Besluit van de Vlaamse Regering tot erkenning van de beroepskwalificatie natuursteenbewerker

  • goedkeuringsdatum
    22 mei 2015
  • publicatiedatum
    B.S.30/09/2015
  • datum laatste wijziging
    30/09/2015

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, artikel 12, vervangen bij het decreet van 1 juli 2011;

Gelet op het erkenningsadvies van het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming, gegeven op 7 april 2015;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 april 2015;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

De beroepskwalificatie van natuursteenbewerker, ingeschaald op niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur, wordt erkend. De beschrijving, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, omvat de definitie en de bijbehorende competenties.

Art. 2.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE

Beschrijving van de beroepskwalificatie van natuursteenbewerker (m/v) (BK0192) als vermeld in artikel 1

1. GLOBAAL

a. Titel

`Natuursteenbewerker (m/v)'

b. Definitie

`Een natuursteenbewerker staat in voor het bewerken en plaatsen van natuursteen teneinde gebouwen af te werken en te versieren, monumenten op te richten of renovatie- en restauratiewerkzaamheden uit te voeren.'

c. Niveau

4

d. Jaartal

2015

2. COMPETENTIES

2.1. Opsomming competenties

BASISACTIVITEITEN

Werkt in teamverband (co 01310)

- Communiceert effectief en efficiënt

- Wisselt informatie uit met collega's en verantwoordelijken

- Overlegt over de voorbereiding, uitvoering en afwerking van de opdracht

- Rapporteert aan leidinggevenden

- Werkt efficiënt samen met collega's

- Volgt aanwijzingen van verantwoordelijken op

- Past zich flexibel aan (verandering van collega's,...)

Werkt met oog voor kwaliteit (co 01311)

- Evalueert de eigen werkzaamheden kwalitatief en kwantitatief, en stuurt desnoods bij

- Gaat zuinig om met materialen, gereedschappen en tijd en vermijdt verspilling

- Houdt zich aan de regels voor traceerbaarheid van producten en uitgevoerde werken door het bijhouden van de etiketten en markering van de gebruikte materialen

Werkt met oog voor welzijn, veiligheid en milieu (co 01312)

- Herkent en signaleert gevaarlijke situaties, neemt gepaste maatregelen bij ongelukken en meldt ongevallen en incidenten volgens interne procedures

- Past de voorschriften met betrekking tot netheid en hygiëne toe

- Werkt ergonomisch

- Controleert de aanwezigheid van en gebruikt PBM's en CBM's (1) volgens de specifieke voorschriften

- Ziet er op toe dat veiligheids- en milieuvoorschriften worden gerespecteerd

- Herkent, voorkomt en beschermt tegen specifieke risico's zoals gevaarlijke en schadelijke stoffen (cement en hulpstoffen, kwartsstof, asbesthoudende producten,...), lawaai, brand en explosies

- Sorteert afval volgens de richtlijnen en vraagt om informatie in geval van twijfel

- Gebruikt water voor taken en schoonmaak efficiënt

Werkt op hoogte (co 01313)

- Monteert en demonteert steigers volgens de instructies en veiligheidsregels

- Controleert de steigerklasse en doet een visuele controle van een steiger voor ingebruikname

- Herkent en signaleert gebreken van de steiger en de steigeronderdelen aan de bevoegde persoon

- Voert de gepaste verankeringen uit

- Gebruikt ladders volgens de veiligheidsregels

- Installeert vangnetten en geschikte randbeveiliging

- Gebruikt beschermingsmiddelen (PBM's en CBM's)

- Bouwt goederenliften op en zekert die

- Bedient de goederenlift

- Gebruikt hefplatformen volgens voorschriften

Gebruikt machines en gereedschappen (co 01314)

- Selecteert te gebruiken machines en gereedschappen

- Controleert de machines en gereedschappen voor gebruik

- Gebruikt machines en gereedschappen op een veilige en efficiënte manier

- Onderhoudt en reinigt de machines en gereedschappen na gebruik

Beheert het materiaal en het materieel (co 01315)

- Neemt leveringen in ontvangst en controleert op hoeveelheid en kwaliteit

- Sorteert, klasseert en stockeert het materieel, de natuurstenen en de overige materialen op de daartoe voorziene plaats

- Zorgt voor de bescherming van de gestockeerde goederen

Bereidt de eigen werkzaamheden voor (co 01316)

- Leest en begrijpt de overzichtsplannen, detailtekeningen en documenten die nodig zijn voor een goed begrip en voor de uitvoering van het werk

- Leest en begrijpt de technische dossiers

- Maakt detail- en werktekeningen

- Bepaalt de werkmethode en maakt een planning op van het verloop van de werkzaamheden, d.w.z. bepaalt de uitvoeringsfasen

- Bepaalt het nodige materiaal en materieel

Organiseert zijn werkplek veilig en ordelijk (co 01317)

- Ontvangt en begrijpt de opdracht

- Richt de eigen werkplek in volgens voorschriften en/of instructies en houdt daarbij rekening met de algemene bouwplaatsorganisatie en de logische werkvolgorde

- Zet het materiaal en materieel klaar

Bereidt de natuursteenbewerkingen voor (co 01318)

- Maakt uitslagen en mallen volgens de werkopdracht

- Selecteert de steensoorten en voert ze aan

- Schrijft de stenen af en lijnt ze uit

- Schikt de ruwe elementen (blokken, platen) op panelen en/of mallen en klasseert ze

- Merkt de stenen

Brengt natuursteenelementen op maat (co 01319)

- Stelt steenbewerkingsmachines in en bedient ze

- Brengt stenen op maat

- Recht de steenvlakken

- Schuint de elementen met een lijst of randafwerking af

Voert manuele en/of machinale behouwingswerken uit (co 01320)

- Stelt steenbewerkingsmachines in en bedient ze

- Voert behouwingswerken uit (gekloofd, gezaagd, gezandstraald, gebikt, geribd, gehamerd of gebouchardeerd, sclypé, gegradeerd, gefrijnd, gevlamd, met ijsbloemen)

Voert manuele en/of machinale afwerkingen uit (co 01321)

- Stelt steenbewerkingsmachines in en bedient ze

- Schuurt, zoet en/of polijst stenen elementen

- Polymeriseert of behandelt met hars

- Voert scheikundige behandelingen uit

- Graveert manueel en/of machinaal (computergestuurd)

- Zet cijfers, letters en symbolen uit en brengt deze aan

- Voert eventueel retouches uit

Bereidt het transport en de plaatsing voor (co 01322)

- Schikt de stenen elementen

- Assembleert onderdelen uit natuursteen door chemisch of mechanisch te verankeren

- Lijmt natuurstenen onderdelen

- Pakt de stenen in

- Maakt de stenen klaar voor vervoer

Plaatst natuursteen (co 01323)

- Bepaalt vaste punten en referentiepeilen op basis van de instructies en plannen

- Zet de referentiepeilen (merktekens) uit en beschermt deze

- Plaatst en stelt de nodige mallen, steunen, formelen, passen en sluitstenen

- Maakt de onderlaag/het steunvlak klaar

- Brengt dichtingslagen aan

- Plaatst, indien nodig, isolatiematerialen en lucht- en dampdichtingslagen

- Brengt bekledingen (platen) aan

- Plaatst stenen

- Plaatst geprefabriceerde elementen

- Voert mozaïeken (inlegwerk) uit en schikt de elementen volgens de schets/tekening

- Controleert hoogte, uitlijning en conformiteit met de plannen

- Maakt verschillende mortels, vulspecie of kit aan

- Brengt de verschillende mortels, vulspecie of kit aan

- Voegt (en/of hervoegt)

- Reinigt de geplaatste elementen, platen en stenen

- Verzekert, indien nodig, de waterdichtheid

- Beschermt het geplaatste materiaal tegen klimatologische omstandigheden, belastingen en beschadigingen (bv. graffiti,...)

Voert restauratie- en renovatiewerken uit (conserveren, onderhouden, vervangen herstellen) (co 01324)

- Maakt een beschrijving op van de uit te voeren werken

- Voorziet afschermingen van niet te behandelen delen

- Voert schoor- en stutwerken uit tijdens de uitvoering

- Verwijdert lokale beschadigde elementen/stukken (slijpen, uitkappen, uitbeitelen, zagen,...)

- Vervangt en verankert lokale beschadigde elementen/stukken (mastieken, lijmen, vastpennen,...)

- Voert opknapwerk uit (opvoegen, polijsten, patineren, cementeren, impregneren, kristalliseren, ontvlekken,...)

- Past specifieke conservatie- of verouderingstechnieken toe

- Dicht beschadigingen (maakt scheurvrij, vult op en werkt bij)

- Reinigt de geplaatste elementen, platen en stenen

- Verzekert, indien nodig, de waterdichtheid

- Beschermt natuursteen tegen klimatologische omstandigheden, belastingen en beschadigingen (bv. graffiti,...)

Houdt werkadministratie bij (co 01325)

- Houdt planning en werkdocumenten bij

Rondt de werkzaamheden af (co 01326)

- Recycleert verpakkingen en ander afval volgens de voorschriften

- Controleert de beschermingsmiddelen en bergt deze op

- Laat de werkplek ordelijk en net achter

2.2. Beschrijving van de competenties/activiteiten aan de hand van de descriptorelementen

2.2.1. Kennis

- Basiskennis van milieuzorgsystemen

- Basiskennis rekenen (inhoudsmaten, soortelijk gewicht,...)

- Basiskennis van EPB

- Basiskennis van de principes van thermische en akoestische isolatie

- Basiskennis van de principes van lucht- en dampdichting

- Basiskennis van architectuurgeschiedenis

- Basiskennis van de ontginning van natuursteenblokken

- Kennis meetkunde (oppervlakten, volumes, parallel, loodlijn, hoeken, aansluitingen, ellips, bogen,...)

- Kennis van het ontstaan van de meest courant gebruikte natuursteen (stollingsgesteente, sedimentair gesteente, metamorf gesteente)

- Kennis van de bouwplaatsorganisatie

- Kennis veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften

- Kennis van specifieke risico's van asbest, kwartsstof en andere gevaarlijke producten

- Kennis van specifieke risico's van elektriciteit, lawaai, trillingen, brand en explosies

- Kennis van veilige en ergonomische hef-, til- en werktechnieken

- Kennis van de voorschriften voor het veilig werken op hoogte

- Kennis van PBM's en CBM's (2)

- Kennis van (veiligheids)pictogrammen

- Kennis van de voorschriften rond afvalbeheer en recyclage

- Kennis van een geoptimaliseerd verbruik en recuperatie van water, materialen en energie

- Kennis van werkdocumenten

- Kennis van de gangbare codes, symbolen en tekens in werkdocumenten en plannen

- Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden

- Kennis van de milieu-impact van natuursteenbewerkingen (afval, slibafval, verpakkingsafval, geluid en trillingen, impact op water, lucht en bodem)

- Kennis van milieuvoorschriften in functie van de eigen werkzaamheden

- Kennis van controle- en meetmethoden en -instrumenten

- Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties

- Kennis van vakterminologie

- Kennis van te gebruiken materiaal en materieel

- Kennis van kwaliteitscontroles bij de selectie en ontvangst van natuursteen (mogelijke afwijkingen: holtes, geoden, aders, draden en vlekken,...)

- Kennis van maatregelen voor de bescherming van gestockeerde goederen

- Kennis van merktekens

- Kennis van stereometrie (3)

- Kennis van leg- en verbandpatronen

- Kennis van specifieke veiligheidsmaatregelen voor het selecteren, aanvoeren, bewerken en plaatsen van natuursteen

- Kennis van de meest gebruikte beitels en hun specifieke toepassingen

- Kennis van de meest gebruikte machines (raamzaag, monolam, multicirkelzaag, draadzaag, cirkelzaagmachines, waterstraalsnijder,...) en hun toepassing

- Kennis van verschillende soorten randafwerkingen en lijsten (vlak, bol, samengesteld)

- Kennis van de verschillende soorten lijmen en harsen

- Kennis van verankerings- en bevestigingstechnieken

- Kennis van verschillende technieken voor het transport en opslag van elementen in de werkplaats, onderweg en op de bouwplaats

- Kennis van referentiepeilen

- Kennis van bogen en gewelven en het uitzetten ervan

- Kennis van de plaatsingswijze van lucht- en dampdichtingslagen

- Kennis van verschillende soorten mortels en species, hun bereidingswijze en eigenschappen (vlekvorming), eigenschappen van kalk

- Kennis van verschillende componenten voor de vulspecie of kit

- Kennis van ontvlekkingsmethodes

- Kennis van beschermingsmaatregelen tegen mechanische schade, extreme weersomstandigheden (hitte, droogte, regen, koude,...)

- Kennis van specifieke beschermingsmaatregelen bij het conserveren, restaureren, herstellen of vervangen van natuursteen

- Kennis van mogelijke beschadigingen aan natuurstenen (scheuren, losgekomen voegen in het gevelvlak,...)

- Kennis van technieken voor het conserveren, restaureren, herstellen of vervangen van natuursteen (mastieken, lijmen, vastpennen, vernieuwen, opvoegen, uitbeitelen, slijpen, polijsten, uitkappen, patineren, ter plekke drenken, cementeren, toepassen van kalk, enten van inzetstukken,...)

- Kennis van specifieke verouderingstechnieken

- Kennis van de gevolgen voor de stabiliteit bij het uitnemen van bepaalde elementen/stukken

- Kennis van geschikte ontvlekkingsmiddelen

- Kennis van gevelreinigingstechnieken

- Grondige kennis van courante natuursteensoorten, technische kenmerken en verschillende handelsmaten

- Grondige kennis van diverse bewerkingen bij het op maat te brengen van natuursteen (zagen, werk en bossage (4), rustiek werk, spitsen, groeven, prikken en bikken, frijnen, gradineren, boucharderen, beschermen van de uiteinden met fijne frijnslag, ...)

- Grondige kennis van de manuele bewerkingen voor het rechten van steenvlakken (rechtmaken, markeren van de traceerlijnen, hakken en groeven)

- Grondige kennis van behouwingstechnieken (gekloofd, gezaagd, gezandstraald, gebikt, geribd, gehamerd of gebouchardeerd, sclypé, gegradeerd, gefrijnd, gevlamd, met ijsbloemen)

- Grondige kennis van manuele en machinale afwerkingen (schuren, zoeten, polijsten, slijpen, polymeriseren, behandelen met hars, scheikundig behandelen, graveren, uitzetten van cijfers, letters en symbolen, retoucheren)

2.2.2. Vaardigheden

Cognitieve vaardigheden

- Het mondeling en/of schriftelijk kunnen rapporteren aan de leidinggevende

- Het efficiënt kunnen communiceren met collega's, klanten en derden: overleggen over de voorbereiding, uitvoering en afwerking van de opdracht

- Het kunnen afstemmen van de eigen werkzaamheden op de activiteiten van anderen (bouwteam)

- Het kunnen controleren op de aanwezigheid van en kunnen gebruiken van PBM's en CBM's volgens de specifieke voorschriften

- Het kunnen herkennen, voorkomen en beschermen tegen specifieke risico's van gevaarlijke stoffen (cement en hulpstoffen, kwartsstof, asbesthoudende producten,...)

- Het kunnen herkennen, voorkomen en beschermen tegen specifieke risico's zoals lawaai, trillingen, brand en explosies

- Het kunnen herkennen en signaleren van gevaarlijke situaties, nemen van gepaste maatregelen bij ongelukken en melden van ongevallen en incidenten

- Het kunnen opzoeken en raadplegen van beschikbare en betrouwbare informatiebronnen

- Het kunnen uitvoeren van de werkopdracht volgens de planning en timing

- Het kunnen bepalen van de benodigde materialen, gereedschappen en machines

- Het kunnen inrichten van de eigen werkplek volgens voorschriften en/of instructies en rekening houdend met de algemene bouwplaatsorganisatie en de logische werkvolgorde

- Het zorgzaam, efficiënt en veilig kunnen omgaan met materialen, gereedschappen en machines

- Het kunnen sorteren van afval volgens de richtlijnen

- Het kunnen lezen en begrijpen van werkdocumenten (werkopdracht, voorstudie, bestek, werkplan,...)

- Het kunnen lezen, begrijpen en omzetten van de plaatsingsplannen, detailtekeningen en bijzondere aantekeningen

- Het kunnen maken van schetsen op ware grootte en op schaal met maataanduiding

- Het kunnen berekenen van oppervlakten, volumes en hoeveelheden

- Het kunnen controleren (van kwaliteit en hoeveelheid) van leveringen op basis van de bestelstaat

- Het kunnen controleren van de hoeveelheden, de kwaliteit en de houdbaarheid, en de correcte opslag van de vereiste materialen

- Het kunnen melden van alle gebreken van de geplaatste materialen, het materieel en de gereedschappen

- Het kunnen selecteren van natuursteen in de voorgeschreven hoeveelheden en kwaliteiten

- Het kunnen sorteren, klasseren en stockeren van natuursteen en afgewerkte natuursteenelementen op basis van aard, kenmerken, gebruik en bestemming

- Het kunnen traceren/afschrijven en merken

- Het kunnen uittekenen van verbanden, figuren en patronen

- Het kunnen nagaan van de conformiteit van het uitgezette/afgeschreven tracé

- Het kunnen schikken en klasseren van de stenen

- Het kunnen werken met een (elektronische) waterpas en laserapparatuur

- Het gebruik kunnen maken van een vormtoestel of lijstkam (sjabloon, centreermal) bij het opmeten

- Het kunnen maken van uitslagen en mallen volgens de werkopdrachten

- Het kunnen toepassen van stereometrie

- Het kunnen merken van elementen (stukken en tekeningen) met cijfers en/of letters en symbolen

- Het kunnen identificeren van courante natuursteensoorten en het kunnen bepalen van hun oorsprong

- Het kunnen bepalen van het groefleger (5)

- Het kunnen bepalen van de ruwe afmetingen voor het verband (lengte, breedte, dikte) aan de hand van de vereiste documenten

- Het kunnen bepalen en uitzetten van assen, referentiepunten en peilen (zowel horizontaal als verticaal), rekening houdend met de openingen en andere uitvoeringen

- Het kunnen uitzetten van bogen, gewelven en ondersteuningen

- Het zich ervan kunnen vergewissen dat de bewerkingsmachines goed ingesteld zijn

- Het kunnen controleren van de deugdelijkheid van de plaatsing van mallen, steunen, formelen, passen en sluitstenen (stabiliteit, hoogte, horizontaliteit, verticaliteit, de binnen- en buitenwelflijn, de aanzetlijn, het tegenpeil,...)

- Het kunnen vergelijken van de conformiteit van de (gehele en gedeeltelijke) plaatsing met de plan(nen) en/of aanduidingen

- Het kunnen traceren/afschrijven, merken en uitvoeren van gewelven (rondboog, volrond gewelf,...)

- Het op elkaar kunnen afstemmen van de tekening van horizontale en verticale te plaatsen elementen

- Het kunnen rangschikken van de elementen volgens het plaatsingsschema

- Het kunnen plaatsen van isolatiemateriaal volgens de voorschriften

- Het kunnen plaatsen van lucht- en dampdichtingslagen

- Het kunnen erop letten om de dichtingslagen niet te beschadigen tijdens het plaatsen

- Het kunnen opsporen en identificeren van de beschadigingen, bv. scheuren of losgekomen voegen in het gevelvlak

- Het kunnen maken van een gedetailleerde maattekening van te vervangen of op te knappen elementen

- Het kunnen stockeren van de steenuitval en -overschotten

- Het kunnen invullen van fiches en werkdocumenten

- Het kunnen bijhouden van werkadministratie

Probleemoplossende vaardigheden

- Het kwalitatief en kwantitatief kunnen evalueren en desnoods bijsturen van zijn eigen werkzaamheden

- Het gepast kunnen reageren op vastgestelde problemen met betrekking tot kwaliteit, veiligheid, milieu, proces en techniek rekening houdend met de voorschriften/procedures

- Het kunnen rekening houden met de beschikbare tijd (opgelegde termijn), de plaats (bereikbaarheid van de werf), de machines, gereedschappen en materialen (soorten en de verwerking ervan, ...) bij de planning van de eigen werkzaamheden

Motorische vaardigheden

- Het kunnen toepassen van ergonomische hef- en tiltechnieken

- Het kunnen transporteren (hijsen, optillen en verplaatsen) en opslaan van elementen in de werkplaats, onderweg en op de bouwplaats

- Het kunnen monteren en demonteren van steigers volgens instructies

- Het kunnen gebruiken van ladders en steigers volgens de veiligheidsregels

- Het kunnen nemen van de nodige voorzorgsmaatregelen (voorzien en uitvoeren van beschermingen: het kunnen uitvoeren van tijdelijke ondersteuning, schoor- en stutwerken, mal, zeeg (6), verankering,...)

- Het kunnen aanhouden van de dikte van de aanzetlaag

- Het kunnen op maat brengen van natuursteen (zagen, werk en bossage, rustiek werk, spitsen, groeven, prikken en bikken, frijnen, gradineren, boucharderen, beschermen van de uiteinden met fijne frijnslag,...)

- Het kunnen uitvoeren van manuele bewerkingen voor het rechten van steenvlakken (rechtmaken, markeren van de traceerlijnen, hakken en groeven)

- Het manueel en machinaal kunnen uitvoeren van behouwingen (gekloofd, gezaagd, gezandstraald, gebikt, geribd, gehamerd of gebouchardeerd, sclypé, gegradeerd, gefrijnd, gevlamd, met ijsbloemen)

- Het manueel en machinaal kunnen afwerken van natuursteen (schuren, zoeten, polijsten, slijpen, polymeriseren, behandelen met hars, scheikundig behandelen, uitzetten van cijfers, letters en symbolen, retoucheren)

- Het kunnen afschrijven en afschuinen van natuursteenelementen met een lijst of randafwerking

- Het kunnen uitvoeren van graveerwerk en bas-reliëf

- Het kunnen aanbrengen (lijm, boren) van cijfers, letters en symbolen

- Het kunnen lijmen van onderdelen uit natuursteen

- Het kunnen uitvoeren van elementen met rotaties

- Het kunnen stellen (loodrecht en waterpas), plaatsen, verankeren en bevestigen van natuursteenelementen

- Het kunnen plaatsen van de opgaande lagen in volle mortel

- Het kunnen maken van de vulspecie (samenstellen, mengen en verwerken)

- Het kunnen zorgen voor een gelijkmatige kleuring en een constante kwaliteit van de voegmortel

- Het kunnen toepassen van de verschillende voeguitvoeringen

- Het kunnen reinigen (boenen, schoonmaken, onderhouden) en beschermen van natuursteen

- Het kunnen uitvoeren van de gedeeltelijke herstellingen en opknapwerk (mastieken, lijmen, vastpennen, vernieuwen, opvoegen, uitbeitelen, slijpen, polijsten, uitkappen, patineren,... ter plekke drenken, cementeren, toepassen van kalk, enten van inzetstukken, ...)

- Het kunnen uitvoeren van dichtingswerken (scheurvrij maken en met de gepaste materialen opvullen en bijwerken)

- Het kunnen toepassen van specifieke conservatie- of verouderingstechnieken.

2.2.3. Context

Omgevingscontext

- Dit beroep wordt uitgeoefend in de werkplaats en op bouwplaatsen (nieuwbouw, utiliteitsbouw), specifieke openbare ruimtes (kerkhoven, parken,...), in bewoonde of in gebruik zijnde gebouwen (renovatie en restauratie), binnen ondernemingen en vergt de nodige mobiliteit en contactvaardigheid.

- Dit beroep wordt meestal in teamverband uitgeoefend, meestal in een onderneming waar de nodige flexibiliteit belangrijk is om zich aan te passen aan wijzigingen van planning, collega's, omgeving, klimatologische omstandigheden, grondstoffen en machines.

- De werkopdracht en het eindresultaat wordt strikt afgebakend en er heersen in veel gevallen strikte deadlines, wat resultaatgerichtheid, stressbestendigheid, concentratie, flexibiliteit en doorzettingsvermogen vraagt.

- De bouwsector kent veel reglementeringen, normen, aanbevelingen, codes van goede praktijk en technische voorlichtingsfiches inzake kwaliteit, veiligheid, gezondheid, hygiëne, welzijn, milieu en duurzaam bouwen. Verspilling en de rijzende afvalberg dwingen tot een economische en ecologische omgang met en hergebruik van grondstoffen en materialen.

- De situatie op de werkplek kan het dragen van lasten, het werken op hoogte, contact met gevaarlijke producten en werken in moeilijke houdingen en omstandigheden impliceren.

- In de werkplaats en op de bouwplaats maakt men gebruik van hand-, elektrisch en pneumatisch gereedschap. Dit kan gevaar inhouden voor lawaaihinder en stof, het oplopen van snijwonden, het stoten tegen voorwerpen, gevaar voor elektrocutie,... .

Handelingscontext

- Oog hebben voor kwaliteit en de tevredenheid van de klant door met zorg, precisie, toewijding en zin voor esthetiek te werken.

- Op constructieve en gebruiksvriendelijke wijze uitwisselen van informatie met klanten, collega's en derden.

- Aandacht hebben voor gevaarlijke situaties, waarschuwingstekens en veiligheidssignalisatie op de bouwplaats respecteren en PBM's en CBM's met zorg gebruiken, onderhouden en opbergen.

- Omzichtig omgaan met en opbergen van grondstoffen en producten, rekening houdend met veiligheids-, plaatsings- en milieuvoorschriften.

- Zorgvuldig en nauwkeurig gebruiken van machines, gereedschappen en materialen.

- Het bijblijven met de (technologische) ontwikkelingen binnen de sector vergt leergierigheid en het volgen van (verplichte) opleidingen.

2.2. 4. Autonomie

- Is zelfstandig in :

- het plannen en voorbereiden van de eigen werkzaamheden

- het bepalen van de werkvolgorde

- het inrichten van de eigen werkplek

- de uitvoering en rapportering van de eigen werkzaamheden.

- Is gebonden aan :

- een ontvangen werkopdracht, uitvoeringsmethode en tijdsplanning

- klimatologische omstandigheden - kwaliteits- en milieuvoorschriften

- codes van goede praktijk

- wettelijke en technische voorschriften

- veiligheids- en gezondheidsinstructies

- afspraken met collega's en derden, instructies van de leidinggevende, de bouwplaatsverantwoordelijke en/of klant.

- Doet beroep op :

- leidinggevende voor de werkopdracht, planning, bijkomende instructies, technische vragen en melden van problemen, storingen en onveilige situaties

- (onderhouds)technieker en/of derden bij storingen, technische interventies en/of onderhoud aan machines

- derden bij het bouwen van steigers of uitvoeren van werken met hijswerktuigen waarvoor hij zelf niet bevoegd is

2.2.5. Verantwoordelijkheid

- Het werken in teamverband

- Het werken met oog voor kwaliteit

- Het werken met oog voor welzijn, veiligheid en milieu

- Het werken op hoogte

- Het gebruiken van machines en gereedschappen

- Het beheren van het materiaal en het materieel

- Het voorbereiden van de werkzaamheden

- Het veilig en ordelijk organiseren van zijn werkplek

- Het voorbereiden van natuursteenbewerkingen

- Het op maat brengen van natuursteenelementen

- Het uitvoeren van manuele en/of machinale behouwingswerken

- Het uitvoeren van manuele en/of machinale afwerkingen

- Het voorbereiden van het transport en de plaatsing

- Het plaatsen van natuursteen

- Het uitvoeren van restauratie- en renovatiewerken (conserveren, onderhouden, vervangen herstellen)

- Het bijhouden van de werkadministratie

- Het afronden van de werkzaamheden

2.3. Vereiste attesten

2.3.1. Wettelijke attesten

Geen wettelijke attesten

2.3.2. Vereiste attesten Voor het uitoefenen van bepaalde werkzaamheden en/of risicovolle taken zijn bepaalde attesten en/of certificaten vereist, zoals VCA, attest veilig werken op hoogte, ...

Het is steeds aangeraden de vigerende wetgeving te raadplegen, daar deze onderhevig kan zijn aan veranderingen.

Nota

1 PBM's en CBM's = Persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen

2 PBM's en CBM's = Persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen

3 Stereometrie : leer van het uitslaan van werktekeningen om aan de (in verband) geplaatste stenen een archtitecturale vorm en solide structuur te geven (gewelf, trap, boog,...)

4 Bewerking waarbij blokken natuursteen aan de voorzijde ruw gehakt worden om een muur een vlak, fors en rustiek karakter te geven.

5 Het groefleger duidt de afzettingsrichting van de natuurstenen aan, het zijn de lagen of de richting waarin de natuursteen wordt gevormd en aangetroffen.

6 Zeeg is het verschil in hoogte, gemeten in het midden, van de onderkant van een draagconstructie in onbelaste toestand. Een balk wordt in het midden meestal iets opgebogen, zodat na het aanbrengen van belastingen, de onderzijde door de optredende doorbuiging op het gewenste niveau komt. De zeeg dient dus ter compenstie van deze doorbuiging.