Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, wat betreft de erkenning van beroepskwalificaties voor maatschappelijke rollen

  • goedkeuringsdatum
    29/06/2018
  • publicatiedatum
    B.S. 10/08/2018 (pagina 62818)
  • bron

    Numac : 2018013193
  • datum laatste wijziging
    30/08/2018

Aanhef

DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
Gelet op het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, artikel 10, § 5, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 27 april 2018;
Gelet op het advies 63.534/1 van de Raad van State, gegeven op 21 juni 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;
Na beraadslaging,
Besluit :

HOOFDSTUK 1. Definities en toepassingsgebied

ART 1.

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° agentschap : het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
2° beroepskwalificatie: de beroepskwalificatie, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 30 april 2009;
3° beroepskwalificatiedossier: een beroepskwalificatiedossier als vermeld in artikel 2, 4° bis, van het decreet van 30 april 2009;
4° competentie: de competentie, vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 30 april 2009;
5° decreet van 30 april 2009 : het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;
6° maatschappelijke rol: een samenhangend geheel van taken met bijbehorende competenties die gericht zijn op een specifiek maatschappelijk functioneren in het kader van vrijwilligerswerk of vrijetijdswerk.

ART 2.

Dit besluit is van toepassing op de erkenning van de beroepskwalificaties van niveau 1 tot en met 8 voor maatschappelijke rollen, vermeld in artikel 10, § 5, en artikel 11, derde lid, van het decreet van 30 april 2009.

HOOFDSTUK 2. Procedure voor de erkenning van beroepskwalificaties voor maatschappelijke rollen

Afdeling 1. Opmaak van een beroepskwalificatiedossier voor een maatschappelijke rol

ART 3.

Iedere organisatie kan een beroepskwalificatiedossier indienen in het kader van vrijwilligerswerk of vrijetijdswerk.

ART 4.

§ 1. Een beroepskwalificatiedossier is opgebouwd uit al de volgende onderdelen :
1° de titel en de definitie van de beroepskwalificatie;
2° de vermelding van de betrokken organisaties en van de indieners;
3° de competenties die beschreven zijn volgens de descriptorelementen op basis van de referentiekaders competentieprofielen, vermeld in artikel 10, § 3, van het decreet van 30 april 2009, en de verwijzing naar de gehanteerde referentiekaders;
4° als het van toepassing is, de titel van de deelkwalificaties en de competenties die samen een deelkwalificatie vormen;
5° een analyse van de maatschappelijke relevantie van de beroepskwalificatie, met inbegrip van de eventuele deelkwalificaties;
6° de samenhang met andere beroepskwalificatiedossiers en met erkende beroeps- en onderwijskwalificaties.

§ 2. In de analyse, vermeld in paragraaf 1, 5°, beargumenteert de indiener op een omstandige wijze dat de beschreven competenties in de beroepskwalificatie alleen betrekking hebben op een maatschappelijke rol.

Als het agentschap op basis van de argumentatie, vermeld in eerste lid, van oordeel is dat de beschreven competenties niet uitsluitend een maatschappelijke rol betreffen, kan het agentschap beslissen om het beroepskwalificatiedossier voor te leggen aan de validerings- en inschalingscommissie, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van beroepskwalificaties en inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs. De argumentatie van het agentschap wordt bij het erkenningsadvies van de betreffende beroepskwalificatie aan de Vlaamse Regering gevoegd.

ART 5.

Het agentschap coördineert het opstellen van de beroepskwalificatiedossiers, begeleidt het proces en bewaakt de kwaliteit. De indieners dragen de eindverantwoordelijkheid voor de opmaak van de beroepskwalificatiedossiers.

Afdeling 2. Valideren van een beroepskwalificatiedossier voor een maatschappelijke rol

ART 6.

Elk beroepskwalificatiedossier wordt voor validering aan de valideringscommissie voorgelegd. Op basis van de onderdelen uit het beroepskwalificatiedossier, vermeld in artikel 4, § 1, wordt al dan niet tot validering overgegaan op grond van :
1° het draagvlak voor het ingediende dossier;
2° het gebruik van de referentiekaders;
3° de interne coherentie van de competenties en de volledigheid;
4° de maatschappelijke relevantie doordat er een maatschappelijke rol mee kan worden opgenomen.

ART 7.

Een valideringscommissie wordt als volgt samengesteld :
1° drie effectieve en drie plaatsvervangende leden aangeduid door hetzij een adviesraad zoals vermeld in artikel 3, derde lid van het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003, hetzij een betrokken overheidsinstantie, hetzij een betrokken organisatie of sector;
2° één onafhankelijke interne expert en één plaatsvervanger uit het agentschap. Die expert is niet stemgerechtigd en neemt de kwaliteitsbewaking op.

Het voorzitterschap wordt waargenomen door een onafhankelijke externe expert die het agentschap aanwijst.

ART 8.

Een valideringscommissie beslist bij consensus. Bij gebrek aan consensus wordt bij meerderheid van stemmen beslist.

ART 9.

Het agentschap stelt het huishoudelijk reglement van een valideringscommissie op. Voorstellen tot wijzigingen gaan uit van de leden. Het huishoudelijk reglement regelt de bevoegdheden van de voorzitter en het secretariaat, de wijze waarop het agentschap het secretariaat organiseert, de inhoud en periodiciteit van de vergaderingen, de bijeenroeping en bezetting van de vergaderingen, de bekendmaking van de valideringsbeslissing en een deontologische code.

Afdeling 3. Inschalen van een beroepskwalificatiedossier voor een maatschappelijke rol

ART 10.

Een gevalideerd beroepskwalificatiedossier wordt voor inschaling aan een inschalingscommissie voorgelegd.

Een inschalingscommissie wordt als volgt samengesteld :
1° zeven effectieve en zeven plaatsvervangende leden die een betrokken overheidsinstantie of een betrokken organisatie of sector aanwijst;
2° vijf effectieve en vijf plaatsvervangende leden die de Vlaamse Onderwijsraad aanwijst;
3° één effectief en één plaatsvervangend lid dat de VDAB aanwijst, en één effectief en één plaatsvervangend lid dat Syntra Vlaanderen aanwijst;
4° twee onafhankelijke interne experten en twee plaatsvervangers uit het agentschap. Die experten zijn niet stemgerechtigd en nemen de proces- en kwaliteitsbewaking op.

Het voorzitterschap wordt waargenomen door een onafhankelijke externe expert die het agentschap aanwijst.

ART 11.

Voor de inschaling wordt de methodiek gehanteerd die daarvoor is ontwikkeld en geijkt en die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

Een inschalingscommissie brengt een inschalingsadvies uit bij consensus.

Bij gebrek aan consensus over het inschalingsniveau formuleert het agentschap zelf een voorstel over het al dan niet inschalen op basis van een afweging van de argumentatie van de leden van de inschalingscommissie.

Om te kunnen deelnemen aan een inschalingscommissie als effectief of plaatsvervangend lid, volgen de inschalers een opleiding.

ART 12.

Het agentschap stelt het huishoudelijk reglement van een inschalingscommissie op. Voorstellen tot wijzigingen gaan uit van de leden. Het huishoudelijk reglement regelt de bevoegdheden van de voorzitter en het secretariaat, de wijze waarop het agentschap het secretariaat organiseert, de inhoud en periodiciteit van de vergaderingen, de bijeenroeping en bezetting van de vergaderingen, de bekendmaking van de inschalingsbeslissing en een deontologische code.

Afdeling 4. Erkenning van een beroepskwalificatie voor een maatschappelijke rol

ART 13.

Het agentschap voert een marginale toetsing uit van het proces en het resultaat van het opstellen van een beroepskwalificatiedossier voor een maatschappelijke rol en van het proces en het resultaat van de validering en de inschaling. Het gaat na of alle vormvoorwaarden zijn vervuld, of het proces in alle redelijkheid is verlopen en of het resultaat niet kennelijk onredelijk is aan de hand van de criteria, vermeld in dit besluit.

ART 14.

Het agentschap bezorgt aan de Vlaamse Regering een erkenningsadvies als vermeld in artikel 12 van het decreet van 30 april 2009, binnen dertig dagen na de inschaling. De Vlaamse Regering beslist of er al dan niet tot erkenning wordt overgegaan.

De erkende beroepskwalificatie omvat de naam en de definitie van de beroepskwalificatie, de competenties van het gevalideerde beroepskwalificatiedossier, de eventuele onderliggende deelkwalificatie(s), de niveaubepaling van de beroepskwalificatie en het jaartal van de erkenning.

Elke erkende beroepskwalificatie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

HOOFDSTUK 3. Slotbepaling

ART 15.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage

Bijlage. Beschrijving van het inschalingssysteem

Het decreet bepaalt (artikel 5): `Het kwalificatieraamwerk onderscheidt acht niveaus ... Elk niveau ... bestaat uit vijf descriptorelementen : kennis, vaardigheden, context, autonomie en verantwoordelijkheid.'

Op basis van de decretaal bepaalde niveaubeschrijvingen zijn de acht niveaus van het Vlaams kwalificatieraamwerk hertaald naar vijf inschalingsniveaus, namelijk A, B, C, D en E. Elk niveau bestaat uit drie subscores, namelijk A-, A, A+, B-, B, B+, C-, C, C+, D-, D, D+, E-, E en E+.

De vijf descriptorelementen zijn uitgesplitst in acht descriptorelementen. Het descriptorelement `vaardigheden' is opgesplitst in `cognitieve vaardigheden', `probleemoplossende vaardigheden' en `motorische vaardigheden'. Het descriptorelement `context' is ontdubbeld naar `omgevingscontext' en 'handelingscontext'.

De oorspronkelijke 8x5-matrix is hertaald naar een 5x8-matrix. Die hertaling diende enerzijds om de descriptorbeschrijvingen aan te scherpen (het ene niveau ten opzichte van het andere) en anderzijds om de neutraliteit en objectiviteit van de inschaling door de inschalingscommissie te garanderen (geen expliciete verbinding tussen de acht VKS-niveaus en de vijf niveaus binnen de descriptorelementen).

De inschalingsmethodiek bestaat uit een kwalitatief en een kwantitatief luik.

Kwalitatief

In een eerste stap van inschaling oordeelt de inschalingscommissie in consensus over het niveau van inschaling aan de hand van scores per descriptorelement volgens een handleiding die gebaseerd is op beslissingsbomen en definities per descriptorelement.

Kwantitatief

Nadat de inschalingscommissie per descriptorelement in consensus een kwalitatieve inschaling (VKS-niveau) heeft bepaald, wordt voor elk descriptorelement van het beroepskwalificatiedossier (kennis, cognitieve vaardigheden, motorische vaardigheden, probleemoplossende vaardigheden, omgevingscontext, handelingscontext, autonomie, verantwoordelijkheid) de behaalde score in een wegingstool geregistreerd. Daarbij wordt de dwingende en bepalende kwalitatieve inschaling omgezet in een kwantitatieve inschaling om via de omweg van een score te kunnen inschalen in een gekwantificeerd model als kwantitatieve weergave van de acht VKS-niveaus.

Via de wegingstool worden die scores per descriptorelement automatisch vertaald in punten. Per niveau en per subscore (drie per niveau) is voor elk descriptorelement een gewicht in punten toegekend op basis van een analyse van de in het decreet opgenomen niveaudescriptoren en descriptorelementen. Nadat alle puntenscores per descriptorelement ingegeven zijn, genereert de wegingstool een totaalscore en tegelijk het VKS-niveau waarin die totaalscore zich bevindt. De scoreranges per VKS-niveau zijn bepaald op basis van een analyse van de aard van de acht VKS-niveaus.

Met die laatste stap wordt de dwingende en bepalende kwalitatieve inschaling definitief en eenduidig vertaald naar een (kwantitatief) VKS-niveau en is het beroepskwalificatiedossier technisch ingeschaald.