Besluit van de Vlaamse Regering tot erkenning van de beroepskwalificatie bestuurder van landbouwmachines

  • goedkeuringsdatum
    08 januari 2016
  • publicatiedatum
    B.S.16/03/2016
  • datum laatste wijziging
    16/03/2016

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, artikel 12, vervangen bij het decreet van 1 juli 2011;

Gelet op het erkenningsadvies van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, gegeven op 28 augustus 2015;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 december 2015;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

De beroepskwalificatie van bestuurder van landbouwmachines, ingeschaald op niveau 3 van de Vlaamse kwalificatiestructuur, wordt erkend. De beschrijving opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, omvat de definitie en de bijbehorende competenties.

Art. 2.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE

Beschrijving van de beroepskwalificatie van Bestuurder van landbouwmachines (0210) als vermeld in artikel 1

1. GLOBAAL

a. Titel

Bestuurder van landbouwmachines

b. Definitie

Voert gemechaniseerd werk uit met landbouwtractoren of met landbouwmachines, gedragen of getrokken, of zelfrijdend, voor land- en tuinbouw (voorbereiding van de grond, planten of zaaien, verzorgen, oogsten, ...) rekening houdend met de gezondheids- en veiligheidsvoorschriften en de milieunormen teneinde de productiedoelstellingen (kwantiteit, kwaliteit, ...) van de opdrachtgever te realiseren

c. Niveau

3

d. Jaartal

2015

2. COMPETENTIES

2.1 Opsomming competenties

BASISACTIVITEITEN

Communiceert intern en extern (co 01586)

- Gebruikt communicatiemiddelen (CB, GSM,...) en boordcomputer op correcte manier

- Registreert en/of rapporteert over de eigen werkzaamheden

- Communiceert met het bedrijf/collega's

- Communiceert op een (klant)vriendelijke manier met derden

- Past zijn communicatie aan de situatie aan CB: Citizens' Band : een radio waarmee ontvangen en uitgezonden kan worden op een wettelijk bepaalde radiofrequentie

Werkt in teamverband (co 01587)

- Communiceert effectief en efficiënt

- Wisselt informatie uit met collega's en verantwoordelijken

- Overlegt over de voorbereiding, uitvoering en afwerking van de opdracht

- Rapporteert over de opdracht en/of eventuele afwijkingen aan leidinggevenden

- Werkt efficiënt samen met collega's

- Volgt aanwijzingen van verantwoordelijken op

- Past zich aan aan veranderende werkomstandigheden

Ziet toe op veiligheid, gezondheid en milieu (co 01588)

- Vermijdt fysieke risico's (checken of de afscherming van de draaiende onderdelen aan de machine intact is, sluiten van de cabine tegen o.a. geluidshinder,...)

- Schat de risico's in van ongezonde voeding, alcohol, drugs, stress en vermoeidheid op het rijgedrag

- Gebruikt persoonlijke beschermingsmiddelen

- Kan omgaan met agressie van andere weggebruikers

- Reinigt de laadruimte volgens de wettelijke en de bedrijfseigen bepalingen

- Zorgt bij gebruik van last- en laadarmen voor een stabiele stand van het voertuig

- Houdt rekening met de mogelijke impact van de werkzaamheden op het milieu

Treedt op bij ongevallen (co 01589)

- Schat de situatie in

- Voorkomt erger

- Roept de hulpdiensten correct op en informeert ze (plaats, toestand, ....)

- Biedt eerste hulp

- Gebruikt brandbestrijdingsmiddelen

- Gaat om met agressie van betrokken personen

- Vult een ongevallenformulier in

Bouwt eigen deskundigheid op (co 01590)

- Volgt aangewezen of relevante nascholingen

- Past de nieuwe ervaringen in de dagelijkse werksituatie toe

Voert dagelijkse controles en onderhoud uit (co 01591)

- Controleert de machine voor ingebruikname

- Controleert de veiligheidsvoorzieningen

- Controleert de elektrische uitrusting

- Controleert de wielen/banden en vering

- Controleert luchtdruk en vloeistofpeilen

- Controleert op algemene slijtage

- Signaleert defecten

- Voert dagelijks onderhoud uit

- Signaleert de nood tot specifieke controles en onderhoud

- Voert kleine herstellingen uit

- Houdt de werkplaats ordelijk

- Reinigt de machine

Stelt de opdracht en de plaats van de opdracht vast op basis van de planning (A110101 Id12496-c)

- Controleert de planning

- Leest kaarten

- Situeert een perceel in een gebied

Plant de werkzaamheden (co 01592)

- Controleert persoonlijke documenten (identiteitskaart, rijbewijs, ...)

- Controleert voertuig gebonden documenten (verzekeringsdocument, keuringsbewijs, technische fiche, ....)

- Controleert lading gebonden documenten (opdrachtbon, ...)

- Stippelt een haalbare en efficiënte route uit naargelang het voertuig, de lading en de planning conform de verkeersreglementering

- Volgt de weersomstandigheden op

Controleert het voertuig vooraf aan het vertrek en neemt desgevallend corrigerende maatregelen (co 01593)

- Controleert alle noodzakelijke onderdelen van het voertuig

- Controleert of het voertuig startklaar is

- Controleert de laadruimte/vastzetting van de lading met inachtneming van de wettelijke voorschriften om ladingsverlies te voorkomen

- Controleert op diefstal van goederen

- Controleert of het voertuig niet overladen is

- Controleert of het voertuig voorzien is van de nodige signalisatie conform de verkeerswetgeving `signalisatie van landbouwvoertuigen'

- Neemt corrigerende maatregelen indien nodig

Overladen: het totale gewicht van het voertuig moet niet hoger zijn dan het MTM (maximale toegelaten massa) van het trekkend voertuig en het MTM van de aanhangwagen

Maakt machine klaar voor volgend gebruik (A110101 Id7090-c)

- Merkt afwijkingen, storingen of de nood aan preventief onderhoud op

- Roept, indien nodig assistentie

- Stemt de techniek en het materiaal af op de volgende opdracht

- Stelt de machine veilig voor het volgend gebruik

- Reinigt het materieel/laadruimte volgens de procedures en bergt het op - Sorteert afval volgens de richtlijnen

SPECIFIEKE ACTIVITEITEN

Bereidt de uit te voeren activiteit voor (A110101 Id12496-c/23317-c)

- Vult de machines en/of werktuigen met fytosanitaire producten, mest(stoffen), plantgoed en/of zaden

- Identificeert en registreert soorten granen en zaden, plantgoed, mest(stoffen), gewasbeschermingsmiddelen, ... voor de opdracht

- Stelt machineonderdelen manueel of computergestuurd af

- Stemt de hoeveelheid producten af op de opdracht (berekenen, doseren, ...)

- Draagt persoonlijke beschermingsmiddelen volgens gegeven instructies

Maakt de tractor met bijhorende gedragen of getrokken machines werkklaar en activeert de beveiliging en bescherming (A110101 Id23721-c)

- Kiest een landbouwmachine uit in functie van de opdracht

- Stemt de tractor af op de aan te hangen landbouwmachine

- Hangt machines aan (ploeg, zaaimachine, ...)

- Controleert de aanhechting en de beveiliging van de machines

- Houdt zich aan de richtlijnen voor veiligheid

- Manoeuvreert de combinatie, tractor met bijhorende machine, volgens type en de werkzaamheden

Maakt de zelfrijdende landbouwmachines werkklaar en activeert de beveiliging en bescherming (A110101 Id23721-c)

- Kiest een landbouwmachine uit in functie van de opdracht

- Controleert de aanhechting en de beveiliging van de machine

- Bestuurt een zelfrijdende landbouwmachine

- Houdt zich aan de richtlijnen voor veiligheid

- Manoeuvreert de landbouwmachine volgens type en de werkzaamheden

Rijdt met landbouwvoertuigen naar de productieplaats (veld, ...), de opslagplaats, leveringsplaats (boerderijen, verenigingen,...), ... (A110101 Id25343-c)

- Controleert de ladingszekering en corrigeert indien nodig of laat corrigeren

- Bestuurt een tractor of combinatie of een andere landbouwmachine conform de verkeerswetgeving

- Houdt rekening met de afmetingen van de voertuigen en met de maatregelen betreffende uitzonderlijk vervoer

- Gebruikt navigatiemateriaal indien van toepassing

- Schat de afstanden, leveringstijden en snelheid in

- Neemt voorkomende en/of corrigerende actie bij bevuiling op de openbare weg tijdens zijn rit

- Houdt rekening met de lading en de invloed ervan op het rijden en afremmen

- Rijdt veilig, zuinig en defensief

- Geeft, bij pannes, een eerste indicatie van de mogelijke oorzaak

Bereidt gronden en beplantingen voor (A110101 Id7532-c)

- Stemt de techniek en het materieel af op de opdracht (nivelleren, ploegen, bemesten, grond losmaken, ...)

- Volgt de conditie van de bodem visueel op

- Neemt contact op met de opdrachtgever bij twijfel over mogelijkheid om de opdracht kwalitatief uit te voeren

- Transporteert zaden en planten naar het perceel

- Houdt zich aan de voorschriften voor het planten en zaaien van de gewassen (positie, diepte, tijdstip, ...)

- Bestuurt een tractor en/of andere landbouwmachine

Oogst gewassen (maaien, dorsen, persen,...) (A110101 Id18113-c)

- Bestuurt een tractor en/of een andere landbouwmachine (tractor of zelfrijdende oogstmachine) in teamverband tijdens oogstwerkzaamheden (afstemmen snelheid, richting, ...)

- Stemt de oogstmethode en het materieel af op het gewas

- Herkent oogstbare gewassen

- Neemt contact op met de opdrachtgever bij twijfel over mogelijkheid om de opdracht kwalitatief uit te voeren

- Brengt zo weinig mogelijk schade toe aan de geoogste producten

- Evalueert de oogstopbrengst (kwantiteit, kwaliteit, ... )

- Slaat de oogst op in de eerste losplaats volgens richtlijnen

Houdt rekening met de weersomstandigheden bij grondbewerking, bemesting, zaaien en planten, gewasverzorging en oogsten (co 01594)

- Schat in of de activiteiten (grondbewerking, bemesting, zaaien en planten, gewasverzorging en oogsten) uitvoerbaar zijn op het geplande moment op basis van de huidige weersomstandigheden en -voorspellingen

- Houdt rekening met de wettelijke voorschriften omtrent weersomstandigheden

2.2 Beschrijving competenties/activiteiten adhv de descriptorelementen

2.2.1 Kennis

- Basiskennis van toegepaste mechanica

- Basiskennis van hydraulica voor voertuigen

- Basiskennis van pneumatica voor voertuigen

- Basiskennis elektriciteit voor voertuigen

- Basiskennis van de technische onderdelen van de landbouwmachine

- Basiskennis van wiskunde (inhoudsmaten, oppervlakte, soortelijk gewicht, volumes, ...)

- Basiskennis van de EHBO-technieken

- Basiskennis van milieunormen

- Basiskennis van de voertuig gebonden documenten

- Basiskennis van teelt- en cultuurtechniek in land- en tuinbouw

- Basiskennis van kenmerken van ecosystemen

- Basiskennis van invloed van weersomstandigheden op bodem en gewassen

- Basiskennis van opslagmodaliteiten van landbouwproducten

- Basiskennis van de beginselen van een gezonde en evenwichtige voeding

- Basiskennis van de effecten van vermoeidheid en stress, alcohol, medicijnen of andere stoffen die het gedrag kunnen beïnvloeden

- Basiskennis van het gebruik van communicatiemiddelen en boordcomputer

- Basiskennis van ergonomische hef- en tiltechnieken

- Basiskennis van het gebruik van brandbestrijdingsmiddelen

- Basiskennis van kaartlezen

- Basiskennis van de technische kenmerken en de werking van de remsystemen

- Basiskennis van reglementering voor wegtransport

- Basiskennis van veiligheidsvoorschriften bij derden

- Basiskennis van de reglementering betreffende het uitzonderlijk vervoer, toegepast op landbouwvoertuigen

- Basiskennis van de kwaliteitskenmerken van de oogstbare gewassen

- Kennis van de verkeersregels

- Kennis van de wetgeving betreffende technische eisen (TRA)

- Kennis verkeerswetgeving betreffende signalisatie van landbouwvoertuigen

- Kennis ladingzekerheid in functie van het voorkomen van ladingsverlies

- Kennis van ladingszekerheid in functie van de stabiliteit van (gestapelde) lading

- Kennis van de kenmerken van de krachtoverbrenging met het oog op een optimaal gebruik

- Kennis van banden in relatie tot bodem, gewicht en rijsnelheden

- Kennis van het optimaal gebruiksbereik toerenteller, overbrengingsverhoudingen en optimaal brandstofverbruik

- Kennis van de grenzen aan het gebruik van remmen

- Kennis van de goederen met de begeleidende documenten

- Kennis van de gevaren van het verkeer en op arbeidsongevallen

- Kennis van de gevolgen van ongevallen op menselijk, materieel en financieel vlak

- Kennis van sector gebonden pictogrammen en behandelingslabels

- Kennis van interne veiligheidsvoorschriften

- Kennis van gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen TRA: Algemeen Reglement op Technische eisen Auto

2.2.2 Vaardigheden

Cognitieve vaardigheden

- Het kunnen registreren en/of rapporteren over de eigen werkzaamheden

- Het kunnen communiceren met het bedrijf/collega's

- Het klantvriendelijk kunnen omgaan met klanten, ...

- Het kunnen communiceren op een (klant)vriendelijke manier met derden

- Het kunnen aanpassen van de communicatie aan de situatie

- Het effectief en efficiënt kunnen communiceren

- Het kunnen uitwisselen van informatie met collega's en verantwoordelijken

- Het kunnen overleggen over de voorbereiding, uitvoering en afwerking van de opdracht

- Het kunnen rapporteren over de opdracht en/of eventuele afwijkingen aan leidinggevenden

- Het kunnen efficiënt samenwerken met collega's

- Het kunnen opvolgen van de aanwijzingen van verantwoordelijken

- Het zich kunnen aanpassen aan veranderende werkomstandigheden

- Het kunnen vermijden van fysieke risico's (bij heffen en tillen van goederen, ...)

- Het kunnen inschatten van de risico's van ongezonde voeding, alcohol, drugs, stress en vermoeidheid op het rijgedrag

- Het kunnen zorgen voor een stabiele stand van het voertuig bij gebruik van last- en laadarmen

- Het kunnen rekening houden met de mogelijke impact van de werkzaamheden op het milieu

- Het kunnen inschatten van de situatie bij ongevallen

- Het kunnen erger voorkomen bij ongevallen

- Het kunnen invullen van een ongevallenformulier

- Het kunnen volgen van aangewezen of relevante nascholingen

- Het kunnen toepassen van de nieuwe ervaringen in de dagelijkse werksituatie

- Het kunnen controleren van de machine voor ingebruikname

- Het kunnen controleren van de veiligheidsvoorzieningen van de landbouwmachine

- Het kunnen controleren van de elektrische uitrusting van de landbouwmachine

- Het kunnen controleren van de wielen/banden en vering van de landbouwmachine

- Het kunnen controleren van de luchtdruk en vloeistofpeilen van de landbouwmachine

- Het kunnen controleren op algemene slijtage van de landbouwmachine

- Het kunnen controleren van de planning

- Het kunnen lezen van kaarten

- Het kunnen situeren van een perceel in een gebied

- Het zich kunnen houden aan de gezondheids- en veiligheidsrichtlijnen

- Het kunnen controleren van de ladingszekering en deze corrigeren of laten corrigeren

- Het kunnen controleren van persoonlijke documenten (identiteitskaart, rijbewijs, ...)

- Het kunnen controleren van voertuig gebonden documenten (verzekeringsdocument, keuringsbewijs, technische fiche, ...)

- Het kunnen controleren van lading gebonden documenten (opdrachtbon, ...)

- Het kunnen uitstippelen van een haalbare en efficiënte route naargelang het voertuig, de lading en de planning conform de verkeersreglementering

- Het kunnen opvolgen van de weersomstandigheden

- Het kunnen controleren van alle noodzakelijke onderdelen van het voertuig

- Het kunnen controleren of het voertuig startklaar is

- Het kunnen controleren van de laadruimte/vastzetting van de lading met inachtneming van de wettelijke voorschriften om ladingsverlies te voorkomen

- Het kunnen controleren of het voertuig niet overladen is

- Het kunnen controleren of het voertuig voorzien is van de nodige signalisatie conform de verkeerswetgeving `signalisatie van landbouwvoertuigen'

- Het kunnen nemen van corrigerende maatregelen

- Het kunnen controleren op diefstal van goederen

- Het kunnen identificeren en registreren van soorten granen en zaden, plantgoed, mest(stoffen), gewasbeschermingsmiddelen, ... voor de opdracht

- Het kunnen afstemmen van de hoeveelheid producten op de opdracht (berekenen, doseren, ...)

- Het kunnen uitkiezen van een landbouwmachine in functie van de opdracht

- Het kunnen afstemmen van de tractor op de aan te hangen landbouwmachine

- Het kunnen controleren van de aanhechting en de beveiliging van de landbouwmachines

- Het zich kunnen houden aan de richtlijnen voor veiligheid

- Het kunnen inschatten van de afstanden, leveringstijden en snelheid

- Het kunnen rekening houden met de afmetingen van de voertuigen en met de maatregelen betreffende uitzonderlijk vervoer

- Het kunnen rekening houden met de lading en de invloed ervan op het rijden en afremmen

- Het kunnen afstemmen van de techniek en het materieel op de opdracht (nivelleren, ploegen, bemesten, grond losmaken, ...)

- Het kunnen visueel opvolgen van de conditie van de bodem

- Het zich kunnen houden aan de voorschriften voor het planten en zaaien van de gewassen (positie, diepte, tijdstip, ...)

- Het kunnen afstemmen van de oogstmethode en het materieel op het gewas

- Het kunnen herkennen van oogstbare gewassen

- Het kunnen contact opnemen met de opdrachtgever bij twijfel over mogelijkheid om de opdracht kwalitatief uit te voeren

- Het kunnen evalueren van de oogstopbrengst (kwantiteit, kwaliteit, ...)

- Het kunnen afstemmen van de techniek en het materiaal op de volgende opdracht

- Het kunnen inschatten of de activiteiten (grondbewerking, bemesting, zaaien en planten, gewasverzorging en oogsten) uitvoerbaar zijn op het geplande moment op basis van de huidige weersomstandigheden en -voorspellingen

- Het kunnen rekening houden met de wettelijke voorschriften omtrent weersomstandigheden Probleemoplossende vaardigheden

- Het kunnen omgaan met agressie van andere weggebruikers

- Het correct kunnen oproepen van de hulpdiensten en ze informeren (plaats, toestand, ....)

- Het kunnen signaleren van defecten

- Het kunnen signaleren van de nood tot specifieke controles en onderhoud

- Het kunnen nemen van voorkomende en/of corrigerende actie bij bevuiling op de openbare weg tijdens zijn rit

- Het kunnen geven van een eerste indicatie van de mogelijke oorzaak bij pannes

- Het kunnen opmerken van afwijkingen, storingen of de nood aan preventief onderhoud op

- Het kunnen inroepen van assistentie

- Het kunnen contact opnemen met de opdrachtgever bij twijfel over mogelijkheid om de opdracht kwalitatief uit te voeren

Motorische vaardigheden

- Het kunnen gebruiken van communicatiemiddelen (CB, GSM, ...) en boordcomputer op correcte manier

- Het kunnen gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen

- Het kunnen reinigen van de laadruimte volgens de wettelijke en de bedrijfseigen bepalingen

- Het kunnen bieden van eerste hulp

- Het kunnen gebruiken van brandbestrijdingsmiddelen

- Het kunnen uitvoeren van dagelijks onderhoud

- Het kunnen uitvoeren van kleine herstellingen

- Het kunnen ordelijk houden van de werkplaats

- Het kunnen reinigen van de machine

- Het kunnen vullen van machines en/of werktuigen met fytosanitaire producten, mest(stoffen), plantgoed en/of zaden

- Het kunnen manueel of computergestuurd afstellen van machineonderdelen

- Het kunnen dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen volgens gegeven instructies

- Het kunnen aanhangen van machines (ploeg, zaaimachine, ...)

- Het kunnen besturen van zelfrijdende landbouwmachines

- Het kunnen activeren van de beveiliging en bescherming van de tractor met bijhorende gedragen of getrokken machines

- Het kunnen activeren van de beveiliging en bescherming van zelfrijdende landbouwmachines

- Het kunnen besturen van een tractor of combinatie of een andere landbouwmachines conform de verkeerswetgeving

- Het kunnen besturen van landbouwmachine (tractor of zelfrijdende oogstmachine) in teamverband tijdens oogstwerkzaamheden (afstemmen snelheid, richting,...)

- Het kunnen gebruiken van navigatiemateriaal

- Het kunnen veilig, zuinig en defensief rijden

- Het kunnen transporteren van zaden en planten naar het perceel

- Het kunnen beperken van het toebrengen van schade aan de geoogste producten

- Het kunnen opslaan van de oogst in de eerste losplaats volgens richtlijnen

- Het kunnen veilig stellen van de machine voor het volgend gebruik

- Het kunnen reinigen van het materieel/laadruimte volgens de procedures en het kunnen opbergen

- Het kunnen sorteren van afval volgens de richtlijnen

2.2.3 Context

Omgevingscontext

- Het beroep van bestuurder van landbouwmachines wordt uitgeoefend in land- en tuinbouw, bos- en natuurbeheer, bij wegbermbeheer en sneeuwruimen en bij aannemers van land- en tuinbouwwerken

- Het beroep van bestuurder van landbouwmachines varieert naargelang de sector, het type uitrusting en de graad van mechanisatie van het bedrijf

- De werkzaamheden worden voorbereid op het bedrijf en/of op locatie

- Het beroep van bestuurder van landbouwmachines wordt uitgeoefend in een wisselende omgeving buiten de onderneming/organisatie (op landbouwpercelen, op locatie, in open lucht en op de openbare weg)

- De bestuurder van landbouwmachines werkt individueel en/of in teamverband

- Het beroep van bestuurder van landbouwmachines is gebonden aan de seizoenen en de weersomstandigheden. Sommige werkzaamheden kunnen enkel op bepaalde momenten in het jaar kunnen uitgevoerd worden. Het beroep van bestuurder van landbouwmachines vereist de nodige flexibiliteit om zich aan te passen aan wijzigingen van planning, omgeving, weers- en verkeersomstandigheden.

- Het beroep wordt uitgeoefend met wisselende werkuren: overdag, 's nachts, tijdens de weekdagen, in het weekend en/of tijdens feestdagen

- De bestuurder van landbouwmachines werkt zijn taken af binnen de vooropgestelde tijd en volgens de planning

- De bestuurder van landbouwmachines moet kunnen omgaan met stresssituatie

- De landbouwsector kent veel reglementeringen, normen, aanbevelingen inzake kwaliteit, veiligheid, gezondheid, hygiëne, welzijn en milieu

- De situatie op de werkplek kan het dragen van lasten, contact met gevaarlijke producten en werken in moeilijke houdingen en omstandigheden impliceren

- De situatie op de werkplek kan blootstelling aan stof en lawaai inhouden

- De bestuurder van landbouwmachines komt in contact met klanten en medewerkers

Handelingscontext

- De bestuurder van landbouwmachines moet zorgvuldig en nauwkeurig kunnen werken

- De bestuurder van landbouwmachines moet binnen de eigen werksituatie en binnen de gegeven opdracht initiatief tonen en beslissingen kunnen nemen

- De werkzaamheden zijn deels routinematig of repeterend van aard : tijdens bepaalde periodes moeten dezelfde specifieke activiteiten uitgevoerd worden gedurende meerdere dagen en /of weken na elkaar

- Het werkterrein is breed, zodat de aard en de omvang van de werkzaamheden sterk kunnen verschillen

- De bestuurder van landbouwmachines heeft aandacht voor en houdt voortdurend rekening met de veiligheid, klanten en/of publiek, milieu en natuur

- Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (beschermingskledij, gehoorbeschermers, bril, handschoenen, veiligheidsschoenen, ...) kan verplicht zijn

- De bestuurder van landbouwmachines moet met verschillende machines, apparaten en gereedschappen kunnen werken/omgaan op een correcte en veilige manier om risico's te vermijden voor zichzelf en anderen

- De bestuurder van landbouwmachines vermijdt beschadiging van machines en materieel

- De bestuurder van landbouwmachines gaat omzichtig om met grondstoffen en producten, rekening houdend met veiligheids-, plaatsing- en milieuvoorschriften

- De bestuurder van landbouwmachines werkt met grote en dure machines

- De beroepsbeoefenaar is zich bewust van het imago en is beleefd in omgang met klanten, publiek, opdrachtgevers en collega's

- De beroepsbeoefenaar heeft aandacht voor de kwaliteit van de geleverde werkzaamheden, door een verhoogd verantwoordelijkheidsgevoel, de juiste werkhouding en gedrag

- Gezien de bestuurder van landbouwmachines vaak zware voorwerpen/lasten moet dragen is ergonomisch verantwoord werken verplicht

- De bestuurder landbouwmachines volgt de (technologische) ontwikkelingen binnen het bedrijf en volgt (verplichte) opleidingen

2.2.4 Autonomie

Is zelfstandig in

- het controleren en klaarmaken van het voertuig voorafgaand het vertrek

- het besturen van (zelfrijdende) landbouwmachines

- het controleren van de planning

- het afstemmen van de hoeveelheid de route, producten, oogstmethode, de techniek en het materieel op de opdracht

- het controleren en het activeren van de aanhechting en de beveiliging van de machine van (zelfrijdende) landbouwmachines

- het vullen van de werktuigen en/of machines voor de opdracht

- het afstellen van de machineonderdelen

- het beslissen of de opdracht kwalitatief kan uitgevoerd worden op basis van de weersomstandigheden en -voorspellingen

- het controleren van de kwaliteit en kwantiteit van zijn werk

- het registreren en rapporteren over de eigen werkzaamheden

- het gepast reageren bij ongevallen

- het nemen van voorkomende en/of corrigerende actie bij bevuiling op de openbare weg

- het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen

- het veilig en ergonomisch hanteren en tillen van lasten

- het controleren van de ladingszekering

- het veilig stellen van de landbouwmachine voor het volgend gebruik Is gebonden aan

- de opdracht en de planning

- de voorschriften voor het planten en zaaien van de gewassen

- de richtlijnen voor de opslag van de oogst

- de aanwijzingen van de verantwoordelijken

- de wettelijke en bedrijfseigen bepalingen en procedures

- de gezondheids- en veiligheidsrichtlijnen

- de richtlijnen voor het sorteren van afval

- de richtlijnen voor de opslag

- de verkeerswetgeving

- de wettelijke voorschriften omtrent weersomstandigheden

Doet beroep op

- collega's en verantwoordelijke voor de uitwisseling van informatie en bij overleg over de voorbereiding, uitvoering en afwerking

- de leidinggevende voor het verkrijgen van de opdracht

- de leidinggevende bij het rapporteren over de opdracht en/of eventuele afwijkingen

2.2.5 Verantwoordelijkheid

- Het intern en extern communiceren

- Het werken in teamverband

- Het toezien op veiligheid, gezondheid en milieu

- Het optreden bij ongevallen

- Het opbouwen van eigen deskundigheid

- Het uitvoeren van dagelijkse controles en onderhoud

- Het vaststellen van de opdracht en de plaats van de opdracht op basis van de planning

- Het plannen, registreren en rapporteren van de eigen werkzaamheden

- Het controleren van het voertuig vooraf aan het vertrek en neemt desgevallend corrigerende maatregelen

- Het klaarmaken van de machine voor volgend gebruik

- Het voorbereiden van de uit te voeren activiteit

- Het werkklaar maken van de tractor met bijhorende gedragen of getrokken machines

- Het activeren van de beveiliging en bescherming van de tractor met bijhorende gedragen of getrokken machines

- Het werkklaar maken van de zelfrijdende landbouwmachines

- Het afstemmen van de hoeveelheid producten, oogstmethode, de techniek en het materieel op de opdracht

- Het activeren van de beveiliging en bescherming van de zelfrijdende landbouwmachines

- Het rijden met landbouwvoertuigen naar de productieplaats (veld, ...), de opslagplaats, leveringsplaats (boerderijen, verenigingen, ...)

- Het rekening houden met de afmetingen van de voertuigen en met de maatregelen betreffende uitzonderlijk vervoer

- Het voorbereiden van gronden en beplantingen

- Het oogsten van gewassen (maaien, dorsen, persen,...)

- Het rekening houden met de weersomstandigheden bij grondbewerking, bemesting en planten, gewasverzorging en oogsten

- Het zorg dragen voor het eigen materieel

- Het zorg dragen voor de orde, de netheid en het eigen materieel

2.3 Attesten

2.3.1 Wettelijke Attesten

- Een voertuig besturen waarvoor een attest vereist is: Beschikken over een rijbewijs CE of G afhankelijk van de werkzaamheden

- Fytolicentie 1 (Een fytolicentie 1 wijst op `Assistent professioneel gebruik'. Met een fytolicentie type 1 is het enkel mogelijk om gewasbeschermingsmiddelen toe te passen onder toezicht van een persoon met type P2 of P3.)

2.3.2 Vereiste Attesten

- Fytolicentie (Een fytolicentie 2 wijst op `Professioneel gebruik')

2.3.3 Instapvoorwaarden

Geen vereisten.