Besluit van de Vlaamse Regering tot erkenning van de beroepskwalificatie roerganger zeevisserij

  • goedkeuringsdatum
    08 januari 2016
  • publicatiedatum
    B.S.16/03/2016
  • datum laatste wijziging
    16/03/2016

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, artikel 12, vervangen bij het decreet van 1 juli 2011;

Gelet op het erkenningsadvies van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, gegeven op 28 augustus 2015;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 december 2015;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

De beroepskwalificatie van roerganger zeevisserij, ingeschaald op niveau 3 van de Vlaamse kwalificatiestructuur, wordt erkend. De beschrijving opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, omvat de definitie en de bijbehorende competenties.

Art. 2.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE

Beschrijving van de beroepskwalificatie van Roerganger zeevisserij (0200) als vermeld in artikel 1

1. GLOBAAL

a. Titel

Roerganger zeevisserij

b. Definitie

Werkt in de zeevisserij, staat in voor het optuigen en onderhouden van vaar- en vistuigen, om de gevangen vis te verwerken, het schip te onderhouden en te reinigen en om te functioneren als hoofd van wacht op de brug rekening houdend met de veiligheidsvoorschriften teneinde de bedrijfsdoelstellingen te bekomen

c. Niveau

3

d. Jaartal

2015

2. COMPETENTIES

2.1. Opsomming competenties

BASISACTIVITEITEN

Werkt in teamverband (co 01641)

- Communiceert efficiënt met alle bemanningsleden

- Wisselt informatie uit met alle bemanningsleden

- Werkt efficiënt samen met de andere bemanningsleden

- Past zich flexibel aan (verandering van bemanningsleden,...)

- Rapporteert aan de leidinggevende

- Volgt aanwijzingen van de leidinggevende

- Past zich aan de reglementering aan

- Zet zich in om te zorgen dat de orde en de tucht aan boord gevrijwaard is

Werkt met oog voor veiligheid, milieu, kwaliteit en welzijn (co 01642)

- Werkt ergonomisch

- Werkt economisch

- Werkt ecologisch

- Past de veiligheids- en milieuvoorschriften toe

- Gebruikt persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen

- Meldt problemen aan de schipper

- Leert nieuwe opgelegde technieken en past ze toe

Onderhoudt het vaartuig en de uitrusting (A141501 Id6981)

- Stemt de techniek en het materieel af op de opdracht (schoonmaken, detergenten, ...)

- Houdt zich aan het onderhoudsprogramma

- Controleert het dek en het materieel

- Maakt materialen zeewaardig vast

- Verbetert de situaties aan boord die een gevaar kunnen zijn

- Sorteert afval volgens de richtlijnen

Houdt toezicht op de toestand van het vaartuig tijdens het varen, stelt afwijkingen vast en meldt ze aan de schipper of de stuurman (A141501 Id17752-c)

- Meldt ernstige problemen aan de schipper of de stuurman

- Controleert de werking van de installaties en het reddingsmaterieel (oa. AED-toestel)

- Draagt beschermings- en reddingsmaterieel (reddingsvest met MOB-zender, veiligheidshelm, ...)

- Leest het veiligheidsplan en voert het uit indien nodig (man over boord, gewonden, schip verlaten, brandplan...)

- Past het evacuatieplan toe

Helpt het vaartuig veilig af- en aanmeren (A141501 Id7363-c)

- Stemt de techniek af op de opdracht van de schipper (afstoppen, vieren, uitwerpen, losgooien, opschieten van de meertrossen en -touwen,...)

- Geeft de schipper aanwijzingen bij het uitvoeren van de manoeuvres

SPECIFIEKE ACTIVITEITEN

Helpt en houdt toezicht bij het uitzetten en ophalen van de vistuigen (A141501 Id15116-c)

- Volgt instructies gekregen van op de brug op

- Zet de instructies om in handelingen aan dek

- Houdt zich aan de richtlijnen voor veiligheid

Haalt de vangst op, sorteert en verwerkt de vangst (A141501 Id17237-c/7569-c)

- Haalt de netten binnen samen met de andere bemanningsleden

- Controleert de vis

- Stript (gut) de vis

- Bergt de vis op in de viskisten

- Stapelt de viskisten zeewaardig in het visruim

- Bedient een weegschaal

- Gaat de temperatuur van de koelruimte na

- Houdt zich aan de richtlijnen voor voedselveiligheid

- Houdt indien nodig loten apart (traceerbaarheid)

Onderzoekt de staat van de netten, sleepnetten, boeien, touwen en voert de nodige herstellingen uit (A141501 Id17946)

- Herkent netsoorten (maaswijdte, tekening, ...)

- Leest een nettenplan

- Stelt netten samen

- Stemt de techniek en het materieel af op de opdracht (breien, boeten, touwwerk en kabels splitsen, ...)

- Voert in opdracht preventief onderhoud uit

- Merkt afwijkingen op en overlegt met de schipper

- Vernieuwt vislijnen, borgen, kabels van de gieken, ...

- Vult tekorten in het nettenruim aan voor het vertrek

Controleert de route van het vaartuig op basis van de richting, de snelheid (A141501 Id18266-c/26086-c)

- Loopt wacht op de brug en draagt hierbij de verantwoordelijkheid als hoofd van wacht (1)

- Kijkt, luistert en maakt gebruik van alle beschikbare middelen om de veiligheid van vaartuig, bemanning en lading te vrijwaren

- Bestuurt een vaartuig zowel vissend als niet-vissend

- Bedient de instrumenten op de brug

- Houdt zich aan de stuurinstructies van de schipper

- Gebruikt navigatiemateriaal (GPS, VHF, ...)

- Volgt de informatie van de beeldschermen op

- Past de navigatieparameters van het vaartuig aan op basis van koersverschillen en potentiële risico's in samenspraak met de schipper of stuurman

- Meldt problemen aan de schipper

(1) Hoofd van wacht: persoon die kijkt, luistert en gebruik maakt van alle beschikbare middelen om de veiligheid te garanderen van het vaartuig, bemanning, passagiers en de lading en dit onder bewind van de schipper

Houdt toezicht op en leidt matrozen op in vaktechnieken (A141501 Id19841-c)

- Geeft uitleg over de uitvoering van de opdrachten

- Geeft zelf het goed voorbeeld

- Volgt de vaardigheden operationeel op

- Stuurt bij indien nodig

- Ziet er op toe dat veiligheids- en milieuvoorschriften worden gerespecteerd

2.2. Beschrijving competenties/activiteiten adhv de descriptorelementen

2.2.1. Kennis

- Basiskennis van economische principes

- Basiskennis van ecologische principes

- Basiskennis van ergonomische principes

- Basiskennis van meteorologie

- Kennis van basisveiligheid (basic safety) op zee: kennis van sociale verantwoordelijkheden, kennis van brandpreventie en brandbestrijding, kennis van EHBO, kennis van persoonlijke overlevingstechnieken, kennis van persoonlijke veiligheid, samenwerken in nood en gebruik reddingsvlot, kennis van milieuverontreiniging op zee

- Kennis van soorten arbeidsongevallen op zee en preventieve maatregelen

- Kennis aangaande het Internationaal Reglement ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee

- Kennis van de stabiliteitsprincipes van het vaartuig

- Kennis van technieken voor visverwerking aan boord

- Kennis van knoop- en touwwerktechnieken

- Kennis van het wachtlopen

- Kennis van navigatietechnieken (hulpmiddelen voor navigatietechnieken, basisgebruik van de navigatieuitrusting aan boord)

- Kennis van apparatuur op de brug (navigatie, communicatie, vistuigtechnieken...)

- Kennis van typologie van schepen

- Kennis van onderhoudsprocedures

- Kennis van de te gebruiken materialen

- Kennis van de te gebruiken gereedschappen

- Kennis van de te gebruiken apparatuur

- Kennis van vakterminologie

- Kennis van de te gebruiken producten ((vis)kisten, schoonmaakproducten,...)

2.2.2. Vaardigheden

Cognitieve vaardigheden

- Het gepast kunnen communiceren met alle bemanningsleden

- Het kunnen uitwisselen van informatie met alle bemanningsleden

- Het efficiënt kunnen samenwerken met alle bemanningsleden

- Het zich flexibel kunnen aanpassen

- Het kunnen rapporteren aan de schipper, stuurman,...

- Het kunnen opvolgen van aanwijzingen van de schipper, stuurman,...

- Het kunnen aanpassen aan de reglementering en de orde en tucht aan boord

- Het kunnen toepassen van ergonomische technieken

- Het kunnen toepassen van economische principes

- Het kunnen toepassen van ecologische principes

- Het kunnen toepassen van veiligheids- en milieuvoorschriften in specifieke situaties

- Het kunnen melden van problemen aan de schipper

- Het kunnen leren en toepassen van nieuwe technieken

- Het kunnen afstemmen van de techniek en het materieel op de opdracht wat betreft het onderhoud van het vaartuig en de uitrusting

- Het kunnen houden aan het onderhoudsprogramma

- Het kunnen controleren van het dek en het materieel

- Het kunnen controleren van de werking van de installaties en het reddingsmaterieel

- Het kunnen lezen en uitvoeren van veiligheidsplan

- Het kunnen toepassen van het evacuatieplan

- Het kunnen ontvangen en opvolgen van de instructies van de verantwoordelijke op de brug

- Het kunnen omzetten van instructies in handelingen aan het dek wat betreft het onderhoud van het vaartuig en de uitrusting en bij het uitzetten, toezicht houden en ophalen van de vistuigen

- Het kunnen houden aan richtlijnen voor (voedsel)veiligheid

- Het kunnen afstemmen van de techniek op de opdracht van de schipper bij het af- en aanmeren van het vaartuig

- Het kunnen geven van aanwijzingen aan de schipper bij het uitvoeren van manoevers tijdens het af- en aanmeren van het vaartuig

- Het kunnen herkennen van netsoorten

- Het kunnen lezen van een nettenplan

- Het kunnen opmerken van afwijkingen van de staat van de (sleep)netten, boeien en touwen en daarover kunnen overleggen met de schipper

- Het kunnen kijken, luisteren en gebruik maken van alle beschikbare middelen om de veiligheid van vaartuig, bemanning en lading te vrijwaren

- Het zich kunnen houden aan de stuurinstructies van de schipper

- Het kunnen opvolgen van de informatie van de beeldschermen

- Het kunnen geven van uitleg over de uitvoering van de opdracht

- Het kunnen geven van het goede voorbeeld

- Het kunnen operationeel opvolgen van de vaardigheden

- Het kunnen helpen indien nodig

- Het kunnen toezien of de veiligheids- en milieuvoorschriften gerespecteerd worden

Probleemoplossende vaardigheden

- Het kunnen verbeteren van de situatie aan boord die een gevaar kunnen zijn

- Het kunnen melden van problemen aan de schipper of de stuurman

- Het kunnen aanpassen van de navigatieparameters van het vaartuig op basis van koersverschillen en potentiële risico's in samenspraak met de schipper

- Het kunnen opmerkingen van afwijkingen en overleggen met de schipper

Motorische vaardigheden

- Het kunnen gebruiken van persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen

- Het zeewaardig kunnen vastmaken van materialen

- Het kunnen sorteren van afval volgens de richtlijnen

- Het kunnen dragen van beschermings- en reddingsmaterieel

- Het kunnen binnenhalen van de netten samen met de andere bemanningsleden

- Het kunnen controleren van de vis

- Het kunnen strippen (gutten) van de vis

- Het kunnen opbergen van de vis in viskisten

- Het zeewaardig kunnen stapelen van de viskisten in het visruim

- Het kunnen bedienen van de weegschaal

- Het kunnen nagaan van de temperatuur in de koelruimte

- Het kunnen apart houden van de loten

- Het kunnen uitvoeren van preventief onderhoud van (sleep)netten, boeien en touwen aan de hand van instructies

- Het kunnen vernieuwen van vislijnen en het kunnen borgen van kabels van gieken

- Het kunnen aanvullen van tekorten in het nettenruim voor vertrek

- Het kunnen wacht lopen op de brug

- Het kunnen besturen van een vissersvaartuig zowel vissend als niet vissend

- Het kunnen bedienen de instrumenten op de brug

- Het kunnen gebruiken van navigatiemateriaal (GPS, VHF,...)

2.2.3. Context

Omgevingscontext

- Dit beroep wordt uitgeoefend op zee en aan de wal. De activiteiten kunnen aan dek en in een koelzone plaatsvinden

- Dit beroep wordt uitgeoefend met aangepaste/veranderende werktijden, in shift (volcontinu, tijdens de nacht, het weekend en tijdens feestdagen)

- Verlof wordt toegestaan in samenspraak met de rederij, zodat het vaartuig nooit onbemand is of met een tekort aan gekwalificeerd personeel vaart

- De tijd van huis weg kan in bepaalde omstandigheden oplopen tot ongeveer 1 maand, indien langer dan 1 maand zorgt de reder voor aflossing van het bemanningslid

- Dit beroep wordt uitgeoefend in teamverband, waarbij de nodige flexibiliteit belangrijk is om zich aan te passen aan wijzigingen van planning, omgeving, weersomstandigheden en soort visvangst

- Een vaartuig mag maar een beperkte periode ononderbroken varen. De termijn zoals bepaald in de wetgeving moet hierbij steeds gerespecteerd worden.

- De zeevisserij kent veel nationale en internationale reglementeringen, normen, aanbevelingen en technische voorlichtingsfiches inzake kwaliteit, veiligheid, gezondheid, hygiëne, welzijn, milieu

- Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen is verplicht

- Het respecteren van tijdschema's is noodzakelijk voor bepaalde opdrachten

- De situatie aan boord kan het dragen van lasten en werken in moeilijke houdingen en omstandigheden impliceren

Handelingscontext

- De roerganger gaat op constructieve en transparante wijze informatie uitwisselen met de andere bemanningsleden

- De roerganger kan zich aanpassen en flexibel opstellen bij wisselende omgevingsfactoren

- De roerganger moet zorgvuldig gebruik maken van materieel

- De roerganger moet steeds de veiligheids- en kwaliteitsvoorschriften respecteren

- De roerganger moet aandacht hebben voor de voedselveiligheid en hygiëne

- De roerganger kan gericht reageren bij gevaarlijke situaties (zoals storm, man-over-boord,...)

- De roerganger draagt persoonlijke beschermingskledij

- De roerganger moet bijblijven met de ontwikkelingen binnen de sector, dit vergt leergierigheid en het volgen van (verplichte) opleidingen

- De roerganger loopt wacht als hoofd van wacht

2.2.4. Autonomie

Is zelfstandig in

- Het voorbereiden, uitvoeren en controleren van eigen werkzaamheden

- Het zelfstandig controleren van eigen werk, het reinigen van het materieel

- Het opruimen en schoonmaken van het vaartuig

- Aanvullen van tekorten in het nettenruim

- Controleren, strippen en opbergen van de vis

- Vernieuwen van vislijnen, borgen, kabels van gieken,...

- Het onderzoeken en herstellen van de staat van de (sleep)netten, boeien, touwen

- Het zeewaardig maken van het materieel

- Het sorteren van afval

- Controleren van de werking van de installaties en het reddingsmaterieel

- Het mogelijk toepassen van het evacuatieplan

- Het uitleg geven over de uitvoering van de opdracht aan de scheepsjongere

- Het wacht lopen als hoofd op de brug Is gebonden aan

- De werkopdracht en tijdsplanning

- Veiligheids-, gezondheids-, kwaliteits- en milieuvoorschriften en procedures

- Instructies en afspraken met betrekking tot de eigen werkzaamheden

- De nationale en internationale wetgeving (STCW -reglementering,...)

- Aan de orde en tuchtregeling van het vaartuig

Doet beroep op

- De bemanningsleden voor het ondersteunen van de activiteiten

- De leidinggevende voor de werkopdracht, gegevens, melden van problemen, gevaarlijke situaties en bijkomende instructies

2.2.5. Verantwoordelijkheid

- Het efficiënt functioneren in de onderneming

- Het milieubewust, kwalitatief en veilig uitvoeren van het werk

- Het helpen en toezicht houden bij het uitzetten en ophalen van de vistuigen

- Het ophalen, sorteren en verwerken van de vangst

- Het onderzoeken en van de staat van de (sleep)netten, boeien, touwen en het uitvoeren van de noodzakelijke herstellingen ervan

- Het onderhouden van de vaartuigen en de uitrusting

- Het toezicht houden op de toestand van het vaartuig tijdens het varen, het vaststellen en informeren van de schipper of stuurman van afwijkingen

- Het helpen van aan- en afmeren van het vaartuig

- Het helpen van de scheepjongere/matroos bij het uitvoeren van vaktechnieken aan boord

- Het wacht kunnen lopen op de brug met volledige verantwoordelijkheid over het vaartuig en bemanning onder bewind van de schipper

- Het controleren van de route van het vaartuig op basis van de richting, de snelheid en het informeren van de schipper of stuurman bij koersverschillen

2.3. Attesten

2.3.1. Wettelijke Attesten

- Vaarbevoegdheidsbewijs roerganger

- Basic Safety training STCW-95 A-VI/1-4

- Medische keuringen

2.3.2. Vereiste Attesten

Geen vereisten.

2.3.3. Instapvoorwaarden

Geen vereisten.