Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het projectbureau betreffende de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur via projectspecifieke DBFM-overeenkomsten

  • goedkeuringsdatum
    16 december 2016
  • publicatiedatum
    B.S.19/01/2017
  • datum laatste wijziging
    19/01/2017

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 25 november 2016 betreffende de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur via projectspecifieke DBFM-overeenkomsten, artikel 7;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 9 december 2016;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. - Samenstelling

Artikel 1.

Er wordt een projectbureau opgericht dat is samengesteld uit :

1° een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;

2° een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor het Vlaams kenniscentrum PPS;

3° een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor Financiën en Begroting;

4° een vertegenwoordiger van School Invest nv;

5° een vertegenwoordiger van AGION;

6° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs;

7° een vertegenwoordiger van de representatieve koepelorganisaties van het gesubsidieerd vrij onderwijs;

8° een vertegenwoordiger van de representatieve koepelorganisaties van het gesubsidieerd officieel onderwijs;

9° een extern juridisch expert;

10° een PPS-deskundige van het Vlaams kenniscentrum PPS;

11° een secretaris.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, benoemt de leden van het projectbureau op voordracht van de entiteiten die gerechtigd zijn om een vertegenwoordiger aan te wijzen in het projectbureau. De extern juridisch expert wordt voorgedragen door AGION.

Voor elk effectief lid wordt door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, een plaatsvervangend lid benoemd.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, draagt een secretaris voor en benoemt een lid van het projectbureau tot voorzitter.

Het mandaat van de leden van het projectbureau eindigt als de opdracht waarvoor het projectbureau is opgericht, is vervuld.

Art. 2.

Het projectbureau kan zich laten bijstaan of adviseren door experts inzake schoolinfrastructuur of publiek-private samenwerking.

HOOFDSTUK 2. - Werking

Art. 3.

Overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 25 november 2016 betreffende de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur via projectspecifieke DBFM-overeenkomsten ondersteunt het projectbureau AGION bij :

1° de voorbereiding van de ingediende aanvragen, vermeld in artikel 9 van het voormelde decreet;

2° de opstelling van de lijst van geselecteerde kandidaten, vermeld in artikel 5, eerste lid, van het voormelde decreet;

3° de beoordeling van de offertes die de geselecteerde kandidaten hebben ingediend.

Art. 4.

Het projectbureau kan alleen geldig beraadslagen als ten minste de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.

Art. 5.

Het projectbureau stelt een huishoudelijk reglement op.

Art. 6.

Het projectbureau streeft naar unanimiteit bij de besluitvorming. Als er geen consensus bereikt kan worden, wordt de beslissing genomen bij gewone meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

HOOFDSTUK 3. - Slotbepaling

Art. 7.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.