Veiligheid, gezondheid, hygiëne en milieuzorg in de onderwijsinstellingen

  • referentie
    ON/JG/MW/97361
  • publicatiedatum
    08/10/1997
  • datum laatste wijziging
    06/10/2000

1. Opdracht van de school

Het is de opdracht van de school om te zorgen voor het welzijn van leerlingen en medewerkers - het onderwijzend, het meesters-, vak- en dienstpersoneel - en van iedereen die bij de activiteiten van de school wordt betrokken. Het welzijn wordt nagestreefd door maatregelen met betrekking tot de arbeidsveiligheid, de gezondheid, de psychosociale belasting, de arbeidshygiëne, de verfraaiing van de werkplaatsen en inzake leefmilieu (V.G.H.M.).

Deze opdracht (V.G.H.M.) vloeit voort uit de wettelijke beschikkingen die in verband staan met de algemene voorzorgsnorm.

De school dient daarbij ook in te staan voor de veiligheids-opvoeding van de leerlingen.

Deze verplichting is gegrond op de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, daar waar zij reeds bestaan en op de leerplannen waarin het zowel gaat om de initiatie van de leerlingen, studenten en cursisten in het dagelijks leven als om de toepassing van de regels van goed vakmanschap die bij een activiteit horen, evenzeer in het algemeen vormend onderwijs als in het technisch, beroeps- en kunstonderwijs (voltijds en deeltijds).

Deze verplichting kan trouwens ook in verband worden gebracht met de argumenten die gelden voor ongevallenpreventie in het algemeen.

2. Doelstellingen

De ganse V.G.H.M.-problematiek kan vanuit drie stellingen worden benaderd :

* de opvoeding en opleiding in het algemeen;

* de omgeving waarin opvoeding en opleiding gebeurt;

* de verschillende psycho-motorische en cognitieve ontwikkelingen.

V.G.H.M. bij opvoeding en opleiding in het algemeen

Opvoeding en opleiding zijn er op gericht om te zorgen voor de ontwikkeling van kinderen, jongeren en zelfs volwassenen. Dit moet hen in staat stellen de uitdagingen te beantwoorden van de samenleving waarvan zij zullen deel uitmaken of waarin zij reeds fungeren.

De inrichtende machten en alle personeelsleden betrokken bij de opvoeding en bij de opleiding, dienen bewust te zijn van de noodzaak om de V.G.H.M.-problematiek zo sterk mogelijk te integreren in het onderwijsgebeuren.

V.G.H.M. in de omgeving waarin opvoeding en opleiding gebeurt

De onderwijsinstelling is zonder twijfel één van de belangrijkste omgevingen waar de V.G.H.M.-problematiek moet worden aangepakt.

Het is dus duidelijk dat het beheren en beheersen van V.G.H.M. een essentieel onderdeel moet uitmaken van het management en de organisatie van de onderwijsinstelling.

V.G.H.M. tijdens de verschillende psycho-motorische en cognitieve ontwikkelingen

Het is onvermijdelijk dat men hier, naargelang de onderwijsniveaus en -sectoren, verschillen moet onderkennen in de doelstellingen.

3. Onderwijsniveau of -sector

V.G.H.M. in het kleuteronderwijs

Doelstelling is de kinderen in staat te stellen om de gevaren te herkennen en te vermijden waarmee ze te maken hebben, thuis, op school, op het speelterrein en in het verkeer.

De rol van de ouders en van de opvoeders is primordiaal om de belangrijkste gevaren aan te duiden, te verklaren en de regels te laten toepassen om deze gevaren te vermijden en om het noodzakelijke toezicht te verzekeren.

Vanaf deze leeftijd ontwikkelen de kleuters trouwens hun motoriek en leren ze hun lichaamsbewegingen te beheersen. Het is de taak van de school om situaties te creëren, met name spelen die zorgen voor een psychomotorische ontwikkeling, die rekening houdt met ieders ritme, met een speciale aandacht voor kinderen met motorische problemen.

V.G.H.M. in het lager onderwijs

Doelstelling is de kinderen bekwaam te maken om gevaren te herkennen, de risico's te evalueren die er mee samengaan en deze te beheersen. De school dient de kinderen te helpen om zich de preventiemaatregelen betreffende het dagelijks leven eigen te maken; deze regels worden uitgelegd op basis van de analyse van de risico's en gestreefd wordt naar de aanvaarding van deze regels door de leerlingen.

V.G.H.M. in het secundair onderwijs

Deze jongeren dienen voorbereid te worden om deel te nemen aan de voorkoming van de belangrijkste risico's waarmee zij te maken hebben of waarmee zij als volwassene zullen te maken hebben, de risico's die zij zelf veroorzaken of kunnen veroorzaken voor anderen (tijdens sport en spel, thuis, in het verkeer, bij de arbeid, ...).

Zorg voor veiligheid, hygiëne, gezondheid en milieu vereist dat de jongeren in staat zijn om de verschillende risico's die uit hun activiteiten voortvloeien, op te sporen, erop te anticiperen, te evalueren en te beheersen.

Het verwerven van de kennis betreffende de belangrijkste gevaren van het dagelijks leven, de risico's die eruit voortvloeien voor de mens, de evaluatie- en analysemethodes en de preventieprincipes (elektriciteit, bewegingsleer, geluidshinder, stralingen, risico's verbonden met statische en dynamische activiteit, het belang van verlichting, verkeersrisico's, ...) is hiervoor noodzakelijk.

Het is aangewezen deze kennis toe te passen in de praktijklessen, tijdens de bewegingsopvoeding, tijdens school- en privé-leven en in het verkeer.

De school streeft op deze wijze naar de verwerving, door de leerlingen, van een positieve houding t.o.v. preventie en zal hen bewust maken van hun sociale verantwoordelijkheid. E.H.B.O.-vorming kan daarvoor een goed sensibiliseringsmiddel zijn.

Voldoende uitbouwen van de voorbeeldfunctie van de school in het licht van de latere beroepsuitoefening op het vlak van :

de infrastructuur en de uitrusting;

de in de reglementering voorziene inspraakorganen rond veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen en labo's;

het bekendmaken en het naleven van de veiligheids- en milieureglementering;

de deontologie en de regels van goed vakmanschap (TSO - BSO - DBSO).

Op elkaar afstemmen van de tijdens de opleiding op de school en tijdens de stage (TSO - BSO - DBSO) gestelde eisen inzake veiligheid, hygiëne, gezondheid en milieuzorg.

Tijdens de opleiding voldoende aandacht schenken aan de risico's verbonden aan het gebruik van bepaalde toestellen, stoffen, procedures, ...

De leerlingen vertrouwd maken met de algemene voorschriften omtrent de veiligheid en hygiëne van de werkplaatsen en labo's o.a. door integratie ervan in de daartoe geëigende cursussen.

De leerlingen vertrouwd maken met de voor hun toekomstig werkveld toepasselijke specifieke veiligheidsvoorschriften o.a. door voldoende aandacht ervoor tijdens de opleiding.

De leerlingen vertrouwd maken met de bestaande veiligheidsvoorzieningen o.a. door het gebruik ervan systematisch te integreren in de opleiding.

Het bewust maken van “veiligheidsreflexen” bij leerkrachten en leerlingen.

Dit alles gebeurt in een situatie-gebonden opvoeding, niet gebaseerd op sancties maar op vertrouwen dat aanzet tot het nemen van verantwoordelijkheid.

V.G.H.M. in het hoger onderwijs

Voldoende uitbouwen van de voorbeeldfunctie van de hogeschool in het licht van de latere beroepsuitoefening, op het vlak van :

de infrastructuur en de uitrusting;

de in de reglementering voorziene inspraakorganen rond veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen en labo's;

het bekendmaken en het naleven van de veiligheids- en milieureglementering;

de deontologie en de regels van goed vakmanschap.

Op elkaar afstemmen van de tijdens de opleiding (en stages) op de hogeschool en de tijdens de stage TSO - BSO gestelde eisen inzake veiligheid, hygiëne, gezondheid en milieuzorg.

Tijdens de opleiding voldoende aandacht schenken aan de risico's verbonden aan het gebruik van bepaalde toestellen, stoffen, procedures, ...

De studenten vertrouwd maken met de algemene voorschriften omtrent veiligheid en hygiëne van de werkplaatsen en labo's o.a. door integratie ervan in de daartoe geëigende cursussen.

De studenten vertrouwd maken met de voor hun toekomstig werkveld toepasselijke specifieke veiligheidsvoorschriften o.a. door voldoende aandacht ervoor tijdens de opleiding.

De studenten vertrouwd maken met de bestaande veiligheidsvoorzieningen o.a. door het gebruik ervan systematisch te integreren in de opleiding.

Het bewust maken van “veiligheidsreflexen” bij docenten en studenten.

V.G.H.M. in de sectoren van het niet tot de leerplicht behorend onderwijs (volwassenenonderwijs, deeltijds kunstonderwijs)

De doelstellingen aangegeven voor het secundair en het hoger onderwijs, zijn mutatis mutandis ook geldig voor deze sectoren.

4. Voorwaarden voor een goed beleid inzake V.G.H.M.

Dit betekent niet alleen op papier maar ook naar de basis toe, een vertaling in praktijk gebonden maatregelen.

Het inbouwen van een adequaat V.G.H.M.-beleid in de schoolcultuur is slechts mogelijk wanneer aan volgende voorwaarden wordt voldaan :

Een duidelijk engagement van het schoolbestuur, inrichtende macht en directie.

Veiligheid, gezondheid, hygiëne en milieuzorg op school zijn sterk afhankelijk van het beleid en de organisatie van de school.

Een actieve betrokkenheid van alle diensten.

Dit betekent dat het V.G.H.M.-beleid geïntegreerd wordt o.m. in het personeelsbeleid, in de opvoeding en de vorming van de leerlingen, studenten of cursisten, in het preventief onderhoud, in de leerplannen en in het werken met derden.

De volwaardige participatie van alle medewerkers door het mogelijk maken en organiseren van een open en constructieve communicatie.

Een permanente en goede opvolging.

Vermits de situaties in verband met veiligheid, gezondheid, hygiëne en milieuzorg dynamische situaties zijn die snel en ingrijpend kunnen veranderen, kan een V.G.H.M.-beleid maar efficiënt zijn mits een permanente en goede opvolging.

5. Wet- en regelgeving betreffende V.G.H.M. op school

Om historische redenen bestaat er niet veel wet- en regelgeving die specifiek over V.G.H.M. in scholen handelt. Dit neemt niet weg dat heel wat V.G.H.M.-regelgeving, afkomstig van de meest diverse federale, gemeenschaps- en gewestelijke departementen in scholen van toepassing is.

Bij het uitvoeren van de opdracht en de plicht van de school inzake V.G.H.M. dient een school rekening te houden met haar reglementaire verplichtingen op basis van :

- het algemeen reglement voor de arbeidsbescherming (ARAB);

- Codex welzijn op het werk;

- het algemeen reglement inzake elektrische installaties (AREI);

- het K.B. inzake de algemene voedingsmiddelenhygiëne;

- het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunningen (VLAREM) en de overeenkomstige reglementering van het Brussels hoofdstedelijk gewest (voor de Brusselse scholen);

- de Wet betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (4-8-1996 - B.S. 18-9-1996).