Besluit van de Vlaamse Regering houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

  • goedkeuringsdatum
    15 januari 2016
  • publicatiedatum
    B.S.11/02/2016
  • datum laatste wijziging
    11/02/2016

De Vlaamse Regering,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, vervangen bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet van 8 juli 1996 betreffende het onderwijs VII, artikel 67, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014;

Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 91, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013;

Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, artikel 8, 2° en 3°, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, en 9°, 12° en 13°, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014;

Gelet op de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, artikel 357, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 houdende vaststelling van de regels volgens dewelke het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap de kosten van bijstand door tolken voor doven en slechthorenden ten laste nemen;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 30 oktober 2015;

Gelet op advies 58.534/1 van de Raad van State, gegeven op 18 december 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder :

1° agentschappen: AgODi en het VAPH;

2° AgODi: het Agentschap voor Onderwijsdiensten, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Onderwijsdiensten;

3° centraal tolkenbureau: de vzw Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven;

4° samenwerkingsovereenkomst: de overeenkomst die elk van de agentschappen afzonderlijk afsluit met het centraal tolkenbureau vermeld in artikel 2;

5° VAPH: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;

6° vlindertolk: de contractuele tolk die door het centraal tolkenbureau kan worden ingeschakeld voor een opdracht als er voor die opdracht geen tolk Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 7, § 1, voorhanden is.

Art. 2.

De agentschappen sluiten afzonderlijk een samenwerkingsovereenkomst met het centraal tolkenbureau. De samenwerkingsovereenkomst omvat :

1° de modaliteiten voor het inzetten van vlindertolken, teletolken en afstandstolken;

2° de uitbetaling van de vergoeding voor de tolken Vlaamse Gebarentaal en schrijftolken;

3° de wijze en de periodiciteit van de rapportering;

4° de modaliteiten voor de vergoeding van de verplaatsingskosten, vermeld in artikel 11;

5° de concretisering en eventueel de uitbreiding van de opdracht van het centraal tolkenbureau, vermeld in artikel 12;

6° de uitbetaling en de indexering van de vergoeding van de ten laste genomen dienstverlening, de personeels- en werkingskosten en de kosten voor vlindertolken, vermeld in artikel 15.

Art. 3.

De agentschappen nemen binnen de perken van de daarvoor op hun begroting ingeschreven kredieten en binnen de perken van het urencontingent, vermeld in het tweede lid, de kosten ten laste van de dienstverlening, verstrekt door tolken Vlaamse Gebarentaal en schrijftolken via het centraal tolkenbureau conform dit besluit en de voorwaarden die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, bepalen afzonderlijk het urencontingent van de dienstverlening, ten laste genomen door respectievelijk AgODi en het VAPH.

HOOFDSTUK 2. - Doelgroep

Art. 4.

De personen die een audiogram voorleggen waaruit blijkt dat aan een van de volgende criteria is voldaan, behoren tot de doelgroep voor de dienstverlening, ten laste genomen door het VAPH en AgODi :

1° via een tonaal audiometrische test een gemiddeld gehoorverlies aantonen van 70 dB of meer aan beide oren voor de zuivere toonstimuli van 500, 1000, 2000 en 4000 Hz, vastgesteld overeenkomstig de BIAP-normen;

2° via een vocaal audiometrische test, bij een gemiddeld verlies van minder dan 70 dB, maximaal 70% spraakverstaan aantonen bij optimale versterking.

HOOFDSTUK 3. - Ten laste genomen dienstverlening

Art. 5.

De agentschappen betalen de kosten van de door hen ten laste genomen dienstverlening uitsluitend aan het centraal tolkenbureau.

Art. 6.

§ 1. AgODi neemt voor de regelmatige leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon gefinancierd of gesubsidieerd basis- en secundair onderwijs, hoger onderwijs en volwassenenonderwijs of basiseducatie, die tot de doelgroep, vermeld in artikel 4, behoren, de dienstverlening door een tolk Vlaamse Gebarentaal of een schrijftolk ten laste in de situaties die deel uitmaken van het normale onderwijsleerproces van de gebruiker.

De ten laste genomen dienstverlening wordt op jaarbasis beperkt tot het maximumaantal lesuren voor een gebruiker per lesniveau. Dat maximumaantal wordt per onderwijsniveau vastgelegd door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.

§ 2. Het VAPH neemt voor de personen die tot de doelgroep, vermeld in artikel 4, behoren en erkend zijn als persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, de dienstverlening door een tolk Vlaamse Gebarentaal of een schrijftolk ten laste in leefsituaties die tot het gebruikelijke maatschappelijke patroon behoren, en waarvoor, met het oog op noodzakelijke optimale communicatie, technische bijstand door een deskundig opgeleide tolk vereist is.

De ten laste genomen dienstverlening wordt op jaarbasis beperkt tot maximaal 18 uur of 90 uur voor gebruikers die ook een van de volgende verminderingen van hun gezichtsvermogen hebben :

1° een gezichtsscherpte van minder dan 1/20 (0,05) aan het beste oog en met de best mogelijke correctie met bril of contactlens;

2° een gezichtsveld dat gemiddeld niet groter is dan 10° aan beide ogen.

Het VAPH kan een afwijking die geldt voor het hele lopende jaar, toestaan tot maximaal het dubbele aantal uren van het maximum, vermeld in tweede lid. Om die afwijking te kunnen genieten, moet aan al de volgende voorwaarden voldaan zijn :

1° de afwijking wordt schriftelijk aangevraagd met een omstandige motivatie van het dwingende karakter, gestaafd met alle nuttige attesten en documenten in functie van de bijzondere situatie. De aanvraag bevat ook een opgave van het nodige aantal uren op jaarbasis;

2° de aanvraag, vermeld in punt 1°, wordt jaarlijks hernieuwd.

HOOFDSTUK 4. - Diplomavoorwaarden

Art. 7.

§ 1. De ten laste genomen dienstverlening wordt uitgevoerd door tolken Vlaamse Gebarentaal en schrijftolken die ingeschreven zijn bij het centraal tolkenbureau.

§ 2. Een tolk Vlaamse Gebarentaal moet in het bezit zijn van een van de volgende diploma's, behaald aan een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling :

1° "Tolk voor Doven";

2° "Tolk voor Doven - optie Tolk Vlaamse Gebarentaal";

3° "Master in het Tolken" met Vlaamse Gebarentaal in het talenpakket.

In afwijking van het eerste lid kunnen de toegekende tolkuren ook worden uitgevoerd door een tolk die een verklaring van NARIC-Vlaanderen kan voorleggen. Uit die verklaring moet blijken dat het buitenlandse diploma erkend is in het land van uitreiking.

In afwijking van het eerste lid kunnen de tolken die op 1 januari 2004 een erkenning hadden overeenkomstig artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 houdende vaststelling van de regels volgens dewelke het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap de kosten van bijstand door tolken voor doven en slechthorenden ten laste nemen, zoals van toepassing op 1 januari 2004, ook ten laste genomen tolkuren uitvoeren.

§ 3. De schrijftolk moet in het bezit zijn van een A1-diploma of van een bachelordiploma.

HOOFDSTUK 5. - Contractuele tolken, afstandstolken en teletolken

Art. 8.

Het centraal tolkenbureau zet een vlindertolk in om moeilijk te bemiddelen tolkuren in te vullen, overeenkomstig de modaliteiten die vastgelegd zijn in de samenwerkingsovereenkomst.

Een vlindertolk kan pas door het centraal tolkenbureau worden ingeschakeld voor een opdracht als er voor die opdracht geen tolk Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 7, § 1, voorhanden is.

Art. 9.

Het centraal tolkenbureau heeft, na akkoord van het bevoegde agentschap en conform de modaliteiten in de samenwerkingsovereenkomst, de mogelijkheid om teletolken of afstandstolken in te zetten om de communicatie op afstand tussen horenden en slechthorenden of doven te verbeteren en te vergemakkelijken.

Het centraal tolkenbureau kan ervoor kiezen de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, zelf te organiseren, dan wel om daarover een overeenkomst te sluiten met een andere organisatie. Als het centraal tolkenbureau ervoor kiest om een overeenkomst te sluiten, legt het centraal tolkenbureau die overeenkomst vooraf voor akkoord voor aan de bevoegde minister.

HOOFDSTUK 6. - Vergoedingen

Art. 10.

De vergoeding van de tolken Vlaamse Gebarentaal en schrijftolken wordt hen rechtstreeks door het centraal tolkenbureau uitbetaald, overeenkomstig de bepalingen die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst.

Art. 11.

De uren dienstverlening die de tolken Vlaamse Gebarentaal effectief hebben gepresteerd en die zijn aanvaard door het centraal tolkenbureau, de tijd van de verplaatsing niet inbegrepen, worden vergoed naar rato van 36,35 euro per gefactureerd vol of begonnen uur.

De verplaatsingskosten van de tolken worden vergoed conform de modaliteiten, vermeld in de samenwerkingsovereenkomst. Verplaatsingen met de wagen worden vergoed tegen 0,25 euro per werkelijk afgelegde kilometer.

Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de formule: 36,35 x (index december jaar x-1/index december 2014).

HOOFDSTUK 7. - Het centraal tolkenbureau

Art. 12.

Het centraal tolkenbureau heeft als opdracht voor elk van de agentschappen om :

1° als bemiddelaar op te treden tussen de aanvrager en de tolken Vlaamse Gebarentaal en schrijftolken;

2° als klachtenbemiddelaar op te treden voor de tolkendienstverlening in het algemeen en misbruiken zo nodig aan de agentschappen te signaleren;

3° voldoende uitgerust te zijn om :

a) te kunnen voorzien in een optimale bereikbaarheid voor de gebruikers en daarvoor over een aangepast oproepsysteem beschikken;

b) te kunnen voorzien in een optimale dienstverlening voor de gebruikers en daarvoor een online overzicht voor de opvolging van de beschikbare tolkuren ter beschikking stellen;

c) de ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging van de gebruikers te eerbiedigen.

Elk van de agentschappen kan voor de dienstverlening die het ten laste heeft genomen in de samenwerkingsovereenkomst de opdracht, vermeld in het eerste lid, verder concretiseren en eventueel uitbreiden.

Art. 13.

Als vastgesteld wordt dat het centraal tolkenbureau zijn verbintenissen, vermeld in dit besluit, niet nakomt, kan elk van de agentschappen afzonderlijk :

1° een vertegenwoordiger laten deelnemen aan de raad van bestuur van het centraal tolkenbureau. De vertegenwoordiger van het betrokken agentschap heeft het recht om te spreken en aanbevelingen te doen;

2° de periodiciteit van de rapportering, vermeld in de samenwerkingsovereenkomst, opdrijven en bijkomende elementen vaststellen waarover gerapporteerd moet worden;

3° de werkingskosten, vermeld in de samenwerkingsovereenkomst, geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

Het centraal tolkenbureau neemt de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, 1°, op in zijn statuten.

Elk van de agentschappen bepaalt bij tekortkomingen welke sanctie het meest aangewezen is en betekent de beslissing aan het centraal tolkenbureau. De beslissing wordt met redenen omkleed en in een aangetekende brief meegedeeld.

Het centraal tolkenbureau kan schriftelijk bezwaar indienen ofwel bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, ofwel bij de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, afhankelijk van het bestraffende agentschap. Het bezwaar moet op straffe van verval binnen veertien dagen na de ontvangst van de betekening worden ingediend. Na onderzoek van de bezwaren bevestigt of ontkracht de voormelde Vlaamse minister de sanctie.

Art. 14.

De personeelsleden van het centraal tolkenbureau worden vergoed overeenkomstig de voor de voorzieningen voor opvang van personen met een handicap vastgestelde reglementaire barema's en anciënniteitsregeling.

Het centraal tolkenbureau beslist over de barema's die toegepast worden voor de directeur en de overige personeelsleden.

Art. 15.

De vergoeding van de ten laste genomen dienstverlening, de personeels- en werkingskosten, alsook de kosten voor vlindertolken worden binnen de perken van de daarvoor op hun begroting ingeschreven kredieten door de agentschappen ten laste genomen, uitbetaald en geïndexeerd overeenkomstig de modaliteiten, vermeld in de samenwerkingsovereenkomst.

Art. 16.

Het centraal tolkenbureau kan reserves aanleggen conform artikel 5, § 3 en § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 betreffende de algemene regels inzake subsidiëring, en die besteden conform artikel 7 en 8 van het voormelde besluit.

Art. 17.

De agentschappen bepalen in de samenwerkingsovereenkomst, de modaliteiten voor het toezicht op de naleving van de opdracht, vermeld in artikel 12, door het centraal tolkenbureau.

HOOFDSTUK 8. - Klachtenbemiddeling

Art. 18.

Het centraal tolkenbureau beschrijft de wijze waarop het opmerkingen, suggesties en klachten afhandelt.

De klachten worden afgehandeld op een wijze die aan de klager is aangepast, en houdt rekening met zijn ervaringen en inzichten.

Art. 19.

§ 1. Elke belanghebbende kan altijd een klacht indienen bij de directie van het centraal tolkenbureau. De directie maakt bij de ontvangst van die klacht onmiddellijk melding ervan in een register dat daarvoor bestemd is.

De klacht kan door de indiener altijd ingetrokken worden.

§ 2. Het centraal tolkenbureau is ertoe gehouden binnen vijfenveertig dagen na de indiening van de klacht aan de indiener schriftelijk mee te delen welk gevolg aan de klacht wordt gegeven.

Art. 20.

§ 1. Als de afhandeling van de klacht conform de procedure, vermeld in artikel 19, de indiener geen voldoening schenkt, kan die zich wenden tot de klachtencommissie.

Die klachtencommissie bestaat uit twee vertegenwoordigers van het VAPH, één vertegenwoordiger van het centraal tolkenbureau, één vertegenwoordiger van AgODi, één vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", twee vertegenwoordigers van de gebruikersverenigingen en één afgevaardigde van de Beroepsverening Vlaamse Gebarentaal Tolken.

§ 2. De klachtencommissie behandelt de klacht, hoort alle betrokken partijen en probeert ze te verzoenen.

De indiener van de klacht kan zich laten bijstaan door een derde.

De klachtencommissie deelt binnen vijfenveertig dagen nadat ze de klacht ter behandeling voorgelegd heeft gekregen, haar oordeel over de klacht schriftelijk mee aan de indiener en aan het centraal tolkenbureau.

§ 3. Als de klacht gegrond wordt bevonden, moet het centraal tolkenbureau binnen dertig dagen na de mededeling van het oordeel van de klachtencommissie aan de indiener schriftelijk meedelen welk gevolg eraan gegeven wordt.

§ 4. De klachtencommissie stelt een huishoudelijk reglement en een deontologische code op die gehanteerd wordt bij de behandeling van de klachten.

Art. 21.

In afwijking van artikel 19 moet vooraf geen klacht bij de directie van het centraal tolkenbureau ingediend worden als de klacht handelt over het centraal tolkenbureau. De indiener kan zijn klacht onmiddellijk voorleggen aan de klachtencommissie, vermeld in artikel 20.

HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen

Art. 22.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 houdende vaststelling van de regels volgens dewelke het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap de kosten van bijstand door tolken voor doven en slechthorenden ten laste nemen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt opgeheven.

Art. 23.

§ 1. Dit besluit treedt voor het beleidsdomein Onderwijs in werking op 1 december 2015, met uitzondering van artikel 4 en artikel 11, die in werking treden op 19 december 2015, en met uitzondering van de artikelen 7 en 13.

§ 2. Dit besluit treedt voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in werking op 1 december 2015, met uitzondering van de artikelen 7 en 13.

Art. 24.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.