Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten, fruit en melk aan leerlingen in onderwijsinstellingen

  • goedkeuringsdatum
    21 april 2017
  • publicatiedatum
    B.S.30/05/2017
  • datum laatste wijziging
    30/05/2017

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten, het laatst gewijzigd bij verordening (EU) 2016/2145 van de Raad van 1 december 2016;

Gelet op verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, het laatst gewijzigd bij gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1226 van de Commissie van 4 mei 2016;

Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/39 van de Commissie van 3 november 2016 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen in onderwijsinstellingen;

Gelet op gedelegeerde verordening (EU) nr. 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014;

Gelet op het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, artikel 6, 7, 58 en 74;

Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 4, 1°;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 betreffende de verstrekking van melk en bepaalde zuivelproducten aan leerlingen in onderwijsinstellingen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten en fruit aan leerlingen in onderwijsinstellingen;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister van Begroting, gegeven op 18 april 2017;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de vakantieperiode in het onderwijs noopt tot een onmiddellijke goedkeuring en uitvoering van dit besluit;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. - Definities en delegatie

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder :

1° andere steunaanvragers: de steunaanvragers, vermeld in artikel 5, lid 2, c), d) en e), van de gedelegeerde verordening;

2° bevoegde entiteit: het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij;

3° groenten en fruit: de producten van de sector groenten en fruit en de sector bananen, vermeld in bijlage I, deel IX en XI, van de verordening;

4° indicatorschool: een onderwijsinstelling uit het buitengewoon lager onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs of een onderwijsinstelling uit het basisonderwijs waarvan minstens 30% van de ingeschreven leerlingen rechthebbende is van de indicator "schooltoelage" als vermeld in het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, in het tweede schooljaar voor het schooljaar waarvoor een deelnameverklaring als vermeld in artikel 7 van dit besluit, wordt ingediend;

5° melk: halfvolle of volle consumptiemelk of de lactosevrije versie daarvan, vermeld in bijlage VII, deel IV, I, a), III, lid 1, c), en lid 2, c), van de verordening;

6° ministers: de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid en de Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw;

7° onderwijsinstelling: een instelling in het Vlaamse Gewest, die door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd wordt voor basisonderwijs of buitengewoon secundair onderwijs;

8° gedelegeerde verordening: de gedelegeerde verordening (EU) nr. 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014;

9° verordening: verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad;

10° schoolregeling: de schoolfruit- en groentenregeling, vermeld in artikel 23 van de verordening, en de schoolmelk- en zuivelproductenregeling, vermeld in artikel 26 van de verordening.

Art. 2.

Het hoofd van de bevoegde entiteit kan de aangelegenheden die conform dit besluit en de uitvoeringsbepalingen ervan onder de bevoegdheid van de bevoegde entiteit vallen, subdelegeren aan personeelsleden van de bevoegde entiteit die onder zijn hiërarchisch gezag staan, tot op het meest functionele niveau.

Art. 3.

De bevoegde entiteit neemt alle administratieve beslissingen die nodig zijn voor de uitvoering van de schoolregeling.

HOOFDSTUK 2. - Erkenning van onderwijsinstellingen

Art. 4.

Alleen onderwijsinstellingen die door de bevoegde entiteit erkend zijn komen in aanmerking voor steun in het kader van de schoolregeling.

Om de erkenning te verkrijgen dient een onderwijsinstelling een erkenningsaanvraag in bij de bevoegde entiteit.

In de aanvraag verbindt de onderwijsinstelling zich er toe :

1° de verbintenissen, vermeld in artikel 6, lid 1, a), c), e) en f), van de gedelegeerde verordening, aan te gaan;

2° de groenten en fruit en de melk die in het kader van de schoolregeling verstrekt worden aan de leerlingen te verstrekken in één portie per week gedurende minstens tien weken per schooljaar in het eerste trimester ter uitvoering van artikel 5, tweede lid, van dit besluit of minstens tien weken in het eerste trimester en minstens tien weken in het tweede trimester ter uitvoering van artikel 5, derde lid, van dit besluit; 3° de ouders van de leerlingen op de hoogte te brengen van de deelname van de onderwijsinstelling aan de schoolregeling;

4° de groenten en fruit en de melk die in het kader van de schoolregeling verstrekt worden alleen aan te bieden voor consumptie door leerlingen op schooldagen;

5° de onterecht uitbetaalde steun terug te betalen;

6° de groenten en fruit en de melk die in het kader van de schoolregeling verstrekt worden alleen aan te bieden buiten de schoolmaaltijden.

De ministers kunnen de uiterste indieningsdatum en de wijze waarop de erkenningsaanvraag ingediend wordt, bepalen.

HOOFDSTUK 3. - Steun aan onderwijsinstellingen

Art. 5.

Er wordt steun verleend aan onderwijsinstellingen voor de verstrekking van groenten en fruit en melk aan kinderen in onderwijsinstellingen in het kader van de schoolregeling.

De steun wordt verleend voor de verstrekking van één portie per leerling en per week gedurende tien weken in het eerste trimester van het schooljaar.

In afwijking van het tweede lid wordt aan indicatorscholen steun verleend voor de verstrekking van één portie, per leerling, per week gedurende tien weken in het eerste trimester en gedurende tien weken in het tweede trimester van het schooljaar.

Art. 6.

De steun, vermeld in artikel 5, is gelijk aan het bedrag dat de onderwijsinstelling aan haar leverancier betaalt voor de groenten en fruit en de melk die in het kader van de schoolregeling verstrekt worden.

Bij een verstrekking gedurende tien weken, vermeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt de steun maximaal drie euro voor de verstrekking van groenten en fruit en maximaal twee euro voor de verstrekking van melk, per leerling per schooljaar. Er worden niet meer leerlingen meegerekend dan het aantal leerlingen dat de onderwijsinstelling doorgegeven heeft in de deelnameverklaring, vermeld in artikel 7, eerste lid.

Bij een verstrekking gedurende twintig weken, vermeld in artikel 5, derde lid bedraagt de steun, vermeld in artikel 5, in afwijking van het tweede lid, maximaal zes euro voor de verstrekking van groenten en fruit en maximaal vier euro voor de verstrekking van melk, per leerling per schooljaar. Voor het eerste trimester worden er niet meer leerlingen meegerekend dan het aantal leerlingen dat de onderwijsinstelling doorgegeven heeft in de deelnameverklaring, vermeld in artikel 7, eerste lid. Voor het tweede trimester kan het aantal leerlingen dat ingeschreven is op de eerste officiele schooldag van januari van het schooljaar in kwestie, zoals doorgegeven in de steunaanvraag, vermeld in artikel 9, derde lid, meegerekend worden.

De ministers kunnen bepalen met welke documenten het bedrag, vermeld in het eerste lid, gestaafd wordt.

Art. 7.

Elk schooljaar dienen de erkende onderwijsinstellingen die willen deelnemen aan de schoolregeling een deelnameverklaring in bij de bevoegde entiteit.

In deze deelnameverklaring geven de onderwijsinstellingen het aantal leerlingen door dat ingeschreven is voor het schooljaar in kwestie op de eerste officiële schooldag van dat schooljaar.

Bijkomend geven de indicatorscholen het aantal leerlingen door dat ingeschreven is op de eerste officiële schooldag van het tweede trimester van dat schooljaar.

De ministers kunnen de uiterste indieningsdatum en de wijze waarop de deelnameverklarinig ingediend wordt, bepalen.

Art. 8.

Als het beschikbare budget voor een schooljaar niet toereikend is om steun als vermeld in artikel 5, te verlenen aan alle onderwijsinstellingen die een deelnameverklaring als vermeld in artikel 7, ingediend hebben, voert de bevoegde entiteit een selectie uit op basis van volgende criteria :

1° indicatorscholen krijgen altijd voorrang op andere onderwijsinstellingen;

2° zonder afbreuk te doen aan het criterium, vermeld in punt 1°, krijgen onderwijsinstellingen waaraan in het voorgaande schooljaar geen steun als vermeld in artikel 5, verleend werd, voorrang op onderwijsinstellingen waaraan in het voorgaande schooljaar wel steun als vermeld in artikel 5 verleend is;

3° zonder afbreuk te doen aan de criteria, vermeld in punt 1° en 2°, worden de onderwijsinstellingen bij loting geselecteerd tot het beschikbare budget is opgebruikt.

Art. 9.

Voor de uitbetaling van de steun, vermeld in artikel 5, dienen de onderwijsinstellingen een steunaanvraag in bij de bevoegde entiteit.

Onderwijsinstellingen dienen één steunaanvraag in per tien weken waarin groenten en fruit en melk verstrekt worden in het kader van de schoolregeling.

Indicatorscholen geven in de steunaanvraag van het tweede trimester het aantal leerlingen door dat op de eerste schooldag van januari van het schooljaar in kwestie ingeschreven was.

De ministers kunnen de uiterste indieningsdatum, de wijze waarop de steunaanvraag ingediend wordt en de bijkomende gegevens die in de steunaanvraag opgenomen worden, bepalen.

HOOFDSTUK 4. - Andere steunaanvragers

Art. 10.

Er kan steun verleend worden aan andere steunaanvragers voor de uitvoering van andere maatregelen.

In het eerste lid wordt verstaan onder andere maatregelen: de begeleidende educatieve maatregelen, de monitoring- of evaluatieacties en de publiciteit, vermeld in artikel 5, lid 1, b), c) en d), van de gedelegeerde verordening.

Art. 11.

Alleen andere steunaanvragers die door de bevoegde entiteit erkend zijn, komen in aanmerking voor de steun, vermeld in artikel 10.

Om erkend te worden dienen andere steunaanvragers een erkenningsaanvraag in bij de bevoegde entiteit.

De ministers kunnen de wijze waarop de erkenningsaanvraag ingediend wordt, bepalen.

Art. 12.

Voor de uitbetaling van de steun, vermeld in artikel 10, dienen andere steunaanvragers een steunaanvraag in bij de bevoegde entiteit.

De ministers kunnen de uiterste indieningstermijn, de wijze waarop de steunaanvraag ingediend wordt en de bijkomende gegevens die in de steunaanvraag opgenomen worden, bepalen.

HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen

Art. 13.

De onderwijsinstellingen en de andere steunaanvragers bewaren alle bewijsstukken in het kader van de schoolregeling ten minste vijf jaar. Tijdens deze periode houden ze de stukken ter beschikking van de personeelsleden die met het toezicht op de schoolregeling belast zijn.

Art. 14.

De volgende regelingen worden opgeheven :

1° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 betreffende de verstrekking van melk en bepaalde zuivelproducten aan leerlingen in onderwijsinstellingen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 november 2008 en van 19 december 2014;

2° het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten en fruit aan leerlingen in onderwijsinstellingen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015.

Art. 15.

Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2017.

Art. 16.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.