Decreet houdende de toekenning van subsidies voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van het sportaanbod van de [studentensportvoorzieningen (verv. decr. 18 mei 2018, art. 2, I: 1 september 2018)] van de Vlaamse universiteiten en hogescholen en de erkenning en subsidiëring van een Vlaamse overkoepelende [studentensportorganisatie (verv. decr. 18 mei 2018, art. 2, I: 1 september 2018)]

  • goedkeuringsdatum
    03/04/2009
  • publicatiedatum
    B.S. 18/09/2009 (pagina 62912)
  • bron

    Numac : 2009035897
  • datum laatste wijziging
    15/06/2018

HOOFDSTUK I Algemene bepalingen

ART. 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

ART. 2.

In dit decreet wordt verstaan onder :
1° associatie : een associatie in het hoger onderwijs, georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van deel 2, titel 1, hoofdstuk 2, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
2° studentensportvoorziening : de vereniging of dienst die beschikt over sportinfrastructuur en die tot doel heeft sportactiviteiten die plaatsvinden buiten de cursussen, aan te bieden of te organiseren, en die zorgt voor de lichamelijke fitheid, gezondheid en het welzijn van de studenten, ingeschreven aan de Vlaamse universiteiten of hogescholen;
3° agentschap Sport Vlaanderen : het agentschap, dat opgericht is bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen";
4° de olympiade : de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de Olympische Zomerspelen;
5° sportbeleidsplan : een beleidsdocument, opgemaakt voor de duur van de olympiade, met betrekking tot het sportbeleid dat zal worden uitgevoerd. Het bevat alle doelstellingen, inspanningen, voorzieningen en instrumenten voor het voeren van een sportbeleid. Het beschrijft tevens op welke wijze aandacht wordt besteed aan de kwaliteit van de sportbeoefening;
6° sportraad : het adviesorgaan, samengesteld uit minstens één vertegenwoordiger per partner binnen de associatie en dat bestaat uit minstens de helft studenten, dat als taak heeft advies te geven over het sportbeleidsplan en over alle aangelegenheden die de sportraad belangrijk acht in het kader van het sportbeleid van de associatie;
7° ingeschreven student : een student overeenkomstig de bepalingen van artikel II.195 en II.196 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.
 

ART. 3.

Binnen de perken van de kredieten die worden vastgelegd op de begroting van het agentschap Sport Vlaanderen, verleent de Vlaamse Regering subsidies aan de associaties die een sportbeleidsplan voor de olympiade indienen en uitvoeren conform dit decreet.

De associaties en hun studentensportvoorzieningen zijn verantwoordelijk voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van het gezond sportaanbod.

Voor de financiering van de uitvoering van de sportbeleidsplannen van de associaties wordt in een jaarlijks subsidiebedrag voorzien. De subsidie wordt als volgt verdeeld en bestaat uit:
1° een vast bedrag per associatie;
2° een aanvullend bedrag dat afhankelijk is van het officieel gevalideerde aantal ingeschreven studenten in het voorgaande academiejaar in de universiteit en de hogescholen die deel uitmaken van de betreffende associatie.

De associaties dienen minstens de helft van de subsidie te besteden aan beleidsmaatregelen die betrekking hebben op de recreatieve sportbeoefening in de associatie.

De Vlaamse Regering bepaalt het jaarlijkse subsidiebedrag waarin wordt voorzien voor de financiering van de uitvoering van de sportbeleidsplannen van de associaties, vermeld in het derde lid, en het vaste bedrag per associatie, vermeld in het derde lid, 1°.
 

ART. 4.

De Vlaamse Regering erkent en subsidieert een overkoepelende studentensportorganisatie voor de organisatie van associatieoverschrijdende studentensportinitiatieven en de deelname van studenten aan internationale studentensportinitiatieven.

De raad van bestuur van de overkoepelende studentensportorganisatie kan een of meer van zijn leden-associaties aanwijzen die mee instaan voor de operationele uitvoering van de organisatie van associatieoverschrijdende studentensportinitiatieven en de deelname van studenten aan internationale studentensportinitiatieven.

De jaarlijkse subsidie van de overkoepelende studentensportorganisatie omvat naast de subsidie voor de opdrachten, vermeld in het eerste lid, werkingssubsidies en personeelssubsidies. De Vlaamse Regering kan de verhouding tussen de personeels- en werkingssubsidies bepalen. Minimaal 10 percent van de subsidie moet besteed worden aan de concrete organisatie van associatieoverschrijdende studentensportinitiatieven en de deelname van studenten aan internationale studentensportinitiatieven.

Binnen de perken van de kredieten die worden vastgelegd op de begroting van het agentschap Sport Vlaanderen, verleent de Vlaamse Regering subsidies aan de erkende overkoepelende studentensportorganisatie die een sportbeleidsplan voor de duur van de olympiade indient en uitvoert conform dit decreet.
 

HOOFDSTUK II Subsidiëring van de uitvoering van het sportbeleidsplan van de associaties

Afdeling I Subsidiëringsvoorwaarden

ART. 5.

Binnen het kader van dit decreet kunnen subsidies toegekend worden aan de associaties waarvan de universiteit en de hogescholen die er deel van uit maken, studentensportvoorzieningen beheren die voldoen aan de volgende voorwaarden :
1° erkend zijn door de raad van bestuur van de universiteit of de hogeschool in het kader waarvan ze haar activiteiten organiseert;
2° activiteiten aanbieden in overeenstemming met haar doel en de bij haar ingeschreven studenten aanmoedigen tot regelmatige sportbeoefening;
3° een sportaanbod hebben voor de bij haar ingeschreven studenten minstens gedurende de lesweken;
4° ter bescherming van de burgerlijke aansprakelijkheid en de lichamelijke ongevallen van de bij haar ingeschreven studenten beschikken over een verzekering ter dekking van die risico's;
5° beschikken over voldoende uitgeruste infrastructuur die toelaat het sportaanbod in kwaliteitsvolle omstandigheden te beoefenen;
6° onder dezelfde voorwaarden openstaan voor alle ingeschreven studenten van de associatie;
7° de bij haar ingeschreven studenten ertoe aanzetten deel te nemen aan associatieoverschrijdende sportinitiatieven die worden georganiseerd door de overkoepelende studentensportorganisatie die daarvoor door de Vlaamse Regering wordt erkend.
 

ART. 6.

Binnen de associatie wordt één overlegplatform aangewezen dat verantwoordelijk is voor het sportbeleid en een coördinerende rol vervult bij het sporttechnische, sportpromotionele en administratieve beleid van de studentensportvoorzieningen die behoren tot de associatie.
 

ART. 7.

Het overlegplatform moet binnen de associatie of haar onderliggende partnerinstellingen kunnen beschikken over minstens twee voltijdse equivalenten die voltijds of halftijds tewerkgesteld zijn. Deze personeelsleden moeten sporttechnisch gekwalificeerd zijn en zijn tewerkgesteld binnen een studentensportvoorziening die behoort tot de associatie.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere diplomavereisten waaraan deze personeelsleden moeten voldoen.

ART. 8.

De eigen werkingsmiddelen voor sport van de associatie, haar onderliggende partnerinstellingen en studentensportvoorzieningen mogen jaarlijks en voor de duur van het sportbeleidsplan, niet verminderen ten opzichte van het werkingsjaar dat voorafgaat aan de olympiade.

ART. 9.

Het overlegplatform van de associatie maakt in opdracht van de raad van bestuur van de associatie een sportbeleidsplan voor de komende olympiade. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan dit sportbeleidsplan moet voldoen.

Afdeling II Subsidiëringsprocedure

ART. 10.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden, de in te dienen documenten, de vorm, de termijnen en de te volgen procedure voor de subsidiëring van de associaties en de behandeling ervan door het agentschap Sport Vlaanderen.

De subsidiëring van de associatie wordt verleend, geheel of gedeeltelijk geweigerd of ingetrokken onder de voorwaarden, binnen de termijnen en volgens de vorm en de procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald.

ART. 11.

Het overlegplatform maakt in opdracht van de raad van bestuur van de associatie jaarlijks een verslag over de uitvoering van het sportbeleidsplan in het voorgaande jaar. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan het jaarlijkse verslag moet voldoen.

HOOFDSTUK III Erkenning en subsidiëring van een Vlaamse overkoepelende [studentensportorganisatie (verv. decr. 18 mei 2018, art. 8, I: 1 september 2018)]

Afdeling I Erkenningsvoorwaarden

ART. 12.

Om als overkoepelende studentensportorganisatie erkend te worden en te blijven, moet de vereniging aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° opgericht zijn als vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen;
2° gedurende minstens een jaar werkzaam zijn;
3° volgens haar statuten instaan voor de organisatie van associatieoverschrijdende studentensportinitiatieven en de deelname van studenten aan internationale studentensportinitiatieven;
4° de vereniging kan als enige, via haar nationale koepel deelnemen aan de universiades en World University Championships (WUC's) en heeft als enige, via haar nationale koepel, een officiële affiliatie met de internationale federatie van de studentensport. De internationale sportfederatie moet op haar beurt door het Internationaal Olympisch Comité aanvaard zijn;
5° de werking, de statuten en het huishoudelijk reglement beantwoorden aan de volgende voorwaarden :
a) ze zijn in overeenstemming met het decreet van 20 december 2013 inzake gezond en ethisch sporten;
b) ze zijn in overeenstemming met het Antidopingdecreet van 25 mei 2012;
c) ze bevatten geen bepalingen waardoor de bevordering van de algemene sportbeoefening door de studenten wordt verhinderd;
d) ze aanvaarden de principes en de regels van de democratie en ze onderschrijven tevens het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag betreffende de Rechten van het Kind;
6° haar zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
7° geleid worden door een algemene vergadering waarin de gesubsidieerde associaties, vermeld in artikel 3, en een vertegenwoordiging van de studenten afgevaardigd zijn, en door een raad van bestuur waarin de gesubsidieerde associaties vertegenwoordigd zijn;
8° op zelfstandige wijze de financiën beheren en het eigen beleid bepalen;
9° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de vereniging, haar bestuurders, haar personeel en haar aangestelden, vermeld in artikel 1382 tot 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken;
10° ter bescherming van de deelnemers een verzekering afsluiten voor de door haar georganiseerde initiatieven die niet gedekt zijn door de verzekeringspolissen van de universiteiten en de hogescholen;
11° jaarlijks het door de algemene vergadering goedgekeurde financiële verslag en het werkingsverslag van het voorbije werkingsjaar bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden op de zetel of het secretariaat van de vereniging in het Nederlands voorhanden zijn, en die ter beschikking stellen voor onderzoek door het agentschap Sport Vlaanderen.
 

Afdeling II Erkenningsprocedure

ART. 13.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden, de vorm, de termijnen en de te volgen procedure voor de aanvraag tot erkenning en de behandeling ervan door het agentschap Sport Vlaanderen.

De erkenning wordt verleend, geweigerd, geschorst of ingetrokken onder de voorwaarden, binnen de termijnen en volgens de vorm en de procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald.

De erkenning wordt voor de duur van de olympiade toegestaan.

Afdeling III Subsidiëringsvoorwaarden

ART. 14.

Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, maakt de erkende overkoepelende studentensportorganisatie een sportbeleidsplan op voor de komende olympiade. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan dit sportbeleidsplan moet voldoen.
 

ART. 15.

...

Afdeling IV Subsidiëringsprocedure

ART. 16.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden, de vorm, de termijnen en de te volgen procedure voor de subsidiëring van de erkende overkoepelende studentensportorganisatie en de behandeling ervan door het agentschap Sport Vlaanderen.

De subsidiëring van de erkende overkoepelende studentensportorganisatie wordt verleend, geheel of gedeeltelijk geweigerd of ingetrokken onder de voorwaarden, binnen de termijnen en volgens de vorm en de procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald.
 

ART. 17.

De overkoepelende studentensportorganisatie maakt een jaarlijks verslag over de uitvoering van het sportbeleidsplan in het voorgaande jaar. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan het jaarlijkse verslag moet voldoen.
 

HOOFDSTUK IV Slotbepalingen

ART. 18.

Dit decreet treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.