingsdienst GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap

Adres :

Willebroekkaai 36, 1000 Brussel

Totaal toegekend budget :

66.250 euro

Titel van het project :

Competent in artistieke competenties

Organisatie :

vzw UC Limburg

Adres :

Agoralaan gebouw B, bus 1, 3500 Hasselt

Totaal toegekend budget :

66.250 euro

Art. 3.

In het kader van het project `Kunstenbad' organiseren de deelnemende academies gedurende het schooljaar 2015-2016 een domeinoverschrijdende initiatieopleiding voor zevenjarigen, waarbij er klasgroepen gevormd worden met minstens tien leerlingen die minstens twee wekelijkse lestijden volgen.

Art. 4.

Voor de realisatie van het pilootproject sluiten alle projectorganisaties een samenwerkingsovereenkomst met minstens vier academies en streven ernaar zoveel mogelijk nieuwe academies te betrekken.

Art. 5.

§ 1. Door de realisatie van de projecten vermeld in artikel 2, wordt bijgedragen tot de volgende doelstelling van de Vlaamse overheid :

De voorbereiding van de hervorming van het deeltijds kunstonderwijs vermeld in [artikel II.58 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs].

§ 2. De projecten beogen de volgende strategische doelstellingen :

1° de opgebouwde pedagogische en didactische expertise uit de pilootprojecten van de eerste cyclus verspreiden en implementeren;

2° de nog ontbrekende pedagogische en didactische expertise opbouwen.

§ 3. In het licht van de strategische doelstellingen, vermeld in § 2, realiseren de projecten de volgende operationele doelstellingen :

1° via de implementatie van een of meer instrumenten het pedagogische referentiekader van de leerkrachten verder versterken;

2° op academieniveau een verbinding tot stand brengen tussen het eigen artistieke pedagogische project van de academie en een of meer instrumenten;

3° de academies ondersteunen bij het opbouwen van de nog ontbrekende pedagogisch-didactische expertise.

§ 4. In het licht van de strategische doelstellingen zoals vermeld in § 2, benutten de projectorganisatoren van de verschillende thema's de kansen voor onderlinge expertise-uitwisseling optimaal en nemen daartoe de nodige inhoudelijke en organisatorische maatregelen.

B.Vl.R. 28-10-2016

Art. 6.

De geselecteerde pilootprojecten wijken af van de volgende reglementaire bepalingen :

1° deelnemende academies aan het geselecteerde project `Musi'X' kunnen afwijken van de bepalingen betreffende de lessenroosters (artikel 7,1° en artikel 10) en de bepaling over de minimumleerplannen (artikel 12) van het organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans;

2° deelnemende academies aan het geselecteerde project `Kunstenbad' die een domeinoverschrijdende initiatieopleiding organiseren waarbij respectievelijk het domein beeld of het domein dans het uitgangspunt vormt van de opleiding kunnen in het eerste en tweede leerjaar van de lagere graad van de studierichting Beeldende Kunst afwijken van de bepaling over minimumleerplannen, vermeld in artikel 11 van het organisatiebesluit Beeldende Kunst, en in het eerste en tweede leerjaar lagere graad van de studierichting Dans van de bepaling over minimumleerplannen, vermeld in artikel 12 van het organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans.

Art. 7.

De subsidie vermeld in artikel 2, moet worden aangewend voor de kosten die verbonden zijn aan het behalen van de doelstellingen, vermeld in artikel 5.

Art. 8.

De subsidie vermeld in artikel 2, heeft betrekking op de periode van 1 september 2015 tot en met 31 augustus 2016.

Art. 9.

1° Een eerste schijf van 80% wordt uitbetaald na de goedkeuring van dit besluit en de vastlegging van de middelen;

2° Het saldo van de subsidie kan pas betaald worden na de goedkeuring van het inhoudelijk eindverslag, vermeld in artikel 10 door de afdeling Beleid Onderwijspersoneel en na de voorlegging en goedkeuring van een financieel rapport, waaruit blijkt dat de uitgaven zijn gedaan binnen de periode vermeld in artikel 8. De begunstigde stelt voormelde stukken uiterlijk op 30 september 2016 in tweevoud ter beschikking van de afdeling Beleid Onderwijspersoneel;

3° Het financieel rapport bestaat uit de schuldvordering, het overzicht van de uitgaven en de verklaring op eer en moet ingediend worden conform bijlage 1 "Richtlijnen voor de opmaak van een financieel kostendossier";

4° De subsidie wordt overgeschreven op naam van volgende organisaties en hun bijhorend rekeningnummer :

Naam organisatie

Titel project

Adres

IBAN

BIC

OVSG vzw

Kunstenbad

Ravensteingalerij 3, bus 7, 1000 Brussel

BE 20 0910 1145 8456

GKCC BEBB

OVSG vzw

Musi'X

Ravensteingalerij 3, bus 7, 1000 Brussel

BE 20091011458456

GKCCBEBB

Pedagogische BegeleidingsdienstGO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap

Kunstig competent

Willebroekkaai 36, 1000 Brussel

BE49 0910 1212 9271

GKCC BE BB

vzw UC Limburg

Competent in artistieke competenties

Agoralaan gebouw B, bus 1, 3500 Hasselt

BE82 7845 8345 9268

BKCC BEBB

Art. 10.

Het project wordt kwalitatief opgevolgd en zo nodig bijgestuurd door een stuurgroep die door de secretaris-generaal van het Departement Onderwijs en Vorming wordt samengesteld. In die stuurgroep worden naast ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs en Vorming ook experts uit het deeltijds kunstonderwijs opgenomen.

Art. 11.

Alle briefwisseling, overleg en betalingen tussen de afdeling Beleid Onderwijspersoneel en de begunstigde worden geregeld via het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, departement Onderwijs en Vorming, Beleid Onderwijspersoneel, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel.

Art. 12.

Met behoud van de toepassing van de bepalingen over administratie en begrotingscontrole aanvaardt de begunstigde de controle op de uitvoering van het project, vermeld in artikel 5, door de gemachtigde ambtenaren van de Vlaamse overheid en/of het Rekenhof.

Art. 13.

De begunstigde zal het bedrag of een gedeelte van de verleende subsidie onmiddellijk terugbetalen, als de subsidieverstrekker vaststelt dat de toekenningsvoorwaarden onvolledig, onzorgvuldig, niet of niet op tijd werden vervuld, of als de subsidie werd aangewend voor andere doeleinden dan waarvoor ze werd verleend.

Art. 14.

De subsidieverstrekker kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld voor om het even welke schade aan goederen en personen die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeit uit de uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 5.

Art. 15.

De bijlage bij dit besluit maakt er een integrerend deel van uit.

Art. 16.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE 1

Richtlijnen voor de opmaak van een financieel kostendossier

> Samenstelling financieel rapport

⢠Schuldvordering

⢠Facturen

⢠Overzicht van de uitgaven (= genummerde lijst onderverdeeld per kostenrubriek)

⢠Uitgavenbewijsstukken (genummerd (1) op basis van overzicht)

⢠Ondertekende verklaring op eer (2)

> Aanvaarde kosten

Personeelskosten

De personeelskosten omvatten de geïndexeerde brutowedden, sociale werkgeversbijdragen, wettelijke verzekeringen alsmede elke andere wettelijke vergoeding of toelage bij de wedde. De aangerekend bedragen moeten in verhouding staan tot de bijdrage van de werknemer aan het project. In het verlengde hiervan moet ook het vakantiegeld en de dertiende maand verhoudingsgewijze aangerekend worden.

Werkingskosten of specifieke exploitatiekosten

o Communicatiekosten :

telefoon- en internetkosten die specifiek verbonden zijn met de uitvoering van het project

o Reis- en zendingskosten :

zijn gebonden aan de regels bepaald voor de personeelsleden van de Vlaamse Overheid. Er moet ook telkens duidelijk worden aangegeven waarom deze verplaatsing werd gemaakt

o Deelname aan studiedagen, colloquia, seminaries, congressen :

deze kosten worden enkel terugbetaald indien het over een afgebakend thema handelt dat een duidelijke rechtstreekse band heeft met de doelstelling van de subsidie. De nodige bewijzen daarvan moeten worden voorgelegd

o Lidmaatschapsbijdragen aan verenigingen/organisaties :

deze kunnen enkel in rekening worden gebracht voor personeelsleden die minimum 50% op het project/onderzoek zijn tewerkgesteld

o Huisvestingskosten :

kosten gerelateerd aan huisvesting en verbruik : huur, water, gas, elektriciteit,...

o Documentatiemateriaal :

kosten voor aankoop van documentatiemateriaal, literatuur, publicaties, studies, vakboeken, vaktijdschriften en -kranten ....

o Drukwerk :

kosten voor drukwerk en copywriting gemaakt voor de uitvoering van het project

o Prestaties van derden :

honoraria, jobstudenten, interims, vrijwilligers (volgens de geldende reglementering)

o Kantoormateriaal :

kosten voor allerlei kantoormateriaal nodig voor de uitvoering van het project

o Cateringkosten :

kunnen enkel aanvaard worden als ze verbonden zijn aan : het organiseren van seminaries, focusgroepen en dergelijke waarvoor externen uitgenodigd worden en voor wie bij wijze van compensatie een maaltijd kan aangeboden worden. Er moet ook duidelijk aangegeven worden voor welke gelegenheid deze kosten gemaakt werden. Buitensporige facturen worden niet aanvaard

o Afschrijving apparatuur :

projectgebonden apparatuur moet worden afgeschreven volgens de geldende afschrijvingstermijnen en de verhouding van de duurtijd van het project t.o.v. de totale afschrijvingsperiode kan in rekening worden gebracht.

Overhead (enkel indien vooraf bepaald)

Indien overheadkosten worden aangerekend, dan worden geen kosten meer vergoed zoals voor het sluiten en het beheer van de overeenkomsten, de huur en het onderhoud van gebouwen, lokalen, vergaderzalen met inbegrip van de normale kantooruitrusting, de kosten voor verwarming, verlichting, elektriciteit, de kosten verbonden met het centrale beheer van de goederen en diensten die aan de opdrachthouder ter beschikking worden gesteld en de kosten zoals voor telefoon, fax, kopieën, correspondentie, kantoorbenodigdheden en apparatuur die niet specifiek met de uitvoering van het project verbonden zijn. Overhead kan worden aangerekend op personeels- en werkingskosten, maar niet op uitrustingskosten en kosten voor onderaanneming.

BTW (enkel indien vooraf bepaald)

Er kan enkel btw aangerekend worden volgens de geldende BTW-wetgeving. Bestuurders en werknemers van de gesubsidieerde organisatie kunnen enkel onkosten en verloning aanrekenen in hoofde van hun natuurlijke persoon. Doorfacturatie via een eigen vennootschap is niet toegelaten.

> Niet-aanvaarde kosten

o Rollend materieel, leasing wagens

o Representatiekosten

o Herstellings- en verbouwingskosten

o Restaurantkosten

o Investeringen in gronden, gebouwen, rollend materieel, beleggingen

o Thuiswerkvergoedingen

o Zitpenningen/dagvergoedingen

> Verantwoording

o Personeelskosten : wettelijke loonfiches

o Werkingskosten : facturen of uitgavenbewijsstukken (bestelbon volstaat niet)

o Afschrijving apparatuur : aankoopfactuur en afschrijvingstabel uit de boekhouding

> Aandachtspunten

o Vzw's, Verenigingen,... met meer dan 50% inkomsten uit een overheidssubsidie vallen ongeacht het subsidiebedrag onder de wetgeving van de overheidsopdrachten.

o Enkel bewijsstukken die binnen de looptijd van het project vallen worden aanvaard!!

o Voor project- of werkingssubsidies waarvoor eigen middelen worden aangewend, dient er een duidelijke onderscheid te worden gemaakt van de kosten gefinancierd met eigen middelen en de kosten gefinancierd met de subsidie; de bewijsstukken dienen hiervoor te worden opgesplitst!

ADRES NAAR WAAR HET FINANCIEEL DOSSIER DIENT TE WORDEN VERSTUURD :

Departement Onderwijs en Vorming

Beleid Onderwijspersoneel

T.a.v. Elke Peeters

H. Consciencegebouw

Koning Albert II-laan 15 - lokaal 6C 10

1210 Brussel

OF ELEKTRONISCH NAAR :

nascholing@vlaanderen.be én elke.peeters@ond.vlaanderen.be

Nota's

(1) Indien binnen één factuur slechts één of enkele bedragen in rekening worden gebracht, dient duidelijk te worden aangeduid welke bedragen (bijvoorbeeld met een markeerstift).

(2) Indien er geen originele uitgavenbewijsstukken kunnen worden voorgelegd (bijvoorbeeld omdat deze nodig zijn voor de eigen boekhouding) dient er een verklaring op eer bij de kopies te worden gevoegd met de mededeling dat de originele stukken steeds ter inzage liggen en dat zij niet voor dubbele subsidiëring zullen gebruikt worden